2006: Camino Frances

Honderd dagen

29,78 km – 42.538 stappen / totaal 2261,81 km – 3.251.048 stappen

Het is vandaag mijn honderdste dag en wie een pelgrim graag ziet lijden, had vandaag met me mee moeten lopen, dan had-ie waar voor zijn geld gehad. Want behalve dat het heel warm was en heel ver, zoals Hildebrand zou zeggen, had ik ook nog diarree en dat valt heus niet mee. Dat betekent na bijna elke kilometer stoppen en zitten. Het meegenomen wc-papier kon het niet aan en verdere details zal ik jullie maar besparen. Het was heftig. Maar nu is het weer bijna over.

Ik loop nu weer in een andere streek, de Bearn oftewel Navarre. Niet alleen de streek en de huizenbouw is anders, de taal ook. Ik versta er geen barst van als ze in hun eigen taal spreken, maar gelukkig spreken ze ook gewoon Frans. Het Navarrees of Bearnais zit een beetje tussen Frans en Spaans in, een weg heet hier geen chemin, ook geen camino, maar camin. Ik ben vanmorgen vertrokken met Christoffer samen en daar heb ik het eerste stuk tot Sauvelade mee gelopen, maar die stopte daar, dus ik ben alleen verder gegaan en heb verder geen pelgrim meer gezien.
Wel liep ik door een bos en middenin dat bos zag ik opeens een heleboel auto’s staan. Er bleek een fontein te zijn middenin het bos, waar het hele dorp water komt tappen. Niet omdat ze thuis geen waterleiding hebben, maar omdat het water uit deze fontein veel lekkerder is dan dat wat ze thuis hebben. Ze komen echt met kratten aanzetten. Als je dan bij de fontein komt, zie je daar een bordje boven hangen met ‘eau non potable’ oftewel ‘geen drinkwater’. Dat is wel lachen natuurlijk, dus ik heb mij met mijn ene fles in de rij gevoegd om daar eens duidelijkheid over te krijgen. “Ja, dat bordje is er wel, alleen omdat het moet van de regering”, zo werd mij uitgelegd, “de gemeente heeft geen geld genoeg om iedere keer analyses te laten maken om het water te controleren, dus dan moet er zo’n bordje bij, maar dat zegt niks verder”. Heerlijk land! Omdat ik ‘helemaal uit Amsterdam gekomen was om hier water te tappen’ werd mij voorrang aangeboden, maar ik heb netjes op mijn beurt gewacht, want ik vond het veel te gezellig. Het water was overigens heel erg lekker en heerlijk koud.

Goed, in Navarrenx aangekomen, moest ik in een bar de sleutel halen van de gîte en nu zit ik in een arsenaal van de vesting Navarrenx. Op de begane grond en de eerste verdieping zijn gewone appartementen en op de tweede verdieping zijn appartementen voor pelgrims. Het ziet er allemaal keurig uit. En wie kwam ik er als eerste tegen? David, die was alweer druk bezig met van alles. Ik hoorde van het meisje bij het Office de Tourisme, dat er steeds onenigheid schijnt te zijn tussen de vaste bewoners en de pelgrims. De vaste bewoners klagen er namelijk over dat er overal maar wasgoed van de pelgrims hangt en dat vinden ze natuurlijk geen gezicht. Wat ze er aan gedaan hebben? Ze hebben met zijn allen een droger gekocht voor de pelgrims. Maar helaas, het helpt niet, want in die droger moeten munten gedaan en dat doen die pelgrims niet, dus die hangen gewoon weer de was overal. Je ziet, het is ook hier niet overal koek en ei. David en ik hebben besloten om samen alle wasgoed in een droger te doen, want eerlijk gezegd vind ik het wel makkelijk. Vanavond warm ik een blik ravioli op, dus ik blijf eenvoudig.

Ik zie nu de hele dag de Pyreneeën oprijzen en sla dus de ogen naar het gebergte heen, dat heel indrukwekkend is en heel hoog. Gelukkig hoef ik niet helemaal over de top, maar ik verwacht wel des Heren bijstand. Hoewel ik erg benieuwd ben hoe hij die dan gaat geven, want ik vrees toch echt dat ik gewoon zal moeten klimmen en klauteren en dat is niet mijn sterkste punt.
Ik klamp mij dus vast aan het feit dat ergens in de Bijbel staat dat de zeeën droog zullen zijn en de bergen vlak (of zoiets), maar ja, dan moet er nu wel gauw iets gaan gebeuren!
Het onweert hier nu flink, dus het licht is uitgevallen. En om nu ook maar te eindigen met een psalm, die mijn schoonmoeder altijd op ging zeggen als het onweerde: “t Mensdom beeft en staat verwonderd, als de God der ere dondert!”

Categorieën: 2006: Camino Frances | 3 reacties

Geen plaats meer in de herberg

33,02 km – 47.175 stappen / totaal 2232,03 km – 3.208.510 stappen

Zon-web

De laagste temperatuur vandaag was 29,8 graden, de hoogste was 35,8 graden. Met andere woorden: het was heel erg heet. En de komende dagen zal de temperatuur niet dalen, ik vrees dat het zo wel zal blijven voorlopig. Maar buiten dat heb ik lekker gelopen. Het is hier nu echt druk aan wandelaars, er zijn er ook veel die nu een weekje vakantie hebben in verband met 14 juli. Ik moet wel wennen aan de drukte rondom me. Ik ben neergestreken in Arthez de Bearn, maar de gîte hier is overvol, we kunnen er nooit allemaal in. Er zit een hele grote groep Fransen en ook David is er weer bij met al zijn bluf. Maar ik bluf harder en we zitten nu op het terras een beetje te ouwehoeren en dan komt het vanzelf wel weer in orde. Ik heb wel lol, want hij verzorgt zijn voeten alsof hij in een schoonheidssalon zit, er wordt wat afgetutterd. Maar aan de andere kant, hij loopt deze tocht omdat hij beloofd had dit te doen als zijn moeder genezen zou van kanker. Zijn moeder is nu beter, dus hij komt zijn belofte na en dat is toch wel geweldig.

Omdat de gîte echt overvol was, hebben ze een andere oplossing gevonden. Ik heb snel wat boodschapopen gehaald, toen was er nog tijd voor een terrasje met zijn allen en om zes uur vanavond zijn we opgehaald en we slapen nu bij een gastgezin ergens op de campagne met zijn drieën: Christoffer, David en ik. De gastvrouw Claude heeft zelf de tocht al tweemaal gelopen, dus die weet waarover ze praat.

Dus ik heb weer onderdak. Ik had vandaag wel even spijt dat ik mijn tent mee teruggegeven had, want laat nou net hier een prachtige camping zijn. Maar ja, het loopt wel een stuk lichter, zonder tent en slaapzak. Ik heb nu weer ruimte te over. “Kun je souvenirs meenemen”, zei Geer.

Categorieën: 2006: Camino Frances | 1 reactie

Weer op pad

20,67 km – 29.523 stappen / totaal 2199,01 km – 3.161.335 stappen

Na een paar rustdagen was ik vanmorgen weer blij dat ik op pad kon gaan. Gery heeft me naar de route gebracht en moest uiteraard nog een paar laatste foto’s maken:

Theo-bij-bord-Aire-web Theo-weg-Aire-web

Ik was van plan om tot Miramont te lopen, maar daar was ik al zo vroeg, dat ik besloot nog maar een eindje verder te gaan. Alle mensen, die ik tot dusverre heb ontmoet, zijn me nu vooruit of naar huis, zodat ik nu weer andere mensen tegenkom en dat is best even wennen weer. In ieder geval heb ik met Anne afgesproken, dat we zo mogelijk samen de Pyreneeën overgaan en dat zal wel lukken. Zij is natuurlijk doorgelopen, maar moet woensdag een paar dagen terug om naar een sollicitatiegesprek te gaan, dus dan komt het vanzelf weer goed. Het is wel grappig, want ik heb vandaag een Pool ontmoet. Die loopt veel harder dan ik, maar die rust elk uur, zodat ik hem iedere keer weer inhaal. Verder heb ik heerlijk rustig alleen gelopen.

Om drie uur kwam ik in Arzacq-Arraziguet aan en ik zit hier nu in een gîte met een grote groep Fransen, die met elkaar een week wandelt. Dat doen ze elk jaar. Maar op die manier is zo’n gîte natuurlijk wel meteen vol en het is er erg druk. Eén van de Fransen, David, vertelde me dat hij een andere Hollander had ontmoet en dat bleek dus Jos te zijn. Zo zie je maar weer. Ik weet nog niet zo goed wat voor type David is, op het eerste gezicht irriteert hij mij nogal met zijn poeha. Morgen ga ik 30 km lopen, dan ben ik van deze groep weg, want die loopt 20 km.

Categorieën: 2006: Camino Frances | Een reactie plaatsen

13-7-2006: Het thuisfront

Nou, dat was een fors eind rijden, ruim 1300 km. Met de auto heb ik daar ruim anderhalve dag over gedaan, steeds maar denkend: “Je zal dit moeten lopen.” En dan te bedenken dat Theo meer dan 2000 km gelopen heeft! Ik kreeg het warm bij de gedachte alleen al, maar toen ik uitstapte, bleek dat het daar niet alleen van kwam. Want het was warm, om niet te zeggen heet en het is elke dag boven de 30 graden geweest, dus ook voor deze niet-pelgrim was het afzien, maar zeker heel erg de moeite waard.
Toen ik er bijna was, kreeg ik per sms de mededeling dat ze ergens op een klein weggetje liepen tussen Arblade de Bas en Barcelonne. Juist ja, zie dan maar dat je er komt. Maar ik had ‘Truus’ in de auto, dus die heb ik eerst naar Arblade de Bas laten rijden en toen via secundaire wegen naar Barcelonne. Althans, dat dacht ik, maar helaas, eerst komt Barcelonne en dan pas Arblade. Geen nood, ik ben een weggetje ingeslagen dat in ieder geval klein was en toen ik een groepje wandelaars met rugzakken zag, dacht ik verblijd: “Ik ben vast op de goede weg”. Eén man in dat groepje was ook erg blij, want die zwaaide zo uitgelaten naar me. Ik dacht netjes: “Ik zwaai niet naar vreemde mannen”, toen ik ineens zag dat die man Theo was. Ja, dat kun je me natuurlijk niet helemaal kwalijk nemen, dat ik in die donkerbruin verbrande man met petje en stok niet meteen mijn degelijke echtgenoot herkende. Hij zag er geweldig uit, nooit gedacht dat ik hem nog eens zo zou zien.

Theo-Aire-web

We zijn eerst maar eens een hotel gaan zoeken, want iedereen had hem ernstig toegesproken dat hij zijn vrouw niet in de een of andere gîte kon laten slapen. Dus we zijn maar een bordje achterna gereden en kwamen toen bij een heus kasteel uit. Goed, hij in een kasteel slapen, ik ook, dus maar een kamer genomen. Prachtig, heel oud, schitterende kamers, heerlijk eten. Ik kreeg de neiging om af en toe eens adellijk te wuiven, maar was mijn waaier vergeten. In alle eerlijkheid, wij vonden het beiden een beetje te! De hele zaak werd gerund door een echtpaar, dat vast in het gewone leven erg aardig is, maar nu een beetje al te beleefd was.
Als mevrouw tegen haar man iets zei, klonk dat heel gewoon, maar tegen de gasten kreeg ze zo’n onderdanig pieptoontje.

Dus de volgende morgen gingen we op zoek naar iets eenvoudigers in Aire sur l’ Adour en toen verviel mijn schat weer in het andere uiterste en moest ik het in een of ander krikkemikkig gebouw met een wc onderaan de trap zien uit te houden. Maar wel midden in de stad en een uitermate gezellige gastvrouw. Alleen die wc zo’n eind weg en ik weet niet hoe dat met jullie is, maar ik moet dan prompt wel een keer of negen per nacht. Maar alla, je moet er iets voor over hebben.

Ik vond het echt heel leuk om zo’n paar dagen mee te maken. Het straalt aan alle kanten van Theo af dat hij het naar zijn zin heeft. We zaten tussen de middag te eten toen hij werd opgebeld door ‘Anne de Bretagne’, die vertelde dat zij ook in Aire was aangekomen. Het grappige was, dat ik rond zat te kijken en toen op de hoek van de straat een vrouw mobiel zag staan bellen, die precies op hetzelfde moment dat Theo klaar was, ook wegliep. Dat bleek dus Anne te zijn; als ze omgekeken had, had ze ons zien zitten. Daar hebben we ’s avonds mee gegeten, ik vond het heel leuk om haar te zien, nu hoort er een gezicht bij Theo’s verhalen. Maar voor het eten zijn we eerst naar de kathedraal geweest. Theo werd ontvangen, kreeg iets te drinken en een stempel. Daarna was er een korte mis voor de pelgrims en ik vond dat toch wel erg mooi. Zo’n groep mensen, allemaal op weg, ieder met zijn eigen verhaal. Die worden dan gezegend met een eeuwenoud gebed (voor wie het interesseert, de tekst staat op de pagina ‘Gedichten’) en zingen vervolgens samen een eeuwenoud lied, waarvan je weet dat dit al door miljoenen mensen gezongen is. Het heeft echt iets.
We hebben een paar dagen overal rondgekeken en zijn teruggereden naar La Romieu, zodat ik dat ook kon zien. Het was erg leuk en gezellig om weer eens even bij te kunnen praten, ik heb ervan genoten. Alleen moet je wel goed op je man letten, want voor je ‘t weet, ben je hem kwijt, want dan ziet hij weer iemand die hij onderweg is tegengekomen. In La Romieu zaten we ineens op het terras bij Jos Kersbergen uit Gouda, die in Le Puy een paar dagen rust had genomen. Stom toevallig, maar wel geweldig leuk. Jos had erge zere voeten, maar was zo vol goede moed en vastberaden om het doel te halen, ik werd er bijna stil van (bijna, want helemaal stil kun je me niet krijgen). Hij maakt elke dag een kort gedichtje over wat hij beleefd heeft en prachtige tekeningen, geweldig vond ik dat.

Wat ik vooral leuk vond, is dat er onderling een soort saamhorigheid is, zodat je merkt dat iedereen aandacht heeft voor het verhaal van de ander en zijn eigen verhaal bij de ander kwijt kan, zonder dat het een soort kleffe toestand is. Het is, zoals je zou willen dat mensen altijd met elkaar omgaan.
Kortom, ik vond het geweldig om een paar dagen toeschouwer te mogen zijn!

Categorieën: 2006: Camino Frances | 1 reactie

De één gaat, de ander komt

24,08 km – 34.399 stappen / totaal 2178,34 km – 3.131.812 stappen

Vanmorgen heb ik Jan naar de bus gebracht en dat was niet echt leuk. Hij vindt het ontzettend jammer om terug te moeten en dat is het ook natuurlijk. Je weet het van tevoren: je komt elkaar tegen, trekt met elkaar op en dan ga je ook weer uit elkaar. Zo gaat dat, maar het is toch iedere keer weer even slikken.

Enfin, ik ben dus alleen verder gelopen. Onderweg kwam ik langs een tuinhek, waaraan een Jacobsschelp hing en terwijl ik daar naar stond te kijken, kwam er een man de deur uit die vroeg of ik koffie wilde. Nou, een bakkie koffie gaat er altijd in, dus ik heb heerlijk bij hen in de tuin gezeten, het gastenboek doorgelezen en een praatje gemaakt. Toen ik daar op mijn gemakje zat, kwam de familie uit Toulon voorbij. Die hoorden mijn stem. Ik zei nog dat het hier ‘niet voor Fransen’ was, maar zij kregen natuurlijk ook koffie. De rest van de weg zijn we toen maar met zijn zessen op stap gegaan. Hun jongste zoon vindt het allemaal ook geweldig en noemt mij ‘Theo de Santiago’. Ze zijn hier allemaal aan het sproeien met van die grote installaties en daar wil hij dan iedere keer onder gaan staan als we er één passeren tot ongenoegen van zijn ouders. Meestal eindigt het ermee dat ze er alle vier onder staan.
We zijn via Arblade de Bas en Barcelonne naar Aire sur l’ Adour gelopen en toen we daar bijna waren, kwam Gery aangereden. We moesten hard zwaaien, anders was ze ons zo voorbij gereden. Dus nu is de pelgrim even een paar dagen met vakantie!

Categorieën: 2006: Camino Frances | Een reactie plaatsen

Geen tijd voor diepe gedachten

22,37 km – 31.959 stappen / totaal 2154,26 km – 3.097.413 stappen

Gisteravond hebben we in een pizzeria gegeten en waren we laat terug. Dan moet je dus heel erg stil zijn, want iedereen ligt al lang op één oor. En vanmorgen om kwart voor zes stond iedereen dus alweer naast zijn bed. Ik heb vandaag samen met Jan gelopen en we zijn door een prachtige streek gegaan. Het is hier veel vlakker en er zijn allemaal schitterende dingen. Op een begraafplaats staat een kapelletje dat het overschot is van een ziekenhuis voor pelgrims op weg naar Compostela. Dat ziekenhuis heeft bestaan tot 1638 en nu rest alleen nog dit kapelletje, omdat de stenen van het ziekenhuis door de kapitein van Jeanne d’ Albret zijn gebruikt om het naburige plaatsje Manciet te verdedigen. Daar hebben we dus ons broodje maar opgegeten, gezeten op historische grond met een prachtig uitzicht.

In Nogaro aangekomen, hebben we eerst maar eens op een terrasje een paar pilsjes gedronken, die hebben we vandaag wel weer verdiend. Voor Jan is het voorlopig de laatste dag geweest, hij moet zes weken gaan werken voor hij weer verder kan. Dat is heel jammer, want we kunnen goed met elkaar opschieten. En we zijn het over één ding eens: we hebben geen tijd voor diepe gedachten, we hebben het veel te druk met regelen, kijken en genieten! Dus wij zien het maar als een groot voordeel dat we eens even geen diepe gedachten hoeven te hebben.
De gîte in Nogaro is een modern gebouw en ziet er keurig uit. We kunnen nergens eten omdat vanavond de finale van het WK voetbal op de TV is, dus alles was al vol, maar er is geregeld dat we nu in een restaurantje bij het vliegveld terecht kunnen. Ja, dan hebben we geen TV vanavond, dus gaat Frankrijk-Italie aan onze neus voorbij. Niet dat dat erg is, ze voetballen maar een eind weg!

Categorieën: 2006: Camino Frances | Een reactie plaatsen

’s Avonds een vent, ’s morgens een vent

17,31 km – 24.723 stappen / totaal 2131,89 km – 3.065.454 stappen

Het was gisteravond heel, heel gezellig. We hebben met zijn allen gegeten: drie Duitse meisjes, het Franse gezin uit Toulon, onze gastvrouw Marie-Pierre met haar man, Jan en ik. We begonnen met een aperitif met iets van notensmaak, we eindigden met Armagnac en daartussen zat ook zo het een en ander. Wat het was, weet ik niet meer, maar het werd steeds gezelliger en op den duur sprak iedereen alle talen. Niet duidelijk is of iedereen ook alle talen verstond, maar we hebben heel veel plezier gehad, het was een groot feest.

Vannacht hebben we ook heel diep geslapen, want ik heb Jan niet horen puffen en hij mij niet horen snurken. En vanmorgen hebben we in een zeer laag tempo ontbeten. Maar… ’s avonds een vent, ’s morgens een vent, dus de schoenen aan, de rugzak om en op weg. Uiteraard na een hartelijk afscheid van onze gastvrouw, die ons overlaadde met wijze adviezen: waar we wel of juist niet moeten gaan slapen, en dat we goed op onze credencial (de stempelkaart) moeten passen. Er schijnen echt mensen te zijn, die zo’n kaart proberen te jatten omdat ze dan goedkoop kunnen slapen.

Het was best lekker weer, af en toe zon en geen wind. Jan en ik hebben een heel stuk over een afgedankt treintraject gelopen. Niet alleen omdat dat makkelijk loopt, maar vooral omdat Jan helemaal bezeten is van treinen. Nu weet ik dus alles over treinen, seinen, smalsporen, enkelsporen en noem maar op. Onderweg kwamen we langs een oud stationnetje, dat weliswaar niet meer gebruikt wordt, maar nog helemaal intact is. Er staat nog een bagagewagentje met een ouwe koffer erop, er zijn twee wachtlokalen, één voor mannen en één voor vrouwen en zelfs de stationsklok loopt nog. Er staan ook nog huisjes van overwegwachters bij de spoorovergangen en halverwege kwamen we zelfs nog een seinpaal tegen, die ze zeker vergeten waren weg te halen. Daar heb ik Jan maar eens op de foto gezet. We zochten naar het eindstation, dat zou in Eauze moeten zijn. We zitten inmiddels in Eauze in een gîte, maar het eindstation hebben we nog niet gevonden. Ik zeg dat het niet meer bestaat, maar Jan beweert van wel, dus waarschijnlijk moeten we straks nog even op zoek. Je ziet, geen dag is hetzelfde.

Categorieën: 2006: Camino Frances | 2 reacties

8-7-2006: Het thuisfront

Ja, ik kan er ook niets aan doen, maar het zal weer een weekje stil worden. Morgenochtend vertrek ik zuidwaarts om Theo op te zoeken. Bij terugkomst vul ik alles weer netjes aan, tot zolang even geduld!
Wie post wil sturen naar St. Jean Pied de Port, kan dat nu gaan doen, het poste-restante adres staat onder ‘Kaartje sturen’.
Hartelijke groeten en tot volgende week!
Gery

Categorieën: 2006: Camino Frances | Een reactie plaatsen

Terwijl de was draait

23,4 km – 33.425 stappen / totaal 2114,58 km – 3.040.731 stappen

Gisteren hebben Anne, Jan en ik samen gegeten en vanmorgen is Anne met haar vriend vertrokken en hebben Jan en ik verder samen gelopen. Het pad is nog steeds vrij egaal, dus dat is prettig. Onderweg zijn we een kilometer omgelopen om een heel klein stadje te bezoeken, dat helemaal ommuurd is. Het was heel klein, een soort miniatuur Carcassonne, maar helemaal compleet. Alles was er: torens, een slotbrug en het was helemaal gaaf. Het is zo gaaf gebleven omdat het nooit aangevallen is. In kritieke tijden verdubbelden ze het garnizoen: dan waren er vier soldaten in plaats van twee.
Nu zitten Jan en ik in Montreal de Gers. Montreal-web

Dat is ook een leuk stadje. Er is wel een VVV, maar er zijn hier weinig toeristen. En het is hier echt prachtig, een openbaring voor me en de moeite waard om eens meer heen te gaan.
We zijn doorgelopen naar de Ferme de Soleil, waar we onderdak hebben gevonden bij Marie-Pierre, die absoluut geen ‘Madame’ genoemd wil worden. We kregen ook direct een mandje mee om onze vuile was in te doen en die wordt nu keurig voor ons in de wasmachine gewassen, terwijl wij in het zonnetje voor een stacaravan zitten. Daar slapen we niet in, we slapen in de gîte. Ik had niet zoveel wasgoed, maar voor Jan is het erg handig, want die gaat morgen naar huis. Over de thuisreis gaat hij vier dagen doen, via allerlei omwegen. Dat is om weer een beetje te wennen aan het ‘harnas’, zoals hij het noemt. Ja, dat zal niet meevallen na alle vrijheid. Ik hoef er nog even niet aan te denken gelukkig!

Categorieën: 2006: Camino Frances | 2 reacties

7-7-2006: Het thuisfront

Hier zijn we dan weer na onze escapade naar België. Om met het belangrijkste te beginnen: Marnix is geopereerd aan zijn hernia en alles is prima gegaan. Dus dat is vast een pak van ons hart. Hij heeft van de operatie zelf eigenlijk weinig hinder gehad, die is hem erg meegevallen. En toen hij wakker werd, stond er een potje naast zijn bed met daarin zijn hernia. Ook de verzorging in het ziekenhuis was uitstekend en we hebben ons afgevraagd hoe het nou komt, dat het daar in België allemaal zo efficiënt gaat, terwijl hier iedereen veel harder lijkt te rennen dan daar. Hij had een tweepersoonskamer met een badruimte op de kamer en voor iedere patiënt een koelkastje naast het bed. Dr. Croese kwam elke morgen langs, was kort en duidelijk, zei precies wat Marnix wel en niet mocht. Waar we wel pret om gehad hebben, is het feit dat Marnix twee lange witte kousen aan kreeg en die ook op straffe des doods aan moest houden tot hij weer naar huis ging. Fraai stond het niet en waarom het nu precies moest, weten we nog steeds niet. En het was heel erg warm natuurlijk en kriebelde aan alle kanten. Dus Marnix probeerde nog even of hij ze niet uit mocht, maar er werd gekeken en geconstateerd dat hij er niet allergisch voor was, dus die vlieger ging niet op. Het bleek ook dat iedereen zijn eigen handdoeken mee moest nemen en die hadden we natuurlijk niet, omdat we daar niet op gerekend hadden. “Nou”, zei de verpleegster laconiek, “dat overkomt iedere Hollander hier”, en hij kreeg er een van het ziekenhuis.

En wat deed ik intussen? Ik zat peentjes te zweten in een hotel in de Antwerpse haven. Het was een vrij duur hotel en niet veel soeps, het uitzicht vanuit de kamer was vrij beperkt, ik had een meter voordat een blinde muur begon en het staat echt in een havenbuurt. Wel heel veel eettentjes. Maar goed, alles wat ik nodig had, was er behalve airconditioning. Maar, slim als ik ben, ik had voor de zekerheid op het laatste moment thuis nog even de ventilator in de auto gegooid en daar heb ik dus heel veel plezier van gehad. Verder ontdekte ik vlakbij Brasschaat het ‘Peerdsbos’, een groot bos met een speeltuin en een restaurantje erbij en daar heb ik menig uurtje doorgebracht, want je kon er lekker buiten zitten onder de bomen. Moet je beslist eens heengaan, Wim, echt de moeite waard!
Maar we hebben ons verder prima gered en vanmorgen mocht Marnix naar huis. Het was in het begin even puzzelen hoe hij het makkelijkst in de auto lag, maar toen we dat eenmaal voor elkaar hadden, is het goed gegaan. Nu zit hij dus weer in zijn eigen huis, hij mag nog heel erg weinig doen, maar dat is ook wel logisch natuurlijk. Dus zijn bed staat nu in de kamer en ik heb een hele berg boodschappen gedaan, zodat hij even vooruit kan, want het is de bedoeling dat ik zondag vertrek om Theo op te zoeken. Een weekje uitgesteld, maar nu komt het er dan toch nog van. Helaas voor jullie, dan wordt het weer even niets met de website. Maar ik zal hem weer aanvullen zodra ik terug ben en ben van plan om foto’s te maken van mijn dappere pelgrim! Want hij doet het wel enorm goed, vind ik! En het is voor ons thuis ook heel erg leuk te merken hoeveel plezier hij erin heeft.

Categorieën: 2006: Camino Frances | 3 reacties

Blog op WordPress.com.