2009: Camino Primitivo

Heel erg zwaar

Het was vandaag heel erg zwaar. Deze route is veel zwaarder dan ik gedacht had. Om jullie een idee te geven: ik heb vandaag 3066 meter geklommen en 75 meter gedaald en mijn gemiddelde snelheid was ….. 2 km per uur! Het is niet alleen dat het alsmaar op en neer gaat, maar de route bestaat uit bergpaden met allemaal losse keien, zodat je ook niet echt makkelijk loopt. Soms moet je met je kont op een steen gaan zitten en je er dan maar af laten glijden.
Vanmorgen vond ik het geweldig: een prachtige omgeving, schitterende natuur, overal haviken, het was genieten.
Vanmiddag had ik spijt dat ik ooit aan dit verhaal begonnen ben en dacht ik: “Dit doe ik nooit en nooit meer” en nu denk ik: “Ik heb het toch maar gehaald”. Maar in ieder geval was ik om zes uur in mijn hotel en helemaal kapot. Ik kan me niet herinneren ooit zo moe te zijn geweest. Toen ik uiteindelijk Bigarray bereikt had, bleek het hotel ook nog 2 km buiten het dorp te liggen, dus moest ik nog 2 km, maar dat was weer over de gewone weg. En iedereen die me voorbijreed vroeg of ik mee wilde rijden of bood zelfs aan mijn rugzak te dragen, dus dat was weer heel erg aardig. Niet dat ik dat gedaan heb, maar toch.
Ik ben onderweg wel veel wandelaars tegengekomen, maar die liepen allemaal met zo’n ‘dag’-rugzak en hadden dus geen 17 kilo op hun rug.
Maar ik ben gearriveerd en zit nu lekker op het balkonnetje van mijn kamer een sigaartje te roken na het douchen, mijn wasje doen en het avondeten. En weet je welk uitzicht ik nu heb vanaf mijn balkonnetje? Op de spoorlijn, waar elk uur de trein stopt die naar Hendaye gaat! Daar moet ik ook heen….lopend…. Ja, de duivel heeft vele verleidingen….

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | 2 reacties

Berg op, berg af

Twee dingen: a) ik ben van 180 meter naar 1000 meter omhoog geklommen en vervolgens weer terug naar 180 meter en b) ik heb weer een beste slinger gemaakt.
Gisteravond heb ik kennis gemaakt met Paul uit Venlo, die met de trein is gearriveerd. Vandaag zou hij nog een vrije dag hebben en dan morgen de Pyreneeën over naar Roncevalles. Tot mijn verrassing zag ik al een bericht van hem op de website. Leuk, ik hoop dat ik hem in Santiago weerzie.
Ik stak vandaag de Pyreneeën niet over, maar loop nu in de lengterichting er doorheen. Het was boven koud en mistig, dus ik ben niet helemaal over de toppen gelopen, dan zie je niets. En wat ik vandaag gezien heb, is een droomwereld. Schitterend is het gewoon. Het is hier heel stil, je hoort geen geluiden en er zijn heel veel haviken, die zweven allemaal op de luchtstroom achter elkaar tussen de bergen door. Het is fantastisch om te zien en hier te lopen, echt waar. Ik ben een stuk of acht mensen tegengekomen, maar niemand die dezelfde richting uitloopt. Ik liep op mijn gemak, ben even gestopt om te eten en op een gegeven ogenblik dacht ik: “Hé, ik zie geen roodwitte palen meer”. Maar ja, ik zou niet weten waar ik verkeerd gelopen zou zijn, dus ik ben gewoon doorgelopen met de gedachte: “Het zal wel goed zijn”. Toen ik uiteindelijk een huis zag, dacht ik: “Toch maar even vragen”. “Nou”, zei de meneer laconiek, “loop maar door in de file, het is nog 13 km”. Dertien km? Volgens mij waren het er nog zes. Het bleek dat ik toch ergens verkeerd gelopen ben, al zou ik nog steeds niet weten waar. De meneer zei dat er ergens iets niet goed staat aangegeven waarschijnlijk, want er komt er elke dag wel één voorbij, die verkeerd gelopen is. Hij heeft me op de kaart gewezen hoe ik verder moest lopen.
Nou kan je dan wel gaan sikkeneuren dat je nog 13 km moet, terwijl je dacht dat het er maar zes waren, maar dat helpt niet veel, je zult toch moeten lopen, dus gewoon de blik op oneindig en de ene voet voor de andere gezet en tippelen maar.
Maar ja, de weg zit vol verleidingen, want op een gegeven ogenblik kwam ik bij een kruising en wist echt niet welke weg ik nu moest kiezen. Ik durfde toch niet erg het risico te nemen dat ik weer verkeerd zou lopen, want het wordt wel later en niet vroeger en om nou straks in het donker door de Pyreneeën te wandelen, leek me toch te veel van het goede. Gelukkig zag ik een eindje verderop weer een huis en dat is echt een gelukje, want er zijn hier over het algemeen heel weinig huizen. Dus ik heb de stoute schoenen die ik al aan had richting dat huis gestuurd en aangebeld. Er deed een mevrouw open met een jongetje met een woeste krullebol, maar dat kwam omdat ze net aan het harenwassen was. Ze wees me keurig welke kant ik op moest en zei toen: “Ja, ik weet het, ik mag het eigenlijk niet zeggen, want u bent een pelgrim, maar ik ga straks met de auto naar St. Etienne. Als u nou gaat lopen en ik rijd u straks ‘toevallig’ achterop en vraag of u soms mee wilt rijden, dat mag toch wel?” Nou, tegen zoveel vriendelijkheid heb je natuurlijk niets meer in te brengen en zo komt het dat ik toch nog keurig op tijd in het hotel in St. Etienne-de-Baïïgorry ben gearriveerd. Mijn aardige chauffeuse is lerares en gaat in april met een schoolklas naar Santiago. Wel met de bus, maar wie fietsen wil, mag dat. De bagage gaat dan gewoon in de bus mee.
Ik zit nu in een heel goed hotel en mocht meteen gebruik maken van de computer. Jullie zien, mijn weg is geplaveid met vriendelijke mensen.

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | 1 reactie

Het valt niet mee, zo’n vrije dag

Gisteravond waren er drie pelgrims uit Marseille: een pastoor met zijn broer en schoonzus. Dus toen hadden we een pastoor voor de pelgrimsmis en hij heeft dat ook heel goed gedaan. De schoonzus was geboren in Aix-en-Provence, dus ik vertelde dat wij daar ook gewoond hadden en dat Ernest er geboren was en ook dat hij niet meer leeft. Daar waren ze natuurlijk van onder de indruk. Vanmorgen vertrokken ze, terwijl ik aan het ontbijt zat en toen kwam de schoonzus nog even naar me toe, gaf me een dikke zoen en zei: “Ik zal aan u denken, hoor, als ik in Santiago ben”. Lief, hè? Heus, er zijn veel meer goede mensen op de wereld dan slechte, alleen vallen die minder op waarschijnlijk.
Maar verder valt het gerust nog niet mee, zo’n vrije dag. Je loopt toch een beetje met je ziel onder de arm en het idee dat je eigenlijk zou moeten lopen. Maar goed, ik heb van de gelegenheid gebruik gemaakt en eens uitgebreid gegeten tussen de middag op een terras aan het water bij de brug. Daar keken heel wat toeristen jaloers naar me. En het waren er weer heel wat vandaag, het was weer erg druk. Trouwens, ook de gîte zit weer propvol met pelgrims. Er kwam een stel aan dat van Hendaye naar St. Jean-Pied-de-Port gelopen was, dus de omgekeerde route van wat ik ga doen. Zij vertelden dat het af en toe een heftige route was, maar nergens gevaarlijk. Ik ben benieuwd. Ik kreeg van hen ook een paar adressen, dus ik heb vast voor de eerste twee nachten een kamer geboekt. Dan is Geer ook weer geruster, want die maakt zich zorgen of ik wel onderdak heb.
Gery meldde dat ze me miste, dus ik kreeg een aanval van medelijden met haar en dacht: “Ze zit daar maar alleen, ik stop er mee”, dus ik stuurde haar een sms-je dat het genoeg was. Maar ja, toen hing ze onmiddellijk aan de telefoon met de vraag of ik helemaal gek geworden was. Dat ze niet voor Piet Snot de hele tuin aan het wieden was met het zweet in de nek, want als ik nu naar huis kwam, had ze dat voor niks gedaan, want dan had ze net zo goed kunnen wachten totdat ik het deed. Nou ja, tegen zulke vrouwenargumenten kan ik niet op. Ik heb het trouwens ook geweldig naar mijn zin, ook dit keer weer. Dus ik ga morgen gewoon weer verder op mijn pad.
Na het eten heb ik een siësta gehouden, dat is wel het voordeel van een vrije dag, en daarna heb ik op een muurtje bij de Bastille een sigaartje gerookt. Terwijl ik daar mee bezig was, landde er een helicopter op het rugbyveld om een patient op te halen, die daar in een ambulance stond (of waarschijnlijk lag) te wachten. Het duurde lang voor de helicopter weer opsteeg en meestal is dat niet zo’n goed teken. Nu is het hier wel veel gebruikelijker dat een helicopter uitrukt om een patient op te halen, want het dichtstbijzijnde ziekenhuis is ruim 50 km verderop.
Nu keer ik zo langzamerhand terug naar de gîte, want het borreluur is aangebroken. Dan drinken we met zijn allen een borrel en vertelt iedereen waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat. Nu zullen jullie zeggen: “Nou, heen gaat? Naar Santiago de Compostela natuurlijk”, maar dat is niet waar, lang niet iedereen loopt door naar Santiago. Er zijn er veel die bijvoorbeeld tot Leon lopen of Burgos, omdat ze niet langer vakantie hebben. Hier in de gîte is een mevrouw die uit Toulouse is komen lopen en nu nog drie weken hospitaliseert in de gîte, dus voor ons zorgt en goed ook, en dan weer naar huis gaat.
Ik zag dat het er weer picobello uitziet op de website en ik zit er zo op. Hoe het de komende dagen gaat, of ik gelegenheid heb om mijn routekaartjes op de site te zetten, weet ik niet, want PC’ s zijn vast niet dik gezaaid op de GR 10.
O ja, ik ben vandaag ook naar het postkantoor geweest, er lag een kaart van Gery voor me die ze vorige week maandag pas gepost had, dus die was er snel. Ik moest trouwens voor de poste restante € 0,47 betalen, omdat ze zo netjes erop gepast hadden. Nou, dat bedrag is wel om overheen te komen en het is wel gezellig om post te krijgen. O ja, ik kreeg een sms-je van Jan de Wit uit Schagen, met wie ik in 2006 een stuk heb gelopen. Die bevindt zich op de GR 5 naar Nice. Ja jongens, als je er eenmaal van hebt geproefd….
Mijn vrije dag is bijna weer voorbij, dus morgen… en avant!

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | 3 reacties

Bienvenu Theo

Eerst nog even vertellen wat ik gisteravond nou weer heb meegemaakt. Wat is het toch een heerlijk land. Tijdens het eten hoorden we dat er om negen uur nog een concert zou zijn in de kerk met een koor uit de Béarn in kostuum en zo. Dat leek ons wel aardig, dus snel afeten en zorgen op tijd in de kerk te zijn. We waren er keurig om negen uur, de deuren waren open en het licht brandde, maar een koor???? Jawel, dat was er wel, maar dat was aan de overkant van de weg nog gezellig aan het barbecuen! En geloof het of niet, maar wij hebben met zijn allen in de kerk braaf naar het altaar zitten staren tot tien over half tien en toen was het koor uitgegeten en klaar voor het grote gebeuren. Ze waren heel blij als koor uit de Béarn in Baskenland te mogen zingen, want het schijnt tussen die twee streken niet zo erg te boteren. Nou, daar hebben we gisteravond dus niets van gemerkt. Ik kan zo genieten van dit soort zaken, heerlijk gewoon.
Het was vandaag de hele dag bewolkt en fris. Dat wil zeggen, eigenlijk vind ik het te koud om zonder jack te lopen, maar aangezien niemand zijn jas aan heeft, doe ik het maar niet.

Esprit-du-Chemin-web Maar enfin, ik werkte mij snel door de kilometers heen en streek neer in een warme stal in de vorm van de gîte ‘L’ Esprit du Chemin’, waar ik gereserveerd had. Het warme welkom bleek ook uit het briefje dat ik op mijn bed vond: ‘Bienvenu Theo!’ in het Frans en in het Baskisch ‘Girgie Etonie!’ Leuk, hè? De gîte is sinds de vorige keer opgeknapt en erg mooi geworden. Er is ook een stiltecentrum achterin de tuin gekomen, maar eerlijk gezegd ben ik zelf meer gebaat bij de centrifuge die er ook is. Zo is er dus voor ieder wat hij nodig vindt of graag wil. Er schijnt hier ook een zekere Wim te zijn, die vanuit Eindhoven is komen lopen, dus die zal ik vanavond wel bij het eten zien, denk ik.
Verder ben ik het stadje ingegaan en heb op het pelgrimsbureau een nieuwe credencial gekocht. De mijne is nog wel niet vol, maar ik haal het niet met één en dan vind ik het wel leuk om een nieuwe in gebruik te nemen als ik in Spanje ben. Op het pelgrimsbureau heb ik meteen gevraagd om informatie over de GR 10 van St. Jean Pied de Port naar Hendaye, omdat ik die wil gaan volgen. Ja, die konden ze me niet geven, aangezien het geen officiële pelgrimsroute is. Ik moest maar naar het Office de Tourisme gaan. Dus op naar het Office de Tourisme, maar ja, daar mochten ze het niet verkopen, ik moest maar naar de boekwinkel gaan. Dat is ook Frankrijk. Bij de boekhandel vond ik gelukkig wat ik zocht en ik ben nu in het bezit van een mooie gids van Hendaye naar St. Jean en die ga ik dus in omgekeerde richting lopen.
Ik ben ook in het internetcafé geweest en kwam wel op de website, maar zag alleen het bovenste plaatje en na heel lange tijd verscheen mijn fotootje ook nog, maar verder kwam ik niet, dus ik ben er maar mee opgehouden. Ik heb mij uiteraard beklaagd bij het thuisfront, maar Marnix en Gery waren bezig om de routekaartjes op een andere plaats te zetten, omdat de website zo traag wordt. Ze waren er druk mee, ik zie volgend keer wel of het beter gaat. Nu ga ik de stad niet meer in, want wat is het er ontzettend, walgelijk druk, je kunt over de hoofden lopen. Allemaal toeristen! ‘Je ken der niks van zeggen’, maar eigenlijk….. ‘het most niet maggen’!

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | 1 reactie

Brr ….. koud

Het is hier koud, althans dat vind ik en met mij hier velen. Het is hier nu maar 18 of 19 graden en dat terwijl we 30 gewend zijn. Het moest niet mogen. Maar gelukkig was het vandaag wel droog. Ik ben om kwart voor zeven opgestaan, heb op mijn dooie gemak mijn rugzak ingepakt, ontbeten, naar de bakker en met stokbrood in de rugzak weer op weg. De route begon tamelijk vlak en onderweg kreeg ik een praatje met een meneer die het gras in zijn tuin stond op te ruimen. Hij bleek fysiotherapeut geweest te zijn, dus we kregen een interessant ‘kwalen’-gesprek. Ik vertelde van mijn hernia’s en dat je, als je dan zo op bed ligt, het gevoel hebt nooit meer te kunnen lopen. Hij zei dat het voor alle partijen een grote overwinning was op het moment dat iemand weer kan gaan staan. En toen ik zei, dat ik soms in een gîte sliep, maar ook soms in een hotel, omdat ik nou ook weer niet echt een lijdende pelgrim ben, sprak hij wijsgerig: “Meneer, een mens is niet gemaakt om te lijden”. Ik bedoel maar, ik ben niet de enige die dit denkt. Overigens had hij wel lekker aan het lijden verdiend, want hij had een kolossaal huis met een nog grotere tuin.
Na een uurtje kwam ik op het punt, Gibraltar geheten, waar drie routes samenkomen en dan wordt het één route naar Ostabat. Daar stond het Bourgondische meisje, met wie ik gisteravond gegeten heb, te praten met het Oostenrijkse echtpaar, Adolf en Hildegard. We hebben foto’s en films van elkaar gemaakt. Ik zei dat Oostenrijkers horen te zingen en dan met hun handen op hun dijen horen te kletsen. En toen hebben zij voor mij een berglied gezongen, geweldig leuk.
Vervolgens liep het pad knap steil omhoog en ontmoette ik twee Nederlandse meiden die op de fiets onderweg naar St. Jean Pied de Port waren. Een beetje het type ‘hockeymeiden die iets origineels willen doen’, maar heel erg aardig. Dankzij mijn GPS kon ik hen precies vertellen hoe hoog we zaten en zij vonden het ‘gaaf’ en begonnen meteen vaktaal uit te slaan en vragen te stellen waarop ik het antwoord niet wist natuurlijk. De generatiekloof dus.
Halverwege de bergbeklimming liep ik Adolf en Hildegard weer achterop, want die zaten te rusten. Zij hadden ineens het ‘Gipfel’-gevoel gekregen, hoewel we echt nog niet aan de top waren beland. Maar ja, als je dat gevoel krijgt, hoor je schnaps te gaan drinken, dus dat deden ze. Toen moest ik van hen dat ‘Gipfel’-gevoel ook meevieren en uiteraard ook met schnaps. Zo kwam het dat ik verder als een turbo naar de top liep en vervolgens afdaalde naar Ostobat, waar ik al om twaalf uur was. Het café waar ik de vorige keer geslapen heb zat vol schone dames en er was dus geen plek meer voor een ouwe kerel. Maar geen nood, ik werd naar de buurvrouw gestuurd, maar moest beloven wel in het café te komen eten. Dus ik begeef mij naar de buurvrouw, althans naar de poort van haar boerderij, waar ik netjes aanklopte, terwijl de mevrouw van het café op honderd meter afstand toekeek. Helaas, volgens Geer is het “Wie klopt in geloof ziet de deur voor zich opengedaan”, maar dat kwam mooi niet uit, de poort bleef dicht. Mevrouw riep vervolgens vanaf afstand dat ik moest schudden aan de poort. Dat deed ik, heel het stadje schudde op zijn grondvesten, maar zie, de poort ging open en ik was van harte welkom. Ik heb nu een giga appartement voor mezelf voor € 15.
En voor morgen heb ik al een slaapplaats gereserveerd in ‘L’ Esprit du Chemin’, de gîte in St. Jean Pied de Port. Misschien blijf ik daar wel een dagje. Ik had vandaag eigenlijk wel door kunnen lopen naar St. Jean ook, maar dan ga ik te hard. En haast is uit den boze voor een pelgrim.

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | 1 reactie

O, die routekaartjes

Eerst even mijn gram kwijt: ik word zot van die PC’s en het mislukt iedere keer om mijn routekaartjes erop te zetten. Ik loop me rot om ergens op tijd te zijn en neem bijvoorbeeld vandaag: in de gîte in St. Palais, waar ik nu ben, hebben ze een PC, waarop ik wel de website kan zien, maar het lukt me niet om mijn kaartje te uploaden. Goed, dus ik ren naar de mediatheek hier…..is dicht. Morgen schijnt er bij de bakker in Ostabat een PC te zijn die het goed doet. Daar wil ik het nog één keer proberen en als dat ook niet lukt, kunnen jullie verder naar de kaartjes fluiten. Zo, jullie zien dat ik aardig losbollig en vrijgevochten begin te worden, plichten en zo….weg ermee!
Hoe gaat het verder met pelgrim Theo na deze ontboezeming? Nou, ik mag wel zeggen: uitstekend! Alleen begon het vanmorgen om half acht, toen ik in een barretje mijn ontbijt ging scoren, te regenen en dat heeft het gedaan tot elf uur. Dus toen waren we goed nat met zijn allen. Want je loopt wel alleen, maar komt elkaar toch steeds weer ergens tegen, onderweg of in een gîte. Ze noemen mij de ‘doyen’ van de camino, een soort nestor of oudste of hoe je het ook vertaalt. Dat komt niet omdat ik zo wijs ben of zo, maar omdat ik anderen wijs hoe ze niet door het bos hoeven lopen om toch op de plaats van bestemming te komen en als het nat weer is, heeft dat aftrek, want dan word je erg nat als je door de bossen loopt.
Ik passeerde op een gegeven moment het Oostenrijkse echtpaar en vertelde hen dat er twee mogelijkheden waren: een weg die niet door het bos ging, en nog een andere die korter was. Ja, toen kregen ze problemen, want de één wilde de ene weg en de ander de andere natuurlijk, zo gaat dat in een goed huwelijk. Dus ze zeiden dat ik er nu getuige van was dat hun wegen uit elkaar liepen en vervolgens ging ieder zijns weegs. Na een kilometer of acht komen die wegen toch weer bij elkaar en toen zat mevrouw heel trots al op een muurtje op ons te wachten. Haar weg was dus korter!
Ik ben de laatste kilometers over de gewone weg gaan lopen, maar dat doe ik niet meer, want er was me een verkeer, niet normaal, en hard rijden, verschrikkelijk, je vreest voor je leven. Dan maar liever een stukje omlopen.
Mijn allergie is bijna over, ik heb geen jeuk meer, alleen ziet het er nog niet fraai uit. Er is vandaag trouwens ook geen zon meer geweest, na elf uur bewolkt met een temperatuur van ongeveer 22 graden. Prima wandelweer.
Ik zit nu in een gîte in een voormalig klooster, waar Belgen de scepter zwaaien. Elke avond om kwart voor zeven geven ze een familieconcert, dus daar ga ik straks zeker heen. St. Palais is een leuk stadje. Ik heb er net shampoo en wasmiddel gekocht, want die heb ik in Navarrenx laten liggen. Dat is wel leuk, want dan zeg ik dat ik iets moet hebben dat klein, sterk en goedkoop is en dan gaat iedereen voor me aan de gang. Dus heb ik nu wasmiddel in een tube, want ‘die wordt steeds kleiner’. Slim gevonden.
Vandaag heb ik ruim 26 km gelopen, morgen ga ik naar Ostabat. Daar schijnt het weer groot feest te zijn, dus ik ben benieuwd.

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | Een reactie plaatsen

Navarrenx

Het ging vandaag uitstekend, het was excellent weer om te lopen, niet te warm, niet te koud en droog. Morgen wordt er regen voorspeld, maar dat zien we dan wel weer.
Ik zit nu in dezelfde gîte als de vorige keer en hij zit barstensvol met Fransen, Zwitsers, Oostenrijkers en mijn persoontje. En ik heb weer zoveel plezier gehad, ‘t was weer een toneelstuk. Een Fransman had zijn was in de wasmachine gestopt, maar toen hij die er weer uit wilde halen, ging de deur van de wasmachine niet meer open. Nou, toen had je hem moeten zien, hij haalde alles uit de kast, sloeg als een wilde op de wasmachine, draaide woest aan alle knoppen, sprong op en neer, rende heen en weer, precies zo druk als Louis de Funès. Ik stond ondertussen gewoon mijn wasje met de hand te doen. Toen hij weer wegrende om een nieuwe penning te halen om erin te gooien dan maar, dacht ik: “Dat ding moet toch gewoon opengaan”, dus ik zette de programmaknop op nul en….geruisloos ging de deur open. Toen had je hem moeten zien, hij keek naar me of ik acuut heilig geworden was en de wederopstanding zelve. Nou, die heeft een wondertje beleefd en ik heb daarvoor mogen zorgen.
Ik ben naar de dienst geweest, samen met nog een paar anderen. De pastoor zelf was er niet, maar dat is ook geen wonder, want die moet in totaal vierentachtig kerken bedienen, dus die heeft wel iets te doen. Na de dienst kregen we een borreltje aangeboden in de presbytère. Door ‘iemand’ was een vage afspraak gemaakt dat ‘iemand’ ons op zou komen halen om naar een restaurant te gaan. Die ‘iemand’ was op dat moment aan het jeu-de-boulen of zoiets, maar toen een van de zusters hem ging halen, was hij er niet meer. Wij braaf wachten met zijn drieën; de andere twee keken of ze er zeker van waren dat alles in orde kwam, maar ik had zo mijn twijfels. Na een tijdje kreeg die ‘iemand’ een naam: het bleek dat we op zoek moesten naar ene Jean-Pierre die ‘ergens’ aan het honkballen was of ‘zoiets’. Uiteindelijk vonden we hem, maar hij was zo verschrikkelijk dronken, dat we het zelfs niet aandurfden die ene kilometer naar het restaurant met hem mee te rijden. Dus de hele escapade was voor niets, want uiteindelijk zijn we naar een restaurant vlakbij gegaan.
Daar was het ook niet alles. Het eten was goed, maar ik wilde een ‘gâteau basque’ als toetje hebben. Volgens mij hoefden ze alleen maar een stuk taart op een bordje te leggen, maar na drie kwartier was er nog steeds geen toetje. Toen heb ik daar maar van afgezien en we hebben ook maar geen koffie genomen. Anders wordt het veel te laat en lopen we kans de gîte op slot te vinden.
Het is trouwens groot feest hier in Navarrenx en op dit moment zit de hele hoofdstraat vol met mensen aan tafels, die bezig zijn om de stier op te eten die vorige week in Orthez is gedood.
Heerlijk land!!

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | 1 reactie

Bloedheet

zweten-web

Om half acht ben ik vertrokken in de nevel en dat duurde zo tot half twaalf ongeveer en daarna werd het bloedverzengend heet, ruim 32 graden. Ik heb dus rustig gelopen. In het begin was het verschrikkelijk klimmen en dalen, dus dan doe je vanzelf rustig aan. Bovendien kwam ik een boer tegen, die me een ‘tussenweggetje’ wees en dit keer vond Jacobus dat ook prima, want ik verdwaalde niet en kwam weer keurig op de route terecht. Dat scheelde me 3 km.
Maar ja, er moest natuurlijk toch een ontbering zijn, Corrie, daar heb je gelijk in. Ik was van plan om dit keer tussen de middag een lekkere omelet te eten in een bar die ik me van de vorige keer herinnerde, maar die was wegens vakantie gesloten. Hersenen zijn trouwens toch rare dingen, want ik herinner me wel dit barretje en als ik in dorpjes kom, herinner ik me die weer, maar van de route onderweg herinner ik me vrijwel niets, die lijkt gewoon weer nieuw. Maar goed, meestal eet ik tussen de middag bijna niets, dus zo’n ramp was het nu ook weer niet.
Om drie uur was ik bij de gîte in Arthez-de-Béarn, waar een briefje op de deur zat met een telefoonnummmer dat ik moest bellen. Dat deed ik netjes, maar kreeg te horen dat ik me maar lekker moest installeren en doen waar ik zin in had, er zou later wel iemand komen. Dus ik heb mijn tukje gedaan, mijn wasje en mijn douche. Toen verscheen er nog een wandelaar met een hele open voetzool. Die heb ik geholpen met verbinden. Ik ben blij dat mijn voeten het zo goed doen: ik heb geen blaar gezien nog.
Na een poosje kwamen er nog twee Zwitsers en nu zijn we met zijn vieren. Misschien loopt de gîte nog verder vol, maar onderweg heb ik weer geen pelgrim gezien. Verbazingwekkend is het en blijft het dat er zo weinig pelgrims zijn, terwijl deze route vorige keer toch veel drukker was. Misschien wachten ze allemaal tot volgend jaar, als het weer een heilig jaar is?
Er is hier wel een internetcafé, maar dat is helaas om twee uur dichtgegaan.

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | 1 reactie

Iets meer dan soep

Nou, het was wel iets meer dan een pan soep gisteravond. We werden met zijn allen aan het werk gezet. De Franse huisvader en ik moesten de aardappelen schillen en konden zo tegelijkertijd gezellig keuvelen. Hij zit al twintig jaar in de gemeenteraad. Dat komt, omdat hij steeds weer een nieuwe wens heeft, zegt hij. En zo zie je, dat er in Frankrijk niet zoveel veranderd is. Toen we vijfentwintig jaar geleden in Le Havre woonden was het al zo dat, als je iets gedaan wilde hebben, bijvoorbeeld een goed hek om je tuin of een verhard pad naar je huis, je als een haas in de gemeenteraad moest gaan om dat voor elkaar te boksen. Daarna kan je er dan gevoeglijk weer uit, behalve natuurlijk als je nog meer wensen hebt.
Maar al met al hadden we dus een heel menu te eten met negentien man sterk. Het was oergezellig. Ik had de Belgen een beetje zitten plagen met de taal. Halverwege het eten komt ze ineens naar me toe en zegt: “Je bent toch niet echt een Fransman geworden?” Ik zei: “Nee, hoezo?” “Nou, wij eten de sla altijd bij het eten en niet daarna zoals Fransen doen”. Dat was scherp opgemerkt.
Na het eten hebben we gezamenlijk de afwas gedaan en daarna kwam er nog een gezin: man, vrouw en maar liefst negen kinderen in de leeftijd van drie tot achttien jaar. Zij mochten slapen in de kleuterklas.
Ik lag op de kamer met twee mannen en twee vrouwelijke hoogleraren, die meteen vroegen of ik snurkte. “Ja”, zei ik, maar dan moet je zeggen: “Théo, tourne” en dan houdt het op. Vanmorgen meldden ze dat ik wel gesnurkt had, maar ‘gentiment’. Ze hadden blaren en daar probeerden ze van alles aan te doen met zalfjes, compeed, gaasjes, enz. Dus ik zei dat ze ze beter met leukoplast af konden plakken als ze nog dicht waren, maar ze wisten niet hoe dat moest. En dus zat deze pelgrim vanmorgen nederig de voeten van twee hoogleraren dakpansgewijs met leukoplast af te plakken.
Ik kon vannacht niet slapen van de jeuk en zit weer onder de rode bulten en blaasjes. Eerst dacht ik aan insecten, maar ik herinner me dat ik dit twee jaar geleden ook had en dat het toen een zonne-allergie bleek te zijn. Het ziet er nu precies hetzelfde uit en ja, ik heb natuurlijk heel veel zon op mijn lijf gehad de laatste weken. Ook nu is het, na een paar dagen afkoeling, weer erg warm geworden.
Dus ik heb er vanmorgen stevig de wandelpas weer ingezet en was net voor sluitingstijd van de apotheek om half één vanmiddag in Arzacq-Arraziguet. In de pharmacie concludeerde men ook dat het door de zon kwam, maar dat het nu te laat was, ik had in april al iets moeten gaan slikken ‘ter voorkoming’. Maar gelukkig ging ik niet met lege handen de deur uit, integendeel, uiteraard vertrok ik met een indrukwekkende voorraad zalfjes en pillen. Een zalfje om erop te smeren, pillen om te zorgen dat de jeuk minder wordt, een crèmetje als bescherming tegen de zon en zelfs een hele spuitbus met een soort schuim dat ik erop moet spuiten. Ik las dat het tegen brandwonden was, dus die laat ik nog maar even zitten.
Toen had ik vanmiddag dus zeeën van tijd. En wat doe je dan? Nou, slapen, douchen, een wasje, mijn telefoon in elkaar zetten, die gevallen was en uit elkaar lag en vervolgens het dorp in op zoek naar een computer. Die was er wel, maar dateert nog uit de vijftiger jaren of zo, want het duurde wel een kwartier voor ik de website zag verschijnen. Na dit zware werk heb ik mij naar een terrasje gesleept en nu komt ‘mijn’ Franse huisvader eraan om samen met mij een pilsje te drinken. Het is onbeleefd om dat af te slaan en ik heb geleerd altijd beleefd te zijn, dus…proost en tot morgen!
O ja, mocht je een kaartje willen sturen, dan kun je dat nog poste restante naar Hendaye sturen, voor St Jean Pied de Port is het te laat, ben ik bang.

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | Een reactie plaatsen

Veel meer pelgrims

Wat is het toch leuk als je een paar talen spreekt. Gisteravond aan tafel ben ik in het Frans, Duits, Engels en Nederlands aan het koeterwalen geweest. Het hele restaurant zat vol pelgrims. En maar vertellen en ervaringen uitwisselen, leuk is dat. En dat alles onder het genoegen van een ‘menu pèlerin’: hors d’ oeuvre varié, filet de boeuf met boontjes, flan als dessert, wijn, water en koffie toe en dat alles voor € 12,50. En ik was natuurlijk toen al keurig naar de mis geweest. Daar waren ongeveer twintig mensen (dus lang niet alle pelgrims) en een heel aardige pastoor. We hebben het lied “Tous les matins….” natuurlijk weer gezongen onder begeleiding van een Duitser op de blokfluit. Verder waren er geen buitenlanders.
Er is een groep van veertien Fransen die ik voor moet zien te blijven vanwege de slaapplaats. Toen ik vanmorgen net op weg was, bleek er ineens een meer te zijn dat niet op de kaart stond. Bovendien was er een snelweg aangelegd, zodat de route in mijn gidsje totaal niet meer klopte. Dus Corrie, je kunt gerust zijn: ik snijd dan af en toe wel stukjes af, maar moet het later altijd weer terugbetalen, want ik heb me rot lopen zoeken en allerlei ommetjes gemaakt. Het lijkt het leven zelf wel weer. Je probeert wel eens iets stouts, maar wordt meestal weer teruggefloten. Ik heb trouwens vanmorgen van het hele stuk dat ik gelopen heb, niets herkend, dus misschien heb ik nu wel een heel andere route gelopen.
Enfin, na al dat gedwaal zag ik na 20 km een gîte en ik was het zat, dus daar ben ik neergestreken. En het was goed dat ik op tijd was, want nu zit de gîte helemaal propvol, sommige pelgrims moeten dus al hun tentje opzetten. Het is wel gezellig zo met iedereen. De Franse familie is er ook weer. Meneer blijkt suikerziekte te hebben, dus wordt angstwekkend in de gaten gehouden door zijn vrouw en de dochter is helemaal kapot, ze kan gewoon niet meer. Ze moet ook elke dag zo’n enorm gewicht dragen, want ze is echt erg dik, ik vind het heel stoer dat ze toch nog steeds de moed opbrengt om weer te starten. Maar ze heeft het erg zwaar, is in een week ruim 7 kg afgevallen. Dat lijkt wel fijn, maar dat is allemaal vocht en het zit er straks waarschijnlijk zo weer aan, dat is wel sneu.
De gîte wordt beheerd door Waalse Belgen en ik heb hen gezegd dat ik hen Nederlandse les zal geven vanavond, want dat is tenslotte ook hun eigen taal. Af en toe begrijpen ze wel woorden en dan roep ik al: “Zie je wel, dat het je eigen taal is?” Vanavond koken ze voor alle pelgrims een grote pan soep, want dit schone dorp, dat Miramont-Sensacq heet, bezit weliswaar één hotel en één winkel, maar die zijn op maandag allebei dicht. En uiteraard ook geen internetcafé, dus nog even geduld.
Morgen ga ik maar 14 km lopen, anders moet ik er veertig en dat is wel een beetje veel. De conclusie is wel dat ik nu drie dagen ga doen over een stuk dat ik drie jaar geleden in twee dagen heb gelopen. Ach ja, de ouderdom, hè.

Categorieën: 2009: Camino Primitivo | 1 reactie

Blog op WordPress.com.