Clairac werd het niet

pruimen-web Vanmorgen vertrok ik bij mijn Engelse gastheer en Groningse gastvrouw met een grote zak pruimen mee voor onderweg. Die hebben me tijdens de wandeling van vandaag uitstekend gesmaakt, mag ik wel zeggen!. Ik moest meteen al vrij steil naar boven klimmen, dat was om warm te lopen. De beloning was een erg mooi uitzicht over het dal van de Lot, badend in de zon. Later verdween de zon en werd het bewolkt, maar warm. De paden zijn hier over het algemeen slecht, veel stenen en het gaat constant op en neer. Verder zie je nog steeds niemand en de route leidt je om elk dorp dat je tegen zou kunnen komen snel heen. Ik zou deze route een volgend keer niet meer nemen, denk ik, want ik houd juist van onverwachte ontmoetingen en bezienswaardigheden op de route, ik vind het wel leuk om door dorpjes te komen. ‘t Is maar net wat je leuk vindt natuurlijk.
In ieder geval was ik op tijd in Clairac, waar volgens de gids een gîte zou zijn. Die was er ook…. met een laconiek briefje op de deur dat madame twee maanden op vakantie was. Het enige hotel zag eruit of het al jaren en jaren gesloten was, dus dat hielp ook niet veel. Bij de VVV heb ik daarna een heel gezellig praatje gehouden, maar zij hadden verder ook geen mogelijkheden. Vreemd is het dat er zo weinig overnachtingsmogelijkheden zijn. Je zou denken dat het komt omdat er ook zo weinig mensen deze route lopen, maar iedereen zegt hier dat het frappant is dat het elk jaar hartstikke druk is tot en met juni, dat er dan in juli en augustus ineens niemand meer is en dat de stroom weer begint in september.
Maar goed, al met al had ik nog geen bed, dus ben ik snel weer aan de wandel gegaan richting Aiguillon. Volgens de route was het 15 km, maar ik dacht: “Mooi niet, ik ga niet weer kilometers omlopen” en ben over de gewone weg gelopen. Dat kan hier wel, er is wel aardig wat verkeer, maar je loopt nergens gevaar en het laatste stuk liep ik op een fietspad langs de rivier en dat was gewoon erg mooi. Dan zie je tenminste toch wat mensen en kom je wel door de dorpen. En toen bleek de afstand maar 8 km te zijn. Nu bivakkeer ik in het centrum van Aiguillon in een ‘Logis de France’, het is vrij oud, maar mijn kamer kost maar € 35, dus duur is het niet. En het restaurant is erg goed. Daar heb ik wel weer even zitten genieten. Aan de tafel naast me zat een Belgisch echtpaar met drie jongens. Die jongens waren niet echt heel vervelend voor de andere gasten of zo, maar gewoon wel lekker dwars. De oudste wilde zijn zonnebril per se niet afzetten, de twee anderen, een tweeling, zaten dan de oudste weer te pesten en vervolgens met patat naar elkaar te gooien en pa en moe maar wanhopig verbieden. Heerlijk om te zien en heel herkenbaar, het riep heel wat herinneringen op.
Mijn wasje hangt weer te drogen, mijn batterijen staan allemaal op te laden, dus ik ben weer klaar voor morgen!!

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | 1 reactie

Een beetje te gek

Oef, vandaag was het wel een beetje al te gek. Ik heb vannacht niet veel geslapen, want het feest op de camping ging door tot drie uur in de nacht met veel luidruchtige muziek en lawaai. Om zes uur schrok ik alweer wakker, want ik meende druppels op mijn tent te horen en dacht dus: “Snel eruit en inpakken om mijn tentje een beetje droog te houden”. Toen ik eruit kroop, bleek het het geluid van de wind te zijn, maar toen ben ik er maar uit gebleven. Zodoende was ik om zeven uur alweer onderweg. Ik had gezien dat ik wel 2,5 km zou uitsparen als ik aan de andere kant van de camping vertrok, dus dat heb ik gedaan, maar helaas, na een kilometer stond ik voor een groot hek, dus zat er niets anders op dan weer terug te gaan. Dat was de eerste waarschuwing……
Goed, ik ben over de Route Nationale naar Cancon gelopen en daar heb ik heel op mijn gemakje zitten ontbijten, want ik was van plan om met de middag te stoppen.
Helaas, na Cancon kwam gewoon niets meer, geen enkel dorp waar ik zou kunnen slapen. Onderweg kwam ik langs een winkeltje, waar ik geprobeerd heb wat vers fruit in te slaan. Nou, het fruit was niets, maar er was wel water en even tijd voor een praatje. Ik heb gevraagd of er geen kortere weg was naar Castelmoron-sur-Lot, de eerstvolgende grotere plaats, want de route zoals die in het gidsje staat, was nog verschrikkelijk lang. De baas van het winkeltje vroeg of ik uit België kwam en toen ik zei dat ik uit Holland kwam, zei hij: “Laten we dan maar gewoon Nederlands spreken, vind je niet?” Hij woont al meer dan twintig jaar in Frankrijk. Hij wist een andere route, die volgens hem 8 km korter was, die kon ik nemen. Dat was de tweede waarschuwing…….
Het zal heus wel kloppen wat hij me verteld heeft, maar ik heb me gek gelopen en als iemand mij gevraagd zou hebben: “Zeg eens pelgrim, waarheen gaat gij?” zou ik geantwoord hebben: “Geen flauw idee”. Ik ben op een gegeven ogenblik een boer met een bestelauto gepasseerd en ja, een tijd later passeerde ik opnieuw de bestelauto met de boer, die vrolijk zei: “Hé, je was hier net ook al!” Gelukkig heeft hij me toen wel de juiste route gewezen en toen ging dat in ieder geval goed. Tot ik in een dorp kwam, waar de bordjes met de tekens weggehaald waren. Dat was de derde waarschuwing………
Ook dat was dwalen, dwalen en weer extra kilometers maken.
Uiteindelijk ben ik toch in Castelmoron beland, want je moet toch doorlopen, anders kom je er niet. In de gids stond dat er een hotel was. Dat was er ook, maar daar was alle leven geweken. Dan maar naar de VVV, maar die was uiteraard dicht. Dan blijft er nog maar één mogelijkheid over: het dorpscafé! Daar zaten een aantal trouwe bezoekers, die wel een chambre d’ hôtes wisten bij een Engelse mevrouw ‘of zo’. Ik moest dan maar ergens bij de burcht rechtsaf en het was een mooi huis met bloemen. Met deze vage routebeschrijving ben ik weer op weg gegaan en moest uiteraard weer zoeken, maar uiteindelijk is er redding gekomen en heb ik een kamer!! Meneer is Engelsman en mevrouw is…..Groningse. Ze hebben drieëntwintig jaar in Engeland gewoond en wonen nu vijf jaar in Frankrijk. Ik kan hier vanavond ook eten, dus toen mevrouw vroeg of ik een sleutel wilde hebben, kon ik rustig antwoorden dat dat niet nodig is. Ze krijgen mij de deur niet meer uit!
Maar goed, even languit een dutje doen, de voetjes uit de schoenen en dan begin je alweer aardig op te knappen. Verbazingwekkend hoe goed mijn voeten er toch nog uitzien na zo’n lange, zware dag. Ik heb twee kleine plekjes, maar met een algenpleister erop voel ik daar niet veel van tijdens het lopen.
Kijk, op zo’n dag ben ik natuurlijk niet de hele dag aan het zingen en als ik merk dat ik rondjes gelopen heb, hef ik ook geen danklied aan. Toch denk ik dan niet: “Ik stop ermee”. Want het blijft gewoon leuk om te doen, ook al vind ik deze route wat saai tot nu toe, vergeleken bij de andere routes door Frankrijk. Nog een dikke week en dan kom ik op de route die vanuit Le Puy gaat en dan ga ik waarschijnlijk weer zeuren dat het veel en veel te druk is, maar op deze route is het wel erg stil en zijn er weinig bezienswaardigheden. Zo zie je, het is toch elke keer weer anders. En het is prachtig wandelweer: droog met een temperatuur van zo’n 25 graden. Dat heb ik wel eens anders gehad. Bovendien ga ik morgen echt maar 18 km lopen tot Clairac en dan stop ik.
Er komen nu een paar toeristenplaatsen achter elkaar, dus daar zal het onderdak vinden vast makkelijker gaan. En nu……….lekker slapen!

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | 2 reacties

Een schone camping

Het waren ontzettend aardige mensen gisteren in het paardencentrum en vanmorgen hoefde ik zelfs helemaal niets te betalen omdat ik pelgrim ben, maar wat was het er vies. Gruwelijk gewoon.
Ik was van plan om vandaag niet ver te lopen, maar toen ik in Castelonnès was, was het pas half elf. Te gek voor een pelgrim, jullie zouden nog gaan denken dat ik een luie pelgrim was. Er zal toch wel commentaar zijn op de foto’s, dat ik er te goed uitzie en zo, niet genoeg afgesloofd, zal ik maar zeggen. Ja, kan ik het helpen dat ik het gewoon weer heel erg naar mijn zin heb?
En, om mijn goede wil te tonen, ben ik toen toch maar doorgelopen naar Lougratte. Al met al was het vandaag een wandelingetje van 23 km, dus goed te doen en ik ben op tijd op mijn bestemming. Ik sta nu op een hele schone camping aan een meertje (ik lijk wel een echte Hollander). Onderweg is er nog steeds geen pelgrim te zien, maar hier op de camping zijn weer genoeg mensen, het staat vol met Fransen die voor 80% uit het noorden komen. Niet dat ik nu al al mijn huishoudelijke taken heb gedaan, want ik ging even een hamer lenen bij de buren. Die zijn vanmorgen met de motor vertrokken uit Duinkerken en ja, voor je het weet, maak je een praatje en voor je het weet, zit je dan aan de koffie. Het gevolg is dat ik nu alles nog moet gaan doen.
Vanavond is hier een zogenaamde thema-avond. Voor € 10 krijg ik dan eten en volop muziek. ‘k Ben benieuwd wat het gaat worden. Muziek is er nu ook al volop, dus pelgrim Theo stort zich vanavond in het feestgedruis!

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | 1 reactie

Een stevig eind

Een mens kan zich vergissen en een pelgrim ook. Eerst heb ik vanmorgen vrij veel tijd verdaan in Bergerac, omdat ik een stempel van de bisschop wilde hebben. Nou, die heeft er heel lang over gedaan om een stempel te zetten en toen weer heel lang om een balpen te zoeken, dus daar ging veel tijd mee heen.
Ik had in mijn gids gezien dat de eerstvolgende overnachtingsmogelijkheid 38 km verderop is en daar had ik nou niet zoveel zin in, dus ik ben bij de VVV gaan vragen naar chambres d’ hôtes. Daar hebben ze overal rondgebeld en uiteindelijk iets gevonden in een of ander paardencentrum in een dorp. Kosten € 10, dus veel kon het niet zijn, maar mijn route werd wel 9 km korter, dus daar doe je wel iets voor. Enfin, even koffiedrinken en daarna op weg door de straten van Bergerac. Dus ik loop daar vrolijk door de straten en opeens zie ik een zwarte Mercedes met donkere ramen, die recht op mij afkomt. Het leek wel een of andere gevechtsfilm en eigenlijk verwachtte ik half en half dat het raampje open zou schuiven en er een of ander luguber pistool naar buiten zou komen. Nou, het raampje ging wel open, tot zover klopte het, maar …….. de arm die eruit kwam, had mijn gidsje in de hand en een euro. Het gidsje had ik op mijn koffie-adres laten liggen per ongeluk met een euro, die ik als fooi had neergelegd. Die werden me nu netjes achterna gebracht. De euro kreeg ik terug, want ‘een pelgrim hoeft geen fooien te geven’.
Nou, na zoiets loop je weer met goede moed verder. Het landschap is nu helemaal veranderd, de bossen liggen achter me en nu loop ik veel door wijngaarden. Tussen de middag heb ik op een terras zitten eten en toen moest ik nog 20 km naar mijn paardencentrum. Althans, dat dacht ik. Inderdaad, na 20 km belandde ik in het dorp Plaisance, maar daar was het paardencentrum nog niet. De mensen aan wie ik onderweg steeds vroeg waar het was, riepen blijmoedig dat het niet ver meer was, nog vijf minuten of zo. Zij bleken bij die vijf minuten echter uit te gaan van vijf minuten met de auto, want uiteindelijk bleek het paardencentrum 7 km buiten het dorp te liggen! En niet 7 km verder op de route, nee, 7 km de verkeerde kant op, dus die moet ik morgen weer teruglopen om op de route te komen. Achteraf gezien had ik dus beter de overnachtingsplaats van mijn gidsje aan kunnen houden, maar ja, achteraf kijk je een paard in zijn kont. En dat doe ik nu dus bijna letterlijk. Ik geef toe, € 10 is niet veel geld, maar zelfs dat weinige geld wordt hier niet omgezet in schoonmaakmiddelen, heb ik wel gemerkt, want schoon is het hier niet.
Aardig zijn ze wel, want ze hebben me vanavond naar het restaurant gebracht en ook weer opgehaald. Dus pelgrim, niet zeuren, maar moedig voorwaarts. Tot morgen.

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | 2 reacties

24-7-2009: Het thuisfront

“Goh’, zei iemand tegen me, “zo raar, als ik Theo’s website opendoe, kan ik ineens niet meer zien wat er geschreven is, ik weet niet wat ik fout doe”.
Nou, ik wel, namelijk niets. De enige die iets fout deed, was ik en daardoor was ineens 95% van alle verhalen gewist. Dat was grote paniek, ik zag mijzelf alweer alle berichten, die ik in ieder geval wel ooit ook in Word heb opgeslagen, opnieuw op de website zetten.
Tot mijn grote geluk had Marnix vorige week toevallig een back up gemaakt, zodat de schade niet al te groot is.
Er zijn een paar reacties verloren gegaan, maar jullie kennende, wordt dat vast en zeker door jullie opgelost. In ieder geval zijn we nu weer bij en gaan (weer vrolijk) verder.

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | Een reactie plaatsen

Tulpen uit Rotterdam

Het was een schitterende dag vandaag. Vanmorgen vertrokken Jacques en ik in een donderbui en vervolgens heeft het twee uur geregend. Daarna werd het droog en scheen de zon. Vanmorgen was er nergens een bar te bekennen in het dorp waar we koffie wilden drinken, dus toen kregen we van een inwoner gratis koffie en konden zelfs kiezen uit zwart, met melk of espresso. Ja, de mensen zijn hier erg goed voor arme pelgrims, dat is toch geweldig?
Jacques loopt vandaag voor het laatst en vindt dat erg jammer, want dit is hem prima bevallen. Het is de eerste keer dat hij dit doet, anders loopt hij veel marathons. Hij heeft ook een marathon in Rotterdam gelopen en dat was een van de leukste volgens hem. Daar verschijnen namelijk bij de laatste meters hele mooie jonge meisjes, die tulpen naar de lopers gooien. Kijk, dat is wat anders dan die Amsterdammers die net doen of zij het alleenrecht van de tulpen hebben. Dat doet mijn Rotterdamse hart goed.
Overigens is het aan de rugzak van Jacques te merken dat hij voor de eerste keer loopt, want hij heeft zeven onderbroeken bij zich voor die paar weken. Ik zei dat ik er twee had voor drie maanden en toen zei hij: “Ja, maar het moest van mijn vrouw!” Hij kon daar zelf erg om lachen. Verder heeft hij een hele apotheek bij zich aan medicijnen tegen alle mogelijke kwalen. Niet dat hij ook maar één klein kwaaltje heeft, maar ja, je zou er eventueel toch wel eentje kunnen krijgen en aangezien je niet weet welke, moet je dus voor alles iets hebben. Daar hebben we dus samen veel lol om gehad.
Tussen de middag hebben we alleen een ‘pain aux raisins’ gegeten, maar eerlijk gezegd heb ik niet veel honger tussen de middag, meer dorst dan honger, dus jullie hoeven geen medelijden te hebben.
Enfin, in Bergerac namen we afscheid, morgen neemt Jacques de trein terug naar Limoges. Hij heeft foto’s gemaakt en beloofd die naar Gery te sturen, zodat ze ze op de website kan zetten, dus die zullen te zijner tijd wel verschijnen. Ik heb een hotel genomen, op mijn gemak mijn dagelijkse klusjes gedaan en ben gaan eten. Ik zit net op het terras aan het voorgerecht en wordt dan op mijn schouder getikt: Jacques. Nou, toen hebben we verder maar gezellig samen gegeten. Theo-en-Jacques-Vignaud-web

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | Een reactie plaatsen

Een rustig dagje

Het was een rustig dagje vandaag. Bij vertrek had ik geen flauw idee waar ik zou gaan overnachten en van mijn gidsje werd ik niet veel wijzer. Volgens mijn gidsje was de eerstvolgende mogelijkheid namelijk Bergerac, 40 km verder en dat leek me toch wel erg ver. In voorgaande jaren werd ik daar dan wel wat zenuwachtig van, maar nu dacht ik: “Ik ga gewoon lopen, er komt wel wat”. En ziedaar, ik kwam Jacques tegen, de Fransman die nu in zijn eentje doorgaat naar Bergerac. Jacques heeft alle gidsen bij zich die er maar te bedenken zijn, een hele bibliotheek aan boeken en ook een lijst met chambres d’ hôtes en dus werd er gebeld naar zijn logeeradres en ik kon daar ook terecht. Zo zie je maar, Jacques zorgt voor me. Het is maar 17 km naar Villamblard, mijn logeeradres, dus ik ben rustig doorgekuierd en was al om twee uur vanmiddag op mijn bestemming. Net op tijd, want mevrouw stond op het punt te gaan klaverjassen en zei blij: “O, bent u er? Dan kunt u mooi Jacques ontvangen, anders staat hij voor een dichte deur”. Nog snel werd me de kamer gewezen, maar toen moest ze echt weg. Dus ik had de beschikking over het hele huis, een tuin met tuinstoelen en een koelkast met drank. Het enige nadeel was dat ik de deur niet uit kon om een internetcafé op te zoeken, maar alla, dat komt dan nog wel. Op mijn kamer hangt een bordje dat ik niet zelf mag wassen, want dat doet mevrouw voor het bedrag van € 4. Ik hoopte wel dat ze op tijd terug zou zijn of een droger had, anders zou mijn wasje niet droog zijn. Je ziet, ‘des pelgrims zorgen zijn vele’, maar met een goede sigaar in het hoofd en een lekker maal in het vooruitzicht zijn die zorgen wel te dragen.
Mevrouw is 75 jaar, dus heeft geen zin meer om hele maaltijden te koken. Daarom heeft ze een afspraak gemaakt met het restaurant in het dorp, dat we daar eten kunnen halen. Vandaag was het restaurant wel dicht, maar we konden het toch gewoon gaan halen. Dus toen Jacques was gearriveerd en het etenstijd was, togen wij naar het betreffende restaurant. Het meisje dat op de stoep zat te spelen meldde vriendelijk dat het restaurant dicht was, maar toen wij uitlegden hoe het in elkaar zat, ging ze haar moeder roepen. Die deed de deur op een kier en zei: “Ja, dat klopt, ga maar op het bankje zitten, over vijf minuten is het klaar” Dus wij zaten op het bankje voor een dicht restaurant te wachten: vijf minuten, tien minuten, een kwartier, twintig minuten…. Toen ik nog maar een keer ging vragen, was het net klaar en konden we binnenkomen. En daar stond een blad op ons te wachten van zowat een vierkante meter met een grote hoeveelheid schalen en schaaltjes, gewoon geweldig. En zo liepen wij dwars door het dorp met een enorm blad tussen ons in. Een avontuur op zich.
Onze gastvrouw heet Kiers, niet echt een Franse naam en ik vroeg dus hoe ik dit uit moest spreken. Ze vertelde dat ze oorspronkelijk uit Duinkerken komt en zei: “Je moet dus Kiers zeggen, en niet Ki-èrs, zoals die Fransen doen”.

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | Een reactie plaatsen

Bezoek

Vanmorgen ben ik op tijd vertrokken, want het zou heet worden en ik wilde op tijd in St. Astier, mijn bestemming voor vandaag, zijn. En heet is het geworden! Wat te denken van een temperatuurtje tussen 32 en 35 graden? Dan loop je te puffen en moet je een beetje rustig aan doen, vooral als er dan ook nog een paar flinke stijgingen in de route zitten. Na zo’n stijging stond ik net even uit te blazen en naar adem te happen, toen een stel motorrijders me passeerde: jonge knullen van zo’n jaar of vijfentwintig met stoere helmen met vlammen erop en zo. Ik wou net gaan schelden, want wie knoert er nu zo door de bossen, toen er geremd werd en gestopt en ze terug kwamen rijden. “Meneer, heeft u een GPS? Wat gaaf. Hoe werkt dat nou?” Toen stond ik dus als ouwe baas aan een stel jonge knullen ‘deskundig’ uit te leggen hoe zo’n ding werkt. Die ‘deskundigheid’ heb ik dankzij de lessen van Marnix, hij zou trots op me geweest zijn als hij erbij was geweest. Toen ik ook nog zo langs mijn neus weg zei: “Ja en als het kan, zoek ik een cybercafé op en dan stuur ik de bestanden naar huis en komen ze op mijn website”, kende de bewondering geen grenzen meer.
Ik zei dat nu wel en ik hoor nu al in gedachten: “Nou, dat hebben we anders niet gezien”, maar dat ligt niet aan mij. Als ik een internetcafé zie, snel ik daar onmiddellijk met al mijn attributen heen. Meestal kom ik wel op internet (lijkt me logisch als ik in een internetcafé ben), maar vaak kan ik mijn GPS niet aansluiten. Dus vandaar.
Op mijn wandeling kwam ik langs een huis en daar hing een kastje, speciaal voor pelgrims, buiten. Erin lagen een kaarsje, een schelp, een bekertje waarmee je water kon tappen uit de kraan naast het huis en een gastenboek. Leuk gedaan!. In het gastenboek stond een bericht van de Fransen met wie ik gisteravond gegeten heb en die vanmorgen veel eerder vertrokken zijn dan ik en daarbij stond: “Groeten aan Theo, die komt ook nog hierlangs”. Grappig, hè? Dus ik heb maar geschreven: “Hier is Theo, hij heeft uitgeslapen!” Ik zag dat twee dagen voor me een Nederlands stel loopt. Misschien zie ik die nog. Mijn Franse vrienden liepen vandaag voor het laatst, behalve één die tot Bergerac doorloopt.
Al met al was ik prima op tijd in St. Astier en besloot eerst een pilsje te drinken op een terras voordat ik naar de camping ging. Na dat pilsje ging ik weer fluks in de benen voor de laatste 600 meter, sla een hoek om en loop bijna tegen Andries aan. Die is vanuit zijn vakantieadres met Rina hierheen gereden om mij op te zoeken. Dus dat was heel erg leuk. We hebben nog iets gedronken en toen heb ik comfortabel in de auto het laatste stukje afgelegd. Vanwege de consternatie was ik toen mijn stok vergeten, dus die is Andries toen weer even op gaan halen. Makkelijk, zo’n auto!
Op de camping kon ik mijn tentje opzetten voor € 7,50, maar ik kon ook een bungalowtent huren met bed, douche, en zelfs koelkast. Op vertoon van mijn credencial een speciaal prijsje voor pelgrims: € 10. Nou, ik zou wel gek zijn als ik dat niet gedaan had. Na het douchen hebben we samen gezellig koffie gedronken en toen zijn Andries en Rina weer teruggegaan en ik ‘aan het werk’: mijn dagelijkse wasje, een sigaar roken voor de tent, op zoek naar een internetcafé en eten. Erg druk elke dag, dat snappen jullie.
Volgens de weerberichten komt er morgen onweer en wordt het daarna koeler. Ik hoop dat het vannacht gaat regenen, als ik lekker luxe in mijn tent lig en dan de druppels op het tentdak goed kan horen, hoewel…. dan is het morgen in de bossen weer een modderpoel natuurlijk en dat is ook niet leuk. Het landschap begint trouwens wel een beetje te veranderen, er komen meer wijngaarden, dus ook meer afwisseling. Ik word nog steeds op omwegen gestuurd als er een paar huizen te zien zijn of een makkelijke weg, maar die neem ik niet allemaal. Ik loop hier in Frankrijk op een Grande Randonnée en die is gemaakt voor wandelaars, voor mensen die van de natuur houden en daar ook voor komen. Dat is het doel, dus logischerwijze wordt dan de bewoonde wereld zoveel mogelijk gemeden. In Spanje loop je op de pelgrimsroute en dat is een route die naar een doel leidt en je langs allerlei bezienswaardigheden stuurt die met het doel te maken hebben. Die staan in dorpen, dus daar kom je veel door dorpen. Hier in Frankrijk bestaan ook aparte pelgrimswegen, ik kom zo af en toe bordjes ervan tegen. Ik ga me daar echter maar niet aan wagen, want ik heb geen omschrijving en geen gids ervan, dus ben bang dat ik dan hopeloos ga dwalen.
“Hoezo, dan kijk je toch op je GPS?”, hoor ik Marnix nu zeggen, maar ik roep nu gauw dat ik dan ook geen beschrijving heb van alles wat ik onderweg tegenkom en dan is er niets aan.
Ik zag onderweg een bordje: ‘Santiago 1300 km’, dus jullie zijn nog niet van me af. Gegroet!

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | Een reactie plaatsen

Tussen Chancelade en Périgueux

Na een excellent ontbijt langs de waterval met allemaal ouwe bazen om me heen die al flink aan de borrel en de sigaar bezig waren (en het was echt pas acht uur), was het weer tijd voor de dagelijkse wandeling. Even buiten Brantôme passeerde ik een groot aantal campers. Gery praat de laatste tijd steeds over een campertje, nou, als ze dit gezien had, zou ze meteen genezen zijn. Bovenop elkaar, net buiten de stad, op allemaal betonnen platen sta je dan te overnachten, dus de romantiek is ver te zoeken.
Vanmorgen kwam ik twee Amerikanen uit Illinois tegen, die ook heel verbaasd waren over het feit dat het zo stil is en ze verder niemand tegenkomen. En dat is ook zo, het is erg stil en de route liep weer door de bossen en over steenpaden. En het werd steeds heter en heter. Ja, stil maar, ik weet het wel, voor de pelgrim is het nooit goed natuurlijk: te koud, te heet, te nat, te droog, modderpaden, steenpaden. Maar dat zijn wel de zaken die belangrijk zijn voor de pelgrim, moet je weten, als je in je luie stoel zit, hoef je je niet met zulke zaken bezig te houden. Ik klaag nog even verder: er waren ook grote stukken die erg steil waren, dus was het klimmen geblazen in die hitte! De route gaf een omweg aan langs een mooi plaatsje, maar dat hoefde niet en dat heb ik dus ook niet gedaan, ik liet het plaatsje maar even voor wat het was. Toen ik in een dorpje stopte bij een barretje voor een kop koffie, zaten daar dan eindelijk de eerste echte pelgrims in het gras. Die vonden het ook al erg stil en in de bar vertelden ze ook dat het dit jaar heel erg stil is op de route en dat het andere jaren veel drukker is. Vreemd eigenlijk, hoe dat nou komt, joost mag het weten.
Vanwege de hitte was mijn twee liter water op een gegeven ogenblik schoon op. Dat water wordt ook weer uitgezweten natuurlijk. Ik heb mijn zwarte T-shirt aan, dat ik elke avond was, maar wellicht niet helemaal goed uitspoel, want als ik veel ga zweten, gaat het bijna schuimen, er komen gewoon sopbelletjes uit.

Goed, ik maakte een slim plan. Ik zag in mijn gids dat er in Chancelade een bus naar Périgueux reed, dus ik dacht: “Wat let me? Ik loop naar Chancelade, pak daar de bus naar Périgueux en als het daar leuk is, neem ik daar misschien morgen wel een rustdag”.
Als pelgrim moet je dus geen plannen maken, heb ik gemerkt, want het gaat altijd anders. Volgens plan arriveerde ik in Chancelade. Daar heb ik een mooi klooster bezocht en een kaarsje gebrand voor Marnix, Geer en zus Corrie, die morgen geopereerd wordt.

mineraalwater-web Toen ik bij de portier van het klooster kwam, moest ik gaan zitten en kreeg een grote fles mineraalwater in mijn handen gedrukt met het bevel: “Helemaal opdrinken!” Ik zei dat ik bang was dat niet te halen en toen vertelde hij dat hij een andere pelgrim zo’n fles had aangeboden en dat die had gezegd: “Ik wil hem wel hebben, maar dan drink ik hem helemaal leeg, anders moet ik er mee sjouwen” en dat ook gedaan had. We vreesden beiden voor de arme man dat hem dat wel opgebroken zal hebben. Maar dat vertelt het verhaal niet, dus uitgerust en opgefrist begaf ik me naar de bushalte. Jazeker, er was een bushalte en daar bleek ook een bus te rijden naar Périgueux, precies volgens het boekje, alleen…….. de bus reed alleen als er kinderen naar school moeten in Périgueux en…… het is vakantie dus…….. reed de bus niet. Ik kon dus naar Perigueux gaan lopen, nog zo’n 7,5 km. Ik liep langs een sloopbedrijf en daar wisten ze me te vertellen dat ik naar een andere bushalte moest lopen, want dat daar wel een bus reed, omdat ik daar in de buitenwijken van Périgueux was. Dat wilde ik wel doen, ging dus op weg, maar toen moest ik, een pelgrim is ook maar een gewoon mens, heel, heel, heel erg nodig…….. Tjonge, wat moest ik nodig en dan kan een mens het erg benauwd krijgen en je kunt moeilijk zo aan de kant van de weg gaan zitten. Dus toen ik op een druk kruispunt kwam en daar een hotel zag, dacht ik: “Al kost een kamer € 200, ik neem hem.” Nu zit ik hier, halverwege tussen Chancelade en Périgueux. Ruim 30 km heb ik vandaag weer afgelegd. Ik zal dus morgen wellicht helemaal niet in Périgueux komen, al kreeg ik van het thuisfront te horen, dat ik nou morgen dus maar een klein eindje loop en een rustdag neem. Hoezo, rustdag? Ik rust eigenlijk de hele dag, vind ik. Ik loop gewoon vakantie te houden. Mijn voeten houden zich prima, alleen had ik een open plek aan mijn voet op precies dezelfde plaats als de vorige keer, maar nu op de andere voet. Dus het zal toch wel iets met mijn schoenen te maken hebben, want de andere schoen heeft Heine iets ruimer gemaakt en daar heb ik nu geen centje pijn. Gelukkig had ik algenpleisters meegenomen en dat is echt een wondermiddel, want nu is het alweer dicht en ik heb er verder geen last van.

Ik ging vanavond eten en toen ik het restaurant binnenkwam, zaten daar de mensen die ik vandaag ook al ontmoet had en ik moest meteen bijschuiven aan tafel, dus ik heb met vijf Fransen zitten eten, heel erg gezellig! Zij lopen elk jaar een paar weken. Ze hebben foto’s gemaakt en als ze weer thuis zijn, zullen ze die naar Gery sturen, dus wellicht zien jullie ze op een gegeven moment op de website verschijnen!

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | 1 reactie

Weer onder de mensen

Ik heb een prachtige overnachting gehad in mijn gîte. Wat zijn er toch lieve en aardige mensen op deze wereld. Vanmorgen om half acht zat ik prinsheerlijk bij de open haard mijn ontbijtje te nuttigen. Wat wil een mens nog meer? Ik heb weer genoten van de discussies. De eigenaar van de gîte is een communist en wil eigenlijk Stalin weer terug; zijn zwager en hulp is streng Katholiek, dus dat geeft leuke taferelen. Verder hebben zich nu vier man over mijn route gebogen en allevier een route bedacht, die ik vandaag moest gaan lopen. Alle vier een verschillende natuurlijk, zodat ze bijna onderling ruzie kregen. Gelukkig bleken ze het toen over één ding wel eens te zijn: De route zoals die in mijn boekje staat, is echt helemaal niks. Fout, fout, fout.
Ik had vandaag dus eigenlijk de keus uit vijf verschillende routes, dus een wonder dat ik goed gelopen ben toch? Dat ben ik vandaag dus wel, het was lekker weer om te wandelen en mijn enige bezwaar tegen deze route is eigenlijk dat hij voornamelijk door de bossen loopt en die bossen heb ik nu, eerlijk gezegd, wel gezien. Dit is een officële pelgrimsroute vanuit het noorden, maar er is geen pelgrim te bekennen. En niet alleen geen pelgrim, maar zelfs ook geen zondagwandelaar, die een ommetje maakt. Zodra er ergens drie huizen te bekennen zijn, stuurt de route je daar omheen en vandaag zou ik 3 km om moeten lopen omdat ik anders langs een houtzagerij zou komen. Nou, dat heb ik dus niet gedaan, want die houtzagerij vind ik prima, bovendien is daar op zondag toch niets te beleven.
Nu ben ik gearriveerd in Brantôme en dat is wel een erg leuk toeristisch plaatsje met mensen, restaurantjes, terrassen, enz. Het is een erg leuke plaats met watervalletjes en riviertjes, ze noemen het het Franse Venetië. Ik heb vanavond heerlijk buiten op een terrasje gegeten bij de waterval, dus ik heb het weer helemaal naar mijn zin zo. Het blijft een geweldige belevenis, ook dit keer weer.
Mijn eerste week zit erop en ik ben niet ontevreden over de afstand die ik deze week heb afgelegd. Goed zo, Theo, ga zo door, mijn jongen!

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | 1 reactie

Blog op WordPress.com.