Het was vanmorgen weer klimmen, klauteren, glijden en wat niet meer. Toen ik eenmaal op 600 m hoogte was, was het mistig en zag ik niets. Trouwens, er zijn hier prachtige vergezichten, maar je kunt geen moment je aandacht laten verslappen, je moet heel goed op het pad letten, anders stap je mis. Ik heb ook bijna niet kunnen filmen, want dan sta je tegen een rotswand geklemd en ik heb het hart niet om dan capriolen uit te gaan halen. Er zijn geen plekken waar je uitgebreid kunt gaan zitten of zo. Kortom, ik vind het een heel zware route en het gekke is dat je dat niet uit de gids kunt halen. Daar staat zelfs in dat je bij elke weersomstandigheid het pad kunt volgen. Nou, ik heb mazzel gehad dat het droog was, want ik zou er voor geen goud willen lopen als het regent. Gisteren ontmoette ik een Duits meisje dat dezelfde route loopt en die vroeg aan mij: “Bent u ook zo bang geweest?”
Maar goed, ik kwam veilig in Olhette, de gîte was dicht en er hing een bordje dat hij ook vol was. Ja, daar was ik al bang voor. Dus ik stond op mijn kaartje te kijken wat ik nu doen moest, toen er twee jongens van de boerderij aan de overkant kwamen en vroegen of ze me konden helpen. “Ja”, zei ik, “ik moet eigenlijk naar Hendaye”. “Geen probleem”, zeiden de vriendelijke jongens, “daar gaan wij net naar toe, dus stap in”. Ik was het klimmen, klauteren en glijden van deze route zo zat, dus beschouwde dit maar als een vriendelijke boodschap van Jacobus en ben als een haas ingestapt. Of ik nu veel veiliger was, valt te betwijfelen, want er werd stevig gereden door de heren. Maar ze zetten me keurig af bij een camping en daar kreeg ik zowaar ook een plekje, dus daar zit ik nu. Ik heb zelfs elektriciteit, dus wie doet me wat. Ik kan hier alleen niet eten, er is niets, daarvoor moet ik een half uur lopen, dan zijn er restaurants. Maar goed, als dat het ergste is? Ik ben al lang blij dat de etappe ‘GR 10′ afgelopen is. Het laatste stukje heb ik dan wel niet gelopen, maar in eerste instantie zou ik het hele stuk per trein doen, net zoals twee jaar geleden, dus ik mag toch wel tevreden zijn.
Morgen blijf ik hier een dagje luieren, dat heb ik zo langzamerhand wel verdiend, vind ik. Daarna kom ik weer op de pelgrimsroute en dat vind ik leuker. Er loopt daar ook ander publiek dan op een GR. Logisch natuurlijk, hier loopt men een dagje met een klein rugzakje en gaat het later om de stoere verhalen: hoe hoog het was en hoe moeilijk het pad. Niet dat de mensen minder aardig zijn, maar je hebt andere gesprekken.
Goed, eerst even uitrusten….
Einde van de GR 10
Gillend druk
De wandeling van vandaag was door een Ardennenachtige omgeving, dus niet zwaar, maar wel heel erg warm. Het was vanmiddag 34 graden. Gelukkig waren er op de route overal ‘venta’s’, winkels met een bar erbij en van alles en nog wat, waar je ook drinken kunt kopen. Dat is wel leuk, want het wemelt er van de Fransen, omdat het hier in Spanje goedkoper is.
Verder was er vandaag weinig spectaculairs, maar toen ik in Sare arriveerde, was er geen hotel of gîte meer te krijgen. Dus ben ik teruggelopen naar de camping, die ik gezien had en nu heb ik nog een plekje weten te bemachtigen naast de schommels. Het is gillend druk met toeristen hier. Voor morgen heb ik nog helemaal geen slaapplaats en volgens de campingbaas zit overal alles vol, dus waarschijnlijk moet ik dan in het wild kamperen. Daar vind ik uiteraard niet veel aan, maar ja, dat is het nadeel van de zomer. Alle Spanjaarden trekken naar de kust. Dus dat kan straks nog wat worden als ik helemaal aan de kust kom.Ik moet er maar eens rustig over nadenken hoe ik dat ga oplossen.
Ook hier heb ik weer aardige mensen getroffen. Ik stond een ijsje te eten, want ik heb nu eenmaal geen fauteuil in mijn tentje. Toen kwamen de buren, die naast me in een soort huisje zitten, met een tafeltje en een stoel aandragen, dus ik zit nu prinsheerlijk voor mijn tentje. Ik zie nu trouwens wel wolken komen en voor morgen geven ze regen op. Ben ik ook niet zo blij mee. Zo zie je maar, ook een pelgrim heeft heel wat te klagen: te stil, te druk, te warm, te koud, te droog, te nat……. Het lijkt het alledaagse leven wel.
Rustiger
Vandaag was het veel rustiger lopen. De weg is beter en ik hoefde niet zo ver. Tot een uur of half twaalf was het mistig, daarna kwam de zon en werd het erg warm. Ik had besloten om tussen de middag lekker te gaan eten en om twaalf uur arriveerde ik in Ainhoa, het mooiste dorp van Frankrijk volgens de bewoners zelf dan en waarschijnlijk ook het duurste. Maar het eten was lekker. Aan de tafel naast mij zat een Hollands stel, dat niet wist dat ik hen verstond. ik vind het wel lollig om dan te horen wat er zoal gezegd wordt. Uiteraard gaat het dan over de prijzen: dat alles in Spanje, waar ze net vandaan kwamen, veel en veel goedkoper was en in Frankrijk zo duur, etc. Inclusief het eten natuurlijk. Maar toen mijn eten kwam, zei de vrouw: “Nou, maar wat die meneer krijgt, ziet er wel veel en veel lekkerder uit dan in Spanje, zeg”. Op het menu stonden mosselen, dus die at bijna iedereen en ik ook. Nou heb ik ze toch weer eens moeten leren hoe je mosselen hoort te eten. ‘t Is toch wat, zitten ze zielig met een vorkje in die schelpen te prikken en alle mosselen stuk te prikken. Dus ik deed het op de Zeeuwse manier van Moe: één mossel met de vork, de volgende mosselen met de lege schelp van de eerste mossel. Dan heb ik lol, want dan zie je mensen eerst schuin kijken en aan hun gezicht zie je dan dat ze dat toch wel erg handig vinden. Ik kijk dan natuurlijk of ik dit zelf heb uitgevonden en niet van mijn moeder geleerd.
Na het eten hoefde ik nog maar 2 km en toen was ik in Dantxarinea. Dat ligt precies op de Spaanse grens. Aan de ene kant van de straat is een hotel en aan de andere kant een huis, dat voor een gedeelte is ingericht als gîte. Daar zit ik nu en ik ben alleen, dus ik heb een hele kamer voor mij alleen, lekker luxe. Een grondige inspectie van mijn voeten na deze dagen leverde een bevredigend resultaat op. Door het geklim en geklauter heb ik nu een open plekje bovenop mijn enkel, maar dat zal wel beteren nu ik niet meer zo erg hoef te klauteren en anders is daar altijd nog de wonderbare algenpleister.
De rest van de middag heb ik lekker voor de deur gezeten, sigaartje erbij, in de schaduw met een beetje wind. Dat is wel uit te houden, niet? En morgen ga ik ook niet ver. Gery vraagt dan steeds hoeveel kilometers ik moet, maar dat is een foute vraag. We rekenen niet in kilometers, maar in tijd. Dus voor het geval iemand benieuwd is naar de afstand van morgen: het zal zo ‘n drie à vier uur lopen zijn. Hoewel? Ik zie op de kaart dat er nog wel een flinke bult zit en daar moet ik overheen en gezien mijn ervaringen van de afgelopen dagen kan dat de gemiddelde snelheid aanzienlijk verlagen. We zullen het morgenavond weten……
Geen tijd om de natuur te zien
Even ‘live’ en heet van de naald. Vandaag lag mijn gemiddelde snelheid zelfs nog onder de 2 km per uur: 7,5 uur over 13,2 km, en ik heb weer zo’n 3000 meter geklommen. Dus dat was weer een zeer heftige dag. Dit is geen wandelen meer, dit is puur bergbeklimmen. Zoals een mevrouw zei, die ik tegenkwam: “Ik ben hier gekomen om van de natuur te genieten, maar ik heb geen tijd om naar de natuur te kijken, ik zie alleen maar de steen 30 cm voor me”. Daarin heeft ze volkomen gelijk. Als ik dit van tevoren geweten had, had ik het niet gedaan. Maar het is wel goed om ook deze ervaring op te doen en ondanks dat heb ik het nog steeds erg naar mijn zin en weerstond vanmorgen heel gemakkelijk de verleiding om in de trein te stappen. En Jacobus mag dan af en toe misschien streng op me neerzien, maar hij kan ook erg aardig zijn. De mensen die ik tegenkom, zeggen allemaal dat het morgen veel minder zwaar wordt, want dan zijn er weer veel meer normale wegen. Omgekeerd gaan zij steeds somberder kijken wanneer ik hen vertel hoe ik het gehad heb.
Maar ik ben minder moe dan gisteren, want het was in ieder geval korter. Bij aankomst in de gîte ben ik verwend met koffie en pils. Daarna het wasje en we hebben een drooglijntje gespannen tussen twee muren, daar hangt nu mijn wasje te wapperen.
Ik zit hier nu op de Ferme d’ Esteban in een gîte die op het terrein staat van een boerderij, die zo groot is als een half dorp. Er zijn nog twee Engelsen en drie Fransen, dus dat gaat wel lukken vanavond. We krijgen hier ook eten en als ik aan tafel uit het raam kijk, zie ik het hele boerenleven aan me voorbijgaan. De varkens, kippen en schapen lopen hier allemaal los buiten. Een leuk gezicht is dat.
Ik zit echt aan de Spaanse grens, het rijtje bomen dat ik aan de overkant zie, staat in Spanje. Het was vandaag warm, zo’n 26 graden, maar nu hangt de mist net boven de boerderij. De toppen van de Pyreneeën zie ik niet meer, nou ja, die heb ik al een paar keer gezien vandaag. Maar als ik in de diepte kijk, zie ik een dorp in de zon liggen.
Nou, lekker eten en slapen en morgen weer met nieuwe moed aan de wandel. Geer vraagt steeds of ik dit nou echt nog leuk vind, ze kan dat gewoon niet geloven. Maar eerlijk en oprecht: ik vind het nog steeds fantastisch om te doen!
Heel erg zwaar
Het was vandaag heel erg zwaar. Deze route is veel zwaarder dan ik gedacht had. Om jullie een idee te geven: ik heb vandaag 3066 meter geklommen en 75 meter gedaald en mijn gemiddelde snelheid was ….. 2 km per uur! Het is niet alleen dat het alsmaar op en neer gaat, maar de route bestaat uit bergpaden met allemaal losse keien, zodat je ook niet echt makkelijk loopt. Soms moet je met je kont op een steen gaan zitten en je er dan maar af laten glijden.
Vanmorgen vond ik het geweldig: een prachtige omgeving, schitterende natuur, overal haviken, het was genieten.
Vanmiddag had ik spijt dat ik ooit aan dit verhaal begonnen ben en dacht ik: “Dit doe ik nooit en nooit meer” en nu denk ik: “Ik heb het toch maar gehaald”. Maar in ieder geval was ik om zes uur in mijn hotel en helemaal kapot. Ik kan me niet herinneren ooit zo moe te zijn geweest. Toen ik uiteindelijk Bigarray bereikt had, bleek het hotel ook nog 2 km buiten het dorp te liggen, dus moest ik nog 2 km, maar dat was weer over de gewone weg. En iedereen die me voorbijreed vroeg of ik mee wilde rijden of bood zelfs aan mijn rugzak te dragen, dus dat was weer heel erg aardig. Niet dat ik dat gedaan heb, maar toch.
Ik ben onderweg wel veel wandelaars tegengekomen, maar die liepen allemaal met zo’n ‘dag’-rugzak en hadden dus geen 17 kilo op hun rug.
Maar ik ben gearriveerd en zit nu lekker op het balkonnetje van mijn kamer een sigaartje te roken na het douchen, mijn wasje doen en het avondeten. En weet je welk uitzicht ik nu heb vanaf mijn balkonnetje? Op de spoorlijn, waar elk uur de trein stopt die naar Hendaye gaat! Daar moet ik ook heen….lopend…. Ja, de duivel heeft vele verleidingen….
Berg op, berg af
Twee dingen: a) ik ben van 180 meter naar 1000 meter omhoog geklommen en vervolgens weer terug naar 180 meter en b) ik heb weer een beste slinger gemaakt.
Gisteravond heb ik kennis gemaakt met Paul uit Venlo, die met de trein is gearriveerd. Vandaag zou hij nog een vrije dag hebben en dan morgen de Pyreneeën over naar Roncevalles. Tot mijn verrassing zag ik al een bericht van hem op de website. Leuk, ik hoop dat ik hem in Santiago weerzie.
Ik stak vandaag de Pyreneeën niet over, maar loop nu in de lengterichting er doorheen. Het was boven koud en mistig, dus ik ben niet helemaal over de toppen gelopen, dan zie je niets. En wat ik vandaag gezien heb, is een droomwereld. Schitterend is het gewoon. Het is hier heel stil, je hoort geen geluiden en er zijn heel veel haviken, die zweven allemaal op de luchtstroom achter elkaar tussen de bergen door. Het is fantastisch om te zien en hier te lopen, echt waar. Ik ben een stuk of acht mensen tegengekomen, maar niemand die dezelfde richting uitloopt. Ik liep op mijn gemak, ben even gestopt om te eten en op een gegeven ogenblik dacht ik: “Hé, ik zie geen roodwitte palen meer”. Maar ja, ik zou niet weten waar ik verkeerd gelopen zou zijn, dus ik ben gewoon doorgelopen met de gedachte: “Het zal wel goed zijn”. Toen ik uiteindelijk een huis zag, dacht ik: “Toch maar even vragen”. “Nou”, zei de meneer laconiek, “loop maar door in de file, het is nog 13 km”. Dertien km? Volgens mij waren het er nog zes. Het bleek dat ik toch ergens verkeerd gelopen ben, al zou ik nog steeds niet weten waar. De meneer zei dat er ergens iets niet goed staat aangegeven waarschijnlijk, want er komt er elke dag wel één voorbij, die verkeerd gelopen is. Hij heeft me op de kaart gewezen hoe ik verder moest lopen.
Nou kan je dan wel gaan sikkeneuren dat je nog 13 km moet, terwijl je dacht dat het er maar zes waren, maar dat helpt niet veel, je zult toch moeten lopen, dus gewoon de blik op oneindig en de ene voet voor de andere gezet en tippelen maar.
Maar ja, de weg zit vol verleidingen, want op een gegeven ogenblik kwam ik bij een kruising en wist echt niet welke weg ik nu moest kiezen. Ik durfde toch niet erg het risico te nemen dat ik weer verkeerd zou lopen, want het wordt wel later en niet vroeger en om nou straks in het donker door de Pyreneeën te wandelen, leek me toch te veel van het goede. Gelukkig zag ik een eindje verderop weer een huis en dat is echt een gelukje, want er zijn hier over het algemeen heel weinig huizen. Dus ik heb de stoute schoenen die ik al aan had richting dat huis gestuurd en aangebeld. Er deed een mevrouw open met een jongetje met een woeste krullebol, maar dat kwam omdat ze net aan het harenwassen was. Ze wees me keurig welke kant ik op moest en zei toen: “Ja, ik weet het, ik mag het eigenlijk niet zeggen, want u bent een pelgrim, maar ik ga straks met de auto naar St. Etienne. Als u nou gaat lopen en ik rijd u straks ‘toevallig’ achterop en vraag of u soms mee wilt rijden, dat mag toch wel?” Nou, tegen zoveel vriendelijkheid heb je natuurlijk niets meer in te brengen en zo komt het dat ik toch nog keurig op tijd in het hotel in St. Etienne-de-Baïïgorry ben gearriveerd. Mijn aardige chauffeuse is lerares en gaat in april met een schoolklas naar Santiago. Wel met de bus, maar wie fietsen wil, mag dat. De bagage gaat dan gewoon in de bus mee.
Ik zit nu in een heel goed hotel en mocht meteen gebruik maken van de computer. Jullie zien, mijn weg is geplaveid met vriendelijke mensen.
Het valt niet mee, zo’n vrije dag
Gisteravond waren er drie pelgrims uit Marseille: een pastoor met zijn broer en schoonzus. Dus toen hadden we een pastoor voor de pelgrimsmis en hij heeft dat ook heel goed gedaan. De schoonzus was geboren in Aix-en-Provence, dus ik vertelde dat wij daar ook gewoond hadden en dat Ernest er geboren was en ook dat hij niet meer leeft. Daar waren ze natuurlijk van onder de indruk. Vanmorgen vertrokken ze, terwijl ik aan het ontbijt zat en toen kwam de schoonzus nog even naar me toe, gaf me een dikke zoen en zei: “Ik zal aan u denken, hoor, als ik in Santiago ben”. Lief, hè? Heus, er zijn veel meer goede mensen op de wereld dan slechte, alleen vallen die minder op waarschijnlijk.
Maar verder valt het gerust nog niet mee, zo’n vrije dag. Je loopt toch een beetje met je ziel onder de arm en het idee dat je eigenlijk zou moeten lopen. Maar goed, ik heb van de gelegenheid gebruik gemaakt en eens uitgebreid gegeten tussen de middag op een terras aan het water bij de brug. Daar keken heel wat toeristen jaloers naar me. En het waren er weer heel wat vandaag, het was weer erg druk. Trouwens, ook de gîte zit weer propvol met pelgrims. Er kwam een stel aan dat van Hendaye naar St. Jean-Pied-de-Port gelopen was, dus de omgekeerde route van wat ik ga doen. Zij vertelden dat het af en toe een heftige route was, maar nergens gevaarlijk. Ik ben benieuwd. Ik kreeg van hen ook een paar adressen, dus ik heb vast voor de eerste twee nachten een kamer geboekt. Dan is Geer ook weer geruster, want die maakt zich zorgen of ik wel onderdak heb.
Gery meldde dat ze me miste, dus ik kreeg een aanval van medelijden met haar en dacht: “Ze zit daar maar alleen, ik stop er mee”, dus ik stuurde haar een sms-je dat het genoeg was. Maar ja, toen hing ze onmiddellijk aan de telefoon met de vraag of ik helemaal gek geworden was. Dat ze niet voor Piet Snot de hele tuin aan het wieden was met het zweet in de nek, want als ik nu naar huis kwam, had ze dat voor niks gedaan, want dan had ze net zo goed kunnen wachten totdat ik het deed. Nou ja, tegen zulke vrouwenargumenten kan ik niet op. Ik heb het trouwens ook geweldig naar mijn zin, ook dit keer weer. Dus ik ga morgen gewoon weer verder op mijn pad.
Na het eten heb ik een siësta gehouden, dat is wel het voordeel van een vrije dag, en daarna heb ik op een muurtje bij de Bastille een sigaartje gerookt. Terwijl ik daar mee bezig was, landde er een helicopter op het rugbyveld om een patient op te halen, die daar in een ambulance stond (of waarschijnlijk lag) te wachten. Het duurde lang voor de helicopter weer opsteeg en meestal is dat niet zo’n goed teken. Nu is het hier wel veel gebruikelijker dat een helicopter uitrukt om een patient op te halen, want het dichtstbijzijnde ziekenhuis is ruim 50 km verderop.
Nu keer ik zo langzamerhand terug naar de gîte, want het borreluur is aangebroken. Dan drinken we met zijn allen een borrel en vertelt iedereen waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat. Nu zullen jullie zeggen: “Nou, heen gaat? Naar Santiago de Compostela natuurlijk”, maar dat is niet waar, lang niet iedereen loopt door naar Santiago. Er zijn er veel die bijvoorbeeld tot Leon lopen of Burgos, omdat ze niet langer vakantie hebben. Hier in de gîte is een mevrouw die uit Toulouse is komen lopen en nu nog drie weken hospitaliseert in de gîte, dus voor ons zorgt en goed ook, en dan weer naar huis gaat.
Ik zag dat het er weer picobello uitziet op de website en ik zit er zo op. Hoe het de komende dagen gaat, of ik gelegenheid heb om mijn routekaartjes op de site te zetten, weet ik niet, want PC’ s zijn vast niet dik gezaaid op de GR 10.
O ja, ik ben vandaag ook naar het postkantoor geweest, er lag een kaart van Gery voor me die ze vorige week maandag pas gepost had, dus die was er snel. Ik moest trouwens voor de poste restante € 0,47 betalen, omdat ze zo netjes erop gepast hadden. Nou, dat bedrag is wel om overheen te komen en het is wel gezellig om post te krijgen. O ja, ik kreeg een sms-je van Jan de Wit uit Schagen, met wie ik in 2006 een stuk heb gelopen. Die bevindt zich op de GR 5 naar Nice. Ja jongens, als je er eenmaal van hebt geproefd….
Mijn vrije dag is bijna weer voorbij, dus morgen… en avant!
Bienvenu Theo
Eerst nog even vertellen wat ik gisteravond nou weer heb meegemaakt. Wat is het toch een heerlijk land. Tijdens het eten hoorden we dat er om negen uur nog een concert zou zijn in de kerk met een koor uit de Béarn in kostuum en zo. Dat leek ons wel aardig, dus snel afeten en zorgen op tijd in de kerk te zijn. We waren er keurig om negen uur, de deuren waren open en het licht brandde, maar een koor???? Jawel, dat was er wel, maar dat was aan de overkant van de weg nog gezellig aan het barbecuen! En geloof het of niet, maar wij hebben met zijn allen in de kerk braaf naar het altaar zitten staren tot tien over half tien en toen was het koor uitgegeten en klaar voor het grote gebeuren. Ze waren heel blij als koor uit de Béarn in Baskenland te mogen zingen, want het schijnt tussen die twee streken niet zo erg te boteren. Nou, daar hebben we gisteravond dus niets van gemerkt. Ik kan zo genieten van dit soort zaken, heerlijk gewoon.
Het was vandaag de hele dag bewolkt en fris. Dat wil zeggen, eigenlijk vind ik het te koud om zonder jack te lopen, maar aangezien niemand zijn jas aan heeft, doe ik het maar niet.
Maar enfin, ik werkte mij snel door de kilometers heen en streek neer in een warme stal in de vorm van de gîte ‘L’ Esprit du Chemin’, waar ik gereserveerd had. Het warme welkom bleek ook uit het briefje dat ik op mijn bed vond: ‘Bienvenu Theo!’ in het Frans en in het Baskisch ‘Girgie Etonie!’ Leuk, hè? De gîte is sinds de vorige keer opgeknapt en erg mooi geworden. Er is ook een stiltecentrum achterin de tuin gekomen, maar eerlijk gezegd ben ik zelf meer gebaat bij de centrifuge die er ook is. Zo is er dus voor ieder wat hij nodig vindt of graag wil. Er schijnt hier ook een zekere Wim te zijn, die vanuit Eindhoven is komen lopen, dus die zal ik vanavond wel bij het eten zien, denk ik.
Verder ben ik het stadje ingegaan en heb op het pelgrimsbureau een nieuwe credencial gekocht. De mijne is nog wel niet vol, maar ik haal het niet met één en dan vind ik het wel leuk om een nieuwe in gebruik te nemen als ik in Spanje ben. Op het pelgrimsbureau heb ik meteen gevraagd om informatie over de GR 10 van St. Jean Pied de Port naar Hendaye, omdat ik die wil gaan volgen. Ja, die konden ze me niet geven, aangezien het geen officiële pelgrimsroute is. Ik moest maar naar het Office de Tourisme gaan. Dus op naar het Office de Tourisme, maar ja, daar mochten ze het niet verkopen, ik moest maar naar de boekwinkel gaan. Dat is ook Frankrijk. Bij de boekhandel vond ik gelukkig wat ik zocht en ik ben nu in het bezit van een mooie gids van Hendaye naar St. Jean en die ga ik dus in omgekeerde richting lopen.
Ik ben ook in het internetcafé geweest en kwam wel op de website, maar zag alleen het bovenste plaatje en na heel lange tijd verscheen mijn fotootje ook nog, maar verder kwam ik niet, dus ik ben er maar mee opgehouden. Ik heb mij uiteraard beklaagd bij het thuisfront, maar Marnix en Gery waren bezig om de routekaartjes op een andere plaats te zetten, omdat de website zo traag wordt. Ze waren er druk mee, ik zie volgend keer wel of het beter gaat. Nu ga ik de stad niet meer in, want wat is het er ontzettend, walgelijk druk, je kunt over de hoofden lopen. Allemaal toeristen! ‘Je ken der niks van zeggen’, maar eigenlijk….. ‘het most niet maggen’!
Brr ….. koud
Het is hier koud, althans dat vind ik en met mij hier velen. Het is hier nu maar 18 of 19 graden en dat terwijl we 30 gewend zijn. Het moest niet mogen. Maar gelukkig was het vandaag wel droog. Ik ben om kwart voor zeven opgestaan, heb op mijn dooie gemak mijn rugzak ingepakt, ontbeten, naar de bakker en met stokbrood in de rugzak weer op weg. De route begon tamelijk vlak en onderweg kreeg ik een praatje met een meneer die het gras in zijn tuin stond op te ruimen. Hij bleek fysiotherapeut geweest te zijn, dus we kregen een interessant ‘kwalen’-gesprek. Ik vertelde van mijn hernia’s en dat je, als je dan zo op bed ligt, het gevoel hebt nooit meer te kunnen lopen. Hij zei dat het voor alle partijen een grote overwinning was op het moment dat iemand weer kan gaan staan. En toen ik zei, dat ik soms in een gîte sliep, maar ook soms in een hotel, omdat ik nou ook weer niet echt een lijdende pelgrim ben, sprak hij wijsgerig: “Meneer, een mens is niet gemaakt om te lijden”. Ik bedoel maar, ik ben niet de enige die dit denkt. Overigens had hij wel lekker aan het lijden verdiend, want hij had een kolossaal huis met een nog grotere tuin.
Na een uurtje kwam ik op het punt, Gibraltar geheten, waar drie routes samenkomen en dan wordt het één route naar Ostabat. Daar stond het Bourgondische meisje, met wie ik gisteravond gegeten heb, te praten met het Oostenrijkse echtpaar, Adolf en Hildegard. We hebben foto’s en films van elkaar gemaakt. Ik zei dat Oostenrijkers horen te zingen en dan met hun handen op hun dijen horen te kletsen. En toen hebben zij voor mij een berglied gezongen, geweldig leuk.
Vervolgens liep het pad knap steil omhoog en ontmoette ik twee Nederlandse meiden die op de fiets onderweg naar St. Jean Pied de Port waren. Een beetje het type ‘hockeymeiden die iets origineels willen doen’, maar heel erg aardig. Dankzij mijn GPS kon ik hen precies vertellen hoe hoog we zaten en zij vonden het ‘gaaf’ en begonnen meteen vaktaal uit te slaan en vragen te stellen waarop ik het antwoord niet wist natuurlijk. De generatiekloof dus.
Halverwege de bergbeklimming liep ik Adolf en Hildegard weer achterop, want die zaten te rusten. Zij hadden ineens het ‘Gipfel’-gevoel gekregen, hoewel we echt nog niet aan de top waren beland. Maar ja, als je dat gevoel krijgt, hoor je schnaps te gaan drinken, dus dat deden ze. Toen moest ik van hen dat ‘Gipfel’-gevoel ook meevieren en uiteraard ook met schnaps. Zo kwam het dat ik verder als een turbo naar de top liep en vervolgens afdaalde naar Ostobat, waar ik al om twaalf uur was. Het café waar ik de vorige keer geslapen heb zat vol schone dames en er was dus geen plek meer voor een ouwe kerel. Maar geen nood, ik werd naar de buurvrouw gestuurd, maar moest beloven wel in het café te komen eten. Dus ik begeef mij naar de buurvrouw, althans naar de poort van haar boerderij, waar ik netjes aanklopte, terwijl de mevrouw van het café op honderd meter afstand toekeek. Helaas, volgens Geer is het “Wie klopt in geloof ziet de deur voor zich opengedaan”, maar dat kwam mooi niet uit, de poort bleef dicht. Mevrouw riep vervolgens vanaf afstand dat ik moest schudden aan de poort. Dat deed ik, heel het stadje schudde op zijn grondvesten, maar zie, de poort ging open en ik was van harte welkom. Ik heb nu een giga appartement voor mezelf voor € 15.
En voor morgen heb ik al een slaapplaats gereserveerd in ‘L’ Esprit du Chemin’, de gîte in St. Jean Pied de Port. Misschien blijf ik daar wel een dagje. Ik had vandaag eigenlijk wel door kunnen lopen naar St. Jean ook, maar dan ga ik te hard. En haast is uit den boze voor een pelgrim.
O, die routekaartjes
Eerst even mijn gram kwijt: ik word zot van die PC’s en het mislukt iedere keer om mijn routekaartjes erop te zetten. Ik loop me rot om ergens op tijd te zijn en neem bijvoorbeeld vandaag: in de gîte in St. Palais, waar ik nu ben, hebben ze een PC, waarop ik wel de website kan zien, maar het lukt me niet om mijn kaartje te uploaden. Goed, dus ik ren naar de mediatheek hier…..is dicht. Morgen schijnt er bij de bakker in Ostabat een PC te zijn die het goed doet. Daar wil ik het nog één keer proberen en als dat ook niet lukt, kunnen jullie verder naar de kaartjes fluiten. Zo, jullie zien dat ik aardig losbollig en vrijgevochten begin te worden, plichten en zo….weg ermee!
Hoe gaat het verder met pelgrim Theo na deze ontboezeming? Nou, ik mag wel zeggen: uitstekend! Alleen begon het vanmorgen om half acht, toen ik in een barretje mijn ontbijt ging scoren, te regenen en dat heeft het gedaan tot elf uur. Dus toen waren we goed nat met zijn allen. Want je loopt wel alleen, maar komt elkaar toch steeds weer ergens tegen, onderweg of in een gîte. Ze noemen mij de ‘doyen’ van de camino, een soort nestor of oudste of hoe je het ook vertaalt. Dat komt niet omdat ik zo wijs ben of zo, maar omdat ik anderen wijs hoe ze niet door het bos hoeven lopen om toch op de plaats van bestemming te komen en als het nat weer is, heeft dat aftrek, want dan word je erg nat als je door de bossen loopt.
Ik passeerde op een gegeven moment het Oostenrijkse echtpaar en vertelde hen dat er twee mogelijkheden waren: een weg die niet door het bos ging, en nog een andere die korter was. Ja, toen kregen ze problemen, want de één wilde de ene weg en de ander de andere natuurlijk, zo gaat dat in een goed huwelijk. Dus ze zeiden dat ik er nu getuige van was dat hun wegen uit elkaar liepen en vervolgens ging ieder zijns weegs. Na een kilometer of acht komen die wegen toch weer bij elkaar en toen zat mevrouw heel trots al op een muurtje op ons te wachten. Haar weg was dus korter!
Ik ben de laatste kilometers over de gewone weg gaan lopen, maar dat doe ik niet meer, want er was me een verkeer, niet normaal, en hard rijden, verschrikkelijk, je vreest voor je leven. Dan maar liever een stukje omlopen.
Mijn allergie is bijna over, ik heb geen jeuk meer, alleen ziet het er nog niet fraai uit. Er is vandaag trouwens ook geen zon meer geweest, na elf uur bewolkt met een temperatuur van ongeveer 22 graden. Prima wandelweer.
Ik zit nu in een gîte in een voormalig klooster, waar Belgen de scepter zwaaien. Elke avond om kwart voor zeven geven ze een familieconcert, dus daar ga ik straks zeker heen. St. Palais is een leuk stadje. Ik heb er net shampoo en wasmiddel gekocht, want die heb ik in Navarrenx laten liggen. Dat is wel leuk, want dan zeg ik dat ik iets moet hebben dat klein, sterk en goedkoop is en dan gaat iedereen voor me aan de gang. Dus heb ik nu wasmiddel in een tube, want ‘die wordt steeds kleiner’. Slim gevonden.
Vandaag heb ik ruim 26 km gelopen, morgen ga ik naar Ostabat. Daar schijnt het weer groot feest te zijn, dus ik ben benieuwd.
