Categoriearchief: 2006: Camino Frances

Leon

26,29 km – 37.560 stappen / totaal 2815 km – 4.043.311 stappen

Kijk, dat valt me nu toch weer van jullie, intelligente mensen, tegen, dat jullie niet snappen dat ik met ‘verraseup’ gewoon ‘terrasje’ bedoel. Ik bedoel maar, een beetje sms-kenner kan dit toch wel vertalen?
Nu niet zeggen: “Alweer op een terras?”, want dan ga ik ook nog vertellen dat ik achter een sorbet zit, waar jullie het water van in de mond zou lopen. Ze hebben hier namelijk uitstekende sorbets, heel groot en heel lekker! Maar wees gerust, ik heb echt niet de hele dag op dit terras gezeten.
Vanmorgen ben ik vertrokken en weer liep ik op de hele lange en rechte weg met de boompjes. De moed zonk mij in de schoenen bij de gedachte dat dit de hele dag zou duren weer.

Mireille-en-Theo-web Maar gelukkig stond Mireille na een tijdje op me te wachten en gedeelde smart is halve smart. Bovendien bleek deze weg nog maar 5 km te zijn. Ineens veranderde toen het landschap. Alles werd groen en fris. Dus besloten wij in een barretje langs de weg ook maar iets fris te gaan nuttigen. Bij het glaasje heerlijke sap zaten we een beetje samen te keuvelen en vroegen we ons af hoe ver het nog naar Santiago zou zijn. Komt er ineens de stem van een oud baasje aan de bar in zuiver Nederlands: “Driehonderd kilometer.” Wil je geloven dat we het nog niet eens meteen doorhadden? Ook dit bleek iemand te zijn die in het verleden tien jaar bij de Hoogovens had gewerkt en zijn Nederlands was ook nu nog prima. Wat nou, ze willen de taal niet leren? Deze man deed dat zonder ‘inburgeringscursus’.
Met de middag waren we in Leon. Eerst weer door de ook hier niet fraaie buitenwijken, even zoeken naar een hostal, dan wassen, douchen en uitrusten. Dat was wel nodig, want we hebben heel weinig gerust en zelfs niet gegeten onderweg. Maar goed, na een poosje ben je weer uitgerust en dus wordt het dan tijd om de stad te bekijken.
Leon is echt een prachtige stad en de moeite van het bekijken waard. Ik heb eerst de San Isidore bezocht, een van de grootste Romaanse kerken van Europa en een juweel. Daarna ben ik de kathedraal binnengestapt en die was gewoon verbijsterend van pracht, Chartres zinkt er bijna bij in het niet. Er zitten zoveel ramen in de kathedraal dat het net lijkt alsof het dak op glas rust. Allemaal gebrandschilderd en veel ramen zijn nog de originele. Geweldig, in één woord!

Leon-web

En nu zit ik dus op dat terrasje en zie het recreatieve treintje voorbijrijden. Dit is echt een stad voor Gery: overzichtelijk, niet al te groot, overal uitspanningen en……. een treintje, zodat ze niet veel hoeft te lopen. Nu even een rechtstreeks verslag, want ik zie hier nu net twee Spaanse dames aankomen en het is net een bijzonder plaatje: twee echt Spaanse dames met overal fladders en flinters aan hun kleding en…. met een waaier in hun hand. Net klederdracht, een schitterend gezicht! Dus dames in Holland, de spijkerbroek uit!
Als uitsmijter nog even een filosofische gedachte: De Camino is loslaten en toelaten. Zo, denk daar maar eens over na, jullie daar in ‘de andere wereld’, zoals wij pelgrims dat onder elkaar noemen. Een hartelijke groet!!

6-8-2006: Het thuisfront

Vandaag realiseerde ik me ineens dat ik over veertien dagen samen met Marnix in het vliegtuig zit naar Santiago de Compostela om Theo daar te verwelkomen. Hoe is het mogelijk dat we nu al ruim vier maanden verder zijn? Ik zou bijna zeggen: “Ik begin net een beetje te wennen aan het alleen zijn!”
Met heel veel plezier heb ik Theo’s avonturen aangehoord en aan de reacties te zien, ben ik niet de enige. Ik kan me bijna niet voorstellen dat over niet al te lange tijd het laatste bericht op deze website zal staan. Ik vind dat ook enorm spijtig, want ik heb er zoveel plezier in gehad om het te doen. Dat had ik niet verwacht, ik had het idee dat ik er na een poosje wel de balen van zou krijgen. Niets is minder waar en hoe komt dat? Door iedereen die zo spontaan heeft gereageerd, sommigen af en toe, sommigen bijna elke dag. Het was geweldig om dit allemaal te lezen, iedere dag weer. Misschien ook, omdat jullie commentaren zo in onze stijl passen? Soms bloedserieus, soms vol humor, soms juweeltjes van schrijfkunst.
Ik heb dit weekend alle reacties vanaf het begin doorgelezen en in combinatie met Theo’s verslagen is het een soort diamant! Ik weet niet hoe ik het precies moet zeggen, maar het voelt gewoon goed. Een stukje ‘puur leven’ in een wereld die steeds harder en rauwer lijkt te worden. Ik zeg met opzet: “lijkt”, want zolang dit ook nog bestaat, blijft er hoop en vertrouwen. Ik heb ook genoten van de reacties op mijn filosofische gedachten, het is leuk om te weten hoe anderen ergens tegenaan kijken. En ik weet niet hoe het jullie vergaat, maar ik heb het gevoel dat ik iedereen, die heeft gereageerd, nu ken. Ik weet ook wel, dat ik sommigen nog nooit gezien heb en dat ik die dus op straat gewoon voorbij zou lopen, maar hier zijn het mijn vrienden en vriendinnen. Van mij en van Theo ook natuurlijk.
Hans en Janneke, wat hadden jullie weer een mooi gedicht, ik heb het meteen op de gedichtenpagina gezet. Ik ben van plan om met alles dat hier op de website in die tijd is verschenen, ook iets te doen, opdat het niet gewist wordt. Ik heb ook wel een idee, maar aangezien de een of andere pelgrim steeds op de website kijkt, wil ik daar nog niet over uitweiden, want het moet voor hem wel een verrassing worden natuurlijk.
Over die pelgrim gesproken: Hij zal na het lezen van het bovenstaande ongetwijfeld zeggen: “Ho, ho, ik ben er nog niet. Er kan nog van alles gebeuren!” en dat is zo, dus voorlopig gaan we nog even vrolijk verder. Ten tweede krijg ik nu een sms-je met het bericht dat ik moet bellen, aangezien hij nu op een ‘verraseup’ zit. Iemand enig idee wat dat is? Ik zal het wel horen!

Ondergronds

31,75 km – 45.370 stappen / totaal 2788,71 km – 4.004.751 stappen

Jawel, ik ben vier miljoen stappen verder! ‘t Is me toch wat.
Vandaag heb ik het laatste stuk gelopen met Mireille uit België. Nou, laatste stuk? Eigenlijk was de hele weg het laatste stuk, want ik zat nu op de weg met allemaal bomen langs de kant, die je bijna altijd ziet als het op TV over Santiago gaat.

Meseta-web

Ik had dat natuurlijk ook gezien, maar wist niet dat die weg inderdaad zo lang was. Je hebt er geen voorstelling van hoe eindeloos lang die weg is met voortdurend hetzelfde uitzicht. Er komt echt geen eind aan. Mireille zei dat het gelukkig was dat ik erbij was, anders zou ze aan de kant van de weg gaan zitten en niet meer opstaan. Wat ons reden gaf te constateren dat het net het leven was: je kunt niet zonder anderen. Nou begrijp ik ook ineens hoe mensen aan die filosofische gedachten komen. Dat is gewoon verveling!!
Verder hebben we er maar geintjes over gemaakt. Als er ergens een tractor in het land stond, riepen we: “Er gebeurt wat!” Of als er een piepklein kromminkje in de weg zat: “O, moet je nou eens kijken!”

Maar aan alles komt een eind, dus ook aan deze weg en nu zitten we prinsheerlijk in de refugio in Reliegos. Hoe je het uitspreekt, weten we niet, maar de helft van de huizen zijn hier ondergronds. Je ziet dan alleen een heuveltje met een schoorsteentje eruit steken. Waarom dat is, weten we nog niet, daar moeten we nog achter zien te komen. In de gids staat er niets over.
Er is weer gedoucht en gewassen en Mireille heeft heerlijke soep voor me gekookt. Belgische soep uit een Spaans pakje, dus heel bijzonder. Er zit nu iemand tegenover me heel zorgvuldig zijn blaren te behandelen, ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het laatst een blaar had. Dus alles gaat naar wens. We gaan straks wel even op de website kijken, maar op dit moment is er geen plek, want een schare Spaanse jongetjes zit stiekem naar sex sites te kijken. Dat een pelgrim dat nou net moet zien.

Uitgeslapen

15,98 km – 22.837 stappen / totaal 2756,96 km – 3.959.381 stappen

Zo, nadat ik gisteren zo mijn best heb gedaan, mocht ik van mezelf vanochtend uitslapen. Dat betekent in mijn geval dat ik om kwart voor zeven (Geer noemt dit geen uitslapen) uit bed kwam, eerst maar eens op zoek ben gegaan naar een ontbijtje en vervolgens mijn wandeling heb vervolgd over de Meseta. Het was vanmorgen trouwens erg koud. Gaandeweg werd het beter en werd het zelfs aangenaam weer. Er stond een stevige wind, die een beetje te vergelijken is met de mistral in Zuid-Frankrijk. Die wind komt meestal uit het westen, maar vandaag tot mijn geluk uit het oosten. Dat betekent dus dat ik de hele tijd voor de wind liep en dat schiet lekker op.

Zodoende was ik om twaalf uur in Sahagun, mijn slaapplek voor vannacht. En….. daar ben ik gestopt. Goed hè? Jawel, ik kan wel een oude wijze pelgrim zijn. Maar dat is eigenlijk ter voorbereiding op morgen en overmorgen, want dan wil ik drie etappes in twee dagen doen. Zondag hoop ik dan in Leon aan te komen.
Ook hier zijn alle huizen van leem, behalve twee kerkjes uit de twaalfde of dertiende eeuw. Die zijn van baksteen en dat heeft een vermogen gekost, want die stenen moesten allemaal worden aangevoerd, omdat ze die hier niet hadden. Die lemen huizen moeten trouwens ieder jaar van een nieuwe leemlaag worden voorzien, want door de regen en de zon vallen er elk jaar hele stukken uit. Dus dat is wel een heel gedoe.

Verder heb ik vandaag niet zoveel beleefd, het was gewoon een lekker rustig dagje. Gery heeft me alle commentaren op de website weer voorgelezen en dat is erg leuk. Het is iedere keer weer een feest te merken dat mensen zo enthousiast reageren en zo meeleven met mijn dagelijkse beslommeringen. Tot in Engeland toe, merk ik wel.

Mijn vlooienbeten beginnen te vervagen, dus ik begin er weer een beetje als mens uit te zien en het kan er weer mee door. Ik ben wel een stuk magerder geworden, al het vet is verdwenen. Dus dat wordt thuis nieuwe broeken kopen.

Overmoed en hoogmoed

39,76 km – 56.804 stappen / totaal 2740,98 km – 3.936.544 stappen

Overmoed en hoogmoed, dat waren vandaag mijn (pekel)zonden. Vanmorgen ben ik weer fris en monter op stap gegaan, zo fris en monter, dat ik om twaalf uur de etappe van 20 km al achter de rug had. Toen begon de overmoed, want ik dacht: “Wat doe ik hier zo vroeg? Laat ik nog maar een stukje verder lopen.”

Op-de-meseta-web De volgende etappe was 17 km en op de hele etappe was geen enkele plaats waar je kon stoppen. Sterker nog, er was helemaal niets, zelfs geen punt om water te tappen. Het was gewoon een hele lange, rechte weg met kleine boompjes, die geen schaduw gaven. In de gids staat dat, als je na wilt denken, dit het goede stuk daarvoor is, omdat het landschap verder zo saai en eentonig is. Dat is ook zo, het is een saai landschap, maar toch vond ik het erg mooi en fascinerend. Je zag geen kip, ik heb uren gelopen zonder ook maar iemand voor me of achter me te zien en ik vond het fantastisch! Onderweg kwam ik langs een schitterende kerk. Hij was van binnen ook erg mooi, maar in het portaal was Christus gebeeldhouwd in een mandorla (een soort ereboog om hem heen). Om die mandorla waren de symbolen van de vier evangelisten en daaronder vierentwintig musici met allemaal een verschillend instrument. Prachtig was dat.

Maar goed, ik was natuurlijk wel blij dat ik er uiteindelijk was. Ik zag de refugio al, maar toen stak na de overmoed de hoogmoed de kop op. Ik dacht namelijk: “Ik ga niet in een refugio, ik neem vandaag een hostal”. Dus ik ga op zoek naar dat hostal: lopen, lopen, lopen, maar ik kon het niet vinden. Op straat was niemand, alleen ik en uiteindelijk zag ik een oud baasje voor zijn huis zitten. Dus ik ernaar toe en ik vraag hem naar het hostal. Met veel armzwaaien en heel veel woorden en veel wijzen legde hij me iets uit, waarvan ik begreep dat dat de richting was die ik gaan moest. Dus ik ga opnieuw lopen, en lopen, en lopen…. Na 2 km dacht ik: “Dit is niet goed, dit kan niet goed zijn”, maar om nu weer 2 km terug te lopen is ook zo wat. Dus toen ben ik maar verder gelopen. Het was nog 7 km naar Ledigos, waar ik kon overnachten, maar aan het einde van je dag is 7 km nog heel veel, dat kan ik je verzekeren.
En als straf voor mijn hoogmoed slaap ik nu …… in een refugio van leem. Geer zou, als ze dit zag, spontaan gaan zingen: “Een huis van hout, een huis van steen, ‘t gaat alles met de wereld heen”, maar ik voel me overal thuis of het nu een groot paleis is of een arme stulp.
Gelukkig toonde Gery het benodigde medelijden met me, maar eerlijk gezegd, eigenlijk zijn dit juist leuke dingen die je meemaakt, vooral omdat je niet van tevoren weet waar je terechtkomt. En dat leem klinkt nu wel armelijk, maar hier is alles van leem, dus zo bijzonder is het nu ook weer niet. Ik heb hier wel weer eens voldoende gegeten: soep, vlees en dessert. Als de maag weer vol is, de was te drogen hangt en het zweet weer afgewassen, is alles weer goed.

Er zijn hier drie jongens uit Boxmeer op de fiets en die zijn over vijf dagen al in Santiago. Ik ga er iets langer over doen, maar ik nader de eindbestemming! Nu ga ik naar bed, want zoals jullie weten, moet een pelgrim vroeg in de morgen weer op. Welterusten.

Geen pelgrim, maar wandelaar

25,86 km – 36.945 stappen / totaal 2701,22 km – 3.879.740 stappen

Het is weer heel erg heet vandaag, maar ik heb wel lekker gelopen. De eerste 5 km waren erg zwaar, ik moest steil omhoog om op de Meseta te komen. Daarna werd het vlak en naar beneden ging het geleidelijk, dus dat is het betere werk. Ik heb vele kilometers langs een irrigatiekanaal gelopen, dat is grappig. Het land is vlak, maar het kanaal stroomt hoger en je loopt dan echt over een dijk. Het is net de Purmer, alleen werkt het andersom. In de Purmer ligt het kanaal lager om de polders droog te houden, hier ligt het kanaal hoog om het lagere land nat te houden. Hoe kaal het verder ook is, langs het kanaal groeit ineens riet en zijn er weer vogels.
Het is nog steeds druk, maar ik begin me aan te passen aan die drukte. Vanmorgen heb ik een poosje met een jong Duits meisje gelopen. Die zag het thuis niet meer zitten, was dus maar op stap gegaan. Ze vertelde dat ze nu in veertien dagen op de Camino meer geleerd had dan in haar hele leven en alles nu anders ging doen. Het gekke is dat ik steeds minder het gevoel heb een pelgrim te zijn. Begrijp me goed, ik heb het nog steeds prima naar mijn zin, het lopen is leuk, de monumenten zijn prachtig en de natuur is ook erg mooi, maar op de een of andere manier doet het me minder. Hier zijn pelgrims ook echt een aparte groep. Ook de mensen die wel Spaans spreken, spreken eigenlijk alleen maar met elkaar en niet met de bevolking. Het is hier meer ‘business’ dan pelgrimeren, althans voor mij. Laat ik het zo zeggen: Ik ben hier een wandelaar en ik vind wandelen leuk, maar ik voel me geen pelgrim op reis zoals in Frankrijk. Ik heb het gevoel dat ik iets mis. Ik denk dat meer mensen zoiets ervaren, want het was het Duitse meisje opgevallen dat de mensen, die van ver komen, liefst alleen willen lopen en de mensen, die in Roncevalles zijn begonnen, juist in groepen willen lopen.
Ik ben er nog niet achter waar dit gevoel vandaan komt en hoe het precies in elkaar steekt.

Over tien dagen ben ik bij de ‘berg stenen’, zoals Ton dat noemt. Wil je geloven dat ik er tegenop zie om daar mijn steentje neer te leggen? Waarom? Gewoon eenvoudig omdat ik hem niet kwijt wil.
Ik zit nu lekker in de schaduw op een stenen bankje in Fromista, mijn eindbestemming vandaag. Ik slaap vannacht in een hostal, dat is minder luxe dan in een hotel, maar beter dan in een refugio.
Ik wil eigenlijk een dag inhalen, zodat ik de laatste dag maar een klein stukje loop, maar ik moet wel voorzichtig zijn met mijn been. Die doet af en toe zeer en ik weet niet of het mijn been is of uit mijn rug vandaan komt. Dus ik doe voorzichtig, want ik wil het natuurlijk wel halen!!!!

Jaap Jan, bedankt voor de uitgebreide uitleg van het St. Anthonisvuur, leuk om te lezen, nu weet ik tenminste wat het is. Ik was wel verbaasd dat het in 1951 nog is voorgekomen, dat had ik niet gedacht.

Het is, geloof ik, voor het eerst, dat wij onze trouwdag afzonderlijk vieren. Een gekke gewaarwording. Maar ……. voor de 38 rode rozen en één witte heb ik volgens traditie wel gezorgd, dus jullie zien: uit het oog, maar niet uit het hart!

O ja, wie post wil versturen naar Santiago de Compostela, kan dit nu wel gaan doen zo langzamerhand.

Nu de groeten van ‘pelgrim’ Theo of ‘wandelaar’ Theo en tot morgen maar weer!

Op de meseta

29,9 km – 41.428 stappen / totaal 2675,34 km – 3.842.795 stappen

Gisteravond hebben we met zijn twaalven rijkelijk van de spaghetti zitten eten en daarna zijn de mannen naar de bar gegaan. En wie zat daar weer op het terras? Juist ja, vriend David. Het is gewoon komisch.

Vanmorgen was ik er weer om half zes uit (jawel, half zes!!), dus na het ontbijt, dat nog minder is dan in Frankrijk, ging ik weer op stap. Er was een schitterende zonsopgang boven de Meseta, geweldig gewoon.

De meseta is een hoogvlakte van tientallen kilometers, er groeit heel zelden een boom, alleen maar graan en er zijn hopen stenen overal. Daar tussenin zijn dan hele diepe dalen, waarin de dorpen liggen. Het is heel groots en indrukwekkend door zijn eenzaamheid. Het lijkt misschien saai, maar ik vind het groots. Je kunt je gewoon niet voorstellen dat je echt helemaal niets ziet, zelfs geen kerktoren of zo. De dorpen liggen heel ver uit elkaar en er is geen water, dus je moet zorgen dat je voldoende bij je hebt. Je loopt en loopt en ziet geen teken van menselijk leven, tot je ineens een bordje ziet met de naam van een dorp dat er over een halve kilometer schijnt te zijn, maar waarvan je echt nog niets ziet. En dan zo’n 200 meter voor het dorp, ga je ineens heel steil naar beneden en ligt het dorp aan je voeten. Ik vind het heel bijzonder.

Ik ben een stukje omgelopen, want ik wilde langs Fuente de Sambol. Dat is een plaatsje dat bewoond wordt door hippies, zoals wij die in de jaren zestig noemden. Een stel alternatievelingen dus, die daar een refugio hebben ingericht en er is ook een camping. Nou moet je je daar niet te veel van voorstellen, want er is zelfs geen toilet. Het enige dat ze hebben, is water uit de bron. Verder is er een muur met alternatieve beschilderingen en een koepel, waar je hele goede koffie krijgt. Ik vond het erg leuk.

Tijdens het laatste stuk kwam ik langs de ruïne van een klooster, San Anton, waar de weg doorheen loopt. Ter hoogte van de poort zie je dan rechts 2 nissen, waar de monniken vroeger wijn en brood neerzetten voor de pelgrims. Boze tongen beweren dat ze de wijn zelf opdronken en er dan water voor in de plaats zetten, maar ze verzorgden daar wel de pelgrims die leden aan het St. Anthonisvuur. Iemand die weet wat voor ziekte dat is? Ik niet, maar je kon er misvormd van raken.

Jullie zien, er is elke dag wel iets te beleven. Leuke, maar ook minder leuke dingen, want ik ben het kettinkje dat ik van Geer gekregen heb, helaas kwijtgeraakt. Het was gebroken en ik had het dus in mijn broekzak gestopt, maar nu is het er niet meer. Jammer, want ik was er wel een beetje aan gehecht. Dat is dus nu onthechten geblazen.
Nu ben ik in een hotel in Castrojeriz, ik heb gedoucht en de badkamer hangt alweer vol met mijn was. In het hotel zelf heb ik geen bereik, daarvoor moet ik naar buiten. Dat is wel komisch, want buiten zit een heel stel oude vrouwen, zoals je dat vaak in dorpen ziet en die hebben mij nauwkeurig uitgeduid waar ik moet zijn om wel bereik te hebben. Dus nu zit ik op een bankje bij de bron, terwijl de dames in volle aandacht mijn koeterwaals aan zitten te horen.

Burgos op plastic schoenen

13,28 km – 18.974 stappen / totaal 2645,46 km – 3.801.867 stappen

Burgos-web Burgos

Ik heb gisteravond duur gegeten en de bediening duurde even lang als de prijs hoog was. In het begin ging het nog wel, maar ik heb drie keer om mijn dessert moeten vragen en toen was het er nog niet. Dus toen ben ik maar gaan staan en ja, dan komen ze er snel aan natuurlijk. Maar goed, inmiddels was het tien uur, dus ik heb het dessert maar laten zitten. Maar het betalen veroorzaakte ook allerlei problemen, want ze wisten niet meer wat ik gegeten en gedronken had. Dus toen gingen ze weer op zoek naar een menukaart, die konden ze ook niet meer vinden. Het eind van het liedje was dat ik zelf maar heb opgenoemd wat ik gebruikt had. Het eten was verder wel lekker, maar niet heel bijzonder. En het zag er zo goed uit van buiten. Zo zie je maar weer, schijn bedriegt en het ziet er soms mooier uit dan het is.

Dat het mooier lijkt dan het is, kun je zeker niet van Burgos zeggen. Wat is dat een schitterende stad! Gewoon een pronkjuweel van Middeleeuwse en Gotische kunst. Super, in één woord! Ik heb alles op mijn gemak bekeken, ben in verscheidene kerken geweest. Mooie kerken, maar……. ik wilde kaarsjes branden en dat ging niet. Er zijn geen kaarsjes te vinden. Grappig is dat, juist in een land waar je verwacht die overal in elke kerk te vinden, zijn ze er niet. Ja, de camino zit vol verrassingen.

De wandeling door Burgos moest ik op mijn plastic schoenen doen, want ik had mijn schoenen naar de schoenmaker gebracht om ze te laten lijmen. Om twaalf uur waren ze klaar, dus dat viel nogal mee, maar de schoenmaker keek wel zorgelijk en vreesde dat ik Santiago niet op deze zolen zou halen. Nou ja, dat zien we dan wel weer, voorlopig doen ze het nog goed.
Vanmiddag ben ik op mijn gemak doorgekuierd naar Rabe de las Calzadas. Het was wel steeds even zoeken naar de juiste weg, want ze zijn overal snelwegen aan het aanleggen en huizen aan het bouwen, dus dan klopt de route niet meer. Maar iedereen hier wijst je dan de weg en als je verkeerd loopt, is er altijd wel een auto die langzaam gaat rijden en je helpt. En iedereen wenst je: “Bueno Camino!” Dat is toch wel erg leuk.

Ik liep vanmiddag alleen, ik zag zelfs niemand voor me en niemand achter me. Heerlijk was dat even. Vannacht heb ik in Burgos trouwens in een heel goed hotel geslapen, dus hier in Rabe de las Calzadas heb ik mij weer bescheiden teruggetrokken in een refugio. Het is tenslotte niet alle dagen feest.
Waar ik nog steeds niet echt aan gewend ben is het feit dat iedereen ’s middags slaapt. Ook in de refugio’s dus. Ik ben de enige die wakker is, want ik vind dat slapen midden op de dag maar niks. Het is natuurlijk warm, maar ik ben er inmiddels wel aan gewend.

En zo gaat de pelgrim voort……..de wandelstaf geheven!

Bankstel

39,78 km – 56.838 stappen / totaal 2632,18 km – 3.782.893 stappen

Vanmorgen ben ik weer om zes uur vertrokken, want er waren heel veel kilometers te stappen vandaag. Het was een erg mooie tocht met veel vergezichten op bergen, waar ik gelukkig niet overheen hoef. Onderweg was het vandaag in een barretje cola drinken. Een cola met een lerares Engels uit Parijs, een cola met een student biologie, enz. Van cola krijg je kramp in je maag, dus ben ik maar weer overgestapt op water.

Onderweg kun je de Spaanse en in mindere mate ook de Italiaanse pelgrims goed herkennen. Die laten namelijk alles aan hun rugzak wapperen. Schoenen, waterflessen, truien, enz. Aan alle kanten wappert het, zodat iedereen goed kan zien hoe stoer ze zijn.
De fietsers hadden het vandaag ook moeilijk, want die moesten gedeeltelijk over ons pad en daar kun je niet fietsen, maar moet je lopen. Ten eerste zijn ze niet gewend aan lopen en ten tweede hebben ze daar ook geen goede schoenen voor, dus ook voor hen was het zwoegen.

We moesten een flinke helling op, dus iedereen stelt zich daarop in: hoofd naar beneden, kijken waar je loopt en klimmen maar. Bovenop de helling staat een kruis. Toen we eenmaal boven waren en het kruis bereikt hadden, vonden we aan de voet van het kruis een compleet bankstel: twee fauteuils en een zitbank. Daar sta je dan wel even van te kijken en dat was lachen natuurlijk.
Je ziet Burgos al in het dal liggen als je er nog 15 km vandaan bent. De laatste 10 km liep ik over industrieterreinen en door de woonwijken van Burgos en dat was ontzettend vervelend. Dat ziet er allemaal niet fraai uit. Maar nu zit ik dan toch maar prinsheerlijk in Burgos, in een hotel aan de rand van de oude binnenstad. Ik heb er nog niets van gezien, maar dat komt morgen wel.

De mensen van het hotel waren van mening, dat ik vandaag heel ver gelopen was. Dat klopt en ik begin nu wel een beetje slijtage te merken aan mijn linkerbeen. Niet zozeer mijn enkel, maar vanaf de heup begint het een beetje pijnlijk te worden. Dat kan ook niet anders natuurlijk na ruim 2500 km.
Geer zegt dat ik het kalmer aan moet doen en meer rust moet nemen. Het probleem is echter dat ik, als ik een korter stuk loop, er al om twaalf uur ben en meestal in een klein dorp en dan verveel je je een ongeluk ’s middags. Dus dan zeg ik tegen haar dat het geen vakantie is, waarop zij me streng toespreekt dat het dat wel is en dat ik ’s morgens mijn ‘werk’ al gedaan heb en dus ’s middags vrij mag zijn. Ach ja, misschien blijf ik dan morgen wel een dagje in Burgos of ik loop maar een klein eindje van 10 km of zo. We zullen wel zien!

Villafranca Montes de Ora

30,84 km – 44.064 stappen / totaal 2592,40 km – 3.726.055 stappen

Een rustige dag vandaag, waarop ik op mijn gemakje heb gekuierd. Het was vannacht koud in de kerk, ik hoop maar dat dit niet symbolisch was.
Gisteravond had de priester voor in totaal tweeëntwintig mensen gekookt en daarna moesten we dus met tweeëntwintig man afwassen. Dat is zo komisch, het lijkt een grote rotzooi, er wordt heel veel gekakeld en geschreeuwd in heel veel talen: Frans, Spaans, Duits, Italiaans, Portugees, Hongaars, Nederlands. Kortom, het is een ongeordende bende, althans dat lijkt het, want het is al met al in een mum van tijd gebeurd en nog goed ook.

Vanmorgen in alle vroegte, om zes uur, ben ik al vertrokken. Het was nog donker. Het is wel grappig, want ook ’s morgens is het geharrewar, aangezien iedereen uit de hele rij schoenen en stokken de zijne moet zien te vinden in het donker. Voor mij is het makkelijk, want mijn stok is uniek en mijn schoenen zijn de hoogste. Als iedereen dan alles weer heeft, vindt de uittocht plaats. Ik vind die lampjes op je voorhoofd erg stom, maar eerlijk gezegd was het vanmorgen wel gemakkelijk geweest, want er was weinig te zien, dus je moet goed opletten dat je niet misstapt. Dus alweer een vooroordeel gesneuveld. Het was weer erg warm, maar ik ben er nu wel aan gewend. Ik stop bij elke bron of fontein om water te tappen. Dat is lekker koud water. Bij mijn volgende bron of fontein mik ik het overgebleven lauwe water weg en tap weer fris water.

Vanmorgen liep ik een eind langs de snelweg en dat is niet leuk. Het vrachtverkeer scheurt langs je en verder zie je touringcars met uitbundig zwaaiende toeristen. Vanmiddag heb ik van de weeromstuit een heel stuk door onbewoond gebied gelopen, waar vroeger struikrovers waren. Die zijn er nu niet meer, want er zijn geen struiken meer.
In een klein dorp heb ik in een barretje iets gedronken en werd daar tot mijn verrassing in keurig Nederlands toegesproken door een Spanjaard, die ooit in Nederland gewerkt heeft. Hij vond het leuk om weer eens Nederlands te spreken en glorieerde ten overstaan van alle barbezoekers uit het dorp natuurlijk. Hij sprak een idiote taal, maar ik verstond hem, dus dat moest toch wel een echte taal zijn. Hij heeft een Marokkaans meisje in dienst en had gehoord dat we in Nederland zoveel problemen hadden met Marokkaanse jongeren. Ik vertelde dat dat meestal jongens waren, want dat de meisjes over het algemeen intelligent zijn en hard leren en werken. Nou, dat moest meteen even vertaald voor het Marokkaanse meisje en die heeft de rest van de tijd staan glunderen. Ik kreeg de koffie en hij vond het maar niks dat ik er niet een stevig likeurtje bij wilde. Maar dat leek me toch iets te veel om mee verder te lopen.

Nu ben ik gearriveerd in Villafranca Montes de Ora, een hele grote naam voor een heel klein plaatsje. Er zijn een stuk of wat huizen en natuurlijk wel een kerk en een verlaten klooster. Ik zit hier nu in een hostal en dat bevalt prima. Het is allemaal heel eenvoudig, de douche is op de gang voor gezamenlijk gebruik, maar het is schoon en je kunt hier ook eten. Ik moet weer op zoek naar een schoenmaker, want de zolen van mijn schoenen beginnen weer los te laten. Enfin, in Burgos zal dat wel lukken. Dat regel ik dan even flitsend in mijn prachtige Spaans. Ik zeg met opzet ‘mijn’, want ik weet namelijk één ding zeker: dat het geen Spaans is. Ik heb gemerkt dat ze me nog het beste begrijpen als ik mijn Franse woorden ‘ver-Spaans’. Dus wat de taal betreft: mijn hoogmoed in Frankrijk, omdat ik de taal spreek, kwam voor de val in Spanje. Jullie zien, ik leer heel wat lesjes zo onderweg!

Verslag in het Kerkblad van Zaandam

Op zaterdag 8 april ben ik vertrokken uit het Kalf naar Santiago de Compostela voor een pelgrimage die in de Middeleeuwen haar hoogtepunt had, maar die sinds ongeveer 25 jaar weer enorm in de belangstelling staat. Ik wilde vooral de hoogtepunten aandoen zoals Vezelay, Le Puy, Conques en Moissac. Dat maakt de route iets langer. maar omdat ik het maar één keer in mijn leven doe, moet dat maar. De totale afstand is nu circa 3100 km. en ik hoop dan in de tweede helft van augustus daar aan te komen.
Als voorbereiding heb ik natuurlijk veel reisverslagen gelezen van anderen die mij voorgingen en daardoor vorm je een beeld van wat je verwachten kan.
Ik ben nu middenin Spanje aangekomen en alles blijkt toch weer anders dan gedacht.
In het begin, lopend door Holland en Brabant (dikwijls in heel slecht
weer) was ik nog druk bezig met regelen en organiseren van van alles en nog wat. Gaandeweg werd dat steeds minder. Ik regel niet meer. Ik heb ontdekt dat veel dingen gewoon gebeuren, zonder enige organisatie van mijn kant. Dat geeft een rustig gevoel. Psychologen zouden zeggen: “Dat is loslaten”. En dat is belangrijk en de eerste les die ik geleerd heb deze reis: loslaten. Moeilijk, maar ook bevrijdend. Na een paar weken kwam er een soort zorgeloosheid in de vorm van een basisvertrouwen dat de dingen wel goed komen. En tot mijn eigen verbazing kwamen de dingen ook goed. Ik heb steeds op moeilijke momenten oplossingen en hulp gekregen. Bijvoorbeeld van een mevrouw die mij midden in een bos een stok aanreikt die ik direct daarna ook echt nodig heb om verder kunnen. Of een meneer die mij in een dorp aanspreekt of ik niet ‘s avonds bij hem wil eten. Hij wil alles weten over de pelgrimage naar Santiago. Ik wist toen nog niet dat hij op een echt kasteel woonde en dat ik ‘s morgens moest helpen de eekhoorns te voeren in het park rond zijn kasteel.
Ik heb in alle soorten onderkomens geslapen: in een schoolklas, in een sporthal, in het kantoor van een burgemeester en in de doucheruimte van een tennisbaan. Maar altijd waren er mensen die mij wilden helpen. Je denkt uiteraard veel onderweg; er is weinig anders te doen. En na verloop van tijd komen er steeds meer oude liedjes te voorschijn die ik vroeger op school geleerd heb. Vooral psalmen natuurlijk. En wat steeds terugkomt is dat de pelgrimsweg een metafoor is voor het leven. Je bent op reis naar een doel, wat dat ook zijn moge.
Maar niet dat doel is belangrijk, maar de reis zelf is het doel. En tijdens die reis is alles heel gewoon, zoals in het leven zelf. Ik heb nu meerdere keren de pelgrimszegen gekregen en dat is indrukwekkend. Maar daarna moet je wel weer zelf voor je slaapplaats zorgen en zorgen dat je eten krijgt. De bergen worden niet vlak en de zeeën niet droog omdat pelgrim Theo er aan komt. Maar ik heb wel gemerkt en ondervonden dat alles wat er geschreven staat wel waar is, maar op een andere manier dan mij altijd geleerd is. Ik bedoel dat alles veel gewoner en menselijker is dan ik ooit dacht. En misschien is dat wel de grootste les die ik de afgelopen maanden geleerd heb. Blijft natuurlijk de vraag of dat zo blijft tot Santiago of Finisterre. Ook en vooral een pelgrim is aan verandering onderhevig. Dus voorlopig nog: Ultreya e Suseya.

De kip en de haan

24,16 km – 34.510 stappen / totaal 2561,60 km – 3.681.991 stappen

Vanmorgen ben ik vertrokken in een vreselijke onweersbui. Gelukkig kon ik al heel snel een ontbijtje scoren en dus ben ik maar eens uitgebreid gaan ontbijten. Daarna was het al snel over en het is verder zo’n 25 graden geweest, dus heerlijk om te lopen. Bovendien was het een heel makkelijke route, dus het ging van een leien dakje. Na een tijdje kwam Anton me achterop. Anton is een Ier en een ontzettend aardige vent, dus daar heb ik de rest van de dag mee samen gelopen. Morgen gaat hij weer terug naar Ierland, dan zit zijn vakantie erop. Ik heb uitgerekend dat ik over drie dagen ‘alleen’ nog maar het Pieterpad hoef te lopen qua afstand, dus ik begin aardig te vorderen.

Kip-en-haan-web We kwamen in de kerk van Santo Domingo de Calzada en ik heb dus de kip en de haan gezien. Voor wie het niet weet, even in het kort de legende:
Een Duits echtpaar uit Aken liep met hun zoon naar Santiago de Compostela. In Santo Domingo werd de dochter van de waard verliefd op de zoon van het echtpaar, maar de jongen moest er niet veel van hebben. Wat deed ze dus? Ze stopte een gouden beker in zijn ransel en de jongen werd vervolgens beschuldigd van diefstal (waar ken ik dit verhaal van?), dus terug naar Santo Domingo en voor de rechter. De rechter veroordeelde hem ter dood en de jongen werd opgehangen. De ouders vervolgden diep bedroefd hun tocht en kwamen aan in Santiago. De priester daar zegt tegen het echtpaar dat ze moeten terugkeren naar Santo Domingo, want dat St. Jacob alles goed zal maken. Dus de ouders keren terug en treffen daar weer de galg aan met hun zoon, maar tot hun verbazing blijkt de jongen nog te leven. St Jacob heeft al die tijd zijn handen onder de voeten van de arme jongen gehouden, zodat de strop zijn keel niet zou doorsnijden. De blije ouders gaan naar de rechter om te vragen of zij hun zoon van de galg mogen halen. De rechter zit net aan zijn kippetje en lacht hen uit bij hun verhaal dat de jongen nog leeft. Hij zegt: “Die jongen is net zo levend als die kip hier op mijn tafel”. Tot ieders verbazing krijgt de kip vleugels en vliegt van de tafel weg. Sinds die tijd zitten er een levende haan en kip in een kooitje in de kerk.
Mooi verhaal, hè? Maar verder viel het een beetje tegen, want de kip en de haan zitten er wel, maar je kunt alleen maar in een klein hokje zien dat ze er zitten. Je mag de kerk niet in en je mag absoluut geen foto’s nemen. Je komt alleen de kerk in als er een rondleiding is. Het verhaal is nu: als de haan gaat kraaien, zal je verdere reis voorspoedig verlopen. Dus ik wachten tot dat verrekte beest ging kraaien. En deed-ie het? Nee dus. Toen ik echter weer buitenkwam, stond Anton met twee Nederlanders te praten, die bleken te weten dat ik onderweg was. Hoe ze dat wisten, weet ik ook niet, maar je moet nooit te diep gaan graven bij wonderen natuurlijk.

Over wonderen gesproken: er is geen wonder gebeurd met alle bulten op mijn lijf, maar daarover straks.

In Santo Domingo zag ik ook David weer. Die liep te hinkepinken, want hij had een steen in zijn voet. Daar ging hij morgen naar laten kijken. Ik merkte op dat hij dat misschien beter vandaag kon doen, maar dat kon niet volgens hem, want hij moest morgen eerst 30 km lopen. Wat een logica, niet?

Bij onze aankomst in Granon om twee uur moesten we ons melden op de eerste verdieping achter de kerk. De kerk wordt door Duitsers beheerd en het bleek dat we op de zolder van de kerk bivakkeren. Dus na de douche mijn dagelijkse wasje gedaan en dat hangt nu te drogen in de kerktoren. We gaan straks eten in een zaaltje van de kerk, maar wel met een open haard erin om het vlees te braden. Daarna moeten we ook met zijn allen afwassen, dus dat kan wel leuk worden.

En dan nu toch maar even iets over mijn ‘insectenbeten’ alias ‘allergie’. Dat is nog steeds niet over, dus ik dacht: “Toch maar even naar de apotheek hier, want het ziet er niet uit en het jeukt als een gek”. Goed, ik vraag de Duitse beheerder waar hier ergens een apotheek is en hij vraagt: “Wat heb je dan?” Dus ik leg hem uit dat ik denk dat ik iets verkeerds gegeten heb, want dat ik overal bulten heb. Of hij het mag zien. “Natuurlijk”, zeg ik en show hem mijn armelijk lijf. Waarop hij laconiek zegt: “Ik zie het al en weet wat het is. Het zijn vlooienbeten!!!! Daar ontkom je gewoon niet aan, bijna iedereen krijgt daar last van”.

Vlooienbeten-web

Jongens, jongens, als ons moeder dat wist………….

Bultige sinaasappelsap

25,26 km – 36.083 stappen / totaal 2537,44 km – 3.647.481 stappen

Gisteravond heb ik inderdaad uitgebreid in een echt normaal restaurant gegeten. Dat wil zeggen: ik kon eindelijk weer eens kiezen van een menukaart die ik zelfs in het Engels kreeg. Ik mag dus niet meer zo negatief over Spanjaarden zijn. Ik heb lekker gegeten en daarna lekker geslapen in mijn kamer met airco. Heerlijk weer eens gewoon in een bed zonder andere snurkende en verdere geluiden makende mensen om je heen. Alles went hoor, maar zo af en toe mag je je toch wel weer eens ‘gewoon’ voelen? Dat verhaal van gisteren over bijtende en stekende insecten moet ik, geloof ik, intrekken. Ik zie er niet uit met allemaal rode vlekken op mijn huid, maar ik vermoed nu dat het komt van iets dat ik gegeten of gedronken heb. Kan het zijn dat ik te veel sinaasappelsap gedronken heb? Krijg je daar misschien uitslag van? Ik weet het niet, maar het jeukt wel heel erg. Dus smeer ik er maar weer iets op en dat helpt dan wel tijdelijk. Nou ja, morgen is het hopelijk over.

Vanmorgen heb ik eerst ontbeten in het hotel en dat kon pas om zeven uur, dus ik heb uitgeslapen. Er zat een groep van ca vjftien Fransen aan het ontbijt die volgens hun gesprekken ook de camino lopen. En geloof me of niet: de één zag er nog patseriger uit dan de ander. Het toppunt was wel een heer van zeg maar mijn leeftijd, die met een vlinderstrikje om aan de wandel ging. Helemaal vertrouwen doe ik het niet, want ze stapten allemaal in auto`s toen ze vertrokken en ze hadden geen rugzakken, maar gewone tassen en koffers. Maar goed: ieder zijn eigen camino. Waar bemoei ik me dus mee??? Daarna ca 12 km gelopen voor ik in Najera mijn eerste koffie kon scoren. Aardige stad trouwens. Tot dan was het meest bewolkt geweest, maar na de middag werd het heel erg heet en benauwd. Je zag de bewolking opbollen tot onweersbuien. En toen ik om twee uur hier in Azofra aankwam, ging het tien minuten later heel erg hard onweren. En wie zit er weer pontificaal op een terras? Vriend David uiteraard. We gaan vanavond samen eten.
De refugio hier is heel erg mooi. Allemaal kamertjes van twee bedden, niets boven elkaar en ieder zijn kast. Prachtig, we zijn erg tevreden…
Morgen naar de kip en de haan in de kerk. Dan heb ik weer iets te vertellen, of kennen jullie dat verhaal al???

27-7-2006: Het thuisfront

Ik werd vanmorgen om kwart over zes wakker door het geratel van mijn vier wekkers (anders hoor ik ze niet). Die druk ik dan gauw allemaal op ’snooze’, want dan mag ik nog even ’sudderen’ van mezelf. Ik lag dus nog gewoon in bed op een tijdstip waarop ik niet op mijn best ben, zoals insiders weten en geloof het of niet, ik kreeg een filosofische gedachte!!! Ik dacht namelijk: “Als je de camino van Theo vergelijkt met het leven, lopen we dan nu allemaal in de drukte van Spanje?? We rennen, vliegen, werken, jagen en haasten. Druk, druk druk op onze weg. Zijn we vergeten hoe het in Frankrijk was? Rustig aan, tijd nemen voor andere mensen, eens luisteren, eens nadenken, een beetje dromen. Zijn we alleen nog maar aan het rennen op de weg om zo snel mogelijk het doel te bereiken? En wat is dat doel dan? Een grote kermis, die eigenlijk tegenvalt? En degenen die gepensioneerd of gevutterd zijn of niet meer werken, zijn die dat doel nu al gepasseerd en zitten die nu in de rust van Cap Finisterre? Gewoon lekker rustig zitten en kijken naar het eind van de wereld?
Zie, welk een wijsgerige gedachten en ik hoef er niet eens voor te lopen. Ik constateer dat Theo en ik elkaar kennelijk goed aanvullen, ondanks ons dagelijks goedmoedig gekrakeel. Hij loopt, want dat kan ik niet, en ik filosofeer, want daar heeft hij geen tijd voor. Maar ik ben eigenlijk wel benieuwd hoe jullie dat nu zien, dus schroom niet!!

This is not Spain, this is Basque

25,59 km 36.567 stappen / totaal 2512,18 km – 3.611.398 stappen

Baskenbaret.-webjpg

Ik heb gisteravond het stierenlopen gemist, aangezien dat onder pelgrims-etenstijd was. Dat zit zo: in de restaurants hier hebben ze een pelgrim-menu, maar dan moet je om acht uur aan tafel zitten. De Spanjaarden zelf eten natuurlijk veel later. Ze doen dit expres voor de pelgrims, omdat die vroeg naar bed willen. Nu hoor ik jullie zeggen: “Nou, dan eet je toch gewoon met de Spanjaarden een gewoon menu?” Dat kan dus niet, want om tien uur gaat de refugio op slot en dan ben ik nog niet klaar met eten. Er heerst hier trouwens geen echte eetcultuur, heb ik de indruk. Ik ben nog geen hoogstandjes tegengekomen, het is allemaal een beetje ‘prutterig’. Wat ze hier wel heel erg lekker hebben, is pure sinaasappelsap. Die persen ze voor je ogen uit, een paar stukken ijs erin, heerlijk! Dus ik stap onderweg af en toe een café in om dat te gaan nuttigen. In die café’s kom je dan Nederlanders tegen. Ik kwam zo vandaag twee stellen tegen, die op de fiets waren en ook die hadden dezelfde ervaring als ik: het is hier een gekkenhuis. Grappig ook weer, dat wij noorderlingen dat allemaal zeggen en vinden dat ze het hier te bont maken. De Spanjaarden zelf vinden dat helemaal niet, hoe meer mensen hoe beter. Dus dan denk ik maar weer aan de wijze woorden van de Fransman: “De weg is er niet alleen voor jou”.

Verder heb ik het nog steeds prima naar mijn zin, de paden zijn goed begaanbaar en het lopen gaat nog steeds prima. Vanmiddag was het weer heel erg heet en ik ben overal gestoken. Er zaten insecten in mijn hemd en nu heb ik hele snelwegen van insectenbeten op mijn rug. Ze doen geen pijn, maar jeuken wel.

Ik dacht altijd, dat de actieve Basken een relatief kleine groep vormden, maar het is echt een ander volk. Ook hun bouw is anders: ze zijn groter, steviger en forser. Allemaal met de Baskische baret op en heel erg trots op hun land. Gisteravond at ik met twee Basken en daar heb ik natuurlijk echt geen woord van verstaan, maar dat gaf niet, ze praatten gewoon vrolijk met me verder alsof ik er alles van verstond. Een van de twee sprak een paar woorden Engels en legde me uit dat zij nu ook ‘buitenlands’ spraken. Ze spraken namelijk Spaans in plaats van Baskisch! Geweldig vind ik dat. Op een brug hier in Navarrete, waar ik trouwens al lekker vroeg aankwam, staat een groot bord met de tekst: “Foreigner, don’t forget. This is not Spain, this is Basque!”

Onderweg, vlak voor La Grono, heb ik mijn stempel gehaald. Ik kon het niet missen, want aan de muur van het huis zat een herdenkingsplaquette voor Felicia. Felicia is in 2002 overleden, maar heeft tientallen jaren de stempels gegeven aan de pelgrims, dus nu heeft zij een herdenkingsplaat en er zit nu een andere ‘Felicia’, ook een oude vrouw en die zet nu die taak voort. Iedereen krijgt er ook koffie of limonade. Verder loop ik nu weer door een wijnstreek, de Rioja, en zie dus overal wijngaarden. En ik kom nu overal St. Jacob tegen in beeldjes, schelpen, enz.
Navarrete is een dorp van niks, maar met een enorme kerk in Barok stijl. Allemaal goud van binnen en een altaar van wel vijftien meter hoog. Misschien niet echt mooi, maar wel heel indrukwekkend. En ik zit nu luxe in een hotel dan toch. Heerlijk, net zolang douchen als je wilt. Dat mag wel voor een keertje toch? Vanavond eet ik tapas, er is geen keuzemenu, dus ik ben benieuwd.
Ze zeggen hier dat er ander weer op komst is, koeler en regen. Koeler is prima, maar regen niet, want dan worden de paden hier spiegelglad. We zullen wel zien morgen.

Stieren

30,91 km – 44.153 stappen /totaal 2486,59 km – 3.574.836 stappen

Ik kwam vandaag een Nederlands meisje tegen en die ervaart het net zoals ik: zij moet ook erg wennen en vond Frankrijk leuker. Denk niet, dat ik hier nu met tegenzin loop, want het tegendeel is waar. Ik vind het nog steeds geweldig om deze tocht te mogen maken. En ook hier is er telkens wel weer iets. Zo liep ik door een straatje en hier zijn aan alle huizen balkonnetjes. Op een van die balkonnetjes zaten vier kleuters te spelen en die begonnen voor iedere pelgrim een liedje te zingen en riepen daarna heel schattig: “Buen camino!” Jullie merken dat mijn Spaans met grote sprongen vooruitgaat. Ik roep al tegen Juan en alleman “Ola” en als het wat oudere mensen zijn, zeg ik netjes: “Buenos Dias”.

Het was vandaag verzengend heet. Ik kan goed tegen de warmte, maar liep af en toe naar adem te happen. Het was echt gloeiend heet. Ik dacht aan het feit dat ik vanavond weer met vele mensen in een refugio moest slapen en hoe warm dat zou zijn. Dus ik besloot mezelf vandaag eens te verwennen en niet naar een refugio te gaan, maar luxe in een hotel te gaan zitten. Dat was St. Jacob niet welgevallig en het is nog wel zijn naamdag vandaag. Hij besloot mij een lesje in nederigheid te geven en zorgde ervoor dat alle hotels in Viana, mijn reisdoel vandaag, propvol waren. Er was nergens een kamer meer vrij. En waar kwam ik dus terecht? Juist ja, in een refugio met bedden driehoog boven elkaar. Dus ik was wat mopperig tegen hem, want ik vond het geen stijl, maar ik werd weer getroost door de ontvangst in de refugio. De receptie vroeg waar ik vandaan kwam en toen ik zei dat ik uit Amsterdam kwam, vroegen ze: “Ja, maar ik bedoel, waar bent u begonnen?” En toen brak mijn gloriemoment weer aan, omdat ik kon zeggen: “Jawel, begonnen in Amsterdam”. Toen braken ze eensgezind in jubelende loftuitingen en luid gejuich uit. Wat een moed had ik, enz. enz. Je ziet, het heeft ook voordelen dat ze lawaaiig zijn, want nu kon het me niet lawaaiig genoeg zijn.

De refugio staat bovenop een berg en ik heb hier vandaan een uitzicht naar alle kanten. Aan de ene kant zie ik in de verte een bergketen, aan de andere kant zie ik de zon onder de wolken uitkomen. Het is een schitterend landschap. Ik ontmoette Wolfgang hier ook weer, dus dat is gezellig. En na de verschrikkelijke hitte van vandaag is het heerlijk om lekker te douchen. Dus dat eerst gedaan en toen mijn wasje. Dat hebben we buiten op een rek gehangen om te drogen. Toen we daarmee klaar waren, keken we op en zagen zo’n donkere lucht aankomen dat we weer snel teruggerend zijn om de was weer van het rek af te halen. En dat was maar goed ook, want het heeft flink geonweerd. Nu is het weer droog en een heel stuk afgekoeld. Heerlijk.

Wolfgang filosofeerde erover dat hij maar een week eerder terug zou gaan, zodat hij thuis weer kan wennen voordat hij weer aan het werk gaat. “Want”, zei hij, “als ik thuiskom en meteen moet gaan werken en ze me dan komen roepen omdat er brand is uitgebroken, ben ik in staat om te zeggen: “Nou en? Is dat mijn probleem?” Ja, dat wordt nog wat als ik weer thuis ben. Wie dan leeft…..
Viana is een stad en ter ere van de naamdag van St. Jacob zijn er overal feesten. De hele stad is rood en wit gekleurd en vanmiddag holden de stieren dus echt door de straten. Op het plein is een arena gebouwd, dus daar zullen vanavond wel stierengevechten worden gehouden. Jullie begrijpen dat dat hier hele discussies geeft, alleen onder de noorderlingen natuurlijk, want de Spanjaarden vieren gewoon feest. Die lopen trouwens op de camino ook alsof het een feestje is en er vallen er dus heel veel uit. Die zijgen neer op een terras in het dorp of de stad en klagen zo hard, dat het ermee eindigt dat iemand uit het dorp hen met de auto naar de plaats van bestemming rijdt. Eerlijk gezegd weet ik niet of het allemaal echt is of gewoon bij het toneelstuk, dat ze met zijn allen opvoeren, hoort.
Andres, hartelijk dank voor je uitleg van de Salve Regina, aan dit soort informatie heb ik iets. Dat iemand uit Urugay mij dat nu uit kan leggen. is toch wel heel apart.
Ik ga straks nog even in de stad kijken, want ik wil dit wel meemaken en morgen heb ik niet zo’n erg lange route, dus we gaan de bloemetjes buiten zetten zogezegd.

Water en wijn

33,12 km – 47.311 stappen / totaal 2455,68 km – 3.530.683 stappen

Vandaag heb ik weer een flinke afstand gelopen, maar dat gaat soms zo. Het is hier warm, zo’n 35 graden, dus dan vertrek je vroeg. De route is mooi, we zitten hier in het middelgebergte. Maar het is hier verschrikkelijk druk, er lopen hele families met kinderen en aanhang. Kennelijk niet echt voorbereid, want ik zie heel wat slachtoffers vallen. Al die drukte valt me een beetje tegen, ik had het eigenlijk anders verwacht. Zo zie je maar, het lijkt echt het leven zelf wel. Soms krijg je iets dat je totaal niet verwacht en soms verwacht je iets en dat valt dan tegen. Enfin, na Burgos schijnt het rustiger te worden. De weg is op sommige plekken slecht, maar 85 % is goed begaanbaar.

Irache-web Ik kwam onderweg langs een wijnkelder en daar zijn twee kraantjes aan de muur. Uit het ene kraantje komt water, uit het andere wijn. Dus of het water nu in wijn verandert of andersom, daar kom je in dit geval niet achter. Eerst wilde ik alleen water drinken, maar dat vond ik toch al te gek worden. Tenslotte maak ik waarschijnlijk maar één keer mee dat je wijn uit de kraan in een plastic bekertje drinkt, daar kun je dan toch niet aan voorbij lopen? Het was lekkere wijn.

Wijnkraan-web

Mijn plaats van bestemming was vandaag Villamayor de Monjardin, een klein plaatsje met twee refugio’s, waarvan de ene beheerd wordt door Nederlanders. Hier in Spanje kun je ook vaak in de refugio’s eten, maar dat is natuurlijk geen echt Spaans eten en meestal een beetje weinig. Maar ja, voor deze prijs kun je natuurlijk niet zoveel verwachten. Ik betaal voor de overnachting € 5, voor het avondeten € 6 en voor het ontbijt morgenochtend € 3. Dus dat is niet veel.
Toen ik aankwam was er nog maar één andere man: Wolfgang, een Duitser die Nederlands spreekt, omdat hij een huis in Zandvoort heeft gehad. Een aardige vent, we kunnen goed met elkaar opschieten. Hij loopt tijdens zijn vakantie en zijn vrouw maakt zich zorgen of hij zich iedere dag wel scheert. Dus nu moet ik, als hij geschoren is, een foto maken als bewijs.
We waren eerst met zijn tweeën en hebben uiteraard de beste bedden uitgezocht. Net op tijd, want daarna kwam een hele grote groep Spanjaarden binnen met zoveel drukte en kabaal, dat we op de vlucht zijn geslagen. Tjonge, wat kunnen die een herrie maken, zeg. Nu zitten we buiten op het terras voor de gîte en dat is lekker zo.

A tough man

26,85 km – 38.355 stappen / totaal 2422,56 km – 3.483.372 stappen

Vanmorgen ben ik om half zeven (jawel, die tijd is geen vergissing) vertrokken en al een uur later heb ik een ontbijtje kunnen scoren. De refugio waar ik vannacht geslapen heb, Casa de Paderboorn, wordt op een perfecte manier geleid door een Duits stel. Heel goed en een aanrader voor iedereen die hier langs durft komen.
Ik heb een mooie tocht gemaakt naar Puente La Reina over een bergkam waarop een pelgrimsmonument staat. Het is een groep pelgrims (van plaatstaal) die voorbij trekt. Wel mooi en je hebt vanaf die plaats dan ook meteen een geweldig uitzicht naar beide kanten van de bergen.

Pelgrimsmonument-web

De afdaling vanaf het monument was knap heftig en als je knieën of voeten het dan niet zo goed meer doen, levert dat ernstige problemen op. Die zie je dan ook om je heen: lopers, die met een geweldig enthousiasme begonnen zijn in Roncevalles of in St.Jean en daar nu het leergeld voor betalen.
Onderweg trof ik Christoffer weer aan, zoals gebruikelijk in slapende toestand langs de kant van de weg. Geweldig is hij: ik geloof niet dat ik hem ooit lopend heb aangetroffen en toch is hij steeds weer op de juiste tijd op de goede plaats. Hij kent ook iedereen en spreekt geen woord Spaans of Frans. En wie trof ik op een terras luxe zitten met een pils? Uiteraard onze vriend David. Chique gekleed en al klaar voor de avond. Een vreemde vogel blijft het. Hoewel hij echt wel normaal kan doen, doet hij dat meestal niet.

Vanavond wordt er in de plaats, waar David verblijft, een toneelstuk opgevoerd over een verhaal dat zich daar in de Middeleeuwen heeft afgespeeld. Er waren namelijk een vader (edelman) met zijn dochter (dus prinses zoals dat hoort in verhalen). Die prinses werd door vader uitgehuwelijkt aan een andere edelman. Maar dochterlief had daar niet veel trek in en heeft bedongen dat zij eerst voor het huwelijk nog een pelgrimsreis mocht maken naar Santiago de Compostela. Vader, allang blij dat het zo gemakkelijk zou gaan, want je weet het maar nooit met dochters, gaf zijn toestemming. De dochter gaat naar Santiago en besluit na het bezoek aan het graf van Jacobus dat zij toch niet met de edelman wil trouwen. Zij neemt een eenvoudig baantje in de huishouding en denkt nog lang en gelukkig te leven. Helaas, Pa, ook niet gek (want hij voelde zich al voor gek staan), gaat op zoek naar zijn dochter en vindt haar. Maar de dochter houdt voet bij stuk en weigert het huwelijk. Pa is dan zo boos, dat hij haar in zijn woede doodsteekt. Nu was het in de Middeleeuwen al niet anders dan nu, dus hij krijgt spijt als haren op zijn hoofd.
Vervolgens vraagt hij de pastoor wat hij moet doen om vergeving te krijgen. En jullie raden het al: hij moet naar het graf van Jacobus in Santiago. Daar aangekomen krijgt hij te horen, dat hij alleen vergeving kan krijgen als hij voortaan in plaats van als edelman als heremiet door het leven zal gaan. En dat doet hij dus. Er staat dan ook een klein kapelletje op de berg bij het dorp, waar hij geleefd moet hebben.

Maar goed, terug naar het heden. Christoffer en ik zijn om drie uur hier in Puente la Reina aangekomen in een refugio die een halve kilometer buiten het dorp ligt. We moesten eerst over de beroemde brug uit de Middeleeuwen die daar voor de pelgrims is gebouwd. Een echt historische brug dus, want alle pelgrims die uit Frankrijk of Italië komen, moeten over die brug. En dit was dus een historische dag die onthouden zal worden: vandaag op 23 juli 2006 trok pelgrim Theo over de brug bij Puente la Reina!!!!!.
Maar daarna, o schrik: we moesten nog een halve kilometer heel steil klimmen naar wat vroeger een luxe hotel was en nu een refugio. Alles heel groots, maar wel lekker ruim.

We stonden hier bij een pelgrimsbeeldje om een foto te maken, toen er een vrouw aan kwam, die Engels sprak en vroeg of ze een foto van ons samen moest maken. Dat hebben we in dank aanvaard. Toen moest er ook een foto met haar zoontje gemaakt natuurlijk en al met al ook een praatje erbij. Alles keurig in het Engels. Ze vraagt waar we vandaan komen en als ik zeg: “Uit Amsterdam”, zegt ze in prima Nederlands: “Waarom staan we hier dan in het Engels te praten?” Nou moet ik zeggen, dat ik al verrast was toen ze aanbood een foto te maken, want de mensen zijn hier vrij gereserveerd. Grappig is dat toch, dat je aard zich niet verloochent.
Ook heb ik Nederland en passant van een slechte naam gezuiverd. Ik loop af en toe met een Amerikaan uit Colorado met een echt Yankee-accent. Die had altijd gehoord dat Nederlanders watjes zijn, maar ja, als ik nu helemaal uit Amsterdam was komen lopen, dan was ik toch wel een ‘tough man’.

23-7-2006: Het thuisfront

Kijk, een pelgrim hoort af te zien, maar waarom dat nu ook met het thuisfront moet? Toen ik bij Theo vandaan ging, was mijn enige troost dat ik tenminste naar koelere oorden vertrok. Nou, dat heb ik dus geweten.

Maar buiten dat gaat het hier ook uitstekend. Marnix gaat langzaam maar gestaag vooruit en hier begint de rust een beetje weer te keren en heb ik af en toe zelfs tijd voor het kijken naar één van mijn tegen de verveling gekochte dvd’s. Toen Theo wegging, leek me ruim vier maanden een onafzienbare tijd. Maar die tijd is tot nu toe omgevlogen en ik kan me nauwelijks voorstellen dat het nu nog maar een week of zes duurt voor hij weer terugkomt. Gek is dat, we zijn er al zolang mee bezig geweest, eerst met de voorbereidingen en de beslissing: wel of niet, dat ik me nog niet voorstellen kan dat het dan allemaal weer voorbij is en we over zullen gaan tot de orde van de dag. En als ik het me niet voor kan stellen, hoe moet het dan wel niet voor Theo zijn? Ik bedoel maar, je leeft een aantal maanden op een manier, waarvan je altijd hebt gedroomd en daarna sta je weer de vloer van de badkamer te dweilen of je nooit bent weg geweest. Nou ja, dat zien we dan wel weer. Voorlopig kijk ik vol trots naar de landkaart van Frankrijk in de gang met allemaal rode pennetjes erop en ik wil jullie daarvan graag even laten meegenieten:

Frankrijk-web

Pamplona

14,44 km – 23.481 stappen / totaal 2395,71 km – 3.445.017 stappen

De Spanjaarden die in Roncevalles zijn begonnen, vertrokken vanmorgen om half zes met een lampje op hun voorhoofd, omdat het nog donker was. Als je ziet hoe ze lopen of liever gezegd waar ze mee lopen, dan is dat op zich een studie waard. De fraaiste uitdossingen hebben ze, compleet met haute couture sjaals, waarmee ze lopen te wuiven, maar de schoenen die ze aan hebben, zijn vaak alleen berekend op een wandelingetje in het park. Het is weer heel anders dan in Frankrijk en ik moet er duidelijk nog aan wennen. Spanjaarden maken erg veel lawaai, zelfs de Italianen worden er stil van, kun je nagaan. Maar misschien lijkt dat ook maar zo, omdat ik geen Spaans spreek. Ik snap er geen hol van en weet zelfs niet of ze echt Spaans spreken of een dialect. Alle namen staan hier aangegeven in het Baskisch en in het Spaans.

Ik ontmoette vanmorgen een Frans stel uit Toulouse, dat niet voor het eerst liep en zij vertelden dat het heel normaal is dat je in het begin in Spanje een beetje overdonderd bent. “Dat duurt tot Burgos”, zeiden ze, “dan ben je eraan gewend”. En, zoals hij fijntjes opmerkte: “De weg is er niet alleen voor jou, maar ook voor anderen”. En zo is het natuurlijk ook. Het is trouwens een heel raar idee, dat zij nu net begonnen zijn en ik al aardig op weg ben naar het einde. Maar goed, ik heb het nog tot zes uur vanmorgen weten te rekken, toen ben ik ook maar gegaan. Ik hoefde vandaag niet ver, dus kon het kalmpjes aan doen. Halverwege hoorde ik ineens groot kabaal achter me en daar kwam David weer aan, druk pratend. Ik dacht dat die al dagen verder was, kreeg een verhaal waarom niet, waar ik niets van snapte, maar in ieder geval was hij er weer. Ik ben uiteindelijk niet met Anne over de Pyreneeën getrokken, want zij vertrok pas vrijdag weer en daar wilde ik niet op wachten.

Ja, zo gaat dat: het is ‘bienvenue’ en dan weer ‘au revoir’ en we zijn allemaal op weg naar ‘A Dieu’, spreek ik filosofisch. Ziedaar, een filosofische gedachte, geïnspireerd door het prachtige commentaar van Bas. Trouwens, al jullie berichten zijn fantastisch, ik ben nog steeds verbaasd dat zoveel mensen mijn gaan en lopen volgen en de moeite nemen te reageren. Cees en Corrie, het is gelukt, jullie bericht staat erop!

Ik was vanwege de korte afstand al om twaalf uur in Pamplona. Pamplona is een moderne stad met een oude citadel, waarin de kathedraal staat. Die wilde ik wel even bekijken, maar dat hadden ze slim bedacht. Om in de kathedraal te komen, moet je namelijk eerst door het museum. Nou geeft dat niet op zich, want volgens het bordje is het museum elke dag open van tien tot zes uur. Alleen, het bordje was er wel, maar alles zat potdicht. Ze vinden het zeker zo logisch dat ze tussen de middag dicht zijn, dat ze dat niet eens aangeven. En dat blijkt ook wel, want van twaalf tot vijf uur is alles dicht en geen kip op straat. Alleen af en toe een verdwaalde buitenlander. Natuurlijk heb je dat wel eens gehoord, maar wij noorderlingen staan dan toch een beetje beteuterd te kijken. Er zit gewoon niets anders op dan siësta te houden en dat heb ik dus dan ook maar gedaan.

Het eten is tot nu toe niet zo veel bijzonders en het is weinig. Maar ja, alle menukaarten zijn ook in het Spaans, er is niets in het Engels, Duits of Frans te vinden. Gelijk hebben ze, zo was het tenslotte tot voor een paar jaar in Frankrijk ook. Maar misschien ga ik deze winter dus wel Spaans leren, want dit is te gek natuurlijk. Zo zie je maar weer, van het één komt het ander.
Tenslotte een filosofische uitspraak van ‘onze man in Toulouse’: er zijn drie camino’s. De eerste is de voorbereiding op de tocht, de tweede is de tocht zelf en de derde is het afkicken daarvan. En daarna sprak hij troostend: “Die derde, daar doe je wel twee jaar over”. Nou, we zien wel, maar dit is in ieder geval wel een tocht om nooit te vergeten!

Mijn eerste Spaanse dag

33,09 km – 47.122 stappen / totaal 2381,27 km – 3.421.536 stappen

Hier weer een bericht direct via email. Gisteravond heb ik een pelgrimsmaal gegeten in een restaurant vlakbij het klooster. Er was rekening gehouden met de pelgrimsmis om acht uur, dus het eten was al om zeven uur en dat is vroeg voor Spaanse begrippen. Ik heb heel goed gegeten trouwens. Een pasta vooraf en een truite als hoofdgerecht met frites. Ja, we doen heus wel mee met Europa. Daarna heb ik nog een gezonde Hollandse yoghurt genomen en toen zijn we met z’n allen naar de kerk gegaan.

Er was een mis met acht celebranten, dus heel groots en met een fantastische organist. Aan het einde werden dus alle pelgrims opgenoemd die onderweg waren naar Santiago (dus geen deeltijd-pelgrims) en die kregen de pelgrimszegen in het Spaans, Frans, Duits en Engels. Daarna weer het Salve Regina, zoals ik dat nu al meerdere keren heb meegemaakt. De kenners onder jullie moeten mij nu toch echt nog maar eens gaan vertellen hoe dat in elkaar steekt. Doet men dit elke avond of na elke mis? Overigens maakt het wel echt indruk op me, zelfs als ik het niet helemaal begrijp met dat licht en zo.

Daarna heb ik nog mijn dagelijkse sigaartje gerookt en toen naar bed. De Hollandse leiding doet echt om precies tien uur het licht uit en tot mijn verbazing was het toen ook echt stil. De hele nacht. Vanmorgen werd er door de Amerikanen met waardering over deze Hollandse leiding gesproken: “Je kunt wel zien dat het geen Spanjaarden of Fransen zijn”.
En vanmorgen om precies zes uur ging het licht weer aan. Wat er dan gebeurt: aan alle kanten hoor je de meest vreemde melodietjes uit mobieltjes komen als wekkers. Ook worden mensen gebeld om wakker te worden. Een kakafonie van geluid en activiteiten aan alle kanten, want het lijkt wel of iedereen haast heeft om te vertrekken.

Ik ben om half acht op stap gegaan en heb een ontbijt kunnen scoren zo ongeveer 4 km na de start. Daar zat toen ook iedereen natuurlijk, wat op zich ook wel weer gezellig is. Daarna ben ik weer verder gaan lopen en wie zie ik na twee uur lui langs de weg liggen? Mijn Poolse vriend Christoffer. Hij was ook vroeg vertrokken, maar was nu moe, dus lag even te slapen. Met hem heb ik afgesproken om naar Larrasoana te lopen, maar op dit moment, om vijf uur, is hij daar nog niet aangekomen.
Het is warm, maar niet extreem en het landschap is wel heuvelachtig, maar niet echt bergachtig zoals gisteren. Vanavond eet ik in een klein restaurant hier in het dorp met alle andere pelgrims natuurlijk. En morgen trek ik verder naar Pamplona, de eerste grote Spaanse stad, waar ik hopelijk ook een nieuwe simkaart kan kopen.

Over de Pyreneeën

23,19 km – 33.129 stappen / totaal 2348,18 km – 3.374.414 stappen

Een eerste bericht uit Spanje. Ook weer een ander toetsenbord, dus ik moet opletten. Vandaag ben ik om half acht vertrokken uit St. Jean Pied de Port na een voor Franse begrippen enorm ontbijt bij de Nederlanders. Zelfs pindakaas en hagelslag stonden op tafel. Nou, dan kan de dag niet meer stuk natuurlijk. Het weer was na een onweersbui vannacht goed opgeklaard en het was helder.

Pyreneeen-web Nu zijn er twee routes naar boven, de een wat moeilijker en mooier dan de ander. Eerst was ik van plan de makkelijkste te nemen maar gaandeweg dacht ik: “Geen mietje worden, den Otter. Je hebt dit gewild, dus dan moet je er ook voor gaan”. Dus heb ik de hoge route genomen. En ik heb er geen moment spijt van gehad. Geweldige uitzichten en heerlijke momenten. Ik ben over de bergen gedanst als het ware. Een niet te vertellen ervaring was dit.

Om drie uur ongeveer was ik in Roncevalles. Wat een drukte. Er kunnen ongeveer honderdveertig mensen in deze gîte die in een oud klooster gemaakt is. De gîtes d’ étape, waar ik altijd slaap, zijn heel eenvoudige onderkomens, meestal in oude gebouwen, waar bedden zijn en een douche. Dikwijls is dat alles, maar er zijn ook luxere gîtes, zoals deze met internet en mogelijkheden om te eten. Maar goed, bij aankomst hier moest je je rugzak in de rij zetten en wachten tot de boel openging. Met zoveel mensen is dat natuurlijk wel een organisatie. En wie kunnen goed organiseren? Wel, Nederlanders natuurlijk. Het zijn dus Nederlandse vrijwilligers die hier de boel runnen.
Een probleem is, dat er voor de mannen maar twee douches zijn, dus dat is oplijnen. Je moet ook bij het restaurant een ticket halen om te reserveren als je daar ’s avonds wilt eten. We eten om zeven uur en om half negen. Daar tussenin is de pelgrimsmis waar je geacht wordt heen te gaan. Ik lig nu in een heel oud gebouw met honderdveertig bedden op een zaal. Het lijkt de marinierskazerne in Doorn wel.

Vanaf vandaag heb ik ook geen contact meer op de mobiele telefoon. Ik zal morgen proberen een nieuwe simkaart te scoren. Ik ben benieuwd hoe dat gaat aflopen.
Nou mensen, ik ga snel Spaans leren, want ik erger me dood dat ik dat niet kan spreken nu.

St Jean Pied de Port

21,29 km – 30.420 stappen / totaal 2324,98 km – 3.341.285 stappen

Jullie weten niet half hoe fantastisch het is hier in St. Jean Pied de Port aan te komen en dan al jullie post te krijgen. Het is super! Ik was uit voorzorg maar vast met mijn gezicht naar de muur gaan zitten en dat was maar goed ook. Geweldig dat jullie al die moeite doen om passende kaarten te vinden en grappige of ontroerende teksten te schrijven. Jan en Olga, Hans en Lida, Jan en Plonie, Bas en Caty, Cees en Corrie, Bep, An, Ton en Nora, Andries en Rina, Arij en Ellen, Jaap en Jannie, Jan en Dorien, Lex en Elly, Frits en Loveday (de kaars zal aangestoken worden), geweldig bedankt!!

Even uitleg over de gîte, Jan: dat is net zoiets als een Engelse ‘Bed and Breakfast’. Vaak zijn het huisjes, die leegstaan omdat ze geërfd zijn van grootouders, soms zijn ze nieuw neergezet, soms is het bij iemand in huis, of soms, zoals gisteren, de bovenverdieping van een winkel of bar. Over die bar gesproken: we hebben gisteren met zijn zevenen bij de barbaas gegeten en een geweldige avond gehad. We hebben alle Baskische specialiteiten gedronken en dat waren er niet weinig. En heel veel gepraat en heel veel gelachen.

Vanmorgen ben ik op stap gegaan naar mijn doel voor vandaag, St. Jean Pied de Port, de laatste stop in Frankrijk. Het was iets minder heet dan gisteren. Ik moest alleen aan het eind stevig doorlopen, want er kwam een gigantische onweersbui aan en die wilde ik voor zijn, want ik had geen zin om mijn poncho aan te trekken. Dat hielp niet echt, want dat haalde ik natuurlijk niet en ik werd dus drijfnat. Hier ben ik meteen naar de gîte gegaan en werd daar in het Nederlands welkom geheten. De gîte wordt door een Nederlands echtpaar beheerd met hulp van vrijwilligers. Ik weet niet of ik dit nu leuk vind of niet. Ach wat, alles is gewoon super, echt alles: de entourage, het leven zoals ik dat nu heb, het feit dat ik nu hier ben. Het is toch een droom? En het is echt gewoon zo, dat ik me anders voel. Nou gaan jullie natuurlijk vragen hoe dan, maar dat weet ik eigenlijk ook niet, gewoon anders, meer mezelf of zoiets. De barbaas gisteren zei dat hij binnen een minuut zag of iemand een echte pelgrim was of niet. “Een echte pelgrim straalt rust uit”, zei hij. Ik was een echte. Ik weet alleen niet meer of hij dat nu voor of na de drank zei.

Ik heb hier mijn stempel gehaald, mijn allerlaatste stempel in Frankrijk en mijn allerlaatste stempel op deze kaart. Daar hebben ze hier een apart bureau voor. Ik heb er meteen een nieuwe credencial gekocht voor het laatste stuk.

Morgen ga ik dus de Pyreneeën over. Nou, daar droom je toch alleen maar van? Het zal best een zware dag worden, want ik moet 8 km steil omhoog, dan heb ik 14 km ‘vals plat’ en dan weer 8 km steil naar beneden. En daarna is dan mijn eerste Spaanse stop in Roncevalles, of, zoals de Fransen zeggen: in Ronceveaux. “Maakt niet uit hoe ze het noemen”, zei de barbaas, “het is toch Baskenland”.
Ik heb deze maanden in Frankrijk genoten en ben nu heel benieuwd naar Spanje. Voor mij is dat een stap (nou: één?) in het onbekende. Het lijkt het leven zelf wel.
Jan en Dorien merkten op dat ik nu naar een heilige liep en vroegen zich af of ik nu ook een Heilige Landloper wilde worden. Wie weet?

Baskenland

10,99 km – 15.694 stappen / totaal 2303,69 km – 3.310.865 stappen

Hier weer eens op internet zelf. In een bar in een dorp van drie keer niks heb ik plotseling wel een snelle verbinding. Dit is echt een land van uitersten.
Vanmorgen ben ik om half zeven opgestaan en heb ontbeten met de twee hospitaliers die hier de boel verzorgen in de gîte van het klooster. Daarna naar de bakker en toen om acht uur op stap. Door een prachtig landschap (ik begrijp nog steeds niet waarom ik hier nooit eerder ben geweest) ben ik naar een kapelletje op een berg gelopen. In het boek zag ik dat er voor mij een aantal Nederlanders loopt. Bij die kapel had het stil moeten zijn, maar op het moment dat ik er aankwam, kwam er een vliegtuig over waaruit een aantal parachutisten sprong. Een oefening van het leger dus. Wel leuk. Daarna ben ik weer doorgelopen en heb onderweg nog een kerk bezocht met een kerkhof. Gery kan tevreden zijn ….
Ik ben nu in het Baskenland, waar ze Frankrijk een ander land vinden. Ze spreken een onbegrijpelijke taal. De stenen op dat kerkhof zijn allemaal anders dan de stenen op andere begraafplaatsen in Frankrijk. Heel opvallend is dat het stenen zijn zoals je in Ierland en Wales ziet. Zoals alles hier anders is dan in Frankrijk.

Baskenland-web De huizen zijn allemaal wit met roodbruine kozijnen. En altijd koel binnen, dat is wel lekker met de huidige temperaturen, want het is hier gloeiend heet. Het was maar een kort stukje vandaag, dus ik heb heel erg op mijn gemakkie gelopen en kwam om twaalf uur aan in Ostabat, waar een expositie is van schilderijen van plaatselijke kunstenaars. Wel heel anders weer, maar heel mooi (alhoewel niet alles natuurlijk). Ik slaap nu met een jong Frans stel op een kamer in de plaatselijke bar waar we vanavond ook hebben gegeten. De eigenaar weigert Coca Cola en chips te verkopen. Echte Basken dus.

Het gaat nu onweren, dus ik ga maar naar binnen, morgen het laatste stukje Frankrijk.

In het klooster

30,89 km – 44.123 stappen / totaal 2292,70 km – 3.295.171 stappen

Ook vandaag was het weer warmpjes. De mensen hier zeggen dat het ook echt een hittegolf is en dat het anders niet zo warm is. Maar ik heb toch lekker gelopen, het ging allemaal naar wens. De vlakke streek is nu wel echt over, het gaat constant op en neer, maar echte bergen zijn het nog niet. Die zie ik wel de hele dag en hoe dichter ik daarbij kom, hoe hoger ze lijken te worden. Maar dat zien we dan wel weer.

Vanmorgen om kwart voor zeven kreeg ik in een bar al mijn eerste kop koffie en dat is erg vroeg. Toen ik naar een bakker vroeg, zei de baas: “Je hebt pech, want op maandag is de enige bakker die we hebben, gesloten. Weet je wat, ik zal mijn vrouw eens vragen of ze misschien nog een boterham over heeft”. Zijn vrouw heeft toen voor mij een hele grote sandwich gemaakt en ik kreeg er een appel en een sinaasappel bij. Ze hebben hier trouwens heerlijk fruit en bijna alles, behalve de sinaasappel, kwam uit eigen tuin. Dus ik zat gebeiteld.

Ik heb lekker rustig alleen gelopen en was om half vier in St. Palais. Voor de verandering slaap ik vannacht in een echt Franciscaner klooster, oud en heel groot. Ik zit nu in de refter onder het toeziend oog van St. Franciscus. Er hangt hier toch een andere sfeer dan in een gîte of een hotel, al is er dan bijna geen monnik meer te bekennen, voor het grootste deel zijn het vrijwilligers hier. Er is ook niet veel meer in het klooster en de vrijwilliger die me ontving, vertelde dat ze ook steeds minder geld binnen krijgen. Alleen de gîte loopt goed.

Ik heb na het douchen in een internetcafé uitgebreid de website zitten lezen met alle commentaren. Heb erg veel lol gehad om de ‘psalm’ van Jaap, waarin de pelgrim maar voortdondert. Hoe verzin je het. Het is echt heel erg leuk om alle commentaren te lezen, hartstikke bedankt allemaal!

Morgen en overmorgen hoef ik maar ongeveer 20 km per dag en dan arriveer ik in St. Jean Pied de Port. Daarna begint het laatste deel, laat ik Frankrijk achter me en steek de Pyreneeën over naar Spanje. De Chemin wordt dan de Camino en de gîtes worden dan refugio. Met deze woorden heb ik meteen al mijn kennis van het Spaans geuit, dus het woordenboekje van Ton en Suzanne gaat te pas komen. Olé!