Categorie archief: 2013: Camino de Levante

Bij MacDonald’s gegeten

Ja, jullie lezen het goed, ik heb gisteravond voor het eerst van mijn leven bij McDonald’s gegeten. Ik vroeg de receptioniste naar een tapasbar in de buurt, maar die zijn allemaal dicht op zondag, dus toen moest ik wel. Nou, dat was een hele belevenis. Ik schaarde me in een rij van wel een kilometer lang met heel veel herrie en luid schreeuwende kinderen om me heen en bereidde me voor op lang wachten. Maar er kwam een man naar me toe die in het Spaans vroeg wat ik wilde. Toen ik zei dat ik geen Spaans sprak, ging hij over in keurig Engels. Ik legde uit dat ik voor het eerst in een McDonald’s was en dat ik geen flauw idee had wat ik kon krijgen. Dat ging hij me toen in keurig Engels uitleggen en vervolgens tikte hij het in op zijn computertje. Ik zei: “Voorlopig sta ik nog in de rij”, maar hij zei dat het allemaal in orde kwam. En geloof het of niet, maar 3 minuten later was de hele rij weg en stond er een dienblad voor me klaar met wat ik besteld had. De logistiek was dus fantastisch, het eten niet te pruimen. Maar ik had iets in mijn maag en kon vroeg naar bed.
Dat moest ook wel, want vanmorgen ben ik om kwart over zeven op pad gegaan. Eerst moet ik nu even een foutje rechtzetten: de Borgia-paus is namelijk niet in Xativa geboren, maar in Canals, waar ik vanmorgen doorheen kwam. Zijn paleis staat er nog en ook een standbeeld natuurlijk. Ik ben in dat dorp minstens zes keer aangehouden met de vraag of ik op weg was naar Santiago. Dat leeft hier nog erg in deze streek. Toen ik het dorp bijna door was, kwam er een man letterlijk naar me toe rennen al roepend: “Kent u me nog? Ik ben gisteren een eindje met u meegelopen, toen ik mijn rondje aan het fietsen was”. Dat was heel ergens anders, maar het bleek dat hij in Canals werkt.
Om negen uur beginnen hier alle scholen. Dan komt er uit de luidsprekers op de scholen een vrolijk melodietje om aan te geven dat de school begint. Nou, om kwart over negen zie je nog overal gezellig kletsende moeders met hun kroost aan de hand, dat ze naar school gaan brengen. Kijk, dat kan natuurlijk zo niet, hè, dat moet anders, dus ik wijs streng op mijn horloge en hef een vermanende vinger. Daar moeten ze heel hard om lachen. Hoezo te laat? Ze hebben nog tot 12 uur de tijd om hun kind te brengen toch? Heerlijk land!
Ik heb een mooie route gelopen met veel mooie uitzichten, grotendeels langs een rivier. De wegen zijn goed, soms asfalt, soms grindpad, maar goed te lopen. Gelukkig is het droog, want ik heb een aantal keren door de droge bedding van een watertje gelopen, waar stond dat het water een meter hoog kon staan bij regen. Trouwens, gisteravond regende het ook, een minibuitje van twee keer je ruitenwissers heen en weer, maar hier brak alom paniek los en vluchtte iedereen naar binnen. Wat een regen! Echt, het is een heerlijk land!
Om een uur of drie kwam ik na 30 km in Moixent aan, dus op naar de politie. Die zag ik niet zo gauw, dus dan maar naar het gemeentehuis. Nee, dat was fout natuurlijk, daar moest ik niet zijn, ik moest naar de lokale politie. “Ja”, zei ik, “maar volgens de gids zit die hiernaast”. Nee, dat was ook niet goed natuurlijk, want die is inmiddels verhuisd. Vervolgens liepen er drie man mee naar buiten om me de weg te wijzen en die deden dat zo grondig en uitgebreid dat ik er werkelijk geen lor van begreep, alleen zorgelijk dacht: “Het klinkt een eind weg”. Ik ben maar lukraak weggestapt in de richting die ze wezen en toen bleek het politiebureau gewoon aan het eind van de straat te zijn. Heerlijk land!
Voor het eerst op al mijn tochten werd ik door een vriendelijk agent grondig gecontroleerd. Mijn credencial werd zelfs vergeleken met mijn paspoort. Ik kwam door de controle, want ik kreeg sleutel nr. 1 overhandigd en een plattegrond waar ik heen moest. Het leek weer een eind, maar dat viel mee, ik moest alleen nog een allemachtig hoge trap op en dat valt niet mee na 30 km. Nu zit ik in een gebouw van het Rode Kruis, waar ze een hokje hebben ingericht met zes bedden en ik ben de enige gast. Naast me is een kazerne, dus ik word goed bewaakt.
En… er schijnt een restaurant vlakbij te zijn!

Beetje verbrand

Het was vandaag weer een dag met schitterend weer. Ik heb wel mijn lange broek aangehouden, want mijn benen zijn al een beetje verbrand en dat moet ik niet hebben. Nou heb ik wel een heel erg dure tube zonnebrandcrème, maar ik vergeet steeds me daarmee in te smeren en in je rugzak heb je er niet veel aan.
Ik ben om kwart over zeven vanmorgen vertrokken en was om kwart over drie hier in Xativa met ruim 27 km onder de zolen. Onderweg heb ik alleen een paar fietsers gezien, waar ik een praatje mee gemaakt heb. Verder is dit echt een onbekende camino. Ik heb daar nu nog niet veel last van, ik loop gewoon lekker en het is mooi weer, dus wie doet je wat.
Toen ik aankwam, moest ik natuurlijk nog eten en dat ging nog maar net. Dus ik moest niet zeuren, maar zitten en eten. Dat vind ik best, alleen kwamen de gamba’s volgens mij rechtstreeks uit het bejaardenhuis. De paella was wel goed, daar ben ik niet zo gek op, maar rijst vult de maag en het toetje was erg lekker.
Xativa is een mooie stad met veel moderne woonwijken, maar ook een oude binnenstad. Er zijn heel veel parken en fonteinen in de binnenstad en uiteraard de ruïne van een kasteel bovenop de berg. Er zijn hier drie pausen geboren, waaronder één uit de Borgia-familie.
Volgens mij is dit voorlopig de laatste grote plaats. Morgen ga ik afbuigen naar het noordwesten en zijn er tot Toledo geen grote plaatsen meer. Ik wandel morgen naar Moixent als alles goed gaat. Dat is weer 27 km, maar het is kiezen of delen: of 7 km (en dat is veel te weinig) of 27. Ik heb begrepen dat ik me in Moixent bij de plaatselijke politie moet vervoegen, want die heeft de sleutel van de refugio. Verder is er niets, dus ik ben benieuwd.
Het hotel hier is eenvoudig, maar keurig netjes en mijn kamer heeft zelfs een balkonnetje met twee stoelen. Dus tijd om me daar neer te vlijen met een sigaartje!

Ideaal Wandelweer

Het was vandaag echt ideaal wandelweer: niet te warm, niet te koud, zonnetje, windje, dus beter kun je niet wensen.
Na een hartelijk afscheid van mijn Vlaamse vriendin, die duidelijk liet merken dat ze met mij kon spreken in mijn eigen taal, zodat iedereen stomverbaasd naar haar stond te kijken, ben ik om kwart over negen weer op stap gegaan.
De route liep kilometers lang door de sinaasappelgaarden. Erg mooi, maar er werd zoveel gespoten dat het me niet raadzaam leek een sinaasappeltje te plukken en op te eten. Ze zijn ook druk bezig met het bevloeien van het land en dat doen ze handig, overal zijn kleine sluisjes, slootjes, gegraven greppels. Leuk om dat eens te bekijken.
Tussen de middag was ik in Algemesi. Daar was markt en er was zoveel volk dat ik er wel een half uur over gedaan heb om door het dorp heen te komen. Dus toen was ik wel aan een drankje toe. Gelukkig zijn hier overal barretjes genoeg, dus dat is geen probleem. Daarna waren het eerst weer sinaasappelgaarden en toen nog een lange rechte weg naar Alzira of Alcira of Algira: ik heb het al in alle mogelijke vormen zien staan.
Onderweg kwam ik langs een school en daar werd nog gewoon op zaterdag les gegeven. De kinderen liepen op het schoolplein en al gauw kwamen er een paar jochies van een jaar of tien naar het hek om me te vragen of ik naar Santiago ging en, toen ik ja zei, of ik een echte peregrino was en waar ik dan vandaan kwam. “Wauw”, riepen ze in koor. Ik zei iets tegen hen in het Engels, maar ze zeiden alleen maar “yes, yes” en vroegen gauw of ik geen Spaans sprak. “Poco, poco”, zei ik blij en daar moesten ze heel erg hard om lachen en toen gingen me nazeggen met het accent dat ik natuurlijk heb. Dat was wel geinig.
Over de taal gesproken, daar heb ik vanmiddag zoveel plezier mee gehad. Het restaurant is naast het hotel. Ik wilde nog wel een hapje eten, het was al 3 uur tenslotte. Nou, dat kon. Ik werd persoonlijk door de receptioniste gebracht. Er waren een stuk of tien tafeltjes, maar allemaal leeg en de baas zat in het midden de krant te lezen. “O jee”, dacht ik, “dat wordt helemaal niks hier”, maar ja, je hebt weinig keus en ik mocht gaan zitten. Nog geen kwartier later zat het restaurant helemaal vol. De baas deelde me gezwind mee dat hij alleen Spaans sprak. Ik zei dat ik Nederlands, Duits en Engels sprak, maar nou net geen Spaans. Ja, nou was er een probleem, de baas keek in het rond en vroeg of er iemand tussen de eters was, die Engels sprak, maar geen respons. Volgens mij spreken ze allemaal Engels, maar ze durven gewoon niet. Enfin, een echtpaar meldt dat ze wel een zoon hebben die Engels spreekt en toen had een ander weer een buurman die Engels spreekt en op een gegeven moment zitten er wel drie mensen te bellen naar iemand die Engels spreekt. De zoon won. Toen ging het als volgt: de baas meldt in het Spaans aan de zoon welke voorgerechten hij heeft, ik krijg de telefoon in mijn handen gedrukt en dan zegt zoonlief het in het Engels tegen mij, ik zeg tegen zoonlief wat ik wil en vervolgens moet de baas de telefoon weer terug om te horen wat ik wil. Is het niet geweldig? Volgens mij was de jongen ook helemaal overdonderd, want de vertaling was wel erg kort: van de voorgerechten bleef alleen de salade over en van de hoofdgerechten de steak. Maar het is geweldig zoals de mensen hier hun best voor je doen. Het hele restaurant leefde mee en toen ik aan het eind een van mijn Spaanse zinnetjes, dat me te binnen schoot, eruit perste, keken ze zo trots alsof ze mij met zijn allen even Spaans hadden geleerd. Ik geniet van al deze dingen!
Verder heb ik mijn wasje gedaan en lekker in bad gelegen. Morgen wil ik niet laat weg, want ik moet dan ruim 25 km lopen.

Spaans, Engels of Vlaams

Vanmorgen begon dan het ‘echte’ werk. Mijn eerste stempel heb ik gisteren al in de kathedraal gehaald, dus het begin is er. Het is heerlijk weer vandaag: 24 graden, de hele dag zon en een lekker windje, dus uitgelezen weer om te lopen.
Zo mooi als het weer was, zo saai was de route. Ik heb eerst kilometers door woonwijken en over industrieterreinen gelopen. Niet leuk, maar dat weet je als je bij een stad bent en ik troostte mij met de gedachte dat ik vanmiddag door een natuurpark zou lopen.
Dit gebied is van de Moren geweest en je ziet nog overal minaretten, elk dorp heeft er wel één. Soms zijn ze een beetje omgebouwd, soms is er zelfs een gemeentehuis omheen gebouwd, maar je ziet duidelijk dat het eigenlijk minaretten zijn. In elk dorp staat ook een standbeeld van een ridder te paard, die het dorp van de Moren heeft bevrijd.
Bij Silla begon het natuurpark, maar daar liep het mis. De pijl stond er wel, alleen was alles afgezet met grote hekken, je kon er gewoon niet in. Het gevolg was dat ik vervolgens nog 10 km langs de autoweg heb gelopen. Dat was wel iets korter, maar wat de route betreft werd het dus niet ‘een dag om nooit te vergeten’!
Om kwart voor vier was ik in mijn hotel in Almussafes. Bij de receptie begon ik met de receptioniste eerst in het weinige Spaans waarover ik beschik te praten, maar toen wist ik het niet meer en ging over in het Engels, waarop ik in sappig Vlaams antwoord kreeg. De receptioniste is weliswaar een echte Spaanse, maar heeft van haar eerste tot haar veertiende jaar in Hasselt in België gewoond. Ze vond het heel leuk om weer Vlaams te spreken, want zo vaak doet ze dat niet meer.
Het hotel is simpel, maar netjes. In deze plaats staan de Fordfabrieken en die zijn geweldig groot. Iedereen rijdt hier natuurlijk ook in een Ford.
Er schijnt wel een Hollander voor me uit te lopen, die is vanmorgen uit dit hotel vertrokken, dus wie weet haal ik hem nog in.
Dat zal morgen in ieder geval nog wel niet gebeuren, want ik loop dan maar 14 km. Daar staat het enige hotel dat nog een kamer heeft, de rest zit vol, ook verderop. Ja, het is natuurlijk weekend.
Nou, ik vind het eigenlijk prima, dan heb ik morgen alle tijd en de dag daarna wordt het zo’n 25 km. Dus dat is mooi verdeeld.
Na mijn babbeltje met de receptioniste was het weer even wennen wat het dagelijkse ritueel betreft. Ik doe het allemaal wel, maar moet er steeds bij denken: “O ja, nu eerst wassen”, “O ja, nu rugzak uitpakken”, etc. Dat is allemaal nog geen automatisme. Maar ja, na de eerste dag kan dat ook niet natuurlijk, dus ik zal niet klagen. Ik heb ook niets te klagen, want het bevalt allemaal weer prima.
En nu naar het terras voor een pilsje. Gek hè, maar die routine zit er nog wel in!

Valencia

Ik heb weer genoten vandaag. Toen ik vanmorgen vertrok om de stad te bekijken was het al 24 graden, een reden voor de receptioniste om bezorgd te zeggen dat ik maar een vest mee moest nemen, want in de schaduw kon het wel eens koud zijn. Dat viel erg mee, vanmiddag om 4 uur was het 32 graden. Er stond wel een harde wind, dus echte Spanjaarden doen dan een sjaaltje om.
Ik heb eerst de bus genomen om een indruk van de stad te hebben en daarna ben ik aan het dwalen geweest door de oude stad. Het was letterlijk dwalen, want het zijn allemaal kruip-door-sluip-door steegjes, dus je bent zo de weg kwijt. Ze spreken hier Valenciaans, een soort dialect. De straatnamen staan ook in twee talen op de straatnaambordjes, Spaans en Valenciaans. Nou zou dat niet geven, want de Spaanse naam staat ook op de plattegrond. Alleen zetten ze niet steeds bijvoorbeeld eerst de Spaanse naam en dan in dialect, maar wisselen dat ook vaak om. Dus dat is dan even een puzzel. Gelukkig zijn er ook heel veel pleintjes met terrassen, dan kun je even uitrusten en je plattegrond bestuderen.
Er is hier een groot plein, de Plaza de Reina, waar ‘s morgens de zon aan de ene kant staat en ‘s middags aan de andere. Dan zie je opeens de hele meute verrijzen en naar de andere kant van het plein lopen. Dat is wel komisch.
Vanmiddag wilde ik de nieuwe stad bekijken, maar ik was de verkeerde kant uitgelopen, dus die heb ik niet gezien. Maakt niet uit, je kunt toch niet op één dag de hele stad zien. Toen ben ik maar mijn sigaartje gaan roken op de bedding van de rivier, die hier vroeger door de stad stroomde. Je merkt wel dat er hier ook veel armoede is. Ik heb een tijdje zitten kijken naar een man van een jaar of zestig, die in alle afvalbakken op zoek was naar iets te eten. En hij was niet de enige…. Ik heb hem een tijdje gadegeslagen en zag dat hij tegelijkertijd ook iets heel goeds deed, want hij sorteerde netjes papier en plastic. Maar het is wel een triest gezicht, je gunt het niemand.
Ik kwam er vanmorgen achter dat ik mijn scheerkwast en scheerzeep thuis heb laten liggen. Ik stond namelijk mijn gezicht met aftershave balsem in te smeren in plaats van scheerzeep. Ik dacht eerst nog: “Wat is dit voor troep? Het schuimt voor geen meter”. Dus ik had meteen een boodschap te doen in de stad, maar dat viel nog niet mee. Uiteindelijk heb ik ergens in een hoekje nog een tube scheerzeep op de kop kunnen tikken, maar geen kwast. Voor zulke dingen moet je kennelijk niet in de mondaine stad Valencia zijn, ik zal er onderweg wel eentje vinden in een of ander dorp.
Ik zit in een familiehotelletje, de dochters spreken Engels, de ouders alleen Spaans. Ik meldde dat ik morgen tot Almussafes wil komen en of ze een hotel daar wisten. “O, dat haal je makkelijk, je kunt er heel makkelijk met de trein komen”, zeiden ze enthousiast. Toen ik zei dat ik ga lopen, vielen ze bijna om. Wie gaat er nu lopen als je er ook met de trein kunt komen?
Maar goed, ze belden een hotel en daar kon ik terecht voor € 40. “Ja”, hoorde ik toen, “maar deze meneer komt lopen, want hij is een pelgrim, hoor!” en nu heb ik de kamer voor € 30.
Wel leuk dat ik deze winter een cursus Spaans heb gedaan, want al kan ik lang niet alles volgen, af en toe begrijp ik nu een beetje waar ze het over hebben.
Op naar morgen, als de wandeling begint.

Daar gaat ie

vertrek web

Je weet dat het steeds dichterbij komt en voor je het weet is er het afscheid van thuis. Dat is altijd wel even moeilijk, voor mijn thuisblijfster en thuisblijver, maar ook voor mij. Op zo’n moment denk je toch: “Waar begin ik aan eigenlijk? Waarom blijf ik niet lekker thuis?”
Maar ja…..
De vliegreis verliep prima en dan stap je uit en het eerste dat je dan doet is …. jas uit!
Op het vliegveld heb ik een taxi genomen en die heeft een hele tijd rond gereden, maar kon het hotel niet vinden. Op een gegeven ogenblik gooide hij me maar uit de taxi. Gelukkig kwam er net een politie-auto voorbij. Die heb ik aangehouden en toen gingen de agenten midden op straat mij uitgebreid uitleggen waar ik heen moest, dus Valencia weet nu dat ik er ben. Dankzij hun hulp had ik het hotel toen wel zo gevonden.
Ik wil niemand jaloers maken, maar het was hier vanavond om 10 uur nog 24 graden en dus…. buiten eten!
Dat is toch wel heel erg lekker, hoor!
Morgen is het een dagje acclimatiseren, dat wil zeggen Valencia bekijken, wellicht een tochtje met de hop-on / hop-off bus en dan begint overmorgen het echte wandelleven. Ik heb er weer zin in!

Inleiding Camino de Levante 2013

In mijn laatste berichtje over de Via de la Plata had ik het enigszins ‘schijnheilig’ over loslaten.
Ja, dat denk je dan zo vlak na het einde van een camino.

Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan en dus is dat loslaten, van de camino in ieder geval, niet zo best gelukt. Bijna elke dag zijn er gebeurtenissen die mij weer aan de camino herinneren en er aan doen denken. De familie wordt er soms niet goed van.

Ik ga het toch nog weer een keer beleven! Ik ga nu op 10 april a.s. naar Valencia om van daaruit de Camino de Levante via Almansa, Toledo en Avila naar Zamora te volgen. Vlak na Zamora kun je kiezen. Er is een route die naar het noorden gaat en in Leon aansluit bij de Camino Frances. De andere route gaat naar het noord-westen via Ourense naar Santiago. Dat is de Camino Mozarabe die ik natuurlijk al in 2011 gevolgd heb. De totale afstand vanaf Valencia tot Santiago is ongeveer 1200 km.

De route schijnt tamelijk vlak te zijn tot na Zamora, dus Gery hoeft zich niet zenuwachtig te maken over hoge bergen en diepe ravijnen. Pas na Pueblo de Sanabria gaat de route door de bergen. Die kent ze al, want daar hebben wij in 2012 met de auto gereden.
Het weer is natuurlijk weer de onzekere factor. Daarom begin ik in april, zodat ik ongeveer in juni in Santiago denk aan te komen. Misschien kan ik dan de hitte van de hoogvlakte in midden-Spanje in de zomer ontlopen.

Om zo goed mogelijk voorbereid te zijn, wandel ik nu zoveel mogelijk hier in de omgeving. Maar de ervaring heeft mij geleerd dat het ‘echte werk’ toch pas begint als je op de camino zelf bent. Mijn lastigste dag was altijd de derde dag, Daarna krijg je weer routine en dan gaat na verloop van een paar dagen alles weer vanzelf. Tenminste, ik hoop dat dat nu ook weer zal gebeuren. We zullen zien!!

In ieder geval zal Gery de website weer bijhouden, dus jullie kunnen de tocht weer volgen via internet. Ik kijk er weer heel erg naar uit en ik hoop dat dat voor jullie ook een beetje zal gelden.

Buen camino y hasta luego