“Goh’, zei iemand tegen me, “zo raar, als ik Theo’s website opendoe, kan ik ineens niet meer zien wat er geschreven is, ik weet niet wat ik fout doe”.
Nou, ik wel, namelijk niets. De enige die iets fout deed, was ik en daardoor was ineens 95% van alle verhalen gewist. Dat was grote paniek, ik zag mijzelf alweer alle berichten, die ik in ieder geval wel ooit ook in Word heb opgeslagen, opnieuw op de website zetten.
Tot mijn grote geluk had Marnix vorige week toevallig een back up gemaakt, zodat de schade niet al te groot is.
Er zijn een paar reacties verloren gegaan, maar jullie kennende, wordt dat vast en zeker door jullie opgelost. In ieder geval zijn we nu weer bij en gaan (weer vrolijk) verder.
2009: Camino Primitivo
24-7-2009: Het thuisfront
Tulpen uit Rotterdam
Het was een schitterende dag vandaag. Vanmorgen vertrokken Jacques en ik in een donderbui en vervolgens heeft het twee uur geregend. Daarna werd het droog en scheen de zon. Vanmorgen was er nergens een bar te bekennen in het dorp waar we koffie wilden drinken, dus toen kregen we van een inwoner gratis koffie en konden zelfs kiezen uit zwart, met melk of espresso. Ja, de mensen zijn hier erg goed voor arme pelgrims, dat is toch geweldig?
Jacques loopt vandaag voor het laatst en vindt dat erg jammer, want dit is hem prima bevallen. Het is de eerste keer dat hij dit doet, anders loopt hij veel marathons. Hij heeft ook een marathon in Rotterdam gelopen en dat was een van de leukste volgens hem. Daar verschijnen namelijk bij de laatste meters hele mooie jonge meisjes, die tulpen naar de lopers gooien. Kijk, dat is wat anders dan die Amsterdammers die net doen of zij het alleenrecht van de tulpen hebben. Dat doet mijn Rotterdamse hart goed.
Overigens is het aan de rugzak van Jacques te merken dat hij voor de eerste keer loopt, want hij heeft zeven onderbroeken bij zich voor die paar weken. Ik zei dat ik er twee had voor drie maanden en toen zei hij: “Ja, maar het moest van mijn vrouw!” Hij kon daar zelf erg om lachen. Verder heeft hij een hele apotheek bij zich aan medicijnen tegen alle mogelijke kwalen. Niet dat hij ook maar één klein kwaaltje heeft, maar ja, je zou er eventueel toch wel eentje kunnen krijgen en aangezien je niet weet welke, moet je dus voor alles iets hebben. Daar hebben we dus samen veel lol om gehad.
Tussen de middag hebben we alleen een ‘pain aux raisins’ gegeten, maar eerlijk gezegd heb ik niet veel honger tussen de middag, meer dorst dan honger, dus jullie hoeven geen medelijden te hebben.
Enfin, in Bergerac namen we afscheid, morgen neemt Jacques de trein terug naar Limoges. Hij heeft foto’s gemaakt en beloofd die naar Gery te sturen, zodat ze ze op de website kan zetten, dus die zullen te zijner tijd wel verschijnen. Ik heb een hotel genomen, op mijn gemak mijn dagelijkse klusjes gedaan en ben gaan eten. Ik zit net op het terras aan het voorgerecht en wordt dan op mijn schouder getikt: Jacques. Nou, toen hebben we verder maar gezellig samen gegeten. 
Een rustig dagje
Het was een rustig dagje vandaag. Bij vertrek had ik geen flauw idee waar ik zou gaan overnachten en van mijn gidsje werd ik niet veel wijzer. Volgens mijn gidsje was de eerstvolgende mogelijkheid namelijk Bergerac, 40 km verder en dat leek me toch wel erg ver. In voorgaande jaren werd ik daar dan wel wat zenuwachtig van, maar nu dacht ik: “Ik ga gewoon lopen, er komt wel wat”. En ziedaar, ik kwam Jacques tegen, de Fransman die nu in zijn eentje doorgaat naar Bergerac. Jacques heeft alle gidsen bij zich die er maar te bedenken zijn, een hele bibliotheek aan boeken en ook een lijst met chambres d’ hôtes en dus werd er gebeld naar zijn logeeradres en ik kon daar ook terecht. Zo zie je maar, Jacques zorgt voor me. Het is maar 17 km naar Villamblard, mijn logeeradres, dus ik ben rustig doorgekuierd en was al om twee uur vanmiddag op mijn bestemming. Net op tijd, want mevrouw stond op het punt te gaan klaverjassen en zei blij: “O, bent u er? Dan kunt u mooi Jacques ontvangen, anders staat hij voor een dichte deur”. Nog snel werd me de kamer gewezen, maar toen moest ze echt weg. Dus ik had de beschikking over het hele huis, een tuin met tuinstoelen en een koelkast met drank. Het enige nadeel was dat ik de deur niet uit kon om een internetcafé op te zoeken, maar alla, dat komt dan nog wel. Op mijn kamer hangt een bordje dat ik niet zelf mag wassen, want dat doet mevrouw voor het bedrag van € 4. Ik hoopte wel dat ze op tijd terug zou zijn of een droger had, anders zou mijn wasje niet droog zijn. Je ziet, ‘des pelgrims zorgen zijn vele’, maar met een goede sigaar in het hoofd en een lekker maal in het vooruitzicht zijn die zorgen wel te dragen.
Mevrouw is 75 jaar, dus heeft geen zin meer om hele maaltijden te koken. Daarom heeft ze een afspraak gemaakt met het restaurant in het dorp, dat we daar eten kunnen halen. Vandaag was het restaurant wel dicht, maar we konden het toch gewoon gaan halen. Dus toen Jacques was gearriveerd en het etenstijd was, togen wij naar het betreffende restaurant. Het meisje dat op de stoep zat te spelen meldde vriendelijk dat het restaurant dicht was, maar toen wij uitlegden hoe het in elkaar zat, ging ze haar moeder roepen. Die deed de deur op een kier en zei: “Ja, dat klopt, ga maar op het bankje zitten, over vijf minuten is het klaar” Dus wij zaten op het bankje voor een dicht restaurant te wachten: vijf minuten, tien minuten, een kwartier, twintig minuten…. Toen ik nog maar een keer ging vragen, was het net klaar en konden we binnenkomen. En daar stond een blad op ons te wachten van zowat een vierkante meter met een grote hoeveelheid schalen en schaaltjes, gewoon geweldig. En zo liepen wij dwars door het dorp met een enorm blad tussen ons in. Een avontuur op zich.
Onze gastvrouw heet Kiers, niet echt een Franse naam en ik vroeg dus hoe ik dit uit moest spreken. Ze vertelde dat ze oorspronkelijk uit Duinkerken komt en zei: “Je moet dus Kiers zeggen, en niet Ki-èrs, zoals die Fransen doen”.
Bezoek
Vanmorgen ben ik op tijd vertrokken, want het zou heet worden en ik wilde op tijd in St. Astier, mijn bestemming voor vandaag, zijn. En heet is het geworden! Wat te denken van een temperatuurtje tussen 32 en 35 graden? Dan loop je te puffen en moet je een beetje rustig aan doen, vooral als er dan ook nog een paar flinke stijgingen in de route zitten. Na zo’n stijging stond ik net even uit te blazen en naar adem te happen, toen een stel motorrijders me passeerde: jonge knullen van zo’n jaar of vijfentwintig met stoere helmen met vlammen erop en zo. Ik wou net gaan schelden, want wie knoert er nu zo door de bossen, toen er geremd werd en gestopt en ze terug kwamen rijden. “Meneer, heeft u een GPS? Wat gaaf. Hoe werkt dat nou?” Toen stond ik dus als ouwe baas aan een stel jonge knullen ‘deskundig’ uit te leggen hoe zo’n ding werkt. Die ‘deskundigheid’ heb ik dankzij de lessen van Marnix, hij zou trots op me geweest zijn als hij erbij was geweest. Toen ik ook nog zo langs mijn neus weg zei: “Ja en als het kan, zoek ik een cybercafé op en dan stuur ik de bestanden naar huis en komen ze op mijn website”, kende de bewondering geen grenzen meer.
Ik zei dat nu wel en ik hoor nu al in gedachten: “Nou, dat hebben we anders niet gezien”, maar dat ligt niet aan mij. Als ik een internetcafé zie, snel ik daar onmiddellijk met al mijn attributen heen. Meestal kom ik wel op internet (lijkt me logisch als ik in een internetcafé ben), maar vaak kan ik mijn GPS niet aansluiten. Dus vandaar.
Op mijn wandeling kwam ik langs een huis en daar hing een kastje, speciaal voor pelgrims, buiten. Erin lagen een kaarsje, een schelp, een bekertje waarmee je water kon tappen uit de kraan naast het huis en een gastenboek. Leuk gedaan!. In het gastenboek stond een bericht van de Fransen met wie ik gisteravond gegeten heb en die vanmorgen veel eerder vertrokken zijn dan ik en daarbij stond: “Groeten aan Theo, die komt ook nog hierlangs”. Grappig, hè? Dus ik heb maar geschreven: “Hier is Theo, hij heeft uitgeslapen!” Ik zag dat twee dagen voor me een Nederlands stel loopt. Misschien zie ik die nog. Mijn Franse vrienden liepen vandaag voor het laatst, behalve één die tot Bergerac doorloopt.
Al met al was ik prima op tijd in St. Astier en besloot eerst een pilsje te drinken op een terras voordat ik naar de camping ging. Na dat pilsje ging ik weer fluks in de benen voor de laatste 600 meter, sla een hoek om en loop bijna tegen Andries aan. Die is vanuit zijn vakantieadres met Rina hierheen gereden om mij op te zoeken. Dus dat was heel erg leuk. We hebben nog iets gedronken en toen heb ik comfortabel in de auto het laatste stukje afgelegd. Vanwege de consternatie was ik toen mijn stok vergeten, dus die is Andries toen weer even op gaan halen. Makkelijk, zo’n auto!
Op de camping kon ik mijn tentje opzetten voor € 7,50, maar ik kon ook een bungalowtent huren met bed, douche, en zelfs koelkast. Op vertoon van mijn credencial een speciaal prijsje voor pelgrims: € 10. Nou, ik zou wel gek zijn als ik dat niet gedaan had. Na het douchen hebben we samen gezellig koffie gedronken en toen zijn Andries en Rina weer teruggegaan en ik ‘aan het werk’: mijn dagelijkse wasje, een sigaar roken voor de tent, op zoek naar een internetcafé en eten. Erg druk elke dag, dat snappen jullie.
Volgens de weerberichten komt er morgen onweer en wordt het daarna koeler. Ik hoop dat het vannacht gaat regenen, als ik lekker luxe in mijn tent lig en dan de druppels op het tentdak goed kan horen, hoewel…. dan is het morgen in de bossen weer een modderpoel natuurlijk en dat is ook niet leuk. Het landschap begint trouwens wel een beetje te veranderen, er komen meer wijngaarden, dus ook meer afwisseling. Ik word nog steeds op omwegen gestuurd als er een paar huizen te zien zijn of een makkelijke weg, maar die neem ik niet allemaal. Ik loop hier in Frankrijk op een Grande Randonnée en die is gemaakt voor wandelaars, voor mensen die van de natuur houden en daar ook voor komen. Dat is het doel, dus logischerwijze wordt dan de bewoonde wereld zoveel mogelijk gemeden. In Spanje loop je op de pelgrimsroute en dat is een route die naar een doel leidt en je langs allerlei bezienswaardigheden stuurt die met het doel te maken hebben. Die staan in dorpen, dus daar kom je veel door dorpen. Hier in Frankrijk bestaan ook aparte pelgrimswegen, ik kom zo af en toe bordjes ervan tegen. Ik ga me daar echter maar niet aan wagen, want ik heb geen omschrijving en geen gids ervan, dus ben bang dat ik dan hopeloos ga dwalen.
“Hoezo, dan kijk je toch op je GPS?”, hoor ik Marnix nu zeggen, maar ik roep nu gauw dat ik dan ook geen beschrijving heb van alles wat ik onderweg tegenkom en dan is er niets aan.
Ik zag onderweg een bordje: ‘Santiago 1300 km’, dus jullie zijn nog niet van me af. Gegroet!
Tussen Chancelade en Périgueux
Na een excellent ontbijt langs de waterval met allemaal ouwe bazen om me heen die al flink aan de borrel en de sigaar bezig waren (en het was echt pas acht uur), was het weer tijd voor de dagelijkse wandeling. Even buiten Brantôme passeerde ik een groot aantal campers. Gery praat de laatste tijd steeds over een campertje, nou, als ze dit gezien had, zou ze meteen genezen zijn. Bovenop elkaar, net buiten de stad, op allemaal betonnen platen sta je dan te overnachten, dus de romantiek is ver te zoeken.
Vanmorgen kwam ik twee Amerikanen uit Illinois tegen, die ook heel verbaasd waren over het feit dat het zo stil is en ze verder niemand tegenkomen. En dat is ook zo, het is erg stil en de route liep weer door de bossen en over steenpaden. En het werd steeds heter en heter. Ja, stil maar, ik weet het wel, voor de pelgrim is het nooit goed natuurlijk: te koud, te heet, te nat, te droog, modderpaden, steenpaden. Maar dat zijn wel de zaken die belangrijk zijn voor de pelgrim, moet je weten, als je in je luie stoel zit, hoef je je niet met zulke zaken bezig te houden. Ik klaag nog even verder: er waren ook grote stukken die erg steil waren, dus was het klimmen geblazen in die hitte! De route gaf een omweg aan langs een mooi plaatsje, maar dat hoefde niet en dat heb ik dus ook niet gedaan, ik liet het plaatsje maar even voor wat het was. Toen ik in een dorpje stopte bij een barretje voor een kop koffie, zaten daar dan eindelijk de eerste echte pelgrims in het gras. Die vonden het ook al erg stil en in de bar vertelden ze ook dat het dit jaar heel erg stil is op de route en dat het andere jaren veel drukker is. Vreemd eigenlijk, hoe dat nou komt, joost mag het weten.
Vanwege de hitte was mijn twee liter water op een gegeven ogenblik schoon op. Dat water wordt ook weer uitgezweten natuurlijk. Ik heb mijn zwarte T-shirt aan, dat ik elke avond was, maar wellicht niet helemaal goed uitspoel, want als ik veel ga zweten, gaat het bijna schuimen, er komen gewoon sopbelletjes uit.
Goed, ik maakte een slim plan. Ik zag in mijn gids dat er in Chancelade een bus naar Périgueux reed, dus ik dacht: “Wat let me? Ik loop naar Chancelade, pak daar de bus naar Périgueux en als het daar leuk is, neem ik daar misschien morgen wel een rustdag”.
Als pelgrim moet je dus geen plannen maken, heb ik gemerkt, want het gaat altijd anders. Volgens plan arriveerde ik in Chancelade. Daar heb ik een mooi klooster bezocht en een kaarsje gebrand voor Marnix, Geer en zus Corrie, die morgen geopereerd wordt.
Toen ik bij de portier van het klooster kwam, moest ik gaan zitten en kreeg een grote fles mineraalwater in mijn handen gedrukt met het bevel: “Helemaal opdrinken!” Ik zei dat ik bang was dat niet te halen en toen vertelde hij dat hij een andere pelgrim zo’n fles had aangeboden en dat die had gezegd: “Ik wil hem wel hebben, maar dan drink ik hem helemaal leeg, anders moet ik er mee sjouwen” en dat ook gedaan had. We vreesden beiden voor de arme man dat hem dat wel opgebroken zal hebben. Maar dat vertelt het verhaal niet, dus uitgerust en opgefrist begaf ik me naar de bushalte. Jazeker, er was een bushalte en daar bleek ook een bus te rijden naar Périgueux, precies volgens het boekje, alleen…….. de bus reed alleen als er kinderen naar school moeten in Périgueux en…… het is vakantie dus…….. reed de bus niet. Ik kon dus naar Perigueux gaan lopen, nog zo’n 7,5 km. Ik liep langs een sloopbedrijf en daar wisten ze me te vertellen dat ik naar een andere bushalte moest lopen, want dat daar wel een bus reed, omdat ik daar in de buitenwijken van Périgueux was. Dat wilde ik wel doen, ging dus op weg, maar toen moest ik, een pelgrim is ook maar een gewoon mens, heel, heel, heel erg nodig…….. Tjonge, wat moest ik nodig en dan kan een mens het erg benauwd krijgen en je kunt moeilijk zo aan de kant van de weg gaan zitten. Dus toen ik op een druk kruispunt kwam en daar een hotel zag, dacht ik: “Al kost een kamer € 200, ik neem hem.” Nu zit ik hier, halverwege tussen Chancelade en Périgueux. Ruim 30 km heb ik vandaag weer afgelegd. Ik zal dus morgen wellicht helemaal niet in Périgueux komen, al kreeg ik van het thuisfront te horen, dat ik nou morgen dus maar een klein eindje loop en een rustdag neem. Hoezo, rustdag? Ik rust eigenlijk de hele dag, vind ik. Ik loop gewoon vakantie te houden. Mijn voeten houden zich prima, alleen had ik een open plek aan mijn voet op precies dezelfde plaats als de vorige keer, maar nu op de andere voet. Dus het zal toch wel iets met mijn schoenen te maken hebben, want de andere schoen heeft Heine iets ruimer gemaakt en daar heb ik nu geen centje pijn. Gelukkig had ik algenpleisters meegenomen en dat is echt een wondermiddel, want nu is het alweer dicht en ik heb er verder geen last van.
Ik ging vanavond eten en toen ik het restaurant binnenkwam, zaten daar de mensen die ik vandaag ook al ontmoet had en ik moest meteen bijschuiven aan tafel, dus ik heb met vijf Fransen zitten eten, heel erg gezellig! Zij lopen elk jaar een paar weken. Ze hebben foto’s gemaakt en als ze weer thuis zijn, zullen ze die naar Gery sturen, dus wellicht zien jullie ze op een gegeven moment op de website verschijnen!
Weer onder de mensen
Ik heb een prachtige overnachting gehad in mijn gîte. Wat zijn er toch lieve en aardige mensen op deze wereld. Vanmorgen om half acht zat ik prinsheerlijk bij de open haard mijn ontbijtje te nuttigen. Wat wil een mens nog meer? Ik heb weer genoten van de discussies. De eigenaar van de gîte is een communist en wil eigenlijk Stalin weer terug; zijn zwager en hulp is streng Katholiek, dus dat geeft leuke taferelen. Verder hebben zich nu vier man over mijn route gebogen en allevier een route bedacht, die ik vandaag moest gaan lopen. Alle vier een verschillende natuurlijk, zodat ze bijna onderling ruzie kregen. Gelukkig bleken ze het toen over één ding wel eens te zijn: De route zoals die in mijn boekje staat, is echt helemaal niks. Fout, fout, fout.
Ik had vandaag dus eigenlijk de keus uit vijf verschillende routes, dus een wonder dat ik goed gelopen ben toch? Dat ben ik vandaag dus wel, het was lekker weer om te wandelen en mijn enige bezwaar tegen deze route is eigenlijk dat hij voornamelijk door de bossen loopt en die bossen heb ik nu, eerlijk gezegd, wel gezien. Dit is een officële pelgrimsroute vanuit het noorden, maar er is geen pelgrim te bekennen. En niet alleen geen pelgrim, maar zelfs ook geen zondagwandelaar, die een ommetje maakt. Zodra er ergens drie huizen te bekennen zijn, stuurt de route je daar omheen en vandaag zou ik 3 km om moeten lopen omdat ik anders langs een houtzagerij zou komen. Nou, dat heb ik dus niet gedaan, want die houtzagerij vind ik prima, bovendien is daar op zondag toch niets te beleven.
Nu ben ik gearriveerd in Brantôme en dat is wel een erg leuk toeristisch plaatsje met mensen, restaurantjes, terrassen, enz. Het is een erg leuke plaats met watervalletjes en riviertjes, ze noemen het het Franse Venetië. Ik heb vanavond heerlijk buiten op een terrasje gegeten bij de waterval, dus ik heb het weer helemaal naar mijn zin zo. Het blijft een geweldige belevenis, ook dit keer weer.
Mijn eerste week zit erop en ik ben niet ontevreden over de afstand die ik deze week heb afgelegd. Goed zo, Theo, ga zo door, mijn jongen!
De natuur loopt mijn oren uit
Nou, dit was niet mijn meest glorieuze dag, moet ik zeggen. Alles liep verkeerd. Mijn Engelse gastheer vanmorgen wees mij een route die 3 km korter was en bovendien volgens hem mooier. Had ik dat nou maar nooit gedaan. Om te beginnen was het een rotpad: dwars door het bos en boomstammen over het pad, zodat het overal klimmen en klauteren was. En uiteraard stonden er geen roodwitte paaltjes aan de kant om mij de weg te wijzen met als gevolg dat ik hopeloos verdwaald ben en dus echt precies de verkeerde kant ben uitgelopen. Uiteindelijk kwam ik bij een meelfabriek en daar vroeg ik waar ik nu eigenlijk was en waar ik heen moest. De baas was zeer meelevend, maar wist ook niet hoe ik nu moest lopen om weer op het goede pad te komen. Ik wilde mijn rugzak even neerzetten en ontdekte toen tot mijn grote schrik dat mijn filmcamera verdwenen was. Dus ik zei: “Hoe dan ook, ik moet terug.” “Nou, laat dan die rugzak in ieder geval hier, die pik je dan later weer op”, zei hij. Dat heb ik gedaan en zonder rugzak liep het inderdaad sneller door het bos. Na 2 km kwam ik bij een boomstam waar ik op de heenweg me overheen geworsteld had en… daar lag hij! Geer zei, toen ze dit verhaal hoorde: “Had die rotcamera toch laten liggen, ik had wel een nieuwe gekocht voor je”, maar zo werkt dat niet natuurlijk. Toen weer snel teruggelopen om mijn rugzak op te halen en toen moest ik alles weer verzamelen en daar werd ik allemaal op een gegeven ogenblik doodnerveus van, maar de vrouw van de baas ontfermde zich over mij, hielp me weer met inpakken en zei resoluut: “Mijn man brengt je met de auto naar de route en dat vindt St. Jacob goed!!!” Alzo geschiedde en zo belandde ik uiteindelijk toch op de juiste route.
Ik heb vandaag de groep mensen die voor me liep, ingehaald. Zij komen uit Duinkerken, dus ‘we zijn buren’. Het weer was goed en onderweg zag ik herten, dat was mooi. Maar verder is de route wel erg veel door het groen, de natuur komt zo langzamerhand mijn oren uit, ik wil wel een beetje dorp of stad tegenkomen nu. Maar goed, ondertussen liep ik door die natuur en om vier uur vanmiddag had ik nog geen slaapplaats en ben maar verder gelopen. Ik liep door tot ik in La Baine was en daar zou volgens het boekje een gîte zijn. In het dorp (nou dorp: drie boerderijen of zo) was een bruiloft aan de gang en …. de gîte was opgeheven. Toen zonk de moed me bijna in de schoenen (en die zijn groot), maar zoals meestal, was de redding nabij. Want een mevrouw gaf me de raad naar de buren van de gîte te gaan, want daar was hij van geweest en ze wist dat de man pas kamers had opgeknapt. En dat blijkt allemaal te kloppen, want ik zit nu dus in de ‘opgeheven’ gîte, helemaal in mijn eentje en krijg vanavond ook te eten bij de baas thuis, dus ik hoef de deur niet meer uit! Het toeval wil dat de vrouw des huizes eenenveertig jaar in Genêve heeft gewerkt bij Cargill, Gery ’s vroegere baas. Zo zie je maar, de wereld is klein, al leek die vandaag wel erg groot, want op de teller staat 38 km. Daarvan heb ik ca 6 km in de auto gezeten, maar dan blijft er nog een respectabel aantal over. Ik hoop dus dat het morgen een onsje minder kan. Gery vermoedde dat ik vandaag wel een aantal keer gedacht zou hebben: “Ik schei er mee uit, de groeten, ik ga naar huis” en meer zinnen van dergelijke strekking. Ik moet zeggen, en dat is geen stoerdoenerij of zo, dat zulke gedachten totaal niet in mijn hoofd zijn opgekomen. Zo’n dag als vandaag is natuurlijk niet de allerleukste, maar stoppen?? Geen denken aan!
Het leek wel te regenen
De hele dag heb ik in plensbuien gelopen vandaag. Hele forse buien, mag ik wel zeggen. Die duurden dan zo’n minuut of twintig en dan klaarde het een beetje op en dacht ik: “Ziedaar, het wordt droog”, maar dan kwam de volgende bui er al weer aan. Ik heb besloten dat ik, als het zo regent, niet meer door het bos ga lopen, maar een verharde weg neem. Ik heb vandaag over een stukje door het bos, dat je in een half uur kan lopen, twee uur gedaan omdat je niet vooruitkomt gewoon en dat is geen doen. St Jacob moet dan maar denken wat hij wil.
Ik moet zeggen dat ik tot nu toe deze route de minst leuke vind van de routes die ik gelopen heb. Er is onderweg niet zoveel te bekijken of te beleven, restaurantjes zijn dun gezaaid (dat is erger) en er zijn ook niet zoveel plaatsen om te overnachten. Aan de andere kant is het wel lekker rustig natuurlijk. Als je nu denkt dat ik het dit keer minder leuk vind, dat is absoluut niet het geval, ik vind het ook dit keer weer geweldig. En ik merk dat ik door mijn ervaringen van vorige jaren wel veel makkelijker ben geworden. Ik wind me niet meer op over het feit waar ik moet slapen bijvoorbeeld, er komt wel iets… Als ik verkeerd loop, word ik daar ook niet zenuwachtig van, het komt wel weer goed.
Het enige caféetje dat ik tegenkwam was toen ik al bijna bij mijn bestemming voor vandaag, St. Saud-la Coussière, was. Daar hoorde ik dat de groep van tien mensen, die voor me loopt, tien minuten geleden waren gepasseerd, dus die heb ik bijna ingehaald.
Ik ben nu weer in een Bed & Breakfast. Gîtes d’ étappe zijn hier niet en ik kan met mijn gastvrouw meerijden naar het dorp om te eten en dan loop ik weer terug.
Mijn voeten voelen prima, maar toen ik net mijn schoenen uittrok, schrok ik wel zoals mijn voet eruitzag. Echter, na grondige inspectie en enig wrijven bleek, dat mijn sok of iets in mijn schoen gigantisch heeft afgegeven, want mijn voet werd weer een ‘beauty’. Zo willen we het ook hebben.
Brabantse Theo, hartelijk dank voor het adres, ik kom er inderdaad langs en dan is dat erg handig.
Volgens de weerberichten is het morgenochtend nog regenen geblazen, maar wie dan leeft, wie dan zorgt.
Majeur étranger
Het was gisteravond nog heel lang erg gezellig in het café van het hotel. Het hele dorp liep in en uit voor een borrel en een praatje, terwijl ik zat te eten. En er werd goedkeurend geknikt, want ik at tenminste gewoon Frans, heel wat beter dan wat de Hollanders op de camping doen, want die kopen nooit iets in het dorp, dus wat die eten, kan nooit veel soeps zijn. Enkele borrels later was ik zelfs de ‘majeur étranger’, die ze ooit ontmoet hadden! Nou jullie weer.
Maar ja, na de gezellige avond breekt de volgende morgen aan en moet er weer gelopen worden. En heet dat het vandaag was, niet te geloven. Volgens het weerbericht van vandaag zou het hier van 29 tot 36 graden worden. Nou, ik liep vast en zeker in die 36 graden. Ik kwam vandaag voor het eerst zelfs twee mensen tegen, die ook de route liepen, maar dan in omgekeerde richting. Dus dat was een eenmalige ontmoeting. Ik vind het niet erg dat er weinig mensen zijn, ik vermaak me wel, lekker lopen…..
Ik heb weer mijn met liefde gebakken pannenkoeken gegeten en nou heb ik er nog eentje. Onderweg kwam ik in een café waar een Engelsman de scepter zwaait, die vol bewondering was voor mijn geloop. “Ik loop alleen achter de bar”, zei hij.
Nou, na zoveel bewondering en met deze hitte kon ik het me wel veroorloven de route van vandaag enigszins te bekorten, vond ik. Dus ik was goed op tijd bij een hotel in Chateau-de-Brie, maar daar bleken de kamers € 125 per nacht te kosten. Het Chinese meisje, dat in het restaurant werkte, was zo vriendelijk om voor me te bellen naar een bed-en-breakfast en daar kon ik terecht. Wel nog 2,5 km lopen, maar dat was geen probleem. Maar ja, ik had geen rekening gehouden met St. Jacob, die kennelijk niet tevreden was over het feit dat ik de wandeling had ingekort, want ik liep verkeerd en zo liet hij me nog 7,5 km lopen in plaats van die 2,5.
Toen ik er bijna was, kwam er een C4 Picasso aan met mijn Engelse gastvrouw die me kwam zoeken. Maar kijk, ik wil natuurlijk niet dat jullie straks op de GPS zien, dat ik met vreemde vrouwen comfortabel in een auto zit, dus heb ik het laatste stukje ook maar gelopen. In totaal heb ik vandaag ruim 30 km gelopen, maar nog geen enkele blaar!
In de streek, waar ik nu ben, wonen meer Engelsen dan Fransen en alles staat ook in het Engels aangegeven. Mijn gastvrouw en gastheer zijn ook Engels en hebben dit huis gekocht, omdat er een landingsbaan bij is!
Ze moesten vanavond weg en hebben mij naar het restaurant met het Chinese meisje gebracht. Dus daar heb ik gegeten met een lekkere banana split toe en het Chinese meisje en ik zijn nu dikke vrienden, want zij was aan haar rug geopereerd en ik ook. Het eindigde ermee dat ze de plaats liet zien, waar ze geopereerd was. Ik heb maar niet hetzelfde gedaan.
Daarna ben ik dus weer 2,5 km terug gekuierd en, geloof het of niet, het was best lekker. Het rommelt hier nu aan alle kanten en er is slecht weer voorspeld, maar ik ben nu binnen en morgen zien we verder. In ieder geval gaat het afkoelen!
Pannenkoeken
Dat liep gisteravond dus weer anders dan gedacht. Ik ging een hamer lenen bij mijn Hollandse buren, maar dat ging natuurlijk niet zomaar. Ik moest een praatje maken, en nog een praatje en toen moest ik blijven eten en werden er pannenkoeken voor me gebakken. Het was reuze gezellig. Ik kreeg ook nog een stapel mee voor vandaag onderweg.
Die kwamen goed van pas, want ook vandaag was er onderweg niets of niemand te bekennen. Dat is heel dubbel: aan de ene kant is het wat saai, aan de andere kant heerlijk rustig. En het zal heus wel drukker worden later op de route.
Vanmorgen was het ideaal wandelweer: de temperatuur precies goed en een mooie route. Tussen de middag heb ik in het bos lekker mijn pannenkoeken op zitten peuzelen en heb er nu nog twee over voor morgen ook.
Daarna werd het steeds warmer. Ik kwam een boer tegen, die in het bos siësta zat te houden, maar vertelde dat hij daar eigenlijk helemaal geen tijd voor had, want volgens de weersvoorspellingen komen er morgen en overmorgen zware onweersbuien. “Dan zal het met de warmte wel afgelopen zijn”, zei hij. Eigenlijk is het niet eens zo erg warm, ik schat tussen de 25 en 30 graden, maar als je loopt is het al gauw zweten geblazen. Ik heb een zwart T-shirt aan, dat dus in de loop van de wandeling steeds meer grijze plekken van opgedroogd zweet gaat vertonen. Als ik dan weer in de bewoonde wereld kom, kijken mensen eerst naar mijn T-shirt en dan pas naar mij. Misschien valt het dan toch nog mee, want ik word steeds hartelijk in mijn onderkomen ontvangen.
Aangezien alle haringen van mijn tent gisteren krom geworden zijn, kon ik vandaag niet kamperen. Dit is natuurlijk een onzinsmoes, de waarheid is dat hier alleen een natuurcamping is met weinig comfort. Aangezien ik geen zin had in een koude douche en ik toevallig na 20 km langs een hotelletje in St. Laurent-sur-Gorre kwam, de plaats waar ik ook wilde overnachten, ben ik maar voor de verleiding bezweken. Ik zit nu aan de pils in een hotel, zoals je dat vaak in Frankrijk vindt: een dorpje van niets, en dan een hotel met kamers zo groot, dat die van het Novotel erin kunnen ronddraaien. Airco is er niet, maar is ook niet nodig, want de muren zijn zo dik dat het er lekker koel is.
Volgens de mensen hier is het nu een rustige tijd wat pelgrims betreft. De stroom begint hier in april-mei en stopt dan half juni. Dan vinden mensen het kennelijk te warm om te lopen, want eind augustus komt dan de stroom voor de tweede keer op gang. Ik ben dus een van de laatsten in dit seizoen wat wel het grote voordeel heeft dat er overal een plaatsje is voor een arme pelgrim als ik!
