Categorie archief: 2006: Camino Frances

10-9-2006: Verslag in het Kerkblad van Zaandam

In aansluiting op mijn eerste verslag kan ik u vertellen dat mijn voetreis van Zaandam naar Santiago de Compostela, na 3240 km gelopen te hebben, ten einde is. Op 21 augustus ben ik in Santiago aangekomen en daar verwelkomd door Gery, mijn vrouw, en Marnix, mijn zoon. Het lopen in Spanje was wel heel anders dan de maanden in Frankrijk daarvoor. In Frankrijk liep ik overdag meestal alleen en ’s avonds ontmoette je daar dan je medepelgrims, waar je dan dikwijls heel indringende gesprekken, maar ook veel plezier mee had. Maar meestal waren dat er niet meer dan tien tot twaalf tegelijk. In Spanje is alles veel massaler: de eerste nacht bijvoorbeeld in de refugio van Roncevalles in de Pyreneeën sliep ik in een zaal met honderdveertig bedden! En dat is dan een cultuurschok op dat moment. De sfeer is dan natuurlijk ook totaal anders. Later went dat dan ook wel weer en vind je ook refugio’s die wat kleiner zijn, zodat je weer toekomt aan gewone contacten met je medepelgrims. Soms hoorde de refugio waar we sliepen bij een kerk of een klooster. Na het eten ’s avonds kwamen dan alle pelgrims weer samen voor de pelgrimsmis. Dat waren dikwijls indrukwekkende momenten.

Over de aanleiding om de tocht te ondernemen wordt onderling gepraat. In eerste instantie zegt bijna iedereen dat de reis gemaakt wordt, omdat men er nu tijd voor heeft of omdat men belangstelling heeft voor cultuur en kunst. Of gewoon voor het sportieve element erin. Maar als je dan wat langer doorpraat, blijkt er bijna altijd een dieper liggende oorzaak of aanleiding te zijn. Vooral in de dagen vlak voor het Cruz de Ferro wordt daar veel over gesproken. Het is gebruik om een steentje of iets dergelijks mee te nemen van huis en het daar bij het Cruz de Ferro neer te leggen. Het symboliseert dat je de last of de zorg die je meedraagt, daar achterlaat. En gedurende de dagen vlak voor de aankomst bij dat kruis, denkt men daar uiteraard over na en wordt er met elkaar over gesproken. Ik heb daar ook een steen neergelegd die ik meegenomen heb van het grafje van ons zoontje Ernest. En dat was heel emotioneel om te doen. Maar door de symboliek gaf het me achteraf toch een goed gevoel.

De aankomst in Santiago was leuk. Je ziet elkaar weer, want niet alleen Gery en Marnix waren daar, maar je ziet ook weer veel andere pelgrims die je onderweg ontmoet hebt. Dat is goed om afscheid te nemen. In Santiago heb ik ook mijn compostela in ontvangst genomen. Dat is een bewijs dat ik de pelgrimstocht gemaakt heb op de manier zoals de Katholieke Kerk dat voorschrijft. Daarna ben ik doorgelopen (nog 85 km) naar het ‘einde van de wereld’, dat is Fisterra. Dat was voor mij het echte einde van de reis. Zoals veel pelgrims doen, heb ook ik mijn kleding verbrand op het uiterste puntje van de kaap. Terwijl ik daar mee bezig was, gaf de vuurtoren achter mij een saluut als een daverend slotaccoord van een mooie symfonie. Daarmee kwam er een einde aan een spirituele voetreis met veel hoogtepunten. Ik zal er nog veel aan terugdenken.

Weer thuis

Thuiskomst-web

Je behoort zaken echt af te sluiten, dus daarom nog even een verslag van de thuisreis.

Op maandagmorgen 28 augustus ben ik om vijf over negen op de trein gestapt die mij van Santiago naar Hendaye aan de Franse grens moest brengen. Ik wilde beslist niet met het vliegtuig, omdat dat me te snel zou gaan. Nou, St. Jacobus heeft hier beslist gehoor aan gegeven: de trein moest om vijf over half negen in Hendaye aankomen, maar helaas, de remmen liepen vast en we stonden stil midden op de meseta. Vijfendertig graden en geen schaduw, geen drinken en geen airco meer in de trein. We mochten er in eerste instantie niet uit, want de zaak zou snel gerepareerd worden. Dat viel kennelijk tegen, want na een uur was er nog geen beweging in de trein te krijgen. Degenen die dat wilden, mochten toen wel uit de trein en daar stonden wij toen met zo’n tweehonderdvijftig passagiers in de middle of nowhere te wachten op een andere locomotief, die de onze eerst moest meenemen en dan weer terug moest komen om ons op te halen. Kortom, we hebben daar ongeveer drie uur stil gestaan. Dus kreeg ik alle tijd om mij te realiseren dat ik echt onderweg naar huis was. Het gevolg was wel dat wij te laat in Hendaye zouden arriveren voor de TGV naar Parijs die om elf uur ’s avonds zou vertrekken. Maar ziedaar, die trein stond nog te wachten toen wij uiteindelijk in Hendaye aankwamen. Overigens, zonder dit oponthoud, was het best een leuke reis geweest want de trein komt langs een reeks plaatsen waar ik ook al geweest was.

Maar goed, we arriveerden exact op tijd, om zes uur, in Parijs zodat ik nog vijfenvijftig minuten had om van het Gare d’ Austerlitz met de metro naar het Gare du Nord te komen. Op het Gare du Nord vraag ik aan iemand in een loket waar de Thalys naar Amsterdam staat. Hij legt het uit, maar in de haast loop ik verkeerd. Galmt het ineens heel hard over het enorme station door de luidsprekers: “Saint Jacques, à droit s.v.p.!!” Hij herkende waarschijnlijk de schelp op mijn rugzak en wist dus dat ik in Santiago was geweest. Iedereen kijken natuurlijk wie daar verkeerd liep. Het voordeel was dat de controleurs voor de Thalys wisten dat ik er aan kwam. Dus ben ik snel ingestapt en een plaats gaan zoeken. Helaas, daar zit al een meneer op mijn stoel. Ik vraag beleefd of hij wel zeker weet dat dit zijn plaats is en ja hoor, het klopt. Ik kijk nog eens goed naar mijn biljet en wat blijkt? Bij de reservering is een fout gemaakt: twee biljetten zijn gedateerd op 28 augustus 2006 en het derde van Parijs naar Amsterdam is gedateerd op 28 september 2006. Het was mij niet opgevallen, maar het was inderdaad zo. Uiteraard geeft dat dan weer discussie met de conducteur die de kaartjes controleert, maar nadat wij samen tot de conclusie waren gekomen dat het de Spanjaarden waren die er een bende van hadden gemaakt, mocht ik een plaats uitzoeken en blijven zitten tot Amsterdam.

En zo kwam ik dan om elf uur dinsdagochtend aan op station Sloterdijk. Vandaar ben ik gaan lopen naar de pont en daar ben ik om half een gearriveerd in de stromende regen. Aan de Zaanse kant zag ik al mensen staan. Gery en Marnix uiteraard en veel familie en vrienden. Geweldig dat die de moeite hadden genomen om in dit noodweer hierheen te komen. Ik kreeg een geweldige ontvangst met bloemen en zelfs een sjerp.

Daarna ben ik naar het Kunstcentrum gewandeld. Het was heel leuk iedereen weer te zien en ik zag natuurlijk weer de kans schoon mijn credencials met alle stempels te laten zien. Ja, jullie kunnen wel zeggen: “De opschepper”, maar ik ben daar apetrots op. Ook de Compostela komt dan steeds weer tevoorschijn natuurlijk.
Vervolgens ben ik naar huis gelopen. Daar hadden de buren de boel versierd met slingers en een bordje voor de deur gezet met een richtingaanwijzer waarop stond: ‘de laatste stempelpost’. Ook was er een spandoek en appeltaart die door de buren gebakken was. Bovendien een gouden medaille voor de prestatie. Het was overweldigend allemaal.

Nu is het allemaal voorbij en ik probeer weer in het gareel te komen. Dat valt niet mee. Enerzijds heb ik veel te doen, maar anderzijds komt er niets uit mijn handen. Het is ook zo druk ineens en eigenlijk zou ik de rust van de camino wel willen behouden. Maar of dat gaat lukken?? Ik betwijfel het. Maar ja, het zal allemaal wel weer wennen, hoop ik.
In ieder geval wil ik iedereen bedanken voor de reacties op de weblog, brieven, kaarten, telefoontjes, etc.

De tocht was een droomwens die meer dan dertig jaar geleden ontstond en nu gerealiseerd kon worden. Natuurlijk vooral ook omdat Gery me hierin zo ontzettend gesteund heeft. Het is veel meer geweest dan een lange wandeling, het is uiteindelijk een echte pelgrimage geworden, die mij meer heeft gegeven dan ik ooit gehoopt of verwacht heb.
Ik denk dat ik nog wat tijd nodig zal hebben om te bevatten wat deze ervaring mij opgeleverd heeft.

Voor nu: het ga jullie goed, en nogmaals BEDANKT!!!

Het thuisfront

Aan het einde van de pelgrimstocht willen Marnix en ik jullie graag laten weten dat het ook voor ons een heel fijn gevoel is dat Theo deze tocht heeft mogen en kunnen maken. We hebben heel veel plezier gehad aan het bijhouden van de website en alle mooie, grappige, hartelijke en ontroerende reacties hebben ons de afgelopen maanden heel erg geholpen de tijd door te komen. Wij zijn natuurlijk erg trots op Theo, maar het is veel meer dan dat. Blijdschap dat één uit ons gezin dit heeft gedaan en wij zodoende alledrie de toekomst met vertrouwen tegemoet kunnen zien. En te weten: we horen bij elkaar, in kwade en in goede dagen.

Dank jullie allemaal! Wie Theo op dezelfde manier wil begroeten als we op 8 april vaarwel hebben gezegd: Op 29 augustus om 12.30 uur steekt Theo met de pont over en loopt naar het Kunstcentrum voor de koffie. Daarna loopt hij naar huis. Wie mee wil lopen, is weer welkom. Hopelijk regent het niet zo hard als toen hij vertrok!

We zullen vast nog wel iets van ons laten horen na thuiskomst, maar voor nu: Alle goeds voor jullie allen!!

Marnix, Gery

Finisterre, einde van de wereld, einde van de camino

41,32 km – 58.888 stappen

TOTAAL KM 3240,79
TOTAAL STAPPEN 4.550.469

De allerlaatste dag van mijn camino heb ik nog even het record van de dagafstand verbeterd en meer dan 40 km gelopen. Het paard rook zeker de stal……. Alhoewel…..

Gisteravond hebben we met zo’n twintig pelgrims samen soep en brood gegeten in een oude boerderij. Heel gezellig. Daarna was het de laatste nacht in een albergue. Vanmorgen heb ik lang kunnen slapen, want de zon komt hier steeds later op en het wordt pas tegen half acht licht nu. Daarna moest ik bijna twee uur lopen voor ik een ontbijt kon scoren. Het regende heel erg hard en voordat ik aankwam in het café was ik al doornat. Als het mooi weer was geweest, was het misschien wel een mooie tocht geweest, maar nu was het zicht niet meer dan 100 meter. Ik liep over een heide met heel veel bloemen en echt paars zoals een heide hoort te zijn. Jammer genoeg was het niet overal zo, want heel veel was ook verbrand. Kilometers lang heb ik door een verbrand bos gelopen. Daar word je dan niet blij van. Daarna kom je aan de kust en dan zie je al meer dan 10 km van tevoren de vuurtoren van Fisterra. En dan is het nog erg ver. Maar het einde vergoedt veel, want Gery en Marnix verwachtten mij tegen zes uur bij de kaap.

En dan is het toch een ander gevoel van aankomen dan in Santiago. Hier is echt het einde van de reis. In Santiago was het doel bereikt, maar hier is het echt het slotaccoord.

Theo Fisterra-web

Ook hier heb ik alle rituelen uitgevoerd die van pelgrims verwacht worden.
Na de foto bij het kruis koos ik in mijn geval maar niet voor het verbranden van mijn schoenen. Ik koos voor het verbranden van het T-shirt, dat van mijn vader is geweest en dat ik al die tijd gedragen heb.

Finisterre-web

Bijna symbolisch was de mist die boven zee hing toen ik daar was. Je kunt niet in de toekomst kijken, maar de misthoorn bleef wel blazen als waarschuwing.

De pelgrimage is ten einde.

Soep en brood

34,38 km – 48.839 stappen / totaal 3199,47 km – 4.591.581 stappen

Gisteravond was er geen restaurantje in de buurt, dus ik moest naar de supermarkt. Daar heb ik een guiche gehaald, die ik in de keuken van de refugio heb opgewarmd. Toen hij eenmaal heet was, liet ik hem vallen. Ik heb hem wel zo goed mogelijk opgeraapt natuurlijk en wat nog eetbaar was, opgegeten.

Vanmorgen ben ik weer op weg gegaan en kon toen na twee uur pas een ontbijtje scoren, dus dat was hongerlijden. Van schrik moest ik toen om elf uur al mijn lunch nuttigen, want daarna zou er niets meer komen. Dus jullie begrijpen dat ik nu honger heb. Maar in de refugio hier in Olveiroa is ook niets te vinden. De eigenaar is bereid om soep te koken voor ons, dus vanavond wordt het soep en brood, ook geen vetpot. Jullie zien, het blijft afzien tot het eind. Nou ja, afzien??? Ik vind het nog steeds elke dag fantastisch, ook nu nog. Het grappige is dat hier op de hele route maar drie refugio’s zijn, dus hoe je overdag ook loopt, je komt elkaar ’s avonds allemaal weer tegen en dat is gezellig. Er is nog een Franse meneer, die uit Lyon vertrokken is, verder is iedereen uit Spanje zelf vertrokken, dus ik ben als enige overgebleven, die vanaf het begin gelopen heeft. Waar ik nu kom en mensen die ik nu spreek, zeggen dan ook: “O, bent u dat? Ik heb al van u gehoord!” Een levende legende, zal ik maar zeggen en dat past wel bij zo’n pelgrimsroute. Eerlijkheidshalve moet ik dan wel bekennen dat ze over iedereen praten, die ze ontmoet hebben, dus de stralenkrans verbleekt alweer behoorlijk.

Ook vandaag heb ik heel veel door verbrande bossen gelopen en ik heb me voorgesteld hoe angstig dat moet zijn geweest, als je het vuur tot op 10 meter van je huis ziet naderen.
Marnix en Gery houden ondertussen vakantie en schijnen zich prima te vermaken, dus eind goed, al goed. Nu was het goede begin al het halve werk en daartussenin heb ik ook erg genoten, dus niets te klagen. Morgen ga ik kijken hoever ik kom. Het is nog 40 km naar Cap Finisterre en dat betekent dus een heel lang stuk of twee korte stukken. Het hangt van het weer af. Als het regent, worden het twee korte dagen. Als het mooi weer is, probeer ik het in één dag. We zien het wel!

Weer op weg

25,65 km – 36.646 stappen / totaal 3165,09 km – 4.542.742 stappen

Santiago-weer-op-weg-web

Vanmorgen ben ik weer van het plein voor de kathedraal vertrokken, nagezwaaid door Marnix en Gery. Ik vond het heerlijk weer aan de wandel te gaan.
Eerlijk gezegd dacht ik dat ik nu niet meer hoefde te klimmen, maar af zou dalen naar de zee. Dat had ik dus goed mis. Het was weer een steile route met heel veel klimmen, dus ook het laatste stuk krijg ik niet cadeau. Zo hoort het ook natuurlijk, afzien tot het einde, nietwaar? Al een paar kilometer buiten Santiago kwam ik de eerste verbrande bossen tegen en dat is de hele weg zo gebleven. Een bijzonder triest gezicht en je ziet hele verbrande stukken vlak langs de huizen, tot zelfs de bomen in de tuinen van de huizen die verbrand zijn. Het moet behoorlijk angstig geweest zijn voor de mensen. Opvallend is dat je bomen ziet, die van onderen helemaal verbrand zijn en van boven alleen erg verschroeid, het blad zit er nog aan.
Ook opvallend is trouwens dat er ineens geen Spanjaard meer te zien is. De route is heel rustig en alle pelgrims die je ziet, zijn buitenlanders.

Ik zit nu in een refugio in Negreira met een stel Duitsers, een paar Amerikanen, een Frans meisje en ik. Maar geen enkele Spanjaard. De stemming is ook anders, ik zou bijna zeggen: erg relaxed. Iedereen heeft zoiets van: we hebben het al gehaald, dit is een extra toegift. Een toegift, waar ik weer erg van geniet, ook al is het luxe leventje weer even voorbij. In plaats van een ligbad sta ik nu weer in een doucheruimte met vier douchekoppen en allemaal tegelijk eronder. Maar daar staat tegenover dat ik vannacht slaap voor € 5 en dat doen Marnix en Geer me vast en zeker niet na!

Een dag voor mij en voor jullie

Vandaag was een dag voor mij en een dag voor jullie, voor allen die mij zo trouw hebben gevolgd en hebben meegeleefd tot aan mijn aankomst.
Vanmorgen ben ik weer naar de kathedraal gegaan om mijn hand op de pilaar te leggen, waar duizenden, waarschijnlijk miljoenen pelgrims voor mij hun hand hebben gelegd en waar in het marmer een hand is uitgesleten. Of je het nu onzin vindt of niet maakt niet uit, het heeft op mij weer veel indruk gemaakt, juist omdat al die mensen voor mij hier ook hebben gestaan. Symbolisch betekent het een soort dank aan Jacobus omdat hij je tijdens de reis heeft geholpen.

Vervolgens ben ik, ook samen met duizenden anderen achter langs het beeld op de graftombe van Jacobus omhoog geklommen, waar je dan de handen op de schouders van het beeld kunt en mag leggen. In de kathedraal zelf zie je al die mensen voorbijtrekken en steeds twee handen om het beeld.
Daarna was het tijd voor jullie om de beloofde kaarsen te branden:

Santiago-kaars-branden-web

Dat viel nog niet eens mee, omdat er in de kathedraal zelf geen kaarsen zijn, maar alleen elektrische lichtjes. Dat vond ik niks, dus eerst maar buiten kaarsen gekocht en voor alle mensen die daarom gevraagd hebben, aangestoken en gewenst dat het jullie allen goed mag gaan!

Daarna zijn we op ons gemak door Santiago gewandeld. Natuurlijk zijn er veel toeristen, maar het is een prachtig Middeleeuws centrum en overal komen de pelgrims aan of lopen rond.
Dat maakt toch dat er een andere sfeer heerst, dat het stadje doortrokken is van het doel van ontstaan: een pelgrimsoord. Eerlijk gezegd had ik een soort Lourdes verwacht en natuurlijk kun je er de meest vreselijke souvenirs kopen die je maar kunt bedenken, maar tegelijk is het een vrolijke stad en zie je overal in de straten muzikanten. Gisteravond om elf uur hebben we nog staan genieten van een hele groep zangers en iedereen was blij en vrolijk. Deze stad heeft toch sfeer.

En toen ben ik dus vanmorgen ook mijn post gaan halen op het postkantoor. Volgens de beambte was er niets voor mij, maar inmiddels ben ik wijzer geworden. Dus ik zei dat ze onder Otter moesten kijken en niet onder Den. Nee, daar was ook niets te vinden volgens hem. Maar dan komen er weer anderen bij en blijkt dat de man onder Mattheus heeft gezocht. En toen moest ik met alle kaarten en briefjes en goede wensen eerst maar eens even uitgebreid op een terras gaan zitten.

Santiago-post-lezen-web

Het was weer geweldig en ik kon het weer niet droog houden, maar mijn troost was dat Gery daar ook moeite mee had. Ook post van de mensen die ik niet ken, maar de website gevolgd hebben. Jannie en Jaap, Janneke van het Kunstcentrum, Bep, Heleen en Stephen, Peter, Jan den Otter, Arij en Ellen, Rina en Andries, Bas en Caty, Joke uit Australië, het was fantastisch!!! Heel hartelijk dank en hiermee tegelijk ook aan alle mensen die me gesteund hebben op welke manier dan ook: met sms-jes, met vragen aan het thuisfront, enz.

Morgenochtend vertrek ik voor het laatste stuk naar Cap Finisterre. Ik heb hier bij de VVV een route gekregen. Volgens de vrouw daar stond de route verder altijd goed aangegeven. Stond, want nu na al die branden is het niet zeker dat het er allemaal nog is. Maar ik kom er wel……….aan het eind van de wereld.
Gery en Marnix vertrekken morgen ook in die richting en zoeken dan in de buurt van Cap Finisterre een hotel. Niet zeker is of ze dan een internetcafé vinden, maar ze zullen het zeker proberen zodat jullie tot het allerlaatste op de hoogte blijven. Mocht het niet lukken, zondag zijn we nog een dag in Santiago om het enorme wierookvat te zien zwaaien en dan komt er alsnog een bericht op de website. Tot de volgende keer!

De blijde intocht

5,72 km – 8169 stappen / totaal 3139,44 km – 4.506.096 stappen

Santiago-voor-kathedraal-we

Nou ja, blij, het had nog heel wat voeten in de aarde voor we elkaar gevonden hadden. Ik kom aan op het plein voor de kathedraal en verwacht mijn familie daar te zien, maar nee hoor. Dus ik wacht en ik wacht en sms en sms, krijg bericht terug dat ze allang op me staan te wachten. Alleen……… bij een zij-ingang in plaats van bij de hoofdingang. Ach ja, ze zijn ook niks gewend als ze in het buitenland zijn.

Maar alles kwam goed en het ongelooflijke is waar: Ik ben gearriveerd in Santiago de Compostela!!!! Na meer dan 3100 km gelopen te hebben en na viereneenhalf miljoen stappen gezet te hebben, heb ik mijn doel bereikt!!!!

Het geeft een heel dubbel gevoel: Fantastisch dat ik het heb gehaald en ik heb een fantastische voettocht gehad, maar wat jammer dat het nu voorbij is.

Eerst maar een kopje koffie gedronken en daarna zijn we met zijn drieën naar de mis gegaan. Een mis met twaalf heren, zoals dat heet. Het was wel indrukwekkend, al werd het grote wierookvat niet gezwaaid. Dat doen ze alleen op zon- en feestdagen.

En toen naar het bureau van de pelgrims om mijn Compostela te halen. Ik was niet de enige, er stond een rij vanaf onderaan de trap tot bovenaan toe, allemaal pelgrims.

Santiago-ontvangst-compostela web

Maar hier is ie dan toch, de felbegeerde Compostela!

Ja, en nu wordt het dus een paar dagen ‘vrije tijd´. Vandaag en morgen blijven we in Santiago de Compostela en dan ga ik woensdagochtend door naar Cap Finisterre. Gery en Marnix komen me dan daar ophalen en dan kunnen we zondag ook nog het wierookvat zien zwaaien voor we de thuisreis aanvaarden.

En wanneer ik thuiskom? Ja, ook dat moest geregeld, al wil ik er niet aan. Ik vertrek maandag 28 augustus om tien over vijf ’s middags met de trein om dan de andere dag, 29 augustus, om half één ’s middags ongeveer in Amsterdam-Sloterdijk uit de trein te stappen. En dan gaat voor de laatste keer de rugzak om de schouders, want dan kom ik verder teruglopen naar huis. Net zoals ik gekomen ben: over de pont en wellicht met halverwege een kopje koffie bij het Kunstcentrum.

Maar eerst nog even uitstel: op naar Finisterre!

Heel dichtbij

15,9 km – 22.710 stappen / totaal 3133,72 km – 4.497.927 stappen

Ik begin nu wel heel dichtbij te komen, want vanmorgen liep ik langs het vliegveld, waar Gery en Marnix vanmiddag aankomen. Er zaten bossen voor, dus ik had het niet gezien, maar hoorde ineens een hels lawaai en dat was een vliegtuig dus. Ja, zo gaat dat, het einde nadert nu snel.

Ik ben weer door de eucalyptusbossen gewandeld en ben gestopt op de Monte Gozo. Op de berghelling hebben ze voor het bezoek van de Paus in 1999 of daaromtrent een waanzinnig dorp gebouwd van stenen barakken. Nu zijn het refugio ’s en er kunnen nu in totaal achthonderd mensen slapen. Dat werd me toch een beetje al te gek, dus ik heb een hotel genomen. Dat is trouwens ook een barak, maar dan iets luxer. Het is geen fraai gezicht.

Vanmiddag heb ik natuurlijk even siësta gehouden zoals het hoort. Daarna dacht ik: “Wat zal ik nu eens gaan doen?” en besloot dat ik maar eens een eindje ging wandelen! Ik ben naar de top van de Monte Gozo gelopen. Daar staat een groot beeld van een pelgrim, ook neergezet ter ere van de Paus, omdat hij daar heel veel jongeren heeft toegesproken. Toen was het weer tijd voor een pilsje en dat heb ik gedronken met drie Spanjaarden. Niet dat wij ook maar één woord van elkaar verstonden, maar dat mag me niet hinderen, met handen en voeten kom je een eind. Ik heb ze uitgelegd dat ik vier talen sprak, maar me desondanks hier niet verstaanbaar kan maken, wat hen tot tevredenheid stemde. Onzin dus, een vreemde taal leren. Bovendien kunnen de mensen uit Andalusië de mensen in Galicië ook niet verstaan, dus er is geen beginnen aan.

Gery en Marnix zijn inmiddels gearriveerd, dus morgenochtend zien we elkaar op de trappen van de kathedraal. Om Suzanne te plezieren heb ik het een half uurtje later gezet, dus nu wordt het half tien wat de ‘blijde intocht’ betreft.

De laatste stappen

24,38 km – 34.830 stappen / totaal 3117,82 km – 4.475.217 stappen

Het heeft gisteravond zo verschrikkelijk geregend hier, dat ik aan Gery vroeg of het niet op het journaal geweest is. Alsof ze volle emmers tegelijk over je hoofd uitstorten. Ik lag in de refugio en kon niet slapen. Ik had het koud en dan moet je ook steeds plassen. Nou geeft dat op zich niet zo, maar de toiletten waren buiten, een meter of dertig van de voordeur af. Daar ben ik dan keer op keer heen gewaad door een laag water van 5 cm hoog, maar de pest is dat je, als je teruggewaad bent door al dat water, alweer moet.
Maar aan alles komt een eind, vandaag heb ik prima gelopen. Vanmorgen waren er nog een paar forse buien, maar vanmiddag was het droog en minder koud. Kortom, het weer ziet er een stuk vriendelijker uit. Ik wandelde door de eucalyptusbossen en dat ruikt erg lekker. Overal staan hier opslagplaatsen voor het mais. Dat zijn grappige gebouwtjes.

Horreos-web Het zijn houten gebouwtjes met luchtgaten en die staan dan op grote rechtopstaande stenen, zodat er geen muizen en ander ongedierte bij kunnen.
Het zijn echte Kelten hier, gek op hele grote stenen. Ik wandelde een stukje met een Bretons echtpaar uit Brest en we hebben ons erover verbaasd dat je die Keltische invloeden nog steeds terugvindt in Galicië, Wales, Ierland en Bretagne. Zoals zij zeiden: “Als we de muziek hier horen en de bouw van de huizen zien, is het net of we gewoon in Brest zijn”. Terwijl die landen onderling toch niet veel contact met elkaar meer hadden na de volksverhuizing. Je kunt je nu natuurlijk afvragen waar wij eigenlijk mee bezig zijn met onze normen over ‘aanpassen van buitenlanders’ en zo. Kennelijk is het altijd al zo gegaan, iedereen houdt vast aan zijn eigen normen en waarden, waar hij ook woont.

Enfin, morgen is het de laatste dag voordat ik Santiago binnenwandel, de ontvangstcommissie kan komen!

19-8-2006: Het thuisfront

Ziezo, de koffer staat klaar en morgenochtend om kwart over zeven is het afmars geblazen. Op naar Santiago, waar we morgenmiddag om een uur of drie zullen aankomen als alles goed gaat. Dus dan hebben we misschien nog net tijd om gladiolen te kopen voordat Theo bij de kathedraal arriveert. Dat hoopt hij maandag te doen. Dan hopen wij dat hij een dagje in Santiago wil blijven voor hij het laatste stukje naar Cap Finisterre gaat lopen, maar met die man weet je het nooit. Wij hebben de eerste nacht een hotel geboekt in Santiago en verder hebben we een heleboel adressen bij ons van overnachtingen om en bij Finisterre, dus we zien wel hoe het verder loopt.

Ik krijg nu veel vragen wanneer we weer terug zijn. Van Marnix en mij weet ik in ieder geval dat wij op 28 augustus ’s avonds om kwart voor twaalf weer aankomen, maar ik ben bang dat dit jullie minder zal interesseren. Wat Theo ’s thuiskomst betreft echter weten we nog niets. Hij moet namelijk in Santiago nog een terugreis regelen. Ik dacht in mijn onschuld dat hij ook het vliegtuig zou nemen, maar daar ging hij zo verschrikt van praten dat ik dacht met een acuut geval van vliegangst te maken te hebben. Maar nee, de aap kwam weldra uit de mouw: “Dat gaat veel te vlug!!” Nou, de mensen die ooit zelf de tocht hebben gelopen, zullen nu ongetwijfeld begrijpend zitten knikken en ik moet zeggen dat ik mij daar ook wel iets bij voor kan stellen. Mij maakt het ook echt niet uit, alleen heb ik hem op straffe van alsnog een echtscheiding bezworen dat hij in ieder geval na ons zal arriveren en dan ook nog op een ‘christelijke’ tijd. Ik heb het volgende plan bedacht: ik haal hem van de trein of van Schiphol of desnoods van een boot, wat hij ook maar wil. Dan zet ik hem af aan de overkant van de pont, waarvandaan wij hem ook hebben uitgezwaaid en dan mag hij zelf naar huis komen lopen. Onderweg met dezelfde koffiestop als op de heenweg, dus bij het Kunstcentrum. Of dit gaat lukken weet ik niet, het ligt eraan hoe laat hij arriveert.

Ongetwijfeld zijn er in Santiago en omgeving wel internetcafé ’s en we zullen jullie dus op de hoogte houden. Natuurlijk ook van de ‘blijde intocht’ in Santiago en hoe het laatste stukje naar Cap Finisterre zal verlopen. Ik sjouw maar weer zijn nieuwe schoenen mee, want ik hoor alweer alarmerende berichten over de oude en het zou zonde zijn als hij om die reden Finisterre niet zou bereiken. Of hij zijn oude schoenen zal verbranden?? Ik weet het niet, ik heb zo’n idee dat hij dat niet zal doen, omdat hij eraan gehecht is geraakt. Ik heb er al over zitten denken om ze te laten verbronzen, maar heb geen idee of dat kan bij zulke enorme schuiten. Goed, dat is van later zorg.
Het is ook voor mij een raar idee dat het straks over zal zijn. Ik sta ’s avonds voor de landkaarten met prikkers en sta me dan nog te verbazen dat hij dat allemaal werkelijk gelopen heeft. Ik weet nog dat ik bij zijn vertrek maar twee prikborden mocht aanschaffen om de kaarten op te plakken, want ‘verder zou ik ze toch waarschijnlijk niet nodig hebben’. En moet je nou zien, de hele gang hangt vol!!!

Hoe het zal gaan als hij weer thuis is? Moeilijk, moeilijk, moeilijk, denk ik, maar we hebben wel voor hetere vuren gestaan.

Geen milde regen, maar waterstromen

26,25 km – 37.652 stappen / totaal 3093,44 km – 4.440.387 stappen

“Laat ook van die milde regen dropp’len vallen op mij neer” is een van de ‘gouwe ouwe’ liedjes die Gery zingt, maar volgens mij dacht de Heer vandaag: “Waterstromen wil ik gieten”. Het stortregende vanmorgen, vanmiddag en nu sta ik buiten te bellen en Gery hoort de regen op mijn poncho vallen, dus volgens mij zal het ook vanavond regenen. De wegen zijn een en al modder en ik dus ook. Dat zou niet geven, maar ik kan vanavond zelfs niet wassen, omdat ik niet weet hoe ik het droog moet krijgen. Dat wordt dan de eerste dag dat ik mijn wasje niet doe. Het is ook nog steeds erg koud, dus vannacht was het met kleren aan slapen en dat zal komende nacht weer zo zijn, want ze hebben hier geen deken. Dus ik word op het laatst toch nog een ‘ouwe vieze pelgrim’. Elke avond komt op het journaal een reportage over de vreselijke kou die hier heerst. In Madrid wordt het niet warmer dan 24 graden en dat kun je toch niet overleven??

Overigens trek ik mijn woorden terug dat hier niets spiritualistisch of religieus te bekennen valt. Ik kom vandaag in een dorpje aan bij een kerkje en voor de kerk staat een pastoor in vol ornaat te wenken en te roepen: “Kom, kom!” Dus ik netjes naar binnen en inmiddels had hij al zo’n dertig mensen naar binnen gekregen, zodat hij gewoon een dienst kon houden. Dat vond ik erg leuk, ik had dat nog nooit meegemaakt. Na de dienst loop ik weer verder en na een paar kilometer weer een kerkje met pastoor in vol ornaat, die ons binnen probeert te krijgen. Dat is toch fantastisch? Ik zou zeggen: “Trouwe zieleherders, doe er iets mee! Dit is tenminste klantenbinding”.

Ik ben eigenlijk veel te vroeg gestopt, omdat ik bang was geen plaats meer in de refugio te vinden. Van schrik was ik hier in Rabadiso al om twee uur en Rabadiso is nou niet een plaats waar je uren rond kunt lopen. Met andere woorden: het is een gat van drie keer niks. Ik heb al om zes uur gegeten, vandaag met een Spanjaard en twee Canadezen, omdat de kroegen en restaurantjes hier ’s avonds dicht gaan en dan heb je dus geen eten meer. Het is trouwens een armoedige streek, alles ziet er armoedig uit en van het toerisme zullen ze ook niet echt rijk worden, want ik betaalde voor een heel menu met net zoveel wijn en water als je maar wilt zegge en schrijve € 8,50.
De refugio is weer in een oud hospitaal voor pelgrims met daarnaast een oud Romeins bruggetje en daar sta ik nu bovenop te bellen, anders heb ik geen bereik. Voor mij zitten nu een heel stel pelgrims op een stoeltje te blauwbekken, want de stoelen kunnen alleen buiten staan.
Het leven in de refugio is nog steeds iets bijzonders. Als je ’s middags binnenkomt, ligt het hele stel te slapen en als je dan een piepklein beetje herrie maakt omdat je toch je rugzak uit moet pakken, wordt er driftig “sst” geroepen. ’s Avonds echter, als ik wil gaan slapen, is de heleboel tot leven gekomen en is het dus een herrie van jewelste. Denk maar eens aan een groep van vijftig Italianen bij elkaar, dan kun je je ongeveer voorstellen hoe het klinkt. En ’s morgens gaan de mobieltjes af en dat is ook een feest, want iedereen heeft zijn eigen weksignaal. Je hoort dus alle mogelijke signalen door elkaar heen, van Bach via trompetgeschal naar hanengekraai.

Piano-web Trompet-web Kukeleku-web

Ik heb weer een stempel gehaald en erg gelachen. Ik heb natuurlijk een heleboel stempels inmiddels en naast mij staan een paar Spanjaarden en die zien die stempels. Dus dan is er de geijkte vraag: “Waar kom je vandaan?” en mijn geijkte antwoord: “Uit Amsterdam”. De ‘normale’ reactie is dan meestal bewondering. Nou, niet in dit geval dan toch.
De Spanjaarden barstten gezamenlijk in luid gelach uit. Als ze uitgelachen zijn, zegt er één: “Maar meneer toch, wist je niet dat je maar honderd kilometer hoeft te lopen?” Zo zie je maar weer, ik hoef niet van hogerhand te horen dat ik niet op moet scheppen, mijn medepelgrims verklaren me gewoon voor gek. Wie gaat er nu drieduizend kilometer lopen als het ook met honderd kan????

Gezellig mopperen

25,77 km – 36.815 stappen / totaal 3067,19 km – 4.402.735 stappen

Toen ik vanmorgen om zeven uur vertrok, hoosde het nog steeds uit de lucht en liep ik tot mijn enkels in het water. Het waaide ook nog steeds als een gek, maar vanaf een uur of negen werd de wind iets minder en de regen ook. Vanmiddag was het droog, maar nog wel koud, een graad of zeventien. Gery zegt dat ik me niet aan moet stellen, maar ik vind het koud.
Ik heb een poosje gelopen met een Russische moeder en haar dochter. Het taalgebruik is dan wel lastig, maar we hebben een prachtige mix gemaakt van een paar woorden Engels, een paar woorden Frans en een paar woorden Spaans en we dachten elkaar zo heel goed te verstaan. En wie kan tenslotte het tegendeel beweren??

Tussen de middag heb ik ergens een ‘bocadillo’ gegeten: dat is een soort stokbrood doormidden gesneden en dan met van alles en nog wat erop: chorizo, kaas en wat je maar wilt. Daar kwam een Canadees echtpaar binnen en ook dat werd weer een heel gesprek. Weet je wat ook zo leuk is? Je krijgt kennissen die je nog nooit gezien hebt, of misschien wel gezien maar je wist niet dat ze dat waren. Bijna iedereen die ik tegenkom, heeft het over een zekere Yvonne, die ook uit Nederland is komen lopen en een dag voor of een dag achter me loopt. En bijna iedereen heeft het over de bisschop van Wales, die ook als pelgrim loopt. Is dat nou een heilige incognito of hoe zit dat? In ieder geval schijnt hij zich nergens op te laten voorstaan, want een priester onderweg, die erachter kwam dat hij bisschop was, bood hem een ‘echt’ bed aan en dat heeft hij geweigerd.

Hier in de refugio in Palas de Rei heb ik een Duitse lerares ontmoet. Ze werkt in het voortgezet onderwijs en had er zo de balen van, dat ze naar Santiago is gaan lopen. Als ze terug is, wil ze alleen nog maar lesgeven aan de lagere klassen. Het is dus overal hetzelfde. Zij was ook van mening dat het hier totaal niets meer te maken heeft met spiritualiteit en/of religiositeit (”Daar ging je toch ook niet voor?”, sprak Geer vals). Dus daar hebben we samen gezellig over zitten mopperen. Toen had ze het over haar eigen kinderen, ze heeft er drie in de puberteit, waarvan er één volgens haar zeggen een ‘luie donder’ is, dus toen konden we daarover ook nog mopperen als twee ouwe zeurpieten. En….. hoe meer pilsjes, hoe meer moppers. Ze heeft trouwens in Regensburg in de klas gezeten bij de paus, die haar leraar was en heeft zelfs met hem in de kroeg gezeten.

Jullie zien, ik begin alweer aardig wat nieuwe kennissen te krijgen. En ik heb weer gesmuld van jullie commentaren. Heerlijk gewoon, ik geniet er enorm van. Zoals het er nu uitziet, kan ik wel naar Finisterre en Gery zal dan de website vanuit Santiago proberen bij te houden, dus jullie zijn nog niet van me af.

O ja, toen ik in de refugio aankwam, kwamen er ook vier jonge gasten, die meteen languit op bed gingen liggen, waarop de baas van de refugio zei: “Kijk, typisch jonge gasten, gaan meteen maar op bed liggen. Laten ze een voorbeeld nemen aan deze man van dik vijfenzestig (dat was om het verhaal smeuïger te maken, want ik ben natuurlijk ook nog jong), die helemaal uit Amsterdam komt lopen en niet meteen op bed gaat liggen”. Kijk, zulke uitspraken gaan er bij mij natuurlijk in als koek. Ik zou er hoogmoedig van worden. Dus is het maar goed, dat Jan en Dorien mij via de scheurkalender een vermanend woord gaven: “Een bedevaart doe je niet om op te scheppen!” Ik zal deze les ter harte nemen!!

Nog even lijden

22,68 km – 32.403 stappen / totaal 3041,42 km – 4.365.920 stappen

Als lezers hun hart nog even willen ophalen aan het ‘lijden des pelgrims’, kunnen ze nu nog even genieten. Het was vandaag verschrikkelijk koud, er woei een keiharde wind en het regende niet, nee, het bulkte echt uit de lucht. Ik heb de hele dag met de poncho gelopen. Hier had ik niet meer op gerekend. De Spanjaarden hebben zo’n weggooiponcho, maar die houdt het niet met dit weer, dus nu zie je de meest vreemde uitdossingen zoals vuilniszakken links en rechts om toch nog een beetje droog te blijven. Ik heb toch een echte Hollandse poncho die tegen een buitje kan, maar ook die redt het niet meer om me droog te houden. Kortom, het is gewoon herfst. Een klein voordeel: al die regen is goed om bosbranden te blussen, waarmee de kans dat ik toch naar Finisterre kan dus groter wordt.

En ondanks de regen zie je onderweg toch weer leuke dingen. Zo zag ik vanmorgen een vader en zoon van een jaar of veertien lopen. Ik kan me zo voorstellen dat Pa daar zijn dromen bij had, het heeft wel iets, zo’n tocht samen met je zoon. Nu de werkelijkheid: vader liep met een rugzak op zijn rug en ook nog eens met de rugzak van zoonlief op zijn buik. Zoonlief zelf liep met een kop, waar de dwarsigheid vanaf straalde, met zijn stok keihard tegen de struiken te slaan. Je zag Pa denken: “Wat ben ik ooit begonnen met dat jong te gaan lopen?”
Tussen de middag zat ik ergens te eten toen er een grote groep Italiaanse meisjes binnenkwam, onder strenge begeleiding uiteraard. En ook dat kwam me bekend voor: de meeste meisjes waren makke lammeren, maar er liepen een paar dwarse meiden tussen, dat wil je niet weten. Te laat komen, niet doen wat er gezegd wordt. Kortom, ook die begeleider was de wanhoop nabij.
Maar ook iets heel aardigs: Ik ben een paar keer vier Italiaanse meisjes gepasseerd en zij mij. Dat leken net kabouters. Ze hadden een poncho aan, ieder in een andere, hele felle kleur. En ik heb ze de hele weg luidkeels horen zingen, het ene lied na het andere.

Portomarin-web

De route is nog een beetje heuvelachtig, maar niet erg meer. Wel modderig, dat wel. Dus bij aankomst in Portemarin zat alles van top tot teen onder de modder en was ik echt te smerig om aan te pakken. Omdat iedereen natuurlijk vroeg onder dak wilde zijn met dit weer waren de refugio’s al vol, dus toen moest ik wel in een hotel. Kan ik ook niets aan doen toch? Het is wel een hotel met verrassingen. Ik ben eerst lekker in bad geweest om het ‘lijden’ van vandaag grondig af te wassen. Toen ik de stop uit het bad trok om het water weg te laten lopen, liep dat wel weg, maar helaas niet langs de daarvoor bestemde route. De badkamer liep gewoon vol water. Om herhaling te voorkomen, heb ik mijn wasje toen maar in de wastafel gedaan. Daar bleek echter dat het sop wel uit de wastafel wegliep, maar via de vloer weer naar boven kwam. Ach ja, moet kunnen, zo nauw kijken we niet.

Portemarin was een dorp dat in 1962 ten prooi is gevallen aan de vooruitgang. Er is namelijk een stuwdam en stuwmeer aangelegd, waarin het hele dorp is verdwenen. Maar voordat dat gebeurde, hebben ze een paar belangrijke gebouwen, waaronder een Romaanse kerk, steen voor steen afgebroken en in het nieuwe dorp, dat een eindje verder is herbouwd, weer steen voor steen herbouwd. Je ziet in de stenen nog allemaal nummers staan, waarmee de stenen gemerkt werden. Het is wel een grappig gezicht, want verder is het hele dorp nieuw natuurlijk. Het is laag water in het stuwmeer en dan zie je ook nog hele stukken van huizen en gebouwen boven het water uitsteken.

Jan, nog even volhouden, dan mag je ook weer lopen en dan heb je één troost: voor mij zit het er dan op en ik zit dan weer thuis. Ik geniet er nog elke dag van dat ik hier mag lopen en hoewel het natuurlijk fantastisch is dat ik mijn doel bijna heb bereikt, vind ik het heel erg dat het straks afgelopen zal zijn. Maar ja, ook dat hoort erbij als je je dromen waar maakt: op een dag word je wakker.

Een rustdag: dat is pas afzien

Sarria-web

Ik was bijna vergeten dat je zoveel tijd kon hebben op een dag. Een hele dag rust, dat betekent in ieder geval pas om half negen je bed uitkomen. Na het ontbijt heb ik eerst ‘geklust’. In mijn geval wil dat zeggen dat ik mijn rugzak helemaal heb uitgepakt en weer ingepakt en vervolgens mijn was gesorteerd. En ja, als dat klaar is, wat dan? Nou gewoon, op naar het zwembad. Er is hier een prachtig Olympisch zwembad en de toegang daartoe kost € 1,43. Niet € 1,40 of € 1,45 dus. Een beetje zonnen, een beetje zwemmen en dan is het tijd voor de lunch. Die heb ik ergens langs de rivier genuttigd.

Maar ja, toen was het pas half twee. Dus eerst maar weer terug naar de refugio om te douchen, te scheren en de was te doen. Ik zit hier in Sarria in een refugio die bij een bar en restaurantje hoort en de eigenaar spreekt vloeiend Frans, dus ik kan ouwehoeren met hem. Hoera!

Dus na het kuieren door de stad en een ijsje op een terras eindig ik maar in diepzinnig gesprek gewikkeld met de eigenaar van de refugio, vele pilsjes drinkend. Ik kan hier ook vanavond eten en heb een compleet menu voor € 8. Maar tjonge, jonge, wat duurt zo’n dag lang. Ik ben blij dat ik morgen weer ga lopen. Ik moet niet zo hard lopen, anders ben ik te vroeg in Santiago en dat kan ik de welkomstcommissie natuurlijk niet aandoen.

Ik heb het volgende verhaal gehoord, maar ik kan niet voor de waarheid instaan. Men zegt dat je op het formulier, dat je in Santiago in moet vullen om je compostela (certificaat) te krijgen, moet zetten dat je de tocht gedaan hebt uit religieuze overwegingen. Er schijnen twee soorten compostela’s te bestaan: één voor de heidenen en één voor de gelovigen en die voor de gelovigen heeft meer waarde. Ik heb geen flauw idee of dit op waarheid berust, er worden ook hier zoveel verhalen verteld die later niet erg blijken te kloppen. Ik zal het wel zien bij aankomst.
Er heerst hier ook grote verwarring of het mogelijk is door te lopen naar Finisterre in verband met de bosbranden. De één weet zeker van niet, de ander weet zeker van wel. Zo zie je maar, het blijft gelukkig tot het einde toe een avontuur. Die bosbranden blijken trouwens aangestoken te zijn. Er zijn al vier mogelijke daders gearresteerd, die met blikken benzine zijn aangetroffen in de omgeving van de branden. Er is in het zuiden van Europa natuurlijk vaak sprake van bosbranden, maar hier schijnt dat echter (bijna) nooit voor te komen. Hoe durven ze, zo dicht bij Jacobus!

Een bed met lakens

20,25 km – 28.932 stappen / totaal 3018,74 km – 4.333.517 stappen

Ik heb weer een internetcafé gevonden. Gisteravond heb ik gegeten met Jaime, een Portugees van zevenenvijftig jaar die ouderdomssuikerziekte heeft. Hij is gestart in Leon en gaat naar Santiago, maar heeft veel last van zijn rug en voeten. Zijn vrouw haalt hem met de auto op uit Santiago, want hij woont in Noord-Portugal en dan is het niet zo ver naar Santiago. Jaime praat opgewekt Portugees met iedereen en bijna niemand verstaat hem. Hij probeert dan ook nog wel iets in het Frans en met handen en voeten gaat het dan wel. Aardige vent. Hij werkt op het Ministerie van Landbouw en kent Nederland op dat gebied een beetje. Dat etaleert hij dan ook zo ruim mogelijk.

Vannacht had ik in de refugio een deken, dus lekker warm en wonder boven wonder: pas om half zes gingen de eerste mobieltjes af met de meest wonderlijke melodietjes. Dan wil je wel wakker worden. Wat opvalt is dat degene van wie het mobieltje is dat het hardste blèrt, dikwijls het laatst ervan wakker wordt. Maar goed, om kwart over zes ben ik er ook maar uitgegaan en om zeven uur in de bar ernaast heb ik een ontbijtje gescoord.
Daarna op pad in de kou, maar de zon kwam al op en dan is het leed snel geleden. Boven de bergen hingen nog rookwolken van bosbranden in de omgeving, maar de branden zelf heb ik niet gezien. Daarna heb ik een mooie route gelopen naar Sarria. Daar wilde ik vroeg zijn, want Sarria ligt ruim 100 km van Santiago en men had mij verteld dat daarom veel Spanjaarden daar beginnen aan hun tocht naar Santiago, zodat ze ook hun compostela krijgen.

Onderweg heb ik gelopen met vier Spanjaarden: twee mannen en twee vrouwen. De dames spraken Engels en Frans. Zij komen uit Sevilla en dat willen ze ook weten. Alles in het zuiden van Spanje is mooier en beter dan hier. Alleen de zomers, dat moesten ze wel toegeven, waren in Galicië beter te overleven. Toen het over de verschillen tussen Noord- en Zuid-Spanje ging, vertelden ze bijvoorbeeld dat in het zuiden de dorpen verder uit elkaar liggen en ook groter zijn. Men wil dus met zoveel mogelijk mensen bij elkaar wonen. Terwijl hier in de omgeving een dorp best uit drie huizen kan bestaan met een kerkje uiteraard. Maar de dorpen liggen hier wel veel dichter bij elkaar. Ieder dus zijn eigen gebiedje. Dat klopt een beetje, denk ik, met de opmerking van een Duitser die het opgevallen was dat Zuid-Europeanen bij binnenkomst in een café aan of bij een tafel gaan zitten waar de meeste mensen zitten, terwijl Noord-Europeanen bijna altijd een leeg tafeltje opzoeken en dan liefst in een hoek. Ik gooi het maar in de groep: herkennen jullie dit??

Nu zit ik in een pension bij een café voor € 10 per nacht in een eigen kamer met een bed met lakens. Wat een weelde!!! Ik blijf hier twee nachten, omdat ik anders te vroeg in Santiago ben voor de ontvangstcommissie, die pas maandagmorgen actief wordt.
Uiteraard heb ik niet naar de data gekeken en wat blijkt: nu zit ik wel in een grotere stad met winkels, maar die zijn morgen dicht omdat het Maria Hemelvaart is. Nou ja, dan kan ik de hele dag uitslapen en me vervelen. Net zag ik Ad en Ineke hier ook nog op een terras zitten. Die blijven hier ook vannacht en gaan morgen weer verder. Die zullen dus eerder in Santiago zijn dan ik. Dat is het nadeel van vrije dagen nemen: je verliest weer een aantal vertrouwde gezichten uit het oog. Enfin, wat zei ik ook al weer? “Los laten en toelaten”.

Triacastela

21,25 km – 30.370 stappen / totaal 2998,49 km – 4.304.585 stappen

Gisteravond hebben Mireille, Marjolein en ik gegeten in een Keltische bar. Toen we terugkwamen was de refugio barstensvol. En met vol bedoel ik dan echt VOL. Dat wil zeggen: er zijn tachtig bedden en die bedden waren allemaal bezet, maar bovendien lagen er zo’n zeventig man op de vloer. Er kon geen vlo meer bij! Ik heb mijn luchtbedje maar uitgeleend aan een meisje dat op de harde vloer lag.

Vanmorgen om kwart voor vijf(!) kwam de eerste alweer tot leven. Dat is me toch wat te gortig om in het holst van de nacht te vertrekken. Bovendien is het dan echt, behalve donker, steenkoud. Ik heb mij gisteren net een nieuwe trui aangeschaft, die heb ik vannacht aangehad en dat was lekker. Dus voor mij begon de dag om kwart over zes en om zeven uur ben ik vertrokken. Het is dan een hele optocht van mensen die weer op weg gaan. Ik heb gehoord dat jonge Spanjaarden deze tocht lopen om die op hun CV te kunnen zetten en er dan bij te kunnen vermelden hoe kort ze er maar over gedaan hebben. Ja, dat is even iets anders dan melden dat je een jaar in het bestuur van een studentenclub hebt gezeten.

Maar goed, zo’n stoet valt dan vanzelf weer uit elkaar en dan gaat ieder in zijn eigen tempo verder. Toen ik vertrok was het schitterend mooi, want in het dal was het nevelig en daarboven scheen de zon. Net een droomwereld. De hele verdere route was vandaag trouwens adembenemend mooi en dat maakt de drukte weer goed. Want druk is het, alle refugio’s zijn elke avond barstensvol en je moet racen om een bed te bemachtigen. Achteraf gezien had ik misschien beter in de zomer kunnen vertrekken, dan was ik hier in een rustiger periode aangekomen, maar ja, achteraf kijk je een paard in zijn kont. En alles heeft zijn charme. Ik zit hier nu buiten en voor mij op het trottoir liggen zes uitgetelde jonge pelgrims te wachten of ze nog een plaats in de refugio kunnen krijgen.
Het gevolg van die mode om zoiets op je CV te kunnen zetten, is vaak wel dat ze totaal onvoorbereid op weg gaan en vooral op lastige stukken vallen er dan slachtoffers en kunnen ze niet meer verder. Het meisje dat nu voor pampus aan mijn voeten op het trottoir ligt, heeft bijvoorbeeld meer gewicht aan verband om haar voeten dan het gewicht van haar rugzak en ze ziet er niet echt blij uit. Dus jullie zien het: iedereen hier heeft zijn eigen Camino.

De route van vandaag ging erg steil omhoog, gevolgd door een hele lange afdaling en dat is lastig en vermoeiend. Maar om twaalf uur was ik in Triacastela, dus ruim op tijd om het gevecht om een bed voor te zijn. Geer wenste me een prettige siësta, maar zo eenvoudig is dat nou ook weer niet. Ik heb het te druk voor een siësta natuurlijk: douchen, de was doen, enz., enz. Tjonge jonge, wat heb ik het toch druk. Gelukkig nog net even tijd om op de uitnodiging van Ad en Ineke, het echtpaar dat ik bij het Cruz de Ferro heb ontmoet, in te gaan om samen een pilsje te drinken. Ja, zeg nou zelf, ook een pelgrim kan niet de hele dag aan het werk blijven toch???!!!

In Galicië

23,78 km – 33.976 stappen / totaal 2977,24 km – 4.274.215 stappen

Galicie-web

Ik vind het allemaal weer geweldig en begin aardig aan Spanje gewend te raken en het steeds leuker te vinden. Even een fout van Gery rechtzetten: Het is niet 90 km naar Santiago, maar 190 km. Je moet die vrouwen blijven controleren, anders schrijven ze onzin. Maar goed, dat daargelaten doet ze verder wel haar best. Verder roept ze dat iedereen het een prestatie van me vindt, nou, het is alleen maar gewoon doorlopen, hoor en niets anders.

Vanmorgen hebben Mireille en ik samen het eerste stuk gelopen, daarna moest zij naar de bakker en ben ik doorgelopen. De eerste 10 km liepen we naast de autoroute, maar het was zaterdag, dus niet zo gek druk. Daarna ging ik de bergen in of beter gezegd, op. Ik ben de bergrug, die de overgang vormt naar Galicië opgeklommen en bivakkeer nu op de top in O Cebreiro. Ik ben al in Galicië en dat is duidelijk te zien aan de huizen, die hier weer heel anders zijn. Ze praten ook anders, maar dat maakt mij niet uit, ik versta het toch niet. In de winkels klinkt muziek, die heel veel lijkt op Ierse muziek. O Cebreiro is trouwens een soort Valkenburg met heel veel toeristen. Maar als je nu denkt dat hier wel gemakkelijk een pinautomaat te vinden is, vergis je je, in het hele dorp is er niet één.

In alle gidsen heb ik gelezen dat het hier bijna altijd mistig is en je dus niets ziet. Vandaag echter is het heel erg helder, geen wolkje aan de lucht, hoewel ik wel met mijn hoofd in de wolken ben. Ik zit nu buiten op een bankje en heb een uitzicht over het hele dal. Ik kijk wel 50 km ver, adembenemend mooi. Het is mooi zonnig weer, er waait alleen een koude wind. Vannacht zal het dus wel koud worden, want ik heb mijn slaapzak aan Gery meegegeven. “Eigen schuld”, sprak zij hardvochtig en: “Een pelgrim moet lijden”.

Uiteraard is hier ook weer een kerk en in deze kerk staat een heel oude kelk en een bordje waarop de ouwels lagen. Uiteraard hoort ook hier weer een verhaal bij:
In de twaalfde eeuw kwamen hier monniken uit Aurillac. Eén van die monniken droeg op een morgen de mis op en er was maar één gelovige, een boertje dat de berg opgeklommen was. “Nou”, dacht de monnik, “die man is ook dom om dat hele eind naar boven te klimmen voor een stukje ouwel en een slokje wijn”. En toen gebeurde het wonder: De ouwel werd brood en de wijn echt bloed om de monnik voor zijn slechte gedachte te straffen. Mooi, hè? Ik geniet van al die verhalen.

Straks krijg ik een drankje aangeboden van Marjolein en ik zag Mireille ook alweer voorbij draven, dus alles gaat naar wens. De beide dames hebben samen mijn benen ingesmeerd met crème, want de huid was te schilferig, vonden ze. Gery beweert nu dat ik door de dames in de watten gelegd word, maar hoezo dan? Ze smeren alleen maar mijn benen in! En wat voor benen! Want wat ik nog niet verteld heb, is dat ik deze week ingehaald ben door een paar Duitse schonen, die speciaal naast me kwamen lopen om te zeggen dat ik zulke ‘schöne beine’ had!
Dat is dan ook het enige mooie dat er van me over is, want verder is het huilen met de pet op. Mager en tanig, is de juiste uitdrukking, geloof ik. Maar dat geeft allemaal niet, zolang de voeten het maar doen en dat doen ze.

We gaan weer verder

31,30 km – 44.725 stappen / totaal 2953,46 km – 4.240.239 stappen

Gisteravond was ik in Ponferrada en daar was in de refugio een Middeleeuwse kapel, waar we naar de Bénediction des Pèlerins geweest zijn. We, dat zijn Marjolein, Mireille en ik.

Marjolein,-Mireille,-Theo-w Theo, Mireille, Marjolein

Dat was erg mooi, de dienst was in vier talen: Spaans, Duits, Italiaans en Engels. Alle pelgrims moesten een stukje voorlezen in hun eigen taal. Wij hebben de Engelse tekst voorgelezen, want Nederlands hadden ze niet. Het waren een stukje uit de bijbel en een gebed. Het gaat er allemaal heel relaxed aan toe en dat heeft toch wel iets zo met zijn allen.
De refugio, waarin ik sliep, is heel erg groot. Vanochtend stegen er dus zo’n honderdtachtig man tegelijk uit bed en je kunt je voorstellen wat een hels kabaal het dan is. Het eerste uur heb ik samen met Mireille gelopen, daarna gingen we apart verder. In de route zaten wel zware stukken, maar ook hele stukken die goed te lopen waren. Er zijn hier veel heuvels, natuurlijk hoger dan in Zuid-Limburg, zoiets als in de Ardennen, maar dan met veel minder bomen. Gery maakte me erop attent dat ik, toen ik het Pieterpad liep, in Zuid-Limburg riep dat het echt al hoge heuvels waren, hoor! Dat is waar, wat lijkt dat nu lang geleden. Intussen heb ik heel wat hogere ‘heuvels’ genomen. Alles gaat goed, ik had afgelopen dagen pijn in mijn rug, maar vandaag was dat over. Ik zie nu bordjes met: ‘Santiago 90 km’, maar het is hier wel Spanje, dus een eindje verder zie ik dan weer een bordje met ‘Santago 124 km’. Hoe het ook zij, het einde nadert.

Op mijn eindbestemming vandaag, Pereje, vond ik de refugio gesloten. Marjolein en Mireille waren inmiddels ook weer gearriveerd, dus hebben we maar een tijd zitten wachten. Niet dat dat hielp, want er kwam niemand. Dus besloten we in het kroegje vlakbij maar iets te gaan drinken. En daar zat dus de vrouw van de refugio, die helemaal niet blij keek naar ons, want dat betekende het einde van haar gezellige borreluurtje. Ik heb dus al mijn charmes in de strijd gegooid en ben begonnen met haar iets te drinken aan te bieden. Toen was het ijs gauw gebroken. Deze refugio is een stuk kleiner, er zijn ongeveer dertig bedden, dus dat is goed te doen. Mireille bood aan mijn was te doen in de wasmachine, maar nu is het wasmiddel op. Dat is dus mooi pech hebben.
Maar vooruit maar, morgen nog één bergrug over en dan zijn we in Galicië!

Ik heb net even de website bekeken en wat heb je een schitterend gedicht gestuurd, Danielle! Heel erg bedankt, het is precies zo als het gedicht zegt. Gery heeft het op de gedichtenpagina gezet.

Er is een steen gelegd

36 km – 51.430 stappen / totaal 2922,16 km – 4.195.514 stappen

Vandaag ben ik de berg opgeklommen naar het Cruz de Ferro om mijn steentje neer te leggen. Dat was voor mij het absolute hoogtepunt, eigenlijk heb ik nu mijn doel bereikt, de rest is toegift.

Theo bij graf-web Vier maanden geleden heb ik op het grafje van Ernest een steen weggehaald. Daar hebben we onze namen op laten zetten.

Steen-en-gids-web

De hele weg is dat steentje met me meegereisd tot vandaag. Het Cruz de Ferro is een simpel kruis bovenop een berg stenen. Die berg stenen is ontstaan omdat alle pelgrims daar sinds eeuwen een steen neerleggen. Bij de Romeinen was dit al een gebedsplaats en vroeger dacht men dat dit het hoogste punt van de Camino was. Het blijkt dat niet te zijn, maar het is wel een plek waar je naar alle kanten uitzicht hebt.

Toen ik na mijn klimpartij in de buurt van het Cruz de Ferro kwam, zag ik het liggen met……. een groep fietsers erbij, die stonden te joelen en te hossen en te springen. Ieder zijn Camino, dat is waar, maar ik kwam er met heel andere gevoelens en dat was echt wel even slikken. Ik had zelfs even de neiging om door te lopen. Maar uiteindelijk was ik er voor mezelf, dus dat heb ik niet gedaan. Er was een Nederlands echtpaar, dat mij heeft gefilmd toen ik met mijn steentje naar boven klom om het neer te leggen.

Het was erg emotioneel, eigenlijk was het loslaten, maar tegelijkertijd ook op zijn plek leggen en vertrouwen hebben in de toekomst.
Ik liep weer terug met een goed gevoel: Die steen ligt daar goed!

Steentje-web

Mission completed!

Er zijn weer bomen

16,29 km – 23.282 stappen / totaal 2886,16 km – 4.144.084 stappen

Dat was een comfortabel dagje vandaag. Ik heb maar een klein eindje gelopen en het was een leuke route. Het landschap wordt steeds groener en ik zie weer bomen. Om twaalf uur was ik al in Rabanal del Camino, dus ik heb zogezegd een vrije middag genomen. Eerst mijn spullen even naar het hostal en dan eten. Ik zit aan het raam en wie zie ik daar toevallig voorbijlopen? Mireille. Dus tijd voor een goed tafelgesprek. De ontmoetingen hier wisselen snel. Zo zie je iemand, zo zie je hem niet meer en een paar dagen later duikt hij ineens weer op. Dat is ook wel lollig. Hier zit ik nu met een Filippijn, die Fillippijns, Spaans, Engels, Frans en Nederlands spreekt en dus van alle markten thuis is, kun je wel zeggen.

Rabanal is voor Spaanse begrippen een behoorlijk dorp, voor mij is het een klein dorp. Eigenlijk zijn er twee kerken te zien en dat is het dan. Maar wel veel terrasjes en, zoals ik net aan Geer heb uitgelegd, daar moet je wel op gaan zitten, anders heb je niets te doen. Ik hoop dat jullie dat begrijpen.

Doe ik ook nog iets anders? Jawel, ik heb vanmiddag uiteraard eerst mijn plichten gedaan. De rugzak weer eens helemaal uitgepakt, mijn matrasje weer eens goed opgeblazen en ja, toen was het weer tijd voor de siësta. Je moet je tenslotte aanpassen, nietwaar?

Ik heb het vannacht erg koud gehad. In mijn overmoed heb ik de slaapzak aan Gery meegegeven, maar ik moet zeggen dat het hier erg koud is ’s nachts. Niet alleen ’s nachts, ’s morgens als je weggaat, is het ook erg koud. En….ook mijn truien heb ik niet meer. Ik troost me dan met de gedachte dat ik, als ik een winkel voorbijkom, een lekkere warme fleecetrui ga kopen. Maar ja, die winkel is er dan net niet en dan komt de zon op en is het binnen een half uur lekker en ’s middags is het weer bloedheet, dus die trui zal er wel niet komen. En ik zal lijden. Dat is des pelgrims.
Ik ben ook twee sokken kwijt en twee knijpers, dus waarschijnlijk heb ik die in een refugio achtergelaten. Nu is het zo, dat ik niet de enige ben die daar iets achterlaat. In elke refugio is een hoek met achtergelaten spullen, van tandpasta tot kleding en daar kan de volgende pelgrim dan weer iets uit de stapel vissen, dat hij nodig heeft. Zo werkt dat.
Ik vond het heel leuk dat er een berichtje van Arlette en Etienne op de website stond. Goed te lezen dat ze het gehaald hebben. En dan ook iemand die op een Pieterpadwandeling mijn website doorkrijgt. Wat ontzettend leuk is dat toch, ik zal het erg missen als ik weer thuis ben.

Vanavond ben ik om zeven uur naar de Vespers hier geweest. Er waren ruim honderdvijfentwintig mensen aanwezig en de dienst werd geleid door de monniken uit het Benedictijner klooster. Alles in het Spaans, Italiaans en Engels en er werden liedjes gezongen uit Taizé. Dat alles in een heel oud kerkje. Ik vond het erg indrukwekkend.
Morgen ga ik 1500 meter de berg op naar het Cruz de Ferro om mijn steentje neer te leggen. Weer een letterlijk en figuurlijk hoogtepunt dus.

Jacobus hebben ze niet

31,51 km – 45.012 stappen / totaal 2869,87 km – 4.120.802 stappen

Ondanks mijn sombere voorspelling heb ik gisteravond heerlijk gegeten. Ze hebben hier trouwens ontzettend lekkere wijn. Het is een gekoelde rode wijn, ongelooflijk, maar echt heerlijk.
Dus kon ik vanmorgen opgewekt van zin weer vertrekken. De route was mooi vlak, maar een groot stuk liep vlak langs de autoweg en dat is niet prettig, want het is een heel drukke weg met heel veel verkeer en een pelgrim als ik kan daar niet meer tegen natuurlijk, tegen al dat werelds gejaag.
Maar het was een lekker dagje. Onderweg kwam ik door Hospital de Orbigo en daar is middenin de stad een brug met een knik erin. Ook bij deze brug hoort weer een verhaal:

Hospital-Orbigo-web

Er was een ridder, Sueres, die graag een vrouw wilde, maar niet kon krijgen. Daarom had hij de gelofte gedaan dat hij elke donderdag met een zware ketting om zijn nek zou lopen. Dat deed hij braaf, maar het duurde en duurde en de goede vrouw kwam niet opdagen. Dus het werd bezwaarlijk voor hem, steeds die zware ketting en hij wilde er vanaf. Dat mocht, maar dan moest hij twee weken lang, twee weken voor de naamdag van St. Jacob en twee weken na diens naamdag, met elke ridder vechten die over de brug kwam. Dat deed hij, samen met een aantal vrienden en loste die belofte in. Daarop werd hij van de zware ketting verlost en deze hangt nu in de kathedraal van Santiago om de nek van het beeld van Jacobus de Mindere (niet ‘mijn’ Jacobus). Of hij nu uiteindelijk de vrouw van zijn dromen kreeg, weet ik eigenlijk niet, maar hier spelen de inwoners sinds 2000 elk jaar dit verhaal na.

Het is ook vandaag weer ruim 33 graden, maar ik heb totaal geen last meer van de warmte, ben er nu helemaal aan gewend. Ik ben vandaag geëindigd in Murias de Rechivaldo en huis in één van de twee refugio’s. Dit is een kleine refugio, er zijn maar twaalf bedden. Er is hier ook een meisje uit Barcelona, dat een beetje Frans spreekt, dus daar babbel ik wat mee. Overigens: even aandacht voor mijn vooruitgang in het Spaans! Hier in dit heel gezellige dorp staat een Tempelierskerk met bovenin een ooievaarsnest. Dat heb ik een tijdje staan filmen en toen zag ik de deur openstaan, dus ben ik even naar binnen gelopen. Binnen werd ik opgewacht door een oude baas, die me rondleidde en alles uitlegde, uiteraard in het Spaans. Ik weet nu dat dit kerkje uit de zeventiende en achttiende eeuw stamt en dat de vijf altaren die er zijn, nog grotendeels de originele altaren zijn, waaraan hier en daar iets gerestaureerd is. Dit heb ik allemaal verstaan, nou jullie weer! Verder heeft hij me alle heiligen aangewezen die in de kerk aanwezig zijn (in steen dan natuurlijk) en ik dacht ook dat ik ‘mijn’ Jacobus daarbij zag. Helaas, dit was fout, het was St. Rochus. “Jacobus hebben we niet”, zei hij. Dat vond ik wel grappig op de route van St. Jacob. Het was een uitermate vriendelijke man, want ik mocht zelfs een stukje filmen in de kerk en dat mag hier nergens. Sterker nog, hij vroeg of ik licht nodig had en ging toen voor mij het licht aansteken. Ook dat heb ik gefilmd, dus nu zie je ineens..floep.. alle lichten aan gaan in de kerk. Met andere woorden: Ik heb vast het licht gezien.
Na mijn bezoek aan de kerk zag ik een barretje naast de kerk en daar heb ik toen genoten van een pilsje. Er kwam ook een Frans echtpaar, dat de route in gedeeltes loopt, dus daar heb ik een poosje mee zitten praten.

Ik heb nu nog ruim 250 km te gaan en Mireille, mocht je dit toevallig lezen: morgen loop ik niet ver en stop ik ’s avonds in Rabanal. Overmorgen bereik ik dan het Cruz de Ferro. Ik heb geen idee waar jij nu precies zit, voor of achter mij. Jullie zien: ook de communicatie van pelgrims onderweg is gemoderniseerd en loopt via de digitale snelweg!

Overal kom je Cargill tegen

23,36 km – 33.379 stappen / totaal 2838,36 km – 4.075.790 stappen

Na veel gezoek en nu hulp van de receptioniste heb ik eindelijk de truc gevonden om het apenstaartje te vinden. Je moet het eerst ergens opzoeken in de computer en dan kopiëren. Vervolgens weer terug naar je adres en dan weer kopiëren. Op zich is dat al onbegonnen werk voor mij, maar alles staat ook nog eens in het Spaans, dus ik weet eigenlijk helemaal niet wat ik zit te doen. Maar goed, het staat er nu en ik hoop maar dat het goed gaat.

Vanmorgen heb ik uitgeslapen, omdat ik dacht dat ik in Leon zou blijven. Maar ik heb mijn komende dagen eens even goed doorgenomen en dan blijkt dat er nog wat heftige dagen tussen zitten. Voor de zekerheid dus vandaag maar vast een korte etappe gewandeld, zodat ik wat meer ruimte heb om sommige dagen in twee keer te doen. Dus vanmorgen ging ik pas om acht uur aan de wandel. Aan de rand van de stad Leon staat een oud klooster dat nu een parador is (luxe hotel), maar dat met heel veel zorg van buiten in ieder geval in de originele staat wordt onderhouden. “Gewoon prachtig”, zou mijn schoonmoeder zeggen. Daarvoor op een bankje zit een bronzen pelgrim uit te rusten. En iedereen wil natuurlijk met hem op de foto.

Daarna moest ik over een oude romeinse brug naar de rand van de stad. Dat viel nog niet mee, want er wordt enorm gebouwd en verbouwd hier in Spanje. Met alle dank aan Europa trouwens, zo staat overal vermeld. Maar het probleem is dat de routebeschrijvingen dan niet meer kloppen. Er zijn dus twee routes om naar Hospital de Orbigo te wandelen. De eerste is langs de autoweg en de tweede gaat over rustige paden met een kleine omweg. Inmiddels was ik Marjolein tegengekomen die in Leon met de Camino is begonnen en samen zijn we verder gelopen. We wilden de rustige route nemen, maar we hebben nooit een splitsing gezien en hebben steeds trouw de gele pijlen gevolgd. En dus kwamen we er na verloop van tijd achter dat we steeds langs de autoweg bleven lopen en dus de verkeerde route hadden. De hele dag zoveel verkeer vlak langs je heen is heel hinderlijk. Maar goed, mijn doel heb ik toen gewijzigd en ik ben doorgelopen. Onderweg kwam ik nog langs een fabriek van Cargill, dus kwam alles heel vertrouwd over. Ik heb maar een foto gemaakt voor Gery, dan kan ze zien hoe wereldwijd ze bezig is. Dat moet toch een trots gevoel geven? Of niet? In San Martin del Camino is een albergue met, geloof het of niet, aparte individuele kamers. Vannacht slaap ik dus alleen zonder gebrom, gezucht en verdere vreemde geluiden.