2006: Camino Frances

Domme dingen

35,13 km – 50.183 stappen / totaal 1849,07 km – 2.661.427 stappen

Het was vandaag een pechdag, want ik heb domme dingen gedaan, terwijl ik dacht slim te zijn. Allereerst wilde de vrouw in Figeac me geen stempel geven, daar had ze geen zin in. Ik dacht: “Wat? Geen stempel?”, dus ben door blijven zeuren. Uiteindelijk heeft ze uit hufterigheid een heel groot stempel neergezet over alles heen, midden op mijn pelgrimspas. Ik kan ook een hufter zijn, dus heb ik een fooi achtergelaten van één centime.

Vervolgens ging ik op weg en zag het teken van de Grande Randonnée, maar dacht handiger te zijn en een stukje af te snijden. Dit was Jacobus niet welgevallig kennelijk, want na 7 km gelopen te hebben, stond ik weer exact op het punt van waaruit ik vertrokken was. En in plaats van de boodschap begrepen te hebben, dacht ik vanmiddag weer heel slim te zijn toen ik in de buurt van mijn overnachtingsplaats Espagnac kwam. Ik dacht namelijk: “Weet je wat? Ik loop dit bruggetje even over, dan kan ik lekker een stuk over de gewone weg lopen en hoef ik niet zo te klimmen en te klauteren”. Dat ging ook goed, maar toen kwam ik uiteraard aan de andere kant van de rivier Espagnac in. Nu zou dat geen probleem geweest zijn, want in Espagnac is natuurlijk weer een brug naar de andere kant. Alleen bleek toen dat de camping een aantal kilometers buiten het dorp lag en ongeveer op de plek waar ik zo slim overgestoken was. Dus moest ik dat eind aan de overkant van de rivier weer teruglopen en morgen weer dat stuk. Dat is dus drie keer hetzelfde stuk in plaats van één keer. Lach niet! Al met al heb ik nu dus 35 km gelopen vandaag en dat was niet nodig geweest. Nu gaan jullie natuurlijk zeggen dat een pelgrim ook gehoorzaam moet zijn. Dat weet ik nou ook wel. Maar enfin, ik ben uiteindelijk toch op de camping beland.

Aangezien ik nu van de route afwijk omdat ik via St. Gery wil, is het nu opeens weer doodstil. Ik heb de hele dag niemand gezien of gesproken. En nu begint het ook nog verschrikkelijk te onweren, dus ik moet haastig naar mijn tentje hollen om te voorkomen dat die volloopt. Dan ben ik helemaal in de aap gelogeerd. Je ziet, Cees, ik praat niet over eten vandaag!

Categorieën: 2006: Camino Frances | 1 reactie

Die ouwe loopt wat af met zijn stokkie

28,91 km – 41.301 stappen / totaal 1813,94 km – 2.611.244 stappen

Hier weer een direct bericht van mij. Ik heb weer een computer gevonden en dan moet ik altijd even kijken natuurlijk wie er gereageerd hebben.
Ja, die ouwe loopt wat af met zijn stokkie, want ik zag vandaag dat het nog 1293 km is, dus ik ben ruim over de helft. Mede dankzij mijn stok, of liever gezegd mijn staf. Voor het geval jullie de illusie hebben dat ik een prachtige stok bezit, laat ik jullie dan even uit de droom helpen: het is gewoon een stok uit het bos, een beetje knoestig en niet helemaal recht en hij is groter dan ik zelf ben. Mijn medepelgrims vragen waarom ik geen ‘echte’ stok koop, maar daar is geen denken aan, deze heb ik gekregen en ik ben eraan gehecht geraakt.
Nou, ik kan tegen verstokte socialisten zeggen dat zelfs voor hen deze pelgrimage een waar genoegen zou zijn. Als ze de moed hebben natuurlijk. Want alhoewel het misschien lijkt alsof hier allemaal kwezeltjes rondlopen: niets is minder waar. Je komt hier echt de hele wereld tegen en dat ook nog eens in alle vormen en maten. Ook de redenen waarom mensen dit doen, zijn heel verschillend, want daar wordt onderling natuurlijk wel naar geïnformeerd. Bijna iedereen begint met te zeggen dat hij of zij dit voor de lol doet, maar als je dan doorpraat, is er bijna altijd wel een andere reden op de achtergrond. Het voordeel van die praatjes hier is dat er geen risico’s aan vastzitten, want een paar dagen later kom je elkaar toch waarschijnlijk niet meer tegen. Alhoewel, kijk maar naar de verhalen, ook dat is niet zeker.

Gisteravond heb ik gegeten met een Noorse en haar dochtertje van tien jaar, die samen aan de wandel zijn. Eigenlijk zijn ze met zijn drieën, maar ze zien elkaar alleen ’s avonds. Dus vanmorgen heb ik een stuk samen gelopen met Anna, de andere Noorse met heel, heel veel energie. Zij loopt al voor de negende keer hier in de omgeving, elke vakantie een stuk. Tussen de middag heb ik weer goed gegeten en vanmiddag liep ik weer een stuk met de Amerikanen op, die ik al eerder heb ontmoet. Kortom, ik loop zelden alleen, dus weinig tijd voor inkeer en nadenken over mijn zonden. Nou hoef ik dat ook niet, want ik heb begrepen dat ik al heilig ben. Halverwege heb ik een kapelletje bekeken, gewijd aan St. Magdalena en aan de ene kant van haar stond St. Jean en aan de andere kant St. Mathieu. Ik bedoel maar. Om Gery niet jaloers te maken, probeer ik de route zo uit te stippelen dat ik ook via St. Gery ga (die plaats bestaat echt!)

Maar zonder gekheid, er moet wel elke dag iets geregeld worden: Je moet slaapplaats organiseren en je moet zorgen dat je iets te eten hebt of krijgt. En dat is niet altijd voor de hand liggend. Je was moet wel elke dag gedaan en soms is het de kunst die droog te krijgen. Kortom, ook hier gaat het leven door en komt de manna niet vanzelf uit de lucht vallen.
Blijven wel al die min of meer ‘toevallige’ ontmoetingen, die het allemaal zo leuk maken. Of dat in Spanje ook zo zal gaan, weet ik natuurlijk nog niet: ik spreek geen Spaans. Maar er zijn dan waarschijnlijk weer zoveel andere pelgrims onderweg dat ook dat geen probleem zal geven. In ieder geval iedereen bedankt voor de reacties: ik ben iedere keer weer verbaasd ze te lezen. Vandaag heb ik weer een topo-guide uit. Volgend boekje maar weer.
Iedereen de groeten vanuit Figeac en tot ziens.

Categorieën: 2006: Camino Frances | 2 reacties

Donder en bliksem

23,82 km – 34.023 stappen / totaal 1785,03 km – 2.569.943 stappen

Onweer-web

Het heeft vannacht verschrikkelijk geonweerd, er kwamen wel vier buien achter elkaar. Kortom, er was heel veel donder en bliksem en de bliksem was soms zo fel, dat het wel vijf à tien seconden gewoon dag was. Het was een verschrikkelijk kabaal, er zijn een heleboel takken afgewaaid en iedereen spreekt vandaag over het weer van vannacht. Mijn tentje bleef staan, want ik lag erin.
Nu even voor Jinze: Jawel, het is een heel goed restaurant, ik heb er gisteren voortreffelijk gegeten! Gelukkig maar, want vandaag was het minnetjes wat dat betreft.
Het eerste deel van de route was waanzinnig steil en door de regen van vannacht glibberig. Ik had het zonder mijn stok nooit gehaald, maar gelukkig had ik die, dus wat kon me deren? Mijn voeten doen het nog steeds goed en voor de ongerusten: het open plekje is alweer dicht. De campingbaas heeft me vanmorgen aangeraden een andere weg te nemen, aangezien de ‘officiële’ route onbegaanbaar is na regen. Dat was een wijze raad, die ik na het eerste stuk heb opgevolgd. Het was wel een kilometer langer, maar over goed begaanbare wegen. Alleen was er onderweg niets waar je kon eten of drinken, zodat ik het vandaag zonder lunch heb moeten doen. De regen heeft wel de hele dag gedreigd, maar het is verder droog gebleven en de temperatuur is nu zo’n 24 graden, dus heerlijk om te wandelen. En dat heb ik dan ook eigenlijk voornamelijk gedaan. Behalve een paar praatjes met mede-pelgrims waren er geen bijzondere dingen vandaag.
Om half vijf was ik in Livinhac-le Haut op de camping. Ik sta riant aan de oevers van de Lot. Gery vertelde net dat het regent. Nou, het spijt me voor jullie, maar ik lig hier nu weer met mijn matrasje in de zon. Ik kan hier vanavond eten en morgenochtend ook ontbijt krijgen, dus ik ga vandaag de deur niet meer uit.

Categorieën: 2006: Camino Frances | 3 reacties

Le chant des pèlerins

10,08 km – 14.395 stappen / totaal 1761,21 km – 2.535.920 stappen

Nou, dat was een kort wandelingetje vandaag, maar 10 km. Vannacht heeft het stevig geonweerd en toen ik vanmorgen vertrok, regende het. Het was wel lekker, want het was niet warm meer. Na tweeëneenhalf uur was ik al in Conques.

Conques-web

Conques ligt in een heel diep, klein en smal dal. Ik stond bovenop de berg en ik zag dus heel diep beneden me Conques liggen. Vanaf die hoogte zie je dan eigenlijk alleen daken en drie torens, die daar bovenuit steken. Dat was een heel erg mooi en indrukwekkend gezicht. De afdaling is heel steil, maar op die manier loop je er echt naar toe, je ziet alles steeds groter worden. Het was prachtig. En toen ik eenmaal beneden was, werd het weer mooi weer.
Ik heb mijn tentje opgezet en ben eerst eens goed gaan eten. Vanmiddag heb ik een beetje rondgelopen, heb vervolgens mijn wasje gedaan, lekker voor de tent gelegen, een beetje geslapen en een pizza gegeten. Kortom, relaxen dus. Mijn voeten zien er nog steeds heel redelijk uit, zeker als je dat vergelijkt met anderen. Jacques gaat morgen naar huis, hij kan niet meer. Dat is ook geen wonder, want als je zijn voeten ziet: een en al blaren en overal open plekken. Hij heeft drie jaar geleden het stuk in Spanje gelopen en had toen nergens last van, maar nu gaat het echt niet meer. Dat is wel erg jammer natuurlijk.

Na de pizza was het tijd voor de mis. Ik moet zeggen, dat ik daar dit keer erg van genoten heb. Er waren zo’n vijfentwintig pelgrims. We werden met zijn allen voor het altaar geroepen en moesten één voor één onze naam zeggen. Toen kregen we de zegen in het Frans en in het Duits. Iedereen kreeg vervolgens een boekje met toepasselijke teksten, ieder in zijn eigen taal. Ik kreeg dus de Nederlandse versie. Daarna moesten we gezamenlijk de ‘Chant des pèlerins’ zingen (nou ja, zingen? De anderen zongen en ik bromde mee) en dat doet je toch echt wel iets. (Voor wie het interesseert: de tekst staat op de pagina ‘Gedcihten’). Tenslotte moesten we het Salve Regina doen en daar ben ik dan eigenlijk toch net iets te protestant voor. Ze maken er een hele show van, met lichten die uit en aan gaan, enz. Maar al met al was het wel een belevenis.

Heel toepasselijk ben ik door de Rue Jacques gelopen en nu zit ik op de trappen van de kerk te wachten tot het droog is, want het hoost werkelijk uit de lucht. Een mooie gelegenheid om even te bellen, maar de andere pelgrims moeten ook even commentaar leveren en Geer de groeten doen. De Amerikaanse roept naar Gery dat ik erg vermagerd ben, wat natuurlijk onzin is, want ze heeft me nooit gekend, dus kan ze dat niet weten. Maar het tekent wel een beetje de sfeer onderling. Iedereen praat met iedereen, alle nationaliteiten vinden elkaar en dat is echt geweldig!
Genoeg geluierd, naar bed en dan morgen er weer tegenaan!

Categorieën: 2006: Camino Frances | 1 reactie

Bestaat toeval?

34,24 km – 48.917 stappen / totaal 1751,13 km – 2.521.525 stappen

33graden-web

Iedereen die graag op deze website wil zien dat ik als pelgrim moet lijden, krijgt vandaag zijn zin: het was afzien, ik weet nu wat afzien is!. Het was heel erg warm, ruim 33 graden, de weg was heel erg slecht en ik moest heel erg ver! Mijn T-shirt kon je uitwringen!
Gisteravond heb ik afscheid genomen van Jacques en Josette. Jacques en Josette namen ook afscheid van elkaar, want ieder ging langs een andere route. Bij het afscheid zei Jacques: “Ik kan het nu wel zeggen, want we zien elkaar toch nooit meer: Ik bewonder je instelling en de manier waarop je in het leven staat. Je bent de eerste Protestant die ik ontmoet heb, maar ik moet zeggen dat het aardige mensen zijn.” Mooi gezegd, hè? “Ja, zo gaat dat, je komt elkaar even tegen en daarna gaat ieder weer zijn eigen weg”, dacht ik filosofisch. Dus ik stap dapper de hele dag door, heb zelfs niets anders gegeten dan een casse-croute tussen de middag, begin al aardig in de buurt van mijn volgende stopplaats, Sénergues, te komen en wie zie ik ineens voor me uit lopen? Jawel, Jacques en Josette!! Het bleek dat de routes die Jacques en Josette afzonderlijk liepen, elkaar ergens kruisten en dat zij allebei precies op hetzelfde moment op het kruispunt kwamen. Toen besloten zij maar weer samen in een gîte te gaan. Alleen was die nog dicht en omdat ze geen zin hadden om te wachten, besloten ze maar een stukje door te lopen en kwamen zo terecht op de route die ik liep. Het is toch niet te geloven? Maar leuk was het wel. Zij wilden dat ik ook meeging naar een gîte, maar ik besloot naar de camping te gaan. Achteraf gezien was dat niet zo slim, want de camping bleek 2 km aan de andere kant van het dorp te liggen. Er is geen mogelijkheid iets te eten, dus dat betekent dat ik vanavond nog eens 2 km heen en 2 km terug moet lopen. Dan heb ik mijn portie wel gehad voor vandaag.

Daar staat tegenover dat ik morgen maar een kilometer of tien ga lopen, dan ben ik in Conques en daar wil ik de tijd voor nemen, want dat is weer een hoogtepunt op de route. In de kerk daar liggen de beenderen van Ste Foy. Het gerucht gaat dat die beenderen daar niet van origine liggen, maar op een dag, heel lang geleden, door inwoners van Conques ergens gepikt zijn, omdat daar veel geld mee te verdienen was. Ste Foy zorgde namelijk voor wonderen en wonderen zorgen voor een grote stroom mensen, dus vandaar…. Er is een legende die vertelt dat een man onderweg overvallen werd door rovers, die hem de ogen uitstaken. Hij lag daar dus hulpeloos op de weg in zijn eentje. Maar de vogels vonden zijn ogen, brachten die terug en Ste Foy genas de man. Als dat geen wonder is, weet ik het niet meer. Enfin, morgen ga ik mezelf daarvan op de hoogte stellen en misschien de mis wel bijwonen.

Categorieën: 2006: Camino Frances | 1 reactie

23-6-2006: Het thuisfront

Jawel, barst maar los, ik weet het: er heeft twee dagen niets op de website gestaan. Maar ik kon het niet helpen. Eergisteren was ik met Marnix naar Brasschaat en te middernacht thuis. Dus vermoeid ging ik naar bed en dacht: “Ik doe morgenochtend de website wel”. Maar ja, je weet hoe dat gaat, het werd middag en toen werd het een uur of vier en kreeg ik een sms-je van Theo dat hij gearriveerd was, dus dacht ik: “Dan zet ik vandaag er ook meteen bij.” Helaas bleek toen de website ‘down’ te zijn (ik hanteer tegenwoordig vakjargon, merken jullie wel) en toen ging het niet en kon ik Theo niet eens de commentaren voorlezen, wat ik altijd trouw doe als hij zelf niet heeft kunnen kijken. Hans en Janneke, wat een mooi gedichtje hebben jullie ingebracht, ik zet het straks ook even op de gedichtenpagina.

Wie niet van België houdt, moet maar niet verder lezen, want ik ga nu een lofzang afsteken op de Belgen (en dit is geen mop!). Marnix had woensdagavond om kwart voor acht een afspraak en toen we aankwamen, waren veel dokters nog gewoon aan het werk en zaten er nog veel mensen te wachten. Met je Hollandse inslag denk je dan toch in eerste instantie, dat het druk is op de EHBO. Het is een mooi ziekenhuis, vrij nieuw en het heeft een vriendelijke uitstraling. In de wachtkamer hangt een bordje, waarop staat dat het ereloon contant moet worden betaald bij de raadpleging. En laten we eerlijk zijn, dat klinkt veel vriendelijker dan ‘het honorarium van het consult’. Maar ja, van vriendelijkheid alleen wordt je rug niet beter natuurlijk. Maar goed, de neuro-chirurg bekeek de gegevens van de MRI-scan, onderzocht Marnix en zei toen: “Moet je luisteren, er is degeneratie van de onderste werveltussenschijf en bij de andere zit een grote hernia. Waarom ben je niet geopereerd?” “Omdat ik geen gevoelloze benen heb”, zei Marnix kort en krachtig, waarop de dokter zei: “Het is niet logisch om je met zo’n grote hernia te laten lopen. We gaan een microscopische ingreep bij je doen. Ik zeg er eerlijk bij, dat je daarna misschien nog niet helemaal tevreden bent, maar het wordt wel een heel stuk beter”. Dus ik vroeg: “Maar stel, dat hij nog niet helemaal tevreden is, kan er dan nog iets gebeuren of moet hij er maar mee leven?” “Absoluut niet”, was het antwoord, “we hebben nog een groot aantal mogelijkheden.” Kijk, dat geeft de burger moed. Vervolgens pakte de arts een kantooragenda van zijn bureau, bladerde erin en zei: “4 juli, lijkt je dat wat? Prima, om tien uur nuchter aanwezig zijn. Van tevoren nog wel even een CT-scan laten maken, maar dat kan tot de dag ervoor”. En toen moest Marnix dus contant het ‘ereloon’ betalen en dat bleek zegge en schrijve € 20 te zijn. Dus wij opgelucht naar huis en Marnix vooral heel erg blij dat er nu iets gaat gebeuren en hij niet uitzichtloos op de bank ligt. Onderweg naar huis bespraken wij dat het heel handig zou zijn als de scan inderdaad de dag tevoren gemaakt zou worden, want dan nemen we een hotelletje voor die nacht en hoeven we de andere morgen niet in de file te staan en bij nacht en ontij weg. Gekscherend zei ik: “En dan graag om een uur of twee, dan omzeilen we de file.” Goed, Marnix belde de volgende dag, kreeg een datum op en zei: “Ja, dat kan wel, maar eigenlijk zou ik heel graag op 3 juli komen!” Het antwoord: “Natuurlijk, welke tijd schikt u het beste?” Hij viel zowat van zijn stoel. Zo kan het dus ook!!! Waarom kan dat in Nederland niet zo dan? Waarom moet je hier bijna op je knieën gaan liggen om geholpen te worden? Marnix en ik kwamen er niet over uitgepraat hoe vriendelijk en efficiënt het er toegaat en hoe wij er eigenlijk niet meer aan gewend zijn door artsen als mens gezien te worden, terwijl dat toch normaal is.
Marnix’ operatie valt precies in de week die ik gereserveerd had om naar Theo te gaan. Dat is jammer, maar wat het zwaarst is, moet het zwaarst wegen en ik wil logischerwijze graag wat in de buurt blijven. Dus Theo moet nog maar een weekje wachten en ik heb zo’n idee, dat hij het zonder mij ook uitstekend naar zijn zin heeft en nog niet van heimwee omkomt!

Categorieën: 2006: Camino Frances | 3 reacties

Helemaal vanaf Amsterdam

23,19 km – 33.130 stappen / totaal 1716,89 km – 2.472.608 stappen

Het was een mooie tocht vandaag, maar wel een heel moeilijke. Ik heb heel wat steile hellingen moeten nemen en moeilijke afdalingen moeten doorstaan. De wegen zijn nog steeds slecht en er zijn heel veel rollende stenen, dus dan is het af en toe moeilijk om je evenwicht te bewaren. Maar we hebben het weer gehaald en ik zit nu weer riant in een hotel in Estaing met een goed bed. Lekker douchen, want ik heb vandaag veel gezweten. Dan het ritueel van mijn wasje doen en vervolgens alle apparatuur die opgeladen moet worden, opladen, want o wee, als mijn mobiel het niet doet, dan komt het thuisfront in opstand.
Ik heb het nog steeds uitstekend naar mijn zin en vind het fantastisch. Overigens maak ik wel goede sier met het feit dat ik helemaal vanaf Amsterdam gelopen heb. Nu moet ik ook wel eerlijk zeggen, dat ik het wel een beetje uitlok. Dan vraag ik zo langs mijn neus weg waar mensen vandaan komen lopen en dan zeggen ze bijvoorbeeld: “Uit München”. Dan zeg ik schijnheilig: “Zo, dat is een heel eind”, waarop ze dan moeten bekennen dat ze tot Le Puy met vliegtuig en trein zijn gereisd. De logische wedervraag is dan: “En waar kom jij vandaan?” En kijk, dan sla ik genadeloos toe. Achteloos zeg ik dan: “Uit Amsterdam (want Zaandam kennen ze toch niet) en blijf hen dan zo doordringend aankijken dat ze vanzelf iets zeggen in de trant van: “Met de trein? Waar ben jij dan begonnen?” “Nee”, zeg ik dan, “Ik heb de hele weg gelopen en heb al zo’n 1700 km erop zitten!” En dan blijf ik bescheiden kijken als ze dan zowat een aureooltje om mijn hoofd aanbrengen. Ik geef onmiddellijk toe, het heeft niets te maken met de nederigheid van een pelgrim, maar ja, ook een pelgrim heeft zijn zwakheden!

Categorieën: 2006: Camino Frances | Een reactie plaatsen

Alleen de Zwitsers gaan hard

28,13 km – 40.185 stappen / totaal 1693,7 km – 2.439.478 stappen

Tjonge jonge, wat heb ik vandaag geklommen en geklauterd. De wegen zijn hier heel erg slecht, je moet echt voorzichtig zijn, anders lig je binnen de kortste keren op je gezicht. Het is voor iedereen zwaar, dus het leuke is dat je steeds weer mensen tegenkomt, waar je dan een stukje mee oploopt en vervolgens klauter je weer alleen verder tot de volgende ontmoeting. Alleen de Zwitsers lopen hard, die lopen alsof ze een rondje Jagersplas doen. Maar ja, die zijn dat ook meer gewend dan wij natuurlijk. Ik loop regelmatig met twee Fransen, Jacques en Josette. Zij kenden elkaar ook niet, maar hebben elkaar ergens onderweg ontmoet en lopen nu een stuk samen op, en we lopen soms met zijn drieën of we komen elkaar ’s avonds weer tegen. Onderweg hebben we in een plaatsje gezamenlijk koffie gedronken en toen wilde ik daar in een kerkje, omdat ik gelezen had, dat er een pelgrim in het raam was gebrandschilderd. Nou, de rest volgde mij, want die wilde dat ook wel zien. Ik vond niet meteen de ingang, dus liep om en de kudde volgde me. Toen merkte Jacques op: “t Is toch wat, nou moet een Protestant ons nog de weg naar de Katholieke kerk wijzen!” Dat was wel lachen natuurlijk. De meeste pelgrims zijn ‘deeltijd’-pelgrims en lopen een stuk van de route, ik ben een van de weinigen die hem helemaal loopt achter elkaar.
Mijn tentje staat nu weer op de camping in St. Come d’ Olt en hier zijn ook twee Fransen die met een ezel op pad zijn. Goed, ik ben mijn eigen ezel dus. Vanavond heb ik gegeten met twee Fransen, een Duitser en een Zwitser. Dus eenzaam ben ik niet. Het is heel leuk om zoveel onbekende mensen tegen te komen en omdat je allemaal hetzelfde doet, heb je ook meteen contact.

Categorieën: 2006: Camino Frances | Een reactie plaatsen

Na het zwembad de sauna

29,04 km – 41.494 stappen / totaal 1665,57 km – 2.399.293 stappen

Het eten gisteravond viel reuze mee, we zaten met zijn vijven aan tafel, Amerika, Frankrijk en Nederland, en onze gastvrouw had nog een leuk verhaal. Ze had een tijdje terug vier Amerikanen gehad en voor hen op haar manier een beetje Europees gekookt, zodat ze het eten niet al te vreemd zouden vinden. Goed, het voorgerecht wilden ze niet eten, ze wierpen een blik op het hoofdgerecht en nee, dat wilden ze ook niet eten. Toen kwamen de kaasjes op tafel, maar zij riepen in koor dat de kaas beschimmeld was en dat ze die ook niet gingen eten. Toen zag een van hen in de hoek een doosje staan met puntjes kaas voor bij de borrel van de ‘Vache qui rit’. Nou, dat wilden ze dan wel proberen. En dus hebben ze toen met zijn vieren de hele voorraad doosjes die in huis waren, opgegeten!
Na het eten hebben we nog een poosje naar het onweer gekeken en daarna snel naar bed, want vanmorgen om zes uur was het weer opstaan geblazen.

Om zeven uur ben ik vertrokken en na 2 km kwam ik tot de ontdekking dat ik wederom mijn stok en staf vergeten was. Ik dacht: “Nou ja, die stok, laat maar, ik vind wel een andere, liep een paar honderd meter verder en dacht: “Nee Theo, dat kan je niet maken!” Dus ben ik weer op mijn schreden teruggekeerd om mijn stok op te halen. Tenslotte moet je de gulle gaven van St. Jacob niet veronachtzamen. En daar ben ik ook weer voor beloond, maar daarover straks. Eerst wil ik vertellen dat ik ook vandaag door het mooiste landschap ben gelopen dat ik ooit gezien heb. Het was werkelijk schitterend: glooiende weilanden met hier en daar bosjes, overal snelstromende riviertjes, grazende koeien en schapen en bloeiende gentianen. Een landschap om nooit te vergeten en zo ongerept dat je het gevoel hebt dat het vanaf het jaar nul altijd zo geweest is. Een droomwereld.

Om twaalf uur ben ik in een plaatsje een barretje ingestapt om wat te eten en toen zaten daar ‘mijn Fransen’ ook. Dus we hebben gezellig samen zitten eten en zijn toen ook maar samen verder gelopen naar Aubrac, het doel voor vandaag. Daar zagen we een heel groot gebouw, waarvan we dachten dat het een soort sanatorium was en later bleek dat het dat vroeger ook geweest is, maar nu was het een ‘Village de vacances’. En kijk, toen was er de beloning van Jacobus voor het ophalen van mijn stok: er waren allerlei faciliteiten, waaronder zelfs een sauna! Dus daar heb ik heerlijk van genoten. Wat een weelde! En het kon niet op, want er was ook een echte wasmachine! We slapen met zijn drieën op een kamer, het Franse echtpaar en ik. We hebben dus gedrieën alles wat mogelijk was in die wasmachine gestopt en draaien maar. Nou, dat deed die ook, alleen stopte hij ook niet meer. Hij bleef gewoon doordraaien en onze was heeft in totaal drieëneenhalf uur in de wasmachine gezeten! Toen leek dat de receptioniste toch ook wel erg lang en werd er actie ondernomen. Zodoende was de was vanavond om negen uur schoon en hebben we alles vervolgens maar in de droger gestopt.
Vanmiddag hoorden we in de verte onweer en heeft het een beetje geregend, maar verder hebben we geen last gehad. Het is ook niet ontzettend heet meer, dus alles gaat nog steeds prima en ik vind het nog steeds geweldig om hier te lopen, het is net een droom. In Aubrac staat een kerkje, dat in de Middeleeuwen hospitaal is geweest voor de pelgrims. Overal in het kerkje, tot in de ramen toe, zie je nog de Jacobsschelp. Ja, toen waren er geen ‘Villages de vacances’ met luxe zaken.

Gery vertelde dat ze morgen ook naar het buitenland gaat. Ze gaat met Marnix voor een second opinion naar Brasschaat in België. Daar schijnt een heel goede neurochirurg te zitten en daar kon hij meteen terecht, dus ik ben benieuwd hoe dat afloopt.

Categorieën: 2006: Camino Frances | 4 reacties

Flying Dutchman

28,48 km – 40.694 stappen / totaal 1636,53 km – 2.357.799 stappen

Om te beginnen wil ik even terugkomen op het commentaar van Jaap en Jannie over de stok en de staf, namelijk dat er staat: Uw stok en Uw staf. Ik heb daar vandaag wijsgerig of filosofisch, net wat je wilt, nog eens over na lopen denken en nu wil ik er het mijne van zeggen. Kijk, eerst was het natuurlijk Uw staf en stok, maar hij is mij in de schoot geworpen als een gave en nu is het dus Mijn staf en stok. Jawel, ik denk heus ook nog wel eens aan iets anders dan aan lekker eten!

Nu dit misverstand dus uit de weg is geruimd, kan ik gaan vertellen dat ik gisteravond met vijfentwintig pelgrims het pelgrimsmenu heb gegeten in St. Alban. Aan dat menu heb ik echt niet genoeg, maar dit terzijde. Ik zat met vier Fransen aan tafel en ik weet dan wel zo’n beetje hoe ik het gesprek in moet kleden. Dat gaat dan als volgt: eerste onderwerp is het eten, tweede onderwerp is de familie en derde onderwerp is de politiek en dan met name de opmerking: “Hoe vinden jullie dat nou, een vrouw als president te krijgen?” Nou, dat is genoeg om hen uren te laten praten. Zegt er opeens een van hen: “Ho, ho, dit gaat niet goed. Jij drukt steeds op een knop en dan gaan wij wel praten.” Wil je geloven dat ik daar zelf helemaal geen erg meer in had? Dus dat was lachen.

Vanmorgen ben ik vertrokken met prachtig weer: een windje, zon en een temperatuur van 25 tot 30 graden. Ideaal weer dus en ik heb vandaag echt een wondermooie route gelopen met uitzichten zo subliem dat een schilder ze echt niet zo kan verzinnen. Schitterend gewoon. En er is hier geen enkele toerist, de enige mensen die je tegenkomt, zijn ook pelgrims. Er zijn hier veel Duitsers, die allemaal eerst het vliegtuig genomen hebben tot Lyon, vervolgens de trein naar Le Puy en vanaf daar zijn gaan wandelen. Voor hen zijn dit dus de eerste dagen en wat ik zie zijn peperdure uitrustingen met van alles en nog wat, echt allemaal super de super. Wat ik ook zie, is hoe ellendig sommigen er aan toe zijn: open voeten, strompelen, enz. Dat is wel een beetje komische tegenstelling. Zelf heb ik nog steeds een open plekje aan mijn hiel, maar dat ziet er al beter uit weer dan gisteren. Geer maant me elke avond dat ik langs de pharmacie moet gaan om een zalfje te halen, maar daar heb ik allemaal geen tijd voor, hoor. Bovendien wemelt het hier niet echt van de apotheken (zeg ik schijnheilig). En….. ik heb een blaar aan mijn kleine teen. Het is lang geleden dat ik een blaar had en volgens mij komt dat door het zwemmen van gisteren, daar is mijn huid zacht van geworden natuurlijk. Zo zie je maar weer, alles heeft zijn prijs. Onderweg ben ik verschillende mensen tegengekomen, waar ik een praatje mee gemaakt heb, maar dat begin ik al bijna gewoon te vinden. Het is wel een wereld van verschil met de streek ten noorden van Le Puy, hier is alles veel meer gericht op mensen die deze tocht maken.
Om twaalf uur heb ik heel erg goed gegeten. Het eten is hier eenvoudig, dus geen gastronomische hoogstandjes, maar heel erg goed en lekker.

Nu zit ik in een plaats met de weidse naam: Quatre-Chemins en zoek maar niet op de kaart, want daar staat het vast niet op. Het is namelijk precies wat de naam zegt: een kruispunt met zegge en schrijve één boerderij en daar zit ik dus nu in een gîte, samen met drie Fransen en twee erg aardige Amerikanen (hoewel dat volgens Gery niet mogelijk is), die mij welgemoed de ‘Flying Dutchman’ noemen. Zij lopen nu van Le Puy naar St. Jean Pied de Port en hebben vorig jaar het gedeelte St. Jean Pied de Port-Santiago gelopen. Zij loopt met blote voeten in hele grote basketballschoenen, ik snap niet hoe ze het doet, maar ze loopt er prima op.
Het is zo langzamerhand tijd voor het avondeten en dat ziet er een beetje dubieus uit, gelukkig maar dat ik vanmiddag goed heb gegeten!

Categorieën: 2006: Camino Frances | 5 reacties

Blog op WordPress.com.