Auteursarchief: pelgrimtheo

Semana Santa

Laat ik nou in mijn onnozelheid gedacht hebben dat het alleen in Sevilla de semana santa (heilige week) zou zijn. Nee dus, dat is in heel Spanje het geval. En wat bij ons de stille week is, is het hier allebehalve: het is een week van feest en vrij zijn, de Spanjaarden hebben een korte vakantie. Dus het is druk en dat is ook te merken aan het aantal pelgrims. Ik loop dus niet alleen dit keer.

Vanmorgen ben ik om half negen aan mijn eerste echte wandeldag begonnen en het is me goed bevallen. De temperatuur was net boven 30 graden, dus eigenlijk wel ideaal. Er was alleen een gedeelte, waar het erg open en vlak was met geen enkele boom, dus dat was wel even puffen geblazen. Verder was het gedeeltelijk zwaar bewolkt. Morgen schijnt het ook nog warm te zijn, maar daarna wordt er regen voorspeld. Nou is het hier wel zo dat men, als er drie druppels vallen, dit al een fikse regenbui noemt, maar ik ben vandaag een beek overgestoken, waarbij ik mij over een pad van pallets in het water een weg moest banen, dus dat geeft toch te denken……

Maar voorlopig zit ik nu hier in Guillena op een bankje op het pleintje in het dorp een sigaartje te roken, dus dat is goed vol te houden. Guillena is een dorp met alleen maar witte huizen, erg leuk en je ziet het al van 10 km ver liggen. Vervolgens lijkt het dan wel of het dorp niet dichterbij komt.
Vanwege de drukte kon ik niet meer in de refugio, want die was al vol, maar er is hier nog een hotelletje. Daar heb ik een kamer kunnen bemachtigen met airco, een badkamertje en vol pension en dat alles voor € 36, dus wie doet je wat. Inmiddels zit dit hotel nu ook vol met pelgrims, dus dat is wel gezellig. Ik heb een pilsje zitten drinken met Guido, een Duitser van 72 jaar! Hij is pas gaan wandelen toen hij 65 was en loopt nu de camino ook voor de vijfde keer. Nou en ik ben nog geen 72…………

Ik sprak natuurlijk Duits met hem, maar toen ik vertelde dat ik in Zaandam woon, ging er ineens een ander hoofd omhoog van een mevrouw, die enthousiast riep dat we dan bijna buren zijn. Dat was Irma Dekker uit Haarlem. Zij dacht in eerste instantie dat ik ook een Duitser was.
Dus ik heb op mijn eerste dag al meer mensen ontmoet dan vorig jaar in een week. Wel gezellig, hoor.
Het lopen ging goed, mijn voeten voel ik niet, maar de afstand was ook maar 23 km. Keurig voor zo’ n eerste dag.
En morgen is het ook niet erg ver, alleen schijn je de eerste 15 km niet aan water te kunnen komen, dus ik moet nog even een fles water gaan scoren.

Categorieën: 2011: Via de la Plata | 2 reacties

Sevilla

Zo, het is weer lekker warm, zo’n 32 graden. “Maar het is nog geen zomer”, zeggen ze hier. Ik vertel dan dat Gery nog de kachel aan heeft en dan zij er weer overheen met: “Wij hebben hier helemaal geen kachel!”

Ik moet wel weer even wennen aan de Spanjaarden. Gisteren in het vliegtuig ook, daar was ineens een stormachtig geweld tussen drie Spanjaarden, stewardess erbij. Ik versta natuurlijk niet wat ze zeggen, maar ineens was het over en ging iedereen weer blij en tevreden rond zitten kijken. Het ging waarschijnlijk over niets dus.

Vanmorgen ben ik eerst naar de kathedraal gegaan. Die is immens groot en ik weet niet of ik hem nou eigenlijk mooi vind of niet, hij is wat blokkendozerig, anders dan de gotische kerken in Frankrijk. En binnen vind je echt op de schilderijen de meest bloederige taferelen. Er is bijvoorbeeld een afbeelding van de kruisiging waar het bloed bijna vanaf druipt. Maar dat is ook weer zo tegenstrijdig, want tegelijkertijd hoor je dan dat Sevilla zo mooi gebleven is, omdat de stad niet verwoest is. De Moren zaten in de stad, de Katholieken belegerden de stad en samen gooiden ze het toen op een akkoordje. De Moren mochten nog een paar maanden blijven of naar Marokko gaan en dan konden ze ongehinderd vertrekken zonder bloedvergieten of verwoestingen.
De meeste moskeeën zijn vervolgens veranderd in katholieke kerken, maar een paar moskeeën zijn gebleven voor de Moren die er nog woonden, die moesten toch ook iets hebben. Zo zie je, het lijkt allemaal even bloeddorstig, maar uiteindelijk valt het allemaal mee. Het gaat meer om het lawaai, lijkt het wel.

In de kathedraal heb ik me een ongeluk gezocht naar een plaats waar ik een stempel kon vinden. Uiteindelijk bleek er een administratiekantoortje ergens in een hoek bij een ingang, die geen ingang meer was, te zijn waar ik mijn eerste stempel heb veroverd. Vervolgens heb ik even gekeken naar de route om de stad uit te komen morgen en vond zegge en schrijve één bordje met schelp dat de weg wees.

In de binnenstad zijn heel erg nauwe straatjes. Er mogen wel personenauto’s rijden, maar het is geen doen, je riskeert je leven als je er doorheen loopt. Als er een auto aankomt zie je iedere lopende voorbijganger ook geroutineerd een portiek induiken. Binnen de gebouwen zijn er dan vaak erg mooie binnentuinen, want aan de buitenkant is er natuurlijk geen plaats voor.

Na de koffie heb ik een citytour gedaan met de bus. Dat was wel leuk, maar ook een beetje nep, want in de binnenstad kwam je niet, daar kon geen bus rijden. Maar alla, je kunt niet alles hebben.
Als troost ben ik toen maar gaan eten in een goed restaurant, waar ik heerlijk in de airco zat. Ik kreeg het menu voor mijn neus en bestelde, zoals het hoort, een voorgerecht, een hoofdgerecht en een nagerecht. Toen ik de bestelling opgaf, zei het meisje: “Nee, dat is veel te veel, hoor!” Ik dacht dat het nogal meeviel, toch vrij normaal: iets vooraf, iets toe en een hoofdgerecht, maar ze deelde mee, dat de porties nogal groot waren. Dus ik kreeg twee gerechten en dan moest ik daarna maar zien of ik nog een toetje wilde. Nou, ze kreeg helemaal gelijk, want zowel van het voorgerecht als het hoofdgerecht moest ik iets laten staan en het toetje kon er helemaal niet meer bij.

Ze vroeg hoe lang ik in Sevilla bleef en toen ik vertelde dat ik morgen naar Santiago vertrek, vroeg ze: “Gaat u vliegen of met de bus?” ” Lopen”, zei ik en toen had je de reactie moeten zien: ” Lopen???? Echt lopen???? Dat is veel te ver. Wij gaan ook allemaal naar Santiago, maar we gaan natuurlijk met de bus. Lopen is echt veel te ver, dat kan helemaal niet!”
Toen kon ik het niet laten om te vertellen dat ik ook een keer vanuit Amsterdam naar Santiago ben gelopen en toen was het “oh” en “ah” geroep helemaal niet meer van de lucht. Ze was de enige die Engels sprak, maar moest het toen toch echt even aan de rest van het personeel vertellen. En toen begreep iedereen waarom ik zoveel eten had besteld!!! Dat had ik dan wel nodig natuurlijk.

In een rommelwinkeltje heb ik een wandelstok gekocht. Mooi hoor, van glasfiber en je kunt hem in- en uitschuiven, maar mijn bostak was mooier, aan deze moet ik nog wennen. Misschien kom ik onderweg ergens weer eens een mooie bostak tegen, dan ruil ik hem weer in.

Ik merk dat ik nog een beetje gehaast ben. Ik kan natuurlijk uren ergens gaan zitten als ik dat wil, maar denk toch, als ik de koffie op heb, dat ik weer verder moet. Morgenochtend vertrek ik echt voor de eerste kilometers, dus het onthaasten kan dan beginnen!

Categorieën: 2011: Via de la Plata | 1 reactie

Mijn stok is gebroken

Ja, veel valt er nog niet te vertellen natuurlijk. Vanmorgen om vier uur het bed uit en naar Schiphol. Ik had mijn stok niet ingepakt, maar voorzien van etiket en zo. Allereerst verbazing bij de incheckbalie: “Moet die stok ook mee?” Vervolgens moest ik er mee naar de speciale bagage, maar dat moest mijn rugzak ook, dus dat was geen punt. Ook daar dezelfde verbazing: “Moet die tak mee?” Ik zei streng: “Ja en je moet er goed op passen”. Dat heeft niet geholpen.

Om half tien was ik in Barcelona en daar moest ik viereneenhalf uur wachten voor ik in kon checken voor Sevilla. En viereneenhalf uur wachten op een vliegveld is heel, heel erg lang. Je loopt eens een beetje, je leest een beetje, je eet iets, je hangt een beetje in een stoel en je zit te barsten van de slaap. De tijd komt niet om.
In Barcelona was het trouwens zwaar bewolkt, dus ik begon al te denken dat ik beter een trui mee had kunnen nemen in plaats van zonnebrand.

Maar gelukkig, toen ik uiteindelijk om half vijf in Sevilla arriveerde, scheen de zon volop en het is 32 graden. Helaas bleek mijn stok de tocht niet te hebben overleefd. Hij is in tweeën gebroken en nu heb ik alleen nog maar de bovenste helft. Ik had hem dus, achteraf gezien, beter weer helemaal goed in kunnen pakken. Het is wel jammer, die stok is zo trouw met me mee gegaan, maar vooruit, niets aan te doen.

Met de taxi ben ik naar het hotel gegaan, waar de receptioniste zei, dat 32 graden nog wel ging: “Het is nog geen zomer”, zei ze. Ik sloeg meteen terug dat ik vanmorgen met 4 graden vertrokken was (een beetje overdrijven mocht wel, vond ik) en dat maakte de gewenste indruk.
Het is een mooi hotel. Het staat in een heel nauw straatje. Vanuit mijn kamer kijk ik uit op een patio vol met bloemen en een fonteintje. Daar wordt morgenochtend het ontbijt geserveerd. Dat gaat dus wel lukken.
Nu ga ik eerst een dutje doen, want daar ben ik wel even aan toe. Morgenochtend wil ik om half negen bij de mis zijn om vervolgens een stempel te bemachtigen en de rest van de dag ga ik dan Sevilla bekijken en proberen een goede stok te bemachtigen, want die heb ik natuurlijk wel nodig. En dan begint vrijdag de echte Camino!

Categorieën: 2011: Via de la Plata | Een reactie plaatsen

Via de la Plata

Via de la Plata
10-4-2011
De kogel is door de kerk!!! Na veel wikken en wegen hebben Gery en ik vanmorgen besloten dat ik toch nog een keer een pelgrimstocht ga maken. Deze keer is het de zogeheten ‘Via de la Plata’. Vertaald is dat de Zilverroute. Wikipedia schrijft daar in het kort het volgende over:
Camino Mozarabe en Via de la Plata
Ook bekend als de zilverroute of de weg. De Via de la Plata (ooit een Romeinse weg die Italica en Asturica Augusta verbond) begint in Sevilla, van waaruit het naar het noorden gaat naar Zamora via Caceres en Salamanca. Hij wordt veel minder gebruikt dan de Franse route en zelfs minder dan de noordelijke route. Na Zamora is er een keuze. De eerste route loopt westwaarts en loopt via Ourense naar Santiago. De andere route loopt naar het noorden naar Astorga van waaruit de pelgrims naar het westen kunnen via de Franse route, de Camino Frances naar Santiago.
De Camino Mozarabe-route loopt van Granada door Cordoba en komt later samen met de Via de la Plata in Merida.

Alhoewel de voorbereiding misschien niet heel degelijk was, verheug ik me er toch heel erg op. Ik heb ontdekt dat elke tocht weer heel anders is. En ik kijk uit naar wat deze reis me weer zal brengen. Ik heb erg lang geaarzeld, want ik dacht dat het na vier keer wel eens genoeg zou zijn. Voor Gery betekent het natuurlijk toch weer heel lang alleen zijn. Maar we hebben een en ander goed doorgepraat en met dit resultaat dus. Blij, blij blij!!!

Woensdagmorgen om tien voor half acht vertrek ik van Schiphol en dan arriveer ik om half vijf in Sevilla met een overstap in Barcelona. In eerste instantie was ik van plan in Cadiz te beginnen, maar omdat het volgende week in Sevilla enorm druk zal zijn in verband met de semana santa (heilige week) heb ik dat idee maar laten vallen. Ik ga dus vanaf Sevilla meteen aan de wandel. Wel ben ik van plan een dag in Sevilla rond te kijken. Tenslotte ben ik er nog nooit geweest en het schijnt een heel mooie stad te zijn.

Dus dan vrijdag echt aan de wandel. Volgens mijn gidsje is de weg naar Santiago de Compostela via Ourense 977 km. Normaal gesproken kan ik dat dus in zes of zeven weken doen. Maar ik ben vast van plan me niet te haasten, dus houd me niet aan die periode. Als alles goed gaat, komt Gery me weer in Santiago ophalen.
Het thuisfront gaat weer voor de website zorgen, dus dat is in goede handen. Ik hoop dat jullie ook een beetje kunnen genieten van mijn wandeling. Ik verheug me er bijzonder op.

Vaya con dios en ultreia

Categorieën: 2011: Via de la Plata | 4 reacties

Camino Portugues

Het is alweer twee maanden geleden dat ik mijn Camino Portugues heb afgesloten op Cabo Fisterra. De tijd is sindsdien voorbij gevlogen, lijkt het. Om te beginnen en ook om een beetje te ‘landen’ zijn Gery en ik aansluitend op het familieweekend een weekje in Hellendoorn gebleven. Daarna neemt het ‘gewone leven’ weer een loopje met je. Alles draaide hier natuurlijk gewoon door, terwijl ik daar in Portugal een beetje langs de weg liep te slierten, zoals Gery dat zegt.

Maar de kruitdampen zijn nu toch echt wel opgetrokken. Om te beginnen ben ik heel lang en druk bezig geweest met het samenstellen van mijn videofilm. Het is iedere keer weer een hele klus om van zoveel materiaal een duidelijk overzicht te maken van wat ik heb beleefd. Voor mij is het natuurlijk wel duidelijk, maar het moet ook nog een beetje interessant zijn voor degene die er naar kijkt. Ik zou alles willen laten zien, omdat ik alles belangrijk vind en leuk, maar voor anderen verveelt dat natuurlijk heel snel, want het zegt hen niets. Kortom, het was een heel gevecht met mezelf om zoveel in te korten. Maar uiteindelijk is het toch gelukt er een film van te maken die een indruk geeft van de Camino Portugues zoals ik die beleefd heb.
Omdat die film toch nog iets te lang bleek om op deze site te zetten, heb ik daar nog een korte impressie van gemaakt.

Steeds als ik met het monteren van de film bezig was, kwamen alle herinneringen weer boven. En het leuke is dat ik mezelf dan nog veel meer herinnerde dan wat er op de film te zien is. Hoe heet het was op enkele dagen en hoeveel pijn ik had aan mijn linkervoet. En als je dan thuis zit met een kopje koffie bij de hand, kijk je daar toch weer met heel andere ogen naar dan op het moment zelf.

De tocht was soms zwaar, maar het wandelen in Portugal is me toch heel goed bevallen. Het is weer een heel ander land dan Spanje. Ik heb heel aardige en lieve mensen ontmoet. Dikwijls ging de communicatie wel moeizaam, maar bijna iedereen deed toch alle moeite om me moed in te spreken of op weg te helpen. Er zijn toch echt heel veel aardige en lieve mensen op deze wereld. Niet alleen in Portugal, ook de vele reacties op de website, waar Gery elke dag weer kans zag om een begrijpelijk verhaal te maken van mijn belevenissen, waren steeds weer om naar uit te kijken. Ook nu nog kom ik mensen tegen die met mij over gebeurtenissen beginnen die ze op de website gelezen hebben.

Na thuiskomst ben ik natuurlijk meteen naar mijn schoenmaker gegaan. Die heeft mijn schoenen met een resoluut gebaar in de vuilnisbak gedeponeerd. Ze waren niet bruikbaar meer en ook niet te repareren. Ze waren niet alleen erg versleten maar er zat ook veel bloed, zweet en tranen in die schoenen.
Weg ermee en nu loop ik weer te wandelen op keurige nieuwe schoenen. Goed voor de volgende camino (misschien). Nog heel veel dank voor het mee beleven van alles onderweg. Het inspireert misschien wel om nog een keer op weg te gaan.
Wie weet, ik zal jullie op de hoogte houden.

Categorieën: 2010: Camino Portugues | Tags: | 1 reactie

Vaya con dios

Vanmorgen om kwart voor zeven was ik weer op de been. Na een washandje over mijn gezicht en de verzorging van mijn voeten kostte het me na het ontbijt aan de bar moeite om alle kosten te betalen.
Gisteravond kon ik kiezen uit één of twee platos. Geen idee wat het was, maar ik nam één plato. Voor € 5 kreeg ik toen een stukje vlees, wat patat, sla en spiegeleieren. Dat was genoeg en toen ik wilde betalen, werd me gezegd dat het bij de kamerprijs kwam en morgen betalen was vroeg genoeg. Niet dat iemand naar mijn kamernummer vroeg, dat niet. En vanmorgen was het een complete chaos, aangezien niemand meer wist wie betaald had en wat er betaald moest worden. En er was door niemand iets genoteerd. Schrik niet, want ik heb nu voor een kamer, diner en ontbijt € 20 betaald! Voor dat geld hoef je je tentje dus niet mee te sjouwen.
Met frisse moed ben ik aan de wandeling van mijn laatste dag begonnen. Aangezien het ontbijt hier niet veel voorstelt en ik na 2,3 km langs een café kwam, heb ik nog maar een ontbijtje genomen. Dat was maar goed ook, want daarna heb ik 14 km over de hei gelopen en er was helemaal niets. Op dat hele stuk heb ik één klein kerkje gezien.
Ik kon wel merken dat ik nog steeds op de camino ben, want ik had weer een klein wondertje. Ik heb nu drie keer de route naar Fisterra gelopen en alle drie keren heb ik bij dezelfde boom een plas gepleegd. Aangezien ik van tradities houd, wilde ik dat de vierde keer ook natuurlijk. Ik moest nodig, maar ik dacht: “Ik houd het op tot die boom”. Maar hoe dichter ik bij de bewuste plek kwam, hoe triester het werd: alles was verbrand en zwartgeblakerd. Alles….. behalve ‘mijn’ boom, die stond als enige er fris en fleurig bij!! Nou jullie weer, heus, zelfs tijdens een plas plegen kan je wonderen beleven.
Wat me wel opviel, toen ik opgelucht weer verder liep, was dat het steeds donkerder begon te worden. Toen ik om half twaalf Cee binnenliep, begon het te regenen en de regen is niet meer opgehouden tot ik op de Cap Fisterra was. En niet zomaar een beetje regen, nee, het hoosde af en toe uit de lucht, ik liep af en toe weg te spoelen. Maar met mijn dure nieuwe regenjack en mijn goedkope paraplu bleef ik lekker droog. Alleen was ik even vergeten de zak om mijn rugzak te doen, dus nu is de inhoud wat vochtig. Wat kan het me schelen, het is toch de laatste dag.
Bij aankomst in Fisterra heb ik eerst het hotel genomen, waar ik in 2007 ook geslapen heb. Daar heb ik wat zware spullen uit mijn rugzak gehaald, zodat de rugzak wat lichter werd en vervolgens ben ik de laatste 3 km naar boven gelopen. Onderweg kwam ik iedereen weer tegen die ik onderweg ook al eens gezien heb, dus dat was leuk. En, geloof het of niet, maar toen ik op de cap kwam, begon de zon te schijnen!

Fisterra-web

Ik ben er nu al een aantal keren geweest, maar het blijft een bijzondere gebeurtenis om aan het ‘eind van de wereld’ te komen, en aan het einde van je reis. Het is een bijzonder gevoel.
Ook op de cap zelf was bijna alles verbrand en er stonden overal borden dat er absoluut geen vuur gemaakt mocht worden. Er stond ook een brandwacht op te letten.
Ja, nu had ik een probleem, want het hoort er toch echt bij om iets te verbranden. Ook dat geeft een speciaal gevoel. En aangezien alles kletsnat was vanwege de regen, dacht ik opstandig: “Ik doe het toch”. Dus ik heb toch maar een klein vuurtje gemaakt en een onderbroek en T-shirt verbrand. De brandwacht zei er niets van en ik heb hem niet meer gezien. Wel had ik de aandacht van de toeristen, die vinden dat leuk natuurlijk. En toen er een ander stel ook de stoute schoenen aantrok en een vuurtje maakte, werd het nog heel gezellig.
Ja, en toen was het echt weer tijd om naar beneden te lopen. Ook toen kwam ik weer een heleboel ‘bekenden’ tegen. Hoe je ook loopt, hier kom je elkaar weer tegen, dat kan niet anders.
En nu is het dan echt afgelopen. Jullie allemaal heel hartelijk dank voor jullie reacties en het meeleven. Het was weer een geweldige tocht, met een ‘kleine dip’ erin vanwege zere voeten. Toch hoop ik alweer op een volgende keer. Wie weet?
Morgenochtend zit ik om tien voor half negen in de bus naar Santiago. Daar ga ik naar het postkantoor om de post op te halen. Er moet nu al onder vier letters gekeken worden, want ik ben tot de ontdekking gekomen dat ze het op vier manieren kunnen opbergen: De M (van Mattheus), de J (van Jan, aangezien sommigen denken dat Mattheus ‘Dhr’ betekent), de D van Den of de O van Otter. Het leven van een postbeambte is echt nog zo eenvoudig niet.
Daarna vertrek ik dan naar Corona en neem daar een hotel zo dicht mogelijk bij het vliegveld en dan vertrekt mijn vliegtuig vrijdag om tien over half negen via Barcelona naar Amsterdam.
Het allerbeste, gezondheid en geluk gewenst en ‘Vaya con Dios’

Categorieën: 2010: Camino Portugues | 5 reacties

Ver maar heerlijk

Het was vandaag ver, erg ver, maar het liep als een trein allemaal. Heerlijk was het. Ik heb in totaal ruim 38 km gelopen, maar het was fantastisch weer, het is hier gewoon nog zomer. En ik was wel moe na zo’n lange tocht, maar eigenlijk viel het nog wel mee.
Gisteren heb ik een Russisch meisje ontmoet, Nathalie, die zat in hetzelfde hotel als ik en vandaag zit ze ook weer in hetzelfde hotel. Ze woont in Spanje en spreekt Spaans en Engels, dus dat is makkelijk.
Toen ik vanmiddag iets zat te eten, ontmoette ik twee Nederlanders, die de Via de la Plata hebben gelopen. Ja, hier komen alle wegen weer bij elkaar en dat is wel leuk natuurlijk.
Ik zit nu in een hotel na Olveiroa en vlak voor Hospital, 3 km verder dan vorig jaar, maar in Olveiroa was geen enkele plaats meer beschikbaar. Nou ja, dat scheelt morgen weer.
Toen ik aankwam, stond de eigenaar me op te wachten en vroeg aan me: “Bent u die Duitser?” Ik zei: “Nee, ik ben Hollander”. “O”, zei hij, “dat is ook goed”. Vervolgens heeft hij mij een rondleiding gegeven over het hele landgoed heen en door het hotel. Toen ik vertelde dat ik vanmorgen in Negreira gestart was, ging hij aan iedereen vertellen hoe ver ik vandaag wel niet gelopen had. Het hotel is splinternieuw en de eigenaar nog zo enthousiast over pelgrims, dat je hier op elk moment van de dag kan eten. Dat zal volgend jaar wel over zijn, ben ik bang, maar nu is het prettig.
Het is wel lollig, want het hotel is nog niet helemaal klaar zelfs. Ik heb een prima kamer met een mooi bed, een keurige kaptafel, een mooie vloer. Alleen de muur is nog niet gestuct en ik kijk daar tegen de stenen blokken aan. Uit het plafond hangen allerlei geheimzinnige draden, waaraan nog iets moet worden opgehangen. Maar dat mag me allemaal de pret niet drukken.
Morgen is het dan mijn laatste wandeldag, als alles goed gaat. Vreemd hoor, dat het dan weer afgelopen is. Dat zal weer erg wennen worden!

Categorieën: 2010: Camino Portugues | 3 reacties

Weer aan de wandel

Vanmorgen vrij vroeg zat ik alweer in de bus van de Monte de Gozo naar Santiago. In de bus had ik een geanimeerd gesprek met twee Chinese meisjes. Zij spraken goed Engels (vast van Melina geleerd), het ene meisje sprak ook Duits en dan spraken ze allebei ook nog Chinees. Ik ben door hen uitgenodigd om de Chinese Muur te lopen, als ik lef heb. Dat is ongeveer 8000 km, dus ik kan vooruit. En ik moet van hen onderweg alleen Chinees eten en, zoals ze zeiden: “Dat Chinese eten is lang zo lekker niet als bij de Chinees in Amsterdam. Wat kun je daar lekker Chinees eten!”
In Santiago heb ik op mijn gemakje ontbeten, toen ben ik naar het plein voor de kerk gelopen, een filmpje gemaakt en daarna de stoep af richting Fisterra. Van de branden van vier jaar geleden is niets meer te zien, alles is weer prachtig groen. En het weer is ook prachtig, een strakblauwe hemel met in de verte een paar wolkjes. Ik was alleen vergeten hoe steil het hier is. Het was weer echt klimmen en klauteren geblazen.
De commercie heeft ook hier toegeslagen. Vorig jaar was er op de hele route van vandaag maar één café, nu is er elke 5 km wel een bar of café. En in Negreira, mijn stopplaats voor vandaag, was maar één herberg en een klein hotel. Nu zijn er vier herbergen en het hotel is uitgebreid. De mensen hebben gelijk natuurlijk, ze willen ook een graantje meepikken. En één herberg was ook veel te weinig, er moesten mensen buiten slapen omdat het allemaal vol was.
Voor mij heeft de concurrentie, die er nu natuurlijk ook is, voordelen. Vorig jaar kostte een tweepersoonskamer in het hotel € 45, nu kost een driepersoonskamer € 32. Wel werd mij vriendelijk verzocht om maar één bed te gebruiken. Alsof ik van plan zou zijn om halverwege in een ander bed te gaan liggen.
Nog een paar dagen en dan zit het erop, dat is altijd dubbel: ik vind het fijn om weer naar huis te gaan en jammer dat het weer voorbij is. Zoals ik tegen een Fransman zei, die daar erg om moest lachen: “Ik verheug me erop naar huis te gaan, maar nu nog niet”.

Categorieën: 2010: Camino Portugues | 1 reactie

Door de heilige deur

Gisteravond heb ik het heel gezellig gehad met een Duitser, Alexander. Zo gezellig, dat ik een beetje met een houten kop wakker werd. Om daar iets aan te doen ben ik maar vanaf Monte de Gozo gaan lopen. Dat is niet ver, maar 5 km, net genoeg om goed wakker te worden. Koud was het wel, want ik liep in mijn T-shirt. Ik had geen jas meegenomen, want straks schijnt de zon, dan is het lekker warm en loop je de hele dag met je jas te zeulen. Maar ja, ik moest er wel voor lijden, want ook op het plein voor de heilige deur was alleen schaduw en er stond alweer een hele lange rij te wachten.

Uiteindelijk werd het wachten beloond, ik schoof steeds een eindje op, totdat het mijn beurt was om door de deur te gaan. Nou, stel je er niet teveel van voor. Het is gewoon een deur die openstaat en dan loop je door een gat in de muur en ben je binnen. Binnen word je keurig langs een afgezette route geleid, die langs het beeld van Sint Jacob gaat, en dan sta je weer buiten. Maar goed, alle zonden zijn mij nu vergeven, daar houd ik het maar op.

heilige-deur-web de heilige deur

Na de koffie ben ik de kerk weer ingewandeld. Het was pas kwart voor elf en de mis begint om twaalf uur, maar de kerk was al barstensvol!! Er was geen enkele zitplaats meer. Nou snap ik ook hoe het gaat. Er is namelijk ook een mis om elf uur. De mensen die daar naar toe gaan, blijven daarna gewoon zitten voor de mis van twaalf uur. Geen wonder dat het atijd zo vol is. Er kon vandaag echt geen kip meer bij en ik heb dus twee uur moeten staan. Dat is pas afzien, ik had na afloop hele stijve benen. Je moet er iets voor over hebben.

Tussen de middag heb ik heerlijk gegeten: meloen met ham, een hele goede biefstuk en aardbeien met slagroom toe. Dus de calorieën zijn weer op peil.
Nu zit ik lekker op een terrasje met het koppie in de zon met een bakkie koffie. Het is hier ontzettend gezellig, een en al leven. Alleen de wind is een beetje kil, ik denk dat ik nog maar een truitje ga kopen.

Ik heb afscheid genomen van mijn Duitse vrienden, die vliegen woensdag terug en lopen niet naar Fisterra. Ik ga vanavond een beetje bijtijds terug naar mijn slaapplaats, eet daar iets en dan morgenochtend met de eerste bus terug naar Santiago de Compostela om aan de kilometers naar Fisterra te beginnen.

Categorieën: 2010: Camino Portugues | 1 reactie

Ik ben er

jacobus-web

Het is vijf voor drie en ik ben er!!!
En Sint Jacob heeft goedkeurend naar me geknikt. Je mag hier in wonderen geloven, dus ik zag het duidelijk.
Onderweg was het niet drukker dan anders, alleen toen ik in de stad kwam, was het erg druk. Van alle routes komen de pelgrims hier natuurlijk aan en er zijn ook bussen vol toeristen.
Vanaf het plein ben ik eerst naar het pelgrimskantoor gegaan, daar stond een rij van 10 meter lang al op straat. En dan te weten, dat je als je door de deur bent nog een lange, brede trap op moet. Dus ik bereidde me voor op een uurtje wachten, maar het ging vrij vlot, er zaten in totaal acht mensen, die constant bezig waren compostela’s uit te reiken. Ik heb dus de mijne nu ook!
Het is mijn vierde, maar ik ben er weer trots op. Ik heb deze tocht wel meer afgezien dan de vorige keren, vandaar natuurlijk die goedkeurende knik van Jacobus.
De Ierse pelgrimszegen: “Moge de zon je verwarmen, de regen je verkoelen en je dorst lessen en de wind in je rug waaien” is wel uitgekomen dit keer. Vanmorgen had ik nog een klein buitje, maar verder is het goed weer geweest, behalve dan die paar bloedhete dagen. Nu ben ik al dat zweten en afzien alweer vergeten en het staat wel stoer als ik zeg dat ik bij meer dan 40 graden heb gelopen.
Na het bezoek aan het pelgrimskantoor ben ik naar de fontein op het plein gelopen aan de zijkant van de kathedraal. Ik ben recht voor de fontein gaan staan en Gery zag me op de webcam. Toen ben ik naar de andere kant van de kathedraal gelopen, waar je door de heilige deur kan. Daar stond een gigantische rij voor. Ik ben toen naast de rij gaan staan en toen zag Gery me weer, ze herkende me aan mijn staf!! Goed dat ik hem dus meegenomen heb, ben benieuwd hoe dat op de terugweg gaat, want hij moet wel weer mee naar huis ook natuurlijk. Omdat ik een goedkope vlucht heb, zal dit soort bijzondere bagage wel extra geld kosten. Kan me niet schelen, mijn staf moet mee.
Ik ben nog niet door de heilige deur gegaan, want de rij was enorm en ik was het zat, had geen zin om daar weer in de rij te gaan staan. Dus dat komt morgen wel. Morgen ga ik ook naar de mis (als ik er tenminste nog bij kan). Nu heb ik me door een taxi naar mijn kamer op de Monte de Gozo laten brengen. Ik heb geprobeerd voor morgennacht een kamer in Santiago zelf te krijgen, dat is natuurlijk leuker, maar het is me niet gelukt. Alles zit overvol.
Dus ik heb er nu hier maar een nacht bijgeboekt. En ik deed tegelijkertijd een merkwaardige ontdekking. Ik had voor vannacht geboekt via booking.com, die service is gratis. De kamer kostte € 99. Duur, maar niets aan te doen. Nu boek ik nog een nacht en zegt het meisje tegen mij: “De prijs is wel anders, hoor!” Ik zeg: “Het kan me niet schelen, ik moet toch een plek hebben”. “Ja”, zegt ze, “hier kost de kamer maar € 49″. Ik bedoel maar, worden we nou opgelicht of niet???????
Ik ben natuurlijk blij dat ik Santiago gehaald heb, maar ja, de tocht is pas volbracht als ik aan het ‘einde van de wereld’ ben. Dus maandag op naar Fisterra! Volgens het weerbericht gaat het niet echt regenen, dus ik neem ook de laatste horde.

Categorieën: 2010: Camino Portugues | 3 reacties

Blog op WordPress.com.