Categorie archief: 2013: Camino de Levante

Camino de Levante

Twee maanden zijn alweer voorbij gevlogen sinds ik op 5 juni weer thuis kwam. Maar de herinneringen aan de Camino de Levante zijn nog heel levend. Misschien komt dat ook omdat ik deze twee maanden bijna elke dag bezig ben geweest met mijn film, want dat was een heel karwei. Eerst heb ik alle niet ter zake doende beelden moeten wissen en daarna moest er een geheel van gemaakt worden. Bijna de hele tocht beleef je dan opnieuw: alle ontmoetingen en de schitterende landschappen.
Elke keer weer verwacht ik dat ik het nu wel gewend ben, maar het tegendeel is waar. Elke tocht is weer nieuw en ik kan daar heel erg van genieten.

De Camino de Levante, die vanaf Valencia naar Zamora gaat, is een reis door de eenzaamheid. Dikwijls wandel je hele dagen alleen, met slechts bij vertrek en bij aankomst een dorp of stad. Maar vooral in het voorjaar is de natuur soms adembenemend mooi. Heel veel bloemen overal en bloeiende bomen. En van tijd tot tijd heel mooie historische steden. Niet alleen grote steden zoals Toledo, Avila, Zamora zijn heel mooi om te bezoeken, maar het zijn toch vooral ook de kleine stadjes en dorpen waar je in het echte Spanje ontzettend aardige en behulpzame mensen ontmoet.

Na Zamora wordt het ineens drukker op de Via de la Plata, maar echt druk wordt het pas op de Camino Frances na Astorga. Daar zag ik binnen tien minuten meer peldrims dan in de vijf voorafgaande weken. Dat is even schrikken en ik had er een paar dagen spijt van dat ik deze route genomen had, maar ook dat heeft weer zijn goede kanten. Bovendien kon ik vergelijken met de eerste camino die ik liep in 2006.

Van dat alles heb ik dus een video gemaakt. Als je Everytrail aanklikt (Camino de Levante) in de linkerkolom, dan krijg je een kaartje te zien van Spanje met daarop mijn route ingetekend. Bij inzoomen zie je zelfs waar ik verkeerd gelopen ben. Automatisch gaat er een filmpje draaien en kun je dus zien wat er gebeurde vanaf Valencia. Bij elk puntje op de route hoort een filmpje. Nu zijn de kaartjes nogal klein, maar diezelfde filmpjes staan ook op You Tube en daar kun je ze op schermgrootte zien. Zoek op “Theo den Otter”. Klik dan op ‘Kanaal’. Onderaan staan dan de diverse afspeellijsten.
Alleen zie je dan natuurlijk geen kaart daarbij.

Ik hoop dat jullie een indruk krijgen van de reis waar ikzelf zoveel plezier aan heb beleefd.

Iedereen heel erg bedankt voor de reacties op alle mogelijke manieren. Ik heb het heel erg op prijs gesteld dat zoveel mensen geïnteresseerd waren.

Que te vaya bien y hasta la vista!

Saludos

Theo

De laatste dag

Theo-in-Finisterre-webVanmorgen heb ik zowaar een filosofische les uitgedeeld. Ik had een praatje met een Duits meisje en zei dat het jammer genoeg de laatste dag was. “Nee, hoor”, zei ze, “ik loop door naar Muxia en dan loop ik weer terug naar Santiago”. Ik zei wijs: “Luister naar me, dat moet je niet doen, je moet in het leven niet terug willen lopen. Dat kan niet. Accepteer dat Fisterra het einde van de camino is. Ik vind het ook niet leuk, maar het is gewoon zo. Als je dan per se terug wilt lopen, moet je helemaal terug naar huis lopen”. Dat vond ze toch wat ver.
Waarschijnlijk denkt ze nu: “Wat een ouwe zeikerd”, maar misschien zegt ze over twintig jaar: “Ik heb op de camino eens een ouwe man ontmoet en die zei………. ik vond het toen onzin, maar hij had gelijk”.
De laatste dag van de camino was een heel mooie dag. Het was stralend mooi weer en een genot om de laatste 32 km te lopen. Er zijn nu weer behoorlijk veel pelgrims onderweg naar Fisterra. Ik verbaas me nog steeds over het grote aantal albergues dat erbij gekomen is. Ik denk dat het aantal wel vervijfvoudigd is.
Ik heb nu twee keer de Camino Frances gelopen en ik denk niet dat ik het nog een derde keer doe, maar het stuk van Santiago naar Fisterra blijft een prachtige route.
Ik heb trouwens de hele camino gemakkelijk gelopen. Vorige keren had ik steeds een open plekje op mijn voet, maar dit keer zijn de voetjes heel gebleven, ondanks het feit dat ik soms per dag lange afstanden heb gelopen. Maar ik ben er nu op bedacht. Zodra het rood gaat zien, gaat er een algenpleister op en dat werkt prima.
Ik was van plan om vandaag meteen door te lopen naar de kaap en dan pas Margrit en haar zus te bellen, maar dat is niet gelukt. Er bereikten mij voortdurend sms-jes waar ik zat en dat zij op me zaten te wachten. Dan kun je toch niet zeggen: “Ik loop eerst door?” Ik kreeg uitleg dat zij in een blauw restaurant zaten aan het begin van het strand. Nou, hoe ik ook zocht, geen blauw restaurant te vinden. Toen ik belde zei Margrit: “Nee, het ligt niet aan het strand, maar aan de weg”. Goed, ik wandelde naar de weg en liep en liep…tot ik in Fisterra kwam en nog steeds geen blauw restaurant. Dus maar weer bellen. “O, dan ben je er voorbij gelopen”. Ik wist zeker dat dat niet zo was en toen bleek dat er tussen het strand en de weg nog een zandweggetje liep en dat daar het restaurant was. Nou ja, toen ben ik maar in het hotel gegaan en kwamen de dames me daar verwelkomen.
Begrijp me goed, ik vind het hartstikke leuk om ze weer te ontmoeten, maar ik ben dus nu al geen baas meer over mijn eigen tijd en moet gaan overleggen wanneer we naar de kaap zullen lopen. Geer zegt dat ik nu vast kan wennen aan het gewone leven. Nou, ik vind het maar niks. Maar ja, mijn eigen wijze les maar in praktijk brengen: zo is het nu eenmaal!

Theo de held

Vandaag weer 37 km gelopen en nog ben ik het lopen niet zat. Ik vertrok vanmorgen om half acht met mooi weer. Frisjes, maar droog. Aan het eind van de morgen kwamen er steeds meer wolken en viel er een spatje regen. Later ging het miezeren en was het weer poncho aan en poncho uit.
Toen ik door een dorpje kwam, stonden er aan de kant van de weg twee vrouwen van een jaar of dertig duidelijk te wachten. Ik dacht nog: “Waar wachten die nou op?’” Nou, dat bleek dus op mij te zijn. Toen ik dichterbij was, zag ik dat er midden op de weg twee hele grote honden lagen. De dames durfden er niet voorbij. Kijk, toen stond de ware held natuurlijk voor ze klaar. “Kom maar mee”. Dus ik liep voorop met mijn stok in de aanslag om de dames zo nodig te vuur en te zwaard te verdedigen. De dames liepen bijna op mijn hielen. Het was eigenlijk een beetje jammer dat de vijanden geen enkele poging deden om aan te vallen. Ze verroerden hun kop zelfs niet en er ging zegge en schrijve één lodderig oog open. Maar goed, dat deed aan de dankbaarheid van de dames geen afbreuk. Ik werd uitbundig bedankt en liep als een ware held met mijn neus in de lucht verder. Dat had ik beter niet kunnen doen. Elk stukje van de camino geeft zo zijn levenslessen, want omdat ik met mijn neus in de lucht liep, miste ik de afslag. Dus ik liep en liep. Omdat er geen zijweg kwam, wist ik niet eens dat ik verkeerd liep. Ik zag wel geen pijlen, maar ja, als ervaren pelgrim miste ik die zelfs niet eens. Ik dacht op den duur wel: “Hé, de wind kwam steeds van achteren en nu komt hij van voren”, maar ook die wenk begreep ik niet en liep vrolijk verder, steeds hoger de berg op. Ik zag ook geen andere pelgrims meer, maar er kwam eindelijk wel een zijweg. Daar stond ook geen pijl, maar moedig schreed ik nog een eindje voorwaarts. En zie, daar verscheen weer een pijl. Het vervelende was alleen dat deze pijl de kant op wees waar ik net vandaan was gekomen. Ja, toen zat er niets anders meer op dan deemoedig het hoofd te buigen en terug te lopen. Dat was dus 4 km extra.

horreos-web

Je ziet hier weer overal de horreos, vroeger gebruikt voor graan- en maisopslag, maar nu worden ze volgens mij niet meer gebruikt. Er zijn echt hele mooie, versierde exemplaren bij. Het is typisch iets voor deze streek.
Om half vijf was ik in Olveireo. Ik was vast van plan om nog één keer in een albergue te gaan slapen. Er was er altijd maar één hier. Nu waren er drie bijgekomen en zijn er dus vier, maar allemaal vol, er kon geen kip meer bij. Dus uiteindelijk moest ik toch uitwijken naar het hotel en daar was nog precies één kamer vrij.
Het geeft allemaal een spijtig gevoel: voor de allerlaatste keer mijn wasje doen, voor de allerlaatste keer mijn batterijen opladen en denken: “Eigenlijk hoeft dit al niet meer”.
Morgen is mijn allerlaatste caminodag. Aan alles komt een eind en ik heb weer een geweldige tijd gehad, dus ik heb niets te mopperen. Ik ben ook weer blij om naar huis te gaan, maar toch…….

Toegift

Ik ben aan de toegift begonnen, nog even drie dagen lopen naar Fisterra. Het is nu heel rustig op de route. Ik denk dat Spanjaarden dit over het algemeen laten zitten, want die zie ik nu bijna niet meer. Het was vandaag goed weer. Het was droog en meestal was er zon. Het is wel fris, maar lekker om te wandelen. Bijna iedere wandelaar is na het slechte weer verkouden en loopt te snotteren. Ik ben ook maar mee gaan doen.

Ponte-de-Maceira-web

Er was veel water in de waterval bij Ponte de Maceira, meestal is er veel minder water. Het hotel dat er staat was weer leeg. Er heeft al van alles in gezeten, maar kennelijk lukt het niet. Geen wonder, want niemand stopt daar al. Het is en blijft wel een schilderachtig plekje.
Ik was om één uur vanmiddag al in Negreira, waar ik ‘altijd’ slaap (sprak hij arrogant), maar ik kom tot de ontdekking dat ik te vroeg ben gestopt. Vroeger was hier de enige mogelijkheid tot overnachting, maar in die zeven jaar zijn er heel veel albergues bij gekomen en ik zag nu dat er 10 km verderop ook één was. Dat had ik beter kunnen doen, want morgen is het een heel eind, herinner ik me. Maar ja, nu is het te laat.
Ik heb natuurlijk zin om weer naar huis te gaan en thuis te zijn, maar ik heb het ook nog steeds geweldig naar mijn zin hier. Overigens zal ik thuis veel moeten zonnebaden in de tuin, want ik heb wel een hele bruine kop en bruine armen en onderbenen, maar de rest is nog melkflessen-wit. Het moet nu wel snel mooi weer worden daar, want ik kom er bijna aan!

Ik ben er!

vlag-nl-web schelp-web vlag-sp-web

Gisteravond heb ik met vier Zweden een heel gezellige avond gehad. We hebben ontzettend gelachen. Zij hebben de humor, die ons ligt. Ze kunnen ook zichzelf in de maling nemen.
Vanmorgen dreigde het te gaan regenen, ik voelde al een paar spatjes. Maar gelukkig heeft de regen niet doorgezet en is het de hele dag droog gebleven. Geen zon en grijze luchten, erg fris, maar geen regen.
Ik heb gelopen en bij elke stap kwam Santiago dichterbij. Om kwart voor tien was ik bij Lavacolla, de plaats waar de pelgrims zich vroeger moesten wassen voor ze de stad in kwamen om het ergste vuil eraf te spoelen. Om elf uur liep ik langs de startbaan van het vliegveld. Toen ben ik eerst maar iets gaan eten om het eind van de camino nog even uit te stellen.
Maar ja, hoe je ook treuzelt, het moet er toch van komen.
Om half vier liep ik het plein van de kathedraal op en…… ging de zon schijnen. Ik kwam nu voor de zesde keer aan en was ervan overtuigd dat het me niets meer zo doen. Dat kan een mens wel denken, maar op de een of andere manier is het toch weer een bijzonder moment. Ik ben heel blij dat ik het weer gehaald heb…..en…..ik vind het weer jammer dat het nu (bijna) afgelopen is.
Het was niet druk. Op het pelgrimskantoor waren maar vier mensen voor mij. Nu heb ik dus mijn zesde credencial binnen!
Ik heb een prachtige tocht gemaakt en het weer geweldig naar mijn zin gehad. Het is toch iedere keer weer anders. Niet alleen wat de natuur betreft, maar ook de rest. Ik heb nu veel minder mensen gezien, maar als ik terugdenk aan die ontmoetingen waren die allemaal leuk en mooi. Toen ik Santiago binnenliep hoorde ik ineens een luid gebrul. Dat was de Italiaanse Belg, die ook vandaag aangekomen is. Zo zie je elkaar dan toch weer terug.
Vandaag blijf ik verder in Santiago, ik heb een prima hotel gevonden met gratis internet, dus ik kan de terugreis boeken. Morgenochtend vertrek ik dan alweer richting Fisterra. Margrit en haar zus zijn daar zondag en Margrit heeft al een hotel voor me besproken daar. Ik hoop dus zondagmiddag in Fisterra aan te komen. Maandag ga ik dan met de bus terug naar Santiago en daar blijf ik dan nog een dag. Als er nog plaats is, kom ik dan woensdag met het vliegtuig thuis en kan ik weer aan de afwas!

De pelgrims spoelen aan

regen-web modderschoenen-web

Tjonge, jonge, jonge, wat een verschrikkelijk weer was het vandaag. Het leek de zondvloed wel. Het water kwam met bakken uit de hemel, de hele dag. Het was heel verschrikkelijk. Op den duur wordt alles drijfnat, want de poncho is tegen zoveel water niet bestand. De temperatuur is ook laag, dus dan word je erg koud.
De paden zijn veranderd in grote modderpoelen en dan moet je al glibberend en glijdend door de modder de berg op klauteren. Mijn broek en schoenen zien er niet meer uit, een en al modder en slik.
Onderweg heb ik een praatje gemaakt met een mevrouw uit België, die stond te bibberen onder een afdakje. Ze zag er de lol niet meer van in. Het was haar erg tegengevallen. Ze had het boek van Hape Kerkeling gelezen en de film My Way gezien. Nou, zo was het helemaal niet, hoor. Het is een hele drukke route en de mensen zijn ook helemaal niet zo aardig in de refugio’s. Kortom, als het morgen nog zo regent, neemt ze de bus en gaat naar huis. Ik heb haar verteld dat de andere camino’s veel en veel rustiger zijn en dat dit min of meer een ‘toeristische camino’ is geworden, maar ja, daar had ze natuurlijk niet veel aan, ze loopt nu hier.
Ik heb braaf gelopen natuurlijk, weer en wind trotserend. Ik liep over een Romeins bruggetje en zag toen ineens de refugio, waar ik zeven jaar geleden heb geslapen. Toen was er helemaal niets, geen bedden zelfs, je moest op de grond slapen. Nu staan er keurige bedden en er is een nieuw restaurant bijgebouwd. Ik ben doorgelopen en heb de geplande 25 km gelopen. Toen zag ik op een afslag een bordje ‘refugio’ en daar ben ik dan ook afgeslagen. Het dorp, waar ik nu zit, heet Salceda en ik kreeg een kamer voor mij alleen op voorwaarde dat ik die, als het druk zou worden, moet delen.
Na mij spoelden nog vele armzalige pelgrims hier aan, allemaal doorweekt, koud en vies. De refugio zit nu vol en ik heb een ‘slapie’ gekregen: een Poolse schone, Silvia, die in Italie woont en Duits spreekt. Je kunt het slechter treffen. Om half acht kunnen we met zijn allen hier in het restaurant eten, dus dan kunnen we eens lekker uitgebreid klagen hoe erg het vandaag was.
Morgen hoop ik in Santiago aan te komen. Ik was van plan om daar weer een dag te blijven, maar kreeg een sms-je van Margrit, dat zij zondag in Fisterra is. Misschien kunnen we nog iets afspreken en dan loop ik de volgende dag weer door. Ja, en dan moet de thuisreis worden besproken en is het voor dit jaar weer voorbij!

Van de drup in de regen

fotoTheo-web

Gisteravond heb ik met een Duitser uit Frankfurt gegeten in een overvolle bar. Er was maar één meisje dat bediende, dus als je eindelijk je eten kreeg was het al half koud. Maar daarom niet getreurd, dan heb je volop tijd voor een babbeltje. Hij heeft Russisch gestudeerd, maar heeft nu een baan in de IT, dus aan die studie heeft hij niets. Het was wel gezellig zo.
Vanmorgen toen ik wegging was het nog droog, maar koud. Na een half uur was het al mis, iedere keer een bui en dan weer droog, dus poncho aan-poncho uit. Daarna was het probleem van de poncho opgelost, want de regen kwam met bakken uit de hemel vallen. Om twaalf uur was ik in Melide en ik dacht: “Ik stop!” Nu zit ik in een mooi hotel met een zaal van een kamer, eigen badkamer met bad en een buitenruimte, waarvan ik de ramen naar believen allemaal open kan doen of dicht laten en waar ik mijn welverdiende sigaartje heb gerookt. Die moest ik trouwens eerst gaan kopen, want ze waren op. Dit hotel heeft toch maar één ster en kost maar € 30. Er is geen peil op te trekken. Soms heb je een veel minder hotel en betaal je meer. Hier is ook internet. Ik ben net drie kwartier bezig geweest om foto’s te uploaden en het is eindelijk gelukt.
Bij aankomst was ik de enige gast in het hotel, maar nu zijn de bussen met de pseudo-pelgrims gearriveerd. Ik moet mijn hoofd in nederigheid buigen, want daar zit ik nu dus wel tussen.
Ik heb al een paar dagen niet lekker gegeten, dus ik dacht: “Vanavond ga ik het ervan nemen”. Om kwart voor zeven stapte ik een restaurant binnen. Veel te vroeg natuurlijk, de keuken was nog niet open en ik moest wachten. Het is hartstikke koud, dus ik heb een pilsje genomen en ben in de bar gaan zitten. Een kwartiertje later komt er een andere pelgrim binnen die mij vraagt of je hier kunt eten. “Jawel, maar je moet wachten”, zeg ik, “Kom erbij zitten en neem een pilsje van mij”. Dus wij wachtten nu met zijn tweeën. Jorgen is een Deen en heeft 15 jaar gewerkt in Afrika en China bij ontwikkelingshulp. Nu loopt hij voor de eerste keer de camino, want hij wist voor die tijd niet dat het bestond. Op zich is dat niet zo wereldschokkend, maar…… hij is 80 jaar! Bij hem vergeleken ben ik dus een broekie en dat geeft hoop voor de toekomst. Het was heel gezellig en bovendien kwamen er steeds meer mensen die ook wilden eten. Op den duur zaten er minstens twaalf mensen te wachten, maar de keuken ging geen minuut eerder open. Jorgen en ik als noorderlingen hebben ons daarover verbaasd. Bij ons zou allang gedacht worden: “Laten we maar eerder beginnen, anders lopen de klanten weg”. Hier dus niet. Wie is nu het slimste?
Maar het wachten is beloond met heerlijk eten, dus ik kan er weer tegenaan!

Pseudo-pelgrims

Gisteravond hebben we een hele verhandeling gehouden over Gaudi. We, dat zijn de Australiër, twee zussen uit Litouwen, die in Londen wonen en ik. Het is wel leuk om te zien hoe iedereen het vanuit zijn eigen hoek bekijkt. Ik zei dat ik het werk van hem niet echt mooi vond, een beetje Efteling-achtig. De zussen vonden het leuk, omdat zoiets in Engeland gewoon niet kan, maar hier in Spanje kan alles. De Australiër zei dat ze in Australië helemaal niets hebben. Hij gaat trouwens na de camino nog een maand reizen met een Europapas. Daarmee mag hij minstens tien dagen in alle treinen reizen.

Vandaag is er is niet veel gebeurd. Ik heb 32 km lekker gelopen. Ik ben vertrokken in de mist, bij Portomarin werd het mooi weer en zonnig, vanmiddag betrok de lucht weer en nu is het 11 graden. Arme ik zonder trui. Ik had natuurlijk kunnen stoppen in Portomarin, maar daar had ik niet zoveel zin in. Tussen Portomarin en Palas de Rei is niet veel, alleen boerendorpen en om daar nou een hele middag te moeten rondhangen is ook niet echt leuk. Dus ben ik doorgelopen naar Palas de Rei. Ik ontmoette vandaag trouwens ook Carlos de Spanjaard weer, die kwam me achteraan hollen. Dat was even gezellig, maar ik heb hem door laten lopen, want hij loopt veel harder.

Palas de Rei vond ik de vorige keer geen leuk dorp en nu nog niet. De albergue waar ik vorige keer heb geslapen, kon ik niet meer vinden. Ik kon me vandaag trouwens ook heel weinig van de route herinneren, maar volgens mij regende het de vorige keer keihard. Ik slaap nu in een ‘hotel’. De naam doet meer vermoeden dan het is. Ik heb een kamertje waar een enorme kledingkast in staat en een bed. Dat is het, er is zelfs geen nachtkastje. Wassen en douchen moet op de gang. Dat is niet zo erg. In die kledingkast zit een gat en daarin zit een raampje dat uitziet op een andere kamer. Aan de andere kant heb ik twee raampjes die uitzien op een soort keuken. Veel uitzicht heb ik dus niet, maar dat geeft niet, ik slaap toch.
Ik heb gevraagd naar een goed restaurant en ze hebben mij een café gewezen, maar volgens mij is het daar geen haute cuisine. Het kan natuurlijk meevallen, maar zo langzamerhand begin ik ze te kennen en hier heb ik niet veel hoop op.

Het was vandaag op sommige stukken echt massaal druk. De vorige dagen was het echt veel en veel rustiger. Ik ben er nu achter hoe dat komt. Er rijden hier touringcars met zo’n vijftig mensen erin en die worden met zijn allen ergens langs de route, waar het makkelijk lopen is, gedumpt. Dan mogen ze ook een stukje camino lopen. Ze hebben natuurlijk geen bagage bij zich, alleen soms een piepklein rugzakje en, lach niet, de dames hebben natuurlijk hun handtas bij zich. Het is geen gezicht. Er liep een echtpaar zo langzaam, dat de reisleider een eindje verder op hen stond te wachten, aangezien de rest van de groep al verder was. Ik zeg tegen iedereen: “Buen camino”, natuurlijk ook tegen deze pseudo-pelgrims. En sommigen kijken dan toch echt wel wat genant.

Het leukste is echter tussen de middag. Dan zitten in het restaurant de pelgrims een boccadillo te eten met een pilsje erbij. We zijn allemaal een beetje slonzig, niet direct in het beste pak natuurlijk. Verderop in het restaurant is dan een enorme, keurig wit-gedekte tafel met borden, bestek en fraaie wijnglazen en daar strijkt dan de groep pseudo-pelgrims neer. Als ze beginnen te eten, heffen ze het glas en brengen een toost uit op de camino. Geweldig om het verschil te zien.

Ik ben nu nog ongeveer 70 km van Santiagio vandaan, dus een dag of drie lopen. Dit keer zal ik waarschijnlijk niet tijdens het weekend in Santiago zijn en zal het wierookvat niet voor mij zwaaien.
Dat heb ik al vaak gezien, dus zo erg is het niet.

Alles gaat prima, prima

Deze omweg is echt de moeite waard. Tot Sarria heb ik alleen gelopen over een prachtige route, die wel steeds op en neer ging. Ik had genoeg tijd om te bedenken hoe dom ik gisteren ben geweest. Er was namelijk gisteravond een mis in het klooster, er schijnt prachtig gezongen te worden, maar ik ben het gewoon helemaal vergeten. Nou ja, niets meer aan te doen.
Sarria herkende ik nog goed. De VVV was open en daar zijn ze nog net zo vriendelijk als zeven jaar geleden. Ik ging de deur uit met een heleboel folders van albergues, refugio’s, etc. Ik zag ook weer de bar, waar zeven jaar geleden een Spaans echtpaar werkte, dat jarenlang in Frankrijk heeft gewerkt. Dus ik ging even kijken binnen of ze er nog waren. En ja hoor. Dus ik riep blij: “Ik herken u van zeven jaar geleden”. Belangrijkste vraag van de man: “Ben ik erg dik geworden?” cafebaas-Sarria-web

Zijn vrouw kwam er ook gezellig even bij. Ze was in de keuken pannekoeken aan het bakken, dus ik zei: “Ja, die wil ik”. Toen heeft ze voor mij een extra dikke pannekoek gebakken met een laag suiker erop. Ik heb gesmuld, wist niet dat een doodgewone pannekoek zo lekker kon zijn. Ik heb meteen Gery gebeld om dit te melden en deed dat in het Frans. Ze stond te stralen. Dat zijn toch steeds van die leuke dingen.
Enfin, ik ben weer doorgelopen en realiseerde me pas 3 km later, dat ik net zo goed in Sarria had kunnen blijven. Ook daar was niets meer aan te doen, want deze pelgrim loopt niet terug natuurlijk. Maar toen ik later een albergue zocht, heb ik er drie gehad die alledrie vol waren.

cruceiro-web casa Cruceiro in Ferreiros

Uiteindelijk vond ik een plaatsje in Ferreiros en een heel mooi plaatsje ook. Aan de weg staat het oude gebouw. Daar moet je je melden en betalen en daar is ook het restaurant. Achter dit gebouw in de heuvel staan spiksplinternieuwe slaapzalen. Er waren nog drie bedden vrij, helaas allemaal bovenbedden en daar ben ik niet gek op, want het is altijd een geklauter als je er even uit moet, maar ik heb in ieder geval een bed. De andere twee bedden waren in een mum van tijd ook vol en daarna zijn er al heel wat mensen doorgestuurd.
Er zit hier weer van alles en nog wat: een Italiaan die in België woont, een Australiër, Spanjaarden, een Engelsman. Dat is wel gezellig om een praatje te maken met al die verschillende vogels.
Net kwam er een meisje binnen dat witte kniekousen en sportschoenen aan had. Boven die kniekousen waren hele lange stukken bloot been en daarboven een korte broek. Zo kort dat iedere man zijn ogen uitkeek. Daarboven had ze een windjack aan en verder droeg ze………een ijsmuts en handschoenen! Dat was een komisch gezicht.
Ook hier dus veel leuks te beleven, maar als ik heel eerlijk ben gaat mijn voorkeur toch uit naar de Camino de Levante. Niet omdat het hier zo druk is, want dat valt overdag echt heel erg mee. Maar het is allemaal wel erg professioneel geworden. Om een voorbeeld te noemen: zeven jaar geleden moest ik, als ik bij een beekje kwam, de schoenen en sokken uitdoen en dan door het beekje naar de overkant waden. Nu liggen er keurige stapstenen in het water, zodat je zo over kunt steken. Erg makkelijk, dat wel, maar het avontuur is er wel een beetje af. Als je de camino voor de eerste keer loopt, is het denk ik heel handig om de Camino Frances te nemen. Het is allemaal goed georganiseerd en de route is heel duidelijk aangegeven. Ik vond het wel aardig om zelf de weg te moeten vinden en zelf op zoek te moeten naar een plek om te slapen. Ik heb er absoluut geen spijt van dat ik voor de Camino Frances heb gekozen nu, het is en blijft leuk, omdat ik nu veel dingen herken en zie wat er veranderd is.
Ik heb vandaag 28 km gelopen en zit nu weer op de gewone route. Morgen op naar Portomarin en verder.

Via Samos

Vanmorgen ben ik vertrokken na een goed ontbijt en na alles netjes betaald te hebben, althans, dat dacht ik. Ik had nog net genoeg geld in de beurs. Het was heel verschrikkelijk koud en ik heb juist mijn trui weggegooid om het gewicht van mijn rugzak te verminderen. “Heb ik toch niet meer nodig”, dacht ik blij. Het was zo bar koud, dat ik steeds mijn stok van hand moest wisselen, zodat ik dan een hand in mijn jaszak kon laten opwarmen. Als de zon dan eenmaal opkomt is het binnen een uur heerlijk warm, dus zo heel erg lang duurde de beproeving nou ook weer niet.
Na 3 km ongeveer ging mijn telefoon. Ik dacht dat het Gery was, maar het was de beheerster van de refugio waar ik vannacht geslapen heb. Ze begon een heel verhaal in het Spaans waar ik geen bal van begreep, behalve dat ze steeds vroeg waar ik was. “Waarom wilt u dat weten?”, vroeg ik en toen bleek dat ze vergeten was het eten op de rekening te zetten. Het was helemaal haar fout, maar misschien wilde ik het alsnog betalen? Als ik een paar minuten wachtte, zou ze met de auto van de bakker naar me toekomen. Ik heb braaf gewacht en inderdaad, na tien minuten kwam er met vervaarlijk hoge snelheid een bakkersauto aan gereden, die remde dat het gierde en waaruit de beheerster rolde. Duizend excuses en duizendmaal dank dat ik het eten nog wilde betalen. Met het bijeenrapen van al mijn kleingeld kon ik nog net ook het tientje van het eten betalen. Heerlijk land.
Het is nu constant afdalen en het was een heftige afdaling naar Triacastela. In Triacastela wist ik nog goed de weg en ook dat de beste bar aan het einde van het dorp is. Daar heb ik koffie gedronken en een tostada gegeten. Daar heb ik ook besloten de omweg te nemen naar Samos om het klooster te bekijken. Dat heb ik vorige keer niet gedaan, dus nu is het leuk een andere route te nemen. En ik heb zeker geen spijt van die omweg, want het is echt de moeite waard. Ik liep bijna 12 km helemaal alleen, niemand voor en achter me, door een kloof langs een riviertje met watervalletjes en een oude watermolen. Het was echt heel mooi.
Toen moest ik weer naar boven en heb een stukje met een Engelsman gelopen. Opeens zagen we toen in
het dal het klooster liggen, een mooi gezicht.

klooster-Samos-web

Toen zijn we weer de diepte ingegaan en in Samos vond ik tweehonderd meter na het klooster een hotel. Ik kreeg de allerlaatste kamer op de vierde verdieping onder de hanebalken. Het wemelt hier van de toeristen. Ik was net op tijd voor het eten en kon zo aan tafel schuiven. Ik heb lekker gegeten: vooraf heerlijke asperges en daarna een malse biefstuk. maar die was koud van binnen en die heb ik brutaal teruggestuurd. Ik kan merken dat ik hier gewend begin te raken, want dat zou ik aan het begin van mijn tocht niet gedaan hebben. In mijn beste Spaans heb ik uitgelegd waarom en…. het lukte. Ik kreeg een nieuwe, warme biefstuk en daarna kwam de ober wel zes keer vragen of de biefstuk nu goed was.
Na de douche en mijn wasje ben ik naar het klooster gegaan voor een rondleiding. De kaartjes werden verkocht door een jonge vrouw met een baby op haar buik in zo’n hangzak. Na twee minuten kon ik met de rondleiding mee en bevond me plotseling in een grote groep bejaarden. Die moesten overal fotootjes maken van de hele groep, dus dat schoot niet op. Maar de kaartverkoopster kwam, met de baby op haar buik, hard aangerend en maakte duizend excuses. Ze had me met de verkeerde groep meegestuurd. Ik moest natuurlijk niet met de bejaarden mee, maar met de groep pelgrims. Zie je nou wel, dat ik nog een jonge god ben? Ze pikte me er zo uit.
Ik werd trouwens direct gestraft voor mijn hoogmoed, want de gids van de pelgrimsgroep hield niet van treuzelen. We moesten op een holletje achter haar aan rennen.
Ik heb het nog steeds geweldig naar mijn zin. Laat ik het zo zeggen: de afwas lokt nog niet!

Klimmen, klimmen, klimmen

Om half acht ben ik vertrokken en toen moest ik klimmen van 600 meter naar 1360 meter. Het was erg steil, maar een wondermooie route. Het was vandaag heel rustig, ik heb af en toe uiteraard wel een pelgrim gezien en een praatje gemaakt, maar het viel erg mee met de drukte. Ik heb lekker gelopen.
In O Cebreiro ben ik de kerk ingelopen om het wonder te aanschouwen. Er schijnt een priester geweest te zijn die de mis las, maar in de kerk was alleen maar één boer, die omhoog was geklommen. De priester vond het maar niks en vond de boer eigenlijk een ezel omdat die helemaal naar boven was geklommen voor een beetje brood en een slokje wijn. Op dat moment veranderde de hostie in vlees en de wijn in bloed. Dus Dus God strafte meteen.

cebreiro-kelk-web

In de kerk zijn nu het betreffende schaaltje en de wijnkelk te zien. De kelk wordt ook wel de Gallische graal genoemd en er zijn bedevaarten naar toe. Er branden ook heel erg veel echte kaarsen en ik heb er ook een kaars opgestoken voor al mijn vrienden en familie.

Verder heb ik er ook een Gallisch huis bekeken Dat zijn heel lage huizen van stenen uit de bergen met een heel groot rieten dak, bijna tot op de grond. cebreiro-huis-web

Al snel koffie

Het voordeel van de Camino Frances: je gaat om half zeven weg en om tien voor zeven kun je al koffie krijgen! Ton, bedankt voor je routebeschrijving met plaatsen en overnachtingen. Ik moet zeggen dat ik de route van vandaag wel goed herkende. Maar wat een verschil met zeven jaar geleden. Ik herinner me dat we toen op een autoweg liepen en iedere keer opzij moesten springen voor de auto’s. Nu ligt er een keurig wandelpad langs de weg. Alles is dus goed georganiseerd en geprofessionaliseerd. Je kunt ook alles krijgen onderweg wat je nodig mocht hebben. Het nadeel is toch wel de grote drukte. Onderweg overdag gaat het nog wel, maar op de Camino de Levante was het spannend omdat ik niet wist of er ergens wel slaapgelegenheid was, hier is het spannend of er nog wel ergens plaats voor je is. Daar moet je echt rekening mee houden, dus je kunt niet ergens laat aankomen. Dus Ton (andere), je hebt gelijk om richting Ourense te kiezen. Als ik dit van tevoren had geweten, had ik dat misschien ook wel gedaan. Hoewel? Vanwege het grote verschil is dit toch ook wel weer erg leuk. En hier heb je het Cruz de Ferro. Dat maakte toch weer veel indruk op mij. Het was lekker dat ik daar nu alleen was. Als je die berg stenen ziet, denk je onwillekeurig: “Dit is een berg vol emoties”.

Gisteravond om half tien kwam er nog een stel mensen aan. Zij hadden hun bagage allemaal in een winkelwagentje geladen. Bovenop zat een kat. Hij moest de kar duwen en zij moest overal gaan vragen of er nog plaats was. Het was een zot gezicht, maar ja, ieder zijn camino.
Gisteravond heb ik een Nederlander ontmoet, die ook Theo heet en precies even oud is als ik. Hij is op zijn zevende jaar geëmigreerd naar Australië, maar vertelde dat hij zich nog altijd meer thuis voelt in Europa dan in Australië. Hij spreekt ook nog perfect Nederlands. Zijn vrouw is een echte Australische, maar vindt Europa ook leuker. Een aantal jaren geleden is hij in zes jaar tijd met een zeilboot van Australië naar Amsterdam gevaren en is vervolgens anderhalf jaar met zijn boot hier blijven liggen. Hij heeft ook in Zaandam bij het eiland gelegen en zijn oudste zoon is in Zaandam op school geweest.

Toen ik vanmorgen vertrok, ben ik twee keer iemand voorbij gelopen, die aan de kant van de weg in de slaapzak lag te slapen. Ik weet niet of dit bij gebrek aan een albergue was of omdat ze ervoor gekozen hebben.
Het is nu prachtig weer geworden. Althans, dat vind ik, want vanmorgen passeerden mij twee Spanjaarden die er kennelijk heel anders over dachten: zij liepen diep weggedoken in een winterjack en met handschoenen aan. Ik liep daarentegen in korte broek en in T-shirt. Zeg nou zelf: bij 24 graden hoef je toch niet meer in je winterkleren te lopen?

Om één uur ben ik na 24 km gestopt in Vega de Valcarre en ik zit nu in een paradijselijke refugio, minstens vier sterren waard. Stel je voor: een woonhuis, waar op de eerste verdieping de eigenaar woont en waar beneden een slaapzaal voor maximaal twintig personen en een restaurant is. Stel je vervolgens voor dat er warme douches, een wasmachine en een droger zijn. Maar stel je vooral voor dat er een tuin is met een gazon, waar zonnestoelen en parasols zijn. En stel je dan ook even voor: Theo, die in zo’n stoel aan de oever van een kabbelend beekje aan het eind van de tuin zijn sigaartje zit te roken! Ik weet het, het is misschien pijnlijk voor jullie.
Straks keer ik weer terug tot aardse sferen en ga kijken of ik ergens onderbroeken kan kopen, want door mijn voorzichtige behandeling komen er overal gaten in. Dan ga ik vervolgens kijken wat ik uit mijn rugzak weg kan gooien. Maar nu eerst nog even genieten!

Ik heb tot mijn schrik net een bordje op de deur zien hangen, waarop staat dat het naar Santiago nog maar 170 km is. Kijk, dat had ik nu even niet hoeven te weten!

De mooiste credencial

Het was een heel erg mooie dag. Het weer was prachtig, vanmorgen zo’n 18 graden en vanmiddag 24 graden. Heerlijk weer om te wandelen dus. En dat heb ik 24 km lang gedaan. Onderweg viel de drukte eigenlijk best mee. Het eerste stuk liep ik zelfs helemaal alleen. Daarna waren er wel meer mensen, maar het was niet echt heel erg druk. Onderweg heb ik drie charmante dames ontmoet uit St. Franciso en San Diego. Die hebben mij koekjes gegeven, want ze hadden veel te veel koekjes gekocht en dat was te zwaar.
Ja, op deze camino ontmoet je wel weer veel mensen van allerlei soort en dat is ook wel weer erg leuk.

sinaasappels-web pers-web sap-web

Onderweg kwam ik langs een meneer en die had een tafeltje buiten staan met sinaasappels en bananen. Daar mocht je zoveel van nemen als je wilde. Er stond een persje bij, zodat je de sinaasappelen kon uitpersen en een glas vers sap maken. Wat het kostte? “Je geeft maar wat je kunt missen”. Geweldig toch? En het mooiste is dat hij in plaats van een stempel een mooie tekening maakte in mijn credencial. Het duurde een kwartiertje, maar nu heb ik de mooiste credencial van de camino!
Al valt onderweg de drukte wel mee, in de refugio’s is het gigantisch druk. Al mijn volgelingen die me zo graag in een refugio zien slapen in plaats van in een parador, kunnen nu tevreden zijn. Ik lig in de refugio van Cacabelos. De refugio is om de kerk heen gebouwd. Het zijn allemaal hokjes van niet meer dan een meter of twee in het vierkant. In die hokjes staan twee stapelbedden en omdat het zo druk is, ligt er tussen die twee stapelbedden nog een matras. Ik moet zuinig zijn met mijn mobiel, want iedereen wil uiteraard opladen en ik kom er gewoon niet tussen. Zo zie je maar weer: elk voordeel heeft zijn nadeel en omgekeerd.

Geen plaats in de herberg

Vanmorgen ben ik fris en monter om kwart over zeven vertrokken uit Astorga. Het is mij gisteren uiteindelijk toch gelukt een schijfje voor de camera te bemachtigen, dus er kan weer gefilmd worden. Het wordt wel wat eentonig om te vertellen, maar ik wandel, wandel, wandel. Ik wandel tezamen met enkele honderden pelgrims nu. Vanmorgen heb ik in twee uur tijd vaker “Buen camino” geroepen dan in de zes weken hiervoor. In het begin loopt natuurlijk iedereen bij elkaar, later dunt het wel meer uit.
Vorige keer heb ik in Rabanal geslapen, nu heb ik er een boccadillo gegeten en chocolademelk gedronken. De bedoeling was dat ik vandaag tot Foncebadon zou lopen. Toen ik daar aankwam, betrok net de lucht, het werd bewolkt en donker. Ik dacht: “Ja, wat moet ik hier eigenlijk de hele verdere middag zitten doen? Als ik nu doorloop naar het cruz de Ferro loop ik achter de hele meute aan en is het daar wellicht lekker rustig”. Zo gedacht, zo gedaan. De route naar boven is erg mooi en inderdaad was het erg rustig bij het cruz de Ferro. Dat was heel prettig en ik heb aan jullie allemaal gedacht. Ik was eerst helemaal alleen, later kwam er een Hollander op de fiets. We hebben een praatje gemaakt, foto’s van elkaar genomen, samen een reep chocola gegeten en een sigaartje gerookt. Daarna zijn we ieder weer onze eigen weg verder gegaan.

Cruz-de-Ferro-web

De eerste refugio die ik bij het afdalen zag was in Manjarin. Dat was helemaal niks, een ‘Peppie-en-Kokkie’-refugio. Allemaal borden en vlaggen aan de buitenkant en een of andere alternatieveling die de refugio beheert. Dus ik ben doorgelopen naar El Acebo. Het pad naar beneden was een moeilijk pad met veel losse stenen en zo, maar alles ging prima. De problemen begonnen pas in El Acebo zelf. Ik ging naar de eerste herberg: vol, ik ging naar de tweede: vol, ik ging naar de derde: vol. Dan maar naar een casa rural. Die is wel duurder, maar je moet toch wat. Ik ging naar de eerste casa: vol, ik ging naar de tweede: vol, ik ging naar de derde: vol, ik ging naar de vierde: vol! Toen waren alle overnachtingsplaatsen op. In de casa, waar ik het laatst was, zei de eigenaar: “Ik heb een collega in het volgende dorp en ik denk dat hij misschien wel plaats heeft, ik bel hem wel even. Meestal komt hij je dan hier ophalen”. Dat leek me wel wat. Er werd gebeld en gelukkig was er nog een kamer voor mij. Maar de mevrouw daar was er alleen en verwachtte nog gasten, dus kon me echt niet op komen halen. Dus zat er niets anders op dan nog maar eens 3,5 km naar beneden te lopen. Naast de route loopt de autoweg en die wordt volgens mij alleen maar gebruikt door fietsende pelgrims en busjes, waarin pelgrims vervoerd worden. Maar ik liep en liep.

Al met al heb ik vandaag vanaf vanmorgen kwart over zeven tot vanavond half zeven gelopen en de respectabele afstand van 42 km afgelegd! Gery vond het zielig voor me, maar dat was het niet. Het was toch een hele mooie dag voor me met mooi weer en maar even dreigende wolken, waar toch geen regen uit kwam.
En als beloning zit ik nu in Riego de Ambros in een schitterende kamer met een badkamer en…. een balkon om in de zon lekker mijn sigaartje te roken. Dat alles kost me maar € 20. Dus niemand hoeft medelijden met me te hebben.

Camino Frances

Elke dag is het hier mooi weer tot de middag en na de middag betrekt de lucht en verdwijnt de zon. Maar goed, zolang het maar droog blijft mopper ik niet.
Vanmorgen waren we de sleutel van de albergue kwijt. Die moesten we in een bakje leggen. Ik heb dus aan iedereen gevraagd waar die sleutel gebleven was. Niemand had hem en toen bedachten we gezamenlijk dat de beheerster de sleutel had meegenomen. Dus trokken wij de deur achter ons dicht en vertrokken. Ik heb tegen Carlos gezegd dat hij gewoon door moet lopen, want hij loopt veel harder dan ik. Ik wil gewoon mijn eigen tempo lopen. Bovendien kletst hij je de hele dag de oren van je hoofd. Het is een aardige knul, dat wel, maar ik loop net zo lief alleen. Na 1,5 km zag ik al een bar, dus snel naar binnen voor de koffie. Dan kan ik meteen mijn medicijnen innemen, dus ik greep in mijn broekzak naar de medicijnen en wat haal ik tevoorschijn? Juist, de sleutel van de albergue. Dus na de koffie eerst maar weer 1,5 km terug om de sleutel af te leveren.
Het was vandaag een hele mooie route. het leek wel een beetje op de Veluwe: zandgrond, bossen met grote open stukken ertussen, erg mooi. Ik heb een hert gezien en een buizerd, maar beiden deden niet aan public relations voor de natuur, want ze stopten niet even om zich te laten filmen. De wegen waren goed begaanbaar, het waren zandwegen en dat loopt lekker. Bovendien zag ik af en toe in het zand een boodschap in grote letters van Carlos: “Theo, animo”. Wij zouden zeggen: “Houd er de moed maar in”.
Ongeveer 5 km voor Astorga klopte mijn gidsje niet meer, ik zag ook geen gele pijlen meer en ben daardoor 4 km omgelopen, dus ik heb er vandaag 28 km opzitten. Ik was weer van plan om het eerste het beste hotel te nemen, dat op mijn weg kwam en dat heb ik dus gedaan. Ik zit nu in een eenvoudig pensionnetje, maar er is niets op aan te merken en ik betaal nu € 20. Vanmiddag heb ik er gegeten voor € 9. Ja, ik kan ook wel eens zuinig zijn, hoor.
Na het eten ben ik op zoek gegaan naar een goede fotowinkel voor een schijfje in mijn camera, want het schijfje dat ik een paar dagen geleden heb aangeschaft, is volgens mij voor een mobiele telefoon. Ik wil niet het risico nemen dat ik niet meer kan filmen onderweg, dus toen ik zo gauw geen winkel zag, dacht ik: “Even naar de VVV”. Mooi mis, het is maandag en dan is de VVV gesloten, ook op tweede Pinksterdag. Lijkt me niet zo handig op een feestdag, maar ja.
Ik ben nu weer op de Camino Frances en ik ben meteen in een andere wereld. Alles is hier te koop: wandelstokken, petjes en weet ik wat al niet meer. Alle dingen waar ik me soms onderweg rot naar heb lopen zoeken, liggen hier in Astorga voor het grijpen.
Het bulkt hier echt van de pelgrims, je herkent ze van heinde en verre. In het pension stonden ze ook al op de deur te kloppen van de douche en ook dat herkende ik van zeven jaar geleden. Dat is typisch de camino Frances.

Astorga-web Astorga, bisschoppelijk paleis van Gaudi

Ik wilde ook even naar het bisschoppelijk paleis van Gaudi, want dat heb ik de vorige keer niet bekeken. Maar ja, het is maandag, ook dat is gesloten, ook al is het dan Pinksteren. Alle pelgrims lopen langs me heen om het paleis te gaan bekijken. Ja jammer dan, maandag is maandag en dicht is dicht. Heerlijk land.
Ik heb nu op één middag al meer pelgrims gezien dan in alle weken hiervoor. Ik zei tegen Gery dat ze ongeveer gelijk met mij uit St Jean pied de Port vertrokken waren, maar Gery zei dat dat niet kan, omdat dat 400 km korter is dan mijn route. “Nou ja”, zei ik, “die paar kilometers”. Daarna realiseerde ik me eigenlijk pas dat dat wel ongeveer 3 weken lopen is.

Gezelschap

Het is de hele dag droog geweest, al was het wel erg koud.
Vanmorgen werd ik ingehaald door Carlos, een Spanjaard. Die is beginnen te wandelen in Tordesillas, de plaats waar ik een week geleden hopeloos ben verdwaald. Hij heeft vannacht in de albergue van Alija del Infantado geslapen en heeft me de hele dag gezelschap gehouden. Samen hebben we gemopperd op het feit dat we nergens koffie konden krijgen. We zijn zelfs van de route afgeweken, omdat we een dorp zagen en muziek hoorden. “Daar is vast wel iets open”, dachten wij en gingen op het geluid van de muziek af. Nou, daar was wel een bar geweest, maar die was nu verbouwd tot een soort jongerenhonk en de jongeren die daar rondhingen hadden duidelijk geen koffie gedronken. En nee, koffie hadden ze niet, we konden wel een whiskey krijgen. Dat hebben we maar niet gedaan, dus ook deze omweg was tevergeefs. Zo leden wij dus verder en tot half één vanmiddag moesten we de ontbering lijden zonder koffie te moeten lopen.
Vlak voor La Bañeze, de eindhalte vandaag, ben ik gestopt om een trui en jas aan te trekken, want ik had het koud. Carlos is doorgelopen en heeft kennelijk de pijlen gezien, die ik niet gezien heb, want ik kon nergens de albergue vinden. Ik heb het hier en daar gevraagd, maar niemand wist het en zelfs toen ik in de kerk ernaar vroeg, zei de pastoor dat er geen albergue was. Ik werd dus zogezegd door de kerk op een dwaalspoor gebracht, want ineens zag ik een café. “Eindelijk koffie”, dacht ik en snelde naar binnen. Daar heb ik eindelijk mijn koffie kunnen nuttigen met een paar madeleines erbij. Daarna heb ik naar de albergue gevraagd en de mevrouw van de bar is wel tweehonderd meter met me meegelopen om me de weg te wijzen. Dus ik werd dit keer door de kroeg de goede weg gewezen en niet door de kerk. Wat moet je hier nou van denken?
Ik zit nu in de albergue van la Bañeze, eerst samen met Carlos, maar net is ook een Sloveens echtpaar gearriveerd. Zij komen van de Camino Frances, maar zeggen dat ze de drukte zijn ontvlucht. Dus dat kan nog wat worden voor mij, die nu aan een stille tocht gewend is. Ik moest er vandaag al aan wennen dat Carlos de hele dag meeliep. Ik ga die drukte nu opzoeken, dus ik zal daar ook wel weer aan wennen.
De refugio is prima. Ik betaal € 4 en heb daarvoor warm water om mijn kleren te wassen, warme douches, het is er schoon, het wordt beheerd door twee vriendelijke dames en…… ik heb een ziekenhuisbed voor mij alleen. ziekenhuisbed-web Ik hoef vanavond dus niet in het stapelbed.

Temperatuur van januari

Het was vandaag weer heel erg koud. Het werd niet warmer dan 12 graden en volgens de Spanjaarden is dit een temperatuur, die normaal in januari voorkomt. Vanmorgen ging het nog wel, toen was er geen wind en af en toe zelfs een klein zonnetje, maar vanmiddag was de zon weg en er woei een keiharde, fluitende wind. Dat maakt het meteen ijskoud. Ik heb ook een beetje regen gehad, maar dat was niet veel gelukkig.

alija-brug-web

Onderweg kwam ik over de rivier de Orbigo over een Romeinse brug van meer dan honderd meter lang. In de buurt van de brug was van alles geweest kennelijk: een speeltuin, een hotel, een restaurant, enz. Maar alles was nu dicht en overwoekerd, dus het heeft geen lang leven gehad.
Overal zie je tekenen van verval. Ik kwam in een dorp waar ze trottoirs hadden, waar de Scheveningse boulevard nog u tegen zou zeggen: prachtig breed, fraaie design lantaarnpalen, afvalputjes versierd met de Jacobsschelp, de stenen met mozaïeken versierd, overal prachtige bankjes. Maar ook hier was alles verwaarloosd en slecht onderhouden. Er is gewoon geen geld meer. Bovendien lopen de meeste dorpen leeg. Er is geen werk, dus de jongeren trekken naar de stad. Het is erg stil geworden in de dorpen.
Het was ook weer stil op de route, ik heb geen levende ziel gezien. Dat wordt nu wel een beetje saai moet ik zeggen. Moet je opletten, straks loop ik op de Camino Frances, ga ik natuurlijk zeuren dat het zo vreselijk druk is. Ik ben benieuwd hoe me dat gaat bevallen trouwens.
Ongeveer 2,5 km voor Alija del Infantado, de plaats van bestemming vandaag, zag ik een bordje met ‘albergue’, maar dat wees in de richting waar ik vandaan kwam. Ik had echt geen albergue gezien, dus ben doorgelopen tot het dorp. In het dorp bleek dat de albergue die daar was geweest, verplaatst was naar het sportterrein, 2,5 km terug. Ik had er weinig zin in weer terug te lopen, dus ben een bar in gegaan. Jawel, daar verhuurden ze kamers. Of ik een half uurtje kon wachten, want ze moesten nog schoongemaakt worden. Dat vond ik geen probleem, want het was pas twee uur, dus ik heb wat gegeten en gedronken. Toen was mijn kamer inderdaad klaar. Hij ziet er netjes uit, er is een tv, een badkamertje met douchegel en zeep. Tevreden liep ik naar beneden om te betalen en daarna was ik iets minder tevreden. Ik ben zo dom geweest niet meteen te vragen wat het kostte en nu bleek dat ik voor de kamer € 50 moet betalen. Daarvoor heb ik bijna een kamer in een parador. Dat noem ik afzetterij en ik werd er nijdig om, maar gelukkig schoot mij de kreet te binnen die Marnix ooit slaakte: “Pa, laat je belazeren, maar blijf lachen”.
Ook in dit dorp is niemand op straat, niet alleen door de kou, maar er wonen niet veel mensen. Er zijn wel geneeskrachtige bronnen, die tegen elke mogelijke ziekte schijnen te helpen, maar er is geen hotel in het centrum.

bodega-web alija-bodega-web

Wat wel leuk is, dat zijn de bodega’s: een soort kunstmatige grotten, die ze in een heuvel hebben gemaakt. Bovenop het heuveltje staat dan een schoorsteen voor luchtverversing. Oorspronkelijk werd hier de wijn in bewaard, altijd dezelfde temperatuur natuurlijk. Nu staan ze leeg, worden gebruikt als opslagruimte en sommige zijn ook in gebruik als feestruimte. Het is een leuk gezicht.
De lange afstanden per dag zijn nu een beetje over, vandaag heb ik ca 25 km gelopen, morgen en overmorgen is het ook zoiets. Korte stukjes lijken dat nu.

Geen sneeuw, wel hagel

Allereerst wil ik jullie hartelijk bedanken voor de commentaren. Als ik ze zelf niet kan lezen, leest Gery ze voor en ik geniet er erg van. Broer Cees heeft zijn zin, want het was heel erg slecht weer vandaag. Toen ik vanmorgen vertrok, was het niet meer dan 10 graden en eenmaal onderweg kreeg ik een paar gigantische hagelbuien over me heen. De hagelstenen op mijn poncho maakten een hels lawaai en ik had even het idee, dat ze gaten in mijn poncho zouden slaan. Dat viel gelukkig mee. Het is even droog geweest, maar al gauw barstte het noodweer weer los.
Suzanne, ik heb zelf geen sneeuw gehad, maar rondom me zien alle bergen wit en niet alleen aan de top. Spanje klaagt steen en been en elke avond op de tv gaat het over het bar slechte weer en zien we een pelgrim met zijn rugzak door de sneeuw zwoegen. Zo’n plaatje doet het wel natuurlijk.
Ik loop deze route van Zamora naar Astorga, omdat ik die nog niet eerder heb gelopen, maar eerlijk gezegd is dit niet het leukste stuk van de route. Erg saai en het grootste gedeelte gaat langs de autoweg. In mijn gids stond wel een andere route, die heb ik genomen en die was inderdaad een stuk mooier, maar net toen ik hoog over een spoorbrug liep, begon het alweer te hagelen. Het is daarna niet meer droog geweest. Onderweg heb ik me voorgenomen om de eerste de beste slaapgelegenheid te nemen in Benavente, waar ik langs kwam, want ik was doornat en koud. Of het nou een hotel, albergue of refugio was, het kon mij niet schelen. Laat nou ongeveer honderd meter voor de albergue een parador zijn.

parador-benavente-webde parador in Benavente

Wat je jezelf beloofd hebt, moet je doen, dus ik ben daar heen gegaan. Jacobus toonde begrip voor het feit dat ik me vanmorgen niet kon wassen en gisteravond en vanmorgen mijn tanden niet kon poetsen, omdat het hotel zo goor was, en stuurde mij rechtstreeks naar de parador. Voor het feit dat ik nu in een kamer zit met hd tv, een zithoek, een badkamer met twee wastafels en een bad heb, heb ik ook al een smoes verzonnen: Dit stukje van de route van Zamora naar Astorga mag ik me als toerist gedragen. Op de Camino Frances aangekomen, zal ik mij wel weer als pelgrim gedragen. Deze parador heeft ook een nadeel: het is in een burcht bovenop een berg, dus je moet eerst de hele berg opklimmen! Straks wandel ik naar beneden naar het stadje, want ik moet een nieuwe kaart voor mijn camera hebben, ik heb er al twee vol. Daar eet ik dan een eenvoudig hapje en dan moet ik daarna weer de berg opklauteren. Ik moet er dus echt wel iets voor doen om het een nachtje luxueus te hebben!
Djiet, ik hoop maandag aan te komen in Astorga. Ik schat dat het hier vandaan nog ongeveer 50 km is. Van Astorga naar Santiago de Compostela is dan nog ca 285 km. Van Santiago naar Fisterra is dan iets meer dan 100 km en dan ben ik echt uitgewandeld. Ja, dan begint het gewone leven weer, maar daar wil ik nu nog even niet aan denken, want ik heb het veel te goed naar mijn zin.

Ach, ach, ach

Gisteravond heb ik zo genoten. Zoals ik al schreef, was er feest in het dorp. Ik bleek te laat te zijn voor de processie. Terwijl de bevolking devoot in de processie liep, lag ik schaamteloos te snurken op mijn binnenplaats. Maar ik zag dat er om acht uur een bijeenkomst in de kerk zou zijn. Geen flauw idee wat er dan te doen was, maar ik besloot daar eens heen te gaan. En daar heb ik geen spijt van gehad. Het was gewoon geweldig! De kerk zat propvol mensen en er bleek een zanger op te treden met echte Spaanse liederen. Daarbij werd hij op de piano begeleid door de pastoor. Hij zong liederen met van die geweldige uithalen en iedere keer als dat lukte, riep de menigte enthousiast: “Olé, olé”. Het is toch fantastisch dat ik dit allemaal weer meemaak, gewoon echt een feest in een dorp. Ik vond het prachtig!

Dat het niet altijd feest kan zijn, merkte ik vandaag. Nou ga ik even lekker klagen! Niet over vanmorgen, toen was het nog heerlijk weer en ik liep erg lekker, maar vanmiddag was de zon ineens weg en werd het gewoon koud met veel wind. Ik heb in hoog tempo 28 km gelopen en ben gestopt 3 km voorbij Granja de Moreruela. Volgens de gids zit ik hier in een goed hotel, maar … en nu komt de tweede klacht… het is een waardeloos hotel. Ik heb een kamer waar alleen een bed en een stoel staan, er is zelfs geen wastafel. Je wassen moet in een hok in de gang, maar daar is het zo smerig dat je er niet eens in wilt kijken. Verder is er een bad, maar daar zit geen stop bij en er is een douche, maar geen doucheslang.
Klacht drie: Het eten was ook al niet lekker: vieze stukken kip en vette patat.

Ik tel even op: koud, wind, geen wastafel, bad zonder stop, douche zonder slang, vieze kip, vette patat. Zie je nou wel dat het leven van een pelgrim ook diepe dalen kent? Morgen schijnt het de hele dag te gaan regenen, maar dat is pas morgen gelukkig. Dat zien we dan wel weer.

Voor degene die nu denkt dat ik het niet meer naar mijn zin heb: Ik kan je verzekeren dat dat niet waar is, ik vind het nog steeds heerlijk om te doen! Dit soort dingen horen er gewoon bij natuurlijk, maar ik had gewoon zin om lekker te klagen.
Gery vertelde me net dat het in Zaandam de hele dag heeft geregend en dat het daar ook niet echt warm is. Kijk, dat troost me weer een beetje, gedeelde smart is halve smart.

Ik moet nog even een stunt vertellen: Ik kreeg geen sleutel van mijn kamer, want die had ik niet nodig volgens de receptie. Als ik er per se een wilde, kon ik die krijgen, maar ik kon van binnen de deur met een knop dichtdoen. Dat kan in elk hotel natuurlijk, maar goed, ik ging mijn kamer uit, kwam terug… en kon mijn kamer dus niet meer in. Toch maar even beneden een sleutel halen.
Twee dames liepen met mij mee naar boven met een la vol met sleutels. Er werd gepast en gepast en gepast…. maar er was geen enkele sleutel die paste.
Vervolgens werd de ‘Spaanse methode’ toegepast: de kamer ernaast werd geopend, het raam ervan ging ook open, een van de dames trok haar rok omhoog en klom het raam uit op het dak, liep vervolgens over het dak naar mijn raam, klom daar weer naar binnen en maakte vervolgens van binnenuit mijn kamer open. Is het niet geweldig? Ik mag mijn kamer niet meer op slot doen nu, maar ach, wat geeft dat.
Deze pelgrim maakt elke dag wel iets mee, zoals jullie merken.

Op naar de volgende camino

Vanmorgen heb ik uitermate hartelijk afscheid genomen van mijn Zwitserse en Amerikaanse vriendin. Er is een tijd van komen en van gaan en ik ben blij weer aan de wandel te zijn. Ik loop nu een stukje de Via de la Plata. Ik ben een eindje opgelopen met een Engels echtpaar uit Londen. Zij doen de Via de la Plata in drie jaar en zijn nu aan het tweede stuk bezig. Alles is door hen goed georganiseerd, want zij laten door een reisbureau van tevoren alle overnachtingen boeken. Dan heb je natuurlijk wel de zekerheid dat je overal een slaapplaats hebt en hoef je niet in een sportcentrum in de gymzaal te overnachten. Aan de andere kant ben je dan ook verplicht om elke dag op de gereserveerde plaats te zijn. Je kunt niet afwijken.

Ik wandel hier weer over hele lange wegen, van heinde en ver zie je alles en iedereen aankomen. Ik zag onderweg in de verte een fourwheel drive jeep aankomen en toen deze dichterbij kwam, zag ik dat daar een hele mooie dame in zat. Ze stopte bij elke pelgrim, dus ook bij mij en gaf iedereen een kaartje met het adres van een casa rural, waar je kunt overnachten. Dat leek me wel wat, dus toen ik om één uur in Montemarte aankwam, ben ik daarnaar op zoek gegaan. Dat valt niet mee, want Montemarte is een dorp, waar soms straatnamen staan, maar meestal niet. Ik had wel een adres, maar waar dat nu precies was? Gelukkig reed er een bakker in het rond en kon ik het aan hem vragen. Hij heeft me keurig de weg gewezen en zo stond ik al gauw voor de deur van de casa. Alleen..die was wel dicht en er was verder helemaal niemand te zien, ook de mooie dame natuurlijk niet meer. Op het kaartje dat ik gekregen had, stond een telefoonnummer, dus dat heb ik toen maar gebeld.
De dame die de sleutel had, werkte in de plaatselijke supermarkt, dus daar moest ik maar even naar toe komen. Eerlijk gezegd had ik in het hele dorp helemaal nergens een supermarkt gezien. Dat bleek ook te kloppen, want de supermarkt bevond zich in een doodgewoon huis. Je moet gewoon aanbellen, dan wordt de deur opengedaan en kom je in een mini-mini-mini supermarktje terecht. De mevrouw had de sleutel en liep met me mee naar de casa. Dus in die tijd kan er helaas geen klant komen. Heerlijk land.
Ik zit nu in mijn eentje in een casa rural met een zitkamer, eetkamer, drie slaapkamers, keuken, badkamer en grote binnenplaats middenin het dorp voor € 20. Betalen met een pasje kan hier niet, dus ik moest contant betalen en bleek daarna nog € 5 in mijn portemonnee te hebben. Voor de zekerheid heb ik maar een fles water en een rol kaakjes gekocht met de gedachte dat ik zelfs in Spanje voor € 5 geen maaltijd kan krijgen. “De pelgrim moet het vandaag dus met een schamel maal doen”, dacht ik zorgelijk. Als troost ben ik toen maar heerlijk op mijn binnenplaats in de zon gaan zitten en heb daar de siësta doorgebracht, althans, ik zat even en ineens was het een stuk later.

Uitgerust en weer goed wakker loop ik het dorp in en wat zie ik daar? Een bus, waarop de naam van een bank staat. Ik grijp meteen mijn kans en loop naar de bus, want wie weet? De bus blijkt echt een rijdende bank te zijn. Aan de buitenkant zit een klep en daar zit ook een echte pinautomaat in. Dat is toch vindingrijk. Ik heb weer geld om te eten, dus dat schamele maal stel ik maar weer uit tot een andere keer.

Wij hebben een gezegde: “Het is niet alle dagen feest”. In Spanje hebben ze dat niet, want ook hier in het dorp is het feest. Compleet met kermis. Om de feestvreugde te verhogen klinken er een paar keer per uur hele harde knallen. Waarom het feest is? Vanwaar die knallen? Ik heb geen idee, maar ik vrees het ergste vannacht. Ik heb wel eens meer zo’n Spaans feest vlak voor de deur gehad en dat duurde heel erg lang en er was heel veel geluid. Het zou me niet verbazen als ik, wanneer ik morgenochtend om half acht mijn ontbijt ga nuttigen in de plaatselijke bar, nog hier en daar een feestganger door het dorp zie dwalen.

Wat moet je eigenlijk met een vrije dag?

parador-zamora-1-web parador-zamora-2-web

Gisteravond was er geen enkel restaurant open, tenminste niet die we hadden bedacht. Alleen…… de parador. Ik dacht dat die een eind buiten de stad was, maar toen Margrit zei dat die 50 meter van de albergue was, dacht ik: “Dat is niet voor niets, dat moet betekenen dat wij daar nu heen moeten!” Margrit zei nog dat we daar niet heen konden in ons T-shirt en op onze crocs, maar ik vond dat een waarlijk goed restaurant daar niet op mocht letten en dus hebben we daar als grootvorsten gezeten en er heerlijk gegeten.
Het is ook nooit goed. Heb ik een vrije dag, vind ik er eigenlijk niets aan. Ik heb de kerk bekeken en het kasteel en verder de dag in ledigheid doorgebracht. Het was gelukkig mooi weer, maar je kunt toch ook niet acht uur op een terras gaan zitten. Ik ben zelfs vanmiddag uit verveling met Margrit boodschappen gaan doen, kun je nagaan. Tussen de middag heb ik met Guy de Vlaming gegeten. Die kwam ook ineens weer opdagen en slaapt vannacht in de albergue. Morgen gaat hij met de bus naar Irun. Daar ontmoet hij een paar vrienden en dan gaan ze een stuk van de Camino del Norte lopen.
Ik heb besloten niet de route over Portugal te nemen, maar noordwaarts te trekken. Morgen wandel ik naar Montamarte. Daarna ga ik verder naar Granja de Moreruela en daar ga ik verder naar het noorden tot Astorga. Dan ben ik weer op de Camino Frances, die ik de allereerste keer gelopen heb. Dat is een drukke route, maar als er al veel pelgrims zijn, kan ik er ook nog wel bij, denk ik zo. Eén meer of minder merk je niet.
Dit wordt dus een camino met grote verschillen: de eerste helft was de stilste camino, de tweede helft is de drukste camino.

Eindpunt van de Camino de Levante

Om kwart over zeven vertrok ik vandaag. Zonder koffie, want in het hotel was alles nog dicht. Ik hoopte in de stad nog een bar te vinden die open was, maar die hoop was vergeefs, alles was nog dicht.
Dus geen koffie, maar wel was ik getuige van een schitterende zonsopgang. Toro is gebouwd op hoge, rode rotsen en vanmorgen scheen daar de zon op. Een adembenemend gezicht.
Dus mijn dag was weer goed, al was de wandeling lang. Waarschijnlijk liep ik vandaag voor het laatst zonder ook maar een enkele pelgrim, lopend of fietsend, te zien. Na vandaag zal het wel weer drukker worden. Ik liep verder door het dal van de Douro en pas tegen twaalven kwam ik in een plaats waar ik koffie kon drinken en wat kon eten. Toen moest ik nog 15 km lopen.
Het was warm vandaag, minstens 25 graden. Lekker, hoor!
Om vier uur was ik aan de rand van Zamora. Op de brug heb ik een poosje stil gestaan, want het was toch wel een bijzonder moment: einde van de Camino de Levante. Het was eigenlijk best een zware tocht. Niet zozeer omdat de wegen lastig waren, maar per dag moet je grote afstanden afleggen en het vinden van een slaapgelegenheid is ook een heel gedoe. En het is een eenzame route. Ik heb daar zelf niet veel last van gehad, maar als je voor het eerst een camino gaat lopen, is deze route niet geschikt. Ik zou het niet doen tenminste.
Maar enfin, de laatste 37,5 km heb ik vandaag gelopen en het gidsje gaat nu dicht. Mijn gidsje is van 2009 en eigenlijk te oud. Inmiddels is er weer heel veel veranderd.

Zamora-webde albergue in Zamora

Even achteruit kijken en dan weer vooruit naar wat de rest van de tocht zal brengen. Het begin is al fantastisch, want in de albergue van Zamora stonden Margrit en haar Amerikaanse vriendin mij met open armen op te wachten.

Theo-met-Margrit-web

Het is ontzettend leuk Margrit weer te zien. De Amerikaanse vriendin vertelde dat ze al veel over mij gehoord had en Margrit zei meteen tegen haar: “Zie je wel dat hij een veel te zware rugzak heeft?” Dat was de vorige tocht het eeuwige strijdpunt tussen haar en mij. Zij vond dat ik veel te veel meesjouwde en ik zei dat ik dat allemaal nodig had. Ze had het heel leuk gevonden dat er steeds mensen in de albergue waren gekomen die mijn groeten overbrachten. O ja, ik moet Gery mededelen dat zij mij er erg gezond uit vindt zien, dus dat het goed met me gaat. Bij deze!

Ik heb samen met haar Spaanse opvolgster de mooiste kamer in de albergue en, als ik het tegen niemand zeg, mag ik bij hoge uitzondering twee nachten blijven. Dat doe ik natuurlijk, veel te leuk om elkaar weer te zien. Wat de drukte betreft: er slapen hier vannacht elf mensen en zij vinden dat rustig! Voor mij is het dus druk, druk, druk.
Morgen ga ik me onder andere bezighouden met de rest van mijn route. Ik kan de route nemen die ik al gelopen heb, maar er is ook nog een andere route: La Hiniesta. Dat is de Via Portigues van de Via de la Plata, die ik vorige keer heb gelopen. Ik ga dan nu eerst naar het westen door het bovenste stukje van Portugal en dan naar Ourense. Ik heb daar geen gids van, dus ik ga me morgen oriënteren om te zien of dit haalbaar is en of ik het wil. Ik moet zeker weten dat er overnachtingsplaatsen zijn. Margrit kwam al met een boekje aandragen erover.
Maar welke weg ik ook neem, het is allemaal leuk en het zal wel weer heel anders zijn dan de Camino de Levante. Ik ben erg blij dat ik deze heb gelopen. Eerst morgen van een vrije dag genieten en het zal vanavond vast wel gezellig worden!

Verdwalen op het grote pad

gele-pijl-web

Mijn enige excuus is dat het nog vroeg was. Om half zes ben ik al opgestaan, even over zes was ik in de bar van het hotel voor het ontbijt en om kwart over zes stapte ik welgemoed de deur uit. Op het centrale plein zag ik al gauw een schildje met de Jacobsschelp en een gele pijl, dus dat ging uitstekend. Heel uitstekend, want ik kwam steeds weer de gele pijl tegen, dus mijn gidsje was niet nodig. Dacht ik… Op een gegeven ogenblik zie ik staan: spoorwegstation. Hè????? Dat ligt toch helemaal niet op mijn route???? Even het gidsje erbij gepakt en wat zie ik? Ik loop totaal de verkeerde kant op, maar ook echt de heel verkeerde kant. Dan kom ik tot de ontdekking dat ik niet op de camino de Levante loop, maar nu ineens bezig ben met de Camino sur-est. Die loopt van Allicante naar Santiago en beide camino’s kruisen elkaar. Ik ben dus nu echt een afgedwaald schaap. Inmiddels ben ik al een heel eind buiten de stad en teruglopen? Daar begin ik niet aan, ik loop niet terug!
Dus ik loop gewoon door. Het lastige is nu natuurlijk wel, dat ik hier geen gids van heb, dus er komt een moment dat ik de autoroute voor me heb. Zo vroeg is er geen hond op straat, dus ik kijk goed links-rechts-links en steek de autoroute gewoon over. Aan de overkant loop ik dus keurig rechts op de autoroute. Nog steeds geen auto te bekennen, maar nog geen vijf minuten later word ik aangehouden: politie! Of er nu ergens camera’s zijn, waarop ze de zaak in de gaten houden of dat het louter toeval is, weet ik niet, maar mij wordt allervriendelijkst toegevoegd dat ik verkeerd loop. “Ja”, zeg ik, “dat weet ik” en leg de zaak uit. “Nou, als u hier nu op het zandpad naast de autoroute gaat lopen, dan belandt u rechtstreeks in Tordesillas en bent u in ieder geval weer in de bewoonde wereld”. Het prikkeldraad wordt naar beneden vastgehouden, zodat ik er overheen kan stappen en dan loop ik op het veilige zandpad. Het is nog wel 23 km naar Tordesilla. De eerste 8 km loop ik direct naast de autoroute en dat is niet zo leuk natuurlijk, maar daarna buigt het pad af en kom ik in Rueda terecht. Een heel leuk wijndorp met allemaal grote wijnhuizen. Eerst maar een kop koffie voor de schrik en dan moedig voorwaarts. Er komen weer binnenpaden en om half één stap ik Tordesillas binnen. Ook dat is een erg leuke plaats met veel toerisme. Anders was ik hier dus nooit gekomen, dus zo zie je weer eens wat, moet je maar denken.
Maar ja, ik zal toch weer naar de camino de Levante moeten, dus ik heb maar eens gevraagd naar het busstation. Volgens het papier dat daar hing, zou er om half drie een bus komen. Ik heb er zo mijn twijfels over, maar om half drie precies stopt de bus en brengt mij in twintig minuten 30 km verderop naar Toro. Daar moet ik zijn, dus ik zit weer op de goede weg. Het afgedwaalde schaap heeft de weg teruggevonden.
Toro is ook een erg leuke stad. Uiteraard ligt de stad weer hoog en kijk je vanaf die hoogte op de Douro neer. Het is het feest der communie, want overal lopen hier meisjes van een jaar of twaalf als bruidje verkleed. Het is wel grappig, want uiteraard lopen ze als filmsterren devoot over straat, maar af en toe vergeten ze de devotie en net zag ik er drie die aan het voetballen waren in bruidstooi.
Het was schitterend weer vandaag, dus de wandeling was lekker en nu ben ik ineens een stukje opgeschoten en heb uiteindelijk een dag gewonnen. Als alles goed gaat, ben ik morgenavond in Zamora. Margrit belde al om te melden dat het Duitse echtpaar daar nu was en ook de groeten van mij had gedaan. Dus ik ben welkom!

Theo hop hop

Zo, we zijn weer ruim 30 km verder gestapt. Vanmorgen om zeven uur, toen ik vertrok, was het heel erg koud. De zon kwam prachtig op, maar ineens kwam er mist. Om een uur of tien werd het weer heerlijk weer, 25 graden, zonnig, dus zeer aangenaam om te lopen. Ik kwam in een dorp en daar liep een mevrouw twee honden uit te laten of liever gezegd één hond en een hondje. Komisch genoeg heette het kleine hondje Gigant en de grote Kleintje. Ze was zo vriendelijk mij de weg naar de bar te wijzen, zodat ik koffie kon drinken, want ik had inmiddels al 20 km gelopen, dus dan wil de koffie er wel in. Op het terras voor het café zat het halve of misschien wel het hele dorp al lekker in het zonnetje en toen ik weer op weg ging, werd mij bereidwillig de weg gewezen: aan het eind van de straat rechtsaf.
Ik kwam aan het eind van de straat en zag toch echt een gele pijl, die me linksaf stuurde. Dus ik stond nog wat te aarzelen, toen er een mevrouw aan kwam hollen: Ik moest echt rechtsaf en me van die pijl niks aantrekken. Het halve of hele dorp verhief zich van het terras en kwam gezellig mee discussiëren en bij toerbeurt en door elkaar heen roepen dat ik echt rechtsaf moest gaan, want ‘als je linksaf gaat, sturen ze je wel 6 km om en er is niks te zien daar’. Ja, tegen zo’n overmacht kon ik niet op en ben dus maar rechtsaf geslagen. Ze hadden trouwens wel gelijk, want ik had een zandpad naast de autoweg, dat rechtstreeks naar Medina del Campo voerde.

Ik weet dat pelgrims horen te lijden en af moeten zien, maar laat ik nu vlak voor het centrum een driesterrenhotel op mijn pad vinden. Je moet elke vingerwijzing goed interpreteren, dus ben ik daar maar naar binnen gegaan. Ten eerste kreeg ik een mooie ruime kamer met badkamer en ten tweede was ik op tijd voor het eten in het restaurant. En tijdens het eten heb ik weer erg veel plezier gehad. Ik heb een lokaal gerecht gegeten dat ik alleen maar kon vertalen als ‘gebakken melk’. Ik was dus erg nieuwsgierig wat het was en het bleek de poot van een speenvarken te zijn met het vel en alles er nog aan. Ik heb altijd een hekel aan dat gedoe met botten en dat gepeuter, maar als je het vel er eenmaal af hebt, heb je heel lekker vlees en er zat een prima salade bij. Toen ik binnenkwam, zaten er al twee groepen en daarna kwam er nog een groep bij. Dat bleek een familie te zijn, waarvan een van de kinderen de eerste communie had gedaan, dus het was groot feest. De eerste communie had niet zo’n erg heilzame invloed gehad, want de kinderen waren ontzettend druk. Tel daarbij ooms en tantes en opa’s en oma’s, dan kun je je ongeveer voorstellen wat een gekakel het was. Ik heb genoten.

Een iets kleinere familie aan een andere tafel vierde kennelijk de zoveeljarige bruiloft van opa en oma. Ook dat ging niet geruisloos, vooral niet toen een kleindochter voor opa en oma een zelfgemaakt gedicht voordroeg en dat daarna, op perkament geschreven en compleet met een zegel eraan, overhandigde. Oma was hierdoor zo ontroerd, dat ze spontaan opstond en een lied begon te zingen. Niet erg zuiver en iedere keer als de familie dacht dat het afgelopen was, begon ze weer. De helft keek geschokt, de andere helft lag gillend van de lach op tafel. Het feest was compleet toen de grote taart kwam met daarbij een echt zwaard, waarmee oma de taart aan moest snijden. Het was geweldig!

Onderweg heb ik geen enkele pelgrim gezien, maar wel vond ik op de weg meermalen een boodschap in het zand geschreven van de Fransen die ik in het begin heb gezien en die nu ver vooruit zijn. Omdat het niet geregend heeft en er verder niemand over dat pad loopt, kon ik genieten van teksten als: “Theo hop hop” en “Theo ha ha”. Ik kreeg een sms van Margrit in Zamora dat ze daar inmiddels zijn gearriveerd en de hartelijke groeten van mij hebben gedaan.
Morgen heb ik weer een hele afstand te gaan, maandag en dinsdag is het iets korter en als alles meezit, hoop ik woensdag in Zamora te zijn. Margrit gaat daar donderdag weg, dus wellicht kan ik haar dan nog net zien. Dat zou leuk zijn.