2009: Camino Primitivo

20-9-2009: Het thuisfront

Even een berichtje van het thuisfront: In razend tempo is door xs4all een nieuw modem bezorgd en in razend tempo door zoonlief aangesloten. We zijn dus weer bereikbaar.
Groet
Gery

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | Een reactie plaatsen

Paraplu of poncho

Gisteravond heb ik onder andere met een Duits meisje gegeten, dat vertelde dat ze dezelfde hoge route als ik heeft gelopen, maar bij een van de ruines van de oude herbergen heeft overnacht, samen met andere pelgrims. Dat schijnt een soort hype te zijn. Ze hadden het er ’s avonds over gehad dat er nog wolven rond schijnen te lopen. Het gevolg was dat ze de hele nacht geen oog dicht heeft gedaan uit angst voor de wolven en omdat het zo verschrikkelijk koud was.
Vanmorgen vertrok ik in goed weer en dat duurde tot de middag. Daarna werd het eerst bewolkt en toen begon het zachtjes te regenen. Dat was geen probleem, want ik heb nu mijn mooie Schots-geruite paraplu, die ik in Lugo gekocht heb. Maar daarna ging het harder regenen en dan ontstaat er een echt pelgrimsprobleem. Als het hard regent, moet je namelijk keuzes gaan maken en welke je ook maakt, het is de verkeerde. Ik zal jullie dit ernstige probleem voorleggen. Kijk, als het eenmaal hard regent, heb je geen plek waar je even droog kunt gaan staan om maatregelen te nemen. Je hebt dan de keus uit twee dingen: ofwel je blijft onder je mooie paraplu lopen, die alleen je hoofd droog houdt en verder word je zeiknat, ofwel je haalt je poncho uit je rugzak. Maar om dat te doen, moet je je rugzak afdoen en daaruit je poncho vissen of, als je die al aan de buitenkant van je rugzak hebt laten wapperen voor het geval dat, moet je toch je rugzak afdoen en hem eraf halen. Voor dat alles heb je gewoon twee handen nodig en als je twee handen nodig hebt, houd je geen hand over om je paraplu vast te houden. Dus dan moet je je paraplu inklappen en word je evengoed zeiknat. Je kunt erom lachen, maar je ziet dat het leven van een pelgrim zo eenvoudig niet is. Met dit probleem kun je namelijk urenlang bezig zijn en….dan wordt het droog of ben je op de plaats van bestemming zoals ik vandaag in Sobrado des Monxes. Ik kwam op weg daarheen trouwens op een gegeven moment uit het bos op de gewone weg en toen wemelde het plotseling van de pelgrims. Ik zit dus duidelijk weer op de route. Het is wel gezellig, maar toch wennen na alle stilte.
Ik ben niet naar de refugio in het klooster gegaan, waar we twee jaar geleden na het eten voor een dichte deur stonden, maar regelrecht naar het hotel waar we toen ook onze toevlucht uiteindelijk gevonden hebben. Toen hebben we niemand gezien, maar nu was mevrouw er en zij sprak uitstekend Engels. Ik had wel eens gehoord dat dit hotel gerund wordt door een echtpaar, waarvan de man Engels of Schots is, dus ik vroeg of haar man misschien van Engelse afkomst was, omdat zij zo goed Engels spreekt. Foutje, dat bleek een vorige echtgenoot te zijn. Ach ja, zoiets kan gebeuren.
Na de was en de douche was het tijd voor een pilsje op een terras en daarna ben ik een stempel gaan halen in het klooster en heb meteen het klooster bezichtigd.
Er komen nu alleen nog een paar rustige dagen aan met niet al te veel kilometers en dan ben ik er.

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | 2 reacties

Het weer was een verrassing

Ik heb een schitterende dag gehad en het weer was een echte verrassing. Gisteravond zag ik op het journaal dat het vandaag overal zou regenen, dus ik was niet verbaasd toen het bij mijn vertrek miezerde. Verder was het weer rustig en er was bijna geen wind. Het werd al vrij snel droog, maar bleef wel mistig tot een uur of elf. Toen trok de mist op en werd het schitterend weer. In de verte zag ik wel de regenwolken hangen, maar bij mij was het droog. Het landschap is hier echt heel mooi in Galicië. Het is hier nog echt puur natuur, je loopt de hele dag door de koeienstront en overal zijn ze volop aan het gieren. Van ‘injecteren’ hebben ze hier nog nooit gehoord, dus het ruikt overal fors. Voor mij geen probleem, het hoort bij het boerenland.
Als je dan weer wat hoger komt, loop je door de paarse heidevelden met hier en daar wat struikjes. Geweldig gewoon en de stilte is dan overdonderend. Ik heb zeker 7 km gelopen zonder ook maar iets te zien of te horen: geen koe, geen mens, geen auto. Waar kom je dat nog tegen?

Eulalia-web Ik kwam langs het dorp (nou ja, dorp?) Santa Eulalia en heb daar het kerkje bezocht. Een heel klein kerkje uit de achtste of negende eeuw met als grote bijzonderheid onderin die kerk een ruimte, gevonden in 1923, maar uit de tijd van de Romeinen in de eerste of tweede eeuw, waar de ‘watercultuur’ was, een soort geloof uit die tijd. Vraag me niet wat het precies inhoudt, want dat weet ik ook niet, maar er is nog een bassin met water en op het plafond zijn vogels in bomen geschilderd. Prachtig gewoon, de kleuren waren nog heel goed, ik heb er ademloos naar staan kijken.
Als het weer zo helder is als vandaag, kun je kilometers ver kijken. Onderweg was niet veel te eten, maar ik heb wat brood gekocht, een paar appels en een paar yoghurtjes. Ik had nog wat pate, dus het werd heus nog smullen zo in de buitenlucht, ik kon het niet eens op.
Nu zit ik in Friol en dat is weer een echt dorp met winkels en zo. Ik bivakkeer in een pension-restaurant en ik kan er vanavond eten voor een tientje inclusief wijn, water en brood. Dus het gaat helemaal goed met pelgrim Theo.
Morgen nog een dagje in deze stilte en dan kom ik weer op de Camino del Norte uit. Je ziet hier geen pelgrims, dat komt waarschijnlijk omdat dit een omweg is. Het is een alternatieve route, die misschien alleen maar in mijn Duitse gidsje staat. En onze Spanjaarden gaan so wie so niet omlopen.
Morgen zal ik weer niet veel tegenkomen, dus dat wordt weer broodje en appeltje mee.

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | Een reactie plaatsen

18-9-2009: Het thuisfront

Hallo allemaal,
Ik heb gegoogled voor Corniello de Holanda, maar kom dan op mijn eigen website terecht, dus dat heeft niet veel zin.
Verder zitten we hier thuis met een ernstige communicatiestoornis, de modem heeft het begeven, zodat we geen internet hebben, maar ook geen telefoon, wie me belt krijgt voortdurend de in-gesprek-toon. Ik ben dus voorlopig alleen te bereiken op mijn mobiele nummer.

Ik probeer de website bij te houden op de laptop van Marnix, die mobiel internet heeft, maar dat gaat nogal traag en gisteren kwam ik er helemaal niet bij.
Als er dus geen nieuws op de website is: sorry, dat is overmacht!

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | 1 reactie

Weer een vrije dag

Lugo-web

Nou, op mijn vrije dag loop ik bijna net zoveel als op een andere dag, maar dat mag me de pret niet drukken.
Eerst heb ik op mijn dooie gemak ontbeten en daarna was het tijd voor de rondwandeling over de muren van Lugo. De stad is echt helemaal ommuurd met heel veel poorten. Er is ook een poort naar Santiago en daar is een standbeeld van Jacobus op zijn paard. Ernaast is de gedenksteen van Alfonso II, die de Jacobsweg gevestigd heeft. De muren stammen al uit de eerste en tweede eeuw na Christus en in de Middeleeuwen is er nog een stuk opgezet. Het geheel is Unesco monument, omdat het de enige stad in Europa is, die nog helemaal ommuurd is.
Uiteraard ben ik ook in de kathedraal geweest, waar net een bijzondere dienst werd gehouden: allemaal priesters met prachtige gewaden en mannen met vaandels, die in een plechtige stoet door de kerk schreden. Een mooi gezicht tot het moment dat iedereen zat. Toen werden diezelfde vaandels die zo eerbiedig waren rondgedragen, even over alle schouders heen naar achteren gesleept omdat ze anders in de weg stonden. Geweldig vind ik zoiets, die tegenstelling tussen grote ernst en nonchalance. Ik heb helaas weinig kunnen filmen, want tijdens de dienst was het uiteraard verboden om te filmen of te fotograferen. Dat vond ik wel logisch, maar kennelijk niet iedereen, want er kwam een enorme flits van een fototoestel. En ja, de fotograaf werd dan ook onmiddellijk uit de kerk verwijderd. In de kerk zijn een paar altaren, die gemaakt zijn door ene Corniello de Holanda. Ik heb Gery gevraagd eens te googelen en te kijken of ze iets over hem kan vinden. Het is in ieder geval een erg mooie kathedraal.
Toen was het tijd voor een uitgebreide lunch. Ik kwam langs een heel goed restaurant met heel goede prijzen, zal ik maar zeggen. Maar op een briefje bij de menukaart stond dat ze ook een pelgrimsmenu hadden voor € 15,90. Dus dat heb ik genomen en dat bleek dan ook nog inclusief wijn en water te zijn. Het was erg lekker en ik werd met dezelfde egards behandeld als iedereen, alsof ik het duurste menu genomen had. Na het eten kreeg ik zelfs nog een orujo geserveerd, een soort armagnac of cognac bij de koffie.
Ik begreep van Gery dat er ernstige problemen met de modem zijn, dus ik weet niet of de website het nog doet.
Straks ga ik nog even terug naar de kathedraal om een stempel te halen en dan zal ik vanavond genoegen nemen met een eenvoudige pizza.
Het heeft de hele dag geregend, dus ik heb een inschuifbare paraplu gekocht die ook in mijn rugzak kan.
En morgen ga ik weer lekker op pad.

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | 1 reactie

Geen droge draad aan mijn lijf

Vanmorgen bij het vertrek begaf ik mij rechtstreeks in gigantische stortbuien. Het hoosde echt van de lucht. Er stond een hele harde en hele koude wind bij, waar ik tegenin moest en verder moest ik ook nog meteen gaan klimmen. Dus ik was een beetje zielig, toch? Om een uur of elf werd het even minder, maar toen zat ik aan de koffie en meldde blij aan Gery dat het minder regende. Dat had ik beter niet kunnen doen, want nadat de koffie op was en ik weer op weg, hoosde het opnieuw. Ik had echt geen droge draad meer aan mijn lijf.
Maar ziedaar, aan het begin van de middag hield het min of meer op met regenen en heb ik zelfs nog even in de zon gelopen. Er waren wel steeds buitjes, maar dan werd het tussendoor ook weer droog. Het enige lastige daarvan is dat je steeds je poncho aan of uit moet doen. Als je denkt dat het een klein buitje is en besluit je poncho niet te pakken, blijk je toch erg nat te worden en als je besluit je poncho aan te houden tot de volgende bui, blijft het langer droog en zweet je je een ongeluk. Ik liep steeds op met een Spaans stel, dan liep ik weer voor en dan haalden zij me weer in en omgekeerd. Jason heb ik ook een keer gezien, maar die loopt veel harder dan ik. Hij heeft net zo’n zware rugzak als ik, maar wij hebben eendrachtig besloten dat er echt niets uit kan.
Na het koffiedrinken was er de hele weg niets meer waar je nog iets kon eten of drinken, dus dan zie je elkaar ook niet, want iedereen loopt door. Het is duidelijk te merken dat we hier in Galicië zijn, overal kleine dorpen met altijd een boerderij erbij en overal alle beesten die gewoon over de weg scharrelen: kippen, geiten en zo. Dus loop je ook overal door de stront van die beesten, maar ach, dat glijdt onderweg wel weer van je zolen af.
Om drie uur was ik aan de rand van Lugo, dus ik dacht er toen snel te zijn, maar dat viel nog behoorlijk tegen, want er waren nog heel veel industrieterreinen en buitenwijken te overbruggen voor ik in het centrum was. Toen had ik 32,7 km onder de voetzolen zitten. Uiteindelijk arriveerde ik in het centrum van Lugo, dus toen snel naar de VVV. Ik kan namelijk niet in een refugio slapen, want ik neem morgen een vrije dag, dus blijf hier twee nachten en in een refugio mag je maar één nacht blijven, dus dat gaat helaas niet. Deze hadden jullie nog niet gehoord, hè? Bij de VVV kreeg ik het adres van een pension en nou kan je het wel of niet geloven, maar het is echt waar: ik heb een kamer, een eigen badkamer, een tv op de kamer en mijn was wordt gedaan. Voor dat alles betaal ik dan € 18. Het mooiste is dat ik voor dat geld dan ook nog op 50 meter afstand van het oude middeleeuwse centrum zit. Het is en blijft ongelooflijk.
Lugo is een indrukwekkende stad met een heel oud centrum. Bovendien zijn alle stadsmuren nog helemaal intact en het schijnt dat je dus de hele stad om kunt lopen over die muren. Dat ga ik morgen doen. En op mijn dooie gemak eten, beetje uitslapen op mijn manier en zo kan het leven van een pelgrim heel aangenaam zijn; ik geniet er nog steeds erg van.

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | 2 reacties

Koud, koud

Vanmorgen, toen ik vertrok, miezerde het. Daarna ging het even heel hard regenen en vervolgens werd het droog, maar meteen ook erg koud. Er staat nu een harde, koude wind en ik loop de hele dag met mijn fleecejack aan.
Het was een doodnormale dag vandaag. De route is mooi, maar je gaat wel heel erg op en neer. Ik heb een stukje gelopen met Duitse Erica, een stukje met Amerikaanse Jason en toen ik bij de albergue van Codabo arriveerde, was ik het hele koor weer tegengekomen onderweg. Zo gaat dat op deze route, je loopt allemaal elke dag dezelfde afstand en komt ’s avonds in dezelfde plaats terecht. Onderweg kom je geen andere albergue of overnachtingsplaats tegen, dus dan kun je niet stoppen en als je nog verder wilt lopen, moet je meteen minstens 20 km verder en dat doet geen mens natuurlijk. Dat is wel grappig, want als je eenmaal op de Camino Frances bent, heb je elke paar kilometer wel een overnachtingsplaats, dus dan loopt het weer heel anders.
De albergue hier in Cadabo is modern, mooi, maar geen historie natuurlijk. Het blijft moeilijk kiezen tussen hotel of albergue, want het heeft allebei zijn voor- en nadelen. In een albergue is iedereen en zijn er dus andere pelgrims en dat is hartstikke gezellig, maar het is ook heel veel herrie en drukte en niet zo lekker slapen over het algemeen. In een hotel of pension heb je alle rust, een eigen kamer, maar daar mis je weer de gezelligheid en de ontmoetingen met andere pelgrims. Enfin, hier hoefde ik niet te kiezen, dus dat is makkelijk. Er is hier een restaurant bij de albergue, dus over het eten hoef ik me geen zorgen te maken.
Even ter informatie: het is nog 134 km en 622 meter naar Santiago. Dat staat hier op een paaltje. Vooral die meters doen het hem natuurlijk, want is dat nou tot het plein van de kathedraal? Tot het beeld van Jacobus in de kathedraal? Ik weet het niet, dus het zou zo maar kunnen dat ik 134 km en 650 meter loop of 134 km en 600 meter. Ja, een pelgrim kan zo zijn zorgen hebben, dat zie je maar weer.
Alle gekheid op een stokje, ik ga vroeg op stok vanavond, want morgen moet ik een stuk van 32 km afleggen. Korter kan niet, want er is geen plaats om te overnachten. En het weerbericht meldt dat er morgen veel regen is. Op het journaal hier trouwens wordt gezegd dat er heel veel regen in Noord-Spanje is gevallen, veel overstromingen, het schijnt noodweer te zijn overal. Dus ik heb tot nu toe behoorlijk mazzel gehad wat het weer betreft.
Morgen hoop ik in Lugo aan te komen. Dan ben ik bijna weer op de Camino Frances, de ‘bekende’ weg zogezegd. Maar ik ben van plan om een dagje in Lugo te blijven, want er schijnt veel te zien te zijn.
Adios en tot morgen

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | 2 reacties

Fonsagrada

fonsagrada-web

Zo, ik ben er weer na een stevige wandeling. Het lopen ging weer prima, alleen was het koud in de wind, maar in het zonnetje was het wel weer lekker. Eerst ben ik over een punt van 1100 meter hoog gegaan, daarna afgezakt tot 700 meter. Afdalen vind ik lastiger dan stijgen, je moet jezelf dan steeds tegen lopen houden, anders rol je naar benden en dat is uiteraard niet de bedoeling, al zou het wel snel gaan.
Ik heb vannacht slecht geslapen. We sliepen met vier man in een heel klein kamertje en die Spanjaarden willen niets openzetten. Die worden al zenuwachtig als de deur openstaat, laat staan een raam. Maar zodoende werd het natuurlijk bloedheet en kun je niet slapen. Dan ga je naar alle geluiden van je mede- kamerbewoners liggen luisteren en dan lukt het helemaal niet meer natuurlijk.
Vanmorgen zaten we met zijn allen aan het ontbijt. Hier staat altijd een tv aan, waar je ook bent, dus we zagen op het journaal Angela Merkel over iets praten. Ze synchroniseren hier alles na, dus je hoort haar niet, alleen de Spaanse vertaling. Zegt een van onze Duitsers: “Hè? Ik wist helemaal niet dat ze ook Spaans spreekt!”
Om drie uur vanmiddag was ik in Fonsagrada en omdat ik vannacht niet goed geslapen heb, heb ik een mooie smoes verzonnen om niet in de albergue te gaan slapen. Ik moet namelijk nodig alle batterijen van mijn GPS opladen en aangezien dat wel zeven of acht uur duurt, kun je niet al die tijd een stopcontact bezet houden in de albergue, want iedereen moet wel iets opladen natuurlijk. Dus uit sociale overwegingen heb ik maar een pension genomen, waar nu alle instrumenten om me heen op liggen te laden. De echte waarheid is dat ik las dat ze in de albergue een eindje verderop hele smalle kamertjes hebben en dat je daar weer zelf al je eten mee moet brengen en alles zelf klaarmaken. Nou, daar had ik gewoon geen zin in. Ik heb na aankomst lekker gegeten, je kunt hier namelijk voor de lunch rustig nog tot half vier aanschuiven.
Fonsagrada is voor de begrippen hier in de omgeving een vrij groot dorp. Er zijn winkels, dus ik ging nieuwe douchegel halen. Ik kom in een piepklein supermarktje, bemand door een mevrouw, maar ik zag alleen grote flessen en daar heb ik niets aan om mee te sjouwen in mijn rugzak natuurlijk. In mijn beste Spaans, dat wil zeggen met de meest weidse gebaren legde ik uit dat ik een kleiner flesje wilde hebben. Zij begreep het, want ze begon een heel verhaal tegen me. Ik begreep echter niets van haar. Dat zag ze en ineens schoot ze in haar slippers, deed de kassa op slot en troonde me mee tot aan de drogist. Toen ik eenmaal op de plaats van bestemming was, wandelde ze tevreden weer terug. De drogisterij werd bemand door vader en dochter. Dat werd weer vloeiend Spaans van hun kant en enig Spaans gebrabbel van mijn kant, totdat vader zich naar de dochter wendde en iets tegen haar zei, waaruit ik begreep dat ze Engels zou kunnen spreken. Dochterlief verschoot hevig van kleur, maar ja hoor, eerst woordje voor woordje, later wat vlotter kwam het Engels eruit en kreeg ik wat ik wilde hebben. Er zijn een heleboel Spanjaarden die best een mondje Engels spreken, maar ze durven gewoon niet. Terwijl ik geen fatsoenlijk woord Spaans spreek, dus als één zich moet generen, ben ik het wel.
Morgen ga ik weer een berg op van 1000 meter, dan daal ik af tot 700 meter en dan weer omhoog tot 950 meter. Aan het stijgen en dalen is dus nog geen einde gekomen, maar dat geeft niet. Er zijn een stuk of vijftien mensen die deze route lopen, dus je komt elkaar nu bijna elke dag of avond wel weer ergens tegen. Dat zal wel zo blijven tot we in Lugo zijn, dan valt deze groep weer uit elkaar.

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | 1 reactie

De groeten aan onze Jaap

Vanmorgen begon ik na tien minuten al met een flinke klim en daarna was het afdalen geblazen van 1100 meter hoogte naar het stuwmeer op 100 meter hoogte. Dat was weer zoiets wonderlijks: Ik liep letterlijk de bergen uit. Tot aan het stuwmeer was het een echt berglandschap, daarna veranderde het landschap als bij toverslag. Het was totaal anders: ik liep plotseling door de heuvels, veel groener en ik kon kilometers ver kijken. Als ik achterom keek, zag ik de berg met alle windmolens, waar ik vandaan kwam. Het was wonderbaarlijk mooi.
Ik kwam langs een boerderij, die gebouwd is op de fundamenten van een Middeleeuws hospitaal. Naast die boerderij stond een heel klein kapelletje uit die tijd. Dat was heel erg goed onderhouden, er stond zelfs een kaars in te branden. Het was gewoon aandoenlijk mooi.
Een eindje verder komt er opeens een klein busje aan met een Belgisch kenteken en zeven vrouwen erin. Dus ik zei op zijn Nederlands goeiemorgen en er brak een luid gejubel los. Dat was wel erg grappig. De chauffeuse vertelde dat een kennis van haar (”wel een Waal, hoor”, zei de Vlaamse alsof het om een ander soort ging) naar Santiago was gelopen,en dat ze die in Santiago had ingehaald. Daar was ze zo enthousiast over geworden en had daar zo enthousiast over verteld, dat ze nu met vriendinnen de route aan het rijden was. Dat was dus even gezellig om mee te praten en toen we afscheid namen, riepen ze me na: “Doe de groeten aan onze Jaap, hè”, waarmee ze St. Jacques bleken te bedoelen. Dat zijn toch leuke dingen?
Het weer is nog steeds schitterend, overdag zo’n 25 graden, maar ’s nachts is het al behoorlijk koud. De bossen beginnen hier al een herfstkleur te krijgen.
Ik had in Grandas kunnen stoppen, maar heb besloten nog 6 km door te lopen naar Castro. Daar vond ik alle pelgrims op de stoep van de herberg zitten. Jason was er, het meisje dat ik een eindje meegenomen heb ook (die was weer een stuk met de bus gegaan) en verder waren er weer alle nationaliteiten: Spaans, Duits, Amerikaans, Zwitsers, Fins, Nederlands. Het leuke is dat je onderweg goeie vrienden maakt, maar niet gebonden bent. Soms loop je een eindje met elkaar op, maar dan ga je ieder weer je eigen weg of je loopt weer met een ander op. Alles is goed, je hebt geen enkele keer het idee, als je een poosje met iemand loopt, dat je de volgende dag dan weer met dezelfde persoon moet lopen of met elkaar moet vertrekken of zo. Iedereen gaat zijn eigen weg en ergens ontmoet je elkaar dan weer. Een van de Duitse dames heeft ook de GR 10 gelopen dwars door de Pyreneeën van St Jean Pied de Port naar Hendaye. Zij vond het ook heel erg zwaar en meer bergbeklimmen dan wandelen. Dus daar konden we samen even lekker moeilijk over doen.
Maar goed, we hebben zo’n anderhalf uur op de stoep gezeten voor we naar binnen mochten en waarom dat was, weet niemand. Het is hier een privé herberg en niet goed georganiseerd dus. Bovendien staan er veel te veel bedden bovenop elkaar, dus je loopt elkaar steeds in de weg. Kosten € 13 en voor je nu denkt dat je voor dat geld niets mag verwachten, meld ik even dat de herbergen in Galicië, de regio waar we morgen in komen, van de staat zijn en vaak gratis.
Maar alla, het voordeel hier is wel dat we vanavond kunnen eten en morgenochtend een ontbijt kunnen krijgen, dus ik zal niet zeuren.
Morgen is er de eerste 20 km helemaal niets, geen barretje of zo, totaal niets, dus het is wel handig als je dan tenminste hebt ontbeten. Waar je onderweg nooit gebrek aan hebt, is water. Dat komt zo uit de berg stromen en is het lekkerste water dat ik ooit geproefd heb: heel helder en heerlijk fris, zonder ijskoud te zijn. Waar vind je dat nog?

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | 2 reacties

Zwaar, maar erg mooi

Het was een stevig dagje vandaag, maar echt schitterend. Om zeven uur vanmorgen vertrok ik in het donker en beleefde weer het fenomeen van de ochtendnevel, die langzaam optrok en de lucht die steeds blauwer werd. Het is en blijft een schitterend gezicht. Toen was het dus klimmen geblazen en stevig ook, maar om een uur of elf stonden Jason, die ik onderweg weer tegenkwam, en ik dan bovenop de eerste berg. Dat voelt dan echt geweldig. Het is heel stil en je ziet van alles. We zijn door dieppaarse heidevelden gelopen, waarin nog wilde paarden rondlopen. We passeerden ook het karkas van een paard, dat het kennelijk niet overleefd heeft. Ja, zo gaat dat ook natuurlijk, dat hoort er ook bij. En dan de ruïnes van oude herbergen, het verleden trekt aan je voorbij en als je hier niet tot rust komt, lukt het je nergens.
De rest van de dag hebben Jason en ik samen gelopen en toen we de tweede berg beklommen, werd het bewolkt en koud. De lange broek moest dus weer uit de rugzak komen en we hadden gewoon ijskoude handen.
Maar dan daal je weer een beetje af en dan wordt het weer warm met een strakblauwe lucht. Na een stevige tippel waren we om half zes in Berducedo, waar nog net één plaatsje was in de albergue voor Jason. Ik moest nog een eindje verder, maar 500 meter verder vond ik een bed & breakfast, dus ook ik was onder de pannen voor vannacht. Er is hier één restaurantje, maar dat is dicht op zaterdag, want dan ‘komt er toch niemand’. Maar de oude mevrouw van mijn bed & breakfast maakt een maaltje voor me klaar, dus ik kom niet om van de honger. Het is wel leuk te merken hoe ze hier nog veel respect hebben voor ons pelgrims, omdat we de ‘hoge’ route hebben genomen. Mensen leven hier erg met je mee en zijn gastvrij en reuze vriendelijk.
Het enige nadeel is dat ik haast geen bereik heb met de telefoon, iedere keer wordt het gesprek met Gery na een paar zinnen afgebroken, dus het nieuws en verdere verhalen houden jullie even tegoed. Morgen volgt er nog een stevige dag met één berg of liever gezegd een dal, want ik zit nu op een berg, daal morgen af naar 100 meter en dan weer omhoog. Maar geen nood, het is echt absoluut de moeite waard en ik geniet enorm. O ja, dat vergeet ik steeds te zeggen, maar ik geniet ook erg van jullie berichten op de website. Als ik ze zelf niet kan lezen, leest Gery ze voor en het doet me goed te zien dat jullie meeleven en in gedachten meelopen!.

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | 1 reactie

Blog op WordPress.com.