Categorie archief: 2007: Camino del Norte

Camino del Norte

 

Eindfoto-web

Het is nu al weer bijna twee maanden geleden dat ik op de Cabo Fisterre ben aangekomen. Dat was op 1 juli. De kruitdampen van de terugkomst zijn inmiddels wel opgetrokken en al snel nam het ‘gewone’ leven weer alle tijd in. De laatste week van de tocht heb ik veel postadressen en e-mail adressen uitgewisseld met mijn ‘camino-familie’, dat wil zeggen met de mensen waarmee ik vooral de laatste tijd veel ben opgetrokken. Dat was trouwens een kenmerkend verschil met mijn tocht van 2006. Dit jaar ben ik veel meer met andere mensen bezig geweest. Alhoewel het op de Camino del Norte veel rustiger is in vergelijking met de Camino Frances, ga je intensiever met iedereen om. Er ontstaan heuse vriendschappen die niet meteen vervlogen zijn na aankomst in Santiago. Ik krijg nu bijvoorbeeld nog steeds post en e-mails van mensen met wie ik gelopen heb. Ook kreeg ik een CD vol met foto’s van het Duitse stel uit Stuttgart. Jullie weten nog wel: degenen die mijn klompjes hebben laten liggen op straat en die mij later nieuwe (Spaanse) klompjes gegeven hebben.

Wat ernstiger is, is het feit dat iedereen ook mijn film zo snel mogelijk wil hebben, want daar staat iedereen natuurlijk ook op. Maar aangezien ik ca zes uur videofilm heb opgenomen, is het een behoorlijke opgave daarvan een acceptabele versie van ongeveer een uur te maken. En je zult het altijd zien: op het cruciale moment haperde ook mijn computer. Dus alles zat tegen. Gelukkig heb ik Marnix. Hij heeft mij gered door een nieuwe brander te monteren en zijn vader weer een lesje computertechniek bij te brengen. De film is nu af, maar is wel één uur en vijftig minuten geworden. Het ging niet anders. Door het maken van die film blijf je natuurlijk wel steeds bezig met het caminogebeuren: het blijft in je hoofd zitten.
Vorig jaar heeft iemand mij gezegd dat de camino uit 3 delen bestaat:
1) de voorbereiding die wel een jaar kan duren,
2) de camino zelf, die enkele maanden duurt en
3) het afkicken en dat kan wel twee jaar duren.
Hij heeft gelijk, denk ik.
Alleen, ik heb de oplossing gevonden: gewoon plannen maken voor een volgende wandeling. Want het is geweldig om te doen. Jullie hebben het zelf gelezen, denk ik. Elke dag is er wel iets om over te praten. Elke dag zijn er ervaringen met mensen of gedachten waar je dan weer heel lang over kunt ‘bomen’.
Kortom: als de omstandigheden het toelaten, zou ik graag nog een keer de pelgrimstocht maken. Want zoals een ander zei: “Met wat voor idee je ook mag vertrekken: sportief, spiritueel of historisch, iedereen komt als pelgrim aan”. En dat verschilt dan weliswaar ook per individu, maar het is wel de waarheid.
Dus: ieder zijn eigen camino.
Nogmaals heel erg bedankt voor alle inspiratie van jullie kant door middel van reacties op de site, door post onderweg en door sms-jes. Het maakte de tocht alleen maar waardevoller.
Het ga jullie goed en ik hou je op de hoogte van een eventuele volgende tocht.
Vaje con Dios
Pelgrim Theo

We kunnen niet verder!

cabo-fisterra-web

Gisteravond hebben we gegeten met Felix, de Schot. Hij is jarig geweest en dat hebben we gevierd met een goede fles wijn in plaats van de huiswijn. Hij voelde zich net de Engelse koningin, zei hij, met een officiële verjaardag en een ambtelijke verjaardag. Hij is altijd dominee geweest van de Presbyteriaanse kerk tot zijn pensioen. Nu is hij drieënzeventig jaar en zei drie weken geleden dat dit de laatste keer is.
Vanmorgen regende het toen we weggingen, maar vanmiddag werd het droog. We hebben het heel rustig aan gedaan vandaag, lekker gegeten tussen de middag. Het is zo mooi: bij Cee kom je dan uit de bergen en dan zie je ineens de zee liggen, geweldig is dat. En vervolgens loop je de kust langs en zie je al van ver de vuurtoren op de kaap. Omdat we vrij laat waren, kwamen veel mensen alweer naar beneden en het leek wel of we audiëntie hielden: we hebben bijna iedereen weer ontmoet vandaag. Ook dat is geweldig! Net kwamen we ook Felix weer tegen, die nu van plan is veranderd, want hij is de volgende tocht al aan het voorbereiden. Zo zie je, het verveelt nooit.
De aankomst op Cap Fisterra is even indrukwekkend en emotioneel als de vorige keer. Het is groots gewoon!!
En hier houdt onze tocht dus op: we kunnen niet verder! Ook dat geeft een heel dubbel gevoel: blij omdat je het (weer) gehaald hebt en melancholiek omdat het echt voorbij is en het leven van alledag weer wacht. Fijn om alle lieve mensen weer te zien, die zo hebben meegeleefd en op de website hebben geschreven. Dat was geweldig, dank jullie allemaal! Maar een andere waarheid is ook dat we niet echt verlangen naar het gewone leven. Maar ja, zo is het leven.
Dus vanaf de kaap, waar een stevige wind staat, maar het zicht heel helder is, een lieve groet aan iedereen en het allerbeste gewenst met gezondheid en geluk.
Wij trekken nu ons windjack aan om ons te wapenen tegen de koude en dalen 2 km af naar het hotel. We hebben daar een kamer met uitzicht op zee, dus wat wil je nog meer. Morgen gaan we aan het strand liggen, als het tenminste mooi weer is, anders zien we wel en daarna wacht ons de thuisreis! Au revoir!!

Water genoeg

Ja, ik had gisteren natuurlijk niet op moeten scheppen over het prachtige weer, want Jacobus dacht bij zichzelf: “Wacht maar”.
Het begon gisteravond al. Er sliepen twee Italiaanse vrouwen bij ons op de kamer en een van die vrouwen ging nog even plassen voor het slapen gaan. Ze stapte dus kordaat de gang in en er klonken onmiddellijk luide kreten: de hele gang stond onder water. Het stroomde de kamers al in. En dan zie je duidelijk het verschil in nationaliteiten: Spanje, Frankrijk en Italië stormden de gang op, renden door elkaar heen, al roepend: “Oooo, wat een water”, keerden zich om en doken weer het bed in. En wie stonden dus te ruimen en te dweilen en te redderen?? Juist, Duitsland en Nederland!
Enfin, warm water was er gisteravond al niet meer en toen we vanmorgen om zes uur opstonden, was er ook geen elektriciteit meer. Dus we moesten alles in het donker doen, we konden geen ontbijt maken of een kop thee zetten. Kortom, het was armoe troef.
Om zeven uur vertrokken we en toen we buiten kwamen vielen de eerste druppels. Die druppels werden ordinaire regen en die regen hield vervolgens de hele dag niet meer op. Het is geen moment meer droog geweest. Vanwege de groene poncho heeft pelgrim Theo de lieflijke bijnaam ‘wandelende tak’ toegevoegd gekregen en of het nu regent of niet, als je gewoon doorloopt, kom je er vanzelf. Er is een vrouw, die de hele dag loopt te zeggen, dat haar rugzak veel te zwaar is, dat schijnt ze al die tijd al te doen. Dus ze klaagt en klaagt…; tot het moment dat wij allemaal moe beginnen te worden en het tempo wat vertragen. Dan lijkt ze een oppepper te krijgen, want dan zet ze me toch de pas erin. Ze stormt ons allemaal voorbij, onze ’stormy Mary’.
Bij de aankomst in Olveiroa bleek de refugio zo vol, dat we een plaats toegewezen kregen in de paardenstal. De paarden waren er weliswaar niet, maar verder was er ook niet veel. Maar ja, eenvoud siert de pelgrim. Alhoewel? Toen we aan de overkant iets gingen drinken in een bar, bleken daar drie kamers beschikbaar. Dus was het snel besloten: rugzakken weer ophalen en hup, naar de kamer. Je hoeft nou ook weer niet eenvoudiger te zijn dan nodig is tenslotte. Morgen naar Fisterra!

Op de populaire camino

Gisteravond zijn we met zijn tienen uit eten gegaan en het eten was net zo slecht als het gezellig was, allebei heel erg. We hebben adressen uitgewisseld en ik heb aan diverse mensen de film beloofd als hij klaar is. Toen we ‘s avonds om half twaalf uit het restaurant kwamen, was dezelfde groep als vorig jaar op het plein voor de kathedraal en het was weer een groot feest. Wat een sfeer!! Iedereen zingt mee en geniet!!
Vanmorgen zijn we eerst een aantal foto’s gaan nemen voor de kathedraal, je kent dat wel: Marianne voor de kathedraal, ik voor de kathedraal, wij samen voor de kathedraal, enz. enz. Vervolgens zijn we, ik met een dikke sigaar in het hoofd (cadeautje van Marianne omdat ik in Santiago aangekomen ben), weer lekker gaan lopen. Heerlijk weer. Ik bedoel: het was weer heerlijk en het was ook heerlijk weer. Gaandeweg gingen dus de jas uit en de pijpen van de broek.
Ik kwam weer door de bossen, die vorig jaar net verbrand waren. De verbrande bomen staan er nog net zo bij, maar de grond is nu bedekt met varens en het is opeens een heel ander landschap.
We hebben lekker gelopen en dit is toch ook wel een heel mooie route, alleen was het duidelijk dat we nu weer op de populaire camino zitten, want het was gigantisch druk. Zo druk dat de refugio in Negreira, waar we zouden overnachten, al vol was toen we aankwamen. Er was alleen nog een kamer vrij voor gehandicapten. Daar mochten we onze rugzakken even neerzetten en een douche nemen en daarna moesten we eruit en werd de deur weer afgesloten. We moesten vervolgens tot vanavond acht uur wachten en als er dan nog geen gehandicapte was, mochten we er weer in. Nou, er kwam geen gehandicapte voorbij dus we mochten er weer in.
Maar de refugio is overvol, de vloer ligt ook helemaal vol met matrasjes en slaapzakken en zelfs de tuin ligt vol met mensen. Maar dat deert niet, want het is nu negen uur ‘s avonds en ik zit heerlijk te luieren in de zon. Sta mij toe dat ik dat een keer herhaal, want ik hoorde Gery iets mompelen over: “De hele dag regen” en “16 graden” en zo. Ik vind het echt zielig voor jullie, hoor!! Maar dat neemt niet weg dat wij er hier nog even van genieten en als het weer zo blijft, kunnen we dan toch nog op de valreep misschien een keertje zonnen op het strand??? Laten we Jacobus maar niet verzoeken. Onderweg hebben we al boodschappen gedaan en een Duitser heeft vanavond voor ons gekookt, wat een luxe, hè? Nee, laat pelgrim Theo maar schuiven!

Blozen …..

Hier ben ik weer, nu vanuit het internetcafé dat ik nog ken van vorig jaar. Gisteravond hebben we goed gegeten. Omdat we in Santiago zijn bestond het menu uiteraard uit vis. Bij toeval zaten er twee dames achter ons die ook Nederlands spraken en die hoorden ons ook natuurlijk. Dan kom je na het eten aan de praat. Zij bleken in de Pyreneeën te wonen. Zij vroegen toen aan Marianne of die ook ‘die tocht’ gelopen had. Je weet wel, die met die vieze herbergen met vlooien en ongedierte. Marianne verbergt zich dan altijd een beetje en zei natuurlijk alleen maar dat ze die tocht inderdaad gelopen had. Omdat mij dat veel te bescheiden was, heb ik toen ook een duit in het zakje gedaan door te zeggen dat Marianne begin april vertrokken was uit Nederland en inmiddels bijna 3000 km gelopen had.
Kijk, dan krijg je tenminste reacties waar je iets mee kunt. De ene mevrouw riep luidkeels: “Oh, geweldig!! Ik heb nog nooit zo iemand ontmoet. En nu zit ik er zomaar mee te eten!”. Marianne ging ervan blozen en voor één keer zweeg ze minstens dertig seconden. En dat zegt iets voor degenen die haar kennen. Maar alle gekheid op een stokje, het was erg leuk.
Vanmorgen hebben we uitgeslapen en op ons dooie gemak ontbeten. Marianne wilde wachten tot haar de thee en croissants op bed werden aangereikt, maar zover gaan we natuurlijk niet als pelgrims. Daarna hebben we de foto´s van Marianne op een dvd gezet en toen was het alweer tijd voor de pelgrimsmis van twaalf uur. Deze was soberder dan vorig jaar, maar omdat je dan al je collega-pelgrims weer ziet, is het toch erg leuk. Marianne werd ‘incognito’ ook genoemd. “A pie, uno de Holanda”. Dat kan alleen Marianne maar zijn dus.
Na de mis zijn we naar het station gegaan om de trein te bespreken. Morgen gaan we weer lopen naar Fisterra. We stappen op dinsdag 3 juli op de trein en arriveren in Rotterdam/Amsterdam in de loop van de ochtend van 4 juli.
Vanavond hebben we afgesproken met de hele groep die we nu zoveel kilometers kennen.
Tot slot moet ik ook nog iets vermelden dat mij nou weer hevig liet blozen. We hadden in een restaurantje het een en ander gedronken en zo op het terras, dus op een gegeven moment zei ik: “Ik ga plassen en betalen en dan gaan we”. Nou, dat plassen ging wel goed en toen ik weer van het toilet kwam, heb ik de juffrouw achter de bar vriendelijk goedendag gezegd en ben totaal vergeten dat ik nog moest betalen. Dus wij weer op stap en 50 meter verder werd ik door de juffrouw op de schouder getikt. Nou, ik kon wel in een doosje, zo genant was dat. Ze geloofde gelukkig dat ik het echt vergeten was, maar toch….. En dan ook nog een pelgrim……
Gelukkig staat hier iets positiefs tegenover: de mevrouw van het hotel waar we een paar nachten geleden illegaal geslapen hebben en toen € 50 achter hebben gelaten, zei tegen onze Schot, dat ze hiermee het geloof in de pelgrims teruggekregen had.
Het is gewoon waar. een pelgrimstocht is net het leven: je doet iets goed, je doet iets fout, soms is het zwoegen, soms is het feesten. Vandaag was het dus feesten, het is heel leuk, omdat je nu weer iedereen tegenkomt die je onderweg al eens hebt ontmoet en omdat iedereen natuurlijk tevreden en gelukkig is, omdat het einddoel is bereikt.
Morgen gaan we weer op weg naar ons volgende einddoel. Ultreya!

Porte de Gloria

peregrino-web porte-de-gloria-web

Zie ons hier zitten, heel tevreden op een terrasje middenin Santiago. We zijn er!! In de stad van Sint Jacobus! Mijn huispsychologe wilde natuurlijk weten wat voor gevoel het was dit keer. Nou, ik moet zeggen: het is hetzelfde gevoel als vorig jaar. Je weet nu natuurlijk hoe het eruitziet en waar je terechtkomt, maar als je het plein voor de kathedraal oploopt is dat toch weer een intens tevreden gevoel. Ik ben aan het eind van de reis gekomen met een lekker leeg hoofd en ben super relaxed. Het loslaten is me deze reis, geloof ik, makkelijker afgegaan dan vorig jaar.
We zijn vanaf het plein door de Porte de Gloria de kathedraal binnen gegaan, dit moment van glorie mochten we toch wel hebben. In de kathedraal mochten we niet meer ons hand op de pilaar leggen, want de pilaar is aan restauratie toe (kun je nagaan hoeveel handen daar zijn neergelegd op een pilaar van zowat een meter in de omtrek). Maar we zijn uiteraard wel achter het beeld van Sint Jacobus langs gelopen en hebben onze handen op zijn schouders gelegd. Via de crypte van Jacobus zijn we aan de andere kant de kerk weer uitgelopen naar het pelgrimsbureau. Vorig jaar heb ik daar bijna twee uur op de trap gestaan met steeds een treetje hoger, zo druk was het, maar nu konden we zo doorlopen om onze compostela te bemachtigen.
En nu zitten wij dus innig tevreden met een grote pils op het terrasje naast het restaurant, waar Marnix en Gery vorig jaar voor een godsvermogen kreeft hebben gegeten, omdat dat het enige woord was dat ze verstonden. Het is het mooiste weer van de wereld, volop zon en een lekker windje. En wij kijken trots naar onze compostela natuurlijk, wat dacht je. Ik blijk trouwens in het Latijn nu anders te heten dan vorig jaar, iets met Matheum is het dit keer. Marianne zei al: ”Als je volgend jaar een derde krijgt met weer een andere naam, moet je een klacht indienen!“
We slapen in een hotel op honderd meter van het pelgrimsbureau en nog geen vijfhonderd meter van de kathedraal, middenin het oude centrum. Dat hebben we ook verdiend, vinden we. En vanavond gaan we uit eten zoals het hoort: uitgebreid. Met alles erop en eraan, ze noemen me tenslotte niet voor niets ‘driesterrenpelgrim’ hier! Maar dat hebben we natuurlijk ook echt verdiend!!
Morgen doen we niets: een beetje uitslapen, foto’s op dvd laten zetten, naar het postkantoor, naar het station om een trein te bespreken, kaarsjes branden en natuurlijk om twaalf uur naar de mis.
Overmorgen gaan we dan op weg voor het laatste stuk: Cap Fisterra .

Danke, lieber Jacobus

Theo-Marianne-Manfred-web Marianne, Manfred, Theo

Gisteravond was het onmogelijk om Gery te bereiken, er was geen bereik voor mijn mobiele telefoon, dus helaas.. Ik ga het vandaag goedmaken.
In Baamonde hebben we ’s avonds gegeten bij een echte dichter, Een dichter die eruitzag, zoals dat bij een dichter hoort: baard, warrige haardos. Het eten was matig, maar het was wel oergezellig. Manfred was helemaal in de stemming en zong eerst een speciaal lied voor Marianne: ‘Mariandl – andl – andl’ en vervolgens de bananenbootsong voor mij: ‘Theo – The- the e-e- o’ en iedereen zong genoeglijk mee. De dichter droeg vervolgens een van zijn gedichten voor over de Camino, dus de avond kon niet meer stuk.
Gisterochtend was het om zes uur al opstaan, want er wachtte een lange wandeling. Om zeven uur wilden we gaan ontbijten, maar toen bleek de poort van de refugio nog op slot te zijn. Aangezien er niemand aanwezig was, hebben we zelf maar lopen zoeken naar de sleutel en die ook gevonden. Toen we buiten kwamen, reed er net een wit autootje voorbij en tot mijn verbazing ging Marianne daar ineens heftig tegen de ruit staan tikken. Ze had gezien dat er brood in die auto lag en logischerwijs de conclusie getrokken dat dat dus een bakker moest zijn. Aangezien in de gids stond dat er op de hele route niets te krijgen was, was dat zogezegd onze redding. We kochten dus brood en gelukkig maar, want het bleek te kloppen: de rest van de dag was er niets meer te vinden. En de dag was in totaal 42 kilometer lang berg op, berg af. Maar dat gaf niet, want het was een verpletterend mooie route! Een stuk door de bossen en een stuk over bloeiende heide. Schitterend gewoon! En geloof het of niet, maar het landschap verleidde ons tot het zingen van: ‘Op de grote, stille heide’, toen daar om de bocht als klapstuk een herder met schapen verscheen. ‘t Is toch ook wonderbaarlijk.
Nadat we de laatste erg steile berg beklommen hadden, arriveerden we in de refugio van het klooster van Sobrado dos Monxos. Tegenover de refugio staat een hotel en even zeiden we tegen elkaar dat dat hotel toch wellicht aangenamer was dan een refugio, maar allez, niet zo kinderachtig zijn, maar deze verleiding weerstaan, dus gewoon in de refugio slapen. Daar ontmoetten we ook weer een aantal mensen, die we onderweg ook een paar keer ontmoet hebben, maar die we verderop ‘verloren’ waren, dus dat was een leuk weerzien. Zij waren stukken met bus en trein gegaan en zo kwam de hele pelgrimsfamilie elkaar weer tegen. Rugzakken neergezet, slaapzakken uitgerold en vervolgens naar de vesper met zijn allen. De vesper viel ons tegen, erg vlak en kaal. Na de vesper zijn we met zijn vijven een halve kilometer gaan lopen (zo’n half kilometertje kan er echt nog wel bij) om te gaan eten. In het restaurant voegde zich nog een echte Schot bij ons gezelschap, met ontzettend veel gevoel voor humor, dus de stemming was weer prima.
Maar ja, ook aan samen eten komt een eind en dus liepen we na het eten weer de halve kilometer terug. ‘t Was inmiddels half elf, dus bedtijd. Jawel, dat hadden we gedacht! Toen we bij de refugio kwamen, was daar alles donker en de deur op slot! Nou, daar sta je dan met zijn allen. Flink hard op de deur kloppen, overal rondlopen om te zien of we ergens naar binnen konden…. alles bleef donker en stil. In het dorp op zoek naar iemand die ons binnen zou kunnen laten, maar het hele dorp was eveneens donker en stil. Wat nu?? En koud dat het was, niet te geloven! Die arme Manfred liep nog in zijn korte broek. De mogelijkheid dat we de nacht op straat zullen moeten doorbrengen is ook niet iets waar je warm van wordt. Dan komt dit keer de verlossing van Schotse zijde. De Schot zegt: ”Nou, ik slaap in het hotel hier tegenover in een appartement en daar staan nog meer bedden, dus kom maar mee!“ En hij heeft tenminste de sleutel meegekregen. Dus zijn wij als hondjes achter hem aangegaan met zijn vijven en in zijn appartement waren nog twee bedden en een bank, dus dat was alvast plaats voor drie van de vijf verdoolden. Ergens op de gang staat een deur open en wat zien wij daar? Nog zo’n appartement en dat is zo te zien leeg. Wat doe je dan?? Onze Duitse pelgrim zegt eerbiedig: ”Lieber Jacobus, danke, danke!“ en wij denken terug aan het moment van twijfel van vanmiddag: hotel of refugio. Het is dus volkomen duidelijk: dit kan niet anders dan een vingerwijzing van Jacobus zijn!
En zo slapen wij de hele nacht vorstelijk in een bed in een hotel, dat zelfs niet weet dat wij er zijn! Met andere woorden: één legaal persoon en vijf illegalen! Er is echt niemand te zien, ook vanochtend was er niemand te bekennnen. Dus we hebben € 50 achtergelaten als dank en zijn de weg weer overgestoken naar de refugio waar onze rugzakken nog braaf stonden te staan en onze slaapzakken nog keurig uitgerold lagen te wachten.
Tanden poetsen en weer braaf aan de wandel. Marianne wist een stukje dat we af konden snijden. Dat hebben we gedaan met als gevolg dat we verder hebben gelopen dan verwacht, dus na de dag van 42 km gisteren hadden we vandaag een dag van 33 km, ook niet mis. Tussen de middag hebben we heerlijk gegeten in een restaurant, waar grote lappen vlees boven een echt houtvuur werden geroosterd.
Zo zijn wij vanavond gearriveerd in A Brea Cerceda en wie nu op de kaart kijkt, ziet het: Morgen arriveren we, als alles goed gaat, in Santiago!! Zijn we nu blij? Natuurlijk – natuurlijk niet. Het is alweer een heel dubbel gevoel: geweldig om het weer gehaald te hebben en wat jammer dat het weer voorbij is!
We zijn van plan om een dag of twee in Santiago te blijven in een pension en niet in de refugio van honderdtachtig bedden, en dan …. toch maar lopend door naar Fisterra!

‘k Moet dwalen

Kijk Caty, ik heb er nog één: ‘k Moet dwa-a-len, ‘k moet dwa-a-len op bergen en in da-a-len’. Want dat hebben we vandaag gedaan. We zijn wel vroeg opgestaan, maar hebben zitten treuzelen aan het ontbijt. Geer zegt dat ik niet over ‘treuzelen’ moet praten, maar over ‘onthaasten’, dat staat sjieker.
Maar goed, na het onthaasten dan, liepen wij in het mooiste weer van de wereld, met af en toe een fris windje, door Galicië zoals het hoort te zijn, met overal bloemen die staan te bloeien. Geweldig is dat. Ze zijn hier overal autowegen aan het aanleggen met als gevolg dat er zo hier en daar wat borden verdwenen zijn. Verder ben ik van de kaart van Spanje, die ik heb, ‘afgelopen’ en bovendien lopen we voortdurend te kletsen. Dus het kon niet uitblijven: we zijn vandaag drie keer verdwaald. Dat is niet erg, dan moet je gewoon ergens de weg vragen, zou je denken. Dat doen we natuurlijk ook, maar dat valt echt niet mee. Niet omdat de mensen ons de weg niet willen wijzen, integendeel, ze zijn ontzettend behulpzaam. Zo behulpzaam dat, als je de weg vraagt naar het dichtstbijzijnde dorp, ze zich onmiddellijk in een enorm lang verhaal storten, vergezeld van grote armzwaaien alsof ze de route van het begin tot het einde even uit zullen leggen, alleen zijn wij inmiddels de weg allang weer kwijt natuurlijk.
Vanmorgen ging het als volgt: Wij vroegen de weg, iedereen sprak door elkaar en trachtte ons iets duidelijk te maken, tot er een oude vrouw van minstens tachtig jaar bij kwam staan, die meteen korte metten maakte. Kordaat nam ze het heft in handen of liever gezegd, zij hief de wandelstaf, wees ons dat we moesten volgen en stapte vervolgens in zo’n straf tempo, dat wij daar u tegen kunnen zeggen. Al babbelend en van alles vertellend over Galicië, spurtte ze zo’n 2 km lang voor ons uit, en wij liepen dus echt als drie kleine kleutertjes achter haar aan. Maar na die twee km waren we wel weer op de goede weg en zagen we tot onze geruststelling de gele pijlen weer. Geweldig leuk zijn dit soort belevenissen steeds weer. oud-vrouwtje-web

Tussen de middag hebben we gepicknickt op een Middeleeuwse brug, in het zonnetje, ik herhaal het nog maar even, aangezien ik net gehoord heb dat het bij jullie veel regent. Het was bij ons zo lekker dat we uitgebreid op de leistenen rand van de brug konden zonnebaden. Zo kon het dus gebeuren dat we als eersten zijn vertrokken en bijna als laatsten aankwamen in Baamonde. Iedereen was ons ondertussen voorbijgelopen.
De refugio hier in Baamonde bestaat uit twee hokken zonder ramen. Dat leek ons niets, maar boven was een zolder, die in ieder geval wat ruimer is. Dus besloten wij om eerst maar eens een terrasje op te zoeken in de hoop dat die twee hokken straks vol zouden zijn en wij dus op de bovenverdieping terecht zouden komen. Ja, het was dus noodzaak, dat terras in de zon, dat snappen jullie. Uiteindelijk werd het een beetje frisjes in de wind en bleek ons snode plan volledig geslaagd. We slapen nu in een gebouwtje in de tuin en hebben alle ruimte om ons heen die je maar kunt wensen.
Manfred is een superslanke man, die ongelooflijke hoeveelheden kan eten. Alles wat Marianne en ik overhouden, eet hij dan nog even op en als het helemaal niet meer gaat, worden de karbonaadjes de volgende dag onderweg door hem verorberd. Maar hij heeft geen grammetje vet teveel. Wij doen hem dit niet na.
Morgen proberen we het klooster van Sobrado dos Monxes te bereiken, dat schijnt een bijzonderheid te zijn en dat is goed voor ons geestelijk voer, dan kan ik daar weer ‘Waarheen pelgrims’ zingen, nu ik de woorden heb. Of het gaat lukken, weten we nog niet, want het is een stief kwartierke lopen!

Via Gondan naar Villalba

Gery is gisteravond wezen zeilen en ja, dan komt er niets op de website, dus dan nu maar een dubbele aflevering.
We hebben gistermiddag een schitterende route gelopen, niet te geloven zo mooi, het was gewoon sensationeel. We liepen door een dal met overal dorpjes en overal bloemen, waar je ook keek, het was echt fantastisch!! Op een gegeven moment gingen we het dal weer uit en was het weer klimmen. Na een paar honderd meter klimmen zagen we ineens middenin de struiken een oude bestelwagen uit de jaren vijftig staan met daarop een grote gele pijl, die ons de weg wees naar Santiago. Hoe dat ding er ooit gekomen is, mag Jacobus weten, want er is helemaal geen weg, Grappig was het wel.
Volgens de gids was er geen slaapgelegenheid in Gonda, maar toen we er aankwamen, zagen we een spiksplinternieuwe refugio voor onze ogen oprijzen. Hij was pas twee dagen open en het plastic zat nog om de matrassen, zo hagelnieuw was alles. Kortom, een vijfsterren pelgrimsherberg. Marianne kwam op het idee een cadeautje te kopen voor de opening van de nieuwe refugio, dus wij naar het dorp. Veel was er niet, maar we belandden in een winkeltje, dat half schoenmakerij, half een kruising tussen Piet Goudt en Anna Tas was (dit even voor de Barendrechters onder ons). Marianne heeft meteen nieuwe hakken onder haar schoenen laten zetten vanwege die schoenmakerij en we hebben er een gastenboek gekocht voor de refugio en er iets in geschreven. De schoenmaker sprak uiteraard geen woord ‘buiten de deur’, maar zijn kleindochter was er om met de kassa te leren omgaan en ”zij heeft Engels geleerd“, zei opa trots. Het arme kind durfde eerst geen woord te zeggen, maar goed, we begonnen een praatje en langzamerhand was de eerste schrik voorbij en begon ze een beetje te babbelen. Ze gloeide van trots dat het haar lukte en opa gloeide niet minder van trots op zijn ‘internationale’ kleindochter natuurlijk.
Met mijn voet gaat het weer beter, dankzij de pleisters van Marianne. Marianne is antroposofisch verpleegster, dus jullie snappen dat ik haar daarmee in de maling neem en roep dat het onzin is. Alleen vroeg ze nu of ik wist wat voor pleisters het waren en waar ze van gemaakt werden. Ja, ik rook al onraad en ik had het natuurlijk kunnen weten: de pleisters bleken gemaakt van algen! Nu kan ik natuurlijk net gaan doen alsof het nog steeds onzin is, maar ja, ik moet toegeven dat de pleisters wel erg goed helpen. Zo zie je maar, je weet het maar nooit. Maar ik ben natuurlijk niet op pelgrimstocht om mijn geloof (of zoals hier ongeloof) aan het wankelen te brengen, dus hoe moet ik dat nu oplossen?
Alle gekheid op een stokje, ik heb het nog steeds geweldig naar mijn zin hier.
Vanmorgen zijn we om negen uur weer vertrokken en ik had last van mijn darmen (sprak hij keurig). Marianne kwam meteen met de kamille aandraven, maar ik kan natuurlijk niet in alles toegeven, dus dat heb ik manmoedig geweigerd en een rol ordinaire kaakjes gekocht. Die hielpen ook gelukkig, zodat mij letterlijk en figuurlijk een al te grote afgang bespaard werd. De route was weer prachtig vandaag, dit gedeelte van de route is mooier dan de Camino del Norte. Nu was het vandaag schitterend weer en dat werkt natuurlijk ook behoorlijk mee.
Corrie, het klopt wat je schrijft over de diensten van vorig jaar en het pelgrimslied, op deze route vind je dat helemaal niet. Je merkt hier niet veel van enige spiritualiteit; hier gaat het meer om de sportiviteit, geloof ik. De pelgrimstocht is zogezegd meer ‘werelds’. Marianne en Manfred lopen ook de hele dag van die luchthartige, wereldse aria’s te galmen. Om daartegen enig serieus tegenwicht te bieden, heb ik maar als goed Gereformeerde het lied: ”Waarheen pelgrims, waarheen gaat gij?“, aangeheven met mijn sonore bariton, maar ten eerste kon men deze sonore bariton niet waarderen en ten tweede wist ik alle woorden niet meer van dit lied en Geer was er niet om mij voor te zeggen. Je ziet, ik heb mijn best gedaan, maar tevergeefs.
We zitten nu weer veilig in de refugio van Villalba. De was is gedaan, er wordt voor mij gekookt, dus wat wil je nog meer? Het is nog geen 125 km meer naar Santiago, dus het schiet op. Vind ik dit leuk? Ja en nee. Voordat ik weg ging, heb ik tegen Gery gezegd dat dit de laatste keer was en dat zeg ik nu nog wel, maar…… nou sprak ik weer iemand die van Florence via Rome naar Assisi gelopen is en onderweg alles heeft bekeken. De vraag is nu: Is dat minder leuk dan thuis in de Almanak zitten? Ik vrees het antwoord daarop te weten……

In het land van Jacobus

Hier dan weer een bericht direct vanuit een internetcafé. Ik begin er ervaring in te krijgen. Bedankt iedereen voor de commentaren, we genieten er elke keer geweldig van. Gisteren hebben we zelf iets gemaakt in de refugio om te eten. We hadden geen zin meer in het menu del dia. Dus we hebben pizza’s gekocht en die opgewarmd in de enige pan die in de keuken stond. Een blikje asperges erbij dat we niet open konden krijgen en dus geheel vernielden om toch de inhoud te bereiken. Iedereen heeft zich er meer bemoeid met als gevolg dat ook iedereen mee moest eten natuurlijk. Kortom, het lijkt in zo’n refugio soms wel een groot gezin, waarvan iedereen dan overigens wel een andere taal spreekt. In de refugio van vanavond bijvoorbeeld zitten een Oostenrijker, twee Brazilianen, twee Hollanders en een Duitser.
Vanmorgen zijn we heel vroeg opgestaan en om zeven uur waren we al op pad. Eerst moesten we nog langs de plaatselijke politie om onze credencial te laten afstempelen. Daar werden we pas om acht uur geholpen door drie stoere agenten. Er werd ernstig op onze credencials gestudeerd en natuurlijk werden ze uitgebreid besproken, maar dat kunnen wij niet echt verstaan. Daarna kregen we een plattegrond van de stad Ribadeo waarop getekend was hoe we de stad moesten uitlopen. Prima geregeld dus. Trouwens, het is te merken dat we in het thuisland van de heilige Jacobus zijn aangekomen, want alles is hier perfect geregeld. De aanwijzingen langs de route zijn heel duidelijk en op elke monolith staat, behalve de richting, ook de afstand tot Santiago aangegeven. Vanaf hier is het nog 175 km. Alle refugio’s in Galicië zijn ook gratis. Het weer was redelijk goed. Een enkel buitje, maar ook zon van tijd tot tijd, dus wij klagen niet.
Onderweg zaten wij op een bankje voor een kerkje iets te eten en wij zagen een eindje verderop een vrouw met een wandelstok drentelen. Zij stond duidelijk te wachten tot we langs zouden komen. Toen dat te lang duurde, kwam ze naar beneden en begon het gesprek. Eerst informeerde ze waar we vandaan kwamen en al heel snel kwam de aap uit de mouw: ze wilde vertellen wat zij had. Als wij het goed begrepen had ze een nieuwe heup gekregen. Marianne weet dan altijd wel een medische term die in alle talen hetzelfde is en het gesprek verliep tot volle tevredenheid van de mevrouw. Er kwam geen eind aan haar verhaal en dat was kennelijk ook de bedoeling. Dat gebeurt regelmatig; de mensen zijn heel erg aardig.
Tussen de middag kwamen we langs een refugio waar drie andere pelgrims al gestopt waren. Omdat we die kenden, hebben we daar gegeten en gerust. Het was een heel mooie refugio. Daarna was het nog twee uurtjes naar Vilanova de Lourenza, waar we nu zijn en ook deze refugio is naar volle tevredenheid. We hebben een lange tocht gemaakt, het was hoog, maar het ging prima, we hadden er eigenlijk geen erg in dat we bijna 30 km hebben gelopen. De omgeving is hier weer heel anders, maar ook erg mooi.
We hebben weer zelf eten gekocht en gegeten in de refugio. Daarna zijn Manfred en Marianne naar de kerk geweest en ik heb afgewassen en ben naar het internetcafé gelopen.
Morgen hebben we 28 km voor de boeg met nogal wat bergen. We zijn van plan weer vroeg te vertrekken, want er is halverwege een mooie stad te bezoeken. Verder overwegen we een uitstapje naar Lugo te maken als we daar toch in de buurt zijn. Blijft ook nog de vraag of we naar Fisterra gaan na de aankomst in Santiago. Al die dingen moeten we nu weer onder ogen zien. Jullie horen nog het resultaat van deze overwegingen.

Hoe kom je over de brug?

Hallo, daar ben ik weer in een cybercafé. Gisteravond hebben we met zijn vieren gegeten in een restaurant, weer een ‘menu del dia’. Dat is een vast menu dat in bijna alle restaurants langs de route aangeprezen wordt. Alleen, als je dat vier weken gegeten hebt, is de aardigheid er wel af. Altijd hetzelfde en we willen nu wel eens iets anders eten.
Overigens was het wel gezellig met Manfred, Ruth uit Zwitserland en wij tweeën. Deze ‘oude’ man ging natuurlijk, zoals het hoort, op tijd naar bed, maar met zoveel ‘jongelui’ om me heen gaat die vlieger niet op kennelijk. Om elf uur werd ik van bed gelicht om voor de deur een groepsfoto te maken. Toen was het hier nog klaarlichte dag, omdat wij zoveel westelijker zitten dan jullie. Er was een prachtige zonsondergang.
Vanmorgen om half negen zijn we weer vertrokken (jawel, we hebben dus uitgeslapen). Heel dom hebben we geen ontbijt gescoord bij vertrek, omdat wij dachten dat we snel in Ribadeo zouden aankomen, waar wij een vakantiedag zouden nemen. Helaas, onderweg was niets, maar dan ook niets te koop. Dus scoorde ik mijn eerste kop koffie pas na de middag, toen we al in de albergue waren aangekomen.
De route was echter fantastisch mooi. We hebben vlak langs de kliffen gewandeld met mooi weer en wel een sterke wind. Als het hier maar droog is, is het echt genieten en dan weet je waarvoor je het doet. Het was de laatste dag aan de kust; nu hebben we eindelijk die kust gezien zoals wij die ons hadden voorgesteld. Iedereen heeft het erover, dat we veel te weinig echt langs de zee hebben gelopen.
Toen wij de brug (800 meter) naar Ribadeo op zouden lopen, bleek die voor wandelaars verboden omdat er werkzaamheden waren. Goede raad was duur. Wat te doen?? We moesten toch naar de overkant. Toen heeft Marianne (mooie vrouw als zij is) als lokeend gefungeerd. Zij vroeg automobilisten of wij mee mochten rijden over de brug. En binnen twee minuten had zij drie auto’s gevonden. Dus Manfred in de eerste, ik in de tweede en Marianne in de derde auto. Ik voelde mij wel een beetje net zoals in de sketch waar een mooie vrouw gaat liften terwijl de vriend achter een boom wacht. Maar het werkt wel!!! Gelukkig.
We kwamen wel aan de verkeerde kant Ribadeo binnen en hadden wat problemen om de refugio te vinden. Uiteindelijk kwamen wij daar om half drie.
Omdat het onze ‘vrije’ dag is, zijn we meteen de stad in gegaan om de telefoon op te waarderen. Marianne heeft haar vader gebeld en omdat wij langs een kapper kwamen, zijn we daar ook maar naar binnen gelopen.
Morgen zijn wij dus de deftigste pelgrims van de Camino del Norte, want daar starten wij nu echt mee. In Galicië wandelen wij nu richting Arzua en vervolgens Santiago. Er zitten nog heel lange etappes bij, maar die willen we anders verdelen.
Jullie zien wel dat wij hier heel druk bezig zijn met onze organisatie. Dus: druk druk druk!!
Overigens hoeft Jan van de Brink niet ongerust te zijn dat de aankomst in Santiago een afgang zal worden. In de eerste plaats omdat het onderweg zijn fascinerend is en Santiago slechts het doel. In de tweede plaats omdat de aankomst zoveel voldoening geeft als kroon op de inspanningen van onderweg. Ik ben dan wel een beetje te vroeg voor de naamdag van St. Jacobus op 25 juli, maar dat komt dan wel weer een andere keer.

De brede weg opgestuurd

Gisteravond was er een jongen met een gitaar en toen hebben we allemaal luidkeels liedjes uit de jaren zestig gezongen, oergezellig. We sliepen in een oud schooltje, dat vijftig meter van de snelweg afstond, zodat je de hele nacht het gevoel had dat er zo een tankauto binnen zou rijden of zo. Kortom, erg rustig was het niet, dus we waren vanmorgen al om zes uur uit de veren en om zeven uur gingen we op weg.
Tot half negen was het droog, toen begon het te regenen, Nou, regenen?? Het regende zo verschrikkelijk hard dat onze poncho’s het niet aankonden en onze schoenen vol stonden met water. Het was echt verschrikkelijk. Om elf uur regende het nog steeds zo hard en toen we een hotel zagen, zijn we daar maar snel heen gerend, hoe nat we ook waren. Daar was men weer erg aardig, we mochten alles uittrekken (nou ja, niet alles natuurlijk), zodat we weer een beetje konden opdrogen. We hebben daar wel anderhalf uur gezeten en zowaar, om half één werd het droog. Dus snel de schoenen weer aan en op weg. En geloof het of niet, maar om één uur liepen we in de korte broek!! Zo gaat dat hier. Ik weet dat het in Normandië ook zo snel van weer kan wisselen, maar zo erg als hier is het daar niet.
Als de zon dan weer schijnt, word je al gauw overmoedig en dat moet je als pelgrim natuurlijk niet doen. We spraken namelijk af snel door te lopen naar de refugio, zodat we dan vanmiddag toch aan het strand konden liggen. Overigens hebben we vandaag keurig en vroom de route gevolgd, we waren helemaal bereid het smalle pad tot het einde toe te bewandelen. Maar nu stuurde de gids ons voortdurend de Route National op, we zijn dus vandaag gewoon de brede weg opgejaagd! Daar konden we echt niets aan doen.
Maar goed, we kwamen in Tapia en bij de refugio en uiteraard kwamen er toen wolken voor de zon en zelfs een buitje. Het mag dus gewoon niet, dat strand. De refugio staat heel hoog op de klippen en vandaar kijk je zo op zee. Zo’n schitterend uitzicht hebben we nog nooit gehad. We zitten hier met zijn twaalven en er zijn weer veel landen vertegenwoordigd: Spanje, Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Kroatie en Nederland, dus er wordt weer gekoeterwaalst in alle talen.
Volgens een gids is de provincie waar we in lopen, een van de best georganiseerde provincies, waar alles goed aangegeven is. Nou, mooi niet, het is een zootje en de route is gewoon slecht aangegeven en slecht onderhouden, zoals een andere gids dan weer zegt. Ja, nu we er bijna uit zijn, zetten ze ineens gele pijlen van twee meter hoog neer, kunst!
Manfred is ook weer aangekomen, maar hij is kapot en heeft zere voeten. Trouwens, mijn voet is ook weer open, er is iets met die schoen dat niet klopt, hoewel bij iedereen de kwaaltjes komen nu. Maar ja, morgen overschrijden we de tweehonderd kilometergrens, dus we schieten ook al hard op, helaas!

Geitenkaasjes

De route was erg slecht aangegeven vandaag, het eerste stuk was al een drama; een bijna onbegaanbaar pad, dus we besloten al snel maar een stukje langs de zee te lopen. Overigens, in tegenstelling tot wat iedereen van tevoren dacht, lopen we helemaal niet zo vaak langs de zee, want je hebt iedere keer weliswaar een baai, maar daar moet je dan wel omheen en dan loop je meestal in de bossen en meestal over modderige paden. Na een tijdje was het lopen langs de zee weer afgelopen en toen zijn we maar van het smalle pad afgeweken en hebben vandaag de brede weg genomen, Dat loopt een stuk makkelijker. Het weer is vandaag redelijk goed geweest, dus we mogen niet mopperen.
Waar we vandaag wel een beetje over mogen mopperen, is het eten. Onderweg kwamen we langs een piepklein Spar-winkeltje, waar we sinaasappelen hebben gekocht. Toen zagen we kleine zwarte pakjes geitenkaas (althans dat dachten we). Dat leek ons erg lekker, dus we kochten er twee. Dat leek ons echter een beetje weinig, dus dan maar vier genomen. En om onderweg niet te hoeven denken: ”Heerlijk, waarom hebben we er niet meer genomen?“, namen we er zes. Je moet tenslotte op alles voorbereid zijn. Een eindje verder besloten we om meteen maar zo’n heerlijk geitenkaasje te verorberen, Dus we maakten de eerste twee pakjes open. Wat er in zat, viel uit elkaar en leek op van alles, behalve op geitenkaas. Nou moet je onderweg natuurlijk niet gaan lopen zeuren of kritisch over geitenkaas gaan zitten doen, dus we namen gewoon een lekkere hap. We waren het allebei roerend eens: wat het was, weten we niet, waar het naar smaakt, weten we ook niet, in ieder geval niet naar geitenkaas, maar het leek voor ons nog het meest op een soort bruine suiker. Niet echt lekker, niet echt erg vies. Tot we hier in Pinera, waar we vannacht overnachten, een Braziliaanse tegen het lijf lopen en zij weet wat het is. Het is varkensvet met een laagje suiker! Hadden we dat nou maar nooit geweten, we werden nog posthuum misselijk.
In de refugio, waar we vannacht slapen, zijn bedden en er is een douche. Dat is het dan, nergens iets om te koken. Dus op naar de dichtstbijzijnde winkel en nu doen wij ons maal met (oud) brood, een plakje ham, een flesje bier en een flesje yokidrink. Dit is dus wat je noemt een echte karige pelgrimsmaaltijd. Gelukkig is Manfred ook weer bij ons, dus gedrieën dragen wij ons kruis. Nou ja, ik overdrijf natuurlijk weer schromelijk, eigenlijk is het best wel te eten, hoor! En als ik denk aan al die arme sloebers, die nu maar elke dag naar hun werk moeten en in de file staan, sorry, ik wil echt niet met jullie ruilen!
Willem, je krijgt echt een kaart van me. De postzegels heb ik al, alleen de kaart nog niet. Die ga ik kopen en je kaart komt eraan, zodat je weer de groeten aan me kunt doen!!

Over de autoweg

We hebben gisteravond inderdaad heerlijk gegeten bij de Portugezen, alleen waren we de twee enige bezoekers en dat was wel jammer, maar ja, met dit slechte weer gaat er niemand aan het strand eten natuurlijk. Maar vanmorgen na het ontbijt bij dezelfde Portugezen zag het weer er weer een stuk beter uit, dus we gingen welgemoed op weg. In de gids werd ons de officiële Jacobsroute sterk afgeraden, omdat het pad heel moeilijk te vinden is, de kans op verdwalen dus groot en het pad bovendien erg overwoekerd schijnt te zijn. Dus hebben we maar de Route National genomen en dat ging prima, tot bleek dat deze weg zonder enige waarschuwing overging in de autoweg en we dus tot onze schrik ineens op de autoroute bleken te wandelen. Dat was niet geheel de bedoeling, dus snel terug en het talud af, wat niet meevalt met je rugzak en toen een tunneltje door onder de autoroute naar de andere kant, want we moesten een stuk teruglopen. Aan de andere kant het talud weer opgekrabbeld, wat helemaal niet meevalt met je rugzak en toen moesten we weer een eind over de vluchtstrook terug. Nou wandelen we natuurlijk wel snel, maar om dan maar over de snelweg te gaan lopen, is wel wat overdreven. Marianne ging uitgebreid op de vangrail zitten, want ze wilde nu ook wel eens ‘bermtoerist’ zijn, maar het ging pijpestelen regenen, dus dan is het leven van een bermtoerist ook niet leuk meer.
Het blijft ons verbazen dat het weer hier zo snel wisselt. Zo schijnt de zon en zo regent het, we hebben vandaag wel zo’n vijf keer poncho aan, poncho uit gedaan. Vanmorgen ook, het hoosde zo erg dat we in een tunneltje hebben staan schuilen en het water gewoon in golven het tunneltje inliep. Dat duurt dan een minuut of tien, dan wordt het droog en schijnt meteen de zon. Overal zie je dan de damp opstijgen en tegelijk zie je in de verte de volgende bui aankomen. Ze zeggen hier dat het weer niet normaal is, maar als ik zo naar de natuur hier kijk, dan geloof ik dat niet zo erg. Het is wel erg mooi hier, heel groen (en dat komt meestal niet van de droogte) en overal staan orchideeën, sinaasappel- en citroenbomen. Je kunt de citroenen zo van de grond oprapen. Ik geniet hier echt reusachtig. Onderweg hebben we uitgebreid staan praten met twee Duitsers. Zij kwamen uit Keulen en riepen dus opgetogen: ”O, dan zijn we buren“. De een had een huisje in Oostkapelle, dus die sprak een beetje Nederlands. Het blijft geweldig leuk om zoveel verschillende mensen van zoveel verschillende nationaliteiten te ontmoeten. Maar ja, staan praten brengt je niet verder natuurlijk en Canero, ons einddoel van vandaag, was verder weg dan we verwacht hadden, dus het was een uur of zes toen we aankwamen.
Alweer een dag voorbij, wat gaat het toch vlug allemaal, nog een paar dagen en we verlaten de kust. We zijn nog wel van plan om voor of in Ribadero nog een rustdag in te plannen, want ja, dat strand blijft toch lokken. We zullen toch wel één keer aan het strand kunnen liggen, één keertje maar?
Overigens valt het me op, dat Marianne’s familie op het ogenblik meer commentaar levert dan de mijne…….
Het is maar een wenk!

Een dagje strand?

Toen we vanmorgen opstonden was het stralend weer, dus de korte broek aan, petje op en op weg! Onderweg hebben we een ontbijtje gescoord en na een kilometer of zes zaten we aan de koffie in Cudillero. Vanwege het schitterende weer besloten we ad hoc tot een rustdag, want ik wilde toch wel eens een keertje aan het strand liggen. Manfred liep door, wij gingen naar de VVV om te vragen waar het dichtstbijzijnde strand was. Dat was nog een kilometer of vijf lopen.
Terwijl we erheen liepen, begon het te betrekken en kwam er bewolking en toen we het strand van Concha de Artedo opliepen, begon het te regenen!! Ik ben nog wel even in het water geweest tot aan mijn kuiten, hoewel Marianne beweert dat mijn kuiten dan wel opmerkelijk laag zitten, maar zij is er helemaal niet in geweest. Zij wist namelijk al hoe koud het water is! Het is ongelooflijk hoe snel het weer om kan slaan hier. Nu zitten we in een warme trui op een terras en Marianne heeft blauwe nagels van de kou. Ze ziet steeds hoopvol een ‘manshemd’ blauwe lucht en dan wordt het mooier weer volgens haar, maar ik zie er nog niets van.
We zitten hier in een vissershaven met maar een huis of zes en vier daarvan zijn restaurant of pension. Wij zitten in een pension met uitzicht op zee, dus dat is in ieder geval nog iets, kunnen we inslapen bij het geruis der branding. Toen we een stempel gingen halen, zat een oude vrouw iets te broddelen en toen Marianne vroeg wat ze nu eigenlijk aan het maken was, kreeg ze een hoedje cadeau voor haar kleinzoon. De mensen zijn echt superaardig hier ook weer.
Het is wel grappig dit uitzicht, want nu zien we kinderen die staan te vissen en allemaal vissen aan een touwtje hebben geregen. Morgen wacht ons een zware tocht, want we stijgen naar zo’n duizend meter. Maar dat zien we morgen dan wel weer, eerst gaan we eten in een restaurant waar twee Portugezen de scepter zwaaien en zij hebben ons een heerlijk maal beloofd.

Pasje weg

De baas in de herberg heette Leclerc en was volgens eigen zeggen van origine Nederlander. ”Ja“, zei Marianne, ”u heeft de blauwe ogen van mijn vader“ en de man smolt ter plekke. Hij liep met ons mee om een goed restaurant aan te wijzen en we kregen zelfs de sleutel mee, zodat we later dan tien uur terug mochten komen. Nou, we hebben voortreffelijk gegeten en we waren liederlijk laat terug, pas om half twaalf. We wilden vanmorgen vroeg weg, maar door allerlei ditjes en datjes was het toch al negen uur toen we de stad uitliepen. Ik zei: ”Ik ga eerst nog even geld pinnen, want ik weet niet wanneer we weer iets tegenkomen“. Jawel, dat kun je makkelijk zeggen, maar hoe ik ook zocht, ik kon nergens mijn bankpasje meer vinden. Die heb ik naar alle waarschijnlijkheid gisteren in de pinautomaat laten zitten. Jullie snappen dat ik me het apelazerus schrok. Gauw een sms-je naar Geer dat ze het pasje moest laten blokkeren. Die belde al meteen terug om te vragen of ik nu zonder geld zit de rest van de tocht, want de creditcard ligt thuis. Gelukkig vond ik in mijn portemonnee nog de giropas van Gery’s rekening en hoe het kan weet ik ook niet, want ik gebruik dat ding nooit, maar ik wist mijn pincode!! Gery heeft toen meteen mijn pasje laten blokkeren, dus gelukkig is alles opgelost, maar de schrik schiet je wel even goed in de benen natuurlijk. ‘Alles loslaten’ is dan wel de kreet, maar als je je pasje dus loslaat, wordt het erg moeilijk. Deze pelgrim eindigde dus bijna in de goot, bedelend om een stukje brood en een glas water. Maar, om een beetje in stijl te blijven: ik ben nu op weg op kosten van mijn eigen barmhartige Samaritaanse. Zo zie je, het komt wel weer goed!
We hadden vandaag harde tegenwind en dat valt echt niet mee met een rugzak op je rug. Je bent net een zeilboot en wordt alle kanten opgeblazen. Bovendien liepen we een stukje verkeerd (uiteraard!!) en Marianne houdt niet van teruglopen, dus hebben we de weg gevraagd aan een voorbijganger. De man is vervolgens wel 5 km met ons mee gelopen om ons de weg te wijzen. Aardige mensen hier! Aardige mensen en een prachtige omgeving. We hebben vanwege het feit dat we een beetje verdwaald waren, een heel eind langs de Route National gelopen en dat is nooit zo prettig, want de Spanjaarden gebruiken die als racebaan en je moet dus heel goed opletten, maar we hadden af en toe hele mooie uitzichten op zee. Het is hier echt heel erg mooi! Nu zitten we knusjes in een hotel in Muros de Nalon. De plaats zelf ligt een beetje het binnenland in, maar vanuit de plaats loopt een klein weggetje naar de kust en aan het einde van dat weggetje staat ons hotel. Vlak aan zee dus. Het kan slechter!
Manfred heeft uitgerekend dat het nog maar ongeveer 300 km is tot Santiago. Dat vervult ons met zorg………

Aardige mensen

Eerst hebben we uitgeslapen vandaag, daarna uitgebreid ontbeten in de jeugdherberg. Het regende heel erg hard, geen weer om al te gaan lopen, dus hebben Manfred, Marianne en ik de bus genomen naar het centrum. Marianne moest naar het postkantoor, Manfred moest ook iets doen, het werd een beetje droog, dus hebben we wat rondgelummeld in het centrum. Toen begon het weer loeihard te regenen, dus zijn we maar iets gaan eten. Maar het bleef regenen en dan is een stad ook niet leuk, dus we besloten om kwart over twaalf toch maar op stap te gaan. Onderweg hebben we alle leuke plekjes, restaurantjes, stranden en pubs opgenoemd, waar we hadden kunnen zitten als we een vrije dag genomen hadden en als het niet zo zou regenen. Maar ja…. “met die regen“. Dus we liepen maar door en toen we net buiten de stad waren, werd het droog en prachtig weer!! Ja, dan ga je niet meer terug natuurlijk.
Onderweg kwamen we langs een bakker, maar die had alleen hele grote broden te koop, waar we niets aan hadden. Nou ja, niets aan te doen en we liepen alweer verder toen de bakker riep: ”Nee, wacht even“ en toen kregen we gratis een soort cake. Geweldig aardig. Trouwens, de mensen zijn hier erg aardig, ze hebben veel belangstelling, wijzen je de weg en zijn erg vriendelijk. We kwamen ook twee Hollanders tegen en die begonnen bijna te applaudiseren toen ze hoorden dat Marianne helemaal uit Holland was komen lopen. Ze zeiden: ”We hebben wel steeds die schelpen gezien en we hebben geprobeerd die te volgen, maar er was geen pad!“”Jawel“, zeiden we, ”dat is het pad“. Kijk, dat zijn glorieuze momenten voor een pelgrim, nietwaar?
Manfred doet alles tegelijk: lopen, praten, schrijven, fotograferen. Als hij gele pijlen ziet, drukt hij op de startknop en gaat er als een pijl uit de boog vandoor, vliegt de berg op met enorme snelheid, tot hij ineens geen gele pijlen meer ziet en dan slaat de paniek toe en is hij bang te verdwalen. Hij was ook erg boos, omdat in zijn gids stond dat het een makkelijke en lichte wandeling was en dat bleek het dus niet te zijn!! Ja, die gidsen weet wat, de Duitse en Spaanse gidsen verschillen nogal eens van mening. In de gids stond dat we in Aviles, ons einddoel voor vandaag, in de herberg moesten zijn, die knalgeel geschilderd is. In de gids van Marianne staat er zelfs een foto van. Echt knalgeel. Dus wij in Aviles zoeken en zoeken en zoeken naar die knalgele herberg. Niets te zien tot we bij de herberg uiteindelijk belandden, die ….. hardblauw bleek te zijn. Aviles-albergue-web
Kijk, dat kun je niet maken als herberg natuurlijk. Het is te begrijpen dat je wel eens een ander kleurtje wilt, maar dat doe je natuurlijk niet zonder alle gidsen ter wereld een nieuwe foto te sturen. Dit is misleiding van de pelgrim en dat is zeer ernstig.
Nu is het weer tijd voor broekspijpen wassen, een hapje eten en dan lekker slapen, want morgen is het weer vroeg dag, het is niet alle dagen feest.

Snoepjes

Het was vandaag redelijk weer. Vanmorgen zag het er erg dreigend uit, maar het klaarde steeds meer op. We hebben vandaag een heel lange route gelopen, ruim 35 km. We zijn om half acht al vertrokken en de weg was moeilijk en zwaar. We moesten hele hoge bergen over en die waren erg steil. We gingen zogezegd nou niet als een hinde de berg op, het was meer strompelen. We zagen onderweg wel hindes trouwens, die staken vlak voor ons ineens recht de weg over. Dat is natuurlijk prachtig om te zien. Als je dan eindelijk boven op de top van zo’n berg bent, zie je heel diep beneden je een dorpje liggen en dan weet je dat je daar weer naar af moet dalen. En achter dat dorpje zie je dan weer een heuvelrug, waarvan je weet dat je die daarna weer op moet. Het was dus met recht vandaag: ‘Op bergen en in dalen’. Maar hoe hoog de berg ook is, hoe diep het dal, uiteindelijk bereikten we een restaurantje vlak voor Gijon. Daar zijn we eerst maar eens neergestreken om iets te drinken. Er was net een eindexamenfeest met drie meisjes verkleed als flamingodanseressen, dus we vielen met onze neus in de boter. Nadat we daar een tijdje gezeten hadden, hebben we meteen maar gevraagd of we ook iets konden eten en dat kon. Dus toen zaten we, voor Spaanse begrippen achterlijk vroeg, aan tafel. Het eten was heerlijk, daar knapt een mens van op en dan verdwijnt de moeheid uit je benen. Aangezien er dan weer iets anders in de benen zakt, hebben wij ons na het eten de laatste kilometer door een taxi naar de jeugdherberg laten vervoeren, dus daar kwamen we glorieus voorrijden. Ook wel eens leuk voor een keer toch?
Onderweg hebben we ook de afslag gezien die over de picos de Europa leidt. Daar moet je dus doorheen met kompas en touwen, enz. Met andere woorden: dat is echt berg beklimmen. We hebben besloten (althans ik, Marianne had dat thuis al besloten) dat niet te gaan wagen, maar langs de kust verder te gaan. Het kan ook te gek worden.
Net toen dat wijze besluit gevallen was, stopte er een auto naast ons met een oude baas erin, die ons luidkeels begon te vertellen dat we die afslag moesten nemen naar de picos. Wat doe je dan laf? Juist, je doet gewoon of je niets van hem verstaat. Dus hij begon steeds meer te overtuigen en wij deden steeds meer alsof we helemaal niets begrepen van wat hij zei. Na een tijdje zag hij er kennelijk geen heil meer in, want hij stopte ermee, en haalde uit zijn zak toen voor ons ….. snoepjes. Die kregen we toen maar, zoals je kinderen zoethoudt. Dat was wel erg leuk.
Zo is er elke dag wel iets. Onze Duitse Manfred loopt heel erg hard, wij noemen hem de ‘vliegende Duitser’ (aangezien ik nou in de bergen niet echt een vliegende Hollander ben is dit wel een mooi alternatief). Hij loopt heel hard, maar vervolgens rust hij heel lang, dus dan halen wij hem weer in en zit hij heerlijk rustig aan de kant van de weg te schrijven.
Tot Ribadeo lopen we nog langs de kust, daarna gaan we het binnenland in voor het laatste stuk. Het begint alweer op te schieten.

Limonadefontein

Vanmorgen begon de pret al vroeg. Marianne had limonade in haar fles gedaan voor onderweg en die fles ontplofte. De limonade spoot er gewoon met enorme kracht uit. Gelukkig had ze de tegenwoordigheid van geest om snel uit het open raam te richten, zodat voorbijgangers een fontein van limonade naar buiten zagen komen. Dat was lachen natuurlijk.
Verder wilden we naar een prehistorisch kerkje, waar bijzondere wandschilderingen zijn. Zoals veel kerken in Spanje was ook deze dicht, maar geen nood. Marianne belde gewoon bij de buurvrouw aan en laat die nou de sleutel hebben! Dus konden we het kerkje inclusief de wandschilderingen uitgebreid bewonderen.
Verder hebben we vandaag lekker gewandeld. We zijn vertrokken met prachtig weer, onderweg werd het herfst en nu is het voorjaar, dus we hadden weer vele mogelijkheden vandaag.
Hartelijk dank voor alle commentaren. Als we ze zelf niet kunnen zien, leest Gery ze ’s avonds voor en zet ons verhaal dan weer op de website. Corrie, dank voor het gedicht en uiteraard is het prima als je op de website schrijft. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd! Want ook dat leer ik hier weer: het is heerlijk om af en toe alleen te lopen, dat doen we ook, maar het is ook heerlijk om met andere mensen te zijn en te kunnen vertellen, lachen, eten, enz. We beginnen elkaar allemaal een beetje beter te kennen nu, omdat we elkaar natuurlijk regelmatig weer tegenkomen en dat is gewoon erg leuk. Vanavond was Manfred de laatste en werd met applaus begroet toen hij binnenkwam. Kortom, ook op deze camino kun je niet alles alleen doen en heb je elkaar nodig! (sprak hij wijs)
We zitten nu in Sebrayo, een piepklein gehucht in de gemeente Villaviciosa. Het gehucht is zo klein, dat er zelfs geen kerk is, dus kleiner kan eigenlijk niet. Dat er geen kerk is, is tot daar aan toe, maar er is ook geen restaurant of bar, zelfs geen winkel. We hebben dus boodschappen gedaan in een soort rijdend winkeltje en moeten zelf ons eten klaarmaken. Nu is dat geen punt, als we tenminste pannen zouden hebben. Want die zijn er niet in de kleine refugio, waar we nu zitten. Zelfs geen glas. De kunst is nu om eieren te bakken op een soort bakplaat; ik sta nu met mijn ene hand aan de telefoon en met de andere hand tracht ik een spiegelei te fabriceren. Erg hard gaat het niet, maar alla, een pelgrim moet zich kunnen redden. We zitten hier met een Frans stel, dat we al eerder hebben ontmoet, een Hongaar, een Duitser en twee Hollanders, dus we houden ons gezamenlijk ijverig bezig met een verenigd Europa! En dat zonder Brussel. Helemaal niet nodig, al dat gedoe, gewoon allemaal de camino lopen!!

Spaanse klompen

Heb ik al verteld dat ik een poosje geleden mijn Hollandse klompjes verloren ben? Zo niet, dan weten jullie het nu. Ik vond dat wel erg jammer, maar helaas, niets aan te doen. Teruglopen heeft weinig zin, want je vindt ze nooit meer terug. Groot was dan ook de verbazing toen het Duitse stel, dat ik al eerder gezien had op de pont (die van ‘bekocht’ ) een paar dagen geleden aan me vroeg of ik soms klompjes verloren was, want ze hadden onderweg klompjes langs de weg zien liggen en aangezien ik uit Holland kwam …. ”Hadden we ze nou maar meegenomen“, zeiden ze, ”wat jammer“. Nou ja, er zijn ergere dingen. Gisteravond ontmoetten we ze weer en toen kreeg ik een pakje van ze, waar Spaanse klompjes in zaten. Leuk, hè?
Het eten gisteravond was slecht, dus maar op tijd naar bed. Midden in de nacht, toen iedereen in diepe rust was, om een uur of vier ineens een hels kabaal: een groep Italianen, ladderzat, die met veel herrie binnenkwamen, op alle deuren klopten, kortom, Italië arriveerde! Ergernis alom natuurlijk, ik hoorde ook al geluiden uit het bed boven me en ineens zag ik een paar benen voorbij zwiepen en stormde Marianne als een ware Jeanne d’ Arc op de Italianen af om hen duidelijk te maken wat ze ervan vond. En dat begrepen ze!!

Llanes-web

In Llanes is een heel mooi kunstwerk: daar hebben ze de basaltblokken die langs het strand liggen, geschilderd in allerlei kleuren. Dat is echt de moeite waard om te zien, heel vrolijk, ook al regende het.
Trouwens, vandaag was de allermooiste dag die ik tot nu toe in Spanje gehad heb: prachtig weer, een schitterende route, in één woord geweldig! Vanmorgen was ik met Hans uit Hamburg vooruit gelopen en Marianne en de andere Duitser, Manfred, kwamen achter ons aan, dachten we, maar haalden ons maar niet in, terwijll ze toch veel harder lopen. We liepen al langzamer, dronken iets op een terrasje, liepen weer een stuk, dronken weer koffie, maar in geen velden of wegen waren Manfred en Marianne te bekennen. Pas tegen de middag kwamen ze ons achterop. Wat bleek? Ze waren weer 3 km teruggelopen, omdat Marianne haar stok vergeten was. Ze merkte daarover filosofisch op: ”De hele weg zegt iedereen dat ik alles los moet laten, maar alles wat ik loslaat, heb ik vervolgens nodig!“. Dat klopt, want zonder stok begin je hier echt niets. Verder hebben we ons beziggehouden met het opzeggen van het gedicht ‘De tuinman en de dood’, want Marianne moest dat natuurlijk vroeger ook op school leren. Marianne vond ook nog dat je erbij moest staan, want dat moest op haar examen ook. We kenden het niet meer helemaal, maar aangezien we toch filosofisch bezig waren, vonden we dat dit gedicht over de camino ging: Hoe ver je ook wegloopt, je kunt het lot toch niet vermijden.
Jullie zien, het is niet alleen eten en drinken en lachen, we hebben het ook nog wel eens ergens over. Maar nu even niet, want we zitten nu in Ribadesella, in een hotel op honderd meter afstand van het strand. Ja, dat is ons lot vandaag, daar doe je niets aan!

Alle seizoenen op een dag

Je hebt hier met recht alle seizoenen op een dag: we vertrokken vanmorgen met een grijze lucht. Eerst was het droog, vervolgens hadden we twee uur regen, daarna werd het stralend weer, om drie uur kwamen er weer wolken en werd het donkerder en nu regent het weer en is het koud. Ja, zo gaat dat, waar is nou die Spaanse zon?
Gisteravond hebben we in het hotel gegeten. Dat kon pas vanaf negen uur, dus toen het negen uur was, wie zaten er toen het eerst aan tafel? Juist ja, wij natuurlijk, verder was er geen hond. ”Nou ja“, dachten we toen, ”dan maar stil, als we maar kunnen eten“. Om tien uur kwamen de volgende gasten pas binnen en toen wij om kwart over elf vertrokken, kwamen er nog steeds mensen binnen om te gaan eten! Dat is wel wat anders dan om zes uur aan de boerenkool.
We waren vanmorgen trouwens binnen dertig seconden de weg al kwijt, dat is wel een record. Vanuit het hotel zijn we namelijk rechtsaf geslagen, omdat we in het centrum pas af moesten slaan. Het bleek dat het hotel het centrum al was, zodat we gewoon recht over hadden kunnen steken. Maar alla, verder ging alles voorspoedig en omdat Marianne veel harder loopt dan ik, had die in Llanes al kennisgemaakt met een jongen, die Spaans, Engels en Nederlands sprak, toen ik aankwam. We hebben een tijd met die jongen staan praten en waren zodoende te laat voor het Bureau de Tourisme, dat was al gesloten, maar gelukkig hebben we weer een refugio gevonden, zodat we vannacht weer onder de pannen zijn. Vanavond eten we daar met twee Duitsers.
Verder valt er over vandaag geen nieuws te vermelden, behalve dat de picos de Europa weer wat dichterbij komt.

Wie achterblijft, gaat voor

Gisteravond hebben we ontzettend gezellig gegeten met alle pelgrims en de gastheren en -vrouwen. Dat was erg leuk en we hebben heerlijk geslapen, want we lagen met zijn tienen op een slaapzaal van veertig personen, dus dat was lekker rustig. Vanmorgen was het afscheid ook heel anders dan anders. Een Duitse pelgrim en de gastvrouw zongen samen een lied en dat klonk echt heel mooi. Elke dag is er wel zoiets, dat anders is dan anders, dat maakt een tocht als deze zo prachtig. Toen we vertrokken, was het heel vochtig en klam, ik hoor van Gery dat het bij jullie ook zo is trouwens. Na een tijdje had Marianne een sanitaire stop nodig. Nou is dat niet iets om over naar huis te schrijven natuurlijk, want dat komt vaker voor op een dag. Ik loop dan kalmpjes door, want zij loopt veel harder dan ik en haalt me met gemak in. Alleen vandaag liep dat even anders. Ik ging steeds langzamer lopen, maar geen Marianne te bekennen. Ik heb een poosje aan de kant van de weg zitten wachten, maar al wie verscheen, geen Marianne. Teruglopen heeft ook weinig zin, want ik had geen flauw idee waar ze gebleven was en welke weg ze genomen had. Dus dan maar doorlopen en kijken of ik haar vanavond weer zag. Dus ik liep en liep en liep…. Na ruim een uur zie ik voor me uit ineens een pelgrim lopen. ”Hé, waar komt die nou vandaan?“, dacht ik nog, toen ik zag dat het Marianne was. Dus ik riep haar, ze keek om en ook haar mond viel open, want ze had mij ook niet meer verwacht. Ze roept nu dat ze de ‘Spaanse’ weg genomen heeft, omdat ze een Spaanse gids heeft. Nou, hoe het kan, weet ik ook niet, maar het was wel zot.
Tot een uur of één werd het mooi weer, daarna begon het te betrekken en aangezien we graag voor de regen binnen wilden zijn, besloten we te stoppen in de jeugdherberg van Colombres. Helaas zat de jeugdherberg helemaal vol, zodat we door moesten lopen. Het werd steeds donkerder en donkerder, maar we haalden net een hotelletje in la Franca. Dus nu hebben we een kamer met bad, al is het dan een bad voor Pygmeeën volgens Marianne en buiten regent en onweert het van jewelste.
Vanuit het raam van mijn kamer heb ik uitzicht op de Picos de Europa en net als vorig jaar hef ik mijn ogen op naar de berg met enige onrust, want ik zie nog heel veel sneeuw op de toppen liggen, veel meer dan in de Pyreneeën. Iedereen roept wel dat we daar langs lopen, maar ik ben er niet gerust op. Enfin, zover zijn we nog niet, morgen eerst naar Llanez, een badplaats, en daar wil ik nou eens aan het strand liggen!

Uitzichten op zee?

Nou, de vesper gisteravond sloeg nergens op, daar waren we het allemaal over eens: een stelletje ongeïnteresseerde mannen, die zaten te gapen en op hun horloge te kijken. Ze konden nog niet eens zingen ook! Om over deze teleurstelling heen te komen zijn we maar gaan eten in het restaurant vlakbij het klooster. Daar schoof een Spanjaard bij ons aan tafel, die 53 km gelopen had! Hij zag de lucht voor groene kool aan, maar door het charmante gezelschap van Marianne kwam hij weer geheel tot leven. Hij bood haar een drankje aan, die ze meteen stevig achterover sloeg en ik, arme, kreeg het laatste restje! Nog een flesje wijn erbij en voor je er erg in hebt, is het ineens half twaalf. Ja, toen moesten we via een sluiproute weer zien dat we in het klooster kwamen, want alles zat al potdicht
En ja, toen moesten we vanmorgen natuurlijk even uitslapen, zo gaat dat dan, maar om half negen waren we weer op weg. We hebben expres een omweg genomen dit keer, omdat we hadden gelezen dat het zo’n mooie route was, waar je de zee geen moment uit het oog verloor. Nou, dat wil je natuurlijk wel beleven, al die prachtige uitzichten op zee. Helaas, helaas, het was hartstikke mistig. De zee was er wel, we hoorden hem ook steeds, maar we zagen hem dus niet! Het is de hele dag mistig gebleven en nu trekt het pas een beetje op, maar nu zijn we al lang weer waar we zijn wilden, in San Vicente de la Braquera. Onderweg hebben we tussen de middag op een bankje kaas en brood gegeten uit Marianne’s ‘tas voor moeilijke tijden’. Marianne moest dus haar soep missen, want die vraagt in elke bar en elk restaurant: ”Suppa, por favor“.
We zijn trouwens door allerlei leuke plaatsjes gekomen en hebben onderweg zelfs een huis gezien dat door Gaudi was gebouwd, erg mooi. Er was een restaurant in, dat schijnt erg goed te zijn, maar het zal ook wel wat kosten waarschijnlijk, want in een huis van Gaudi zal Jan Modaal wel niet wonen.
San Vicente de la Barquera is ook een leuke toeristenplaats met veel nauwe straatjes, heel leuk. Het is hier echt leuk. Onderweg naar het terras, want we hebben elkaar een biertje beloofd, komen we langs een trap, waar aan de kant een paar ouwe damesschoenen staan, elke schoen met een plantje erin. Komisch hè? Er staan hier trouwens overal bloemen. We slapen vanavond met zijn tienen in een mooie albergue, waar we morgenochtend zelfs kunnen ontbijten en dat kom je niet vaak tegen!
Jullie zien dat het allemaal goed gaat hier en we het prima naar ons zin hebben. Thuisfront, hartelijk dank voor jullie leuke en lieve berichten, blijf gezond en allemaal de groeten van Marianne ook, ik heb haar verteld dat ze in de thuisblijversfamilie is opgenomen. Tot de volgende keer!

Naar de vesper

Allereerst iedereen bedankt voor het (trouwe) commentaar en het meeleven, dat is en blijft geweldig. Leuk ook een berichtje van de dochter van mijn mede-pelgrim, dat heb ik uiteraard voorgelezen en we zijn zeer tevreden over de belangstelling. Geweldig bedankt allemaal en ga zo door!! Het was een hele mooie route vandaag en we hadden schitterend weer, vooral vanmorgen. Vanmiddag werd het heiig en dan zie je niet zo ver meer, maar het was een uitstekende dag. Mijn voet is nog steeds keurig dicht. Marianne heeft hem afgeplakt met leukoplast vanmorgen en dat heeft de hele dag keurig gezeten en ik heb geen centje pijn gehad. Maar opdat jullie niet zullen denken dat het een pleziertochtje is (dat denken jullie toch al vanwege die bussen en treinen natuurlijk) heb ik nu een andere kwaal bedacht: Ik kreeg overal jeuk en daarna blaasjes, die open gaan. Ik heb nog even gedacht aan de vlooien van vorig jaar, maar volgens Marianne was het een zonne-allergie. Verbazingwekkend bij de weinige zon die er tot nu toe geweest is, maar in de apotheek zeiden ze ook meteen dat het dat was. Zo zie je maar hoe wonderlijk de wegen van een pelgrim zijn: het ene jaar loop je constant in de zon en heb je nergens last van, het andere jaar krijg je iets bij de eerste zonnestralen.
Over wonderlijke wegen gesproken: onze redeneringen zijn soms net zo krom als de wegen. Vanmiddag zijn we een stuk verkeerd gelopen en werden we staande gehouden door een echtpaar, dat ons met veel armgezwaai vertelde dat we niet op de camino liepen en dat we dus verkeerd waren gelopen. Dus dat werd omdraaien en teruglopen. Later hebben we toen maar een stukje afgesneden ”omdat we toch al te veel hadden gelopen“. Al met al hebben we zo’n 25 km gelopen, dus toch een respectabele afstand. Onderweg zijn we door een heel leuk Middeleeuws dorp gelopen, Santillana del Mar. Dat is ook wel leuk, elke plaats heet hier ‘aan zee’, maar we zien de zee overdag helemaal niet vaak, omdat we toch meer in het binnenland zitten. Eigenlijk zou de plaats dus ‘Santillana-Binnen’ moeten heten, zoals wij Nederlanders dat eerlijk doen. Maar dat mag me de pret niet drukken, als we heel hoog zitten, zien we de zee, dus je moet het gewoon ruim zien. De mensen zijn in deze omgeving weer een stuk opener en bereid tot een praatje. Er staan hier allemaal kleine ronde gebouwtjes en toen we een boer zagen, hebben we gevraagd waar die voor dienden. Toen stond in een mum van tijd de hele boerenfamilie om ons heen. Ik kreeg een nieuwe stok van hem, want hij vond mijn oude niet goed genoeg en we begrepen dat die gebouwtjes dienen voor de opslag van mais. Er zitten ook allemaal gaten in om door te laten waaien. Uiteraard heb ik gewoon mijn eigen staf gehouden, die mag mij blijven vertroosten!
We zijn vandaag geëindigd in het klooster in Cobreces, waar we ontvangen werden door een stokoude broeder, die amper meer de trapjes op en af kon. We slapen in een gebouwtje op het terrein van het klooster en we hebben per land een kamer: Frankrijk, Duitsland, Nederland en Amerika is ook weer zojuist gearriveerd. Regelmatig zie ik nu weer dezelfde pelgrims en dat is gezellig. Nu is het bijna zeven uur en tijd voor de vesper. Daar gaan we met zijn allen naar toe en dan samen eten in een restaurant. Dat wordt nog opschieten, want we moeten om half tien binnen zijn!!

Vreemde rijst……

Gisteravond hebben we dus zelf eten gemaakt, paella. Bij het klaarmaken bleek dat er nog rijst bij moest en dat hadden we natuurlijk vergeten te kopen. Dus wij keken in de keuken of er ergens rijst te bekennen was. Een Spanjaard vond toen een zakje, zei: ”Hier is rijst“ en strooide vervolgens behulpzaam drie handen rijst bij de paella. Alleen bleek de rijst geen rijst, maar zeezout te zijn!! We hebben driftig gespoeld en gespoeld en toen was het nog best lekker, alleen wel een beetje erg zout.
De baas van de refugio was een soort generaal, hij leek wel een gevangenisdirecteur. Om half elf kwam hij hoogstpersoonlijk het licht uitdraaien. Uit met de pret en slapen!! Er zat een of ander spul in de matras, ik weet niet wat het was, maar als je je omdraaide of een been verlegde, gaf dat een knal alsof het onweerde. Als je met meer mensen op een kamer ligt, geeft dat dus een heleboel knallen, want iedereen draait wel. Zodoende deed niemand een oog dicht en was het dit keer een barre nacht.
Maar vanmorgen hebben we eerst heerlijk ontbeten in een cafetaria en zijn toen om negen uur op pad gegaan. En het weer is subliem!! Heerlijk zonnig, een feest om daar op je gemak bij te wandelen.

spoorbrug-Polanco-web De ´gevangenisdirecteur´ had ons verteld dat er tussen tien over negen en tien voor half tien een trein over de spoorbrug reed, maar omstreeks die tijd was er echt nog niets van een spoorbrug te bekennen. Al met al was het over tienen toen we de spoorbrug in zicht kregen en toen we er vlakbij waren kwam er dus een trein aan. Nou, die machinist was duidelijk gewend dat er vaak pelgrims over de brug liepen, want hij reed heel langzaam en toeterde en zwaaide gezellig toen hij zag dat ik stond te filmen. Daarna hebben wij de wandeling over de spoorbrug gewaagd. Het is wel grappig, want overal staan weliswaar borden dat het ten strengste verboden is over de spoorbrug te lopen, maar alle gele Jacobspijlen wijzen wel de weg naar de brug en erna ook weer keurig gele Jacobspijlen die je de verdere weg wijzen. En er loopt een keurig voetpad over de brug.
De brug heeft ons wel 7 km omweg bespaard, zo hadden we tijd om tussen de middag eens lekker te eten. We kwamen om half een in een klein restaurantje, waar we iets hebben gedronken en gevraagd of we een sandwich konden kopen of zoiets. Nou, dat kon niet, daar begonnen ze niet aan, dat was veel te weinig. Dus we werden vriendelijk gevraagd tot één uur te wachten, want dan kwam het menu van de dag. Nou, daar kun je geen nee tegen zeggen natuurlijk. Om precies één uur en geen seconde eerder kwam het eten op tafel en was het restaurantje ook plotseling helemaal vol. We hebben er heerlijk gegeten, dat sterkte ons voor de rest van de wandeling. Toen Marianne vervolgens nog een weggetje vond waardoor we nog eens 2 km bespaarden, was dat helemaal kat-in ´t-bakkie en kwamen we na 21 km lopen in de refugio in Polanco aan. Het is een piepkleine refugio, er zijn nu twee Duitsers, een Oostenrijker en wij en het laatste bed dat er nog is wordt bezet door een Fransman, die er nu net aan komt lopen, terwijl wij buiten heerlijk in de zon op een bankje voor de refugio zitten. Ach, wat kan het leven goed zijn!! Ook omdat nu, dankzij de wonderpleisters van Marianne, het wondje op mijn voet weer dicht is. Ik ben benieuwd hoe dat morgen gaat!