2009: Camino Primitivo

Verkeerd gelopen

Geen zorgen: als het geen lange route is, weet ik hem wel lang te maken.
Ik heb gisteravond nog wel drie keer het stukje film moeten laten zien en verder heb ik heel gezellig met een Spaans gezin zitten eten: Pa, Ma, twee dochters en een schoonzoon. Vanmorgen zijn zij eerder vertrokken dan ik, maar het regende dus ik was niet zo erg vroeg op pad gegaan. Na 3 km ging het al fout en dat kwam een beetje door mijn luchthartigheid. Ik haalde namelijk de Spaanse familie in, die in een bushokje zaten te schuilen voor de regen. Zij wonen op Majorca en doen dus alsof dit de eerste regen is die ze ooit gezien hebben en denken dat ze acuut smelten. Ik liep dus naar ze te kijken en wat stoere opmerkingen te maken. De straf kwam meteen: ik zag toen de gele pijl niet en liep gewoon de straat uit en sloeg toen zonder na te denken linksaf. Waarom? Geen idee en ik had het ook niet moeten doen, want het gevolg was: 2 km verkeerd lopen en dus ook weer 2 km terug en dat in de regen. De familie had mij ook niet nageroepen dat ik verkeerd liep, dus dat was ernstig, maar later hebben zij het weer goed gemaakt.
Enfin, gelukkig werd het droog en na verloop van tijd haalde ik de familie weer in, want die lopen niet zo hard. Daar ben ik een stukje mee opgelopen en dat was prachtig. Pa is geopereerd aan zijn knie en loopt nu met een felblauwe brace om die knie. In korte broek zodat je al van verre dat blauwe ding ziet. Hij wil weten dat hij gewond is, zogezegd. En hij wil ook laten merken dat hij de baas is van de familie, want hij brult en schreeuwt om het hardst. Niet dat dat op vrouw en dochters veel indruk maakt. Een van de dochters spreekt Engels en dat kan hij absoluut niet hebben. Dus hij gaat er dwars doorheen praten en de aandacht trekken. Vrouw en dochters doen vervolgens of hij lucht is en zodoende krijgt hij niet de aandacht die hij graag wil. Ik heb er weer van genoten.
Vervolgens ging ieder weer zijn eigen weg, zo gaat dat en je komt elkaar meestal weer tegen., zo ook nu. Op een gegeven ogenblik moest ik de weg oversteken en dan steil naar boven. Maar daar stond ‘mijn’ familie weer, die juist een man hadden gesproken die had gezegd dat dat absoluut niet ging en die een ander pad had gewezen. Zij maakten dus het feit dat ze mij niet gewaarschuwd hadden toen ik verkeerd liep, weer helemaal goed, want dat pad liep inderdaad goed. Op een gegeven ogenblik kwamen we in een dorp en besloot de Spaanse familie te stoppen, maar ik wilde door naar La Franca, dus wandelde verder. Vervolgens kwam ik in het volgende dorp een Oostenrijks stel tegen, waar ik een tijdje mee heb staan praten. Zij bleven daar, maar ik wilde verder en bij het afscheid zei mevrouw: “Äls je doorloopt naar La Franca, moet je die kant op!” Dat heb ik braaf gedaan, maar dat was dus echt absoluut niet de goede richting, bleek later. Dan wordt het lastig, omdat ik aan mijn gidsje niets had, want ik liep over het alternatieve pad en aan een autokaart heb je ook niet zo veel. Dus ik heb minstens 5 km meer gelopen dan nodig was. Ach ja, het pelgrimspad gaat niet altijd over rozen.
Het voornaamste is dat ik er wel gekomen ben. Om vier uur was ik in het hotel, waar ik twee jaar geleden ook geweest ben en ik heb mijn ogen uitgekeken. Toen stond het hotel hier in zijn eentje, nu wemelt het van hotels en restaurants en zijn er hele nieuwbouwwijken. De prijs van het hotel is echter nog hetzelfde: € 15 voor een kamer, dus dat is voor niets. Lekker gedoucht en toen ben ik iets gaan eten, want ik had de hele dag nog niets gehad en dat kan natuurlijk echt niet. Een hongerlijdende pelgrim die verkeerd loopt, ik zou hem niet graag tegenkomen!! Dus ik heb hier in een bar een schaaltje garnalen gegeten en een crema Catalane toe. Anders dan in Frankrijk kun je hier de hele dag wel iets eten. De restaurants gaan wel dicht, maar in de bars kun je bijna hetzelfde eten. Nou ben ik weer het ventje!

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | 1 reactie

Een nieuwe pet

En weer was het prachtig wandelweer vandaag. Tot dusver heb ik veel meer geluk wat het weer betreft dan de vorige keer toen ik hier liep. Ik liep weer alleen, maar dat mag me de pret niet drukken. Het laatste stuk splitst de route zich en kun je op 2 manieren naar de albergue lopen. Vorige keer ben ik langs de kust gelopen, dus nu heb ik de route door het binnenland genomen. Maar daar was niet veel aan, vrij saai en een stuk over een golfterrein, dat nou ook niet zo bijster interessant is. Dat maakt allemaal niet uit, ik geniet nog steeds heel erg van deze tocht en het wandelen.
Goed, onderweg zie ik dus niemand, maar dan kom ik aan in de albergue en zijn er ineens twaalf mensen. Ik denk dat de meesten kortere stukken lopen. Er zijn er hier, die vanmorgen gestart zijn in Comillas, 14 km hiervoor, daar heb ik tussen de middag zitten eten. Veertien kilometer vind ik veel te weinig op een dag, maar ik ben wel een zeur, want meer dan 30 km vind ik ook niks. Gery zegt dat ik met de kilometers net zo ben als zij met de temperatuur: zij vindt dat het 20,6 graden moet zijn en ik 28,4 km of zoiets.
In de albergue vertelde ik dat ik er twee jaar geleden ook geslapen heb en dat ze me hier de volgende morgen zingend uitgeleide hebben gedaan. Ik heb dat toen op de film gezet, dus vroeg of ze dat soms wilde zien. Nou, daar had ze uiteraard wel oren naar, dus ik ben achter de PC gekropen en heb het op de website opgezocht. Ja, dat was natuurlijk feest, want haar man en schoonzuster stonden er ook op. Even later hoorde ik haar druk bellen met familie en verwanten. Ik zal het vanavond dus nog wel een keer moeten laten zien. Overigens, wie een kaartje naar Orviedo wil sturen, moet dat nu wel snel gaan doen. Ja nou, ik ben maar zo brutaal…….
Verder ben ik mijn pet ergens kwijtgeraakt, dus ik heb mij hier naar de winkel begeven om een nieuwe pet aan te schaffen. Er was één verkoopster die Engels sprak en dus ook het heft in handen nam, uiteraard onder toeziend oog en begeleidend commentaar van de andere vrouwen in de winkel. Bedeesd pakte ik zelf ook af en toe een pet, maar die werd achteloos terzijde geschoven als niet ter zake doende. Eenparig werd door de dames besloten dat een bruin ribfluwelen soort hoedje mijn schoonheid het beste tot zijn recht deed komen. Het is een bijzondere pet, want als het regent, kan ik hem omdraaien en dan is de pet regenbestendig. Eerlijk gezegd vind ik hem zelf niet zo fraai, maar de dames vonden hem allemaal schitterend, dus vooruit maar.
In elke bar en elke winkel word ik erop gewezen dat Nederland op de TV is met de Spaanse wielerronde of zoiets. Ik doe dan uiteraard blij verrast, maar eigenlijk kan het me geen bal schelen. Ik oefen me hier intussen in allerlei talen. Er is hier een Oostenrijkse die naar de dokter moest, omdat ze een open voet heeft, maar die spreekt geen Spaans en ik ook niet. Nou, dan komt er iemand bij, die een beetje Frans kan spreken en dat snap ik dan weer en kan dat dus in het Duits vertalen. We komen er altijd wel uit dus, al zei de Oostenrijkse bezorgd dat het al half zes was. Ja, wij noorderlingen weten dan dat er geen dokter meer te bekennen is, maar de Spanjaarden moeten er alleen maar om lachen. De man van de hospitalière zal haar brengen en zal er ‘binnen vijf minuten’ zijn, maar dat is inmiddels al een kwartier geleden. Geen nood, alles komt wel goed.
Over voeten gesproken: de mijne beginnen wat slijtageplekjes te vertonen, dat wil zeggen hier en daar een wondje dat moeilijk dicht wil gaan. Maar ik heb mijn algenpleister. Die doe ik er ’s morgens op en dan heb ik de hele dag geen pijn eraan. Geweldig spul is dat toch!

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | Een reactie plaatsen

Laat ontbijt

Ik ben vrij vroeg vertrokken vandaag en had dus nog niet ontbeten. “Geen nood”, dacht ik, “doe ik onderweg wel”, maar ik had er geen rekening mee gehouden dat het zondag was en dat dus veel bars en zo dicht zijn, met als gevolg dat ik om elf uur pas een ontbijt kon scoren. Dat is ernstig, want in de restaurants begon men alweer de barbecue aan te steken voor het middagmaal. Hier heb je in veel restaurants grote haardvuren, waar ze een heel varken of schaap of ander dier roosteren. Dan kun je aanwijzen welk stuk je wilt hebben en dat snijden ze dan voor je af.
Ik heb lekker gelopen vandaag. Het ging wel een beetje op en neer, maar niet al te veel, de wegen waren heel goed begaanbaar. Het was 25 graden, maar er stond een lekkere frisse zeewind. Dus alles naar wens voor deze man en…ik zag in de verte de Picos de Europa met de sneeuw op de top. Een prachtig gezicht en daar wil ik dus naar toe. Ik denk dat ik nog ongeveer een week langs de kust loop en dan ga ik het binnenland in om de Camino Primitivo te volgen. Onderweg zie ik nog steeds niet veel mensen, maar dat is logisch, deze route is lang zo druk niet als de Camino Frances en de Camino Primitivo schijnt ook erg rustig te zijn. Ik vind het niet echt erg, maar zou er ook geen bezwaar tegen hebben wat meer mensen tegen te komen. Ik bedoel, de natuur is erg mooi en prachtig en ik geniet er ook van, maar ja, bomen en weilanden praten niet natuurlijk.
Omdat ik vroeg was vertrokken, was ik om even over drieën al in Cobreces, waar ik het klooster dicht vond. De vorige keer heb ik hier geslapen, maar nu was er een dependance van het klooster waar ik terecht kon. Dat is wel handig, want dan hoef ik vanavond na het eten niet precies om tien uur binnen te zijn, omdat anders de poort dicht is. Ik moest me wel inschrijven en een stempel halen in het klooster en daar werd ik hartelijk, om niet te zeggen zeer hartelijk ontvangen door een oude monnik. Ik werd zelfs gezoend en onderweg werd steeds mijn hand vastgepakt. Ik moet bekennen dat ik me daar toch niet zo gemakkelijk bij voel, maar alla, ik heb een stempel en een slaapplaats. Op dit moment ben ik hier met twee Engelsen, twee Oostenrijkse vrouwen en een Spanjaard, maar het is nog vroeg, dus er zullen nog wel meer mensen komen.
Verder valt er niet veel nieuws te vermelden dit keer.

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | 2 reacties

Knorrend varken

Kijk, Jacobus wist vandaag weer precies hoe het hoort: het was een mooie dag zonder een enkele regendruppel. En een mooie en prettige wandelroute om te lopen: niet te veel op en neer, goede paden. Kortom, precies zoals we dat zouden wensen.
Toen ik om half acht vanmorgen vertrok, was mijn gastvrouw waarschijnlijk nog in diepe rust, ik heb haar niet gezien tenminste. Ik moest een eind door de stad lopen naar het begin van de route, dus onderweg een ontbijtje gescoord. Daar moet je je nou niet te veel van voorstellen, want het is een kop koffie met melk en een cakeje, ik heb daar als echte uitspatting nog een glas jus d’orange bij genomen. Een eindje verder haalde ik een pelgrim in, die de weg niet meer wist. Dat bleek een Boliviaanse te zijn, die al zes jaar in Berlijn woont, dus daar kon ik een heel gesprek mee voeren. Na een poosje raakte ik haar weer kwijt, want ik wilde naar de apotheek.

farmacia-web Ik moest hansaplast en leukoplast hebben en aangezien ik weer uitslag heb van het varkensvlees, wilde ik daar ook iets tegen hebben, want ik krijg er bulten van, die erg jeuken.
Dus op naar de apotheek. Daar trof ik een aardig meisje aan, dat echter behalve Spaans geen buitenlands woord sprak of begreep. Met de hansaplast had ik succes, dat heet hier ook zo. De leukoplast heb ik laten zien en toen brgreep ze ook wat ik wilde. Maar de anti-allergiepillen??? Wat die man voor haar in vredesnaam moest bedoelen??? Ze begreep er geen jota van. Ondertussen werd het in de apotheek steeds een beetje drukker. Ik probeerde haar uit te leggen dat ik niet tegen varkensvlees kon, maar wat is varken in het Spaans? Geen flauw idee en de woorden die ik verzon, waren niet de juiste. Dus het eindigde ermee dat Theo midden in de apotheek stond te knorren als een varken. Niet dat ze het toen begreep. Maar er was een meneer binnengekomen die er uitzag of hij wel slim was, dus ik zei: ” U kunt vast Engels spreken”. En hoera, dat kon hij! Dus ik zei wijs dat mijn probleem nu opgelost was en dat alle problemen vanzelf opgelost worden, waarop hij filosofisch opmerkte: “In Spanje zeggen we dat alle problemen opgelost kunnen worden, behalve de dood”. Hij vertaalde mijn geknor dus in keurig Spaans en zo kreeg ik wat ik hebben wilde. Alleen vond de meneer het zo leuk om Engels te spreken, vooral in de apotheek waar de anderen ademloos stonden te luisteren, dat ik bijna niet meer van hem afkwam. Maar ja, voor wat hoort wat.
Om twaalf uur heb ik een giga hamburger gegeten en de rest van de dag heb ik alleen gelopen. Ik wist dat er twee Duitse meisjes voor mij liepen en dat die naar dezelfde albergue zouden gaan, maar ik heb ze niet gezien en toen ik in de albergue kwam, waren ze daar ook niet.
Wat mij vandaag verbaasde, was dat je herinnering soms rare dingen uithaalt. Ik wandelde weer over de spoorbrug waar je eigenlijk niet over mag, maar om moet lopen. Geen hond die dat doet, want hoewel de gele pijlen een andere richting op staan, staat eronder: over de spoorbrug die kant op. En net als de vorige keer kwam er ook een trein terwijl ik over de spoorbrug liep. Maar ik herinnerde mij van de vorige keer dat de route een heel eind door weilanden ging en ik dus bijna constant door weilanden had gelopen. Welnu, hier klopt dus echt helemaal niks van: ik liep kilometers langs een pijpleiding, waar ik me helemaal niets van herinner, het kwam me zelfs niet bekend voor. Ik dacht slim dat ze die er dus vorig jaar hadden neergelegd, maar toen ik in het gidsje van 2007 keek, stond het daar wel in, dus ik moet het vorige keer ook gezien hebben.
Na volgens de GPS 29,5 km arriveerde ik in de albergue van Polanco, waar helemaal niemand was, geen pelgrim te zien. Dat is zo raar, de ene dag kom je haast niet aan een plekje voor de nacht, zo vol is het en de andere dag is er niemand. Ik moest de sleutel halen in de bar aan de overkant en volgens mij klopt daar iets niet. Ik begon met vragen om een cola, moet toch kunnen in een bar. Ik werd eerst ingeschreven en kreeg de sleutel. Vervolgens kwam er een flesje cola, maar die werd in een papier gepakt, ik kreeg hem in mijn handen met de mededeling dat ik die in de albergue maar op moest drinken. Niet op het terras van de bar, dat mocht niet. Ik kan er ook eten, maar dan moet ik om zeven uur aanwezig zijn en dat is voor Spanje eigenlijk onbestaanbaar. Ook dat gaat een beetje geheimzinnig, dus ik heb het gevoel dat ze iets clandestien doet. Vijftig meter verderop is een restaurant, dus misschien mag ze wel geen eten of drinken geven. Er zit vast wel een of andere dorpsgeschiedenis achter. Helaas, ik zal het nooit weten, maar het is toch genoeglijk fantaseren op het terras van de albergue met een cola voor je neus en een sigaartje in het hoofd.

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | 2 reacties

You want a room?

De watervallen, die ik vandaag over mijn hoofd gekregen heb, overtroffen alles. Ik heb wel meer regen gehad, maar dit was geen regen meer, dit waren hele rivieren die uit de lucht kwamen vallen. Tot een uur of elf ging het nog wel, eerst miezeren, later steeds meer regen. Toen leek het zelfs even beter weer te worden, maar dat bleek alleen de aankondiging te zijn van nog veel meer regen. Het gevolg is dat alles drijfnat is geworden, want in de rugzak werd ook alles nat, zo ging het tekeer.
In Laredo heb ik weer het bootje genomen naar Santona, dat op het strand aanmeert. Het gaat nog precies hetzelfde als twee jaar geleden, alleen is de prijs van de overtocht gestegen van € 0,50 naar € 1,75. In Santona besloot ik dat ik even genoeg regen had gezien, dus ik ben naar de VVV gestapt om te vragen hoe laat er een bus naar Santander ging, want ik dacht: “Dan kan ik vanmiddag nog even naar het postkantoor om te kijken of er post is, anders moet ik tot maandag in Santander blijven”. Laat de bus naar Santander nu net op het punt staan om te vertrekken, dus zo zat ik na de enorme regen lekker warm in de bus: een rit van een uur voor € 3,75, wie doet je wat.
In Santander kom ik uit het busstation, kijk op mijn kaart om te zien waar ik kan overnachten. Dan word ik op mijn schouder getikt: een oud vrouwtje houdt mij vervolgens een kaart voor de neus, waarop in het Engels staat: “You want a room?” Ik knik van ja, zij maakt me vervolgens duidelijk dat ik bij haar kan slapen voor € 30, wenkt dat ik achter haar aan moet lopen. Dus zij stiefelt voorop, wijst steeds met haar wandelstok de weg en ik loop achter haar aan als het braafste jongetje uit de klas. Enfin, ik kan nu zeggen dat ik door een vrouw van de straat ben opgepikt, meestal is dat andersom.
Ik woon vannacht dus in een doodgewoon flatgebouw, waar ik in een van de kamers bivakkeer. Ik heb eerst maar eens lekker gedoucht, een beetje meer of minder water maakte toch niet meer uit, vervolgens heb ik mijn wasje gedaan en alle natte rommel uitgespreid om te drogen. Zelfs mijn gidsje is drijfnat geworden. Daarna ben ik naar het postkantoor gelopen, er was een kaart van Corrie en Cees, waarvoor heel veel dank. Dat was nog even moeilijk, want hij was geadresseerd aan Theo den Otter, maar op mijn paspoort staat Mattheus Jan, dus dat klopte niet volgens de ambtenaar, maar gelukkig kon ik hem er toch van overtuigen dat ik het echt was. Mijn volgende gang was naar het internetcafé. Daar heb ik anderhalf uur doorgebracht. Vervolgens ging ik naar de kerk om een stempel te halen. Helaas, in de kerk was niemand aanwezig, dus moest ik terug naar de VVV voor mijn stempel. Na al deze beslommeringen ben ik even gaan rusten op mijn kamer en daarna weer naar de stad om Gery te bellen, want ik had geen bereik.
Jullie zien zeker wel hoe druk ik het heb. Echt, ook een pelgrim valt ten prooi aan de waan en de stress van de dag. Hier moet verandering in komen voor deze pelgrim, anders gaat het nog op werken lijken! Nou, als dit werken is, dan is dit wel het leukste werk dat ik ooit gedaan heb, ik teken ervoor.

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | Een reactie plaatsen

Andere tijden

Vandaag heb ik ruim 26 km gelopen in stralend mooi weer. Een grote tegenstelling met twee jaar geleden, toen ik hier alleen maar in enorme stortbuien gelopen heb. Toen schreef ik dat ik de buien al van ver aan zag komen. Nu was het supermooi weer om te lopen met de zee steeds aan mijn rechterhand. De zee is wel veel rustiger dan toen, dat is zeker. Nu geen grote schuimkoppen, behalve waar de golven tegen de rotsen slaan. Prachtig is dat, het water heeft dan alle kleuren. Overal zijn hier kleine baaien, het is hier schitterend. Dat het nu mooi weer is, is ook duidelijk te zien aan de stranden: die zijn nog drukbevolkt met badgasten. Dus er is van beide kanten bekijks: ik kijk naar de schaars geklede badgasten, naar de natuur dus, en de badgasten kijken naar die halve gare die bepakt en bezakt langs komt sjouwen.
Op deze route zijn er hele stukken, waarop je op een wandelpad langs de zee loopt. Soms kom je door een weiland en op een van die weilanden kwam ik een hele kudde geiten tegen en één bok. Maar dat was dan ook een bok van jewelste. Hele grote horens en duidelijk niet van plan voor mij uit de weg te gaan. De geiten wel, die renden allemaal weg, maar de bok bleef stokstijf staan, met de kop dreigend naar voren en mij aanstarend. Ja, dan kun je vriendelijk vragen of je passeren mag, maar dat werkt niet, dus ik besloot gewoon door te lopen en te doen alsof ik hem niet zag. Dat lukte, want hoewel hij dreigend naar mij bleef kijken, verroerde hij zich niet.
Omstreeks het middaguur was ik in Castro Urdiales en toen ik dit per sms aan het thuisfront meldde, meende Gery mij daar een restaurant en een hotel aan te kunnen raden. Die had ze natuurlijk ook niet van zichzelf, maar kijk, zo gaat dat niet natuurlijk. Een pelgrim moet zijn eigen weg zoeken, dus ik heb alle verleidingen weerstaan en ben doorgelopen naar Islares. En hier zit ik nu lui te zijn in de lounge van een goed hotel zonder heel veel luxe, maar wel met uitzicht op zee en… € 10 goedkoper dan het hotel dat zij aanraadde.
Het enige nadeel is dat ik pas om half tien kan gaan eten, een beetje laat voor de pelgrim dus. Dat is trouwens hier overal zo: je gaat niet voor half tien aan tafel en om elf uur komen de Spanjaarden nog rustig een restaurant binnen wandelen. ‘t Is natuurlijk zoals je het gewend bent, want de Spanjaarden die in Nederland zijn geweest, vinden dat wij een gek land zijn: om negen uur ’s avonds gaat de keuken in een restaurant dicht in plaats van open en om zeven uur ’s avonds kan je niet eens meer een museum of zo bezoeken. Daar hebben zij ook gelijk in.

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | Een reactie plaatsen

Een soort buitenaards wezen

Het was een prima dag vandaag. Ik heb heerlijk gelopen en het was van begin tot eind prachtig weer. Vanmorgen was het tussen 19 en 23 graden. Vanmiddag liep de temperatuur op tot ongeveer 27 graden, maar toen liep ik langs het strand met een heerlijk zeewindje. Kortom, heerlijk wandelweer.
Uiteraard ben ik in Bilbao weer even langs het Guggenheim museum geweest, want het is echt een prachtig gebouw om te zien. En ik kon het weer niet laten jullie als trouwe lezers even persoonlijk te groeten.
In Portugalete ben ik weer over de pont gegaan die boven het water zweeft. Dat is echt heel leuk. Omdat het vakantietijd is, vaart hij nu constant heen en weer, dus aan de overkant heb ik een kop koffie genomen om rustig naar het heen-en-weer zweven te kunnen kijken. Daarna ben ik het stadje doorgelopen over de rollende trottoirs. Dit keer heb ik ze gefilmd, want het is echt heel grappig.
Het is wel apart: de hele weg heb ik niemand gezien, geen enkele wandelaar. Ver achter mij liepen twee Duitse meisjes, dat wist ik. Goed, ik kom uiteindelijk aan in de albergue in Pobena en daar is het hartstikke druk en vol met pelgrims. Waar die allemaal dan ineens vandaan komen? Joost mag het weten. Er zijn vooral heel veel Duitse pelgrims. Maar gelukkig was er nog plaats voor mij in deze herberg.
Om in de albergue te komen, moet je over het strand lopen. En zo stil als het twee jaar geleden was, zo druk is het nu. Het strand lijkt wel Scheveningen in het hoogseizoen, overal zonnende mensen in nauwelijks enige kleding. En daar kom ik dan aan: geheel gekleed met mijn grote schoenen en een grote rugzak. De mensen kijken naar me alsof ze plotseling een buitenaards wezen voorbij zien komen. Het is natuurlijk ook een gek gezicht tussen al die bijna blote mensen. Van het strand af moest ik een brug over om in de albergue te komen. Aan de overkant van de brug is een soort kiosk, waar je ijsjes kunt kopen en toen ik aan kwam lopen, kwam de mevrouw van de kiosk naar buiten en vroeg: “Moet u naar de herberg? Dan zal ik u even brengen, hoor!” En ze liet de hele boel aan zijn lot over en liep helemaal met me mee tot aan de albergue. Ik heb maar niet gezegd dat ik de weg wel wist, want ik vond het zo aardig.
Tegenover mij ligt een Spanjaard, die een week voor mij vertrokken is uit Granada en daar vandaan naar Irun is gelopen. Nu loopt hij de Camino del Norte tot Santiago en daarna loopt hij via Fatima naar Lissabon. Ik bedoel maar, het kan altijd nog verder.
Ik denk dat ik vanavond niet in het dorp kan eten, want ik hoor geruchten dat alles dicht gaat. Dus dan zal ik genoodzaakt zijn om op het strand te gaan eten. Erg, hè?

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | 1 reactie

De poncho kon het niet aan

Ik heb dat nu al zo vaak meegemaakt en toch verbaast het me iedere keer weer. Als je ergens aankomt, zijn mensen erg gereserveerd en heb je het gevoel dat je eigenlijk niet welkom bent. Ze zijn beleefd tegen je, maar daarmee heb je het wel gehad. En als je dan weer weggaat, ben je inmiddels dikke vrienden met ze, dan wordt je op je schouders geslagen en lijkt het wel alsof je al jaren met ze bevriend bent. Bijzonder is dat.

Poncho-web Het was noodweer vandaag. De regen kwam echt met bakken tegelijk uit de lucht vallen. Vanaf het moment dat ik de deur uitging, heeft het geregend alsof het nooit meer op zou houden. Mijn poncho kon al dat water niet verwerken, ik werd daaronder gewoon drijfnat.
Gelukkig hoefde ik niet al te ver, met de middag was ik in Lezama en daar heb ik de trein naar Bilbao genomen. Dat was ook weer een belevenis op zich. Ik had wel een of ander kaartje uit de automaat getrokken, maar was er niet van overtuigd dat ik het goede had, want alles staat in het Spaans natuurlijk. Toen ik op het perron een paar meisjes op de trap zag zitten, dacht ik: “Toch maar even vragen”. Dus ik liet mijn kaartje zien en vroeg in het Engels of het goed was. Nou, dat gaf een hoop gegiechel en gelach. Een van de twee sprak een beetje Engels en ik begreep dat dit echt niet het goede kaartje was. Ik vroeg dus of ze me wilden helpen het goede kaartje te kopen. Natuurlijk wilden ze dat. Er was alleen een probleem: je moest door een soort sluisje dat openging als je je kaartje erin stopte. Maar ja, mijn kaartje was niet goed en het sluisje ging niet open. Geen nood, de meisjes kropen onder en klommen over het sluisje heen, je zag duidelijk dat dit niet de eerste keer was dat ze dat deden. Alleen, ik met mijn rugzak kon dat allemaal niet. Was ook geen probleem, ik moest € 5 aan hen geven en toen gingen zij een nieuw kaartje voor me halen. Dus zodoende zat ik toch geheel legaal in de trein en was ik binnen twintig minuten in Bilbao.
Daar regende het ook, het water bulkte uit de lucht en de straten stonden blank. Gery had me verteld waar ze geslapen hebben: bij het Guggenheim museum de brug over, en aangezien ik wist waar het Guggenheim museum was, liep ik er rechtstreeks naar toe. Ik stapte er binnen en het leek of er boven een knop werd omgedraaid. In een seconde stopte het met regenen en was het droog! Nou ja, nu kunnen mijn spullen tenminste drogen en kan ik straks nog even de stad in. Bilbao is echt een mooie en schone stad.

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | 1 reactie

25-8-2009: Het thuisfront

Het thuisfront is weer thuis na een paar leuke dagen in Spanje. Theo zag er patent uit en geeft niet de indruk het wandelen zat te zijn. Ik ben tot de conclusie gekomen dat ik nooit zal begrijpen wat wandelaars drijft. Ik zie die bergen en denk verschrikt: “Wat erg als je daar toch moet lopen” en kan niet begrijpen dat er mensen zijn die dit voor de lol doen en dat ik er met zo één getrouwd ben. Dan hoor ik dat hij bijvoorbeeld heel ver heeft moeten lopen om een slaapplaats te bemachtigen en dan roep ik: “O, wat erg, heb je niet verschrikkelijk de pest in?” en dan krijg ik als antwoord een wedervraag: “Nee, hoezo dan?” Hoezo dan??!!
Ik bewonder hem verschrikkelijk om wat hij allemaal doorstaat en doet en vooral om het plezier dat hij erin heeft en de manier waarop hij het beleeft. Ik zou me gek klagen en doodmedelijden met mezelf hebben. Natuurlijk, als ik medelijden met hem heb, zegt iedereen: “Ja, hij doet het zelf, niemand dwingt hem”, dat weet ik ook wel. Dat is ook zo, maar toch…..
In ieder geval hebben we leuke dagen gehad: San Sebastian bekeken, een paar rondritten gemaakt. Woensdag was het erg warm in San Sebastian, de andere dagen was het iets minder heet. Zaterdagmorgen hebben we Theo weer afgezet en zijn Suzanne en ik doorgereden naar Bilbao. We zijn naar het Guggenheim museum geweest en dat is een belevenis op zich. Bij het Office de Tourisme hebben we een aantal folders van hotels meegenomen, maar het kostte wat moeite om een hotel te vinden. In de binnenstad lukte het helemaal niet, dus toen maar weer de auto gepakt en op zoek naar het volgende adres. Dat konden we eerst niet vinden, maar toen we even een parkeerplaatsje zochten om goed rond te kunnen kijken, bleken we er recht voor te staan. Dus Jacobus was ook ons toegenegen. Verder was er toevallig net feest in Bilbao, zodat we ook genoten hebben van Baskische dansen en een groot vuurwerk.
Daarna was het tijd voor de terugreis en ondanks alle zwartgallige berichten over te verwachten drukte, omdat alle Fransen weer naar huis zouden gaan, hebben we, net zoals op de heenreis, geen enkele last gehad. De grootste files waren één van tien minuten in Antwerpen en één rond Amsterdam van tien minuten.
Wel was er iets vreemds aan de hand, want we waren toch echt de overtuiging toegedaan dat we naar het noorden reden. Hoe kan het dan dat het steeds maar warmer werd??
Het zit er weer op voorlopig, op naar de volgende etappe!

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | 2 reacties

St. Jacques vond een hotel

Zo, dat was een heel lange dag vandaag. Om half negen vanmorgen de deur uit en om zes uur vanavond pas weer onderdak. Het lopen ging prima. Het was niet te warm, niet te koud, er was geen regen. Dus ik had niets te klagen en dat deed ik ook niet, integendeel, toen ik omstreeks de middag in Gernika arriveerde, besloot ik dat het nog veel te vroeg was om te stoppen en dat ik nog maar een poosje door zou tippelen naar de volgende refugio. Vanmorgen heb ik met twee Spaanse dames gelopen en vanmiddag liep ik alleen. Dat geeft niet, ik heb het toch wel naar mijn zin. Alleen kon ik met geen mogelijkheid de refugio meer vinden, dus ik ben aan het zoeken geweest en ben gaan lopen dwalen en dwalen. Geen refugio meer te vinden en ook de route niet meer, die ik hebben moest. Uiteindelijk kom ik in een dorp aan en dacht net moedeloos: “Nou, ik weet het niet meer, ik weet nou niet meer waar ik heen moet”. Goed, ik draai me om en…….. blijk recht tegenover een hotel te staan! Ja, Jacobus heeft vandaag zijn best gedaan voor me!
Ik zit nu lekker luxe in een hotel in Morga en houd praatjes met het meisje dat hier werkt en graag Engels met me wil spreken. Gezellig en wat nog prettiger is: officieel kan ik pas om half tien vanavond eten, maar ze heeft me al toegefluisterd dat ik wel om acht uur al mag eten. Lief, hè?
Morgen loop ik tot Lezama. Dan ben ik bijna bij de industrieterreinen van Bilbao en ik heb besloten dat ik daar de trein neem naar Bilbao, want om nou door industrieterreinen te gaan wandelen, daar heb ik weinig zin in. En hier in het hotel hebben ze gezegd dat niemand tegen St. Jacques zal zeggen, dat ik de trein ga nemen.

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | Een reactie plaatsen

Blog op WordPress.com.