Categorie archief: 2013: Camino de Levante

Beproevingen

Gisteravond hebben we met zijn vieren: de twee Spanjaarden, de Belg en ik, gegeten in de bar, waar we grondig werden bekeken door de enige andere klant. Ik heb heerlijk geslapen. Vanmorgen vertrokken eerst de Spanjaarden, toen de Belg en om kwart over zeven liep ik ook alweer langs de straat te slenteren. Het was een beetje mistig en het gras was heel erg nat. Binnen de kortste keren ben je dan tot aan je knieën nat. Het regende gelukkig niet, maar de zon zag ik ook niet.
Voor het eerste dorp was een benzinepomp, waar ze koffie verkochten en broodjes. Ik dacht: “Dat doe ik niet, ik ga in het dorp in een bar zitten, veel gezelliger”. In mijn gids stond dat er in elk dorp een bar was, dus ik liep geen risico. Althans, dat dacht ik. Want in het dorp was wel een bar, maar die was dicht. Dus op naar het volgende dorp. Ook daar was de bar nog dicht. Ik werd zwaar beproefd, want ook in het derde dorp was de bar nog dicht. Dus in het vierde dorp zag ik een bar en ik stormde zowat naar binnen, snakkend naar koffie. Ik heb drie madeleines (dat zijn een soort cakejes) gegeten en een dubbele koffie. Toen kon ik gesterkt weer op weg en wat zag ik toen? Achter elkaar drie bars, die open waren en waar veel lekkerder zaken te verkrijgen waren, zoals versgeperst sinaasappelsap. Zo zie je maar weer, je weet het hier nooit.

harswinning-web Een deel van de route liep door een bos. Ik denk dat er wel 5000 bomen stonden. Hier wordt hars gewonnen. Van elke boom halen ze een stuk bast weg en onderaan, waar de bast weer begint hangen ze een bakje om de hars in op te vangen. Het zal wel een gigantisch werk zijn om dat te doen, maar daarna druppelt de hars vanzelf in het bakje.
Na het bos moest ik een heel stuk over de autoweg lopen. Dat is nooit leuk, want aan de kant van de weg is een heel smal vluchtstrookje, waar je dan over moet lopen. Ik moet wel zeggen dat de automobilisten het kennelijk gewend zijn dat er mensen over de weg lopen en fietsen, want ze letten wel goed op.
Onderweg naar Arevalo heb ik gebeld naar het hotel dat in mijn gidsje staat en een kamer gereserveerd. Ik was er welkom. Gelukkig maar, want in Arevelo kwam ik de Belg tegen, die op een bankje zat te wachten tot het vanavond negen uur is, eerder kan hij volgens hem niet in het sportcentrum terecht. Het hotel waar ik zit, ligt langs de route en dat vond ik wel belangrijk, omdat ik morgen weer meer dan 30 km moet lopen. Het nadeel is dat het in een industriegebied ligt, waar verder niets is. Ik was er om drie uur en kon nog eten, maar er volgde meteen weer een beproeving: het eten was namelijk absoluut niet lekker. Aardappelschijfjes die in de olie drijven en helemaal slap zijn, ik geef het je te doen. Weet je wat nog het ergste is? Aangezien hier verder niets is, moet ik hier vanavond weer eten. Dus weer een beproeving. Kortom, een dag vol beproevingen.
Arevalo is een leuke stad met oude kerken en een standbeeld van Isabella de Katholieke. Die staat hier overal en schijnt heel Spanje gesticht te hebben of zoiets.
Ik kreeg nog een sms-je van Margrit, met wie ik de vorige tocht gelopen heb. Zij bestiert op dit moment de refugio in Zamora en vraagt waar ik nu ben en of ze me nog zal ontmoeten. Dat zal hoogstwaarschijnlijk niet lukken. Als ik in Zamora aankom, is zij alweer weg. Jammer, maar niets aan te doen.

Het postkantoor verkoopt geen postzegels

Vanmorgen kon ik uitgebreid uitslapen, want ik kon toch niet weg. Dus ik heb het ervan genomen, heb uitgebreid ontbeten en ben toen lekker lui op een terras gaan zitten. Ik heb ansichtkaarten gekocht, maar toen ik op het postkantoor postzegels ging halen, kreeg ik te horen: “Nee, die verkopen we niet meer, dan moet je bij een tabac zijn”. In Holland klagen we erover dat er geen postkantoren zijn, hier zijn ze nog wel, maar de meest elementaire zaken als postzegels verkopen ze dus niet meer. Helaas zijn alle tabacs vandaag gesloten. Op het terras gezeten wilde ik ze toen maar vast gaan schrijven, maar toen had ik de adressenlijst niet bij me en was te lui om die te gaan halen. Je ziet, ik heb het er dus echt van genomen.

Om half twaalf ben ik maar vast schoenmakerwaarts gegaan en ja, mijn schoenen waren al klaar! Ze zijn keurig gerepareerd voor maar € 8 en ze lopen weer prima. Dus snel mijn rugzak gehaald, wat broodjes voor onderweg gekocht en aan de wandel. Toen ik vertrok was het nog mooi, zonnig weer. Ik moest nog wel een stukje omhoog, maar dan komt de laatste heuvel en als je daar bovenop bent, zie je ineens een heel ander landschap. Heel bijzonder is dat, alle bergen zijn ineens verdwenen, het landschap is alleen nog een beetje glooiend. Dat loopt natuurlijk wel een stuk makkelijker, temeer daar het ging regenen. Je weet hoe dat gaat: eerst een paar spetters, waarbij je denkt: “Dat is zo wel over”, dus je loopt door. Dan gaat het iets harder regenen, maar je blijft optimistisch. Dan gaat het nog harder regenen en wordt het tijd voor de poncho, maar eer je die dan gepakt en aangetrokken hebt, ben je al nat natuurlijk. Het heeft niet al die tijd hard geregend, maar echt droog is het niet meer geworden.

Om zes uur was ik hier in Cardenosa Gottarrendura. De naam doet heel wat vermoeden, in werkelijkheid is het een dorp van honderdtien inwoners, maar wel het dorp waar de ouders van onze heilige Theresia hebben gewoond. Uiteraard is het huis nu een museum. Verder zit ik nu in de allermooiste herberg tot nu toe, samen met een Belg en twee Spanjaarden, allemaal wandelaars. Dus dat is wel gezellig. Ik ga straks eten in de enige bar die het dorp rijk is.
Kortom, alles naar wens en op het stadhuis hier op het plein hangt een bordje dat de camino naar Santiago nog 500 km is. Dus ik ben al over de helft.

De camino van de eenlingen

kathedraal-Avila-web De kathedraal van Avila

Het regent vandaag, dat wil zeggen: af en toe is er een klein buitje, maar hier in Spanje is dat erg en komen onmiddellijk overal de paraplu’s tevoorschijn. Overigens, tijdens mijn rondrit met het treintje vertelde men dat de gemiddelde zomertemperatuur hier in Avila maar 20 graden is. Dat komt omdat de stad zo hoog ligt. Dat is ook duidelijk te zien, als je op de muur staat kijk je overal de vlaktes in. Een mooi gezicht. Avila is echt een prachtige stad. Binnen de muren zijn heel ruime pleinen en er is zelfs een park in. De straten zijn hier ook niet zo middeleeuws smal. Het is echt een koningsstad.
Vanmorgen zag ik bij de kathedraal een pelgrim, die heb ik aangesproken. Dat doe je dan natuurlijk als pelgrim zijnde. Het bleek een Vlaming te zijn, dus we konden Nederlands spreken. We staan daar even te praten en opeens komt er een hele dikke man bij ons staan met een petje op van de vierdaagse van Nijmegen. Een Hollander dus. Die deed lustig mee aan het gesprek en wilde van alles weten. Het wemelt hier echt van de Nederlanders, ik wist helemaal niet dat er zoveel Nederlanders naar deze stad gaan.
De pelgrims die ik hier tegenkom, zijn het allemaal roerend met elkaar eens: “Het is heerlijk om alleen te lopen”. Je hoeft met niemand rekening te houden, je kunt je eigen tempo bepalen en rusten waar en wanneer je wilt. Je ziet op de hele camino ook opvallend veel mensen die alleen lopen of hooguit met zijn tweeën.
De Vlaming en ik hebben samen de kathedraal bekeken. Erg mooi met heel veel versiering, echte Spaanse overdaad, maar het bijzondere is dat de stenen afwisselend donker en wit zijn van nature, dus niet geverfd of zo. Dat geeft een heel mooi effect.
Voor het eten kon ik nog net even naar mijn schoenmaker. Die ging me opgewekt uitleggen wat hij allemaal ging doen. Ik vond het allemaal best en vroeg langs mijn neus weg of ze dus morgen klaar waren. “Ja”, zei hij, “de elfde” Toen was ik nog geen stap verder. Hij zag kennelijk dat ik er niets van snapte, want hij pakte de kalender erbij en wees de datum aan. Toen bleek dat hij op de maand april zat te kijken in plaats van mei. Dus het raadsel is opgelost en het lag dus niet aan mijn povere Spaans.
Ik heb uitstekend gegeten en toen was het tijd voor de mystiek. De heilige Theresia heeft heel veel mystieke werken geschreven. Ze zat in een klooster, maar werd naar een genezeres gebracht omdat ze ziek was. Daar las ze een boek en kreeg ze de eerste mystieke genade. Vervolgens keerde ze terug naar het klooster, maar raakte schijndood. Dat bleef ze drie jaar en toen genas ze spontaan en volgens haar had Jozef, de vader van Jezus, dat gedaan. Ze ging haar orde, die van de Karmelietessen, hervormen, omdat die verslapt was in de kloosterregels. Haar naaste medewerker, de heilige Johannes van het Kruis, nam de hervorming van de mannelijke tak van de Karmelieten ter hand. Dus die zie je ook overal in Avila. Er zijn zoveel relikwieën van haar, dat ik me afvraag of er nog iets van haar is begraven. Er is zelfs een vinger van haar met een ring eraan. Als nuchtere Hollander stel je er toch je vragen bij. Ik bedoel maar: hebben ze die vinger er meteen maar afgehakt na haar dood?
Goed, voorlopig genoeg mystiek gehad, dus we gaan over tot de aardse zaken, zoals het feit dat ik nieuwe sokken heb gekocht, want die heb ik ergens laten liggen. Dit keer zonder ‘R’ en ‘L’ erop, dus Gery kan tevreden zijn. Die lacht me altijd uit om die letters.
Morgen wordt het een laat vertrek, want ik kan om één uur mijn schoenen pas halen. Maar ik heb ook geen zin om hier nog een dag te blijven, ik wil weer verder!

Af en toe een spatje

Vandaag heb ik de hoogste berg beklommen tot nu toe. Het was een heftige tocht naar boven met veel gehijg, temeer omdat ik nog geen bak koffie op had. Dat kan natuurlijk niet voor een Hollander, dat is de motor waarop wij draaien. Toen ik om zeven uur vanmorgen vertrok was er in San Bartolome nog geen bar open. Dat vond ik niet erg, want in het dorp verderop waren volgens mijn gids twee bars. Helaas, toen ik in El Herrador kwam waren beide bars niet open en gingen volgens de bewoners ook nooit meer open, met andere woorden: dag koffie. Ja, een pelgrim moet af en toe ook lijden natuurlijk, dus begon ik zonder koffie aan de zware klim. De zon scheen vandaag niet, het was bewolkt en af en toe voelde ik zelfs een spatje regen. Niet zo koud dat ik niet in korte broek kon lopen en niet zulke grote spatten dat ik mijn poncho aan moest, maar toch. Ondanks deze verzwarende omstandigheden kwam ik heelhuids boven en stond ik op 1360 meter hoogte in het rond te kijken. Tot Zamora heb ik nu geen echte klimpartijen meer, dat begint weer na Zamora.
De afdaling ging ondanks het gebrek aan koffie weer wat gemakkelijker, maar pas om twaalf uur vond ik in Tornadizos de Avila een bar en dat was maar 8 km verwijderd van het einde van mijn tocht. Kun je nagaan! Ik ben daarna maar snel doorgelopen naar Avila, want daar wilde ik op tijd zijn voor het eten. En dat lukte gelukkig, zodat het toch nog allemaal goed kwam.
Daarna heb ik mij natuurlijk snel naar het postkantoor begeven vanwege de veters, die Gery had opgestuurd. Dat werd weer een heel festijn. Ik vroeg netjes of er post voor mij was, maar de dames achter het loket riepen: “Nee, poste restante doen wij niet meer, daarvoor moet je naar een tabac gaan”. Dat vond ik ook goed, dus vroeg ik bij welke tabac ik moest zijn. “Dat maakt niet uit, dat kan bij elke tabac”. Dat leek me sterk, dus ik legde uit dat mijn vrouw het naar dit postkantoor had gestuurd, dus waar was het nu gebleven? Nu spreek ik natuurlijk na twaalf lessen vloeiend Spaans, maar van het gekakel dat hierop volgde, begreep ik uiteraard geen woord. Terwijl de dames nog druk aan het kakelen waren, zag ik achter het andere loket een man van een jaar of vijftig staan, die al die tijd mijn pakketje voor zijn borst hield, maar dat hadden de dames in het vuur van de discussie niet door. Dus mijn pakje was netjes op het postkantoor gebleven.
Snel mijn prachtige lange veters in mijn schoenen, maar ja, daarmee waren de schoenen nog niet verzoold, dus op naar de schoenmaker. Die keek ernstig naar de zolen, schudde zijn hoofd eens zorgelijk en ik begreep dat hij niet zomaar hier en daar een stukkie zool erop kon plakken, maar dat er nieuwe zolen onder moesten en dat kon hij echt niet zomaar even doen. Dat begreep ik wel en aangezien ik toch van plan ben om morgen in Avila te blijven en de stad te bekijken, is dat niet zo’n groot probleem. Maar het blijkt dat ik toch nog iets meer lessen Spaans nodig heb, want het is mij niet duidelijk geworden hoe lang het gaat duren. Volgens mij zei hij: “Donderdag”, wellicht werkt hij op Hemelvaartsdag gewoon, maar ik meende ook iets te horen van “de elfde” en dat is pas zaterdag. Dus voorlopig is het nog een raadsel dat opgelost dient te worden. Morgen tegen de avond maar eens bij hem langs gaan en zien of ik er dan beter wijs uit kan worden.

avila-web

Het is in ieder geval geen straf om hier een dag te blijven, want Avila is een prachtige stad met een ommuring, vestingwerken en poorten die puntgaaf zijn. De muur is wel 2,5 km lang met achtentachtig uitstulpingen en negen torens. In de stad is ook van alles en nog wat te zien. In 1515 werd hier de heilige Theresia geboren, een van de beroemdste mystici van de katholieke heiligen. De mystiek leeft hier, geloof ik, nog steeds, want ik zie hier allerlei mensen rondlopen die er naar mijn idee mystiek uitzien. Er schijnt ook een soort museum van te zijn, dus daar ga ik morgen naar toe, want ik wil er meer van weten.

Ce n’est pas la Hollande

De bergbeklimming vandaag is goed gegaan. Ik heb vanmorgen de koeken en drankjes in mijn zak gestoken en ben vervolgens in een bar koffie gaan drinken. Dat is veel gezelliger natuurlijk, dan zie je nog eens iemand.
De route naar boven was goed aangegeven en was af en toe paradijselijk mooi. Prachtige uitzichten en, omdat het veel geregend heeft, veel bergbeekjes. Schitterend gewoon. Soms vormen de beekjes wel een probleem, want die moet je dan oversteken natuurlijk. Je schoenen uitdoen is ook een heel gedoe, vooral de mijne, maar meestal liggen er wel een paar stenen en kun je van steen op steen springen.

Bovenop de berg aangekomen was ik meteen de weg kwijt. Er waren alleen nog maar weilanden, geen pad meer, geen huis, geen enkel punt om je op te oriënteren. En natuurlijk ook geen gele pijlen. Die zijn er net niet als je ze hard nodig hebt. In de verte zag ik een hek en dat ben ik toen maar zo’n beetje evenwijdig gaan volgen. Opeens zag ik weer een geel puntje op een steen en verderop een klein pijltje. Dus zo gek was mijn idee nog niet.

Tegen twee uur was ik in San Bartolome de Pinares, dus dat is een mooie tijd. Ik moest de sleutel van de refugio bij iemand halen, dus ik belde aan en wachtte..en wachtte. Allengs staken er al meer buurvrouwen hun hoofd buiten de deur, alleen niet bij de deur die ik graag open wilde zien. Eindelijk ging er boven een raam open en kwam er een blote schouder en nat hoofd tevoorschijn. Dochterlief was alleen thuis en stond onder de douche, dus of ik maar even wilde wachten. Ze sprak trouwens erg goed Engels.

Nu zit ik dus in de refugio. Die is boven een soort gezondheidscentrum, er zijn drie stapelbedden. Guy is hier ook. Er ligt een boek, waarin iedereen iets kan schrijven. Altijd leuk om te lezen natuurlijk, maar ik zag dat de Fransen die ik een poosje geleden heb ontmoet, er ook in geschreven hadden. Een keurig bedankje voor de genoten gastvrijheid en daaronder: “Hé Theo, ce n’est pas la Hollande, eh?” Dus ook al zie je elkaar niet meer, de correspondentie blijft op peil. Leuk is dat. Overigens zijn de routes in de gids van Guy heel anders dan in die van mij en de kilometers ook. En Gery heeft een gids thuis en die is ook weer anders. Er leiden al zoveel wegen naar Santiago, dus er nog meer bij verzinnen hoeft nou ook weer niet.

Ik was van plan om hier in San Bartolome waspoeder te kopen, maar er is hier geen enkele winkel. Wel vier bars, maar geen winkel. Dus dat wordt een beetje uitspoelen vanavond
Morgenochtend wil ik vrij vroeg weg, misschien ben ik dan op tijd om mijn schoenen naar de schoenmaker te brengen en er nieuwe zolen onder te laten zetten, want die beginnen aardig te verslijten. Ik kijk wel of ik het haal, want ik moet natuurlijk eerst naar het postkantoor voor mijn veters! Dus als het niet lukt, ga ik in Zamorra wel naar de schoenmaker.

Vanmorgen was het prachtig zonnig weer, maar nu heb ik wat bewolking. Dat kan natuurlijk niet als ik net lekker buiten een sigaartje rook!

De stieren van Guisando

Vanmorgen vertrok ik in alle eenzaamheid, want er was nog niemand wakker. Het ontbijt was pas om tien uur en ik had geen zin daarop te wachten. Ik ben dus naar een bar gegaan om te ontbijten en daarna…..op naar de stieren van Guisando.

Stieren-web

Het zijn vier beelden van een soort graniet, die op stieren lijken. Ze stonden in de oudheid overal verspreid en waarschijnlijk zijn het religieuze symbolen uit de tijd voor de Romeinen. De Romeinen hebben ze bij elkaar gezet, want op de eerste stier staat een Latijnse tekst dat de een of andere Romeinse opperbevelhebber ze heeft verzameld of veroverd, net hoe je het bekijkt natuurlijk. Het is echt heel interessant, temeer als je bedenkt dat ze waarschijnlijk uit de tweede of eerste eeuw voor Christus stammen.
Een stukje voor het parkje waar de stieren staan, staat een stuk middeleeuwse muur met een plaquette dat hier Enrique, de latere Hendrik de Gelovige, zijn zus Elisabeth I de Katholieke, tot erfprinses van Castilië en Leon heeft benoemd. Zij trouwde later met een koning en samen met hem heeft zij de Moren verjaagd. Zo, een stukje cultuur kan ook geen kwaad.
Na de cultuur kwam de natuur, want mijn pad ging verder door een natuurgebied. Een schitterend gebied met heel veel bloeiende bloemen, maar wel inspannend. Er is veel regen gevallen de afgelopen tijd, zodoende waren de paden behoorlijk modderig en moest ik vaak een stukje omlopen.
Na het natuurgebied moest ik volgens mijn gidsje rechtsaf een zandweg in. Ik zag Cebreros al in de verte liggen, maar op de weg stonden wel vier of vijf gele pijlen, dat ik rechtdoor moest. Ik wilde niet weer eigenwijs zijn natuurlijk, dus ben ik maar rechtdoor gelopen. Helaas zag ik toen geen enkele pijl meer en ik had het idee dat ik het dorp nu voorbij liep. Na 2 km stond er zelfs een groot geel kruis en dat betekent dat ik verkeerd ben en daar niet heen moet. Helaas was er geen enkele zijweg, dus ik ben toch maar doorgelopen tot ik weer een zijweg tegenkwam. Aan een boer die aan het werk was, heb ik gevraagd of dit de weg naar Cebreros was en dat klopte. En na een poosje zag ik opeens ook weer de vertrouwde gele pijlen. Ik heb zo het vermoeden dat de een of andere boer niet wilde dat pelgrims over zijn land lopen en ze dus om laat lopen. Dat heb ik eerder ook al eens meegemaakt.
Maar goed, op een gegeven moment stak ik twee oude Romeinse bruggen over. Het aardige was dat er een bord bijstond met vermeldingen wat het kostte om de brug over te gaan. Er stonden prijzen op voor schapen, geiten en mensen en ik las dat soldaten met een zwaard meer moesten betalen dan soldaten zonder zwaard.
Onderweg ben ik een Spanjaard op de fiets tegengekomen, die op zijn fiets met een karretje erachter het hele land door rijdt. Hij raadde me af om in Cebreros naar de albergue te gaan, want volgens hem is die vreselijk slecht. Dat heb ik voor kennisgeving aangenomen, want: “Als er niets is, zal ik wel moeten”, dacht ik. De rest van de route was stil en rustig als steeds, maar op een gegeven ogenblik werd het drukker……. en drukker………en drukker …en drukker. En als ik zeg: “drukker”, dan bedoel ik niet dat er vijf, tien, vijfentwintig of vijftig mensen waren, maar op een gegeven ogenblik zaten de hellingen helemaal vol met groepen mensen, die allemaal zaten te eten en te picknicken. Ik overdrijf niet als ik zeg dat het er zeker duizend waren. Ik moest denken aan de wonderbare spijziging uit de Bijbel, alleen zijn de Spanjaarden zo slim geweest om wel eten mee te brengen en heel veel meer dan een paar broden en een paar vissen.
Ik heb uiteraard gevraagd wat al die mensen er deden ineens en het blijkt dat het (ook hier dus) de dag van de heilige eremiet Valsordo is. Die woonde buiten de stad en er is nu een kapel, waar de hele dag missen zijn. Het is de gewoonte dat de mensen uit de stad dan rondom de kapel picknicken. Het was dus ineens veel drukte op mijn pad, dat verder steil omhoog liep naar Cebreros. Het was gelukkig niet ver meer en bij de ingang van de plaats zag ik een mooi hotel. Met de waarschuwing van de fietsende Spanjaard in mijn achterhoofd ben ik daar neergestreken. Een mooi hotel met een mooi terras ervoor om mijn cola te drinken en met een prachtige tuin, waarin ik heerlijk heb zitten eten en drinken.
De baas van het hotel weet van wanten, want hij veronderstelde meteen dat ik morgen waarschijnlijk vroeg weg wil, omdat dat een vrij zware etappe is met veel klimmen. Zo vroeg is er nog geen ontbijt natuurlijk, dus ik kreeg vanmiddag een blad vol met heerlijkheden voor mijn ontbijt van morgenochtend. Dan kan ik dat zelf klaarmaken. Ik heb een magnetron en ik kan koffiezetten, dus de service is compleet.
O ja, dat vergeet ik nog bijna te vertellen. De fietsende Spanjaard vroeg uiteraard waar ik vandaan kwam en meldde toen blij dat hij wel eens in Zaandam is geweest bij ‘al die molens’. Hij heeft hier een vriend wonen, die antieke klokken repareert. Zo zie je maar, de Zaanse Schans is overal ter wereld beroemd.

Waarom liggen alle dorpen bovenop een berg?

Vanmorgen om zeven uur was ik weer uit de veren (nou, veren?) en aan de wandel. Het was vandaag van begin tot einde een schitterende route. Het is nu steeds prachtig weer, dus dat scheelt natuurlijk ook. Maar het was heel erg mooi. Ik had uitzicht op de bergen met sneeuw en hele diepe dalen, waarin je dan weer een dorpje ziet liggen. De zon kwam op boven een beetje ruig gebied met struiken en steeneiken, die dan hele lange schaduwen geven. Het was indrukwekkend om te zien.
Ik ben door twee natuurgebieden gewandeld en zag zelfs een hert, maar had toen natuurlijk net niet de camera bij de hand. De rest van de route heb ik met de camera in de aanslag gelopen, maar dat hert kwam niet terug. Kinderachtig.
In Almorox heb ik ontbeten en een broodje gekocht voor onderweg en om twaalf uur ben ik aan de kant gaan zitten om mijn broodje op te peuzelen. Het Duitse echtpaar loopt harder dan ik, maar rust vaker, dus ik loop ze iedere keer weer achterop.
Het was wel veel klimmen en dalen en na 30 km gaat dat wel in je benen zitten. Dus als je na die 30 km op je eindbestemming voor vandaag, San Martin de Valdeiglesias, komt, begrijp ik niet waarom ze die dorpen dan steeds bovenop een berg moeten zetten. Dat is toch geen doen voor een vermoeide pelgrim? Allemaal hele steile straatjes en een ontelbaar aantal trappen.

Dus ik zwoegde al die trappen maar weer op en moest naar een plein in het centrum. Bijna bovenaan stond een auto met draaiende motor en een man erin. Die reed een stukje vooruit, dus ik wachtte natuurlijk netjes met oversteken. Toen reed hij weer een stukje achteruit, de man stapte uit en vroeg: “Zoekt u misschien een hotel?” “Dat scheelt misschien een loopje naar het politiebureau”, dacht ik blij, dus riep enthousiast: “Ja, waar is hier een hotel?” “Kom maar met mij mee”, zegt hij, pakt een sleutel en we gaan door een soort garagedeur. We komen op een binnenplaats terecht en daar staat een gebouw met allemaal kamers waar je kunt slapen. Ik weet niet eens wat het kost, maar ieder heeft een apart kamertje met douche en alles ziet er keurig netjes uit, dus ik heb dit keer binnen de kortste keren een slaapplaats. Boven me hoor ik een hoop gestommel, ik heb het vermoeden dat het Duitse echtpaar daar zit en ik hoorde ook Frans spreken, maar weet natuurlijk (nog) niet of dat pelgrims zijn of vakantiegangers. Ik heb gewassen en gedoucht en ben even een minuutje op bed gaan liggen, maar toen was het opeens een uur later. De plaats heb ik nog niet gezien, maar ik ga zo mijn welverdiende colaatje drinken en er zijn ook restaurants, heb ik vernomen, dus ik zit gebeiteld.

Deze route heeft voor mij drie hoogtepunten: de molens van Don Quichot, Toledo en de stieren van Guisando. De molens heb ik gezien, Toledo heb ik bewonderd en morgen kom ik langs de stieren van Guisando. Dan heb ik alledrie mijn hoogtepunten gehad. Geer zei al dat ik dan wel naar huis kan komen, als ik toch alle hoogtepunten heb gehad. Ja, dat zou ze wel willen, maar ik doe het mooi niet! Ik hoop van harte dat ik in staat ben door te lopen tot Santiago.

Jacobus helpt

Het was een zware dag vandaag, maar Jacobus heeft me geholpen.
Het was zwaar omdat het warm was, de weg eindeloos lang, ik heuveltje op en heuveltje af moest en er overal zand en stof was. Wat de natuur betreft was de route wel mooi, maar na de middag begon ik waarachtig een beetje medelijden met mezelf te krijgen. Ik dacht: “Waarom doe ik dit eigenlijk? Ik heb geen zin meer.” Toen heb ik mezelf streng toegesproken: “Je wou het toch zelf? Doe niet zo kinderachtig en blijf niet op je luie kont zitten. Vooruit, opstaan”. Dus ik stond op en, terwijl ik de hele weg geen auto heb gezien, dook er ineens uit het niets een grote fourwheel drive jeep op met een jong stel erin. Ze stopten en vroegen of ik naar Escalona moest. Toen ik ja zei, zeiden ze: “Stap in, we brengen je de laatste kilometers”. Ik voelde Jacobus goedkeurend knikken, dus ik ben ingestapt en heb me de laatste kilometers laten rijden. Heerlijk was dat. Ik werd op het plein in het centrum afgezet en vroeg me net af waar ik heen moest naar de albergue, toen er een man op een scooter stopte en vroeg: “Wilt u naar soms naar de albergue? Ik breng u wel even.” En weer voelde ik Jacobus goedkeurend knikken, dus ik kwam als eerste in de albergue aan, waar twee vriendelijke dames al op me stonden te wachten. De albergue is klein, twee stapelbedden en een matras, maar keurig netjes. Ik heb lekker gedoucht, mijn wasje gedaan en een sigaartje gerookt.

Vervolgens kwam het Duitse echtpaar aan en Guy, de Waalse Belg. En nu zit ik tussen twee culturen in: een Duitse en een Belgische. En die twee mogen elkaar totaal niet. Bij de Duitsers is alles tot in de puntjes geregeld en moet alles in ‘ordnung’ zijn. Toen Guy aankwam, zeiden ze: “Je bent zeker weer met de bus gegaan?”. Ja, dat past natuurlijk niet in hun ogen. Maar dat moet hij natuurlijk helemaal zelf weten, het is tenslotte zijn camino. Dat viel dus niet in goede aarde. Ik vind het wel vermakelijk, want mij maakt het niet uit, ik praat gewoon met iedereen.

Ik heb al mijn sokken gewassen, dus ik moet nu wachten tot er een paar droog zijn en dan ga ik het stadje bekijken en eten. Het is een klein stadje, maar wel erg leuk.
Morgen moet ik gaan klimmen, ik ga dan van 450 meter naar 820 meter. Dus het echte werk komt eraan!

Geen hond te zien?

Klaprozen web

Zo, lekker weer aan de wandel vandaag. Het was een prachtige route. Er waren onafzienbare velden met bloeiende klaprozen en in de berm van het pad mooie gele en blauwe bloemen. Alles zat eigenlijk mee: de omgeving, de natuur, de zon en de temperatuur.
Ik heb al verschillende keren gezegd dat er onderweg geen hond te zien is, maar vandaag heb ik een hond gezien en wat voor een. Op een kilometer afstand zag ik hem al staan, hevig blaffend en echt een enorm grote hond. “Wat nu?”, dacht ik en vervolgens: “Ik laat me niet door zo’n hond op mijn kop zitten”. Dus ik heb mijn stok stevig vastgepakt, je weet tenslotte maar nooit, en stapte moedig voorwaarts. Van de andere kant kwamen twee fietsers. Die zagen de hond ook en stapten af. Ze zochten aan de kant van de weg naar stenen om ermee te kunnen gooien, maar ik dacht: “Doorlopen en niet naar hem kijken”. Dus ik liep weer moedig voorwaarts. Toen ik vlakbij was, nam de hond een run door het hek aan de kant van de weg en ging vervolgens achter het hek weer heel hard blaffen. Dat was wel komisch, want er was dus eigenlijk niets aan de hand.
Er zijn hier enorme grote boerderijen, het lijken wel hele dorpen. Ik heb het idee dat de dorpen misschien zo wel ontstaan zijn: personeel dat in de buurt van de boerderij ging wonen en daar is gebleven. Jullie zien, ik verzin ze waar je bij staat. Maar het kan toch?
Ik had gelezen dat ik in Rielves bij de een of andere pater kon slapen, maar toen ik er was, dacht ik: “Een pater? Nou, ik geloof dat ik maar doorloop naar Torijos, dan kan ik bij de nonnen slapen, dat lijkt me beter”. Ik heb daar dus een boccadillo gegeten en tot mijn verbazing kwam er ineens een Waalse Belg binnenlopen met een grote rugzak. Ik vroeg verbaasd waar hij vandaan kwam, want ik had hem nergens gezien. Hij was over de gewone weg gaan lopen, want hij had geen zin om de camino te lopen. Ook prima natuurlijk, al scheelt het misschien maar 2 km.
Na mijn boccadillo ben ik weer verder gestapt. Aan het einde van het dorp zat een man op een stoel voor de deur. Die zag mij en is wel 3 km met me meegelopen. Hij liep de hele weg te babbelen. Ik verstond er echt geen woord van, maar daar gaf hij niet om, hij kwebbelde lustig verder. Leuk zijn zulke dingen toch.
Sint Jacobus dacht kennelijk: “Als je niet naar de pater wilt, dan ook niet naar de nonnen”, want toen ik in Torijos aankwam bij de nonnen was alles dicht. Er zat een briefje op de deur dat je je ergens kon vervoegen, maar ik had geen idee waar. Dus werd het het gemeentehuis. Vanwege de bezuinigingen was het gemeentehuis alleen ‘s morgens open, dus toog ik maar weer naar het politiebureau. Daar werd ik hartelijk ontvangen en ik kon de sleutel meekrijgen van het sportcentrum en daar slapen. Nou ja, krijgen? Dat ging zomaar niet natuurlijk. Er werd een kopie van mijn paspoort gemaakt, ik moest een berg formulieren invullen, ging vervolgens op de foto en toen kreeg ik dan toch de sleutel met de mededeling dat ik de instructies van de beheerder moest volgen.
Wat me dan steeds weer opvalt is dat Spanjaarden zo vriendelijk zijn en je niet willen teleurstellen. Ik vroeg namelijk hoe ver het was naar het sportcentrum en zij zagen dat ik niet meer zo’n zin had om nog een eind te lopen. Het was dus volgens de agent maar 400 meter en ik zou er maar vijf minuten over lopen. Nou ja, 400 meter, het kon ook 600 zijn, daar wilde hij vanaf wezen en aan het einde van het gesprek was het nog 800 meter en misschien wel tien minuten lopen, maar verder niet, hoor.
De afstand was dus minstens 1800 meter en ik liep er vijfentwintig minuten over. Heerlijk land.
Goed, na de instructies van de beheerder, die eruit bestonden dat hij wees waar de douche was en zo, kon ik dus uit gaan pakken. Er staan twee bedden en er is een matras. Ik nam uiteraard een bed en was me net aan het installeren, toen er nog een Duits echtpaar kwam. Dus moest alles weer even gereorganiseerd worden. Wat nou, geen hond te zien? Het schijnt dat het nog nooit voorgekomen is, dat er drie mensen tegelijk waren. Het was leuk te merken hoe verschillend je tegen zaken aan kunt kijken, want de Duitsers hadden natuurlijk ook te horen gekregen dat het hoogstens 800 meter was en die waren woest en beledigd. Belachelijk, wie zegt nou zoiets? Je zegt het goed of je zegt het niet! Ik herinner me van een vorige tocht Manfred, ook een Duitser, die woest was, omdat er in zijn gidsje stond dat de weg makkelijk was en die was dat niet.
Het Duitse echtpaar had de Waalse Belg ook een paar keer gezien en noemden hem de ‘buspelgrim’, omdat hij vaak de bus schijnt te nemen. Ja, ieder heeft zijn eigen camino!
Net kwam de politie nog even kijken of het allemaal wel goed ging. Aardig is dat toch. Hier aan de overkant van de straat is een supermarkt en er schijnt ook een restaurant bij te zijn, dus alles is puik. Ik heb straks te eten en slaap vannacht warm en droog. Nu maar hopen dat ik niet te hard snurk vannacht!

Een vrije dag

Vanmorgen heb ik uitgeslapen en daarna uitgebreid ontbeten. Je hebt een vrije dag of niet tenslotte. Vervolgens ben ik mijn rugzak weg gaan brengen naar mijn andere hotel aan de overkant van de straat en 50 meter verderop. Ja, toen was het alweer tijd voor de koffie.
Na de koffie ben ik in het treintje gestapt en heb me als een echte toerist rond laten rijden, zodat ik eerst even kon bekijken wat ik zien wou. Nou, ik was daar niet de enige toerist, het wemelde ervan. Volgens mij heb ik geen enkele inwoner gezien, alleen toeristen. Grote groepen Chinezen, die achter hun gids met vlaggetje aanlopen en echt niet voor je opzij gaan.

synagoge-Toledo-web

Ik wilde per se de synagoge zien en dat is ook gelukt. Die was heel erg interessant. Het is nu geen synagoge meer, maar museum. De synagoge is gebouwd door de moslims. Wel meteen als synagoge, maar je ziet heel duidelijk Moorse elementen: de vorm van de ramen en de bovenkant van de zuilen. Vervolgens wilden de Katholieken niet achterblijven en die hebben er een groot kruis in gezet. De toegangskaartjes koop je nu bij een non.
Ik heb lekker geluncht in een goed restaurant, waar alles op stierenvechten sloeg, dus de baas zal wel toreador geweest zijn. Ik was vroeg en kreeg een tafel voor drie personen voor mij alleen. Na een half uurtje of zo zat het restaurant barstensvol. Het aardige is dan dat ze me gewoon rustig in mijn eentje aan die tafel lieten zitten en ook niet mij sneller gingen bedienen. Ze zullen waarschijnlijk nooit rijk worden, maar ontzettend aardig zijn ze wel.
De kathedraal was enorm imposant en ik kreeg bij binnenkomst stapels papier aan informatie, dus ik had mijn handen vol. Karel V is hier overal prominent in beeld natuurlijk. Er zijn veel versieringen in de kathedraal. Deze is gebouwd op de fundamenten van een moskee en de moskee was weer gebouwd op de fundamenten van een kerk van de Visigoten. Er slapen in Toledo dus veel geloven op één kussen en ik zag er nog geen duivel tussen.
Al met al heb ik volgens mij meer gelopen dan op een dag van de camino. Je loopt in deze stad constant omhoog en omlaag of trap op en trap af. Jammer genoeg is het geen weer om buiten te zitten, want het regent af en toe hard en het is maar 16 graden.
Mijn hotelkamer is riant: erg groot met een grote badkamer met ligbad en aparte douche. Ik lig nu languit op een kingsize bed tv te kijken. Ik heb stukjes van het kroningsfeest gezien en men is in Spanje tevreden over het feest. Goed gedaan!
Tot nu toe heb ik geen blaren gehad. Ik heb alleen twee kleine open plekjes, maar die plak ik iedere ochtend af en dan heb ik er geen last van. Dat komt waarschijnlijk, omdat ik mijn (te) korte veters heel strak moet aantrekken om ze dicht te krijgen. Gery riep al dat ik de raad van Jan op moet volgen en twee veters aan elkaar moet knopen, maar het is 1 mei, dus vandaag zijn alle winkels dicht. En morgen ben ik weer op weg…….. naar mijn lange veters in Avila. Nog een dag of vijf, dan ben ik daar.

Toledo

Je moet er vroeg je bed voor uit, om vijf uur en je moet vroeg gaan lopen, om zes uur, en gewoon doorlopen tot ’s middags vijf uur, maar dan kom je ook ergens, namelijk in Toledo. Overal in Spanje schijnt het te regenen, maar bij mij was het dit keer droog met een zonnetje. Vanmiddag kon zelfs mijn jas uit, dus we krabbelen weer omhoog wat het weer betreft.
Het was een flinke wandeling en tussen de middag heb ik alleen maar vier nuggets gegeten, maar de beloning was zoet. Als je zo aan komt lopen en je komt dan de brug over en belandt ineens in een hele oude stad, dan maakt dat telkens weer een enorme indruk op me. Rondom de stad slingert de Taag, het is echt heel mooi.

Toledo web

Toledo is echt een schitterende stad, verpletterend gewoon, met veel Moorse invloeden. Onder Karel V was het de hoofdstad en Karel was erg trots op zijn mooie stad en terecht. Er zijn heel veel kerken en paleizen en heel veel kleine steegjes en het is er ook heel duur. Hier eet je niet voor een tientje en het hotel is ook niet voor niets. Maar ik mag blij zijn dat ik een hotel heb, want ik ben er zeven af geweest en die waren allemaal vol. Want…… ook hier is het feest. Het is morgen 1 mei en bovendien is het de dag van de beschermheilige van de stad. Uiteindelijk heb ik een hotel gevonden waar ik alleen vannacht een kamer kan krijgen. Ik zei al tegen de man: “Ik kom net uit Mora waar het feest is, nu kom ik hier en is het feest, wanneer werken jullie eigenlijk?” Daar moest hij hartelijk om lachen. Enfin, ik ben meteen op zoek gegaan naar een hotel voor morgenavond, want ik wil morgen hier blijven. Die heb ik gevonden, maar een kamer kost me daar € 70. Ik heb nog uitgelegd aan de receptioniste dat ik normaal gesproken slaap voor € 5 per nacht en dat vond ze heel leuk. Ze keek eens in het boek en zei dat ze ook nog een kamer voor me had van € 90 per nacht, hoor! Daar houd ik van, van zulke antwoorden en Gery zegt dat ik niet moet zeuren, maar ervan genieten. Dus dat doe ik dan maar op hoog bevel. Het is natuurlijk ook een echte toeristenstad, dus wel logisch dat alles duurder is. Het voordeel is wel, dat bijna iedereen Engels spreekt.
Karel V was trots op zijn stad, ik ben wel een beetje trots op de 42 km die ik vandaag gelopen heb. Ik voel uiteraard nu mijn voeten wel, maar het is goed gegaan en morgen heb ik een vrije dag. Eerst uitslapen, dan mijn rugzak naar het andere hotel brengen en verder de stad bekijken. Ik heb er zin in.
Ja, de kroning heb ik helaas gemist, maar koning Willem Alexander kan het ook wel zonder mij. Hier was het net kort op televisie, ik hoor Beatrix ineens vloeiend Spaans praten, ik zie de balkonscène, veel oranje op de Dam. Verder zijn er interviews met Argentijnse gasten, want die verstaan ze hier tenminste. Ik hoop dat jullie van het feest genoten hebben!

Olijvenfeest

Om zes uur was ik vandaag uit de veren en om zeven uur kreeg ik van de nachtportier een prima ontbijt met net zoveel boter als ik hebben wilde en niet van die schlemielige kleine stukjes. Bij het ontbijt bleek dat er nog twee gasten in het hotel waren, een Marokkaans echtpaar, dat op weg was naar Marokko. Toen hebben wij samen even de problemen met Marokkaanse jongeren besproken. Ze zagen er vrij traditioneel uit, maar waren resoluut in hun uitspraken. Geen gepraat over een andere cultuur en zo, maar gewoon ferm: “Ze zijn gewoon slecht opgevoed door hun ouders, die denken dat ze nog in Marokko zijn, maar zo is het niet, ze moeten zich aanpassen”.

Na dat lekkere ontbijt en dat goede gesprek ging ik weer gesterkt op pad. Vanmorgen was het weer redelijk stabiel. Af en toe was er wel veel bewolking, maar ik heb ook de zon gezien en het was een graad of tien, dus minder koud dan gisteren. Het enige probleem was de toestand van het pad. Die was abominabel, een en al modder, dus het was weer glibberen en glijden. Mijn zolen beginnen al aardig te slijten, dus het profiel wordt minder. Bovendien heb ik door de constructie die de orthopedisch schoenmaker in mijn schoen heeft gemaakt om mijn enkel te ontlasten, geen hak meer aan de buitenkant van mijn schoen en zodoende minder grip. Nou, schoenen? Ze zien er niet meer uit, onder de modder en heel vies. Dat staat wel stoer pelgrimachtig misschien, maar fraai is het niet.

Tussen de middag heb ik een boccadillo, een Spaanse sandwich, gegeten en de rest van de tocht was het regen – droog – regen – droog – regen. Met andere woorden: poncho aan – poncho uit – poncho aan – poncho uit – poncho aan. Toen was ik dat uit- en aangedoe zat en dacht: “Dan maar nat!” Van schrik werd het toen droog. Dat had ik eerder moeten weten.
Vandaag ben ik voor het eerst tijdens deze route een bergrugje overgestoken. Tot nu toe was de stijging niet meer dan een meter, maar nu begint het erop te lijken. Aan de andere kant van de berg kwam ik op een grote vlakte vol met fruitbomen en in de verte uitzicht op bergen met sneeuw erop. Een prachtig gezicht.

olijven-web Elke camino is anders en elke camino leer ik er weer iets bij.
In mijn gidsje stond dat in Mora op de laatste zaterdag in april het olijvenfeest gevierd wordt. Dat vond ik best, want tenslotte was dat afgelopen zaterdag en het is nu maandag. Even voor Mora zag ik een hotel, maar aangezien in de gids stond dat er in het centrum ook een hotel is, ben ik doorgelopen, want in het centrum is natuurlijk leuker. Het was ijzingwekkend stil op straat, er was echt helemaal niemand te zien. Tot ik in het centrum kwam. Daar waren ze allemaal, compleet met muziek, kermistenten, lawaai en heel veel mensen. In de cafetaria van het hotel kon je over de hoofden lopen en op mijn vraag om een kamer volgde een zeer bondig antwoord: “Nee, we zijn dicht, want het is feest!” Ik waagde nog een poging door te zeggen dat ik verder niets hoefde, alleen een kamer, maar het bleef nee. De zoon zag mijn schelp, vroeg of ik pelgrim was en zei vervolgens dat hij vorig jaar ook zo’n tocht gemaakt had. Enthousiast wilde hij daarover uit gaan weiden, maar kreeg van moe op zijn donder: er moest gewerkt worden. Bedremmeld droop ik af.
Geen nood, volgens mijn gidsje is er ook een albergue. Het politiebureau was vanwege de feestelijkheden ook dicht, maar ik zag een agent op straat. Volgens hem was er geen albergue meer. Uiteindelijk ben ik teruggelopen naar het hotel dat ik het eerst gezien had, buiten het dorp dus. Dat was ook dicht, maar als ik verder niet zeurde kon ik wel een kamer krijgen. Dus ik heb in ieder geval onderdak.
Ja, zeg nou zelf, hoe kon ik nou weten dat ze met olijvenfeest op ‘de laatste zaterdag van april’ bedoelen ‘van vrijdag tot en met dinsdag en woensdag is het 1 mei, dus dan doen we ook niks’?

Een barre tocht

Gisteravond ben ik het Nederlandse echtpaar uit Brabant tegen gekomen, die zijn dus ook nog onderweg.

Het was een barre tocht vandaag.
Toen ik vanmorgen wegging regende het, dus de poncho moest aan. Toen ik eenmaal buiten stond bleek het ook erg koud te zijn. De eerste kilometers ging het nog wel, omdat ik de wind half achter me had, maar toen ik eenmaal goed en wel het dorp uit was, kreeg ik de volle laag in de vorm van een ijzige wind half van voren. En regenen, regenen…. Iedere keer als ik een heuvel opgeklommen was, veranderde de regen zelfs in natte sneeuw en de temperatuur was niet meer dan 1 of 2 graden boven nul. Ik had bijna alle kleren over elkaar aan die ik bij me heb en nog had ik het ijskoud.
Op mijn hoofd had ik de capuchon van mijn jack en daar overheen de capuchon van de poncho en nog zagen mijn oren blauw van de kou.

De paden van de route waren door de regen erg modderig, zodat ik liep te glijden en te glibberen. Op een gegeven moment kwam ik op een asfaltweg en daar ben ik verder maar gebleven, want het was geen doen met al die modder. En met dit weer is er toch geen kip op de weg, dus van de auto’s had ik geen last. En weet je wat erg was? Tot twee keer toe passeerde me de bus en kreeg ik dus visioenen van een zitplaats, droog en warm, in de bus. Maar hij stopte natuurlijk niet. Het was vandaag dus ontberingen lijden voor deze pelgrim.

Toen ik na 18 km over het viaduct liep in Tembleque, zag ik maar één ding: een bord van een hotel, dus ik heb niet verder gekeken en ben bijna het hotel ingerend.
Het is best een beetje chic hotel en ik zag er niet uit natuurlijk: tot mijn hemd aan toe nat, schoenen vol met modder en blauw van de kou. De portier bij de deur had zo’n medelijden met me, dat hij zijn arm om me heen sloeg en me begeleidde naar de receptie. Ik moest me inschrijven en mijn paspoort laten zien, maar bij de receptie werd moederlijk gezegd: “Ga eerst maar gauw naar uw warme kamer, dat paspoort komt straks wel”. Echt, ik kom overal aardige mensen tegen.

Op mijn kamer heb ik mijn vieze natte spullen uitgehangen en vervolgens heb ik wel een uur in een heerlijk warm bad gelegen en zelfs daarin had ik het in het begin nog koud. Het hotel is niet het goedkoopste, maar ik vond dat dit wel eens mocht na deze barre tocht.

Na het eten heb ik een kleine siësta gehouden en nu ga ik straks naar het dorp, want het schijnt de mooiste marktplaats van Spanje te zijn. Op de heuvel hier staan ook weer twee mooie witte molens, niet van Don Quichot, want die is hier niet geweest. In de hal van het hotel ligt wel een heel dikke uitgave van het boek van Cervantes en dat ligt opengeslagen op de bladzijde, waar Tembleque wordt genoemd.

Volgens de weerkaart wachten mij nog twee regendagen, maar iets minder koud en daarna wordt het beter. Dus alla, dan nog maar twee dagen afzien. Gery vroeg of ik niet gedacht heb vandaag: “Ik wou dat ik thuis was”, maar die gedachte is echt geen moment bij me opgekomen. Ik vind het nog steeds geweldig dat ik dit kan en mag doen.

Woord gehouden

Goed, het was dan wel niet op 1 km afstand, maar ik heb wel woord gehouden.
Gisteravond konden we pas om elf uur naar bed, want er was namelijk een basketbalwedstrijd in ons sportcentrum en om nou in je onderbroek tussen de spelers door te gaan lopen is ook zo wat. Dus waren wij toeschouwers. We hadden trouwens toch niet kunnen slapen van de herrie, want er was een jongen die bij elk spannend moment keihard op een trommel begon te slaan. Het was eigenlijk best gezellig, alleen verloor helaas de thuisclub.
Vanmorgen om half zeven vertrokken mijn Franse vrienden en ik ben om een uur of acht weggegaan. Toen ik uit de bar kwam, waar ik ontbeten had, begon het te regenen en het is pas droog geworden vlak voor mijn bestemming. En koud dat het was, bar gewoon. Het is de hele dag niet meer dan 10 graden geweest.
Nou heb ik niet zo heel lang deze ontberingen geleden, want na 11 km moest ik in Villacanas via een brug de spoorbaan over en aan het einde van de brug zag ik een bord met ‘Hostal’, dus ik dacht meteen: “Bingo”. En zo zit ik dus vanaf twaalf uur vanmiddag in een keurig hotel met een ruime kamer voor mij alleen en een grote warme douche, waar ik heel lang onder heb gestaan. Ik heb me ook weer eens geschoren, want dat was ook zowat een week geleden. Dus ik ben weer een gewoon mens. Inmiddels zijn er al drie dames langs geweest (nee, zo’n hotel is het niet!) die iets aan de televisie kwamen doen, want die deed het niet. Ik snap er niets van, maar ik heb nu twee afstandsbedieningen, één voor de kanalen en de ander om uit en aan te zetten, geloof ik. Ik snap er geen bal van, maar hij doet het. Nou maar hopen dat ik hem vanavond weer aan kan krijgen als ik weg geweest ben.

Villacanas-web In Villacanas zijn allemaal ondergrondse woningen, geen rotswoningen of zo, maar echt in de grond uitgegraven. Tot in de jaren zestig woonden in deze ondergrondse huizen wel zeventienhonderd mensen. Ik heb ze niet van binnen bekeken, maar het lijkt me niet erg comfortabel.
In het centrum heb ik een nieuwe toilettas gekocht bij een chinees, omdat mijn toilettas stuk is en er dus steeds alles uitrolt. Chinezen verkopen hier echt alles, ik heb nu een ‘made in china’ toilettas voor € 2,80.
Ja, en dan moet je ook nog eten natuurlijk. Op de hoek van een straat zag ik een pijl naar een restaurant, dus die heb ik maar gevolgd. Ik heb daar zo verschrikkelijk lekker gegeten, het was een Michelinster waardig. Verrukkelijke worst en ham vooraf, een grote dikke biefstuk met gefrituurde champignons en echte frietjes, een chocoladetaart toe en dat alles begeleid door de allerbeste lokale wijn. Normaal zit de wijn in het menu, maar omdat ik andere wijn gekozen heb, moest ik (uiteraard) bijbetalen en wel een hele euro. Niet te geloven toch.
Het meisje dat me bediende, had al snel door dat ik geen Spanjaard was natuurlijk, ze wandelde naar achteren en even later kwam er een mevrouw die perfect Engels sprak. En na dat heerlijke eten kreeg ik van haar ook nog een boekje met alle woorden, die betrekking hebben op eten, in zeven talen: Spaans, Engels, Nederlands, Frans, Duits, Portugees en Japans. Allemaal keurig verdeeld in hoofdstukken: voorgerechten, vlees, groenten, desserts, enz. Er zijn toch veel aardige mensen op de wereld.

Gebroken veter

Vanmorgen trok ik mijn schoenen aan en toen brak mijn veter. Dus ik zoeken naar mijn reserveveters……tevergeefs. Zeker vergeten. “Nou ja”, denken jullie nu misschien: “Een veter. Dan koop je toch gewoon nieuwe?” Dat is natuurlijk ook zo, maar de veters van mijn schoenen zijn 1,80 meter lang en die kun je lang niet overal krijgen.
In de eerste plaats die ik tegenkwam, Quintanar en nog wat, op zoek naar nieuwe veters dus. Maar waar vind je zo gauw een winkel waar ze veters verkopen? Dus ik vroeg het aan een meneer en die maakte korte metten, zette me in zijn auto, reed me naar een Chinees, van wie hij dacht dat die veters verkocht en zette me daar af. Helaas had de chinees ze niet, dus ik ben teruggelopen naar het centrum. Daar zag ik een schoenenzaak en dacht: “Ze hebben ze misschien niet zelf, maar weten vast wel waar ik ze kan kopen”. Dus ik de winkel binnen. Er werd minachtend naar mijn uitmonstering gekeken, ik was duidelijk te min en werd zo snel mogelijk de winkel weer uitgewerkt, de straat op. Daar liep gelukkig net een aardige postbode voorbij en als zoon van een postbode weet ik dat die altijd behulpzaam zijn. Dat klopte, want de goede man liep helemaal met me mee tot aan een sportwinkel. En daar waren weer aardige meisjes die in alle hoeken en gaten naar lange veters zochten. Uiteindelijk vonden ze veters van 1,20 meter, de langste die ze hadden. Ze maakten zich wel zorgen, omdat ze niet bij mijn schoenen passen, maar als ik ze strak inrijg, kan ik er net een knoopje in leggen, dus zo moet het maar. Gewoon hopen dat ze het houden. Zo zie je maar, er zijn heus wel problemen, hoor, als pelgrim zijnde.

Ik hoefde vandaag maar 11 km……….dacht ik. Dus ik heb kalmpjes gewandeld en was er tegen twaalven. Volgens de gids was er een hostal. Die was er ook, maar wel gesloten. Dus op naar het gemeentehuis en daar hebben ze weer erg hun best gedaan en uiteindelijk vonden ze een pastoor, waar ik wellicht terecht zou kunnen, maar dan moest ik tot zes uur wachten. Nou, dat vond ik te gek worden, dus ben ik maar weer doorgelopen. Na een tijdje haalde ik de Fransen in, die hadden weer uitgebreid gegeten, dus toen zijn we maar met zijn drieën verder gelopen tot La Villa de Don Fabrique. Het was dus weer een dag van 30 km. Ik heb nu ruim 380 km afgelegd van de 1200, dus ben al bijna op een derde. Wat gaat het snel.

We konden in het sportcentrum terecht en we moesten er maar vast heen gaan, de beheerder zou er binnen een uur zijn. Allereerst hebben we toen een cola gedronken en zijn toen naar het sportcentrum gegaan, waar de beheerder natuurlijk nog niet was.
Een lerares die daar lesgaf, haalde ons binnen en wees ons een plek, zodat we konden douchen en onze spullen kwijt konden. Toen kwam de beheerder. Het was natuurlijk helemaal fout, we lagen op een verkeerde plek, want vanavond zouden er mensen komen die de ruimte nodig hadden. Dus de hele boel moest weer opgepakt worden en we moesten verkassen. Nu liggen we in de gymzaal, dus ruimte genoeg en er zijn kleedruimtes, dus we kunnen weer slapen. Ik heb gezegd tegen mijn Franse vrienden: “Morgen stop ik bij het eerste goede hotel dat we tegenkomen, al is het een kilometer na vertrek en dan ga ik daar in. Als ik dan in mijn warme bad, groot genoeg voor twee personen, lig zal ik aan jullie denken als jullie weer in een sportcentrum liggen”.
Ik ben benieuwd of dat gaat lukken!

PS van het thuisfront:
Peter, hartelijk dank voor de link naar pelgrim Helmut, zo krijg ik hier thuis ook een goed beeld van deze camino. Gery

Alles is hier Don Quichot

don-quichot-web Gisteren in het hotel heb ik een Nederlands echtpaar ontmoet, dat ook op weg is naar Santiago. De Fransen waren er natuurlijk ook weer, dus het wordt een hele drukte. Gery vindt dat gezelliger voor mij, maar ik heb er totaal geen moeite mee om alleen te lopen. Ik vind het prima.
Ik ben door een groot dal gelopen met een doorsnede van een kilometer of tien, maar je kon het hele dal overzien en rondom waren de heuvels. Het was een hele mooie weg daar doorheen. Onderweg heb ik verder geen medepelgrims gezien, wel weer twee schaapskuddes.
En….. ik heb de molens van Don Quichot gezien.

molens-web

Ze zagen er toch weer anders uit dan ik me had voorgesteld. De wieken draaien niet, de meeste nooit. Er schijnt één molen te zijn die eenmaal per maand op zaterdag draait, die heet dan ook ‘La Gigante’. Ik heb dus niet met eigen ogen kunnen waarnemen welke kant de wieken opdraaien en vragen in het Spaans wordt ook wel ingewikkeld, dus het zal eeuwig de vraag blijven of ze nu net als in Nederland draaien of precies andersom. Misschien moet ik dus nog wel een keer terug…..
In Mota del Cuervo was ter overnachting een casa rural, die erg duur was en als tegenwicht een tehuis voor daklozen. Daar had ik niet veel zin in, dus ben ik maar doorgelopen en ruim 35 km later ben ik gearriveerd in El Toboso. Nu zit ik in een soort albergue, maar in plaats van een slaapzaal hebben we allemaal aparte kamertjes.
Ik maak het kort, want ik moet nog even naar het museum van Dulcinea. Alles, werkelijk alles draait hier om het verhaal van Don Quichot. Leuk is dat. Dus maar weer….. tot morgen!

Twee keer verdwaald

Ik heb betere dagen gekend.
De dag begon goed: een heerlijk ontbijt in het hotel, 23 graden, een zonnetje, allemaal geweldig.

Ik stapte vrolijk voort en kwam een boer tegen. Net Sancho Panza, maar dan niet op een ezel, maar op een trekker. Die begreep niet hoe een mens zo idioot kon zijn om zo’n verschrikkelijk eind te gaan lopen en dan ook nog met zo’n zware zak op zijn rug. Het was allemaal ‘nada’. Vervolgens deelde hij mede dat ik de verkeerde kant op liep. Hij had ook al tegen twee Fransen gezegd dat ze verkeerd liepen, maar die waren gewoon doorgelopen. Hij bood aan me op zijn trekker terug naar het dorp te brengen, maar ik keek in mijn gids en dacht: “Ik loop goed”. Ja, toen kon hij er ook niets aan doen en hoofdschuddend over zoveel domheid reed hij verder.

En ik stapte monter voort tot ik weer iemand tegenkwam die me toevoegde dat ik de verkeerde kant opging. Maar ik, eigenwijs, dacht: “Dat kan niet” en stapte vrolijk voort. Het is hier wel ontzettend eenzaam. Ik liep langs de ruïne van een kasteel en een dorp dat verlaten was op één huis na. Daar stond een paard aan een paaltje gebonden. Dat paard schrok zo van mij, toen hij mij zag, dat hij met zo’n bloedvaart wegrende, dat hij touw en paal uit de grond rukte. Dat beest ziet nooit iemand natuurlijk. Dat was toch eigenlijk een duidelijke waarschuwing…
Maar pas toen de derde man die ik zag, zei dat ik echt verkeerd liep, liet ik me overtuigen en keerde op mijn schreden terug. Dat betekende dus dat ik 6 km onnodig heb gelopen.

Maar ja, daar is wel overheen te komen en eenmaal op de goede weg teruggekeerd zag ik de gele pijlen weer en hoefde die alleen maar te volgen. Tot het moment dat ik in mijn gidsje keek en las dat ik het kasteel aan de rechterkant moest houden. Ik zag dus helemaal geen kasteel… Ik moest over een beek en dat klopte weer wel, maar ja, die beek is lang natuurlijk en het zal wel niet de goede plek geweest zijn, want daarna moest ik langs een grote eenzame eik komen. Nou, de enige die eenzaam was, was ikzelf. Ik wist echt totaal niet meer waar ik was. Ik heb de GPS erbij gehaald, maar daar werd ik ook niet veel wijzer van, want daar staan natuurlijk geen voetpaden op. Wat nu?

In de verte zag ik een kerktoren, dus ik redeneerde: “Bij een kerktoren hoort een dorp en bij een dorp hoort een weg”. Dus ik ben richting kerktoren gelopen en kwam inderdaad uit in een dorp op een weg voor auto’s. Op die weg stond ook een bord, waarop stond dat het naar Las Pedroneras, mijn eindbestemming voor vandaag, nog 12 km was!
Als ik nu slim geweest was, had ik natuurlijk in dat dorp gekeken of er een bushalte was, of anders een taxibedrijf, zodat ik me de laatste kilometers comfortabel kon laten rijden. Maar zo slim was ik niet, dus ik heb die kilometers ook nog maar gelopen. Al mat al heb ik er vandaag weer 36,45 km op zitten in plaats van de geplande vijfentwintig.
Maar deze ezelachtige Sancho Panza kwam om kwart voor vijf toch aan in Las Pedroneras.

In de refugio zijn maar twee bedden en die hebben de Fransen al in bezit, dus ik slaap weer in een chauffeurshotel. Ik heb een nette kamer en kan hier ook eten.
Dus……vandaag geen geloop meer!
Zo zien jullie, het is niet elke dag feest. Maar heb ik het nu slecht naar mijn zin? Zeker niet, morgen gaan we er weer fris tegenaan!

Meer dan 36 kilometers

Zo, aangezien mijn Franse medepelgrims al om zes uur opstonden om weg te gaan, ben ik er ook maar uit gegaan, heb me heel op mijn gemak gewassen, geschoren en mijn tas ingepakt. Toen ben ik op mijn gemak gaan ontbijten en vervolgens rustig aan op stap gegaan. Koud dat het was!! Het was maar 4 graden!! Nou kon ik natuurlijk mijn lekker warme trui aandoen, maar die zat in mijn rugzak en ik had geen zin om die er weer uit te plukken, dus gewoon maar doorlopen is dan het beste. Van schrik was ik om half twaalf al op de volgende plaats van bestemming Minaya. Er was wel een hotel, maar vlakbij de autoroute. Het dorp was nou ook niet zo bijzonder om er een middag rond te dwalen, dus ik nam een boccadillo, een Spaanse sandwich, en een kloek besluit en dacht: “Ik loop gewoon verder naar de volgende plaats”.
Het is verbazingwekkend hoe ik alweer gewend ben na anderhalve week lopen, want het ging prima. In Los Pinos veranderde het landschap weer en nu is het weer meer afwisselend met pijnbomen en zo. Tot mijn verbazing zag ik ineens mijn Franse pelgrims voor me uit lopen. Dus die hebben lang zitten eten. Ik heb ze niet ingehaald, want zij lopen harder dan ik. Ik loop in mijn eigen tempo van ongeveer 4 km per uur en wijk daar ook niet van af.

Verder heb ik onderweg niemand gezien en ik was om kwart over vier na ruim 36 km in San Clemente. Ik heb een hotelletje, waar alles wel een beetje aan het minimum zit, ook de warmte van het water, want dat is lauw. Maar in de refugio’s heb ik soms alleen koud water, dus vooruit maar.
De Fransen moeten hier ook ergens in het dorp zijn, maar ik heb ze nog niet gezien. Ik zal eens een wandelingetje gaan maken.
Vandaag valt er dus verder niet veel te vertellen.

Camion de apoyo

Gisteravond was ik voor de Fransen weer de reddende engel, want die hadden 40 km gelopen, dus waren al versleten en hadden vervolgens wel een uur door het dorp lopen dwalen op zoek naar een slaapplaats. En toen vonden ze mij en ik sprak ook nog Frans. Zo zie je maar, je helpt elkaar.
Ze gingen snel even hun spullen wegzetten en zouden na een kwartier in de cafetaria zijn om te eten. Nou, dat kwartier werd natuurlijk drie kwartier. Het eten was voortreffelijk, maar zoals het Fransen betaamt onderwerp van gesprek. Een ander belangrijk onderwerp is het volgende: zij vroegen hoe oud ik was en konden niet geloven dat ik 69 jaar ben. Ze dachten hooguit zestig! En dat ik dan liep met zo’n zware rugzak! Jullie begrijpen dat ik dit erg graag hoor!!
Jullie krijgen misschien de indruk van de website dat ik van de ene gebeurtenis in de andere rol, maar zo is het natuurlijk niet. Ik loop uren en uren zonder iemand te zien of zonder dat er ook maar iets gebeurt. Ja, ik liep vandaag ineens midden tussen een kudde van 150 schapen en dat is dan even een leuke afwisseling, maar verder is het gewoon kuieren tot ik er weer ben. Wat wel bijzonder was vandaag was dat er een bestelbusje naast me stopte, waarop een Jacobsschelp stond en de woorden ‘Camino de Apoyo’ (als ik het tenminste goed onthouden heb). Dat busje rijdt speciaal over de camino om pelgrims eventueel hulp te bieden. Dat heb ik nog op geen enkele camino meegemaakt. Ze stopten ook en vroegen hoe het ging en raadden me aan in La Roda naar de refugio in de stierenarena te gaan.

Arena-web

Dus ik ben stap-stap-stap naar La Roda gelopen, daar was ik met de middag. Bij de arena zaten de Franse vrienden al te wachten totdat er iemand zou komen. Ik zei, dat dat niet vanzelf ging, maar dat ze moesten bellen. Ja, maar zij hadden geen nummer en ik wel. Dus toen stond er binnen vijf minuten iemand voor onze neus die de deur openmaakte. We hebben met zijn drieën een kamer. Naast ons is nog een kamer met een Frans echtpaar, maar dat heeft besloten terug te gaan en ermee op te houden. De vrouw ziet het niet meer zitten en loopt ook erg ongelukkig.
De beheerder van de refugio raadde ons een restaurant aan, dat erg goed was volgens hem, dus wij op naar de maaltijd. We zijn wel drie keer het hotel voorbijgelopen, zo chic was het. Uiteindelijk toch maar naar binnen en toen bleek het menu € 11 te kosten. Het vlees en het nagerecht waren wel goed, maar vooraf kregen we een soort soep van witte bonen en daar dreven de varkensoren in. Ik vond het geen aanlokkelijk gezicht en heb ze dus maar opzij geschoven.
Nu ga ik op zoek naar een schoenmaker, want de zool van mijn linkerschoen laat los, dus die moet geplakt. Afhankelijk van de schoenmaker besluit ik dan wat ik morgen ga doen. “Lopen natuurlijk”, zullen jullie nu zeggen en dat ga ik ook doen, maar tot de eerstvolgende plaats is het 19 km en de plaats daarna is dan nog 17 km. Als ik vroeg weg kan, heb ik een beetje in mijn hoofd om die maar achter elkaar te gaan lopen. Gery zegt dat het onzin is, want op zo’n ongelooooflijk lange tijd dat ze alleen zit, maakt een dag meer of minder niet meer uit! Nou ja, als ik morgen eerst mijn schoen op moet halen, wordt het waarschijnlijk te laat. We zien wel wat de dag van morgen brengt.

Pablo, Bernardo en Angel

Allereerst trek ik mijn woorden over het luie personeel in mijn hotel in, want vanmorgen vroeg ik bij vertrek aan de nachtportierster of ik ergens ontbijt kon krijgen en toen heeft ze voor mij het café open gedaan en een heerlijk ontbijt voor me gemaakt met zelf geperst sinaasappelsap. Dus ik was weer eens te snel met mijn oordeel.

Na dat lekkere ontbijt ben ik vertrokken bij 20 graden met een zonnetje en een windje, dus wie doet je wat. Ik heb bijna de hele route langs of vlak in de nabijheid van een spoorbaan gelopen. Het was een mooie weg, maar op den duur wel een beetje saai. Onderweg kwam ik langs een hondenracebaan, waar de honden als een gek achter een kunsthaas rennen over een baan van wel een kilometer en dan rennen ze ook nog terug.
Verder kwam ik langs eindeloze bouwlanden met mais en koren. De olijf- en amandelbomen zijn nu weer verdwenen.

In mijn gids stond dat ik niet al te vast kon rekenen op een slaapplaats in La Gineta, mijn eindbestemming van vandaag. Ik kon het proberen bij het gemeentehuis of de lokale politie, maar voor alle zekerheid stonden er ook de tijden van de bus naar het volgende dorp bij.

Goed, ik kom hier om een uur of half één aan en dan begint een prachtige belevenis…..

pablo-webIk probeer het gemeentehuis te bellen, maar ja, op zondag is er natuurlijk niemand. En het hele dorp is uitgestorven, geen kip te zien. Dus ik loop en loop. Dan zie ik een meneer naar buiten komen en naar zijn auto gaan. Ik zeg gedag, maar dan ziet hij mijn schelp: “O, bent u een pelgrim? Gaat u naar Santiago?” Ik ben natuurlijk altijd in voor een praatje, dus we babbelen wat en ik maak van de gelegenheid gebruik om te vragen of er ergens een hotel of refugio is. “Nee, die is er niet”, zegt hij, “maar wacht maar even, dan bel ik de burgemeester”. Dus ik wacht netjes en ja hoor, ik mag slapen in het sportcentrum van het dorp. “Hoe kom ik daar?”, vraag ik, maar ook daar weet hij raad op, want hij roept zijn zoontje van een jaar of negen en deze Pablo moet mij maar naar het sportcentrum brengen. Pablo kijkt wat schichtig naar zo’n vreemde kerel in zo’n rare uitmonstering, maar gelukkig ziet hij een vriendje, Bernardo, en die wordt ook gecharterd. Ik probeer een praatje met ze te maken in het Engels en onbekommerd spuien ze alle woorden die ze kennen. Onderweg komen we een vriendinnetje van hen tegen, Angel, die nieuwsgierig is natuurlijk. Daar wordt uitgebreid en vol trots tegen verteld dat deze meneer een pelgrim is en helemaal uit Holland komt. En dan gaat de expeditie dus verder met drie kinderen, die echt alle woorden gebruiken in het Engels die ze kennen.
Bij aankomst in het sportcentrum is alles dicht. Wat nu? Drie kinderen grijpen drie mobieltjes en er wordt druk gebeld met vaders en moeders. Die geven de raad naar het gemeentehuis te gaan. De expeditie trekt op naar het gemeentehuis. Geen kip te zien natuurlijk, maar op een bordje staat het noodnummer van de lokale politie. Kijk, daar kan Angel iets mee, de politie wordt gebeld, wel met enige schroom, want ja, de politie…
De dienstdoende agent zegt, dat we maar naar het bureau moeten komen, dan zal hij zorgen dat hij er ook is. En zo trekt de karavaan voort naar het politiebureau. Daar zit een vriendelijke agent, die echter alleen Spaans spreekt. Ja, dat is dom, vindt Angel, en begint meteen uit te leggen dat deze meneer echt geen Spaans spreekt en dat zij wel zal tolken. In de praktijk blijkt haar kennis van het Engels danig tekort te schieten, wat natuurlijk geen wonder is, maar dan weet de agent de oplossing. De computer wordt aangezet, ik schuif gezellig naast hem, hij tikt een zin in het Spaans in, drukt op de vertaalknop en dan kan ik lezen wat er ongeveer bedoeld wordt.
Ik kom er achter dat de beheerder, die de sleutel heeft van het sportcentrum, pas later aanwezig zal zijn en of ik maar zo vriendelijk wil zijn daarop te wachten. Bernardo heeft inmiddels de plaat gepoetst, maar mijn beide trouwe metgezellen Angel en Pablo tronen me mee naar buiten. Nauwelijks staan we buiten of daar komt een auto aanrijden met de burgemeester zelf, die komt vragen of alles goed verloopt. Ja, hij heeft ook geen sleutel, maar geeft de raad om eerst maar te gaan eten, dan komt het heus wel in orde. Als ik dan na het eten naar het sportcentrum ga, komt de beheerder daar ook. Ik word met heel mijn hebben en houwen in een bestelbusje gestopt, samen met Pablo en Angel en dan gaat het op naar de cafetaria, waar de moeder van Angel werkt. Dus jullie begrijpen dat ze zich in de hoofdrol voelt. Ik heb daar lekker gegeten en om half vier ben ik weer naar het sportcentrum gewandeld, heb een sigaartje gerookt en daar verscheen de beheerder met de sleutel.
Dus ik kon naar binnen en kreeg kleedkamer 1 toegewezen. Daar kan ik slapen, er ligt een matrasje op de grond en er is geen luxe natuurlijk, maar het is geheel gratis. Ik heb mijn vriendje en vriendinnetje ieder € 2 gegeven, maar die wilden ze pas aanpakken toen oom agent zei, dat ze dat maar moesten doen. En ik was nog maar net bezig mijn spullen uit te pakken of er werd op de deur gebonkt en ze kwamen vragen of alles nu goed was. Angel vond dat matrasje maar niks, zag ik. En net kwam Angel weer met de boodschap dat ze van haar moeder moest zeggen dat ik vanavond om acht uur weer welkom ben in de cafetaria om te eten.

Is het niet geweldig? Hier ga je voor, om dit soort dingen mee te maken!
O, er komen nu waarachtig twee Franse pelgrims binnen, dus druk, druk, druk…

De eerste molen van Don Quichot

Gisteren was ik nog van plan mijn trui weg te gooien als overtollige ballast, maar vanmorgen was ik blij dat ik dat niet gedaan had, want het was koud, toen ik om zeven uur vertrok. Er stond een harde wind en het zag ernaar uit dat het zou gaan regenen, maar dat is gelukkig niet gebeurd. Vanmiddag was het iets beter, ongeveer 20 graden en nu zit ik gelukkig weer in het zonnetje.

Ik daalde de berg (nou berg?) af van Chinchilla en zag in de verte al Albacete liggen. Ik dacht nog: “Dat kan nooit 20 km zijn”, maar dat was het dus precies. Ik liep keurig mijn 4 km per uur en was om exact twaalf uur in Albacete. Onderweg heb ik zegge en schrijve één molen gezien, die zag er wel uit zoals in het boek van Don Quichot, oftewel Don Quijote, zoals ze hier zeggen, maar was volgens mij met geen mogelijkheid meer aan de gang te krijgen, want hij zag er niet uit. Dus daar hoefde ik niet tegen te vechten.

Overigens is alles hier nu wel Don Quichot en Sancho Panza, overal zie je afbeeldingen ervan en kom je de namen tegen. Maar ik zit hier tenslotte nu ook in de hoofdstad van la Manche. Het is een vrij grote stad en er is een heel mooi plein met een schitterende fontein en een protserig gebouw en dat is dus van de ING. Er staat ook met grote letters Nationale Nederlanden op, dus nu weten jullie waar de centen blijven.
Over die fontein gesproken… om twee uur zie je geen sterveling meer op straat, want iedereen is thuis of zit in een bar of restaurant en dan gaan ook de fonteinen uit. Om vier uur komt de stad weer een beetje tot leven en… dan gaan ook de fonteinen weer spuiten.

Ik was van plan om in het hostal voor pelgrims te gaan slapen, maar dat zag er vreselijk uit, dat werd me echt te gek. Aan de overkant was een tweesterrenhotel, dus daar ben ik maar heen gegaan. Het hotel is wel beter, maar het personeel heeft vast een cursus ‘Langzaam aan’ gevolgd, want ze zijn niet vooruit te branden. Ik heb zeker twintig minuten aan de receptie gestaan voor ze me konden vertellen of er nog een kamer was, en toen wisten ze vervolgens nog niet welke. Maar alla, ik ben weer onder de pannen, heb gedoucht en de was gedaan en ben daarna in de stad een hamburger met patat gaan eten. Daar werd ik overvallen door grote groepen bruiloftsgangers, die daar allemaal staande receptie hielden. Volgens mij spreken ze niets af, maar rollen gewoon ergens naar binnen na de plechtigheid. Ik heb vandaag vele bruidsparen gezien in alle soorten en maten, want het is zaterdag en dan wordt er getrouwd. Mijn indruk is toch dat het allemaal wat zuiniger gaat: simpeler jurken, minder uitbundige uitmonstering.
De trappen van de kathedraal liggen nu vol serpentines en rijst. De meeste paren die ik gezien heb kwamen met hun kroost aan de hand, dus die rijst hadden ze wel weg kunnen laten.

Ik zie nog steeds geen andere pelgrims en volgens de ober die mij vanmorgen mijn ontbijt gaf, is het ook nooit druk op deze route. Een paar dagen geleden waren er vier pelgrims langs gekomen. Ik denk dus dat het zo rustig blijft voorlopig. Ik vind het geen probleem., het kan nog druk genoeg worden straks.
Gery vertelde net dat het bij jullie nu 11 graden is. Wat zielig!!!

Chinchilla de Monte Aragon

Het was vandaag een schitterende route. De natuur was geweldig, overal vijgen- en amandelbomen nu, de sinaasappelbomen zijn verleden tijd. Het terrein loopt ook makkelijk, het is bijna vlak. Af en toe een beetje golvend, maar zo weinig dat ik niet eens mijn stok nodig heb als ik omhoog loop.

Nog steeds is deze route stil. Vanmorgen heb ik een pelgrim op de fiets ontmoet en een praatje met hem gemaakt. Die was ook blij dat hij eens iemand zag.
Ik heb er niet zo’n last van, deze route is nu eenmaal rustig en er komen hier weinig pelgrims. Als ik over een paar weken in Zamora ben wordt het weer drukker, want dan kom ik op de Via de la Plata. Maar ik heb dus vandaag eigenlijk niet zoveel te vertellen.

Wel heb ik weer ruim 30 km afgelegd, dus het zijn voor mijn doen aardig lange wandelingen, maar het gaat goed en het gaat me eigenlijk wel gemakkelijk af tot nu toe. De voetjes doen het nog en de schoenen zijn ook weer prima, dankzij Heine.
Ik schreef gisteren dat ik in zo’n keurig hotel zat. Voor de afwisseling zit ik nu hier in Chinchilla de Monte Aragon in een chauffeurscafé. Ik heb een piepklein kamertje met een wastafel, de douche en wc zijn op de gang. Maar wat erger is, ik heb hier vanmiddag gegeten en dat was niks.

Enfin, zo leert deze pelgrim weer wat nederigheid!

Met de bus? Ja, met de bus

Voordat nu iedereen begint te keffen, eerst even mijn verhaal lezen.
Toen ik vanmorgen wakker werd, kwam ik erachter dat mijn mobiel niet was opgeladen, ondanks het feit dat ik hem de hele nacht aan de oplader had gehad. Nou kan dat best, want hij is al heeeeeeel oud. Dus dat was tobben, want ik weet dat het thuisfront dan in de stress schiet en ik de onverbiddelijke woorden zal horen: “Zonder telefoon? Niet bereikbaar? Geen sprake van!! Kom maar terug!”
Dus wat is wijsheid? Ik kan nog wel een dag of twee verder, want ik heb twee batterijen, maar ik raak steeds verder het binnenland in en als ik dan geen winkel kan vinden…..
Dus ik nam een wijs besluit en dacht: “Ik ga vanmorgen eerst een nieuwe mobiel kopen en verder zie ik dan wel wat ik doe”. Aan de receptionist gevraagd of hier een winkel was van Vodafone en na een uitgebreid ontbijt bracht hij me keurig tot voor de deur. Het was vijf voor tien en het luik voor de winkel was nog half dicht, maar precies om tien uur ging het luik helemaal omhoog en stoof ik als eerste klant de winkel binnen. Ik legde het probleem uit, ze spraken een paar woorden Engels, maar begrepen het wel. Er werd ernstig naar mijn mobiel gekeken. “Hoe oud is hij?” Nu had ik gisteren gelezen dat Almansa 600 jaar oud is, dus ik zei: “Ongeveer net zo oud als de stad”. Toen was het ijs gebroken. En het aardige is dat er dan niet meteen uit het schap een nieuwe mobiel wordt gerukt, nee, eerst moest ik de oplader onderuit mijn rugzak halen. Helaas was er geen wonder gebeurd intussen en deed hij het nog steeds niet, maar achter uit de winkel werd een nieuwe oplader gehaald en ziedaar…. toch een wonder, want hij deed het! De oplader kreeg ik gratis, omdat ik pelgrim ben.
Vervolgens heb ik gevraagd of er een bus ging naar mijn volgende plaats Higueruela, want inmiddels was het te laat en te warm om nog te gaan lopen, aangezien het een heel lang stuk was vandaag van bijna 40 km. Nou, dat wisten ze niet, want ze gingen nooit met de bus, maar onmiddellijk werd er met kennissen getelefoneerd om dat te vragen. Ja, er reed een bus en razendsnel zochten ze ook even voor me op internet op hoe laat hij ging. Gewapend met werkende mobiel en getekende plattegrond naar de bushalte stapte ik de winkel weer uit.
Dus een warme douche voor Vodafone in Almansa!!
Het was nog wel even zoeken naar de bushalte en ik moest nog even vragen op het politiebureau, waar een heel dikke agent zich welwillend uit de stoel hees om me de weg te wijzen, maar ik kwam er en om half twaalf zat ik in een koele bus op weg naar Higueruela. In de bus zaten een stuk of twintig mensen en iedereen ging zich met me bemoeien. Waar ik heen moest? Gelach om de manier waarop ik de plaatsnaam uitsprak, waar haalt die man het vandaan, en vervolgens werd me bij elke halte gemeld dat ik er nog niet uit moest. Het was erg leuk, maar wat gaat zo’n bus hard, in drie kwartier was ik er.
Higueruela is net het decor voor een film: een pleintje met gemeentehuis, kerk en een hotel, ik geloof nog ergens een kruidenierswinkeltje, een paar huizen en dat is het. Maar het hotel is uitstekend. Ik heb een kamer met bad, tv en een kleine airco en inclusief het ontbijt betaal ik dan € 25. Vanmiddag heb ik ruim twee uur onder de palmbomen zitten eten voor in totaal € 9. O nee, ik heb me een uitspatting veroorloofd en koffie na genomen en die kostte een hele euro.
Verder heb ik het er vandaag van genomen en na het eten een kleine siësta gehouden, want het is hier weer iets boven 30 graden.
En wat die bus betreft…. zeg nou zelf….. als je de keus hebt tussen als een haas zorgen dat je weer bereikbaar bent of naar huis terug, wat doe je dan? Juist!

Nog steeds stil onderweg

Zo, ik heb er weer ruim 30 km opzitten. Het is een mooie route, maar er is echt niemand te zien. Vanmorgen om half acht is er een oud baasje een eindje met me meegelopen. Hij sprak een taal, waarvan hij dacht dat het Spaans was, maar ik verstond er geen woord van. Daar gaf hij niet om, hij babbelde gewoon door en vond het reuze gezellig.
Er lopen hier veel schapen en die komen af en toe nieuwsgierig kijken wat er nou weer over de weg loopt. Dat is wel komisch.
Tegen drieën was ik in Almansa, mijn halteplaats voor vandaag. Ik zag een paar meisjes van zo’n jaar of veertien, dus die heb ik gevraagd waar een hotel was. Nou, dat was een hoop gegiechel en onderling uitmaken wie antwoord moest geven, want in het Engels…best eng. De een zat in een hogere klas dan de ander, dus die moest het maar doen, maar die zei dat de ander was blijven zitten, dus net zolang Engels had gehad. Eind van het liedje was dat ze met me meeliepen naar het hotel. Onderweg kwamen we nog wat vrienden en vriendinnen tegen, die het ook wel interessant vonden, dus die sloten zich aan. En zo liep opa omringd door jonge meiden door de stad. Voor het Engels spreken hadden ze ook snel een oplossing: ze tikten het Spaans in op hun smartphone en lieten dat vertalen, vervolgens kreeg ik het ding voor mijn neus en kon ik het lezen, want dan hoefden zij het tenminste niet uit te spreken.
Gevolg is wel dat ik nu in een fraai en chic hotel zit. Een echt zakenhotel vol met mannen in mooie pakken. Dus hier zit dan een zwerver tussen de business en het bevalt hem uitstekend de zwerver te zijn en niet de man in het pak. Maar het hotel is aangenaam na de wel zeer eenvoudige refugio’s. Dat mag wel voor een keertje toch?

La Font de Figuera

Nou, het eten gisteravond was erg lekker. Dank voor jullie medeleven. Ik heb in een chauffeurscafé heerlijke asperges gegeten met een toetje en zoveel wijn en water als ik maar wilde voor in totaal € 9. Ja, zo wordt Spanje ook niet rijk natuurlijk, ik snap niet hoe ze het kunnen doen.

Vanmorgen heb ik de sleutel weer netjes bij de politie ingeleverd. Volgens mijn gidsje moest ik een bepaalde straat in, maar die kon ik nergens vinden. Geen nood, dan maar even vragen. Maar wie ik het ook vroeg, iedereen zei dat ik terug moest. En ik maar uitleggen dat dat niet de bedoeling was natuurlijk. Ik wil wel heen, maar niet terug. Toen ben ik eerst maar gaan ontbijten en koffiedrinken. Of het nou door de koffie kwam, die me goed wakker maakte, weet ik niet, maar ik kreeg ineens de lumineuze inval dat het gidsje natuurlijk de weg wees vanaf de plek waar het politiebureau toen stond. En ja, een paar regeltjes verder lezen en ik kwam weer goed terecht. Geen wonder dat iedereen mij terugwees. Ik moest toch in die en die straat zijn?

Ik heb vandaag weer braaf mijn kilometers gelopen in de warmte. Jawel, het is hier elke dag bijna 30 graden en dit keer was er onderweg niets, echt helemaal niets. Geen dorp, geen café en geen schaduw. Om nou in de bloedhete zon te gaan zitten is ook zowat, dus dan zit er niets anders op dan doorlopen. Ja, toen ik er bijna was, stonden er langs de kant van de weg drie enorme eiken met een bankje eronder, dus toen heb ik daar even heerlijk in de schaduw gezeten.
Maar het land is leeg, heel leeg. Af en toe zie je een verlaten boerderij en dat is alles. Gisteravond zag ik in het boek van de refugio dat er twee dagen geleden iemand was geweest. In het hele jaar 2012 zijn er welgeteld tachtig pelgrims in deze refugio geweest, dus de pelgrims lopen hier ook niet in file.
Ik vind het tot nu toe niet erg, de voetjes doen het prima en zo heb je tijd om eens na te denken, nietwaar?

Nu zit ik in de refugio van la Font de Figuera. Dat is een hok op het tennisveld, waar twee stapelbedden in staan. Het ligt naast een voetbalveld met kunstgras, dus dat zou vanavond nog wel eens druk kunnen worden. Maar er is wel een heerlijk warme douche en die hoef ik met niemand te delen, want ik ben weer de enige slaper. Net was ik in de bibliotheek om op internet te gaan en daar werd ik met open armen ontvangen, want ik was de eerste Nederlander. Jullie zien dus dat ik mijn land vertegenwoordig!