Categorie archief: 2007: Camino del Norte

Onze man uit Santander

Hallo, daar ben ik weer vanuit Santander. Het was mooi weer vandaag en na een uitgebreid ontbijt zijn Marianne en ik weer op stap gegaan. Vandaag hoefden we niet zo ver en bovendien hadden we als afwisseling een boottochtje over de baai naar Santander. Dat is altijd weer leuk om te doen.
Gisteravond hebben we luxe gegeten in een goed restaurant van de posada waar we hebben geslapen. Vanmorgen hebben we eens uitgeslapen en gingen dus pas om negen uur weg. Marianne was haar drinkfles vergeten en is nog terug gegaan om hem weer op te halen. Maar zij loopt over het algemeen toch sneller dan ik en heeft mij dan ook binnen een uur al weer ingehaald.
We hebben weer de autoweg genomen omdat het officiële Sint Jacobspad zulke idiote slingers maakt. Hoewel er wel dreigende wolken waren, is het droog gebleven en was het vanmiddag zelfs zonnig. Dat doet een pelgrim goed, want we hebben in Santander op het strand een pizza kunnen eten.
Nu zijn we in de albergue van Santander en morgen moeten we een route volgen van 34 km. Maar….. men zegt dat we, als we over een spoorbrug gaan (WAT OVERIGENS STRENG VERBODEN IS), we dan 7 km kunnen afsnijden. Dus dat is wat we gaan doen natuurlijk…………….
Maar nu gaan we eerst boodschappen doen, want we koken zelf vanavond, dus dat zal wat worden.

Over gebaande wegen

Marianne is wijkverpleegster en die heeft gisteravond mijn voet verzorgd met een pleister met een soort kussentje en folie daaroverheen en dat alles ademt. Ik heb de hele dag geen last van mijn voet gehad, want het is door de schoenen natuurlijk wel weer open gegaan. Dus onderweg de apotheek weer eens opzoeken om deze ‘wonderpleisters’ aan te schaffen. Ja, als pelgrim kun je het maar druk hebben! Het was tot in de middag stralend weer vandaag en dat kwam goed uit, want we hebben een heel eind langs het strand gelopen. Dat was wel lekker bij een hele rustige zee. De stranden lagen dan ook vol zonaanbidders en dat is dan wel komisch als je daar doorheen sjouwt met je rugzak en grote schoenen. Dan heb je bekijks!!
Vanmorgen hebben Marianne en ik besloten samen te lopen en geen modderpaden te nemen, maar over de begaande wegen te gaan. Eerlijk gezegd is dat ons uitstekend bevallen.
Nu is het ineens weer een stuk kouder en ik zie donkere wolken, maar het regent nog niet en we zijn in ieder geval al in de albergue van Guriezo, dus vandaag blijven we droog. En morgen? Dat zien we dan wel weer.
Voorlopig heb ik andere zorgen, want ik ben ergens mijn wasmiddel vergeten. Zo zie je, ook een dag als pelgrim heeft zijn eigen zorgen, het leven is zo eenvoudig nog niet. Jullie lachen hierom natuurlijk, maar ja, jullie fietsen nu even naar de supermarkt om nieuw wasmiddel te halen en dat kan ik toevallig niet. En jullie kunnen denken: ”Nou, dan was ik een dag later“, want jullie hebben nog een kast vol kleren, maar ik niet, althans niet hier. Dus eigenlijk hebben jullie helemaal geen zorgen en ik wel.
Ach, kon ik het altijd maar zo zien!!

Als het schort maar schoon is

Gisteravond hebben we gegeten in een bar bij de albergue, met een Frans stel. Toen het eten op tafel kwam, zag het er niet erg lekker uit en als je het Franse stel daarnaar zag kijken…. dat was alleen al dikke pret. Ze gingen ook meteen vertellen dat ze op de televisie gezien hadden dat ze ergens in Spanje toch heus wel lekker schenen te koken. Het eten was ook niet lekker, maar ik dacht: ”Niet zeuren, gewoon je bord leeg eten“. Maar toen kwam de kokkin uit de keuken en ging recht tegenover me aan de bar zitten met een schort aan, zo verschrikkelijk vuil en smerig dat je misselijk werd van het zien alleen al en dan daarbij te bedenken dat ze met dat schort aan ons eten had staan koken. Nou, dat was genoeg om alle eetlust te doen vergaan. Dus we hebben niet veel gegeten, maar wel erg veel gelachen met zijn vieren.
Vanmorgen ben ik om acht uur vertrokken zonder ontbijt. Dat gaf niet, want ik ben nu met een pelgrimse op stap, die zo zuinig is dat ze drie dagen lang haar brood bewaart ‘voor het geval dat’. Met een heleboel kaas erop om het zacht te krijgen is het heus wel te doen, hoor! Ik heb trouwens bij vertrek overmoedig mijn poncho in de rugzak gestopt, dus regende het na een kwartier pijpestelen!! Later werd het tenminste wel weer droog, dus dit is winst.
Na een uur of twee kwamen we bij een bar voor de koffie en de baas van de bar vond het geweldig dat we langskwamen, hij voelde zich erg vereerd. Leuk is dat. De kok kwam ook speciaal ervoor binnen en had een brandschoon schort aan. Dat viel ons meteen op natuurlijk!
Bij Laredo moesten we op de pont wachten, die ons over de baai zou zetten. Marianne meende de boot al aan te zien komen, want ze zag de brug van het schip al. Intussen hadden we mooi de tijd om aan een Duits stel, dat ook stond te wachten, te vragen wat nu in vredesnaam ‘bekocht’ betekende. Ik heb namelijk een Duitse gids en daar staat in dat er in een of andere albergue voor ons bekocht wordt. ”Het is heel vreemd Duits“, zei het stel, ”maar het betekent dat er gekookt wordt.“ Ik weet zeker dat, als ik dat op school opgeschreven zou hebben, het fout gerekend was. Inmiddels was het schip ons genaderd, alleen bleek het niet de pont te zijn. Die kwam daarachter: een piepklein notendopje, dat aanlegde op het strand en de loopplank vervolgens gewoon op het strand schoof. Wij moesten dus eerst nog een stuk over het strand baggeren om te kunnen inschepen. Maar we werden keurig overgezet en kwamen in Santona aan. Daarna was het heel lang lopen op zoek naar de albergue waar voor ons ‘bekocht’ zou worden. Het werd later en later, we liepen langs een grote weg en zagen ineens aan de kant van de weg een hostal. Wat doe je dan? Juist, je geeft de rugzak aan Maarten om maar eens een variant te gebruiken en betreedt het hostal. Daar hebben we nu een kamer met bad, douche, zeep, shampoo, alles !!! Wat een luxe. En.. er wordt ook hier voor ons ‘bekocht’.
Het was een lange dag, want we kwamen pas om half zeven hier in Bareyo aan en waren al om acht uur weggegaan, maar het was wel een mooie dag. Morgen hopen we Santander te bereiken.

En hij zweefde over de wateren

De wonderen zijn de wereld nog niet uit, want, nu geheel ingesteld op regen en modder, gebeurde het volgende: vanmorgen een heel klein miezertje en vanaf een uur of elf kurkdroog en stralend weer en nu zit ik met mijn blote voeten op een luie stoel in het zonnetje voor mijn albergue en het schijnt morgen nog iets beter te worden. Vandaag was het dus een uiterst comfortabele dag, niet in het minst omdat ze hier schijnen te begrijpen wat een pelgrim toekomt.

Getxo-web Bij Getxo moest ik de rivier oversteken en daar hebben ze een soort zweefbrug gebouwd. Het is een heel hoge brug, waaraan aan hele dikke kabels een soort spoorwegwagons hangen en daar gaat alles in: auto’s, fietsen en wandelaars. Het is net een kabelbaan, maar dan met hele grote cabines. Je doet zelf niets en je zweeft als het ware over het water. Ik voelde me net Petrus. Maar toen ik dit naar Geer sms-te, kreeg ik meteen te horen, dat zij dan wel Martha was, aangezien zij met de stofzuiger door de kamer zweefde. Ach ja, de één heeft dit, de ander dat! Toen ik aan de overkant kwam, was de pret nog niet voorbij. Je komt natuurlijk aan de overkant van de rivier aan, die laag ligt en moet dan een heel eind naar boven. Laten ze daar nu keurig rollende voetpaden voor aangelegd hebben, net zoiets als op Schiphol. Je gaat er op staan en komt riant boven. Toen daarna nog een zeer goed begaanbaar wandelpad volgde van ruim 12 km kon mijn dag uiteraard niet meer stuk en ben ik van pure vreugde maar een stukje verder gelopen dan ik oorspronkelijk van plan was, maar het ging ook zo lekker!
Nu zit ik dus vorstelijk voor de albergue in Pobena, samen met Marianne uit Barchem, die hier ook net binnen kwam lopen. We zijn de enige twee gasten hier en ik hoor nu de centrifuge draaien, waarin mijn wasje zit, dus het is pure luxe vandaag. Ik zag trouwens in het gastenboek dat Jim hier gisteren geslapen heeft, dus dat was wel grappig, die zit dus ook nog op schema.
Ik heb vandaag ook een stuk langs het strand gelopen, dat loopt best lastig, maar is wel erg mooi natuurlijk. Je ziet hier de vloed echt als een razende opkomen, dat gaat bliksemsnel, omdat het verschil tussen eb en vloed ook veel groter is dan in Nederland. Je moet dus goed opletten, anders loop je ineens te pootjebaden en dat is nou ook weer niet de bedoeling.
Kortom, pelgrim Theo is in zijn hum vandaag!

Guggenheim

guggenheim-web

Het Guggenheim museum is in één woord fantastisch! Niet alleen dat er erg veel moois binnen te bewonderen valt, maar het gebouw zelf is gewoon het aller-, allermooist. Behalve de vloer, die geen enkele drempel heeft, is niets recht, het is adembenemend indrukwekkend en groots. Ik vind het geweldig dat ik dit nu met eigen ogen heb gezien, alleen dit al maakt de hele reis weer ruimschooits de moeite waard, al zou ik verder niets meer zien. Even voor Arij: de pup, die we deze winter tijdens onze cursus op een dia hebben gezien, heb ik nu in het echt mogen bewonderen en het is echt heel erg mooi, al die bloemen. Kortom, een waar hoogtepunt. Buiten heb ik mezelf op de video gezet en Gery zal proberen of ze de link op de website kan krijgen. Op zich stelt het niets voor, hoor, maar ik vond het wel grappig om te doen.
Bilbao is verder trouwens ook een leuke stad, overal muziek op straat en vanavond ergens op een plein een concert. Ik ben op zoek geweest naar het internetcafé, waar ik gisteren geweest ben, maar kan het niet meer terugvinden. Straks ga ik op zoek naar een kaart van de streek, want al die modderige paden heb ik nu wel gezien en als alternatief alleen de hoofdwegen is ook geen pretje, dus als ik wat landelijke wegen kan vinden, die toch redelijk begaanbaar zijn, neem ik die. De rest van ‘onze’ groep pelgrims is vandaag doorgelopen, dus die zal ik wel niet meer zien. Het zij zo! Maar ik heb er absoluut geen spijt van dat ik deze dag heb ingelast, ik had hem niet graag willen missen!! Nu heb ik vandaag de hele dag op mijn plastic schoentjes gelopen in plaats van op mijn wandelschoenen en….. nu is het wondje helemaal dicht. Er zal toch wel iets in die wandelschoenen zitten, wat niet helemaal klopt. Morgen zal het dus wel weer open gaan, maar alla, er zijn ergere dingen. Ik blijf hopen op een beetje droog weer, maar ja, iedereen zegt dat het hier gewoon heel erg veel regent, dus ik leg me er maar bij neer en pas mijn route er op aan. Alles sal reg kom!! O ja, gisteren ben ik ook nog door een plaats gekomen die Bolivar heet, dat was ik nog vergeten te vertellen. Niet lachen, maar daar is de bet-, bet-, betovergrootvader van Simon Bolivar geboren, de grote Zuid-Amerikaanse vrijheidsstrijder. Dus daar is men erg trots op. Tegen Bolivar mag je trouwens ook Bolibar zeggen, want in het Baskisch is de v hetzelfde als de b. Dat maakt het er nou niet echt makkelijker op. Het Baskisch is echt een heel eigen taal en heeft geen enkele connectie met enige andere taal. Men vermoedt dat het oorspronkelijk uit Afrika komt, maar ook dat is helemaal niet zeker. Intrigerend is het wel, dat taaltje, als ik een plaatsnaam op zijn Baskisch uitspreek, wordt er aan alle kanten goedkeurend naar me geknikt. Zo hoort het!!

Tijd voor Guggenheim

Ja hoor, daar ben ik weer. In een internetcafe met uitsluitend Marokkaanse jongens die voetbalspelletjes doen. Op z’n Hollands gezegd: een klereherrie. Maar ja, even kijken wat er zoal op de site staat is ook belangrijk.
Vandaag zijn we om acht uur vertrokken uit de albergue in Guernica. Jim en ik hebben besloten geen modderpaden meer op te zoeken, dus we hebben de gewone weg naar Meluza genomen. Nou was dat misschien wel een verstandige beslissing, maar, zoals zo dikwijls, geen fijne. We liepen langs de autoweg en moesten steeds wegduiken om erger te voorkomen. Maar het was prachtig weer, dus wij dachten overmoedig en Amerikaans optimistisch dat het vandaag wel zo zou blijven. We hebben later wel een wat rustiger kleine weg genomen, maar het verkeer blijft langs je heen razen. We hielden tot dan wel schone kleren vandaag.
Om twaalf uur hebben we in een tienda wat gegeten en gedronken en zijn we weer doorgegaan. Net toen ik Marnix had ge-sms’t dat het bijna voorjaar was in Baskenland, werd het bijna donker en sloeg de hagel in mijn gezicht. Noodweer binnen een half uur!! Maar een uur later konden we weer op een terras iets drinken. Je houdt het echt niet voor mogelijk hoe snel hier het weer volkomen kan omslaan.

Maar goed, we liepen op de gewone weg, dus geen modder deze keer. Dat was voor de anderen wel anders, want die kwamen het bos uit als bavianen, vreselijk onder de modder. Om drie uur waren we in Lezama en wat bleek? De refugio was nog gesloten: nog geen seizoen. Daar stonden acht verregende pelgrims na een dag lopen in de regen zonder onderdak. Er was wel een casa rural, maar die kostte per persoon tussen € 48 en € 64 per persoon, veel te duur natuurlijk.

We hebben toen besloten dat we met de trein naar Bilbao zouden gaan en dat is ook gebeurd. Voor ik weer commentaar krijg over het openbaar vervoer: het was maar 10 km, hoor!! O ja, er was ook nog een Fransman uit Nantes. Hij was in één keer van Orio naar Lezuma gelopen, dat is 56 km. De hele nacht was hij doorgelopen, omdat het toch volle maan was volgens hem.
Wij waren trouwens collega’s: hij was ook marinier geweest, net als ik. Alleen was hij dat ongeveer veertig jaar en ik maar twintig maanden. Maar toch…. Hij kende Den Helder goed omdat hij daar regelmatig geweest was. Hij noemde ook nog Hollandse namen, maar die kan ik niet herhalen want hij deed dat op z’n Frans.
Verder heb ik afscheid genomen van Jim, want die gaat door natuurlijk en ik wil hier blijven om in ieder geval het Guggenheimmuseum te kunnen bezoeken. Ik zit in een pension in de binnenstad van Bilbao en Caty zou hier meteen een misdaadverhaal van kunnen maken, want het voldoet aan alle eisen. Een hospita met verdachte ogen, ik zit in een klein kamertje op de vijfde etage waar ik alle krakende trappen op moet lopen, enz., enz. Overigens is er wel een afbeelding van het schilderij van Picasso: een kopie als mozaïek op een muur. Ik vond het heel mooi.
Morgen wordt het dus een rustige dag. Ik hoop dat het dan tenminste even droog blijft, want op dit moment giet het weer uit de lucht.

Guernica

Jim en ik hebben een gruwelijk zware ochtend gehad, het was gewoon niet leuk meer. Hoewel het nu droog is, is het overal een grote modderpoel en de paden zijn bijna onbegaanbaar. Nu denk je misschien: ”Nou ja, een beetje modder, dat loopt misschien minder lekker“, maar laat ik jullie dan even uitleggen wat ik bedoel met modderig. Stel je voor: er is een pad, of althans, er is iets wat een pad hoort te zijn, maar dat nu een geul is waar modderwater doorheen stroomt. De kanten lopen schuin op, dus als je aan één kant loopt, glibber je met dezelfde vaart weer naar beneden. Er zit niets anders op dan wijdbeens over de geul te lopen met je linkerbeen aan de ene kant en je rechterbeen aan de andere kant. Vervolgens zet je je stok in die geul en schuifelt met stapjes van niet meer dan 20 cm vooruit. Dat doe je dan een paar honderd meter achter elkaar. Dan komt echt het moment dat je tegen elkaar zegt: ”We zijn hartstikke gek! Dit is echt geen pelgrimage meer, want als die pelgrims vroeger zo’n pad gehad hadden, waren ze er meteen mee opgehouden. We stoppen ermee, dit is geen doen“. Nou valt er weinig te stoppen, want je moet wel eerst doorlopen om ergens anders te komen natuurlijk. Dus schuifel je samen klagend, steunend en glijdend verder. Gelukkig heb ik inmiddels in het bos weer een nieuwe stok gevonden. Als een echte padvinder heb ik er de zijtakjes afgebroken en met een steen de stok een beetje glad geslepen en nu bezit ik een echte Baskische staf: kort, stevig, dik en niet mooi!
Enfin, om een uur of twaalf komen we in een dorp aan, het zonnetje schijnt, het is droog en het terrasje lokt. Het eten smaakt voortreffelijk, de modder droogt op en zie, de twee klagende en steunende pelgrims veranderen in twee opgewekte kerels, die het helemaal zien zitten. Zo gaat dat dan. De rest van de route hebben we over de gewone weg gelopen, want we vonden dat we voor vandaag genoeg geleden hadden. Om een uur of vier arriveerden we in Guernica (Gernika heet het hier) en kwamen terecht in een schitterende refugio met ruime douches en een wasmachine en droger! Kijk, zo wordt de zwoeger beloond. Wat kan een mens toch tevreden zijn met apparaten die hij thuis de gewoonste zaak van de wereld vindt.
Als het wasje gedaan is en de voeten zijn weer schoon, wordt het tijd voor een bezoekje aan de stad. Het liep al tegen een uur of vijf en tot vooral Jim’s ongenoegen was het museum al dicht, want voor hem was het ‘midden op de dag’. Vervolgens zijn we naar het buitenmuseum gegaan, waar de ‘Heilige Eik’ staat. Onder die eik vonden in de Middeleeuwen de vergaderingen plaats van de Baskische stammen, nu is het nog maar een grote stronk. Maar ernaast hebben ze het Parlementsgebouw gebouwd. Ik vond het een beetje protserig gebouw, maar het is de trots van de Guernicanen. Iedereen zegt dat je dat beslist moet gaan zien. Wat opvallend is, is dat er echt niemand over het bombardement praat, dat door Picasso is vereeuwigd en er is ook geen enkele afbeelding van in de stad. Het schilderij zelf hangt in Madrid, maar je zou toch minstens verwachten dat je hier een reproductie zou kunnen kopen. Niets dus. Wel overal kreten als: ”Tourists, this is not Spain, this is Basque“. Ik mag ze wel, die Basken, niets geen poeha, gewoon aardige mensen.
Toen begon het weer te regenen en werd het tijd om de refugio op te zoeken, waar inmiddels dezelfde gasten als gisteren zijn gearriveerd, dus dat wordt vanavond weer gezellig met z’n allen eten! En daarna gaan wij pelgrims dan toch weer zeer tevreden slapen!

Een dag zonder poncho

Hoera, een dag zonder poncho! Het is de hele dag droog gebleven, hoewel alles nog wel nat is, maar dat mag me de pret niet drukken!
Gisteravond zijn we uitgenodigd door een meneer, die even langs kwam, een kijkje te nemen in de Baskische herenclub. Die bestaat uit twee ruimtes. In de ene ruimte staat een keuken van wel twintig meter lang en om de beurt wordt daar door een van de heren gekookt. Ze koken allemaal delicatessen van de streek en er komt geen vrouw in de keuken. In de andere ruimte eten ze dan met zijn allen. We hebben er een pilsje gedronken en daarna zijn we met zijn achten gaan eten. Allemaal pelgrims die in de piepkleine refugio zitten: een Frans stel, een Franse jongen van een jaar of vierentwintig, twee Duitse vrouwen, een Spanjaard, een Amerikaan en ik. Dus internationaal en hartstikke gezellig!
En vanmorgen weer opgewekt samen met Jim op pad. Het was weer heel veel op en neer en op een gegeven moment kreeg Jim (hij is 72 jaar) last van zijn knie en ik kreeg last van mijn enkel, dus…. werden we allebei verstandig. We hebben besloten om na 21 km te stoppen in Markina. Nu hebben we daar samen een kamer genomen en ik merk dat het heel prettig is dat hij vloeiend Spaans spreekt, makkelijk voor me en hij krijgt veel meer gedaan natuurlijk. De afstanden voor vandaag en morgen zijn ook wat redelijker verdeeld op deze manier, nu moeten we morgen nog 25 km ongeveer naar Guernica.

guernica-web In Guernica heeft Picasso zijn beroemde schilderij gemaakt van het bombardement. Tijdens de Spaanse burgeroorlog is Guernica door de Duitsers helemaal plat gebombardeerd, waarschijnlijk om te oefenen voor hun bombardementen in de Tweede Wereldoorlog, onder andere op Rotterdam. Er schijnt nog een duizenden jaren oude boom te staan, die het bombardement heeft overleefd.
Maar goed, dat is voor morgen, nu is het: modder afspoelen, kleren uitwassen, lekker eten en naar bed. O ja, in Markina is een kerk, die om het altaar heen is gebouwd. Het altaar bestaat uit drie grote voorchristelijke stenen, die door de heidenen al als altaar werden gebruikt. Nou, toen heeft men er maar een kerk omheen gebouwd. Ik was er graag even binnen gaan kijken, maar helaas was de kerk dicht. Niets aan te doen, in Spanje zijn de kerken meestal niet open. Dus de pelgrim ontbreekt het vandaag aan geestelijk voedsel, hij zal het met fysiek voedsel moeten doen. Omgekeerd lijkt me erger.

Anything to complain?

Nou, dat was weer een heavy dag vandaag. Tjonge, jonge, wat kan het hier tekeergaan, zeg. En het is volstrekt onvoorspelbaar. Ik ging vanmorgen weg, toen was het redelijk weer, in ieder geval droog. De rest van de dag heb ik alle seizoenen weer gehad. Verschrikkelijk zware buien met storm, waarbij de regen je echt in het gezicht zwiept en je bijna niet overeind kunt blijven en vervolgens trekt de bui weg en is het stralend mooi weer. Het is wel grappig, want je kunt de buien zo aan zien komen drijven vanuit zee. Ik heb hier nog steeds zeegezichten, waarvan je alleen maar kunt dromen, zo mooi zijn die.
Toen ik bij een betonnen hutje even stond te schuilen voor de regen, kwam Jim voorbij. Jim is een Amerikaan uit Texas, die getrouwd is met een Spaanse vrouw. Nu wonen ze afwisselend een half jaar in Spanje en een half jaar in Amerika. Hij is leraar Spaans, dus spreekt dat vloeiend. Als hij Amerikaans spreekt, praat hij net zo als die jongens in de serie ‘Bonanza’ (dit is voor de bejaarden onder jullie), komisch om te horen. Humor heeft hij ook, dus dat was wel gezellig, we hebben samen de rest van de tocht gelopen vandaag. Door de regen worden de paden natuurlijk steeds slechter en gladder, dus je glibbert en glijdt en gaat een paar keer onderuit en zit al gauw van top tot teen onder de bagger. Zelfs op mijn bril zat het vandaag. Op de momenten dat een van ons beiden onderuit gaat en in de blubber ligt, roept Jim: “Anything to complain?“
Maar al met al zijn we toch maar weer mooi naar Deba geglibberd en ach, als de schoenen weer schoongespoeld zijn, is alles weer gauw vergeten. Het blijft toch een fantastische tocht!
We zitten hier nu in een piepkleine gite: er zijn maar zes bedden, drie stapelbedden aan de ene kant en drie aan de andere kant, dus dat wordt stil liggen vannacht. De weerberichten voorspellen dat het morgen iets beter wordt, dus we gaan er weer voor! Wat trouwens ook wel een grappige ervaring is, is dat het je op een gegeven moment niets meer kan schelen, al zit de modder tot in je oren. Als je toch al vies bent, is een beetje viezer niet erg meer natuurlijk. Ik verbaas me over mezelf wat dat betreft, want in het dagelijkse leven ben ik toch best een net mannetje.

De gelukkigste stranden

Vanmorgen zei de receptionist: ”Meneer, wij hebben hier het land met de gelukkigste stranden“. ”Nou“, zei ik, ”dat zou je gisteren anders niet gezegd hebben“. ”Daarom juist, je hoeft hier altijd maar twee dingen mee te nemen: je zwembroek en je poncho. Je gaat ’s morgens heerlijk in de zon liggen en dan begint het te regenen, dan hoef je alleen maar even je poncho over je zwembroek aan te trekken, want over tien minuten is het toch weer droog en schijnt de zon weer“. Hij heeft helemaal gelijk, want vanmorgen ben ik met stralend weer vertrokken. Ik heb geweldig gelopen, de omgeving was schitterend met allemaal droomuitzichten. Gelukkig deed mijn camera het ook weer, dus was het droog. Vanmiddag heb ik de camera echter maar in mijn rugzak opgeborgen, want toen liep ik door een gierende storm, die me zowat uit mijn poncho blies, die ik aanhad tegen de gietbuien. Nou, volgens dezelfde receptionist hebben ze hier gemiddeld op tweeëntwintig dagen regen per maand, hoewel hij troostend zei: “In de maanden juni en juli wil het wel eens iets minder zijn.“

Maar er staat wel iets tegenover. Vanmiddag zat ik heel hoog in de heuvels en dan zie je ergens heel diep beneden je de autoweg gaan. Je moet dus ook naar beneden, alleen loop je dan via een weg uit de Middeleeuwen, waar de stenen liggen, die ze toen als bestrating hebben neergelegd. En in die stenen zie je dan nu nog de karresporen uit die tijd staan. Dat maakt toch indruk, het idee dat daar in de Middeleeuwen al mensen over die weg trokken, al zal het wel niet gemakkelijk zijn geweest met een kar over die stenen.

Onderweg heb ik geprobeerd mijn beltegoed op te waarderen bij een bank, maar dat is niet gelukt. Alle tabacs zijn dicht vanwege de zondag en ik weet niet of ze morgen wel open zijn. Ik heb nog maar € 3 beltegoed en die wil ik bewaren voor noodgevallen. Dus bedankt voor de sms-jes, maar dat is de reden waarom jullie even niets terughoren, of beter gezegd, zien.
Vandaag heb ik een poosje met een Franse jongen gelopen en met een oude Spanjaard, een zogeheten PGV. Zo noemde hij zichzelf ook. Ik zou jullie nu een dagje in het ongewisse kunnen laten wat een PGV is, maar ik vind het zelf veel te leuk om niet met jullie te delen. Heel simpel, een PGV is een ‘Peregrino Grande Vitesse’.
Hoewel het onderweg dus niet druk is, zijn de refugio’s iedere keer wel vol. Hoe dat kan, snap ik ook niet. Nu is hier een slimmerd, want die heeft naast de refugio een goedkoop hotel gebouwd. Kijk, dat getuigt nog eens van zakelijk inzicht. Daarin heb ik nu een kamer. Waar ‘hier’ is? Zarautz natuurlijk, iedereen weet toch dat dat 21,5 km van San Sebastian ligt?

Op de campus

Wat het weer betreft was het een catastrofale dag en zoals elke goede preek verdeel ik het even in drie punten: vanaf mijn vertrek om zeven uur tot de middag was het heel veel regen en niet zomaar van die eenvoudige buitjes, het kwam met bakken uit de lucht. Voeg daarbij een fikse storm en een temperatuur van 14 graden. Dan betekent dat heel erg nat worden en over paden gaan, die dramatisch modderig en glad zijn. Mijn lieve zus belde me zelfs om te vragen hoe erg het was en dat ik vooral voorzichtig moet zijn, want in de omgeving Madrid schijnt alles ondergelopen te zijn. Kun je nagaan hoe slecht het weer is. Jammer is dat ik ook niet kan filmen, want mijn camera is door alle natuurgeweld vochtig en ik krijg hem niet meer droog. Dat is punt één.
In de refugio waar ik vannacht geslapen heb, kon je geen ontbijt krijgen, dus ging ik met een lege maag op pad met de gedachte onderweg wel iets tegen te komen. Nou, zelfs geen simpele kop koffie, laat staan een boterham en, zoals jullie ondertussen wel vermoeden, voor een pelgrim als ik is dit een zeer ernstige zaak. Dat is punt twee.
Ik weet dat jullie nu onmiddellijk gaan keffen dat ik wel erg veel met de bus of trein ga (hetgeen in dit geval volstrekt onjuist is, maar daarover straks uitleg): Ik heb mijn staf in de bus laten staan!!! Die mooie, trouwe staf, die ergens in Frankrijk op mij stond te wachten, is nu in het gunstigste geval geëindigd ergens achter in een stoffige busremise en zal nooit Santiago zien. Dat is punt drie.
Voor wie dus denkt dat het voor een pelgrim één grote, lange vakantie is: Lees het bovenstaande maar eens drie keer door. Maar, zoals in het leven ellende en plezier elkaar afwisselen en het pad over hoge bergen en door diepe dalen gaat, zo is het ook voor de pelgrim. Om een uur of twaalf klaarde het weer op en deze route langs de kust is fabelachtig mooi. Er zijn allemaal baaien, waar je omheen loopt en het is dus veel omhoog en omlaag, maar als je dan weer ergens boven bent, heb je werkelijk schitterende uitzichten op de zee. Vooral met deze storm is het indrukwekkend hoe de golven dan tegen de kust slaan. In Pasaia kon je met een veerbootje door de baai naar de overkant varen. Dat leek me wel leuk om te doen. Voordat ik de boot opging was er op het pleintje waar ik stond te wachten een echte Baskische bruiloft met een muziekkorps en Baskische dansen, geweldig leuk, ik heb staan te genieten. Vervolgens voer ik de baai over voor een luttele € 0,50 en ook dat was een belevenis. Aan de andere kant van de baai moest ik toen weliswaar over steeds steiler en gladder wordende paden omhoog klauteren, maar als beloning zie je dan ineens in de diepte (om precies te zijn 280 meter, die je dan nog wel naar beneden moet) de stad San Sebastian liggen, een geweldig gezicht. Dat maakt alles wat je doet de moeite waard, dat soort beloningen. Ik moet zeggen, dat dit echt een schitterende route is, maar wel veel zwaarder dan die van vorig jaar. Het voordeel is dat ik op veel plaatsen een doorsteek kan maken naar de route van vorig jaar, dus als het echt te gek wordt, ga ik dat doen. Het is ook een heel stille route, je komt echt bijna niemand tegen, maar dat is niet erg, want als ik straks in de buurt van Santiago kom, is er weer reuring genoeg. Zo zie je, het is allemaal toch heel anders weer dan vorig jaar en als het leven zelf: Het lijkt soms allemaal hetzelfde, maar is het niet. Een mens zou er lyrisch van worden.
Om dat te voorkomen ben ik maar afgedaald naar de stad en daar kwam ik om twee uur aan. Uiteraard alles gesloten en waar vind je in die grote stad een refugio?? Eerst maar weer naar de VVV en daar viel ik met mijn neus in de boter of, liever gezegd, daar stootte ik mijn neus. Er is namelijk een of ander groot congres in de stad en dat betekent: alles propvol, nergens meer een slaapplaats te bekennen, ook niet in de refugio’s, waarvan ze er trouwens maar twee hebben in de hele stad. Ik zag in gedachten al die driedelig gekostumeerde heren in een slaapzak in een refugio kruipen, dat leek me wel aardig. Maar het bleek toch vol te zijn met een ander soort mensen, meer zoals ik, alleen een toevlucht zoeken in een hotel was er dit keer dus niet bij. De enige mogelijkheid die er nog voor me was, was te slapen op de campus van de universiteit aan de andere kant van de stad. Daar staan gebouwen, waar studenten en docenten een kamer hebben en als die er niet zijn, worden ze in geval van nood verhuurd. Niet goedkoop, maar dat heb ik natuurlijk wel gedaan, want anderen die dat te duur vonden, werden onverbiddellijk weggestuurd zonder onderdak, omdat er echt niets was. Toen ben ik dus dat stukje met de bus gegaan met het verlies van mijn staf tot gevolg.

san-sebastian-web

En nu zit ik in een prachtige kamer op de campus. En opeens middenin de moderne techniek. Als je aankomt, word er een foto van je gemaakt, die komt op een pasje en als je dan bij je kamer komt, gaat de deur vanzelf open, dan word je herkend. Hoe het precies werkt, daar heb ik geen flauw idee van, maar de tegenstellng is wel grappig: aan de ene kant treuren om een staf, die in feite alleen maar een ouwe boomtak is en aan de andere kant gebruikmaken van de meest moderne snufjes! Dus nog steeds genoeg te beleven onderweg. Omdat ik niet precies weet op welk punt ik naar de route van vorig jaar terug zal keren, kan ik geen poste-restante-adressen opgeven, want misschien kom ik daar dus helemaal niet. Daarom lijkt het me het handigst om Santiago zelf als poste-restante-adres op te geven:
M.J.den Otter
c/o POSTE RESTANTE Santiago de Compostela
SANTIAGO DE COMPOSTELA
Spanje
Vergeet niet duidelijk de afzender te vermelden! Voor nu: gegroet gij allen, tot morgen! Theo

P.S. Een ‘special’ voor Jan van den Brink: Jan, ik hoop dat de letters nu groot genoeg zijn voor je.
Groeten, Gery

In Spain

Het was vandaag tot een uur of vier erg mooi weer. Eerst hebben we lekker uitgeslapen, wel tot half acht, daarna hebben we uitgebreid ontbeten, je zoon is er tenslotte niet elke dag. Daarna zijn we even naar Spanje gereden, jullie weten niet hoe snel dat gaat met een auto, om boodschappen te doen. Het duurde even voor we een supermarkt gevonden hadden, maar toen was het dan ook een hypermarché. Daar heb ik scheerzeep, tandpasta en een T-shirt gekocht, want ik ben er weer ergens een kwijtgeraakt, zeker laten liggen, en vervolgens heb ik een Spaanse sim kaart aangeschaft.
Ja, toen was het alweer bijna etenstijd, dus zijn we teruggereden naar Frankrijk en hebben ons in Hendaye op de boulevard geïnstalleerd met uitzicht op de Atlantische oceaan om eens even uitgebreid te eten, want een mens moet toch af en toe wat in zijn maag hebben, zeker een pelgrim met zoon natuurlijk. Het was hartstikke gezellig zo!
Daarna naar het postkantoor, waar we sigaartjes vonden van Ton en Suzanne en een heel leuke kaart van een haan met wandelschoenen (vanwege die haan in het kippenhok natuurlijk).
En toen heeft Marnix mij weer naar de route gebracht en is weer vertrokken om in Toulouse naar het vliegmuseum te gaan. Vervolgens gaat hij weer richting huis via Millau om daar de brug te zien (en niet die van Den Bommel). En voor mij lag daar weer de weg naar Spanje, maar nu lopend. Zo’n ramp was dat nu ook niet vandaag, want het was maar een kippeneindje van 5 km en toen was ik al in Irun.
Dus: I am in Spain en meteen begint het verschil: ik kan pas om half negen eten en ik zit weer in een refugio waar wij wandelaars en pelgrims mopperen over het feit dat we zo laat eten. Want morgen is het weer vroeg dag voor ons. Het is lekker weer in een refugio te zijn, dat is toch heel anders. Hier ben je met pelgrims onder elkaar en in een hotel zit je tussen de zakenlui, die je dom aankijken en niet eens weten dat er een route bestaat. Dat klinkt nu wel mooi zoals ik dit zeg, maar zeer waarschijnlijk ben ik over een poosje weer doodziek van al die stinkende refugio’s en wil ik in bad liggen in een luxe hotel! Ja, zo is het leven, ook dat van een pelgrim, die vindt een warme douche ook lekkerder dan een emmer met koud water en gaatjes boven zijn hoofd!

Bezoek

Vanmorgen vertrok ik dus voor mijn route langs de kust richting St Jean de Luz. In het begin liep de route vlak langs de kust, erg mooi. Na een tijdje week de route iets van de kust af, maar nou ja, dat kan natuurlijk. Maar toen ik steeds verder van de kust afraakte, dacht ik: ”Dit kan niet goed zijn“. Dus ben ik op een gegeven moment een andere route ingeslagen. Helaas, dat bleek ook niet de juiste route te zijn. Al met al heb ik vier uur gelopen en was toen hemelsbreed nog geen 10 km verder. Ja, ook dat gebeurt als je maar afwacht waar de weg je heenbrengt, het pad gaat niet altijd over rozen. Maar goed, uiteindelijk kwam ik in St Jean de Luz aan. Daar stond een aantal bussen en bij een van die bussen Duitsers, die met de bus naar Urun wilden. Hoe de buschauffeur ook probeerde uit te leggen dat dat niet ging en dat ze dan in Hendaye over moesten stappen, ze begrepen er geen hout van. Dus toen ben ik er maar op afgegaan om het probleem op te lossen. Dat lukte aardig, maar toen zat ik eenmaal in die bus….. en een kaartje naar Hendaye kostte maar € 1…… en het was toch eigenlijk onbeleefd om nu die bus weer uit te gaan. Dus ik zei tegen de buschauffeur: “Nou, voor die ene euro kun je niet gaan lopen“, waarop de man meteen vurige kolen op mijn hoofd stapelde door te zeggen: ”O jawel, hoor!“. Maar ik dacht: ”Wat of wie let me?“ en ben de bus ingestapt om naar Hendaye te gaan.
Onderweg ging tot mijn verbazing de telefoon. Er komen natuurlijk regelmatig sms-jes, maar een telefoon, die afgaat, maak ik niet zo vaak mee. En die kun je niet negeren of denken: ”Dat doe ik straks wel“, zoals bij een sms-bericht. Dus ik nam op en dat bleek Marnix te zijn, die uitgebreid vroeg waar ik zat en hele verhalen hield. Ik dacht net: ”Nou, die heeft de tijd“ en: ”Ik ben betrapt in de bus“, toen hij zei: ”Laten we dan afspreken bij het station in Hendaye!!“ En ja, bij het station in Hendaye stond een bekende auto met mijn zoon erin. Ik wist niet wat ik zag! Dat hebben die twee mooi bekokstoofd! Arme Geer, die gaat nu met het openbaar vervoer naar haar werk. Achteraf gezien vond ik wel dat ze rare antwoorden stuurde, als ik sms-te of ze al thuis was uit haar werk. Dan was het: ”Ik sta nu buiten en ga naar huis“ of ”Ik bel later, want ik moet eerst boodschappen doen“, alles om te verbloemen dat ze er langer dan normaal over deed om thuis te komen.
Dat was dus een hele leuke verrassing. We zijn met zijn tweeën naar de VVV gestapt om een hotel te zoeken en werden daar te woord gestaan door een zeer chagrijnige vrouw. Of te woord gestaan? Er werden een paar boekjes over de toonbank gesmeten met een gezicht dat zei: ”Zoek het zelf maar uit!“ Maar alla, we zitten nu in een Campanile hotel en vanavond ga ik dus ‘met een relatie’ uit eten!!

Met de trein

Ja, ik heb weer een hotel met internet gevonden, een luxe die je niet dagelijks vindt. Ik ben vanmorgen met een beetje lood in de schoenen vertrokken uit St.Jean Pied de Port. Dat vond ik toch wel een beetje schijterig van mezelf om met de trein te gaan. Iedereen is een beetje opgewonden voor de grote klim naar Roncevalles en ik ga op de trein staan wachten. Maar aan de andere kant ben ik in dit gezelschap bijna een crack, want ik heb vorig jaar Amsterdam–Santiago gelopen en nu zelfs Arles–Santiago. Ze vragen mij dan om raad (????) Ik sta er steeds weer een beetje van te kijken, want eerlijk gezegd kom ik ‘s avonds toch ook niet meer kakelvers aan en of ik nu in Santiago aankom, is ook helemaal niet zeker.
Maar goed, ik ben dus vanmorgen met de trein naar Bayonne gegaan in ongeveer anderhalf uur. Heel mooie rit trouwens door de bergen. In St Jean Pied de Port heb ik een nieuwe credencial gekocht en daarin heb ik daar niet het eerste stempel laten zetten. Dat heb ik in Bayonne laten zetten in de kathedraal, waar weer eens een echt ontvangstcommite was. Ik vind dus eigenlijk dat er nu een tweede reis begint. Zo hoef ik ook niet een smoes te verzinnen, omdat ik met de trein ging. Gery zegt dat dit een echte ‘van der Reesten’ smoes is. Zou het?
In Bayonne heb ik eerst lekker een pizza gegeten op een terras in de zon en daarna ben ik gaan lopen – en dus niet met de bus – naar Biarritz. Daar ben ik nu dus. Biarritz is een badplaats met de oude glorie van een rijke badplaats voor de bourgeoisie, zoiets als Domburg vroeger bij ons. Er staan allemaal gebouwen uit de jaren twintig en alles is gericht op de badgasten, hoewel hier ook veel pelgrims langskomen, maar ja, die brengen geen geld in het laatje. Om Geer te bellen heb ik mij naar de oceaan begeven en ben daar op een muurtje gaan zitten boven rotsblokken, waar enorme golven tegenaan slaan. Een mooi gezicht en Geer hoorde de golven ruisen door de telefoon. Het wemelt hier ook van de surfers, hier schijnen de wereldkamioenschappen surfen te worden gehouden en dat kan ik me best voorstellen.
Ik had gehoord dat hiet een mooie route schijnt te lopen naar Hendaye, helemaal langs de kust. Dat lijkt me wel wat, dus ben ik hier naar de VVV gegaan. Dat was weer geweldig. Het ging ongeveer als volgt: ”Klopt het dat er hier vandaan een wandelroute langs de kust is naar Hendaye?“? ”Ja, ik geloof het wel, die schijnt wel te bestaan“?“?Heeft u misschien ook een beschrijving daarvan?“? Ëen beschrijving? Ja, die bestaat wel, geloof ik, en die hebben we geloof ik ook ooit wel gehad, maar waar die is gebleven?“? ”Nou, zoek maar niet verder, zijn er ook wegwijzers?“? ”Ja, de route zal heus wel aangegeven staan“? ”Waar moet ik dan op letten? Zijn het paaltjes of een bepaalde kleur?“? ”Ja, dat weten we niet, wij hebben de route nooit gelopen, wij nemen altijd de trein als we naar Hendaye gaan“? Heerlijke mensen!! Nou, ik zal het wel zien morgen, ik ben van plan om tot St Jean de Luz te lopen, maar of dat gaat lukken?

Even terug in St Jean Pied de Port

Vanmorgen ben ik in de mist vertrokken en het eerste stuk stuurden ze me letterlijk het bos in, waar het nog erg nat en heel erg modderig was. Het was dus een partijtje glijden en glibberen. Daarna werd het beter en om twaalf uur scheen er een heerlijk zonnetje en was het prachtig weer. Kijk, dat moeten we hebben: zalig de pelgrim op wie de zon schijnt! Om een uur of één was ik in St Jean Pied de Port, waar ik vorig jaar ook geweest ben en het was allemaal nog heel erg bekend. Het verbaasde me bijna dat mensen niet zeiden: ”Zo, ben je er weer?“ Het was er weer gezellig druk met heel veel wandelaars, dus geen pelgrims. Wat het verschil is tussen wandelaars en pelgrims? Daar kan ik kort en duidelijk over zijn: pelgrims zijn mensen die wel zien waar de weg hen brengt en vooral wat de weg hen brengt. Zij rekenen niet op hulp en krijgen het dan bijna altijd. Wandelaars zijn mensen die thuis een reis hebben georganiseerd, waarbij alles al bekend is. Er is een busje dat hun bagage vervoert en om twaalf uur ’s middags komen zij langs dat busje (toevallig) en dan staat er ook een lunch voor hen klaar. Daar is op zich natuurlijk helemaal niets mis mee, maar ze missen wel het belangrijkste: loslaten en maar zien wat er gebeurt. Ik heb een stempel gehaald op het pelgrimskantoor bij een vrouw van drieëntachtig jaar en die zei het als volgt: ”Dat zijn geen pelgrims, dat zijn wandelaars die op weg zijn naar de haarföhn in het hotel. Ik schrijf ze niet in en ze krijgen geen stempel“. Ze vond het duidelijk niet tellen. Vervolgens raadde diezelfde vrouw mij dringend aan toch vooral niet naar Hendaye te gaan lopen, maar de trein te nemen. ”U hoeft het toch niet meer te bewijzen, u moet niet zo streng voor uzelf zijn“. Nu zat ik al in een dilemma wat het volgende stuk betreft. Als ik namelijk de Grande Randonnee zou nemen, wordt dat een zeer zware tocht en in de gids wordt zelfs vermeld dat ik touwen en dergelijke mee moet nemen. Nou, dat vind ik echt te gek worden. Je moet wel leren loslaten, maar stel dat ik dat touw loslaat??! Het alternatief is dan drie dagen over asfaltwegen lopen en dat trekt me ook helemaal niet aan. Nou, deze drieëntachtigjarige mevrouw maakte een einde aan dit dilemma. Ik heb besloten morgen de trein te nemen en dan of naar Hendaye te gaan of naar Biarritz. Dat is wel wat noordelijker, maar dat lijkt me ook wel leuk om eens te zien. Ik weet niet wanneer de treinen gaan en waarheen, dus ik zie het morgen wel en handel dan naar het me uitkomt. Dat beschouw ik dan als een vrije dag, hoewel Geer zegt dat dat niet telt als vrije dag en dat ik er nog eentje bij moet nemen. Ik zal wel zien.
Voorlopig zit ik in dezelfde gite als vorig jaar: Chemin de l’Esprit. Ik slaap op een driepersoonskamer. Ter linkerzijde word ik geflankeerd door Frans, die uit Tilburg is komen lopen, en ter rechterzijde door een Canadees. Frans had vandaag zijn vrije dag en slaapt hier nu voor de tweede nacht. Hij zei zorgelijk: ”Nou hoop ik wel dat ze vanavond een stukje vlees geven, want gisteren was het niks en ik heb trek in vlees“, dus ik ben benieuwd. En verder liep ik vandaag Amerikaanse Pam weer tegen het lijf. Ze is nog steeds onderweg, maar heeft wel een erg zere voet. Dat komt me bekend voor, hoewel het nu wel beter met die voet van mij gaat. Alles went, zullen we maar zeggen.
Verder heb ik mij weer een nieuwe stappenteller aangeschaft en twee paar sokken, zodat ik ook zonder föhn weer droge sokken heb. Tot drie uur vanmiddag was het schitterend weer, daarna betrok de lucht weer. Erg warm is het niet, ongeveer 20 graden. “Echt wandelweer“, sprak Geer wijs. Hoe kan zij dat nou weten???????

Droog!

Hoera, het is droog. Grijs, maar droog, alleen bovenin de bergen loop je letterlijk met je hoofd in de wolken en daar is het dan vochtig, maar niet zo dat je de poncho aan moet. Een pelgrimshand is gauw gevuld.
Het was een pittige tocht vandaag met veel klimmen. Het was niet eens zo gek hoog, maar wel heel steil met af en toe hellingen boven de 9 %. Dus dat is klimmen en klauteren en als je dan eenmaal boven bent, ga je ook heel steil weer naar beneden. Dan krijg je ineens een heel andere houding en dat is lastig.
Gisteravond heb ik na het eten eerst nog even op het terras gezeten en ben toen een ommetje gaan maken door het dorp. Ik heb even in de kerk gekeken, maar daar was niet veel te zien. Toen ik weer buiten kwam, zag ik bij het huis naast de kerk een vrouw met een rugzak aan de bel rukken. Nou, daar loop je dan even naar toe. Ze vraagt of ik een beetje Engels spreek en als ik ja zeg, barst ze los: ”O gelukkig, want ik ben Amerikaanse en spreek geen woord Frans! Ik ben net begonnen met lopen en ze hebben tegen me gezegd dat ik, als ik onderdak zoek, maar aan moet bellen bij het huis naast de kerk, maar dat doe ik en er doet niemand open!“ Ze was in Lourdes gestart en was in één dag van Oloron naar hier gelopen en was compleet versleten. Dat is niet zo gek als je bedenkt dat ik over datzelfde stuk twee dagen heb gedaan. Dus ik heb me als een goed pelgrim over Amerikaanse Pam ontfermd. We zijn eerst maar eens op een muurtje gaan zitten om een beetje te praten en toen kwam er een auto aan met de curé erin. Die had echter weinig zin Pam liefdevol op te nemen en had allerlei excuses: de verwarming was stuk, hij had lekkage, de huishoudster was er niet omdat het zondag was, enz. Nou heb ik vaker met dat bijltje gehakt en wist dus wat ik moest doen: me nederig gedragen en blijven lullen, want Fransen zijn beleefd en zolang jij praat, lopen ze niet weg. Trouwens, dat had ook geen zin, want hij liep wel naar zijn huis, maar ik liep mee en maar blijven praten. Uiteindelijk kon hij gewoon geen nee meer zeggen, dus Pam kreeg een kamer, maar eten had hij niet. Geen punt, we spraken af dat we eerst zouden gaan eten en dan terug zouden komen.
Waarop het volgende probleem rees: hoe we ook zochten, er was echt helemaal niets dat open was. We kwamen twee jongens tegen en vroegen waar we ergens nog iets te eten konden krijgen. De jongens hebben met ons het hele dorp rondgelopen langs alle restaurants en eetgelegenheden, maar alles zat echt potdicht. Inmiddels was het al na achten en ineens vroeg een van de jongens of we ook tevreden zouden zijn met een sandwich. Natuurlijk, als we maar iets in onze maag hadden. ”Nou, ga dan maar mee naar mijn moeder“, zei de jongen. En zo kregen we van de moeder een sandwich met chorizo, lekker warm gemaakt in de magnetron. Die hebben we buiten genoeglijk samen op zitten eten met de eeuwige dankbaarheid van Pam.

sandwich-web

Toen ik vanmorgen vertrok, was het hetzelfde liedje: alles potdicht, er was nog geen brood te krijgen, dus ben ik met een lege maag vertrokken. Uiteindelijk belandde ik halverwege in een piepklein barretje, waar ik ook niets te eten kon krijgen, maar wel koffie. Dat was in ieder geval iets, dus ik aan de koffie en ondertussen weer met iedereen aan de praat natuurlijk. Over van alles en nog wat, en over de Baskische taal natuurlijk. En wat denk je? Wonderbaarlijk verscheen er ineens een sandwich en zei de patron: ”Hier, eet die maar op“. Geweldig toch? Hij wilde er niets eens geld voor hebben, maar dat heb ik natuurlijk wel gegeven, hij moet er ook hard voor werken.
Toen ik hier in Larceveau in het hotel (weer geen gites te bekennen) vertelde dat ik sinds gistermiddag bijna niets gegeten had, stond er in een mum van tijd weer een enorme sandwich voor mijn neus met een fles bier, een stuk Baskische taart en koffie, want een pelgrim zonder eten, dat kan natuurlijk niet. Dus jullie zien wel dat mijn charmes zorgen voor een volle maag!
Hier in het hotel komen vanavond trouwens negentien gasten: allemaal wandelaars, die hun bagage laten vervoeren. De bagage is inmiddels al gearriveerd, de wandelaars komen nog. Daar zal ik vanavond eens een hartig woordje mee moeten spreken, want zo gaat dat niet natuurlijk!
Gery leest me elke avond alle berichten voor als ik zelf niet kan kijken en ik geniet er ontzettend van. Heerlijk, al die commentaren! En ik was blij verrast een berichtje van Marjoleyne te krijgen, ontzettend leuk en bedankt voor de ’sokkentip’, ga ik zeker doen. Het weerbericht belooft dat het morgen beter weer wordt met meer zon en hogere temperaturen, dus we gaan eindelijk de goede kant op. Ik loop nu weer een stukje dezelfde route als vorig jaar van Le Puy en naar verwachting zal ik morgenavond in St Jean Pied de Port arriveren. Daarna wijk ik dan weer van de route af, omdat ik naar Hendaye loop. Er loopt wel een Grande Randonnee, maar ik denk niet dat ik die neem, want die gaat over de hoogste toppen van de Pyreneeën en dat is wel een beetje veel van het goede. Dus ik zoek mijn eigen weg en geen zorgen: ik vind mijn weg wel!

Chez l’ habitant

Is het pas een week geleden dat ik meldde dat het achtentwintig graden was? Niet te geloven! Is het pas een week geleden dat ik mijn trui naar huis stuurde, omdat ik die toch niet meer nodig zou hebben? Niet te geloven en knap stom, want nu zit ik met twee T-shirts over elkaar nog te bibberen van de kou. Het blijft maar slecht weer. Je stuurt er geen hond op uit met dit weer, maar de pelgrim gaat moedig voorwaarts. Halverwege liep ik door een dorpje, toen er ineens een vrouw naar buiten kwam (een oude dit keer), die riep dat het onweerde. Nou had ik dat ook wel gehoord, maar ze riep er meteen achteraan: ”Dus moet je gauw binnenkomen, want je kunt niet buiten blijven als het onweert“. Dus ben ik mee naar binnen gegaan en daar zaten ook drie mannen om de tafel en toen hebben we gedurende drie kwartier een zeer geanimeerd gesprek gevoerd. Te beginnen met het verhaal van een Engelse vrouw, die niet naar het weerbericht geluisterd had en dus vorig jaar in de bergen de dood gevonden had. Dat was om mij op te kikkeren. Verder hebben we uitgebreid zitten klagen over het vreselijk weer en de mannen vertelden dat de bakker in het dorp hoog in de bergen geen brood meer kon bakken vanwege het weer. Waarom niet werd me niet goed duidelijk, maar daar ga je ook niet over zitten zeuren tijdens zo’n gesprek natuurlijk. Het had iets te maken met het water dat heel erg hoog in het stuwmeer stond. Ze gingen ook om de beurt mijn rugzak wegen om dan te kunnen zeggen: ”Wat zwaar! En moet je daar nu het hele eind mee lopen?“ Kortom, aandacht genoeg voor deze arme pelgrim.
Vandaag ben ik gestopt in Mauleon, want toen onweerde het zo verschrikkelijk, dat ik het voor gezien hield. Nu zit ik ‘Chez l’habitant’, dat is weer een andere vorm van Bed & Breakfast. Je krijgt namelijk wel een bed, maar geen breakfast. Nou ja, weer eens iets anders. Iedereen zwaait hier weer naar me, terwijl ik loop. Leuk is dat. Onderweg werd ik eerst gepasseerd door twee Nederlandse fietsers en vervolgens door een Duitser, die een eindje verder afstapte en weer terug kwam fietsen, want hij had namelijk de klompjes van Ursula gezien, die nog steeds aan mijn rugzak hangen. Grappig, ze zijn maar klein, maar vallen iedereen meteen op!
Hier zie je overal in oude kerken beneden stoelen staan en dan zijn er hele grote gaanderijen, waar banken staan. Het was me al een paar keer opgevallen, maar ik weet nu ook waarom dat zo is. Vroeger zaten namelijk de vrouwen beneden en de mannen boven. De mannen zaten braaf op de banken, maar de vrouwen brachten hun eigen stoel mee van thuis. Die dachten waarschijnlijk: ”Thuis heb ik geen tijd om te zitten, dus als ik eenmaal zit, wil ik ook lekker zitten!“
Volgens de weerberichten wordt het na dinsdag iets beter, dus ik houd hoop op droge sokken!!

Louis de Funes

Regen, regen, regen. De hele morgen regende het dat het goot. Toen ik om één uur vanmiddag even stond te kijken waar ik ook alweer heen moest, stopte er een heel, heel oud vrachtautootje met een beeldschone vrouw erin, gehuld in een grote overall. Ze gooit het portier open en roept: ”Je moet naar l’ Hopital St Blaise, kom op, zitten!“ Dus zo ben ik de laatste 7 km glorieus vervoerd. Nou, glorieus? Ik voelde me net Louis de Funes in die film, waarin hij met een non in een eend meerijdt, die net een dag haar rijbewijs heeft. Ik scheurde links en rechts de bochten door in een duizelingwekkend tempo, dat wil je niet weten. Louis-de-funes-web Maar leuk was het wel, weer een hele belevenis. Enfin, ik kwam veilig en droog aan zowaar. In l’ Hopital St Blaise stond vanaf de Middeleeuwen een opvanghuis voor pelgrims, maar nu bestaat het hele dorp uit twee hotels, vier huizen en een beauty van een kerk, echt schitterend!
Dit is weer echt een gezellige streek. Vanmiddag zat ik in een café aan de koffie met twee mannen, van wie de een een hele dikke meneer was. Toen er nog iemand bijkwam, riep de dikkerd: ”Hier is een collega van je, die heeft hem vorig jaar gelopen“. Inderdaad, dat klopte en we hebben gezellig staan praten, terwijl de dikke meneer steeds riep: ”Moet je nog een wijntje? Het is toch rotweer, je hoeft vandaag toch niet meer verder“. Reuze gezellig was dat en de dikke meneer ging volgend jaar ook, riep hij. Ik keek zeker bedenkelijk, want blijmoedig voegde hij eraan toe: ”Ja, met de auto natuurlijk!“ Heerlijk land, ik geniet van zulke dingen. Helaas kon ik niet filmen, want mijn camera is vochtig door al die regen en dan doet ie het niet.
In een van die twee hotels heb ik mijn intrek genomen, want een gite is hier niet. Maar vooruit, ik heb nu avondeten, een kamer en morgenochtend een ontbijt voor € 50, dus niet al te duur. En wat dan nog? Zoals Geer altijd zegt: ”Laat de armoe de pest maar krijgen!“

Oloron Ste Marie

Toen ik vanmorgen vertrok was het mistig, daarna miezerde het een beetje, om een uur of twaalf werd het droog en ook zonnig, om drie uur trok het weer dicht en nu zie ik een inktzwarte lucht, dus dat voorspelt niet veel goeds. Maar nu geeft dat niet meer, want ik ben er toch al. Om kwart over acht betrad ik ’s Heren wegen en die bleken meteen al wonderbaar. In de gids stond al dat bij regenachtig weer het pad erg modderig kon zijn en dat er daarom treden waren gemaakt op veel plaatsen. Nou, die treden waren er wel, maar als je dan met drie treden tegelijk naar beneden glibbert, heb je er niet veel aan. Na 10 km glibberen en glijden vond ik het wel genoeg en ben vervolgens maar snel de ‘brede weg’ opgegaan. Dat was wel een stuk om, maar het grote voordeel was wel weer, dat er genoeg plaatsen zijn waar men zich kan laven en voederen. Dus ik heb tussen de middag een uurtje heerlijk op een terras gezeten om te eten.

Vitel-web Kraanwater web De mensen zijn hier zuinig, zoals we in de Pyreneeën ook al vaak hebben gemerkt. Toen ik dus om een flesje water vroeg, zeiden ze: ”Dat kunt u natuurlijk wel krijgen, hoor, maar hier is het water uit de kraan lekkerder dan Vitel, want die komen het bij ons halen. Waarom zou je het dan kopen als het voor niets uit de kraan komt?“ En inderdaad, het water was fantastisch.

Het voordeel van die zuinigheid is wel dat ik, toen ik bij het Bureau de Tourisme op zoek ging naar een routebeschrijving van Oloron naar St Jean Pied de Port, ik een hele stapel kopieën kreeg, want het was zonde om daarvoor een hele gids te kopen!
De Béarn is een prachtige streek en er begint hier ook weer wat meer leven te komen, het is niet zo leeg meer als de streek, waar ik hiervoor doorheen liep. Gezellig, ik heb een poosje gepraat met een Berlijner, die de tocht ook voor de tweede keer loopt en verder word ik weer overal door de Fransen aangesproken, die allemaal roepen: ”O, dat wil ik ook zo graag!“ ”Doen“, roep ik dan. Het is hier heel erg groen en er zijn heel veel bloemen, echt een mooie streek is dit.
Ik had een gite besproken, maar toen ik daar aankwam, bleek dat ik met een ander in een tweepersoonsbed moest slapen en dat werd me een beetje al te dol. Dus ik heb mijn toevlucht opnieuw tot een hotel genomen en daar zit ik nu luisterrijk op een terrasje te overwegen dat het leven best meevalt, vooral omdat mijn voet lijkt op te knappen. Ik heb vandaag hele stukken gelopen zonder er zelfs maar aan te denken, dus dat is een goed teken. Alleen de laatste 3 km werd het gevoelig, maar ja, het waren er vandaag dan ook al met al drieëndertig! Dus de pelgrim blijft smeren met de eoline!
Overigens zit ik nu wel in de Béarn, maar béarnaisesaus heb ik nog niet geproefd!!

Iets verder dan Pau

Ja, dan vragen ze me om de plaats te noemen waar ik nu zit, maar het is iets van Artiquelouve of zoiets, ik weet het niet precies, in ieder geval iets verder dan Pau op de weg naar Oloron Ste Marie.
Vanmorgen was het droog, vanmiddag begon het te miezeren en nu regent het! En het is koud, temeer omdat ik natte voeten heb. Je zou zeggen: hoe komt hij aan natte voeten in die grote schoenen? Nou, dat kan ik uitleggen. Ik ben namelijk een paar sokken kwijt. Waar ze gebleven zijn? Geen flauw idee. Ik had drie paar en nu heb ik dus nog twee paar. Dat zou genoeg zijn, als het een beetje warmer en droog zou zijn. Kijk, ik stop als een keurig mens de sokken die ik aanhad, in de was en kom erachter, als ik schone sokken aan wil trekken, dat ik die niet meer heb. Het andere paar heb ik natuurlijk gisteren keurig gewassen en dat is nog niet droog. Dus zo kom je aan natte sokken in je schoenen en als gevolg aan natte voeten. Aangezien ik toch naar buiten moet om Gery te bellen, anders heb je hier haast geen bereik, trotseer ik deze beproeving van harte.
Onderweg heb ik, behalve ‘mijn’ vier dames, alleen een man met een hond gezien met wie ik een praatje heb gemaakt. Deze route is erg rustig, soms is dat fijn, maar af en toe wel een beetje saai. En Geer zegt dan wel vermanend dat ik op de natuur moet letten en ondervraagt me ’s avonds welke planten en bomen ik heb gezien, maar ja, planten en bomen praten niet. Verder was het een heerlijke dag, dus ik heb niet echt veel te klagen. Ik was al vroeg in het hotel en zag veel mensen in het restaurant dat erbij hoort. En toen kreeg ik slecht nieuws: het restaurant is namelijk vanavond gesloten en er is niets anders in dit dorp. Dus behalve die natte voeten vreesde ik al voor een andere beproeving: die van een hongerige maag. Maar gelukkig, de koks in het restaurant hebben voor mijn plezier een koude schotel gemaakt, die ik vanavond kan eten.
Zo zie je maar dat alles weer goed komt en de weerman zegt dat het in het weekend iets beter weer wordt en minder koud, dus morgen droge sokken en…..misschien wel een heel bescheiden zonnetje?

Haan in het kippenhok

Gisteravond was ik dus echt de haan in het kippenhok, zo met mijn vier dames. En in het verenigingsgebouw naast het schooltje waren de majorettes aan het oefenen met van die leuke, korte rokjes, dus de dames vonden dat ik erg verwend werd. Gezellig was het wel.
Maar vanmorgen was het even anders piepen. Toen ik vertrok regende het en toen ik aankwam regende het nog. En niet zomaar een beetje regen, nee, van die grote plensbuien. Ik ben maar over de weg gelopen, maar dat is wel voortdurend uitkijken geblazen. Ik moet zeggen dat de mensen wel voorzichtig rijden als ze me zien, maar als je net door de bocht bent zien ze je pas op het laatste moment natuurlijk. Maar alles ging goed en het was maar een stuk van 17 km vandaag, dus om twaalf uur was ik al in Morlaas in mijn besproken hotelletje. Het ziet er netjes uit en naast het hotel is een soort veredelde bar, waar ik tussen de middag heerlijk heb gegeten en inclusief de wijn en de koffie na was ik maar € 11 kwijt. Vanavond eet ik in het restaurant van het hotel en dat zal wel niet lukken voor dezelfde prijs. Morgenavond heb ik ook al iets besproken, dus dan ben ik ook weer onder de pannen.
Ik smeer mijn voet dapper in met de eoline elke keer, maar volgens mij helpt het geen zak. Mijn zusjes zullen nu wel weer commentaar hebben en het commentaar morgen zal er wel niet om liegen, gevoegd bij het commentaar van Geer. Ja, er valt dan een hoop wijze raad te weerstaan. Maar zoals ik gemerkt heb verdedigen ze me ook, zelfs als het vrouwen betreft.
Ik begin al aardig op te schieten naar Oleron St. Marie. Daar houdt de gids op en vanaf daar moet ik dus zelf de weg gaan zoeken. Dat zal me wat worden. Ik heb wel al een goede kaart gekocht, het enige vervelende is dat daar uiteraard niet op staat waar ik kan slapen en, dat is nog erger, of ik onderweg kan eten en waar!! Ziehier het leven vol ontberingen van de pelgrim!!

Weer een staf

Na een zeer uitgebreid Engels ontbijt, waarbij de vrouw des huizes en ik het erover eens waren dat de Fransen geen lekkere melk hebben en geen goede slagroom, ben ik weer met frisse moed vertrokken. Ik begon natuurlijk weer heel dapper met het vervolg van de Grande Randonnee, maar dat was echt verschrikkelijk. De weg was gewoon onbegaanbaar, binnen een mum van tijd had ik kilo’s modder aan mijn schoenen. Op een gegeven moment moest ik door een beekje met steile kanten en naar beneden ging nog wel, maar weer naar boven was een hele klim en ik ben twee keer omgedonderd. Nou ja, weer eens iets anders dan over een boom heen vallen. Toen had ik echter niet alleen modder aan mijn schoenen, maar de modder zat werkelijk overal. Dus ik heb maar korte metten gemaakt met de voorgeschreven route en ben over de gewone weg verder gegaan. Lekker over het asfalt zogezegd. En dat dat een beslissing was die door St Jacob hoogstpersoonlijk werd goedgekeurd, bleek toen ik op een kruispunt overstak en tegen de paal een wondermooie staf zag staan. Die staf stond daar gewoon op mij te wachten! Een beetje korter dan die van vorig jaar, een beetje dikker, kortom, deze staf diende meegenomen te worden. Dat heb ik dus ook gedaan en zo komt een arme pelgrim aan zijn uitrusting.
Het lopen over de weg ging uiteraard een stuk beter en sneller en zo was ik om half drie al op de plaats van bestemming. Onderdak heb ik dit keer gekregen in een schooltje naast het gemeentehuis. Het schooltje staat leeg en daar bivakkeer ik nu met vier Franse dames, van wie er één half Spaans is en een lekker vet accent heeft. De dames zijn verpleegsters en stonden erop mijn voet te verzorgen. En dat heb ik me graag laten aanleunen, nog wat extra gekreund natuurlijk en me lekker laten vertroetelen. Ze zagen het, geloof ik, niet al te somber in, er werd tenminste geen: ”o la la“ geroepen. Ja, dat heb je met verpleegsters natuurlijk, dat was nou weer een beetje een nadeel. De vier dames heb ik onderweg ook al een aantal keren gezien en vanmorgen nog een jonge knul, maar waar die gebleven is, weet ik niet.
Ik zit nu in Anoye en in dit dorp is geen enkele winkel, zelfs geen bakker of epicerie. Maar voor het eten is hier wel weer een originele oplossing bedacht. Er kwam een man naar het schooltje en die maakte met een sleutel allerlei koelkasten open. We mochten daaruit kiezen wat we wilden eten en dat betalen. Vervolgens werden de uitgekozen spullen overgeheveld naar een koelkast, die open is en waar we dus in kunnen. En er is een magnetron, dus vanavond eten we met zijn allen hier. De rest van de middag ben ik trouwens druk geweest met mijn kleren wassen en mijn trui heeft nog hier en daar wat modderspatten, zag ik net. Maar vooruit maar, het mooie is al weer van mij af. De veters van mijn schoenen waren stuk en het valt lang niet mee om hier aan veters te komen. Ze hebben natuurlijk wel veters, maar niet van twee meter lang. Uiteindelijk vond ik veters van 1 meter 80 en dat is wel goed, alleen zijn het witte veters en dat staat erg charmant bij mijn bruine schoenen! Maar met die witte veters ben ik toch weer 22 km verder, dus alles gaat goed. Voor morgenavond heb ik al een hotelletje geregeld, want vanwege het lange weekend is alles hier stampvol en kun je het risico niet nemen om niet te bespreken.
Geer heeft de binnengekomen berichten aan me voorgelezen en ik geniet ervan. Heel leuk dat er ook een berichtje van Mireille was, ik heb hele goede herinneringen aan de tijd met haar vorig jaar en jammer dat ze er nu ook niet bij is! Verder geniet ik van alle meebeleven van jullie allemaal en ook van jullie reacties. Gery vertelde dat ze moppers krijgt omdat ik geen poste-restante-adressen opgeef. In alle eerlijkheid, ik was het echt helemaal vergeten en heb Geer beloofd dat ik morgen een paar adressen op zal geven. Doe ik echt!!

Op de tea

Daar ben ik weer vanuit een cybercafe. Wat een water vandaag, zeg! Dit was afzien. Vanaf vanmorgen vroeg plensde het van de regen en om twaalf uur had ik geen droge draad meer aan het lijf. Dus ook deze poncho is niet bestand tegen echt slecht weer.
Ik ben niet via de route van de Grande Randonnee gegaan, want die is bijna onbegaanbaar met dit weer. Ik heb de gewone D-weg genomen, maar dat is dan weer uitkijken voor al het verkeer met die regen. Je kunt geen moment wegdromen tijdens het lopen, want dan loop je het risico van de weg gereden te worden en dat wil pelgrim Theo niet nog een tweede keer, dus opletten geblazen en steeds in de natte berm gaan staan.
Om twee uur was ik hier al, want via de weg is de afstand natuurlijk korter. Toen wilde ik nog 7 km verder lopen naar een gite, maar ik kon die mevrouw niet aan de telefoon krijgen en het leek mij een te groot risico er heen te gaan. Misschien was ze er wel helemaal niet.
Dus ben ik weer naar het Office de Tourisme gegaan en daar hadden ze de oplossing: een Bed & Breakfast bij Engelsen. Daar ik zit nu dus. Het is er keurig netjes, schoon en de mensen zijn supervriendelijk.
Maar ik moest meteen in de tuin (koud, koud, koud!!!) de TEA gebruiken met koekjes, boterhammen en allemaal toeters en bellen. Het was heel zoet allemaal. Omdat op maandagavond de hele boel hier dicht is, heeft ze aangeboden voor mij ook eten te maken. Ik ben benieuwd wat dat wordt. Brrr.
Ik heb een mooie kamer met uitzicht op de tuin, waar ze vreselijk trots op zijn. Verder heb ik weinig nieuws. Met mijn voet gaat het langzaam wat beter. Nu het weer nog!

Achtentwintig graden

Het ging er vandaag lekker rustig aan toe en ik heb ook lekker gelopen. Het eerste half uur na het opstarten doet mijn voet nog pijn, maar daarna gaat het goed, dus wie doet je wat. De open plek krijgt witte randjes en het lijkt kleiner te worden, dus ik beschouw dat maar als een goed teken. Ik heb nog wel even aan het einde van de route een ommetje moeten lopen, omdat ik de weg kwijt was. Ik zag vanuit de verte de kerktoren al van Marciac, dat vandaag mijn eindpunt was, maar toen moest ik nog door een koolzaadveld. En de toren verdween achter een heuvel en dan weet je niet meer welke kant je uitgaat. Maar goed, het was maar 3 km om en morgen hoef ik maar een kilometer of achttien waarschijnlijk. Gisteravond hebben we gezellig zitten praten over de aard van de Hollanders. Hier in de buurt zijn een paar campings die door Hollanders zijn gekocht en het was wel komisch om daarop het commentaar te horen: ”Ja, het is er altijd wel schoon en netjes, hoor, maar je mag er niks en het eten is gewoon verschrikkelijk, overal gooien ze liters saus overheen“. En vandaag kwam ik twee vrouwen tegen (ja, het zijn weer vrouwen, daar kan ik ook niets aan doen), die vertelden dat in hun woonplaats een Nederlandse ambassadeur woont, die niet anders doet dan protestbrieven schrijven tegen van alles en nog wat.

marciac-web

Marciac is een erg leuke plaats met een groot plein en daar omheen allemaal balustrades en met achtentwintig graden is het hier prima toeven, vooral met een grote pils voor je neus. Maar de weerberichten voor morgen zijn minder: ze geven regen op. Nu wil dat niet zoveel zeggen, want aan de ene kant van de berg kan het regenen en aan de andere kant is het dan droog. Dus maar hopen dat ik morgen aan de goede kant van de berg loop.

Elke tien kilometer een bar

Elke tien kilometer een bar
12-5-2007
Ik heb een prachtige dag gehad vandaag. Het was stralend mooi weer en 26 à 27graden, dus wat wil je nog meer. Om zeven uur vanmorgen trok ik de schoenen aan en ben op stap gegaan voor een wandeling van 32 km. Het eerste stuk heb ik samen gelopen met een Fransman, Patrick uit Mulhouse. Die vertelde me trouwens een aardig verhaal. Hij was ook door l’Isle-Jourdain gekomen na Toulouse en had daar zijn familie ge-sms’t , waar hij zich bevond. Vervolgens kreeg hij een sms van zijn vader van drieëntachtig jaar, die meldde: ”Weet je wel dat je familie daar vandaan komt?“ Hij was hogelijk verbaasd, want hij wist daar niets van, maar het bleek dat zijn overgrootvader uit die plaats kwam. Volgens zijn vader was die daar geboren en ook gestorven. Dus hij is naar de begraafplaats gewandeld en na een half uurtje zoeken vond hij daar dus het graf van zijn overgrootvader, nog geheel intact. Wat hem het meest verbaasde was dat het graf keurig verzorgd was en dat er zelfs bloemen bij stonden, dus hij vermoedt dat er ergens in de buurt ook nog iets als familie woont. Patrick is ambtenaar op het Ministerie van Arbeid. Alle ambtenaren hebben vakantie gekregen, omdat het verkiezingstijd is en ”dan doet de zittende minister toch niets meer“. Mooie baan dus.
De route was perfect, vooral omdat er dit keer keurig getimed elke 10 km een bar was, waar je wat kon drinken of eten. Kijk, zo hoort het. Op weg naar een van die rustpauzes zag ik een meisje aan de kant van de weg zitten en uiteraard maak je dan een praatje en zijn we een stuk samen opgelopen tot de volgende bar. Zij was komen lopen vanuit een plaats die 80 km van München ligt naar de Oostenrijkse kant toe dan. Ze was nu elf weken onderweg en had de route vanaf Le Puy genomen. Een paar dagen is ze met een Française opgetrokken en ze vonden het allebei zo walgelijk druk op de pelgrimsroute vanuit Le Puy, dat ze zomaar ergens lukraak van de route zijn afgeweken en zonder de weg te weten een andere route hebben genomen. Uiteindelijk kwamen ze in Auch uit en nu liep ze dus hier. Na de koffie en de cola scheidden zich onze wegen, want zij moest wachten op een vriendin.
Nu ben ik in een hotelletje in Motesquiou, nou ja, hotelletje? Het is meer een soort refugio, gewoon een aantal hokjes gebouwd, waar alleen pelgrims slapen en geen toeristen. Gelukkig, dit is echt veel en veel leuker. Ik zit nu in het land van d’Artagnan, een van de drie Musketiers. Het was een heerlijke dag!!