Categorie archief: 2007: Camino del Norte

Auch

Het was heerlijk weer toen ik vanmorgen aan de etappe begon: warm, maar niet te warm. Tussen de middag heb ik lekker buiten in het gras gezeten om mijn broodje op te eten. Verder was de route ‘gezellig heuvelachtig’, een beetje op en neer, maar dat noemen wij als doorgewinterde pelgrims ‘plat’. Het leuke is dat je steeds op je gemakje naar een andere streek wandelt en, omdat het langzaam gaat, je dus ook de overgang meemaakt van de ene streek naar de andere. In de omgeving van Toulouse zijn alle huizen van rode baksteentjes gebouwd, zelfs de daken vaak en dat geeft een vrolijke aanblik natuurlijk. Hier bestaan de huizen weer uit grote blokken steen, maar de streek op zich is veel mooier, althans, dat vind ik. En je ziet de boerderijen van vorm veranderen en ook de kleuren. Ik nader nu alweer het Baskenland en dat is duidelijk te merken.
Ik heb onderweg helemaal niemand gezien, er lopen hier duidelijk veel minder mensen. De afstand was ongeveer 34 km, maar ik heb hier en daar een beetje gesmokkeld en af en toe een stukje afgesneden. Sint Jacob glimlachte daarbij vriendelijk, want die wist wat ik nog niet wist. Toen ik in Auch aankwam, kwam ik namelijk precies aan de verkeerde kant van de stad binnen en moest daardoor door de hele stad lopen. Ik wist dat hier een gite was, die bij de kerk hoorde, dus eerst maar naar de kerk. Daar was echter een grote begrafenis aan de gang en om daar nou midden tussen te gaan staan, vond ik natuurlijk te genant. Ik begreep dat de mensen even iets anders aan het hoofd hadden, ook de pastoor. Dus ben ik naar de VVV vlakbij gestapt en heb hen gevraagd waar de gite was. Die hebben mij dat keurig gewezen en dus klom ik naar de bovenstad en kwam bij de gite. Maar daar werd gemeld dat de gite vol was. Vol??? Hoe kan dat?? Ik heb onderweg geen mens gezien! Dus ik vroeg: ”Zijn er zoveel pelgrims dan?“ Nou nee, maar er was een familie aangekomen van acht personen en er kunnen er maar acht in de gite en de familie bleef twee dagen. Ja, dat zijn dus echt geen pelgrims, maar gewoon toeristen, die een uitermate goedkoop onderdak willen hebben. ‘t Moest niet mogen!! En het waren nog niet eens Hollanders!!
Maar goed, er bleef me dus niets anders over dan weer een hotel en ja.. dat was weer in de benedenstad, dus kon ik het hele eind weer naar beneden lopen. Sint Jacob kreeg volgens mij toen een zeer brede glimlach. Nu zit ik in de benedenstad in een klein straatje met allemaal toeristenwinkeltjes en dure kledingboetieks. Wel erg leuk. Auch is trouwens een leuke stad, met een boven- en benedenstad, natuurlijk een kasteel en een kerk met allemaal nauwe straatjes er omheen en een riviertje dat dwars door de stad loopt.
Alleen het verblijf in een hotel heb ik nu wel gehad. Af en toe is dat wel prettig natuurlijk, maar de gites zijn toch veel leuker. Maar ach, nu ik zo om zeven uur nog lekker op een terrasje buiten zit en de winkelende mensen voorbij zie komen omdat de winkels gaan sluiten, een drankje erbij heb, ach, dan valt dat toch ook weer reuze mee, nietwaar?

Auch-web

Natuurlijk nog een zere voet

Ho, ho, eerst maar weer eens wat luider klagen, aangezien sommige mensen denken dat mijn voet al over is. Kijk, dat is natuurlijk niet de bedoeling, jullie moeten wel medelijden met me houden. Jullie moeten dus niet denken: ”Zijn voet is zeker over, want hij klaagt er niet meer over“. Dit is echt fout. Jullie moeten denken: ”Wat een dappere pelgrim toch, loopt maar door met die zere voet en geen klacht komt over zijn lippen“. Alle gekheid op een stokje, mijn voet is nog steeds niet dicht, maar dat gaat gewoon lang duren, omdat ik er elke dag mee loop. Ik voel hem wel, maar ik kan er wel weer goed mee lopen. Vooral vandaag, want het was een rustig parcours en de weg was niet al te moeilijk. Wel erg warm, toen ik vanmiddag om vier uur in Gimont aankwam was het nog 29 graden. Is het bij jullie ook zo warm (sprak hij vals, terwijl hij net gehoord heeft dat het er pijpenstelen regent en koud is)? Ja kijk, als jullie geen medelijden met mijn arme voet tonen, toon ik dat niet met jullie slechte weer. Volgens mij is dit trouwens geen echte pelgrimsgedachte, maar af en toe een zondetje moet natuurlijk wel kunnen, dat houdt de spanning erin. Morgen schijnt het trouwens minder warm te worden, dus ik word meteen gestraft.
Vandaag zag ik af en toe in de verte de Pyreneeën met nog heel veel sneeuw op de toppen. Dat is werkelijk een schitterend gezicht. Alleen is het met die Pyreneeën wel zo, dat je ze steeds ziet en dat ze dan dichtbij lijken, terwijl ze in werkelijkheid nog heel ver weg zijn. Terry is vandaag weer gaan lopen, klaagt nog over hoofdpijn, maar verder gaat het weer. Hij zit nu in Auch en is mij dus maar één dag voor, want ik hoop morgenavond daar te zijn.
Ik zit nu weer in een hotelletje, want hier in de buurt zijn weinig andere overnachtingsmogelijkheden. Dat is wel duur, maar Geer zegt dat ik daar vorig jaar ook over liep te zeuren en dat het in Spanje goedkoper wordt. Nou, als ik de zegen van mijn eigen minister van financiën krijg, zit het wel goed.

Toulouse

Ja, daar zit ik dan in een internetcafé in Toulouse. Met een Engels toetsenbord, dus dat gaat dan wat sneller dan met het Franse.
Vanmorgen ben ik al om zeven uur uit mijn keuken vertrokken. Gisteravond heb ik gegeten met de curé, een geweldige vent met een grote baard, die kennelijk door zijn parochianen op handen gedragen wordt. Hij ondersteunt een project in Letland en heeft daardoor nu ook een soort huishoudster in dienst die Letse is. Ook heeft hij nog een Duitse jongen die hij als het ware opleidt in het begeleiden van mensen. Die jongen komt uit Beieren en is protestant, het meisje trouwens orthodox. Dus er zaten nogal wat verschillende geloven aan een tafel. Maar het eten was daarom niet minder lekker. De curé sluit de gite trouwens, want hij wordt overgeplaatst naar een andere plaats en er is niemand die het in Baziege van hem overneemt. Het is ook overal hetzelfde.
Goed, na mijn vertrek heb ik direct het jaagpad naast het kanaal genomen. Dat ging lekker makkelijk, want er waren geen stijgingen en afdalingen. Bovendien waren er overal bomen voor de schaduw. Er waren wel weer heel veel fietsers en dat is echt opvallend. Nergens in Frankrijk heb ik zoveel fietsers gezien als in deze omgeving. Er zijn zelfs fietspaden in de stad. Nou moet Frankrijk toch niet gekker worden!
Overigens zag ik onderweg in het Canal du Midi nog een bootje, afkomstig uit Voorschoten. Zij waren onderweg naar Beziers. Om twee uur kwam ik in Toulouse aan. Dat was voor pelgrims vroeger en is nu ook nog steeds een hoogtepunt, te vergelijken met Vezelay en Le Puy vorig jaar. Toulouse is een heel grote stad, dus er zijn lange wegen door de buitenwijken. Op een gegeven moment liep ik bij een bouwactiviteit en vroeg of ik kon doorlopen langs het kanaal. Ja hoor, geen enkel probleem. Alleen was er geen wandelpad meer. Ik liep dus over een brede vierbaansweg met mijn rugzak. Zo liep ik Toulouse binnen als een generaal zonder leger. Het was toch wel een grootse binnenkomst, want mensen toeteren naar je en steken hun hand op.
Ik ben direct naar het station gelopen omdat je daar meestal de goedkopere hotels hebt. Dat klopte, alleen staan er verdacht veel meisjes op straat die heel aardig tegen je zijn. Dus wat heb ik te klagen???
Vanmiddag heb ik eerst mijn stempel gehaald in de Saint Sernin, waar ik ontvangen ben met de egards die bij een pelgrim horen, dus niet als een gewone, wandelende toerist. Men weet hier nog hoe het hoort. Of is dit nu weer hoogmoed??
Enfin, ik ga hier vanavond lekker eten en ik groet jullie allemaal.

Eten met de curé

Goed, de vaste burcht waarin ik vannacht mocht schuilen, bleek te worden beheerd door twee kapitaalkrachtige homo’s, die naar de zin van het leven zoeken bovenop de berg. Heel aardige mannen trouwens en zeer katholiek. Dus met recht het rijke, roomse leven. Het kerkje hebben ze al helemaal gerestaureerd en dit bevat nu glas-in-lood ramen, die komen uit het klooster waar ik vorige nacht geslapen heb.
Vanmorgen ben ik weer fris op pad gegaan en tot Villefranche heb ik in de heuvels gelopen. Dat was om een uur of twaalf, dus daar heb ik eten ingeslagen en toen ben ik verder langs het Canal de Midi gelopen en dat is gewoon vlak, dus dat loopt lekker. Het enige nadeel is, dat het er vandaag wemelde van de fietsers, want Frankrijk heeft vrij, het is bevrijdingsdag hier. Dat ze fietsen is niet erg, maar er is geen Fransman die een bel op zijn fiets heeft zitten, dus ze komen uit alle hoeken en gaten en flitsen je links en rechts voorbij met een noodgang. Halverwege stopt er naast mij ineens een auto met een mevrouw achter het stuur (Ja, weer een vrouw, ik kan het ook niet helpen). Ze stapt uit, komt naar me toelopen en zegt: ”Het spijt me, ik kan u helaas niet meenemen en ik ben ook bang dat u dat toch niet wilt, maar ik moet u even een hand geven, want ik vind het zo leuk dat u dit doet“. Vervolgens vertrok ze weer. Leuk, hè? Verder lopen in deze omgeving heel weinig mensen, op deze route lopen trouwens toch veel minder mensen dan vanuit Le Puy.
Na zo’n 30 km kuieren bij een temperatuurtje van 15–20 graden (en droog, wat bij jullie weer niet het geval was, ha, ha) besloot ik te stoppen in Baziege. Maar ja, vanwege de bevrijdingsdag is alles dicht, er is geen winkel open, maar ook geen restaurant of hotel. Dus dat werd weer aankloppen bij de kerk en gastvrij werd ik binnen gehaald. Ik slaap nu op een matras op de grond in de keuken van de kerk. Komisch is wel, dat midden tussen de volle en lege wijnflessen een crucifix staat. Ik vreesde even dat dit het symbool was dat ik het vanavond alleen met geestelijk voedsel moet doen, want dan komen we niet ver. Maar nee, ik eet vanavond samen met de curé en diens huishoudster, dus dat zit wel goed.
Terjé is al door Toulouse heen, maar sms-te dat hij het niet meer zag zitten. Hij is verkouden en zijn schoenen zijn kapot, dus hij ligt in bed. Volgens mij komt dat gewoon omdat het eerste stuk van de route erg zwaar was met veel te grote afstanden per dag. Vooral omdat je net begint met lopen, vergt dat gewoon heel veel van je. Zo beschouwd is het dus maar goed dat ik een zere voet had, waardoor ik gedwongen werd wat rust te nemen en de afstanden in te korten. Het zou me trouwens niet verbazen als hij gewoon wacht tot ik weer in de buurt ben. Morgen hoop ik in Toulouse aan te komen. Een kleine pelgrim in de grote wereldse stad dus, weer eens iets anders dan in een klooster.

Er zijn ook bushaltes

Vanmorgen in het hotel werd mijn ontbijt verzorgd door een mevrouw die op Moe leek, vond ik. Dat dat niet alleen uiterlijk zo was, merkte ik toen ik vertelde dat ik vandaag naar Montferrand ging lopen. Ze zei verschrikt: ”Helemaal naar Montferrand? Maar dat is ver, hoor“. Daarna boog ze zich naar me toe en fluisterde samenzweerderig: ”Maar er zijn onderweg bushaltes, hoor, en niemand zal er iets van zeggen als je een stukje met de bus gaat“. Toen bedacht ik weer, dat ik ook zou kunnen liften en dan net zou doen alsof ik zwaaide als er een auto stopte, maar als die dan zou vragen of ik mee kon rijden, ja, dan kon ik niet weigeren natuurlijk“. Daar hadden we dikke pret om samen.
Dat heb ik natuurlijk niet gedaan. Ik ben braaf gaan lopen, het hele eind, 33 km en onderweg heb ik echt niemand gezien. Het was koud en er stond veel wind, maar het was wel droog en volgens mij kunnen jullie dat niet zeggen vandaag! Het was op zich wel gemakkelijk lopen, langs een riviertje en een goed begaanbaar pad. Alleen aan het einde moest ik nog even een berg op, steil omhoog. Onderaan de berg lag een schooltje van één klas en dat was alles. Halverwege de berg was toen iets wat op een dorp leek, maar daar moest ik natuurlijk niet zijn. Nee, ik moest zo nodig helemaal bovenop de berg gaan logeren. En waar ik nu aanbeland ben, ik heb geen flauw idee, maar het lijkt op een soort religieuze commune of zoiets. Er is een ruïne en een heel oude kerk, daar hebben ze ook weer zoiets als vespers en lauden en metten en al die andere dingen, maar ik weet niet, er lopen hier allerlei alternatievelingen rond. Enfin, vanavond bij het eten zal ik er wel achter komen wat dit nu precies is. In ieder geval mag er gepraat worden dit keer. En ik heb een grote kamer, liever gezegd een soort zaal van acht bij tien meter, dus ik kan in mijn eentje wel een dansje doen. Maar dat gaat niet met mijn voet. Die is nog steeds niet over, maar ik denk elke avond dat het er toch iets beter uitziet, dus ik houd de moed erin. De afstanden elke dag zijn hier groot, want er is onderweg geen slaapplaats en dat komt nu niet zo goed uit, want ik had liever even wat kortere stukken gelopen, maar ja, voor pelgrims worden geen lieverkoekjes gebakken, rijst met bessensap is genoeg. Deze kamer is trouwens wel erg koud, dus aan ontberingen ontbreekt het mij niet. Zo hoort het natuurlijk ook op het smalle pad. Bij Toulouse hoop ik dan ook een stukje brede weg te mogen proeven, want laten we eerlijk zijn, verleidingen horen er ook bij.

Zwijgen

En-Calcat-web

Het was een heel bijzondere belevenis om vannacht in een klooster te slapen. Het was de eerste keer dat ik in een klooster sliep waar je geacht werd gewoon aan alles mee te doen. Ik ben gisteravond dus eerst naar de vesper gegaan en er werd heel veel gezongen. Inderdaad kwam een monnik me om precies vijf voor acht halen voor het eten en toen heb ik de maaltijd in de refter gebruikt. Eerst alle monniken en helemaal onderaan, aan de laagste plaats aan tafel, zat ik. En er wordt gedurende de hele maaltijd gezwegen, echt gezwegen zelfs geen ”alsjeblieft“ of ”dankjewel“?. Er wordt wel vriendelijk geglimlacht en geknikt, maar er wordt geen woord gesproken. Een monnik zat aan het hoofd van de tafel en die ging voorlezen uit een tijdschrift met alle nieuwtjes, wie er zalig verklaard was en zo. We kregen soep en brood en kaas, er was genoeg en omdat het zaterdag was, kregen we ook iets extra’s, rijst met boter en een soort bessensap. Ik vond het heel bijzonder om dit mee te maken.
Vanmorgen zat ik dus om zeven uur weer aan een zwijgend ontbijt met drieënzestig monniken en slechts drie leken. Maar het geestelijk voedsel had ik toen al gehad: de lauden in de kerk. Weer heel veel zingen, erg indrukwekkend.. Toen de maaltijd afgelopen was, begon de leek naast me, die al die tijd al nieuwsgierig naar me gekeken had, toch tegen me te fluisteren. Hij wilde weten waar ik vandaan kwam en waar ik naar toe ging. Toen hij hoorde dat ik naar Santiago ging, fluisterde hij: ”O, geweldig, ik ben Spanjaard en St Jacob is ONZE heilige. Elk Spaans gezin moet een keer naar Santiago gegaan zijn. Ik ben er al zeven keer geweest“. Dat vond ik nogal wat, tot bleek dat hij het al die keren per auto had gedaan. Schuldbewust zei hij ook: ”Ja, eigenlijk moet het zoals u dat doet“.
Bij het afscheid heb ik een fluisterend praatje gemaakt met de gastheer-monnik en hem gevraagd waarom hier eerst de Cartharen geweest zijn en later de Hugenoten. Volgens hem kwam dat omdat deze streek ver van Parijs ligt en er altijd een soort verzet is tegen Parijs. De Cartharen verzetten zich tegen Parijs en werden uitgemoord. Later werden de Hugenoten daarom ook van harte welkom geheten als een soort wraak tegen Parijs. Ik citeerde iets uit de bijbel en toen was hij helemaal verrukt. Hij kon wel merken dat ik een echte protestant was, want anderen weten daar niets van. Hij vertelde ook nog dat dit klooster beïnvloed is door het protestantisme, omdat veel monniken van origine protestant geweest zijn en dat het klooster om die reden bekend stond om zijn zeer goede bijbelstudies, aangezien ze meer bezig zijn met wat er in de bijbel staat dan naar Rome te luisteren.
Toen ik de oprijlaan afliep van het klooster kwam ik allemaal kerkgangers tegen, die me aanhielden en vroegen of ik naar Santiago ging en of ik dan voor hen wilde bidden. Hier in deze streek zijn ze er weer veel meer mee bezig dan in de streek waar ik vorige week was.
Nou, na mijn vertrek mocht ik weer praten, alleen was er toen niemand meer om mee te praten, maar dat geeft niet. Ik ben nu uit de bergen, het is hier heuvelachtig zoals in Zuid-Limburg, dus het loopt makkelijker. Ik heb het rustig aan gedaan en heb zo’n 20 km gelopen en nu zit ik in een Logis de France in Revel, een klein stadje, waar op zondagmiddag werkelijk niets te beleven valt. Verder kreeg ik een telefoontje van Terjé, dat ik in Toulouse niet de gids moet volgen, maar gewoon langs het kanaal moet lopen, want dat de rest allemaal onzin is. Nou, dan is het in ieder geval vlak! Tot morgen maar weer.

Achterin het stille klooster

…….klopte eens een pelgrim aan
Nou, of ’s Heren zegen op mij neerdaalde vandaag, weet ik niet, maar ’s Heren regen in ieder geval wel. Althans vanmorgen. Ik loop nu weer in mijn eentje natuurlijk en eerlijk gezegd bevalt me dat ook uitstekend. En wat me nu toch weer overkwam. Om een uur of half een werd het droog, dat loopt een stuk gezelliger en ik liep op een weggetje toen er ineens een auto naast mij stopte met een vrouw erin. ”Stap gauw in“, zei ze, ”dan gaan we eten!“. Nou, een pelgrim moet natuurlijk blij zijn met alles dat op zijn weg komt, dus ik stap in. We reden naar haar huis, ze woont alleen en het was er een verschrikkelijke bende, maar in een mum van tijd had ze een pan spaghetti met kip klaar en verscheen er van alles op tafel, chocola en toetjes en fruit. Zulke dingen maak je echt alleen maar mee als je alleen loopt, maar het zijn wel ontzettend leuke dingen natuurlijk. Ik heb er zo’n twee uur gegeten en gezeten en ben toen weer op mijn gemakje doorgekuierd. Mijn voet is nog steeds open, maar als ik maar blijf lopen gaat het wel. Als ik een tijd gezeten heb zoals vanmiddag, dan kost het moeite om weer om gang te komen en loop ik wel een half uur pijn te hebben. Dat is tegenwicht tegen de luxe, Jaap.
Nu ben ik aangekomen in En Caalcat en klopte deemoedig aan de deur van het klooster aan. Een prachtig klooster overigens en niet zo oud, maar honderd jaar of zo. Ik werd ontvangen door twee monniken met de woorden: ”Een pelgrim voor St Jacob sturen we nooit weg“. Ik heb een hele ruime kamer, dus echt geen monnikscel oftewel, de monniken hebben het ook wat beter gekregen.
Ik ben uitgenodigd voor de vesper van zes uur en kan dan binnendoor naar de kerk. ”Dan hoeft u niet helemaal om te lopen“, zei de broeder. En dan ga ik weer naar mijn kamer en wordt om vijf voor acht opgehaald door een monnik die me gaat begeleiden naar de eetzaal en daar eet ik gezamenlijk met de monniken. Dit is weer een heel nieuwe ervaring, maar wel genieten! Ik heb vandaag maar 20 km of zo gelopen en ben van plan om morgen ook zoiets te gaan lopen. Rustig aan, maar wel doorlopen, dan maar pijn in mijn poot! Ja, zoet maar, als het zo blijft, ga ik nog wel een keer een dokter of zo opzoeken!

Twee dagen rust

Nou, er valt dit keer niet veel te melden van het front. Ik heb namelijk zitten wachten tot mijn voet dichtging en het is nog steeds koud en het regent de hele dag. Hier word ik niet vrolijk van. Mijn voet ziet er wel iets beter uit, maar hij is nog steeds niet dicht. Nou, open of niet, morgen ga ik weer lopen en dan zie ik wel hoe ver ik kom.
Gisteravond heb ik voor een slaapplaats voor Terjé gezorgd en hebben we samen gegeten. Opvallend is dat we allebei het gevoel hebben dat het veel zwaarder is dan vorig jaar. We snappen zelf niet hoe dat komt, maar het is meer gedoe, zeggen wij. Waaruit dat gedoe dan bestaat, geen idee. Vorige keer konden we beter loslaten.
Wat een waarheid is als een koe, is dat je je van vorig jaar vooral het laatste stuk het beste herinnert, toen we al maanden gelopen hadden. Hoe het in het begin ging, weten we niet meer eigenlijk. En ik denk voor mezelf dat het er ook mee te maken heeft dat je er nu als het ware ineens middenin ploft en er vorig jaar meer langzaam aan naar toeleefde. Eigenlijk zit ik nu gewoon te zwammen, want ik weet gewoon niet hoe het komt, maar kennelijk ben ik niet de enige die het zo ervaart.
Nou, in ieder geval, vannacht lekker slapen en morgen weer verder!!

Half om half

Gisteravond hebben we zeer uitbundig gegeten met zijn allen, het was in één woord geweldig. Dus vanmorgen na een sober ontbijt weer op pad voor een tamme wandeling (zoals wij dat noemen). Het was somber weer, maar tot twaalf uur bleef het droog. Alleen moesten we door heel veel beekjes waden en dan houd je het ook niet droog. Gezien mijn arme voet heb ik besloten vandaag maar 20 km te lopen tot Angles en daar de bus te nemen naar Castres. Ik heb mij dus het hoongelach van mijn medepelgrims moeten laten welgevallen, dat snappen jullie. Maar ik heb het gedragen als een man, want ik wil gewoon verder en dus geen risico’s nemen. Geer humde goedkeurend bij dit wijze besluit en mompelde al iets van: ”Dan neem je toch gewoon elke dag een stuk de bus“?, maar dat is geen zaken doen. Bovendien heb ik het weer geweldig naar mijn zin met dat geloop.
Om ongeveer half twee was ik in Angles en toen ik geld ging pinnen (want een pelgrim komt er niet alleen met een bete broods, wat pegulanten in de achterzak is ook wat waard, een moderne pelgrim dus die met zijn tijd meegaat), kwam het meisje van de bank met twee collega’s er juist weer aan na de lunch. Kon ik mooi meteen vragen waar de bus naar Castres stopte en hoe laat die ging. ”Nou“, zei het lieve kind toen, ”die stopt hier niet en komt hier ook niet. Er komt hier geen enkele bus“. ”Kijk“, dacht ik berouwvol, ”Jacob bestraft me meteen al“, maar het bleek dat hij toch ook medelijden kon tonen, want het meiske zei tegen een van haar collega’s: ”Waar ga jij vanmiddag naar toe? Naar Rodez? Nou, dan kom je door Castres“. En toen stond ik een half uur later in Castres, keurig afgezet in het centrum. Eerst maar op zoek naar een kamer, dus op naar de VVV. Die wisten eerst alleen maar hotels, waar de kamers € 60 à € 70 per nacht kosten en aangezien ik twee nachten wil blijven, vond ik dat toch te gortig. Uiteindelijk vonden ze toch nog een ander hotel, het minimum voor de minima zogezegd. Ik heb een kamertje met een bed, een wastafel, een houten keukenstoel en een piepklein tafeltje. Douche en toilet zijn op de gang, maar..ik zit midden in het centrum en betaal € 51 voor twee nachten. En nu kan ik tenminste als een echte pelgrim peinzen. Morgen kan Geer dus de website openen met: ”De vermoeide, oude pelgrim zat peinzend op zijn sobere kamertje…….”
Vervolgens ben ik op zoek gegaan naar een apotheek. Nou, het is hier nog net als vroeger, de apotheek staat vol met mensen die met zakken vol medicijnen de deur uitgaan. En als ze iets tegen je zeggen, praten ze niet gewoon, maar gaan ze tegen je fluisteren, zodat je verschrikt denkt: ”Ik zal wel een hele enge ziekte hebben“. Dus ik zeg tegen de fluisterende apothekersassistente dat ik pelgrim ben, dat mijn voet open is en dat ik nog veel moet lopen, en vraag of ze er een zalfje of zo voor heeft. Ja, dat kon ze zo niet zeggen, ze moest het eerst zien. En dus stond pelgrim Theo in een overvolle apotheek zijn schoen en zijn sok uit te trekken onder de belangstellende blikken van de bezoekers, die nadrukkelijk deden alsof ze niets zagen. Dus zo privé is dat fluisteren nou ook weer niet. Maar toen ze mijn voet zag, was het ”O la la“ niet van de lucht en werd ik plechtstatig naar een klein kamertje geleid, want hier moest iets aan gedaan worden. Toen werd de ‘docteur en pharmacie’ erbij gehaald, die zich ernstig over mijn bezwete voet boog. Kijk, dan heb je weer status, zoals het hoort. De voet werd ingesmeerd met een of andere knalrode vloeistof, want zalf erop was helemaal fout, en liefdevol verbonden met een prachtig verband. En verbazend hoeveel personeel er tijdens deze behandeling ineens even in dat kamertje moest zijn. Kijk, een paar maal is mij al verteld dat ik ‘schöne beine’ heb, maar mijn voeten mogen er kennelijk ook zijn. Ik kreeg een paar dozen mee van dat spul om er op te smeren en dat alles voor € 4. Ik mocht er ook wel mee lopen, maar het zou beter zijn als mijn voet, die zojuist zo keurig was ingepakt, zoveel mogelijk blootgesteld zou worden aan de open lucht terwille van de genezing. ”Dan droogt het uit“, zei het lieve kind, terwijl het buiten hoosde. Ik zag mijzelf morgen al de hele dag op mijn keukenstoel zitten met een voet buiten het raam vanwege die open lucht, maar dat schijnt iets anders te zijn dan buitenlucht. Ik moet er alleen maar geen sok of verband omheen doen. Dus Geer kan haar mooie begin van morgen niet vervolgen met: “..en staarde mistroostig uit het raam naar zijn opgezwollen voet, die uit het raam bungelde“. Maar, geloof het of niet, ik liep naar buiten (weer met sok en schoen aan natuurlijk) en het hielp meteen, ik liep stukken beter. Ik zie nu mijn familie denken: ”Ja, ja, op wie lijkt hij nu?“, maar het is echt waar. De apotheker wist niet of één dag genoeg was om mijn voet geheel te laten herstellen, maar ik weet het wel. Morgen een rustdag, maar dan weer verder. Waarschijnlijk zie ik morgenavond Terjé en ‘mijn’ Zwitsers weer, want die zullen dan wel hier zijn.
Vanmiddag ben ik naar het postkantoor gegaan en heb een doos naar huis gestuurd met spullen die ik niet nodig heb. En dat kost dan weer € 29 maar liefst. Gery heeft me vermanend toegesproken en gezegd dat ik nu morgen de hele dag kan nadenken over een paar poste restante adressen, zodat mensen een kaartje kunnen sturen. Ik beloof het!!

La Salvetat sur Agout

Het ging vandaag lekker met mij, maar met het weer allesbehalve. In de gids staat dat ik nu in een streek ben die onder invloed staat van de Atlantische Oceaan en dat heb ik geweten. Het is ook een groene streek en dan weet je het wel: regen, regen, regen! Het viel met bakken uit de hemel. Maar onder mijn poncho blijft het nog droog en de tocht was minder zwaar. Mijn voet is nog open en ik heb besloten morgen naar Angles te lopen en dan de bus te nemen naar Castres. Dat is een grote stad. Daar wandel ik dus naar een apotheek en neem een dagje rust, zodat het voetje kan genezen. Op deze manier gaat het niet dicht; ’s morgens is het beter, maar als ik er dan weer mee ga lopen, gaat het weer open. Wat ben ik toch verstandig!! Laat mij maar gaan.
Toen ik La Salvetat naderde en mijn hotel moest zoeken, dacht ik wijs dat het wel in het centrum zou zijn. Dus ik bestijg de berg zo’n 1,5 km naar het centrum, maar kon het niet vinden. Maar eens vragen aan een paar jongens. Nou nee, dan zat ik echt helemaal verkeerd, ik moest weer naar beneden, de brug over en aan de andere kant weer omhoog en dan na een kilometer of twee was het hotel. Dus ik daal weer af, steek de brug over en stijg aan de andere kant weer op. Lopen, lopen, lopen. Na 2 km: niets, na 3 km niets, na 4 km nog niets. En maar regenen ondertussen. Het land werd leger en leger, dus ik dacht: ”Dit kan niet goed zijn“. Ik had een klein eindje terug iemand in zijn tuin zien staan, dus daar maar eens vragen. Ik wilde de man net aanspreken, toen naast mij een auto stopte met een van de Zwitsers erin. Zij hadden in het dorp een pizza gegeten en toen ook de weg gevraagd, waarop een vriendelijke man had gezegd: ”Mik die rugzakken maar in de auto, ik breng jullie wel even, want het is nog een heel eind“. Onderweg zagen ze mij lopen, zijn doorgereden naar het hotel en toen is een van de Zwitsers weer met de man mee terug gereden om mij op te halen. En toen werd ik dus ook vorstelijk in de auto tot de deur van het hotel gereden. Het bleek inderdaad nog verder te liggen en het was zeker een kilometer of zeven buiten het dorp.
En nu zit ik weer prinsheerlijk in een ‘Logis de France’. Dat kan ik echt niet helpen, want de gite was vol, daar konden maar zes personen in. Het is dus pure overmacht, een kamer voor Terjé en mij, een warme douche en lekker eten vanavond. Maar ja, een pelgrim moet met alles tevreden zijn toch??
Volgens het weerbericht hier blijft het regenen voorlopig. Wees blij dat ik hier ben, want nu hebben jullie het droog. Je weet: Als ik ergens kom, gaat het er regenen, zelfs in de woestijn!

Alle seizoenen

Ik ben vanmorgen met de zomer vertrokken, bovenop de bergen was het winter en nu ben ik in de herfst beland. Dus warm heb ik het niet meer.
Gisteravond hebben we een geweldige avond gehad, het jonge stel haalde na het eten twee gitaren tevoorschijn en een drumstel en zo werd het groot feest. Ik heb genoten.
Vanmorgen weer met frisse moed op weg door een streek die vroeger bekend stond als heel gevaarlijk door de eenzaamheid en het slechte weer. Nou, gevaarlijk is het niet zo erg, maar wel heel eenzaam, het is echt een verlaten streek met heel af en toe een dorpje. Het is een leeg land. Ik heb vandaag de hoogste top beklommen voor de Pyreneeën, nu gaat het weer langzaam naar beneden. En wat het slechte weer betreft: dat kwam uit, want bovenop de berg barstte er een verschrikkelijk onweer los en zag alles binnen korte tijd wit van de hagel. Maar onder mijn nieuwe poncho blijf ik droog!
Ik dacht vandaag een stevige stok gevonden te hebben, maar het was maar een stok en geen staf. Want hoe hard ik ook op het water sloeg van een beekje waar ik doorheen moest, het water week niet, maar mijn stok brak! Dat heb je er nou van als je je eigen trouwe stok vergeten bent. Zo’n staf moet je ook krijgen natuurlijk, dan is het pas een echte!
Nu zijn we beland in een Logis de France in Murat sur Vèbre, na 28 km. Valt mee, hè, de afstand vandaag. Het is hier gewoon pure herfst. Koud en nat, ik heb mijn trui aangetrokken. Het klettert van de regen en binnen heb ik geen bereik met de telefoon, dus ik sta nu buiten onder het balkon. Het is wel grappig, want dit geldt voor iedereen natuurlijk en nu zie ik de een na de ander naar buiten komen met de telefoon. Maar er is geen ruimte meer onder het balkon, dus zij worden nat en ik niet. Aangezien dit geen echt nette pelgrimsgedachte is, ga ik maar naar binnen om het Wilhelmus te zingen in mijn eentje.

Een verschrikkelijk zware dag of?

Tjonge, wat was dat een verschrikkelijk zware dag vandaag. Ik moest steil omhoog over een pad met allemaal rollende stenen. Kortom, het was zwoegen en zweten. En ik heb nu wel een pet, maar nog geen stok en die had ik vandaag goed kunnen gebruiken. Terry, die overigens geen Terry heet, maar Terjé, en ik vertrekken ’s morgens samen, lopen verder voor het grootste deel ‘op onszelf’ en zien elkaar dan ’s avonds weer. Dat gaat prima en we lopen nu al een week zo. Dat is weer een nieuwe ervaring. Maar goed, vandaag was hij er een uur eerder dan ik en had toen al een kamer voor me gereserveerd en had zo’n medelijden met me dat hij zelfs mijn rugzak gedragen heeft. Nou moet je niet denken dat hij dat kilometers lang gedaan heeft, het was maar 15 meter. Ook hij had het verschrikkelijk zwaar gevonden vandaag, dus zijn we eerst maar eens onderuit op een terras gaan zitten om eens hard te klagen over deze zware tocht. Net toen wij elkaar en onszelf zo heerlijk zaten te beklagen dat het geen doen was en zo en dat het vandaag lijden was, kwamen er drie Zwitsers het terras op. Daar maak je dan natuurlijk het gebruikelijke praatje mee en wat zeiden die: ”Het viel vandaag gelukkig mee, hè?“ En het is echt waar, die gasten kunnen klimmen, dat wil je niet weten. Na 30 km klimmen, struikelen Terjé en ik buiten adem de berg af en zij gaan jodelend naar beneden.
Gisteravond zaten we trouwens in het hotel, waar bleek dat we de enige twee gasten waren, met een zeer chagrijnige hotelière. Er kon geen goed woord af en alles wat we vroegen, kon niet. Wat doe je eraan? Ik wist het ook niet, maar toen we gingen eten en in het restaurant kwamen dat bij het hotel hoort, riep ik: ”Wat ziet het er hier gezellig uit!“ En geloof het of niet, maar Madame draaide om als een blad aan de boom, alsof je een knop omdraaide. Uiterst vriendelijk en ineens was het natuurlijk helemaal geen bezwaar dat we de andere ochtend al om zeven uur wilden ontbijten! En wat spraken we toch goed Frans, enz. enz.
Vandaag ziet het er wat dat betreft een stuk beter uit. We hebben 29 km gelopen en zitten nu in St. Gervais-sur-Mare in een heel leuk huis met allerlei kruip-door-sluip-doorgangetjes en hoekjes bij een jong stel, dat ons enthousiast begroette. We eten hier ook vanavond en er staat lamsvlees op het menu met een toetje uit de streek. Dus dat komt wel goed vandaag.
Het is heel anders dan de vorige keer, er is een heel andere sfeer met al deze ‘ervaren’ lopers en de route is veel zwaarder. Maar dat komt waarschijnlijk, omdat ik er nu zo vanuit de trein middenin plofte en meteen met de zware bergtochten begonnen ben, terwijl dat de vorige keer natuurlijk veel later aan de orde was, toen ik al helemaal ingelopen was. Denk niet dat ik het nu minder goed naar mijn zin heb, want ik begin er weer helemaal in te komen. Mijn voet ziet er iets beter uit en eigenlijk zou ik er natuurlijk verstandig aan doen een dag rust te nemen, maar dat kan altijd nog en dat wil ik eigenlijk doen als ik in Toulouse ben, want die stad wil ik wel even goed bekijken, dus daar neem ik dan tijd voor. Jawel, ik doe heus wel verstandig en als ik denk dat het niet gaat, neem ik gewoon eerder een vrije dag! Maar voorlopig moet ik nu even naar de koele pils op het terras en dat gaat echt wel lukken!

Petje op

petje-web

Nou, de zusterlijke raad een briefje om mijn nek te doen is niet meer nodig, want ik heb een petje. Vanmorgen zijn we in Lodeve eerst naar de markt gegaan om een petje te kopen en een bekijks dat we hadden! Op den duur stond er een hele groep om ons heen. We hoefden nog net geen handtekeningen uit te delen. Maar..ik heb een pet.
Het was vandaag zo’n 25 graden, dus iets koeler, al is het bergje op, bergje af nog wel steeds zweten natuurlijk. Mijn voet is nog open en rood en dat geeft vooral bij het opstarten problemen, als ik eenmaal loop gaat het wel weer. Ik houd het in de gaten. En zolang ik (alweer) geprezen ben om mijn mooie benen verzoet dat het lijden. Er liepen twee Franse dames een stukje mee en de ene dame ging achter mij lopen, want dan kon ze steeds kijken naar die ‘jolies jambes’. Kijk, dat bedoel ik, doet Geer dat wel eens?
Er lopen hier weer allerlei nationaliteiten en soms weet ik zelf niet meer welke taal ik nu eigenlijk spreek: Duits, Engels, Frans of Nederlands. Dan roept Terry: “Engels!!“ Hij spreekt heel goed Engels en daar rommelt hij dan wat Skandinavisch doorheen.
Het is behoorlijk druk met wandelaars, want de meeste Fransen hebben een week vrij in verband met 1 mei. Het zijn meestal geen pelgrims, maar mensen die een stuk van de Grande Randonnee lopen, maar ja, ze moeten allemaal slaapplaats hebben, dus dat wordt vechten om een bed. Ik wandel de hele dag met Terry en dat bevalt tot nu toe goed, we verstaan elkaar letterlijk en figuurlijk. En we hebben vandaag, verstandig als we altijd zijn, maar 17 km gelopen, een heel lang stuk omhoog en vervolgens weer een heel lang stuk omlaag. Het is hier echt op en neer, maar wel een prachtige streek.
Nu zitten we in een waardeloos hotel. Ze hebben wel kamers met twee losse bedden, maar die kregen we niet, wij moesten maar twee kamers nemen. Ik beken, ik geef toe, niet alle Fransen zijn aardig! Mijn wasje is weer gedaan, dus ik ben voor vandaag weer klaar. We zitten nu in Le Bousquet d’Orb, een paar kilometer van Lunas. En het barst hier in de omgeving echt van de Nederlanders, een op de drie toeristen is een Nederlander. Zeg, zijn er eigenlijk nog wel mensen daar in het lage land? Of zitten die allemaal hier?
Morgen gaan we voor 30 km en dat wordt dan tweemaal duizend meter omhoog en weer naar beneden. We gaan er weer voor!

Lopen en lijden

Nog even terugkomen op de Fransman met zijn harem: vandaag vernam ik dat hij vanmorgen een taxi heeft genomen en naar huis is gegaan. Hij is dus afgehaakt. Wat zou Freud daarvan zeggen?
Maar wat hebben Terry en ik vandaag geleden, zeg, we zijn helemaal kapot in Lodeve gearriveerd en mijn ene voet is bovenop stuk. Maar ja, we wilden zo nodig stoer zijn. Na circa 25 km lopen was er een slaapplaats, dus daar hadden we kunnen stoppen. Ik liep met Terry, we waren al om zeven uur vertrokken, dus rijkelijk vroeg en we keken elkaar aan: ”Wat zullen we doen? Blijven we hier?“ Op dat moment passeerden ons de twee Zwitserse klimgeiten, die stoer doorliepen. Wij keken elkaar weer aan en Terry zei: ”Wat zij kunnen, kunnen wij ook“, dus wij vervolgden stoer onze weg. Hadden we nou maar nooit op dat onzalige idee gekomen, want vervolgens hebben we 15 km geklommen, omhoog en omhoog en omhoog. Vervolgens raakten we op de een of andere manier de weg kwijt, want we kwamen in een dorp terecht, dat 7 km voorbij onze bestemming lag, dus dat betekende weer 7 km teruglopen. We zagen wel een pad, dat een kortere weg leek, maar gezien onze zojuist opgedane ervaringen durfden we dat niet te nemen, want wie weet waar we dan weer terecht zouden komen. En ja, na 5 km lopen stonden we dus aan de andere kant van dat pad, we hadden zo door kunnen steken!
De laatste 10 km hebben we om beurten geroepen: ”Wat er ook voorbij komt, al is het een kinderwagen, ik stap in en loop geen stap meer“. Maar natuurlijk kwam er niets. Uiteindelijk waren we dus om half acht vanavond in Lodeve, twaalfeneenhalf uur na vertrek en ik schat na 47 km !!!!. Compleet versleten, maar gelukkig hadden we vanmiddag een hotel geregeld, dus een riante kamer hadden we vandaag echt wel verdiend, niet dan?
Het was gelukkig iets minder warm dan gisteren, maar ik heb vandaag vier liter water gedronken! Geer eiste voor morgen een rustdag, maar die thuisblijvers hebben er natuurlijk geen verstand van, we gaan morgen gewoon weer een stukkie lopen! Mijn voet is netjes verzorgd en voor morgen heb ik een soort nylon sokje gekregen om er omheen te doen, dat schijnt goed te zijn. Dus wij dispereren niet! Maar namen wel een kloek besluit: morgen een Michelinkaart kopen, zodat we weten waar we ons bevinden en een kortere route kunnen uitzoeken, wanneer we dat nodig vinden. Wat ik nu heb is een gids van de Grande Randonnee en dat is net als in Nederland, zo’n route maakt omwegen om je langs de mooiste plekjes te laten gaan. Nou, die mooie plekjes zien we dan wel ergens anders!

Nog geen petje

Vanmorgen om kwart voor zeven stegen we in de bus om het industrieterrein zo snel mogelijk achter ons te laten en daarna was het 35 km lopen geblazen. Ik heb een stuk alleen gelopen, een stuk met een Fransman, een stuk met Terry, de Noor en zo gaan de kilometers dan onder je voeten door. En voor je het weet beland je dan in St. Guilhem-le-Desert, een schitterend plaatsje. Wie nog eens een mooie plaats wil zien, moet daar echt heen gaan. Het is in 805 gesticht door ene Willem van Oranje. Hij was een neef van Karel de Grote en na de dood van zijn vrouw is hij hier in het klooster gegaan. En in dat klooster slaapt nu een arme pelgrim, bij de nonnetjes. Nou, niet letterlijk natuurlijk en bovendien niet alleen, maar met een aantal andere mannen: de twee klipgeiten uit Zwitserland, een Fransman en Terry de Noorman. De Franse kunsthandelaar met zijn harem is een beetje eigenwijs manneke, helaas heeft hij met zijn geschiedeniskennis een paar keer bij mij het onderspit moeten delven, omdat ik iets wist dat hij niet wist en de harem keek daarbij zeer tevreden toe. Toen bleek dat hij ook nog een stuk omgelopen had, kreeg hij van de dames de volle laag: ”Jij weet toch zo goed de weg“? Ja, dan voelt een Fransman zich natuurlijk hoogst beledigd, je zag zijn ego slinken.
Ik heb hier een prachtig stempel gekregen, echt de moeite waard om te zien. Ik heb een roodverbrande kop, maar de pet is een probleem. Dat zit namelijk zo: Als er ergens petten te koop zijn, den ik er niet aan en als ik eraan denk, zijn er geen petten in de buurt.
Morgen wacht me weer een fors stuk. Dit eerste gedeelte bestaat uit grote stukken, omdat er onderweg weinig is om te slapen, maar dat wist ik thuis al, dus gewoon de blik op oneindig en wandelen maar.

Luther en Calvijn

Het gaat weer geweldig! En jazeker, ik ben het laatste stukje wel met de bus gegaan, maar dat was wel na 32 km lopen! Gedeeltelijk heb ik alleen gelopen en een deel met Terry, de Noor en met vier Fransen: een kunsthandelaar en drie vrouwen, zodat we het hier hebben over zijn harem natuurlijk. En verder ook nog met twee Zwitserse klipgeiten (of liever gezegd: klipbokken): een man van vierenzestig jaar en een man van tweeënzeventig jaar. Dus ik ben nog een jonkie! Het is wel heel opvallend dat iedereen die ik hier tegenkom, de tocht niet voor het eerst doet. Sommigen gaan al voor de tiende keer! Geer zei al streng: ”Dat ga jij niet halen“, maar ik klamp me vast aan mijn zussen, die ervan uitgaan dat dit niet mijn laatste tocht zal zijn.
Het is gewoon weer fantastisch en Montpellier is een geweldig leuke stad. Overal klinkt muziek en iedereen is op straat. Het is ook erg warm hier, ruim dertig graden. En zonder enige moeite kwam ik in het bezit van een simkaart voor mijn mobiel, dus ik ben weer bereikbaar.
We slapen vannacht in de hoofdkerk van Montpellier, de bisschopskerk. In een gedeelte hebben ze een gite gemaakt voor de pelgrims. We werden ontvangen door broeder Stephanus, die ons streng toesprak wat wel en niet mocht hier. Ik zei tegen hem dat ik Protestanter was dan Luther en Calvijn bij elkaar, maar dat vond broeder Stephanus geen ramp, want hij had ook al aan Hindoes onderdak gegeven. Dus vannacht kan ’s Heren zegen de hele nacht op mij neerdalen.

kerkklokken-web

Het enige nadeel zijn de kerkklokken. Die zijn namelijk vlak boven ons hoofd en volgens mij luiden ze elk kwartier met donderend lawaai. Ze gaan zo tekeer dat Gery ze door de telefoon zo duidelijk hoorde dat ze dacht dat ik er naast stond. Ja, als pelgrim heb je heel wat te doorstaan. Nu word ik door mijn medepelgrims aan mijn mouw getrokken, want ik moet Terry gaan halen, die staat alweer veel te lang onder de douche en we moeten nog een avondwandelingetje door de stad maken.
Het spijt mij, maar ik moet dus gaan, de pelgrim wordt geroepen! Tot morgen!

Weer in het ritme

Het was vandaag prachtig mooi weer. Ik heb gigantisch gezweten en nu ziet het overal gigantisch rood, zelfs op mijn hoofd. Ja, stil maar, ik had geen pet op, maar die heb ik nog niet. Mijn trouwe visserspet van de visclub van St. Etienne is vorig jaar in Santiago gebleven en ik ben nog geen nieuwe visclub tegengekomen. Ik zal toch niet zelf een pet moeten kopen dit keer?
Het was een prachtige tocht door wijn- en boomgaarden vandaag en over een goed begaanbare weg. Om kwart voor acht vertrok ik en om kwart voor drie had ik 29 km achter de kuiten. Ik zit nu met acht pelgrims (niet dezelfde acht van gisteren) in een gite. We hebben ieder een eigen kamer en er is een grote tuin bij. Ideaal, daar gaan we vanavond met zijn allen in eten, dus dat wordt gezellig. Al jaloers? Na aankomst heb ik gedoucht, mijn wasje gedaan en toen bellen, dus ik begin weer terug in het ritme te komen. Er zit trouwens veel te veel in mijn rugzak, allemaal troep die ik vast niet nodig heb. Geer zegt: “Gooi maar aan de kant van de weg“, maar dat gaat natuurlijk niet, ik ben wel een Hollandse pelgrim en die gooit niet zomaar dingen weg.
Ik heb vandaag een heel stuk gelopen met een Noor, Terry. Hij is altijd piloot geweest en is dus heel bekend op Schiphol. Maar, zoals hij zelf zegt, de rest van Nederland kent hij totaal niet. Hij is al een poosje opa en had genoeg van het oppassen en het huishouden doen. Wat wel grappig is, is dat hier allemaal mensen lopen, die de tocht al eerder hebben gedaan. We zijn dus oude rotten onder elkaar. Ach ja, die beginnelingen nemen deze route natuurlijk niet.
Morgen ga ik 25 km lopen en dan……..stap ik op de bus!! Ja goed, kom maar op met je commentaar, maar bedenk daarbij dat ik tenminste eerlijk ben. Op de eerste plaats heb ik de hele tocht een keer gelopen, dus ik mag nu best af en toe smokkelen van mezelf en op de tweede plaats gaat het laatste stukje van 5 km alleen maar over industrieterrein en daar loop ik niet op te wachten. Morgen hoop ik dan in Montpellier aan te komen en dan ga ik vervolgens het centrum bekijken, maar eerst op zoek naar een simkaart! Nu moet ik echt gaan eten!!

Het is wennen

Ziezo, vanmorgen om half negen ben ik vertrokken en nu ben ik na zo’n 23 kilometer met open armen ontvangen in de kathedraal van St. Giles. Ik kreeg zelfs een speciale stoel aangeboden om op te zitten en er werd ook gezorgd voor een onderdak. Ik slaap vanavond in een huis van de kerk. Ik dacht dat ik zo ongeveer de enige was, maar ik zit vanavond in de bar aan tafel met acht andere pelgrims voor het pelgrimsdiner.
Het eerste stuk ben ik langs de Rhone gelopen, erg mooi en daarna tussen de wilde paarden in de Camargue. Het is een prachtige streek en ik liep door wat ik al dacht dat het rijstvelden waren, maar dat heb ik toch maar even gecheckt. Een paar weken geleden riep ik dat ik door een vogelreservaat in de Wijdewormer was gelopen en dat bleek toen een soort baggerveld te zijn. Je ziet, Jinze, ik ga niet over één nacht ijs en het waren inderdaad rijstvelden, die onder water staan.
Over ijs gesproken, het is hier heerlijk warm, ik zeg het maar even.
Vervolgens ben ik nog heel veel kleine riviertjes overgestoken en toen was ik er. Mijn voeten hebben zich en mij (even doordenken) uitstekend gedragen vandaag, maar verder moet ik weer aan het ritme wennen en is het nog rommelig voor mijn doen. Ik ging vanmiddag douchen na aankomst en toen ik me uitgekleed had, kwam ik erachter dat ik geen handdoek had. ”Thuis vergeten“?, dacht ik bezorgd en heb mij weer aangekleed om vervolgens een half uur heen en terug naar een supermarkt te lopen om een handdoek te kopen. Dat is allemaal prima gelukt en zo kon ik weer douchen en me ook nog afdrogen met mijn nieuwe handdoek. Het was alleen een beetje pijnlijk toen ik, fris gebaad, mijn rugzak ging ordenen en .. daar keurig opgevouwen mijn handdoek in vond.

mobieltje-web Verder heb ik vandaag in allerlei tabacs een simkaart proberen te scoren, maar dat is niet gelukt helaas. Ze schijnen nu eert een kopie van mijn paspoort ergens naar toe te moeten sturen en daar heb ik natuurlijk geen tijd voor. Nu bel ik in een telefooncel, roep tegen Geer het nummer en die belt me dan terug. Wel lekker goedkoop voor mij, maar het is toch lastig dat ik mijn mobieltje niet heb om onderweg vast slaapplaats te regelen voor ’s avonds, dus ik hoop dat het in orde komt. Het zal echter nog wel een paar dagen duren voor ik een ‘echte’ telefoonwinkel tegenkom. Tot die tijd moet de pelgrim dan maar eenzaam ronddolen.
Morgen moet ik ruim 30 km lopen, dus dat zal wel iets zwaarder zijn dan vandaag en ik weet niet of er aan het einde weer een telefooncel op mij wacht, maar dat merken jullie dan vanzelf wel.

De eerste dag is gewoon zitten

Nou, dat was wel een heel ander begin dan vorig jaar, moet ik zeggen. Om half acht vertrok mijn trein uit Amsterdam CS en om daar te komen was alleen al een hele toer. In Amsterdam kun je niet parkeren, dus met de trein vanuit Zaandam leek wel een goed idee. Alleen“.de eerste trein vertrok pas om half acht en daar heb je niets aan natuurlijk.Dus we zijn met de auto naar Amsterdam-Noord gereden en hebben daar de pont naar het Centraal Station genomen. Dus uiteindelijk weer vanaf de pont en dat was dan weer net als vorig jaar.
De reis zelf naar Arles is prima verlopen. Ik zou er vanavond om half acht zijn, maar ik was er al om zes uur. En ik wil jullie natuurlijk niet meteen de ogen uitsteken, maar het is hier prachtig weer, zo’n 25 graden en iedereen zit buiten. Dus dat wordt vanavond buiten eten. Ik zit nu in een hotelletje, dus wie doet me wat. Ik ben nog wel even op stap geweest, maar het is zondag dus alles is dicht.
Ik wilde morgenochtend mijn eerste stempel halen in het kerkje op de Alyscamps. Dat is een oude Romeinse begraafplaats, die later erg gewild was onder de Christenen ook. Iedereen wilde zich daar laten begraven, ook mensen die ver buiten Arles woonden. Die lieten dan hun doden in een kist gewoon in de Rhone wegdrijven, dan kwamen ze vanzelf in Arles terecht. Ze gaven wel een goudstuk mee voor de kosten. Nu nog staan er overal de sarcophagen, maar ook in het kerkje is niet veel leven meer, want je kunt er nog wel een stempel krijgen, alleen arriveert de pastoor pas ’s middags om 4 uur. Dus dat laten we dan maar zitten, want ik wil morgen op pad!!

19-4-2007: Het thuisfront

Ja, zo gaat dat dan. Je denkt: “Laat ie nou maar naar Santiago lopen, dan hebben we dat weer gehad”. Mis dus. O, in het begin was het napraten en als mensen vroegen wat zijn volgende plannen waren, zei hij tegen mij: “Iedereen denkt nu dat ik volgend jaar weer ga lopen, hoe komen ze daar toch bij?” Ik zei niets, maar dacht er het mijne van natuurlijk. En zo halverwege de winter veranderde de toon al wat in: “t Was fantastisch, ik zou het best nog eens willen doen. Niet het hele stuk natuurlijk, maar een klein eindje of zo”. Naïef zei ik: “Nou, dan doe je dat toch deze zomer? Je hebt tijd genoeg” Ik dacht aan af en toe een weekje of zo, want, zoals me herhaaldelijk verzekerd werd, “Ik ga natuurlijk niet zo lang”.
De volgende zet was: “Als ik nou met de trein naar Arles ga, dan kan ik weer door de Pyreneeën lopen” “Waar kom je dan uit?”, vroeg ik argeloos. “Ja, wat denk je? In Santiago natuurlijk!” Ik zei nog bedremmeld: “Ik dacht dat je niet meer zo lang zou gaan”, maar werd meteen schaakmat gezet: “Dat is toch ook zo? Dit is ‘maar’ een maand of drie!!”
Ach, alles went en deze drie maanden zullen ook wel weer voorbijvliegen, net als de vorige keer. En eerlijk gezegd, ik geef hem groot gelijk. Wat moet je nou dag aan dag hier doen? Met een variatie op het spreekwoord: “Beter een blije vent in de verte dan een sikkeneurige naast je”.
De voorbereidingen zijn een stuk rustiger verlopen dan vorig jaar. Er hoefde niet zoveel meer aangeschaft te worden, er is wat rustiger getraind en nu is alles klaar om weer van start te gaan. Aanstaande zondag, 22 april, klinkt dan het startschot weer. Nou ja, startschot, het begint met een comfortabele treinreis. Om kwart voor zeven vertrekt de trein hier van station Kogerveld, Marnix en ik reizen mee tot Amsterdam CS (ja, als we maar met onze kont in een trein kunnen zitten, gaat het wel lekker). Zondagavond hoopt Theo in Arles te zijn en vanaf maandag, als ik per auto de 12 km naar mijn werk afleg, loopt mijn pelgrim de eerste kilometers. Ieder zijn camino, zullen we maar zeggen.
Ik verheug me er erg op jullie allemaal weer via de website te ontmoeten!!
Gery

Terug naar de camino

Nadat ik in 2006 weer thuis was, vroegen veel mensen mij wanneer en wat ik nog voor plannen had. Nou had ik die in het geheel niet op dat moment, want ik was nog helemaal vol van de geweldige tocht die ik toen net achter de rug had. Maar toen de ‘kruitdampen’ een poosje later wat opgetrokken waren, begon ik mezelf dat ook af te vragen: Wat nu? Ik had bijvoorbeeld naar Rome kunnen lopen, nietwaar? Of laten we zeggen van Londen naar Wenen, dat ook een lange-afstandspad is. Maar met de ervaringen van de camino nog vers in het geheugen wilde ik graag die indrukwekkende tocht nog een keer doen. De sfeer onderweg is zo fantastisch dat ik dat best voor een tweede keer wil meemaken, nu het nog kan. Er zijn mensen die deze tocht bijvoorbeeld eenmaal in de vijf jaar doen, maar gezien de leeftijd is dat misschien een beetje riskant voor mij. Bovendien: de gezondheid laat het nu nog toe en zoals ik vorig jaar in de mist op Fisterra al zei: ”Je kunt niet in de toekomst kijken“. Gery is het met mij eens, alhoewel ze er ook wel een beetje tegenop ziet, geloof ik, om weer een paar maanden alleen te zijn. Maar de afstand vanaf Arles naar Santiago moet in ca drie maanden gelopen kunnen worden. En dat is dan anderhalve maand korter dan vorig jaar vanuit Zaandam. Het startpunt Arles is sinds de Middeleeuwen al een verzamelpunt voor pelgrims die dan vooral uit Zuid-Europa (de Provence en Italië) daar samenkwamen om in grote groepen dan verder te gaan. Dat was voor de veiligheid, want alhoewel pelgrims beschermde reizigers waren, gebeurde er nogal eens wat onderweg. Ik wandel dan van Arles naar Toulouse en vandaar naar Oloron Ste-Marie. Dan heb ik de keuze: of ik steek de Pyreneeen over bij de Col de Somport en ga verder naar Puente la Reine om daar de route van vorig jaar verder te volgen, of ik loop door naar St. Jean Pied de Port om vervolgens via de gewone weg naar Biarritz/Hendaye te gaan. Vandaar kan ik de Camino del Norte volgen. Die loopt langs de noordelijke kust van Spanje via San Sebastian-Guernica (beroemd van het schilderij van Pablo Picasso)-Bilbao (waar ik het beroemde Guggenheim museum wil bezoeken)–Santander-Picos de Europa-Gijon-Ribadeo en vervolgens via Arzua weer naar Santiago de Compostela. De laatste route trekt mij het meest omdat de reis dan weer heel anders is dan vorig jaar. Maar ik weet het nog niet zeker, want de sfeer op de Camino Frances trekt mij toch ook wel weer. Nou ja, als pelgrim moet je leren loslaten, dus we zien wel hoe het komt.
Vanaf januari heb ik wat getraind, maar nu de datum dichterbij komt, word ik toch wat onzeker daarover… was het wel genoeg? Vooral de eerste dagen zijn de etappes nogal lang, dus dat wordt afzien voor Pelgrim Theo. Ook dat hoort bij pelgrimeren, maar toch. Ik neem wel minder mee dan vorig jaar. Maar toen ging ik ook eerder in het jaar en hier vandaan. Dus alles was nog op de wintertijd berekend.
Kortom, het is weer zoals vorig jaar: je kunt geen enkele zekerheid meenemen. Loslaten dus toch!!!
Gery en Marnix willen de weblog weer gaan bijhouden, dus mensen, kom maar op met jullie commentaar. Het geeft een kick onderweg om te zien dat zoveel mensen met je meeleven. Of is dat dan weer ‘hoogmoed’? Ook de rubriek ‘kaarsje branden’ is weer beschikbaar. Ik hoop daar dan weer aan te kunnen voldoen, want dat betekent dan dat ik aankom in Santiago.
Ik hoop dat jullie evenveel plezier aan de weblog beleven als ik aan het wandelen, en met de groet van de Spanjaarden gaan wij allen op onze eigen wijze van start:
VAYA CON DIOS
Theo