Navarrenx

Het ging vandaag uitstekend, het was excellent weer om te lopen, niet te warm, niet te koud en droog. Morgen wordt er regen voorspeld, maar dat zien we dan wel weer.
Ik zit nu in dezelfde gîte als de vorige keer en hij zit barstensvol met Fransen, Zwitsers, Oostenrijkers en mijn persoontje. En ik heb weer zoveel plezier gehad, ‘t was weer een toneelstuk. Een Fransman had zijn was in de wasmachine gestopt, maar toen hij die er weer uit wilde halen, ging de deur van de wasmachine niet meer open. Nou, toen had je hem moeten zien, hij haalde alles uit de kast, sloeg als een wilde op de wasmachine, draaide woest aan alle knoppen, sprong op en neer, rende heen en weer, precies zo druk als Louis de Funès. Ik stond ondertussen gewoon mijn wasje met de hand te doen. Toen hij weer wegrende om een nieuwe penning te halen om erin te gooien dan maar, dacht ik: “Dat ding moet toch gewoon opengaan”, dus ik zette de programmaknop op nul en….geruisloos ging de deur open. Toen had je hem moeten zien, hij keek naar me of ik acuut heilig geworden was en de wederopstanding zelve. Nou, die heeft een wondertje beleefd en ik heb daarvoor mogen zorgen.
Ik ben naar de dienst geweest, samen met nog een paar anderen. De pastoor zelf was er niet, maar dat is ook geen wonder, want die moet in totaal vierentachtig kerken bedienen, dus die heeft wel iets te doen. Na de dienst kregen we een borreltje aangeboden in de presbytère. Door ‘iemand’ was een vage afspraak gemaakt dat ‘iemand’ ons op zou komen halen om naar een restaurant te gaan. Die ‘iemand’ was op dat moment aan het jeu-de-boulen of zoiets, maar toen een van de zusters hem ging halen, was hij er niet meer. Wij braaf wachten met zijn drieën; de andere twee keken of ze er zeker van waren dat alles in orde kwam, maar ik had zo mijn twijfels. Na een tijdje kreeg die ‘iemand’ een naam: het bleek dat we op zoek moesten naar ene Jean-Pierre die ‘ergens’ aan het honkballen was of ‘zoiets’. Uiteindelijk vonden we hem, maar hij was zo verschrikkelijk dronken, dat we het zelfs niet aandurfden die ene kilometer naar het restaurant met hem mee te rijden. Dus de hele escapade was voor niets, want uiteindelijk zijn we naar een restaurant vlakbij gegaan.
Daar was het ook niet alles. Het eten was goed, maar ik wilde een ‘gâteau basque’ als toetje hebben. Volgens mij hoefden ze alleen maar een stuk taart op een bordje te leggen, maar na drie kwartier was er nog steeds geen toetje. Toen heb ik daar maar van afgezien en we hebben ook maar geen koffie genomen. Anders wordt het veel te laat en lopen we kans de gîte op slot te vinden.
Het is trouwens groot feest hier in Navarrenx en op dit moment zit de hele hoofdstraat vol met mensen aan tafels, die bezig zijn om de stier op te eten die vorige week in Orthez is gedood.
Heerlijk land!!

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | 1 reactie

Bloedheet

zweten-web

Om half acht ben ik vertrokken in de nevel en dat duurde zo tot half twaalf ongeveer en daarna werd het bloedverzengend heet, ruim 32 graden. Ik heb dus rustig gelopen. In het begin was het verschrikkelijk klimmen en dalen, dus dan doe je vanzelf rustig aan. Bovendien kwam ik een boer tegen, die me een ‘tussenweggetje’ wees en dit keer vond Jacobus dat ook prima, want ik verdwaalde niet en kwam weer keurig op de route terecht. Dat scheelde me 3 km.
Maar ja, er moest natuurlijk toch een ontbering zijn, Corrie, daar heb je gelijk in. Ik was van plan om dit keer tussen de middag een lekkere omelet te eten in een bar die ik me van de vorige keer herinnerde, maar die was wegens vakantie gesloten. Hersenen zijn trouwens toch rare dingen, want ik herinner me wel dit barretje en als ik in dorpjes kom, herinner ik me die weer, maar van de route onderweg herinner ik me vrijwel niets, die lijkt gewoon weer nieuw. Maar goed, meestal eet ik tussen de middag bijna niets, dus zo’n ramp was het nu ook weer niet.
Om drie uur was ik bij de gîte in Arthez-de-Béarn, waar een briefje op de deur zat met een telefoonnummmer dat ik moest bellen. Dat deed ik netjes, maar kreeg te horen dat ik me maar lekker moest installeren en doen waar ik zin in had, er zou later wel iemand komen. Dus ik heb mijn tukje gedaan, mijn wasje en mijn douche. Toen verscheen er nog een wandelaar met een hele open voetzool. Die heb ik geholpen met verbinden. Ik ben blij dat mijn voeten het zo goed doen: ik heb geen blaar gezien nog.
Na een poosje kwamen er nog twee Zwitsers en nu zijn we met zijn vieren. Misschien loopt de gîte nog verder vol, maar onderweg heb ik weer geen pelgrim gezien. Verbazingwekkend is het en blijft het dat er zo weinig pelgrims zijn, terwijl deze route vorige keer toch veel drukker was. Misschien wachten ze allemaal tot volgend jaar, als het weer een heilig jaar is?
Er is hier wel een internetcafé, maar dat is helaas om twee uur dichtgegaan.

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | 1 reactie

Iets meer dan soep

Nou, het was wel iets meer dan een pan soep gisteravond. We werden met zijn allen aan het werk gezet. De Franse huisvader en ik moesten de aardappelen schillen en konden zo tegelijkertijd gezellig keuvelen. Hij zit al twintig jaar in de gemeenteraad. Dat komt, omdat hij steeds weer een nieuwe wens heeft, zegt hij. En zo zie je, dat er in Frankrijk niet zoveel veranderd is. Toen we vijfentwintig jaar geleden in Le Havre woonden was het al zo dat, als je iets gedaan wilde hebben, bijvoorbeeld een goed hek om je tuin of een verhard pad naar je huis, je als een haas in de gemeenteraad moest gaan om dat voor elkaar te boksen. Daarna kan je er dan gevoeglijk weer uit, behalve natuurlijk als je nog meer wensen hebt.
Maar al met al hadden we dus een heel menu te eten met negentien man sterk. Het was oergezellig. Ik had de Belgen een beetje zitten plagen met de taal. Halverwege het eten komt ze ineens naar me toe en zegt: “Je bent toch niet echt een Fransman geworden?” Ik zei: “Nee, hoezo?” “Nou, wij eten de sla altijd bij het eten en niet daarna zoals Fransen doen”. Dat was scherp opgemerkt.
Na het eten hebben we gezamenlijk de afwas gedaan en daarna kwam er nog een gezin: man, vrouw en maar liefst negen kinderen in de leeftijd van drie tot achttien jaar. Zij mochten slapen in de kleuterklas.
Ik lag op de kamer met twee mannen en twee vrouwelijke hoogleraren, die meteen vroegen of ik snurkte. “Ja”, zei ik, maar dan moet je zeggen: “Théo, tourne” en dan houdt het op. Vanmorgen meldden ze dat ik wel gesnurkt had, maar ‘gentiment’. Ze hadden blaren en daar probeerden ze van alles aan te doen met zalfjes, compeed, gaasjes, enz. Dus ik zei dat ze ze beter met leukoplast af konden plakken als ze nog dicht waren, maar ze wisten niet hoe dat moest. En dus zat deze pelgrim vanmorgen nederig de voeten van twee hoogleraren dakpansgewijs met leukoplast af te plakken.
Ik kon vannacht niet slapen van de jeuk en zit weer onder de rode bulten en blaasjes. Eerst dacht ik aan insecten, maar ik herinner me dat ik dit twee jaar geleden ook had en dat het toen een zonne-allergie bleek te zijn. Het ziet er nu precies hetzelfde uit en ja, ik heb natuurlijk heel veel zon op mijn lijf gehad de laatste weken. Ook nu is het, na een paar dagen afkoeling, weer erg warm geworden.
Dus ik heb er vanmorgen stevig de wandelpas weer ingezet en was net voor sluitingstijd van de apotheek om half één vanmiddag in Arzacq-Arraziguet. In de pharmacie concludeerde men ook dat het door de zon kwam, maar dat het nu te laat was, ik had in april al iets moeten gaan slikken ‘ter voorkoming’. Maar gelukkig ging ik niet met lege handen de deur uit, integendeel, uiteraard vertrok ik met een indrukwekkende voorraad zalfjes en pillen. Een zalfje om erop te smeren, pillen om te zorgen dat de jeuk minder wordt, een crèmetje als bescherming tegen de zon en zelfs een hele spuitbus met een soort schuim dat ik erop moet spuiten. Ik las dat het tegen brandwonden was, dus die laat ik nog maar even zitten.
Toen had ik vanmiddag dus zeeën van tijd. En wat doe je dan? Nou, slapen, douchen, een wasje, mijn telefoon in elkaar zetten, die gevallen was en uit elkaar lag en vervolgens het dorp in op zoek naar een computer. Die was er wel, maar dateert nog uit de vijftiger jaren of zo, want het duurde wel een kwartier voor ik de website zag verschijnen. Na dit zware werk heb ik mij naar een terrasje gesleept en nu komt ‘mijn’ Franse huisvader eraan om samen met mij een pilsje te drinken. Het is onbeleefd om dat af te slaan en ik heb geleerd altijd beleefd te zijn, dus…proost en tot morgen!
O ja, mocht je een kaartje willen sturen, dan kun je dat nog poste restante naar Hendaye sturen, voor St Jean Pied de Port is het te laat, ben ik bang.

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | Een reactie plaatsen

Veel meer pelgrims

Wat is het toch leuk als je een paar talen spreekt. Gisteravond aan tafel ben ik in het Frans, Duits, Engels en Nederlands aan het koeterwalen geweest. Het hele restaurant zat vol pelgrims. En maar vertellen en ervaringen uitwisselen, leuk is dat. En dat alles onder het genoegen van een ‘menu pèlerin’: hors d’ oeuvre varié, filet de boeuf met boontjes, flan als dessert, wijn, water en koffie toe en dat alles voor € 12,50. En ik was natuurlijk toen al keurig naar de mis geweest. Daar waren ongeveer twintig mensen (dus lang niet alle pelgrims) en een heel aardige pastoor. We hebben het lied “Tous les matins….” natuurlijk weer gezongen onder begeleiding van een Duitser op de blokfluit. Verder waren er geen buitenlanders.
Er is een groep van veertien Fransen die ik voor moet zien te blijven vanwege de slaapplaats. Toen ik vanmorgen net op weg was, bleek er ineens een meer te zijn dat niet op de kaart stond. Bovendien was er een snelweg aangelegd, zodat de route in mijn gidsje totaal niet meer klopte. Dus Corrie, je kunt gerust zijn: ik snijd dan af en toe wel stukjes af, maar moet het later altijd weer terugbetalen, want ik heb me rot lopen zoeken en allerlei ommetjes gemaakt. Het lijkt het leven zelf wel weer. Je probeert wel eens iets stouts, maar wordt meestal weer teruggefloten. Ik heb trouwens vanmorgen van het hele stuk dat ik gelopen heb, niets herkend, dus misschien heb ik nu wel een heel andere route gelopen.
Enfin, na al dat gedwaal zag ik na 20 km een gîte en ik was het zat, dus daar ben ik neergestreken. En het was goed dat ik op tijd was, want nu zit de gîte helemaal propvol, sommige pelgrims moeten dus al hun tentje opzetten. Het is wel gezellig zo met iedereen. De Franse familie is er ook weer. Meneer blijkt suikerziekte te hebben, dus wordt angstwekkend in de gaten gehouden door zijn vrouw en de dochter is helemaal kapot, ze kan gewoon niet meer. Ze moet ook elke dag zo’n enorm gewicht dragen, want ze is echt erg dik, ik vind het heel stoer dat ze toch nog steeds de moed opbrengt om weer te starten. Maar ze heeft het erg zwaar, is in een week ruim 7 kg afgevallen. Dat lijkt wel fijn, maar dat is allemaal vocht en het zit er straks waarschijnlijk zo weer aan, dat is wel sneu.
De gîte wordt beheerd door Waalse Belgen en ik heb hen gezegd dat ik hen Nederlandse les zal geven vanavond, want dat is tenslotte ook hun eigen taal. Af en toe begrijpen ze wel woorden en dan roep ik al: “Zie je wel, dat het je eigen taal is?” Vanavond koken ze voor alle pelgrims een grote pan soep, want dit schone dorp, dat Miramont-Sensacq heet, bezit weliswaar één hotel en één winkel, maar die zijn op maandag allebei dicht. En uiteraard ook geen internetcafé, dus nog even geduld.
Morgen ga ik maar 14 km lopen, anders moet ik er veertig en dat is wel een beetje veel. De conclusie is wel dat ik nu drie dagen ga doen over een stuk dat ik drie jaar geleden in twee dagen heb gelopen. Ach ja, de ouderdom, hè.

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | 1 reactie

Papbenen

Dat was heerlijke luxe gisteravond, vannacht en vanmorgen. Dus heb ik vanmorgen ook maar een beetje uitgeslapen. Toen ik wegging, zei ik dat het luxe geweest was, maar dat dit natuurlijk niet elke dag zo kan. “Dat is maar goed ook”, was het antwoord, “anders krijg je papbenen!” Daar kon ik het dus verder mee doen.
Ik heb wel de route gevolgd, maar ook een alternatiefje genomen. Dat vond ik wel een handigheidje van mezelf om een stukje de gewone weg te nemen. Dat loopt even makkelijker en dan spaar ik wat kilometertjes uit. Dus ik was een beetje trots op mijn eigen slimheid. St. Jacques heeft echter zo zijn eigen wijsheden en troefde mij weer eens af. Aan het einde van de rit bleek namelijk dat de officiële route, die ik had moeten gaan, door de slechte begaanbaarheid was afgesloten en dus heeft iedereen vandaag mijn alternatieve route gevolgd. Omdat ik pas om kwart over negen ben vertrokken, kwam ik dus achteraan de rest van de pelgrims en wandelaars aan in Aire sur l’ Adour.
Ik was van plan om mijn tentje op te zetten op de camping, maar toen ik aankwam, begon het net te regenen. Dus dan maar eerst een stempel halen in de kerk. Dat kreeg ik en toen heb ik gezegd dat ik een slaapplaats zocht met een bed, een bad, champagne en een masseuse en dat allemaal graag voor een prikkie. Ze konden me alles leveren, behalve een masseuse, want “u bent hier in de kerk”. En uiteraard rekenden ze wel op me voor de mis om zes uur.
Alle gekheid op een stokje: ik zit nu in een keurige gîte met een wasmachine, dus het wasje gaat automatisch dit keer en dat is ook al luxe.
Ik moest hier wel even streng zijn, want er liggen overal reclamefolders van taxibedrijven, die voor jou je rugzak naar de volgende overnachtingsplaats brengen en dat kan natuurlijk niet in een pelgrimsplaats. Gery maakte het nog erger door te zeggen dat ze nooit en te nimmer die rugzak alleen in de taxi zou laten gaan, maar er dan zelf naast zou gaan zitten. Ik vraag u: Waar zijn de principes op heden gebleven? Ben ik dan nog de enige met principes? Ik zeg tegen mezelf: “Je wou toch zo nodig lopen? Dan zal je ook lopen, kreng. Hup!” Nee, ik vind het gewoon nog steeds erg leuk. Het was vandaag veel minder warm, gisteravond hadden we hier een donderbui die je volgens mij in Zaandam kon horen en daarna is het afgekoeld.
Enfin, er zitten weer 26 km meer in deze papbenen, morgen weer verder.

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | 2 reacties

Onder de sloffen weggeroffeld

Gisteravond heb ik nog even gezellig met de Franse familie zitten praten, althans met de man en vader. Hij loopt omdat het moet, het hele plan is van zijn vrouw en dochter. Zijn vrouw heeft ook alles minutieus voorbereid, hij weet tot bijna een kwartier nauwkeurig waar en wanneer hij ´s avonds aankomt. Zijn vrouw en dochter hadden ook het plan gehad om een ezel aan te schaffen, want dan kon er meer bagage mee, maar daar was hij voor gaan liggen en had het geweigerd. “Ach”, zei hij berustend, “en nu ben ik de ezel”.
Overigens moet je ook bij dat minutieus plannen je vraagtekens zetten, want gisteravond riepen ze dat ze heel vroeg weggingen, zodat ze er voor de grootste hitte waren. Enfin, om half zeven vanochtend sprongen ze eruit en draafden in het rond. Ik ben toen maar om zeven uur eruit gegaan, want ik kon toch niet meer slapen. Toen ik om half acht vertrok voor een ontbijtje liepen ze nog in het rond. Terwijl ik zat te ontbijten, liepen ze voorbij. Halverwege de rit passeerde ik hen alweer, want toen lagen zij uit te rusten, je kunt tenslotte niet altijd lopen. Ik geloof nooit dat ze St. Jean Pied de Port halen, want ze zijn verschrikkelijk dik, ik snap niet hoe ze op het idee zijn gekomen om dit te doen.
Ik heb vandaag even 20 km onder de sloffen weggeroffeld, heb het grootste gedeelte over de gewone weg gelopen. Het is wel grappig, want ik heb deze route drie jaar geleden ook gelopen. Er zijn dus stukken, die ik me nog herinner alsof ik er gisteren geweest ben. Er zijn ook stukken, die ik in eerste instantie niet herken. Bij Mansiet bijvoorbeeld was ik helemaal vergeten dat daar een arena voor stierenvechters is, maar toen ik het zag, was het ”O ja, en volgens mij was hier tegenover ergens een café”. En dat klopte ook. Nou niet zeggen dat ik alleen de café’ s maar herken natuurlijk. Er zijn ook hele stukken die ik absoluut niet herken en waarvan ik me niet eens kan voorstellen dat ik die eerder moet hebben gezien.
Om kwart over twaalf, etenstijd toevallig, kwam ik bij de gîte van Nogaro aan, die op dat tijdstip uiteraard dicht was. Toen had ik de keus: of tot drie uur vanmiddag met rammelende maag wachten tot de mevrouw van de gîte (waarvan ik me herinner dat er destijds heel veel vliegen waren, maar dit terzijde) weer terug was of doorlopen naar het hotel, waar een restaurant bij is en waar ze toevallig ook kamers hebben. En naast dat alles hebben ze ook een……. zwembad-web zwembad.
En het is hier nog steeds heel erg heet.
Wat zouden jullie dan doen? Nou niet schijnheilig zeggen dat een pelgrim moet lijden, terwijl je zelf languit in de tuin ligt.
Dus ik nam het hotel en ik kan jullie melden dat ik, ter compensatie van de meerdere kosten, me tussen de middag heb beholpen met een eenvoudige maaltijdsalade. Nou, ja niet zo heel erg eenvoudig, maar toch……

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | 3 reacties

Drukker

En ja, nu is het een stuk drukker. Met zenuwachtige pelgrims, die zich afvragen hoe vroeg ze morgen zullen vertrekken om nog een slaapplaats te kunnen bemachtigen. Ja, dat was ik dus even vergeten hoe het er dan ook weer toegaat.
Ik heb vanmorgen over de beroemde spoorlijn van Jan de Wit gelopen, Jan, als je dit leest, het station is er nog steeds en de seinpalen ook!
Ik kwam ook langs de gîte van Frits de Duitser, maar, Suzanne, “Der Fritz war nicht da”, alleen allerlei mededelingen dat hij ook foto’s van de camino had, die alleen gasten mochten zien. Dus ik ben maar doorgelopen naar de gîte communiale. Daar aangekomen moest ik wachten tot de VVV weer openging, want daar moest ik de sleutel halen. De gîte zit in een oud gebouw, maar is wel netjes opgeknapt.
Het is nog steeds heel warm, maar volgens het weerbericht schijnt het morgen minder warm te worden. Ik heb er niet zoveel last van. Nu ga ik op zoek naar een goed restaurant. Ik lig op een kamer met een Frans gezin, waarvan elk der leden een respectabel aantal kilo’s weegt, mag ik wel zeggen.
Allez broeders en zusters, tot morgen maar weer.

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | Een reactie plaatsen

Op bekend terrein

Dit was nou weer een ouderwets rustig dagje. Vanmorgen om half negen ben ik vertrokken en als een speer langs de route départementale naar Montreal de Gers gelopen, waar ik om twaalf uur aankwam. Bij aankomst zag ik een Relais de Saint Jacques en aangezien het toch twaalf uur was, kon ik daar niet voorbijlopen. Ik had een menu met een buffet van voorgerechten, vlees met pasta en kaas, een buffet van nagerechten, water en wijn. Dat alles kostte me in totaal € 11,50. Ik snap niet hoe ze het voor dat geld kunnen doen. In mijn gids zag ik staan dat ik er ook kon overnachten, maar nee, dat deden ze niet meer, want er is volgens hen geen belangstelling genoeg voor. Ik had, eerlijk gezegd, meer het idee dat ze er niet zoveel zin in hadden tijdens de vakantieperiode, maar ik kan het mis hebben natuurlijk. Maar geen nood, ik wist van drie jaar geleden dat er ergens een boerderij moest zijn, waar ik de vorige keer geslapen heb, dus meteen boog zich het hele restaurant over de vraag waar dat ook alweer was. Nou, dat viel nogal mee, ik heb nog maar 2,5 km hoeven lopen, toen was ik er. Dus nu bivakkeer ik in Séviac in een boerderij met verschillende gastenkamers. Ik slaap zelfs in dezelfde kamer als drie jaar geleden, dat is wel komisch. Maar ook hier ben ik alleen en Madame zegt dat er inderdaad heel weinig pelgrims zijn dit jaar. Hoe het komt, weet niemand. Geen gelovigen meer? “Er komen wel namaakpelgrims”, mopperde mevrouw, “toeristen die voor een prikkie willen slapen. Ik zie het al als ze eraan komen. Als ze er zo sportief uitzien, weet ik genoeg en komen ze er niet in”.
Het is hier nog steeds heel, heel erg warm. Ik zit nu buiten een beetje af te koelen en af en toe voel ik een heel klein beetje wind.
Vanavond eet ik met de familie en morgen wandel ik naar Eauze. Dat is maar 16 km en de hele route is bekend, want ik zit nu weer op de route van drie jaar geleden. Ik ben zeer benieuwd of ik nu meer pelgrims tegen ga komen. On verra!!

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | 3 reacties

Mézin

Het was ontzettend warm vandaag. Onderweg passeerde me een fietser, die een temperatuurmeter op zijn fiets had en het was in het bos en in de schaduw 33 graden. Dus ik liep er warmpjes bij zogezegd. Nog steeds is het erg stil op de route en het verhaal dat het in voor- en najaar wel druk is, geloof ik ook niet zo erg meer, want middenin het bos kwam ik een boer tegen, die ook een gîte heeft en die vertelde dat hij hoogstens vier keer per maand mensen heeft. Een kwestie van de kip en het ei volgens hem (ja, je bent boer of niet): pelgrims klagen erover dat er zo weinig faciliteiten zijn en mensen zetten geen gîtes op, omdat er zo weinig pelgrims zijn.
Ik heb een hele tijd langs een spoorweg lopen ploegen door het mulle zand. Dat liep niet lekker en hoewel alle seinpalen en zo aanwezig waren, heb ik tijden geen trein gezien en aangezien het gras tussen de bielzen groeide, ben ik toen maar tussen de rails op de bielzen gaan lopen. Toen ging ik als een speer, Jan de Wit uit Schagen zou er tevreden over zijn.
Ik kwam lekker op tijd in Mézin aan en zit nu in een hotel, dat geleid wordt door verstandelijk gehandicapten. Het is allemaal heel simpel en kost dan ook maar € 18. Er is ook een restaurant bij, maar ik weet nog niet of ik daar ga eten. Tenslotte is volgens de toeristische informatie Mézin het centrum van de wereld. Er is hier zelfs een president van Frankrijk geboren: Armand Fallières. Hij was president van 1906–1913, maar ik heb, eerlijk gezegd, nog nooit van de man gehoord. In deze plaats is wel bijna alles: een grote kerk, muren en poorten, maar om nou te spreken van het centrum van de wereld?
Vanaf hier is het nog ongeveer 1100 km naar Santiago, dus ik ben er nog niet. Maar ik zie op de borden al wel plaatsen vermeld, die op de route van Le Puy naar St Jean Pied de Port liggen en ik hoop morgenavond te kunnen slapen in Montréal en dan ben ik dus weer op de ‘bekende weg’. In ieder geval zijn er dan meer overnachtingsmogelijkheden.

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | Een reactie plaatsen

Bâton magique

Vanmorgen weer lekker op stap. Het was even de weg zoeken het dorp weer uit, maar al gauw liep ik weer boven in de heuvels. Op een gegeven moment moest ik onder een elektriciteitsdraad doorkruipen en daar houd ik helemaal niet van. Dus eerst heel voorzichtig mijn rugzak en wandelstaf er onderdoor geschoven en net toen ik zelf wilde gaan kruipen, kwam er een mevrouw, die riep dat er geen stroom op zat. Daar heb ik toen meteen maar een praatje mee gemaakt. Vol trots vertelde ze dat de boerderij en al het land dat ik zag van haar waren. Ze hadden het gekocht van een Italiaanse baron die in het kasteel dichtbij woonde. Deze had op een gegeven moment zoveel schulden dat hij zes boerderijen moest verkopen. De Italiaanse familie komt nog wel eens kijken hoe het gaat, maar het kasteel is verkocht aan een Engelse familie, die zich nooit laat zien en die niemand kent. Dat vond ze erg, want beter een ‘voisin’ dan een ‘cousin’, zei ze. Ik vond het wel een mooie opmerking, ik had hem nog nooit gehoord. Toen ik verder ging, vroeg ze of ik voor haar wilde bidden als ik in Santiago ben. Dat heb ik uiteraard beloofd en met een “Que Dieu vous bénisse” kwam ik de rest van de dag wel door. En… ik ben niet verdwaald vandaag.
Na de koffie in Port Ste Marie liep ik op de rotonde aan de overkant van de brug, toen er een auto de rotonde opscheurde, vervolgens keihard en echt met gierende banden de rotonde rondreed en de auto op het grasveld midden op de rotonde parkeerde. Het portier vloog open en er kwam een man uit, die riep: “Meneer, wacht even, wacht even, want ik heb ook Santiago gedaan”. En zo stonden wij daar uitgebreid ervaringen uit te wisselen. Zijn dochter zat ook in de auto, maar die kon wel wachten volgens hem, dit was belangrijker. Dat zijn leuke dingen om mee te maken.

wandeltak-web Mijn wandelstaf begint hoe langer hoe meer af te schilferen, maar voorlopig loopt hij nog steeds lekker en hij heeft samen met mij al heel wat meegemaakt. De mensen hier noemen het een ‘bâton magique’, omdat hij indrukwekkend is van vorm en lengte en omdat ik zo langs mijn neus weg vertel dat ik er al duizenden kilometers mee gelopen heb. Dat doet het wel.
Verder was de weg naar Vianne heet en lang, maar het plaatsje maakte alles weer goed. Het is een schitterend plaatsje, een bastide, maar bijna helemaal nog intact. Er staat nog 1250 meter muur om de stad heen met vier poorten en als je op het plein staat, zie je allevier de poorten. Bij een restaurant vroeg ik waar de gîte municipal was en het antwoord was: “Hierboven, maar u moet eerst naar het gemeentehuis”. En daar heb ik weer zo’n heerlijk staaltje echte ouderwetse Franse bureaucratie meegemaakt, ik heb ervan genoten. Het gemeentehuis werd bezet door twee mensen: een jonge man, die duidelijk de baas was, en een mevrouw die duidelijk al het werk moest doen. Ja, ik kon in de gîte, maar toen kreeg ik toch een berg formulieren om in te vullen, dat wil je niet weten. Overal natuurlijk de datum en handtekening erbij. Toen ik ondertussen vroeg of ze ook een stempel hadden voor mijn credencial, was het antwoord: “Jazeker”, maar ik kreeg hem niet. Ik kreeg hem namelijk pas nadat ik € 17,50 had betaald voor de overnachting. Haast was er niet bij natuurlijk, alle papieren werden keurig precies opgevouwen en in ordners opgeborgen en toen bracht mevrouw me weg naar het restaurant waar ik vandaan kwam. Het is echt een schitterende gîte, drie grote kamers met in totaal acht bedden, een compleet ingerichte keuken en een salon met acht leren stoelen voor de TV. Iedere kamer heeft ook een eigen badkamer, dus alles picobello.
Na het wasje en het dutje was het tijd voor een heerlijke ‘bananasplit’, dus lui op het terras zitten en dat heerlijks bestellen. Wij halen thuis nog vaak het verhaal op dat moe op bezoek bij ons in Frankrijk was, Gery meetroonde naar de stad omdat ze in een bepaald restaurantje van die overheerlijke bananasplits hadden. Die moest en zou Gery proeven. Enfin, toen het puntje bij het paaltje kwam, kreeg Gery geen bananasplit, want de bananen waren op! Ik wachtte op mijn bananasplit en zag ineens de baas naar de buurvrouw lopen, dus ik dacht: “De bananen zijn op!” En dat bleek te kloppen, want hij kwam terug met een banaan. Zo beleef je toch elke dag weer iets en ik geniet nog steeds.
Ik las op de website het commentaar van Anonymus dat het op de Camino Primitivo nog veel leger is, maar het gekke is dat ik dat weet en daar dus op reken. Maar hier had ik dat niet verwacht en dan is het toch anders. In deze streek wonen ontzettend veel Engelsen, bijna alles staat ook in het Engels. Dat wist ik ook niet. Zo zie je, het is altijd anders dan je denkt en iedere camino heeft zijn eigen aardigheden.
Ineke, ik heb het kaarsje voor je gebrand, nu maar hopen dat het helpt!

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | 2 reacties

Blog op WordPress.com.