Lopen, lopen, lopen

Gisteravond hebben we met zijn tienen zitten eten: drie Oostenrijkers, een Duitser, een Française, drie Spanjaarden, een Bask en mijn persoontje. Internationaal dus en na het eten spraken wij alle talen. Reuze gezellig.
Vanmorgen om kwart voor acht liep deze jongen alweer over de weg te slenteren, het eerste stuk samen met Martin uit Duitsland. Die vertelde dat hij de eerste keer naar Santiago was gelopen, omdat zijn broer van veertien jaar, toen hij zelf achttien jaar was, is verongelukt en hij daar totaal niet mee uit de voeten kon. Het meeste indruk heeft toen het Cruz de Ferro op hem gemaakt. Nou, daarin konden wij elkaar wel vinden.
Daarna heb ik een stuk gelopen met een Canadese uit Quebec van Italiaanse afkomst. Zij spreekt Engels, Duits, Frans, Italiaans en Spaans. Fantastisch als je zoveel talen spreekt, lijkt me.
Toen we in Villaciosa kwamen, het doel voor vandaag, was het daar een gigantische bende, omdat er groot feest was. Nou is het erg leuk voor de bewoners dat er een groot feest is en ik gun het ze ook van harte, maar waarom moeten dan zo nodig alle bedden in het dorp bezet zijn? Waarom feesten ze niet gewoon de hele nacht door? Dan zou er tenminste voor mij ook nog een bed geweest zijn. Nu was er met geen mogelijkheid een slaapplaats te bemachtigen en er is ook geen refugio. Dus er zat niets anders op dan maar door te lopen. Hup in de benen en nog 10 km verder naar de volgende gelegenheid.
Om kwart over zes vanavond kwam ik in Valdedios aan en toen had ik 38 km afgelegd. Niet gek voor een ouwe baas. Ik heb een slaapplaats gevonden in een deel van het klooster en die 10 km doorlopen zijn helemaal beloond, want dit is het mooiste klooster dat ik ooit gezien heb. Het is prachtig.

valdedios-web

Van het originele klooster staat alleen nog een klein Romaans kerkje, maar dat is schitterend gewoon. Ik was net op tijd voor de avondmis en voor wat hoort wat natuurlijk, dus daar ben ik heen gegaan. En daar heb ik absoluut geen spijt van, want de monniken hebben zo schitterend gezongen, prachtig gewoon. Zo zie je maar weer, die 38 km ben je zo weer vergeten als je zoiets moois ziet en hoort.
Ik ben nu van de Camino del Norte afgeweken en aan de nieuwe gids begonnen. Eerst naar Orviedo en daar begint officieel de Camino Primitivo. De omgeving en de route zijn dus weer geheel nieuw voor me, want hier ben ik nog nooit geweest! Ik heb er zin in!

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | 1 reactie

Poncho aan, poncho uit

Ik dacht al: “Zou het altijd zulk mooi weer blijven?” Nee dus. Vanmorgen ben ik in de regen op weg gegaan, dus de poncho aan. Daarna werd het weer even droog, dus poncho uit. Vervolgens kwam de ene gigantische bui na de andere over met steeds even droog daar tussenin, dus poncho aan, poncho uit. Nou kun je wel besluiten de poncho maar aan te houden, omdat het toch weer gaat regenen, maar dat loopt niet zo lekker en bovendien krijg je het dan erg warm.
Behalve het feit, dat ik dus steeds aan de kant moest voor die poncho en behalve het feit dat ik af en toe moest schuilen als het al te erg werd, was het een rustige wandeling. Onderweg kwam ik alleen een Engelse fietser tegen en we hebben een poosje staan praten. Hij rijdt ongeveer 80 km per dag, alleen vandaag niet, want hij had zich verslapen.
Vanmiddag had ik het probleem van de poncho niet meer, want toen regende het gewoon aan één stuk door.
Tegen drie uur ben ik gearriveerd in La Isla. Het wasje doen en lekker douchen is dan het eerste werk. Gisteren kwam ik langs een kapper en daar ben ik naar binnen gestapt om mijn haar te laten knippen. Ik dacht: “Dat gaat in één moeite door”. Het meisje dat mijn haar knipte, sprak geen woord buiten de deur. Ik spreek geen Spaans, dus het was een zwijgzame sessie. Maar ik ben weer een pront ventje.
“La Isla” klinkt erg mooi, maar in de praktijk stelt het niet veel voor. Op 50 meter afstand van de kust ligt een rots in zee. Aan de kust zelf is een strand, er staan een paar villa’s, er zijn twee hotels, een cafetaria en een restaurant en dan heb je het wel gehad. Als het mooi weer is, schijnt het hier overvol te zijn, zodat je echt nergens meer kunt parkeren, maar met dit weer is er geen levende ziel te bekennen natuurlijk. Met die regen en die kou! Ik spreek over kou, want het is maar 22 graden hier, maar Gery zegt dat het bij jullie maar 16 graden is. Ik zal dus niet klagen, alleen zeggen dat het warmer kan.
Morgen hoop ik tot Villaviciosa te komen en de dag daarna ga ik dan weer het binnenland in, de Camino Primitivo op, de route die ik nog niet gelopen heb. De berichten daarover zijn verschillend: de een zegt dat er niets aan is, want het is er eenzaam en de afstanden per dag zijn groot, omdat er weinig overnachtingsmogelijkheden zijn. De ander roept dat het de mooiste route is die hij ooit heeft gelopen. Ik ben benieuwd, ik kijk ernaar uit.

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | Een reactie plaatsen

De herberg is vol

Gisteravond heb ik heel goed gegeten. Ik word het dagmenu een beetje zat, want dat is in alle restaurants bijna hetzelfde, dus ik heb een mevrouw die een beetje Frans sprak, gevraagd naar een goed restaurant. Dat heeft ze me gewezen en daar zou ik ook al om half negen terecht kunnen.
Dat kon ook wel, ik mocht gewoon binnen, werd aan een tafeltje geïnstalleerd, maar kreeg geen eten voor negen uur. Voor die tijd werden er alleen maar ‘omtrekkende bewegingen’ gemaakt: servet gebracht, brood gebracht, water gebracht, enz. En toen het negen uur was, kwam het eten op tafel. Het kan gewoon niet hier in Spanje, vroeg eten, om half negen eten is net zoiets als bij ons om half vijf gaan eten. Het voegt gewoon niet.
Het eten was erg lekker: iets met asperges vooraf, een sole mio (soort biefstuk) met gebakken aardappeltjes en sla en een heerlijk dessert toe. Daarna kreeg ik koffie met cognac van het huis, dus ik ging goed gevoed en voldaan naar bed.
Vandaag heb ik weer lekker op mijn gemakje gelopen, weer zonder medepassagiers. Aardig is dat, ik loop nu voor de derde keer, maar iedere keer is anders. Dit keer zijn er minder pelgrims onderweg, ik denk dat dat komt omdat ze niet in de zomer willen lopen, maar het lopen gaat zo mogelijk nog relaxter dan de vorige keren. Ik loop gewoon heel lekker.
Toen ik in Ribadesella arriveerde, was ik eigenlijk van plan nog verder te lopen, maar het werd erg warm, 29 graden aan zee, en ik had geen zin meer. Dus ik ben gewoon gestopt. De jeugdherberg zit vol, dus het werd weer een hotel, Corrie! Een keurige kamer, 50 meter van de zee en inclusief ontbijt € 33. Ik snap echt niet hoe ze het kunnen doen voor dat geld, temeer daar dit toch een badplaats is. Het toerisme wordt nu trouwens duidelijk minder. Er zijn geen gezinnen met kinderen meer bijna, alleen een grote ‘grijze golf’. Bij aankomst in Ribadesella zag ik zowaar ook twee pelgrims.
Na het douchen en de was ben ik weer naar de stad gelopen op zoek naar een internetcafé. Ik werd naar de bibliotheek verwezen, daar hadden ze wel een computer. Ik hoorde van Gery dat de website gisteren uit de lucht is geweest, nou, mijn schuld is het niet, ik had niks gedaan! Maar ik begrijp dat Marnix weer druk bezig is geweest en dat ie het weer doet. Marnix: dank, dank, dank!
Na al deze werkzaamheden is het nu tijd voor ontspanning en ik doe net als de Spanjaarden: ik leef op straat. Dat wil zeggen: ik zit op een pleintje op een terras met een pilsje. Mijn enige zorg is nu dat dit pilsje bijna op is. Dus ik moet weer een nieuwe bestellen. Druk, druk, druk toch!
O, nu zie ik alweer twee pelgrims voorbij lopen.

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | 1 reactie

Barro aan zee

Het eerste stuk vandaag was naar Llanes. Nu zijn ze daar het laatste stuk van een autoroute aan het aanleggen en dat houdt in, dat de route zoek is geraakt. Er zijn geen bordjes meer en als ik het gidsje volg, klopt dat van geen kanten.
Dus gezien mijn ervaringen van gisteren heb ik dat stuk de N 634 gevolgd, dus over de gewone asfaltweg. Dat loopt lekker vlot weg, dus ben ik maar doorgelopen toen ik in Llanes was. Het wordt eentonig misschien, maar ook vandaag valt er eigenlijk niet veel meer te vertellen dan dat ik lekker gelopen heb. De meeste tijd loop ik in mijn eentje. Het lijkt wel of ik iedereen voorbijloop, want ik zie ze één dag en daarna zijn ze verdwenen. Ach ja, zo gaat dat.
Ik heb een stukje gelopen waar de Picos de Europa bijna tot in zee loopt. Er is nog maar een heel smalle strook met een autoweg, een spoorlijn en wat huizen. Dus ik liep met aan mijn linkerkant hele hoge bergen en aan mijn rechterkant de zee. Dat was erg mooi.
Nu ben ik aangekomen in een hostal in Barro. Dat ligt aan zee, dus het is er aangenaam toeven. Dat kan niet helemaal van mijn hostal gezegd worden, want het is vroeger vast wel goed en netjes geweest, maar het heeft nu een hoog spinraggehalte, zal ik maar zeggen. Nou ja, het is maar voor één nacht, dus geen ramp.
Alles gaat verder prima, mijn voeten houden zich uitstekend, alle wondjes zijn dicht en de algenpleister doe ik er alleen nog op voor de zekerheid. Ik heb geen enkele blaar. Ik heb alleen blaren gehad op de dag dat het zo ontzettend geregend heeft, vrijdag was dat, geloof ik. Dat is natuurlijk geen wonder, want natte voeten in natte schoenen: als je dan nog geen blaren krijgt, krijg je ze nooit. Mijn schoenen zijn twee dagen nat gebleven en mijn gidsje is zelfs nu nog niet helemaal droog. kun je nagaan.
Over blaren gesproken: Onderweg naar San Vicente heb ik een stukje gelopen met een meneer uit Geneve. Die vertelde dat hij thuis altijd veel in de bergen liep en gedacht had: “Ik ben het gewend, ik doe dit wel even”, maar helaas: hij is wel gewend om in de bergen te lopen en had daar geen enkele moeite mee, maar hij is niet gewend om zo lang te lopen. Gevolg: De helft van zijn voeten is overdekt met blaren. Nu stopt hij eerder en neemt soms een dag rust, want hij wil het wel halen natuurlijk, zoals iedereen die hieraan begint. Maar dat viel dus vies tegen.
Goed, pelgrim Theo loopt nog een paar weekjes door……… en hoopt op de goede afloop!

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | 1 reactie

Verkeerd gelopen

Geen zorgen: als het geen lange route is, weet ik hem wel lang te maken.
Ik heb gisteravond nog wel drie keer het stukje film moeten laten zien en verder heb ik heel gezellig met een Spaans gezin zitten eten: Pa, Ma, twee dochters en een schoonzoon. Vanmorgen zijn zij eerder vertrokken dan ik, maar het regende dus ik was niet zo erg vroeg op pad gegaan. Na 3 km ging het al fout en dat kwam een beetje door mijn luchthartigheid. Ik haalde namelijk de Spaanse familie in, die in een bushokje zaten te schuilen voor de regen. Zij wonen op Majorca en doen dus alsof dit de eerste regen is die ze ooit gezien hebben en denken dat ze acuut smelten. Ik liep dus naar ze te kijken en wat stoere opmerkingen te maken. De straf kwam meteen: ik zag toen de gele pijl niet en liep gewoon de straat uit en sloeg toen zonder na te denken linksaf. Waarom? Geen idee en ik had het ook niet moeten doen, want het gevolg was: 2 km verkeerd lopen en dus ook weer 2 km terug en dat in de regen. De familie had mij ook niet nageroepen dat ik verkeerd liep, dus dat was ernstig, maar later hebben zij het weer goed gemaakt.
Enfin, gelukkig werd het droog en na verloop van tijd haalde ik de familie weer in, want die lopen niet zo hard. Daar ben ik een stukje mee opgelopen en dat was prachtig. Pa is geopereerd aan zijn knie en loopt nu met een felblauwe brace om die knie. In korte broek zodat je al van verre dat blauwe ding ziet. Hij wil weten dat hij gewond is, zogezegd. En hij wil ook laten merken dat hij de baas is van de familie, want hij brult en schreeuwt om het hardst. Niet dat dat op vrouw en dochters veel indruk maakt. Een van de dochters spreekt Engels en dat kan hij absoluut niet hebben. Dus hij gaat er dwars doorheen praten en de aandacht trekken. Vrouw en dochters doen vervolgens of hij lucht is en zodoende krijgt hij niet de aandacht die hij graag wil. Ik heb er weer van genoten.
Vervolgens ging ieder weer zijn eigen weg, zo gaat dat en je komt elkaar meestal weer tegen., zo ook nu. Op een gegeven ogenblik moest ik de weg oversteken en dan steil naar boven. Maar daar stond ‘mijn’ familie weer, die juist een man hadden gesproken die had gezegd dat dat absoluut niet ging en die een ander pad had gewezen. Zij maakten dus het feit dat ze mij niet gewaarschuwd hadden toen ik verkeerd liep, weer helemaal goed, want dat pad liep inderdaad goed. Op een gegeven ogenblik kwamen we in een dorp en besloot de Spaanse familie te stoppen, maar ik wilde door naar La Franca, dus wandelde verder. Vervolgens kwam ik in het volgende dorp een Oostenrijks stel tegen, waar ik een tijdje mee heb staan praten. Zij bleven daar, maar ik wilde verder en bij het afscheid zei mevrouw: “Äls je doorloopt naar La Franca, moet je die kant op!” Dat heb ik braaf gedaan, maar dat was dus echt absoluut niet de goede richting, bleek later. Dan wordt het lastig, omdat ik aan mijn gidsje niets had, want ik liep over het alternatieve pad en aan een autokaart heb je ook niet zo veel. Dus ik heb minstens 5 km meer gelopen dan nodig was. Ach ja, het pelgrimspad gaat niet altijd over rozen.
Het voornaamste is dat ik er wel gekomen ben. Om vier uur was ik in het hotel, waar ik twee jaar geleden ook geweest ben en ik heb mijn ogen uitgekeken. Toen stond het hotel hier in zijn eentje, nu wemelt het van hotels en restaurants en zijn er hele nieuwbouwwijken. De prijs van het hotel is echter nog hetzelfde: € 15 voor een kamer, dus dat is voor niets. Lekker gedoucht en toen ben ik iets gaan eten, want ik had de hele dag nog niets gehad en dat kan natuurlijk echt niet. Een hongerlijdende pelgrim die verkeerd loopt, ik zou hem niet graag tegenkomen!! Dus ik heb hier in een bar een schaaltje garnalen gegeten en een crema Catalane toe. Anders dan in Frankrijk kun je hier de hele dag wel iets eten. De restaurants gaan wel dicht, maar in de bars kun je bijna hetzelfde eten. Nou ben ik weer het ventje!

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | 1 reactie

Een nieuwe pet

En weer was het prachtig wandelweer vandaag. Tot dusver heb ik veel meer geluk wat het weer betreft dan de vorige keer toen ik hier liep. Ik liep weer alleen, maar dat mag me de pret niet drukken. Het laatste stuk splitst de route zich en kun je op 2 manieren naar de albergue lopen. Vorige keer ben ik langs de kust gelopen, dus nu heb ik de route door het binnenland genomen. Maar daar was niet veel aan, vrij saai en een stuk over een golfterrein, dat nou ook niet zo bijster interessant is. Dat maakt allemaal niet uit, ik geniet nog steeds heel erg van deze tocht en het wandelen.
Goed, onderweg zie ik dus niemand, maar dan kom ik aan in de albergue en zijn er ineens twaalf mensen. Ik denk dat de meesten kortere stukken lopen. Er zijn er hier, die vanmorgen gestart zijn in Comillas, 14 km hiervoor, daar heb ik tussen de middag zitten eten. Veertien kilometer vind ik veel te weinig op een dag, maar ik ben wel een zeur, want meer dan 30 km vind ik ook niks. Gery zegt dat ik met de kilometers net zo ben als zij met de temperatuur: zij vindt dat het 20,6 graden moet zijn en ik 28,4 km of zoiets.
In de albergue vertelde ik dat ik er twee jaar geleden ook geslapen heb en dat ze me hier de volgende morgen zingend uitgeleide hebben gedaan. Ik heb dat toen op de film gezet, dus vroeg of ze dat soms wilde zien. Nou, daar had ze uiteraard wel oren naar, dus ik ben achter de PC gekropen en heb het op de website opgezocht. Ja, dat was natuurlijk feest, want haar man en schoonzuster stonden er ook op. Even later hoorde ik haar druk bellen met familie en verwanten. Ik zal het vanavond dus nog wel een keer moeten laten zien. Overigens, wie een kaartje naar Orviedo wil sturen, moet dat nu wel snel gaan doen. Ja nou, ik ben maar zo brutaal…….
Verder ben ik mijn pet ergens kwijtgeraakt, dus ik heb mij hier naar de winkel begeven om een nieuwe pet aan te schaffen. Er was één verkoopster die Engels sprak en dus ook het heft in handen nam, uiteraard onder toeziend oog en begeleidend commentaar van de andere vrouwen in de winkel. Bedeesd pakte ik zelf ook af en toe een pet, maar die werd achteloos terzijde geschoven als niet ter zake doende. Eenparig werd door de dames besloten dat een bruin ribfluwelen soort hoedje mijn schoonheid het beste tot zijn recht deed komen. Het is een bijzondere pet, want als het regent, kan ik hem omdraaien en dan is de pet regenbestendig. Eerlijk gezegd vind ik hem zelf niet zo fraai, maar de dames vonden hem allemaal schitterend, dus vooruit maar.
In elke bar en elke winkel word ik erop gewezen dat Nederland op de TV is met de Spaanse wielerronde of zoiets. Ik doe dan uiteraard blij verrast, maar eigenlijk kan het me geen bal schelen. Ik oefen me hier intussen in allerlei talen. Er is hier een Oostenrijkse die naar de dokter moest, omdat ze een open voet heeft, maar die spreekt geen Spaans en ik ook niet. Nou, dan komt er iemand bij, die een beetje Frans kan spreken en dat snap ik dan weer en kan dat dus in het Duits vertalen. We komen er altijd wel uit dus, al zei de Oostenrijkse bezorgd dat het al half zes was. Ja, wij noorderlingen weten dan dat er geen dokter meer te bekennen is, maar de Spanjaarden moeten er alleen maar om lachen. De man van de hospitalière zal haar brengen en zal er ‘binnen vijf minuten’ zijn, maar dat is inmiddels al een kwartier geleden. Geen nood, alles komt wel goed.
Over voeten gesproken: de mijne beginnen wat slijtageplekjes te vertonen, dat wil zeggen hier en daar een wondje dat moeilijk dicht wil gaan. Maar ik heb mijn algenpleister. Die doe ik er ’s morgens op en dan heb ik de hele dag geen pijn eraan. Geweldig spul is dat toch!

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | Een reactie plaatsen

Laat ontbijt

Ik ben vrij vroeg vertrokken vandaag en had dus nog niet ontbeten. “Geen nood”, dacht ik, “doe ik onderweg wel”, maar ik had er geen rekening mee gehouden dat het zondag was en dat dus veel bars en zo dicht zijn, met als gevolg dat ik om elf uur pas een ontbijt kon scoren. Dat is ernstig, want in de restaurants begon men alweer de barbecue aan te steken voor het middagmaal. Hier heb je in veel restaurants grote haardvuren, waar ze een heel varken of schaap of ander dier roosteren. Dan kun je aanwijzen welk stuk je wilt hebben en dat snijden ze dan voor je af.
Ik heb lekker gelopen vandaag. Het ging wel een beetje op en neer, maar niet al te veel, de wegen waren heel goed begaanbaar. Het was 25 graden, maar er stond een lekkere frisse zeewind. Dus alles naar wens voor deze man en…ik zag in de verte de Picos de Europa met de sneeuw op de top. Een prachtig gezicht en daar wil ik dus naar toe. Ik denk dat ik nog ongeveer een week langs de kust loop en dan ga ik het binnenland in om de Camino Primitivo te volgen. Onderweg zie ik nog steeds niet veel mensen, maar dat is logisch, deze route is lang zo druk niet als de Camino Frances en de Camino Primitivo schijnt ook erg rustig te zijn. Ik vind het niet echt erg, maar zou er ook geen bezwaar tegen hebben wat meer mensen tegen te komen. Ik bedoel, de natuur is erg mooi en prachtig en ik geniet er ook van, maar ja, bomen en weilanden praten niet natuurlijk.
Omdat ik vroeg was vertrokken, was ik om even over drieën al in Cobreces, waar ik het klooster dicht vond. De vorige keer heb ik hier geslapen, maar nu was er een dependance van het klooster waar ik terecht kon. Dat is wel handig, want dan hoef ik vanavond na het eten niet precies om tien uur binnen te zijn, omdat anders de poort dicht is. Ik moest me wel inschrijven en een stempel halen in het klooster en daar werd ik hartelijk, om niet te zeggen zeer hartelijk ontvangen door een oude monnik. Ik werd zelfs gezoend en onderweg werd steeds mijn hand vastgepakt. Ik moet bekennen dat ik me daar toch niet zo gemakkelijk bij voel, maar alla, ik heb een stempel en een slaapplaats. Op dit moment ben ik hier met twee Engelsen, twee Oostenrijkse vrouwen en een Spanjaard, maar het is nog vroeg, dus er zullen nog wel meer mensen komen.
Verder valt er niet veel nieuws te vermelden dit keer.

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | 2 reacties

Knorrend varken

Kijk, Jacobus wist vandaag weer precies hoe het hoort: het was een mooie dag zonder een enkele regendruppel. En een mooie en prettige wandelroute om te lopen: niet te veel op en neer, goede paden. Kortom, precies zoals we dat zouden wensen.
Toen ik om half acht vanmorgen vertrok, was mijn gastvrouw waarschijnlijk nog in diepe rust, ik heb haar niet gezien tenminste. Ik moest een eind door de stad lopen naar het begin van de route, dus onderweg een ontbijtje gescoord. Daar moet je je nou niet te veel van voorstellen, want het is een kop koffie met melk en een cakeje, ik heb daar als echte uitspatting nog een glas jus d’orange bij genomen. Een eindje verder haalde ik een pelgrim in, die de weg niet meer wist. Dat bleek een Boliviaanse te zijn, die al zes jaar in Berlijn woont, dus daar kon ik een heel gesprek mee voeren. Na een poosje raakte ik haar weer kwijt, want ik wilde naar de apotheek.

farmacia-web Ik moest hansaplast en leukoplast hebben en aangezien ik weer uitslag heb van het varkensvlees, wilde ik daar ook iets tegen hebben, want ik krijg er bulten van, die erg jeuken.
Dus op naar de apotheek. Daar trof ik een aardig meisje aan, dat echter behalve Spaans geen buitenlands woord sprak of begreep. Met de hansaplast had ik succes, dat heet hier ook zo. De leukoplast heb ik laten zien en toen brgreep ze ook wat ik wilde. Maar de anti-allergiepillen??? Wat die man voor haar in vredesnaam moest bedoelen??? Ze begreep er geen jota van. Ondertussen werd het in de apotheek steeds een beetje drukker. Ik probeerde haar uit te leggen dat ik niet tegen varkensvlees kon, maar wat is varken in het Spaans? Geen flauw idee en de woorden die ik verzon, waren niet de juiste. Dus het eindigde ermee dat Theo midden in de apotheek stond te knorren als een varken. Niet dat ze het toen begreep. Maar er was een meneer binnengekomen die er uitzag of hij wel slim was, dus ik zei: ” U kunt vast Engels spreken”. En hoera, dat kon hij! Dus ik zei wijs dat mijn probleem nu opgelost was en dat alle problemen vanzelf opgelost worden, waarop hij filosofisch opmerkte: “In Spanje zeggen we dat alle problemen opgelost kunnen worden, behalve de dood”. Hij vertaalde mijn geknor dus in keurig Spaans en zo kreeg ik wat ik hebben wilde. Alleen vond de meneer het zo leuk om Engels te spreken, vooral in de apotheek waar de anderen ademloos stonden te luisteren, dat ik bijna niet meer van hem afkwam. Maar ja, voor wat hoort wat.
Om twaalf uur heb ik een giga hamburger gegeten en de rest van de dag heb ik alleen gelopen. Ik wist dat er twee Duitse meisjes voor mij liepen en dat die naar dezelfde albergue zouden gaan, maar ik heb ze niet gezien en toen ik in de albergue kwam, waren ze daar ook niet.
Wat mij vandaag verbaasde, was dat je herinnering soms rare dingen uithaalt. Ik wandelde weer over de spoorbrug waar je eigenlijk niet over mag, maar om moet lopen. Geen hond die dat doet, want hoewel de gele pijlen een andere richting op staan, staat eronder: over de spoorbrug die kant op. En net als de vorige keer kwam er ook een trein terwijl ik over de spoorbrug liep. Maar ik herinnerde mij van de vorige keer dat de route een heel eind door weilanden ging en ik dus bijna constant door weilanden had gelopen. Welnu, hier klopt dus echt helemaal niks van: ik liep kilometers langs een pijpleiding, waar ik me helemaal niets van herinner, het kwam me zelfs niet bekend voor. Ik dacht slim dat ze die er dus vorig jaar hadden neergelegd, maar toen ik in het gidsje van 2007 keek, stond het daar wel in, dus ik moet het vorige keer ook gezien hebben.
Na volgens de GPS 29,5 km arriveerde ik in de albergue van Polanco, waar helemaal niemand was, geen pelgrim te zien. Dat is zo raar, de ene dag kom je haast niet aan een plekje voor de nacht, zo vol is het en de andere dag is er niemand. Ik moest de sleutel halen in de bar aan de overkant en volgens mij klopt daar iets niet. Ik begon met vragen om een cola, moet toch kunnen in een bar. Ik werd eerst ingeschreven en kreeg de sleutel. Vervolgens kwam er een flesje cola, maar die werd in een papier gepakt, ik kreeg hem in mijn handen met de mededeling dat ik die in de albergue maar op moest drinken. Niet op het terras van de bar, dat mocht niet. Ik kan er ook eten, maar dan moet ik om zeven uur aanwezig zijn en dat is voor Spanje eigenlijk onbestaanbaar. Ook dat gaat een beetje geheimzinnig, dus ik heb het gevoel dat ze iets clandestien doet. Vijftig meter verderop is een restaurant, dus misschien mag ze wel geen eten of drinken geven. Er zit vast wel een of andere dorpsgeschiedenis achter. Helaas, ik zal het nooit weten, maar het is toch genoeglijk fantaseren op het terras van de albergue met een cola voor je neus en een sigaartje in het hoofd.

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | 2 reacties

You want a room?

De watervallen, die ik vandaag over mijn hoofd gekregen heb, overtroffen alles. Ik heb wel meer regen gehad, maar dit was geen regen meer, dit waren hele rivieren die uit de lucht kwamen vallen. Tot een uur of elf ging het nog wel, eerst miezeren, later steeds meer regen. Toen leek het zelfs even beter weer te worden, maar dat bleek alleen de aankondiging te zijn van nog veel meer regen. Het gevolg is dat alles drijfnat is geworden, want in de rugzak werd ook alles nat, zo ging het tekeer.
In Laredo heb ik weer het bootje genomen naar Santona, dat op het strand aanmeert. Het gaat nog precies hetzelfde als twee jaar geleden, alleen is de prijs van de overtocht gestegen van € 0,50 naar € 1,75. In Santona besloot ik dat ik even genoeg regen had gezien, dus ik ben naar de VVV gestapt om te vragen hoe laat er een bus naar Santander ging, want ik dacht: “Dan kan ik vanmiddag nog even naar het postkantoor om te kijken of er post is, anders moet ik tot maandag in Santander blijven”. Laat de bus naar Santander nu net op het punt staan om te vertrekken, dus zo zat ik na de enorme regen lekker warm in de bus: een rit van een uur voor € 3,75, wie doet je wat.
In Santander kom ik uit het busstation, kijk op mijn kaart om te zien waar ik kan overnachten. Dan word ik op mijn schouder getikt: een oud vrouwtje houdt mij vervolgens een kaart voor de neus, waarop in het Engels staat: “You want a room?” Ik knik van ja, zij maakt me vervolgens duidelijk dat ik bij haar kan slapen voor € 30, wenkt dat ik achter haar aan moet lopen. Dus zij stiefelt voorop, wijst steeds met haar wandelstok de weg en ik loop achter haar aan als het braafste jongetje uit de klas. Enfin, ik kan nu zeggen dat ik door een vrouw van de straat ben opgepikt, meestal is dat andersom.
Ik woon vannacht dus in een doodgewoon flatgebouw, waar ik in een van de kamers bivakkeer. Ik heb eerst maar eens lekker gedoucht, een beetje meer of minder water maakte toch niet meer uit, vervolgens heb ik mijn wasje gedaan en alle natte rommel uitgespreid om te drogen. Zelfs mijn gidsje is drijfnat geworden. Daarna ben ik naar het postkantoor gelopen, er was een kaart van Corrie en Cees, waarvoor heel veel dank. Dat was nog even moeilijk, want hij was geadresseerd aan Theo den Otter, maar op mijn paspoort staat Mattheus Jan, dus dat klopte niet volgens de ambtenaar, maar gelukkig kon ik hem er toch van overtuigen dat ik het echt was. Mijn volgende gang was naar het internetcafé. Daar heb ik anderhalf uur doorgebracht. Vervolgens ging ik naar de kerk om een stempel te halen. Helaas, in de kerk was niemand aanwezig, dus moest ik terug naar de VVV voor mijn stempel. Na al deze beslommeringen ben ik even gaan rusten op mijn kamer en daarna weer naar de stad om Gery te bellen, want ik had geen bereik.
Jullie zien zeker wel hoe druk ik het heb. Echt, ook een pelgrim valt ten prooi aan de waan en de stress van de dag. Hier moet verandering in komen voor deze pelgrim, anders gaat het nog op werken lijken! Nou, als dit werken is, dan is dit wel het leukste werk dat ik ooit gedaan heb, ik teken ervoor.

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | Een reactie plaatsen

Andere tijden

Vandaag heb ik ruim 26 km gelopen in stralend mooi weer. Een grote tegenstelling met twee jaar geleden, toen ik hier alleen maar in enorme stortbuien gelopen heb. Toen schreef ik dat ik de buien al van ver aan zag komen. Nu was het supermooi weer om te lopen met de zee steeds aan mijn rechterhand. De zee is wel veel rustiger dan toen, dat is zeker. Nu geen grote schuimkoppen, behalve waar de golven tegen de rotsen slaan. Prachtig is dat, het water heeft dan alle kleuren. Overal zijn hier kleine baaien, het is hier schitterend. Dat het nu mooi weer is, is ook duidelijk te zien aan de stranden: die zijn nog drukbevolkt met badgasten. Dus er is van beide kanten bekijks: ik kijk naar de schaars geklede badgasten, naar de natuur dus, en de badgasten kijken naar die halve gare die bepakt en bezakt langs komt sjouwen.
Op deze route zijn er hele stukken, waarop je op een wandelpad langs de zee loopt. Soms kom je door een weiland en op een van die weilanden kwam ik een hele kudde geiten tegen en één bok. Maar dat was dan ook een bok van jewelste. Hele grote horens en duidelijk niet van plan voor mij uit de weg te gaan. De geiten wel, die renden allemaal weg, maar de bok bleef stokstijf staan, met de kop dreigend naar voren en mij aanstarend. Ja, dan kun je vriendelijk vragen of je passeren mag, maar dat werkt niet, dus ik besloot gewoon door te lopen en te doen alsof ik hem niet zag. Dat lukte, want hoewel hij dreigend naar mij bleef kijken, verroerde hij zich niet.
Omstreeks het middaguur was ik in Castro Urdiales en toen ik dit per sms aan het thuisfront meldde, meende Gery mij daar een restaurant en een hotel aan te kunnen raden. Die had ze natuurlijk ook niet van zichzelf, maar kijk, zo gaat dat niet natuurlijk. Een pelgrim moet zijn eigen weg zoeken, dus ik heb alle verleidingen weerstaan en ben doorgelopen naar Islares. En hier zit ik nu lui te zijn in de lounge van een goed hotel zonder heel veel luxe, maar wel met uitzicht op zee en… € 10 goedkoper dan het hotel dat zij aanraadde.
Het enige nadeel is dat ik pas om half tien kan gaan eten, een beetje laat voor de pelgrim dus. Dat is trouwens hier overal zo: je gaat niet voor half tien aan tafel en om elf uur komen de Spanjaarden nog rustig een restaurant binnen wandelen. ‘t Is natuurlijk zoals je het gewend bent, want de Spanjaarden die in Nederland zijn geweest, vinden dat wij een gek land zijn: om negen uur ’s avonds gaat de keuken in een restaurant dicht in plaats van open en om zeven uur ’s avonds kan je niet eens meer een museum of zo bezoeken. Daar hebben zij ook gelijk in.

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | Een reactie plaatsen

Blog op WordPress.com.