Het was de hele dag miezerig weer en zwaar bewolkt, maar de temperatuur was goed: niet te warm, niet te koud. Dat betekent niet dat ik vandaag niet heel erg gezweten heb, want dat heb ik wel. Er moest namelijk heel veel geklommen worden, in totaal heb ik zo’n 1000 meter geklommen. Niet in één keer natuurlijk, maar het was voortdurend afdalen naar de rivier en dan weer omhoog. Het was vandaag heel erg stil, ik heb geen hond gezien, laat staan een mens. Maar ja, het is natuurlijk 14 juli, dus een feestdag hier in Frankrijk. Voor mij uit schijnt een groep van minstens tien personen te lopen, maar voor mij was het dus een mijmerdag. Als je nu vraagt: “Waarover mijmer je dan zoal?”, dan moet ik zeggen dat ik dat eigenlijk niet weet. Gewoon, over van alles en nog wat. Dat is nou het verschil met denken: je denkt ergens over na en je mijmert zo maar een eind weg.
Dus… na 22 km mijmeren arriveerde ik op de camping in Aixe-sur-Vienne, mijn doel voor deze dag. Ik werd er erg hartelijk ontvangen, kreeg eerst een drankje aangeboden en vervolgens een mooie plek aangewezen. Omdat het niet druk is, heb ik een plek gekregen met een elektrische aansluiting, zodat ik al mijn attributen op kan laden. Morgenochtend krijg ik hier ook een ontbijt en er is een wasmachine! Dat is het voordeel van een camping, nu gooi ik straks mijn wasje luxueus in de machine. Er is eigenlijk maar één nadeel: ik krijg geen haring in de grond hier en heb natuurlijk geen hamer bij me. Maar vlakbij mijn plek staan nu twee Hollandse caravans, ik bedoel natuurlijk caravans met Hollanders erin. Als die een hamer kunnen uitlenen, is alles goed. Straks maar eens even vragen, nu zit ik lekker buiten met een pilsje.
Ik heb twee kaartjes van restaurants in het dorp gekregen en nu maar hopen dat ze open zijn vanwege 14 juli. Anders wordt het vanavond noodrantsoen voor Theolief.
2009: Camino Primitivo
Een mijmerdag
‘Ik vertrek’-hotel
De eerste dag van 21 km zit erop met klimmen en dalen en een temperatuur van boven de 30 graden! Heet dus. Nadat ik mijn gastvrouw had beloofd een kaarsje voor haar te branden bij aankomst in Santiago, heb ik op het station van Limoges eerst een sandwich ingeslagen voor onderweg en ben toen vrolijk op stap gegaan. Terwijl ik langs de oevers van een riviertje wandelde, passeerde me een fietser, die me vriendelijk goedemorgen wenste en vervolgens doorreed. Niets bijzonders om te vertellen natuurlijk, maar na ongeveer een half uurtje kwam de man terugfietsen en zei: “Ik reed u voorbij, maar kreeg spijt, want ik denk dat u onderweg bent naar St. Jacques de Compostela en daar wil ik eigenlijk alles van weten, want ik ben met pensioen en verveel me eigenlijk een beetje”. Ja, die ken ik er meer en zo hebben we wel een uur lang genoeglijk met elkaar staan praten. Het viel me wel op dat iedereen, die voorbijkwam, hem scheen te kennen en dus vroeg ik op een gegeven moment of hij een bekend figuur was in de omgeving, omdat iedereen hem zo vriendelijk groette. Ja, toen bleek dat hij de hoofdcommissaris van politie was geweest. “Maar”, zei hij met humor, “niet iedereen die voorbijkwam is een crimineel, hoor!”
Op een gegeven moment had ik het idee, dat ik verkeerd gelopen was, dus liep een stukje terug en kwam een groepje mensen tegen om de weg te vragen. Zij concludeerden dat ik verkeerd was, wezen mij een rechtstreekse weg. Toen ik zei dat dat niet helemaal de bedoeling was, zeiden ze: “O nee, u loopt naar St. Jacques, hè? Dan mag u deze weg natuurlijk niet nemen, u moet de echte route volgen”. Vervolgens zijn ze wel 2 km met me meegelopen.
De sandwich kwam overigens goed van pas, want ik heb op de hele weg vandaag precies één café gezien.
Gisteren belde ik het hotel in Solignac, maar er was geen plaats meer. Toen ik er vanmiddag langskwam, ben ik toch maar even binnengelopen en het geluk was met mij. De Engelse journalisten die er vannacht geslapen hadden, hadden net gebeld dat ze niet meer terugkwamen, dus ik viel met mijn neus in de boter. Het hotel wordt gerund door Engelsen, die vijf jaar geleden alles hebben achtergelaten en hier iets nieuws zijn begonnen, net zoals in het TV programma ‘Ik vertrek’ dus. En nou heb ik me toch een blunder geslagen! Ik hoorde dat het een Engelse was, dus toen ze tegen mij begon te praten, zei ik grootmoedig: “U kunt tegen mij ook in het Frans praten”, waarop zij me aankeek en zei: “Maar dat doe ik al!” Toen zijn we maar in het Engels verder gegaan, maar ik geloof dat ik het niet meer goed kan maken. Mijn enige zorg is nu echter het eten, want ja, Engelsen en dan eten…….. Ik vrees dat er geen sprake van zal zijn dat ik ook in dit opzicht met mijn neus in de boter val. Maar we zullen zien!
In Solignac, waar ik nu zit, is de kerk groter dan de rest van het dorp, maar het is dan ook wel een prachtige elfde-eeuwse romaanse abdij met prachtig houtsnijwerk in de koorbanken. Allemaal koppen, waarbij de een bijvoorbeeld zijn tong uitsteekt, de ander een knipoog geeft of een gek gezicht trekt. Erg leuk en mooi!
Ik heb het alweer erg naar mijn zin, al zit het ritme er nog niet echt goed in, dat is nog even wennen! Dat komt vanzelf wel goed.
Fitte voeten
Ja, deze eerste dag zijn de voeten niet moe geworden. Ik zat comfortabel in de trein. Om vijf voor half negen stapte ik in Amsterdam in de trein en met de middag was ik in Parijs. Daar begon meteen al de magie van de schelp: ik liep door Parijs en werd op de schouder getikt door een mevrouw van een jaar of zestig, die vroeg of ik soms naar St Jacques ging lopen. Ik vertelde dat dat inderdaad mijn bedoeling is, waarop ze zei: “Ja, maar echt helemaal?? O, ik wou dat ik mee mocht! Als u er bent, wilt u dan een gebedje voor me doen? Zeg maar: van een passante in Parijs”. Een leuk begin dus.
De trein naar Limoges zat vervolgens stampvol, ik was blij dat ik comfortabel eersteklas reisde. Dat is om de weelde af te leren, zie je. Maar ik moet zeggen dat ik weer vertrouwen heb in de Franse Spoorwegen, alles was keurig in orde en precies op tijd stapte ik in Limoges uit, waar het warm was en druk. De Tour de France is hier aangekomen, maar ik heb er niets van gezien. Daar had ik geen tijd voor, want toen ik bij mijn hotel kwam en de mevrouw van het hotel mijn schelp zag, riep ze: “O, maar dan moet u eerst gauw naar de kathedraal om een stempel te halen, anders is die dicht”. Ik kreeg een plattegrond mee en nu staat dus mijn eerste stempel trots te pronken!
Mijn hotel is klein, maar heel erg schoon en volgens mij heb ik de laatste kamer, want alles zit propvol! Goed, straks nog een rondje door de stad en dan vroeg onder de wol, want morgen gaat het echt beginnen!!
Pelgrim Theo
In 2006 werd een jarenlange droom waarheid: Pelgrim Theo liep van Zaandam de Camino Frances naar Santiago de Compostela en door naar het einde van de wereld: Fisterra.
Bij de kreet ‘Pelgrim Theo’ hoort een verhaal. Toen ik op een keer bij de fysiotherapeut in de wachtkamer zat, kwam er een oude bekende binnen en we raakten aan de praat over onze dagelijkse bezigheden. Ik vertelde toen aan hem waarom ik daar zat en waarom ik zo snel mogelijk op pad wilde naar Santiago. Toen hij aan de beurt was, bleef ik achter met een oude dame die ons hele gesprek uiteraard gehoord had, maar tot nu toe niets had gezegd. Na enige tijd stilte buigt ze zich naar me toe en zegt: “Als Sint Jacob wil dat u pelgrim wordt, dan wordt u ook pelgrim, hoor!”
Kennelijk is Sint Jacob op mijn hand, want in 2007 mocht ik voor de tweede keer de camino volbrengen. Met als startpunt Arles liep ik de Camino del Norte.
Nu is het 2009 en ga ik vol goede moed voor de derde keer op weg. Ik start in Limoges en hoop de Camino Primitivo te volgen.