2007: Camino del Norte

Camino del Norte

 

Eindfoto-web

Het is nu al weer bijna twee maanden geleden dat ik op de Cabo Fisterre ben aangekomen. Dat was op 1 juli. De kruitdampen van de terugkomst zijn inmiddels wel opgetrokken en al snel nam het ‘gewone’ leven weer alle tijd in. De laatste week van de tocht heb ik veel postadressen en e-mail adressen uitgewisseld met mijn ‘camino-familie’, dat wil zeggen met de mensen waarmee ik vooral de laatste tijd veel ben opgetrokken. Dat was trouwens een kenmerkend verschil met mijn tocht van 2006. Dit jaar ben ik veel meer met andere mensen bezig geweest. Alhoewel het op de Camino del Norte veel rustiger is in vergelijking met de Camino Frances, ga je intensiever met iedereen om. Er ontstaan heuse vriendschappen die niet meteen vervlogen zijn na aankomst in Santiago. Ik krijg nu bijvoorbeeld nog steeds post en e-mails van mensen met wie ik gelopen heb. Ook kreeg ik een CD vol met foto’s van het Duitse stel uit Stuttgart. Jullie weten nog wel: degenen die mijn klompjes hebben laten liggen op straat en die mij later nieuwe (Spaanse) klompjes gegeven hebben.

Wat ernstiger is, is het feit dat iedereen ook mijn film zo snel mogelijk wil hebben, want daar staat iedereen natuurlijk ook op. Maar aangezien ik ca zes uur videofilm heb opgenomen, is het een behoorlijke opgave daarvan een acceptabele versie van ongeveer een uur te maken. En je zult het altijd zien: op het cruciale moment haperde ook mijn computer. Dus alles zat tegen. Gelukkig heb ik Marnix. Hij heeft mij gered door een nieuwe brander te monteren en zijn vader weer een lesje computertechniek bij te brengen. De film is nu af, maar is wel één uur en vijftig minuten geworden. Het ging niet anders. Door het maken van die film blijf je natuurlijk wel steeds bezig met het caminogebeuren: het blijft in je hoofd zitten.
Vorig jaar heeft iemand mij gezegd dat de camino uit 3 delen bestaat:
1) de voorbereiding die wel een jaar kan duren,
2) de camino zelf, die enkele maanden duurt en
3) het afkicken en dat kan wel twee jaar duren.
Hij heeft gelijk, denk ik.
Alleen, ik heb de oplossing gevonden: gewoon plannen maken voor een volgende wandeling. Want het is geweldig om te doen. Jullie hebben het zelf gelezen, denk ik. Elke dag is er wel iets om over te praten. Elke dag zijn er ervaringen met mensen of gedachten waar je dan weer heel lang over kunt ‘bomen’.
Kortom: als de omstandigheden het toelaten, zou ik graag nog een keer de pelgrimstocht maken. Want zoals een ander zei: “Met wat voor idee je ook mag vertrekken: sportief, spiritueel of historisch, iedereen komt als pelgrim aan”. En dat verschilt dan weliswaar ook per individu, maar het is wel de waarheid.
Dus: ieder zijn eigen camino.
Nogmaals heel erg bedankt voor alle inspiratie van jullie kant door middel van reacties op de site, door post onderweg en door sms-jes. Het maakte de tocht alleen maar waardevoller.
Het ga jullie goed en ik hou je op de hoogte van een eventuele volgende tocht.
Vaje con Dios
Pelgrim Theo

Categorieën: 2007: Camino del Norte | Tags: | 3 reacties

We kunnen niet verder!

cabo-fisterra-web

Gisteravond hebben we gegeten met Felix, de Schot. Hij is jarig geweest en dat hebben we gevierd met een goede fles wijn in plaats van de huiswijn. Hij voelde zich net de Engelse koningin, zei hij, met een officiële verjaardag en een ambtelijke verjaardag. Hij is altijd dominee geweest van de Presbyteriaanse kerk tot zijn pensioen. Nu is hij drieënzeventig jaar en zei drie weken geleden dat dit de laatste keer is.
Vanmorgen regende het toen we weggingen, maar vanmiddag werd het droog. We hebben het heel rustig aan gedaan vandaag, lekker gegeten tussen de middag. Het is zo mooi: bij Cee kom je dan uit de bergen en dan zie je ineens de zee liggen, geweldig is dat. En vervolgens loop je de kust langs en zie je al van ver de vuurtoren op de kaap. Omdat we vrij laat waren, kwamen veel mensen alweer naar beneden en het leek wel of we audiëntie hielden: we hebben bijna iedereen weer ontmoet vandaag. Ook dat is geweldig! Net kwamen we ook Felix weer tegen, die nu van plan is veranderd, want hij is de volgende tocht al aan het voorbereiden. Zo zie je, het verveelt nooit.
De aankomst op Cap Fisterra is even indrukwekkend en emotioneel als de vorige keer. Het is groots gewoon!!
En hier houdt onze tocht dus op: we kunnen niet verder! Ook dat geeft een heel dubbel gevoel: blij omdat je het (weer) gehaald hebt en melancholiek omdat het echt voorbij is en het leven van alledag weer wacht. Fijn om alle lieve mensen weer te zien, die zo hebben meegeleefd en op de website hebben geschreven. Dat was geweldig, dank jullie allemaal! Maar een andere waarheid is ook dat we niet echt verlangen naar het gewone leven. Maar ja, zo is het leven.
Dus vanaf de kaap, waar een stevige wind staat, maar het zicht heel helder is, een lieve groet aan iedereen en het allerbeste gewenst met gezondheid en geluk.
Wij trekken nu ons windjack aan om ons te wapenen tegen de koude en dalen 2 km af naar het hotel. We hebben daar een kamer met uitzicht op zee, dus wat wil je nog meer. Morgen gaan we aan het strand liggen, als het tenminste mooi weer is, anders zien we wel en daarna wacht ons de thuisreis! Au revoir!!

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 6 reacties

Water genoeg

Ja, ik had gisteren natuurlijk niet op moeten scheppen over het prachtige weer, want Jacobus dacht bij zichzelf: “Wacht maar”.
Het begon gisteravond al. Er sliepen twee Italiaanse vrouwen bij ons op de kamer en een van die vrouwen ging nog even plassen voor het slapen gaan. Ze stapte dus kordaat de gang in en er klonken onmiddellijk luide kreten: de hele gang stond onder water. Het stroomde de kamers al in. En dan zie je duidelijk het verschil in nationaliteiten: Spanje, Frankrijk en Italië stormden de gang op, renden door elkaar heen, al roepend: “Oooo, wat een water”, keerden zich om en doken weer het bed in. En wie stonden dus te ruimen en te dweilen en te redderen?? Juist, Duitsland en Nederland!
Enfin, warm water was er gisteravond al niet meer en toen we vanmorgen om zes uur opstonden, was er ook geen elektriciteit meer. Dus we moesten alles in het donker doen, we konden geen ontbijt maken of een kop thee zetten. Kortom, het was armoe troef.
Om zeven uur vertrokken we en toen we buiten kwamen vielen de eerste druppels. Die druppels werden ordinaire regen en die regen hield vervolgens de hele dag niet meer op. Het is geen moment meer droog geweest. Vanwege de groene poncho heeft pelgrim Theo de lieflijke bijnaam ‘wandelende tak’ toegevoegd gekregen en of het nu regent of niet, als je gewoon doorloopt, kom je er vanzelf. Er is een vrouw, die de hele dag loopt te zeggen, dat haar rugzak veel te zwaar is, dat schijnt ze al die tijd al te doen. Dus ze klaagt en klaagt…; tot het moment dat wij allemaal moe beginnen te worden en het tempo wat vertragen. Dan lijkt ze een oppepper te krijgen, want dan zet ze me toch de pas erin. Ze stormt ons allemaal voorbij, onze ’stormy Mary’.
Bij de aankomst in Olveiroa bleek de refugio zo vol, dat we een plaats toegewezen kregen in de paardenstal. De paarden waren er weliswaar niet, maar verder was er ook niet veel. Maar ja, eenvoud siert de pelgrim. Alhoewel? Toen we aan de overkant iets gingen drinken in een bar, bleken daar drie kamers beschikbaar. Dus was het snel besloten: rugzakken weer ophalen en hup, naar de kamer. Je hoeft nou ook weer niet eenvoudiger te zijn dan nodig is tenslotte. Morgen naar Fisterra!

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 1 reactie

Op de populaire camino

Gisteravond zijn we met zijn tienen uit eten gegaan en het eten was net zo slecht als het gezellig was, allebei heel erg. We hebben adressen uitgewisseld en ik heb aan diverse mensen de film beloofd als hij klaar is. Toen we ‘s avonds om half twaalf uit het restaurant kwamen, was dezelfde groep als vorig jaar op het plein voor de kathedraal en het was weer een groot feest. Wat een sfeer!! Iedereen zingt mee en geniet!!
Vanmorgen zijn we eerst een aantal foto’s gaan nemen voor de kathedraal, je kent dat wel: Marianne voor de kathedraal, ik voor de kathedraal, wij samen voor de kathedraal, enz. enz. Vervolgens zijn we, ik met een dikke sigaar in het hoofd (cadeautje van Marianne omdat ik in Santiago aangekomen ben), weer lekker gaan lopen. Heerlijk weer. Ik bedoel: het was weer heerlijk en het was ook heerlijk weer. Gaandeweg gingen dus de jas uit en de pijpen van de broek.
Ik kwam weer door de bossen, die vorig jaar net verbrand waren. De verbrande bomen staan er nog net zo bij, maar de grond is nu bedekt met varens en het is opeens een heel ander landschap.
We hebben lekker gelopen en dit is toch ook wel een heel mooie route, alleen was het duidelijk dat we nu weer op de populaire camino zitten, want het was gigantisch druk. Zo druk dat de refugio in Negreira, waar we zouden overnachten, al vol was toen we aankwamen. Er was alleen nog een kamer vrij voor gehandicapten. Daar mochten we onze rugzakken even neerzetten en een douche nemen en daarna moesten we eruit en werd de deur weer afgesloten. We moesten vervolgens tot vanavond acht uur wachten en als er dan nog geen gehandicapte was, mochten we er weer in. Nou, er kwam geen gehandicapte voorbij dus we mochten er weer in.
Maar de refugio is overvol, de vloer ligt ook helemaal vol met matrasjes en slaapzakken en zelfs de tuin ligt vol met mensen. Maar dat deert niet, want het is nu negen uur ‘s avonds en ik zit heerlijk te luieren in de zon. Sta mij toe dat ik dat een keer herhaal, want ik hoorde Gery iets mompelen over: “De hele dag regen” en “16 graden” en zo. Ik vind het echt zielig voor jullie, hoor!! Maar dat neemt niet weg dat wij er hier nog even van genieten en als het weer zo blijft, kunnen we dan toch nog op de valreep misschien een keertje zonnen op het strand??? Laten we Jacobus maar niet verzoeken. Onderweg hebben we al boodschappen gedaan en een Duitser heeft vanavond voor ons gekookt, wat een luxe, hè? Nee, laat pelgrim Theo maar schuiven!

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 2 reacties

Blozen …..

Hier ben ik weer, nu vanuit het internetcafé dat ik nog ken van vorig jaar. Gisteravond hebben we goed gegeten. Omdat we in Santiago zijn bestond het menu uiteraard uit vis. Bij toeval zaten er twee dames achter ons die ook Nederlands spraken en die hoorden ons ook natuurlijk. Dan kom je na het eten aan de praat. Zij bleken in de Pyreneeën te wonen. Zij vroegen toen aan Marianne of die ook ‘die tocht’ gelopen had. Je weet wel, die met die vieze herbergen met vlooien en ongedierte. Marianne verbergt zich dan altijd een beetje en zei natuurlijk alleen maar dat ze die tocht inderdaad gelopen had. Omdat mij dat veel te bescheiden was, heb ik toen ook een duit in het zakje gedaan door te zeggen dat Marianne begin april vertrokken was uit Nederland en inmiddels bijna 3000 km gelopen had.
Kijk, dan krijg je tenminste reacties waar je iets mee kunt. De ene mevrouw riep luidkeels: “Oh, geweldig!! Ik heb nog nooit zo iemand ontmoet. En nu zit ik er zomaar mee te eten!”. Marianne ging ervan blozen en voor één keer zweeg ze minstens dertig seconden. En dat zegt iets voor degenen die haar kennen. Maar alle gekheid op een stokje, het was erg leuk.
Vanmorgen hebben we uitgeslapen en op ons dooie gemak ontbeten. Marianne wilde wachten tot haar de thee en croissants op bed werden aangereikt, maar zover gaan we natuurlijk niet als pelgrims. Daarna hebben we de foto´s van Marianne op een dvd gezet en toen was het alweer tijd voor de pelgrimsmis van twaalf uur. Deze was soberder dan vorig jaar, maar omdat je dan al je collega-pelgrims weer ziet, is het toch erg leuk. Marianne werd ‘incognito’ ook genoemd. “A pie, uno de Holanda”. Dat kan alleen Marianne maar zijn dus.
Na de mis zijn we naar het station gegaan om de trein te bespreken. Morgen gaan we weer lopen naar Fisterra. We stappen op dinsdag 3 juli op de trein en arriveren in Rotterdam/Amsterdam in de loop van de ochtend van 4 juli.
Vanavond hebben we afgesproken met de hele groep die we nu zoveel kilometers kennen.
Tot slot moet ik ook nog iets vermelden dat mij nou weer hevig liet blozen. We hadden in een restaurantje het een en ander gedronken en zo op het terras, dus op een gegeven moment zei ik: “Ik ga plassen en betalen en dan gaan we”. Nou, dat plassen ging wel goed en toen ik weer van het toilet kwam, heb ik de juffrouw achter de bar vriendelijk goedendag gezegd en ben totaal vergeten dat ik nog moest betalen. Dus wij weer op stap en 50 meter verder werd ik door de juffrouw op de schouder getikt. Nou, ik kon wel in een doosje, zo genant was dat. Ze geloofde gelukkig dat ik het echt vergeten was, maar toch….. En dan ook nog een pelgrim……
Gelukkig staat hier iets positiefs tegenover: de mevrouw van het hotel waar we een paar nachten geleden illegaal geslapen hebben en toen € 50 achter hebben gelaten, zei tegen onze Schot, dat ze hiermee het geloof in de pelgrims teruggekregen had.
Het is gewoon waar. een pelgrimstocht is net het leven: je doet iets goed, je doet iets fout, soms is het zwoegen, soms is het feesten. Vandaag was het dus feesten, het is heel leuk, omdat je nu weer iedereen tegenkomt die je onderweg al eens hebt ontmoet en omdat iedereen natuurlijk tevreden en gelukkig is, omdat het einddoel is bereikt.
Morgen gaan we weer op weg naar ons volgende einddoel. Ultreya!

Categorieën: 2007: Camino del Norte | Een reactie plaatsen

Porte de Gloria

peregrino-web porte-de-gloria-web

Zie ons hier zitten, heel tevreden op een terrasje middenin Santiago. We zijn er!! In de stad van Sint Jacobus! Mijn huispsychologe wilde natuurlijk weten wat voor gevoel het was dit keer. Nou, ik moet zeggen: het is hetzelfde gevoel als vorig jaar. Je weet nu natuurlijk hoe het eruitziet en waar je terechtkomt, maar als je het plein voor de kathedraal oploopt is dat toch weer een intens tevreden gevoel. Ik ben aan het eind van de reis gekomen met een lekker leeg hoofd en ben super relaxed. Het loslaten is me deze reis, geloof ik, makkelijker afgegaan dan vorig jaar.
We zijn vanaf het plein door de Porte de Gloria de kathedraal binnen gegaan, dit moment van glorie mochten we toch wel hebben. In de kathedraal mochten we niet meer ons hand op de pilaar leggen, want de pilaar is aan restauratie toe (kun je nagaan hoeveel handen daar zijn neergelegd op een pilaar van zowat een meter in de omtrek). Maar we zijn uiteraard wel achter het beeld van Sint Jacobus langs gelopen en hebben onze handen op zijn schouders gelegd. Via de crypte van Jacobus zijn we aan de andere kant de kerk weer uitgelopen naar het pelgrimsbureau. Vorig jaar heb ik daar bijna twee uur op de trap gestaan met steeds een treetje hoger, zo druk was het, maar nu konden we zo doorlopen om onze compostela te bemachtigen.
En nu zitten wij dus innig tevreden met een grote pils op het terrasje naast het restaurant, waar Marnix en Gery vorig jaar voor een godsvermogen kreeft hebben gegeten, omdat dat het enige woord was dat ze verstonden. Het is het mooiste weer van de wereld, volop zon en een lekker windje. En wij kijken trots naar onze compostela natuurlijk, wat dacht je. Ik blijk trouwens in het Latijn nu anders te heten dan vorig jaar, iets met Matheum is het dit keer. Marianne zei al: ”Als je volgend jaar een derde krijgt met weer een andere naam, moet je een klacht indienen!“
We slapen in een hotel op honderd meter van het pelgrimsbureau en nog geen vijfhonderd meter van de kathedraal, middenin het oude centrum. Dat hebben we ook verdiend, vinden we. En vanavond gaan we uit eten zoals het hoort: uitgebreid. Met alles erop en eraan, ze noemen me tenslotte niet voor niets ‘driesterrenpelgrim’ hier! Maar dat hebben we natuurlijk ook echt verdiend!!
Morgen doen we niets: een beetje uitslapen, foto’s op dvd laten zetten, naar het postkantoor, naar het station om een trein te bespreken, kaarsjes branden en natuurlijk om twaalf uur naar de mis.
Overmorgen gaan we dan op weg voor het laatste stuk: Cap Fisterra .

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 8 reacties

Danke, lieber Jacobus

Theo-Marianne-Manfred-web Marianne, Manfred, Theo

Gisteravond was het onmogelijk om Gery te bereiken, er was geen bereik voor mijn mobiele telefoon, dus helaas.. Ik ga het vandaag goedmaken.
In Baamonde hebben we ’s avonds gegeten bij een echte dichter, Een dichter die eruitzag, zoals dat bij een dichter hoort: baard, warrige haardos. Het eten was matig, maar het was wel oergezellig. Manfred was helemaal in de stemming en zong eerst een speciaal lied voor Marianne: ‘Mariandl – andl – andl’ en vervolgens de bananenbootsong voor mij: ‘Theo – The- the e-e- o’ en iedereen zong genoeglijk mee. De dichter droeg vervolgens een van zijn gedichten voor over de Camino, dus de avond kon niet meer stuk.
Gisterochtend was het om zes uur al opstaan, want er wachtte een lange wandeling. Om zeven uur wilden we gaan ontbijten, maar toen bleek de poort van de refugio nog op slot te zijn. Aangezien er niemand aanwezig was, hebben we zelf maar lopen zoeken naar de sleutel en die ook gevonden. Toen we buiten kwamen, reed er net een wit autootje voorbij en tot mijn verbazing ging Marianne daar ineens heftig tegen de ruit staan tikken. Ze had gezien dat er brood in die auto lag en logischerwijs de conclusie getrokken dat dat dus een bakker moest zijn. Aangezien in de gids stond dat er op de hele route niets te krijgen was, was dat zogezegd onze redding. We kochten dus brood en gelukkig maar, want het bleek te kloppen: de rest van de dag was er niets meer te vinden. En de dag was in totaal 42 kilometer lang berg op, berg af. Maar dat gaf niet, want het was een verpletterend mooie route! Een stuk door de bossen en een stuk over bloeiende heide. Schitterend gewoon! En geloof het of niet, maar het landschap verleidde ons tot het zingen van: ‘Op de grote, stille heide’, toen daar om de bocht als klapstuk een herder met schapen verscheen. ‘t Is toch ook wonderbaarlijk.
Nadat we de laatste erg steile berg beklommen hadden, arriveerden we in de refugio van het klooster van Sobrado dos Monxos. Tegenover de refugio staat een hotel en even zeiden we tegen elkaar dat dat hotel toch wellicht aangenamer was dan een refugio, maar allez, niet zo kinderachtig zijn, maar deze verleiding weerstaan, dus gewoon in de refugio slapen. Daar ontmoetten we ook weer een aantal mensen, die we onderweg ook een paar keer ontmoet hebben, maar die we verderop ‘verloren’ waren, dus dat was een leuk weerzien. Zij waren stukken met bus en trein gegaan en zo kwam de hele pelgrimsfamilie elkaar weer tegen. Rugzakken neergezet, slaapzakken uitgerold en vervolgens naar de vesper met zijn allen. De vesper viel ons tegen, erg vlak en kaal. Na de vesper zijn we met zijn vijven een halve kilometer gaan lopen (zo’n half kilometertje kan er echt nog wel bij) om te gaan eten. In het restaurant voegde zich nog een echte Schot bij ons gezelschap, met ontzettend veel gevoel voor humor, dus de stemming was weer prima.
Maar ja, ook aan samen eten komt een eind en dus liepen we na het eten weer de halve kilometer terug. ‘t Was inmiddels half elf, dus bedtijd. Jawel, dat hadden we gedacht! Toen we bij de refugio kwamen, was daar alles donker en de deur op slot! Nou, daar sta je dan met zijn allen. Flink hard op de deur kloppen, overal rondlopen om te zien of we ergens naar binnen konden…. alles bleef donker en stil. In het dorp op zoek naar iemand die ons binnen zou kunnen laten, maar het hele dorp was eveneens donker en stil. Wat nu?? En koud dat het was, niet te geloven! Die arme Manfred liep nog in zijn korte broek. De mogelijkheid dat we de nacht op straat zullen moeten doorbrengen is ook niet iets waar je warm van wordt. Dan komt dit keer de verlossing van Schotse zijde. De Schot zegt: ”Nou, ik slaap in het hotel hier tegenover in een appartement en daar staan nog meer bedden, dus kom maar mee!“ En hij heeft tenminste de sleutel meegekregen. Dus zijn wij als hondjes achter hem aangegaan met zijn vijven en in zijn appartement waren nog twee bedden en een bank, dus dat was alvast plaats voor drie van de vijf verdoolden. Ergens op de gang staat een deur open en wat zien wij daar? Nog zo’n appartement en dat is zo te zien leeg. Wat doe je dan?? Onze Duitse pelgrim zegt eerbiedig: ”Lieber Jacobus, danke, danke!“ en wij denken terug aan het moment van twijfel van vanmiddag: hotel of refugio. Het is dus volkomen duidelijk: dit kan niet anders dan een vingerwijzing van Jacobus zijn!
En zo slapen wij de hele nacht vorstelijk in een bed in een hotel, dat zelfs niet weet dat wij er zijn! Met andere woorden: één legaal persoon en vijf illegalen! Er is echt niemand te zien, ook vanochtend was er niemand te bekennnen. Dus we hebben € 50 achtergelaten als dank en zijn de weg weer overgestoken naar de refugio waar onze rugzakken nog braaf stonden te staan en onze slaapzakken nog keurig uitgerold lagen te wachten.
Tanden poetsen en weer braaf aan de wandel. Marianne wist een stukje dat we af konden snijden. Dat hebben we gedaan met als gevolg dat we verder hebben gelopen dan verwacht, dus na de dag van 42 km gisteren hadden we vandaag een dag van 33 km, ook niet mis. Tussen de middag hebben we heerlijk gegeten in een restaurant, waar grote lappen vlees boven een echt houtvuur werden geroosterd.
Zo zijn wij vanavond gearriveerd in A Brea Cerceda en wie nu op de kaart kijkt, ziet het: Morgen arriveren we, als alles goed gaat, in Santiago!! Zijn we nu blij? Natuurlijk – natuurlijk niet. Het is alweer een heel dubbel gevoel: geweldig om het weer gehaald te hebben en wat jammer dat het weer voorbij is!
We zijn van plan om een dag of twee in Santiago te blijven in een pension en niet in de refugio van honderdtachtig bedden, en dan …. toch maar lopend door naar Fisterra!

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 3 reacties

‘k Moet dwalen

Kijk Caty, ik heb er nog één: ‘k Moet dwa-a-len, ‘k moet dwa-a-len op bergen en in da-a-len’. Want dat hebben we vandaag gedaan. We zijn wel vroeg opgestaan, maar hebben zitten treuzelen aan het ontbijt. Geer zegt dat ik niet over ‘treuzelen’ moet praten, maar over ‘onthaasten’, dat staat sjieker.
Maar goed, na het onthaasten dan, liepen wij in het mooiste weer van de wereld, met af en toe een fris windje, door Galicië zoals het hoort te zijn, met overal bloemen die staan te bloeien. Geweldig is dat. Ze zijn hier overal autowegen aan het aanleggen met als gevolg dat er zo hier en daar wat borden verdwenen zijn. Verder ben ik van de kaart van Spanje, die ik heb, ‘afgelopen’ en bovendien lopen we voortdurend te kletsen. Dus het kon niet uitblijven: we zijn vandaag drie keer verdwaald. Dat is niet erg, dan moet je gewoon ergens de weg vragen, zou je denken. Dat doen we natuurlijk ook, maar dat valt echt niet mee. Niet omdat de mensen ons de weg niet willen wijzen, integendeel, ze zijn ontzettend behulpzaam. Zo behulpzaam dat, als je de weg vraagt naar het dichtstbijzijnde dorp, ze zich onmiddellijk in een enorm lang verhaal storten, vergezeld van grote armzwaaien alsof ze de route van het begin tot het einde even uit zullen leggen, alleen zijn wij inmiddels de weg allang weer kwijt natuurlijk.
Vanmorgen ging het als volgt: Wij vroegen de weg, iedereen sprak door elkaar en trachtte ons iets duidelijk te maken, tot er een oude vrouw van minstens tachtig jaar bij kwam staan, die meteen korte metten maakte. Kordaat nam ze het heft in handen of liever gezegd, zij hief de wandelstaf, wees ons dat we moesten volgen en stapte vervolgens in zo’n straf tempo, dat wij daar u tegen kunnen zeggen. Al babbelend en van alles vertellend over Galicië, spurtte ze zo’n 2 km lang voor ons uit, en wij liepen dus echt als drie kleine kleutertjes achter haar aan. Maar na die twee km waren we wel weer op de goede weg en zagen we tot onze geruststelling de gele pijlen weer. Geweldig leuk zijn dit soort belevenissen steeds weer. oud-vrouwtje-web

Tussen de middag hebben we gepicknickt op een Middeleeuwse brug, in het zonnetje, ik herhaal het nog maar even, aangezien ik net gehoord heb dat het bij jullie veel regent. Het was bij ons zo lekker dat we uitgebreid op de leistenen rand van de brug konden zonnebaden. Zo kon het dus gebeuren dat we als eersten zijn vertrokken en bijna als laatsten aankwamen in Baamonde. Iedereen was ons ondertussen voorbijgelopen.
De refugio hier in Baamonde bestaat uit twee hokken zonder ramen. Dat leek ons niets, maar boven was een zolder, die in ieder geval wat ruimer is. Dus besloten wij om eerst maar eens een terrasje op te zoeken in de hoop dat die twee hokken straks vol zouden zijn en wij dus op de bovenverdieping terecht zouden komen. Ja, het was dus noodzaak, dat terras in de zon, dat snappen jullie. Uiteindelijk werd het een beetje frisjes in de wind en bleek ons snode plan volledig geslaagd. We slapen nu in een gebouwtje in de tuin en hebben alle ruimte om ons heen die je maar kunt wensen.
Manfred is een superslanke man, die ongelooflijke hoeveelheden kan eten. Alles wat Marianne en ik overhouden, eet hij dan nog even op en als het helemaal niet meer gaat, worden de karbonaadjes de volgende dag onderweg door hem verorberd. Maar hij heeft geen grammetje vet teveel. Wij doen hem dit niet na.
Morgen proberen we het klooster van Sobrado dos Monxes te bereiken, dat schijnt een bijzonderheid te zijn en dat is goed voor ons geestelijk voer, dan kan ik daar weer ‘Waarheen pelgrims’ zingen, nu ik de woorden heb. Of het gaat lukken, weten we nog niet, want het is een stief kwartierke lopen!

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 3 reacties

Via Gondan naar Villalba

Gery is gisteravond wezen zeilen en ja, dan komt er niets op de website, dus dan nu maar een dubbele aflevering.
We hebben gistermiddag een schitterende route gelopen, niet te geloven zo mooi, het was gewoon sensationeel. We liepen door een dal met overal dorpjes en overal bloemen, waar je ook keek, het was echt fantastisch!! Op een gegeven moment gingen we het dal weer uit en was het weer klimmen. Na een paar honderd meter klimmen zagen we ineens middenin de struiken een oude bestelwagen uit de jaren vijftig staan met daarop een grote gele pijl, die ons de weg wees naar Santiago. Hoe dat ding er ooit gekomen is, mag Jacobus weten, want er is helemaal geen weg, Grappig was het wel.
Volgens de gids was er geen slaapgelegenheid in Gonda, maar toen we er aankwamen, zagen we een spiksplinternieuwe refugio voor onze ogen oprijzen. Hij was pas twee dagen open en het plastic zat nog om de matrassen, zo hagelnieuw was alles. Kortom, een vijfsterren pelgrimsherberg. Marianne kwam op het idee een cadeautje te kopen voor de opening van de nieuwe refugio, dus wij naar het dorp. Veel was er niet, maar we belandden in een winkeltje, dat half schoenmakerij, half een kruising tussen Piet Goudt en Anna Tas was (dit even voor de Barendrechters onder ons). Marianne heeft meteen nieuwe hakken onder haar schoenen laten zetten vanwege die schoenmakerij en we hebben er een gastenboek gekocht voor de refugio en er iets in geschreven. De schoenmaker sprak uiteraard geen woord ‘buiten de deur’, maar zijn kleindochter was er om met de kassa te leren omgaan en ”zij heeft Engels geleerd“, zei opa trots. Het arme kind durfde eerst geen woord te zeggen, maar goed, we begonnen een praatje en langzamerhand was de eerste schrik voorbij en begon ze een beetje te babbelen. Ze gloeide van trots dat het haar lukte en opa gloeide niet minder van trots op zijn ‘internationale’ kleindochter natuurlijk.
Met mijn voet gaat het weer beter, dankzij de pleisters van Marianne. Marianne is antroposofisch verpleegster, dus jullie snappen dat ik haar daarmee in de maling neem en roep dat het onzin is. Alleen vroeg ze nu of ik wist wat voor pleisters het waren en waar ze van gemaakt werden. Ja, ik rook al onraad en ik had het natuurlijk kunnen weten: de pleisters bleken gemaakt van algen! Nu kan ik natuurlijk net gaan doen alsof het nog steeds onzin is, maar ja, ik moet toegeven dat de pleisters wel erg goed helpen. Zo zie je maar, je weet het maar nooit. Maar ik ben natuurlijk niet op pelgrimstocht om mijn geloof (of zoals hier ongeloof) aan het wankelen te brengen, dus hoe moet ik dat nu oplossen?
Alle gekheid op een stokje, ik heb het nog steeds geweldig naar mijn zin hier.
Vanmorgen zijn we om negen uur weer vertrokken en ik had last van mijn darmen (sprak hij keurig). Marianne kwam meteen met de kamille aandraven, maar ik kan natuurlijk niet in alles toegeven, dus dat heb ik manmoedig geweigerd en een rol ordinaire kaakjes gekocht. Die hielpen ook gelukkig, zodat mij letterlijk en figuurlijk een al te grote afgang bespaard werd. De route was weer prachtig vandaag, dit gedeelte van de route is mooier dan de Camino del Norte. Nu was het vandaag schitterend weer en dat werkt natuurlijk ook behoorlijk mee.
Corrie, het klopt wat je schrijft over de diensten van vorig jaar en het pelgrimslied, op deze route vind je dat helemaal niet. Je merkt hier niet veel van enige spiritualiteit; hier gaat het meer om de sportiviteit, geloof ik. De pelgrimstocht is zogezegd meer ‘werelds’. Marianne en Manfred lopen ook de hele dag van die luchthartige, wereldse aria’s te galmen. Om daartegen enig serieus tegenwicht te bieden, heb ik maar als goed Gereformeerde het lied: ”Waarheen pelgrims, waarheen gaat gij?“, aangeheven met mijn sonore bariton, maar ten eerste kon men deze sonore bariton niet waarderen en ten tweede wist ik alle woorden niet meer van dit lied en Geer was er niet om mij voor te zeggen. Je ziet, ik heb mijn best gedaan, maar tevergeefs.
We zitten nu weer veilig in de refugio van Villalba. De was is gedaan, er wordt voor mij gekookt, dus wat wil je nog meer? Het is nog geen 125 km meer naar Santiago, dus het schiet op. Vind ik dit leuk? Ja en nee. Voordat ik weg ging, heb ik tegen Gery gezegd dat dit de laatste keer was en dat zeg ik nu nog wel, maar…… nou sprak ik weer iemand die van Florence via Rome naar Assisi gelopen is en onderweg alles heeft bekeken. De vraag is nu: Is dat minder leuk dan thuis in de Almanak zitten? Ik vrees het antwoord daarop te weten……

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 3 reacties

In het land van Jacobus

Hier dan weer een bericht direct vanuit een internetcafé. Ik begin er ervaring in te krijgen. Bedankt iedereen voor de commentaren, we genieten er elke keer geweldig van. Gisteren hebben we zelf iets gemaakt in de refugio om te eten. We hadden geen zin meer in het menu del dia. Dus we hebben pizza’s gekocht en die opgewarmd in de enige pan die in de keuken stond. Een blikje asperges erbij dat we niet open konden krijgen en dus geheel vernielden om toch de inhoud te bereiken. Iedereen heeft zich er meer bemoeid met als gevolg dat ook iedereen mee moest eten natuurlijk. Kortom, het lijkt in zo’n refugio soms wel een groot gezin, waarvan iedereen dan overigens wel een andere taal spreekt. In de refugio van vanavond bijvoorbeeld zitten een Oostenrijker, twee Brazilianen, twee Hollanders en een Duitser.
Vanmorgen zijn we heel vroeg opgestaan en om zeven uur waren we al op pad. Eerst moesten we nog langs de plaatselijke politie om onze credencial te laten afstempelen. Daar werden we pas om acht uur geholpen door drie stoere agenten. Er werd ernstig op onze credencials gestudeerd en natuurlijk werden ze uitgebreid besproken, maar dat kunnen wij niet echt verstaan. Daarna kregen we een plattegrond van de stad Ribadeo waarop getekend was hoe we de stad moesten uitlopen. Prima geregeld dus. Trouwens, het is te merken dat we in het thuisland van de heilige Jacobus zijn aangekomen, want alles is hier perfect geregeld. De aanwijzingen langs de route zijn heel duidelijk en op elke monolith staat, behalve de richting, ook de afstand tot Santiago aangegeven. Vanaf hier is het nog 175 km. Alle refugio’s in Galicië zijn ook gratis. Het weer was redelijk goed. Een enkel buitje, maar ook zon van tijd tot tijd, dus wij klagen niet.
Onderweg zaten wij op een bankje voor een kerkje iets te eten en wij zagen een eindje verderop een vrouw met een wandelstok drentelen. Zij stond duidelijk te wachten tot we langs zouden komen. Toen dat te lang duurde, kwam ze naar beneden en begon het gesprek. Eerst informeerde ze waar we vandaan kwamen en al heel snel kwam de aap uit de mouw: ze wilde vertellen wat zij had. Als wij het goed begrepen had ze een nieuwe heup gekregen. Marianne weet dan altijd wel een medische term die in alle talen hetzelfde is en het gesprek verliep tot volle tevredenheid van de mevrouw. Er kwam geen eind aan haar verhaal en dat was kennelijk ook de bedoeling. Dat gebeurt regelmatig; de mensen zijn heel erg aardig.
Tussen de middag kwamen we langs een refugio waar drie andere pelgrims al gestopt waren. Omdat we die kenden, hebben we daar gegeten en gerust. Het was een heel mooie refugio. Daarna was het nog twee uurtjes naar Vilanova de Lourenza, waar we nu zijn en ook deze refugio is naar volle tevredenheid. We hebben een lange tocht gemaakt, het was hoog, maar het ging prima, we hadden er eigenlijk geen erg in dat we bijna 30 km hebben gelopen. De omgeving is hier weer heel anders, maar ook erg mooi.
We hebben weer zelf eten gekocht en gegeten in de refugio. Daarna zijn Manfred en Marianne naar de kerk geweest en ik heb afgewassen en ben naar het internetcafé gelopen.
Morgen hebben we 28 km voor de boeg met nogal wat bergen. We zijn van plan weer vroeg te vertrekken, want er is halverwege een mooie stad te bezoeken. Verder overwegen we een uitstapje naar Lugo te maken als we daar toch in de buurt zijn. Blijft ook nog de vraag of we naar Fisterra gaan na de aankomst in Santiago. Al die dingen moeten we nu weer onder ogen zien. Jullie horen nog het resultaat van deze overwegingen.

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 5 reacties

Blog op WordPress.com.