Olijvenfeest

Om zes uur was ik vandaag uit de veren en om zeven uur kreeg ik van de nachtportier een prima ontbijt met net zoveel boter als ik hebben wilde en niet van die schlemielige kleine stukjes. Bij het ontbijt bleek dat er nog twee gasten in het hotel waren, een Marokkaans echtpaar, dat op weg was naar Marokko. Toen hebben wij samen even de problemen met Marokkaanse jongeren besproken. Ze zagen er vrij traditioneel uit, maar waren resoluut in hun uitspraken. Geen gepraat over een andere cultuur en zo, maar gewoon ferm: “Ze zijn gewoon slecht opgevoed door hun ouders, die denken dat ze nog in Marokko zijn, maar zo is het niet, ze moeten zich aanpassen”.

Na dat lekkere ontbijt en dat goede gesprek ging ik weer gesterkt op pad. Vanmorgen was het weer redelijk stabiel. Af en toe was er wel veel bewolking, maar ik heb ook de zon gezien en het was een graad of tien, dus minder koud dan gisteren. Het enige probleem was de toestand van het pad. Die was abominabel, een en al modder, dus het was weer glibberen en glijden. Mijn zolen beginnen al aardig te slijten, dus het profiel wordt minder. Bovendien heb ik door de constructie die de orthopedisch schoenmaker in mijn schoen heeft gemaakt om mijn enkel te ontlasten, geen hak meer aan de buitenkant van mijn schoen en zodoende minder grip. Nou, schoenen? Ze zien er niet meer uit, onder de modder en heel vies. Dat staat wel stoer pelgrimachtig misschien, maar fraai is het niet.

Tussen de middag heb ik een boccadillo, een Spaanse sandwich, gegeten en de rest van de tocht was het regen – droog – regen – droog – regen. Met andere woorden: poncho aan – poncho uit – poncho aan – poncho uit – poncho aan. Toen was ik dat uit- en aangedoe zat en dacht: “Dan maar nat!” Van schrik werd het toen droog. Dat had ik eerder moeten weten.
Vandaag ben ik voor het eerst tijdens deze route een bergrugje overgestoken. Tot nu toe was de stijging niet meer dan een meter, maar nu begint het erop te lijken. Aan de andere kant van de berg kwam ik op een grote vlakte vol met fruitbomen en in de verte uitzicht op bergen met sneeuw erop. Een prachtig gezicht.

olijven-web Elke camino is anders en elke camino leer ik er weer iets bij.
In mijn gidsje stond dat in Mora op de laatste zaterdag in april het olijvenfeest gevierd wordt. Dat vond ik best, want tenslotte was dat afgelopen zaterdag en het is nu maandag. Even voor Mora zag ik een hotel, maar aangezien in de gids stond dat er in het centrum ook een hotel is, ben ik doorgelopen, want in het centrum is natuurlijk leuker. Het was ijzingwekkend stil op straat, er was echt helemaal niemand te zien. Tot ik in het centrum kwam. Daar waren ze allemaal, compleet met muziek, kermistenten, lawaai en heel veel mensen. In de cafetaria van het hotel kon je over de hoofden lopen en op mijn vraag om een kamer volgde een zeer bondig antwoord: “Nee, we zijn dicht, want het is feest!” Ik waagde nog een poging door te zeggen dat ik verder niets hoefde, alleen een kamer, maar het bleef nee. De zoon zag mijn schelp, vroeg of ik pelgrim was en zei vervolgens dat hij vorig jaar ook zo’n tocht gemaakt had. Enthousiast wilde hij daarover uit gaan weiden, maar kreeg van moe op zijn donder: er moest gewerkt worden. Bedremmeld droop ik af.
Geen nood, volgens mijn gidsje is er ook een albergue. Het politiebureau was vanwege de feestelijkheden ook dicht, maar ik zag een agent op straat. Volgens hem was er geen albergue meer. Uiteindelijk ben ik teruggelopen naar het hotel dat ik het eerst gezien had, buiten het dorp dus. Dat was ook dicht, maar als ik verder niet zeurde kon ik wel een kamer krijgen. Dus ik heb in ieder geval onderdak.
Ja, zeg nou zelf, hoe kon ik nou weten dat ze met olijvenfeest op ‘de laatste zaterdag van april’ bedoelen ‘van vrijdag tot en met dinsdag en woensdag is het 1 mei, dus dan doen we ook niks’?

Categorieën: 2013: Camino de Levante | 2 reacties

Een barre tocht

Gisteravond ben ik het Nederlandse echtpaar uit Brabant tegen gekomen, die zijn dus ook nog onderweg.

Het was een barre tocht vandaag.
Toen ik vanmorgen wegging regende het, dus de poncho moest aan. Toen ik eenmaal buiten stond bleek het ook erg koud te zijn. De eerste kilometers ging het nog wel, omdat ik de wind half achter me had, maar toen ik eenmaal goed en wel het dorp uit was, kreeg ik de volle laag in de vorm van een ijzige wind half van voren. En regenen, regenen…. Iedere keer als ik een heuvel opgeklommen was, veranderde de regen zelfs in natte sneeuw en de temperatuur was niet meer dan 1 of 2 graden boven nul. Ik had bijna alle kleren over elkaar aan die ik bij me heb en nog had ik het ijskoud.
Op mijn hoofd had ik de capuchon van mijn jack en daar overheen de capuchon van de poncho en nog zagen mijn oren blauw van de kou.

De paden van de route waren door de regen erg modderig, zodat ik liep te glijden en te glibberen. Op een gegeven moment kwam ik op een asfaltweg en daar ben ik verder maar gebleven, want het was geen doen met al die modder. En met dit weer is er toch geen kip op de weg, dus van de auto’s had ik geen last. En weet je wat erg was? Tot twee keer toe passeerde me de bus en kreeg ik dus visioenen van een zitplaats, droog en warm, in de bus. Maar hij stopte natuurlijk niet. Het was vandaag dus ontberingen lijden voor deze pelgrim.

Toen ik na 18 km over het viaduct liep in Tembleque, zag ik maar één ding: een bord van een hotel, dus ik heb niet verder gekeken en ben bijna het hotel ingerend.
Het is best een beetje chic hotel en ik zag er niet uit natuurlijk: tot mijn hemd aan toe nat, schoenen vol met modder en blauw van de kou. De portier bij de deur had zo’n medelijden met me, dat hij zijn arm om me heen sloeg en me begeleidde naar de receptie. Ik moest me inschrijven en mijn paspoort laten zien, maar bij de receptie werd moederlijk gezegd: “Ga eerst maar gauw naar uw warme kamer, dat paspoort komt straks wel”. Echt, ik kom overal aardige mensen tegen.

Op mijn kamer heb ik mijn vieze natte spullen uitgehangen en vervolgens heb ik wel een uur in een heerlijk warm bad gelegen en zelfs daarin had ik het in het begin nog koud. Het hotel is niet het goedkoopste, maar ik vond dat dit wel eens mocht na deze barre tocht.

Na het eten heb ik een kleine siësta gehouden en nu ga ik straks naar het dorp, want het schijnt de mooiste marktplaats van Spanje te zijn. Op de heuvel hier staan ook weer twee mooie witte molens, niet van Don Quichot, want die is hier niet geweest. In de hal van het hotel ligt wel een heel dikke uitgave van het boek van Cervantes en dat ligt opengeslagen op de bladzijde, waar Tembleque wordt genoemd.

Volgens de weerkaart wachten mij nog twee regendagen, maar iets minder koud en daarna wordt het beter. Dus alla, dan nog maar twee dagen afzien. Gery vroeg of ik niet gedacht heb vandaag: “Ik wou dat ik thuis was”, maar die gedachte is echt geen moment bij me opgekomen. Ik vind het nog steeds geweldig dat ik dit kan en mag doen.

Categorieën: 2013: Camino de Levante | 4 reacties

Woord gehouden

Goed, het was dan wel niet op 1 km afstand, maar ik heb wel woord gehouden.
Gisteravond konden we pas om elf uur naar bed, want er was namelijk een basketbalwedstrijd in ons sportcentrum en om nou in je onderbroek tussen de spelers door te gaan lopen is ook zo wat. Dus waren wij toeschouwers. We hadden trouwens toch niet kunnen slapen van de herrie, want er was een jongen die bij elk spannend moment keihard op een trommel begon te slaan. Het was eigenlijk best gezellig, alleen verloor helaas de thuisclub.
Vanmorgen om half zeven vertrokken mijn Franse vrienden en ik ben om een uur of acht weggegaan. Toen ik uit de bar kwam, waar ik ontbeten had, begon het te regenen en het is pas droog geworden vlak voor mijn bestemming. En koud dat het was, bar gewoon. Het is de hele dag niet meer dan 10 graden geweest.
Nou heb ik niet zo heel lang deze ontberingen geleden, want na 11 km moest ik in Villacanas via een brug de spoorbaan over en aan het einde van de brug zag ik een bord met ‘Hostal’, dus ik dacht meteen: “Bingo”. En zo zit ik dus vanaf twaalf uur vanmiddag in een keurig hotel met een ruime kamer voor mij alleen en een grote warme douche, waar ik heel lang onder heb gestaan. Ik heb me ook weer eens geschoren, want dat was ook zowat een week geleden. Dus ik ben weer een gewoon mens. Inmiddels zijn er al drie dames langs geweest (nee, zo’n hotel is het niet!) die iets aan de televisie kwamen doen, want die deed het niet. Ik snap er niets van, maar ik heb nu twee afstandsbedieningen, één voor de kanalen en de ander om uit en aan te zetten, geloof ik. Ik snap er geen bal van, maar hij doet het. Nou maar hopen dat ik hem vanavond weer aan kan krijgen als ik weg geweest ben.

Villacanas-web In Villacanas zijn allemaal ondergrondse woningen, geen rotswoningen of zo, maar echt in de grond uitgegraven. Tot in de jaren zestig woonden in deze ondergrondse huizen wel zeventienhonderd mensen. Ik heb ze niet van binnen bekeken, maar het lijkt me niet erg comfortabel.
In het centrum heb ik een nieuwe toilettas gekocht bij een chinees, omdat mijn toilettas stuk is en er dus steeds alles uitrolt. Chinezen verkopen hier echt alles, ik heb nu een ‘made in china’ toilettas voor € 2,80.
Ja, en dan moet je ook nog eten natuurlijk. Op de hoek van een straat zag ik een pijl naar een restaurant, dus die heb ik maar gevolgd. Ik heb daar zo verschrikkelijk lekker gegeten, het was een Michelinster waardig. Verrukkelijke worst en ham vooraf, een grote dikke biefstuk met gefrituurde champignons en echte frietjes, een chocoladetaart toe en dat alles begeleid door de allerbeste lokale wijn. Normaal zit de wijn in het menu, maar omdat ik andere wijn gekozen heb, moest ik (uiteraard) bijbetalen en wel een hele euro. Niet te geloven toch.
Het meisje dat me bediende, had al snel door dat ik geen Spanjaard was natuurlijk, ze wandelde naar achteren en even later kwam er een mevrouw die perfect Engels sprak. En na dat heerlijke eten kreeg ik van haar ook nog een boekje met alle woorden, die betrekking hebben op eten, in zeven talen: Spaans, Engels, Nederlands, Frans, Duits, Portugees en Japans. Allemaal keurig verdeeld in hoofdstukken: voorgerechten, vlees, groenten, desserts, enz. Er zijn toch veel aardige mensen op de wereld.

Categorieën: 2013: Camino de Levante | Een reactie plaatsen

Gebroken veter

Vanmorgen trok ik mijn schoenen aan en toen brak mijn veter. Dus ik zoeken naar mijn reserveveters……tevergeefs. Zeker vergeten. “Nou ja”, denken jullie nu misschien: “Een veter. Dan koop je toch gewoon nieuwe?” Dat is natuurlijk ook zo, maar de veters van mijn schoenen zijn 1,80 meter lang en die kun je lang niet overal krijgen.
In de eerste plaats die ik tegenkwam, Quintanar en nog wat, op zoek naar nieuwe veters dus. Maar waar vind je zo gauw een winkel waar ze veters verkopen? Dus ik vroeg het aan een meneer en die maakte korte metten, zette me in zijn auto, reed me naar een Chinees, van wie hij dacht dat die veters verkocht en zette me daar af. Helaas had de chinees ze niet, dus ik ben teruggelopen naar het centrum. Daar zag ik een schoenenzaak en dacht: “Ze hebben ze misschien niet zelf, maar weten vast wel waar ik ze kan kopen”. Dus ik de winkel binnen. Er werd minachtend naar mijn uitmonstering gekeken, ik was duidelijk te min en werd zo snel mogelijk de winkel weer uitgewerkt, de straat op. Daar liep gelukkig net een aardige postbode voorbij en als zoon van een postbode weet ik dat die altijd behulpzaam zijn. Dat klopte, want de goede man liep helemaal met me mee tot aan een sportwinkel. En daar waren weer aardige meisjes die in alle hoeken en gaten naar lange veters zochten. Uiteindelijk vonden ze veters van 1,20 meter, de langste die ze hadden. Ze maakten zich wel zorgen, omdat ze niet bij mijn schoenen passen, maar als ik ze strak inrijg, kan ik er net een knoopje in leggen, dus zo moet het maar. Gewoon hopen dat ze het houden. Zo zie je maar, er zijn heus wel problemen, hoor, als pelgrim zijnde.

Ik hoefde vandaag maar 11 km……….dacht ik. Dus ik heb kalmpjes gewandeld en was er tegen twaalven. Volgens de gids was er een hostal. Die was er ook, maar wel gesloten. Dus op naar het gemeentehuis en daar hebben ze weer erg hun best gedaan en uiteindelijk vonden ze een pastoor, waar ik wellicht terecht zou kunnen, maar dan moest ik tot zes uur wachten. Nou, dat vond ik te gek worden, dus ben ik maar weer doorgelopen. Na een tijdje haalde ik de Fransen in, die hadden weer uitgebreid gegeten, dus toen zijn we maar met zijn drieën verder gelopen tot La Villa de Don Fabrique. Het was dus weer een dag van 30 km. Ik heb nu ruim 380 km afgelegd van de 1200, dus ben al bijna op een derde. Wat gaat het snel.

We konden in het sportcentrum terecht en we moesten er maar vast heen gaan, de beheerder zou er binnen een uur zijn. Allereerst hebben we toen een cola gedronken en zijn toen naar het sportcentrum gegaan, waar de beheerder natuurlijk nog niet was.
Een lerares die daar lesgaf, haalde ons binnen en wees ons een plek, zodat we konden douchen en onze spullen kwijt konden. Toen kwam de beheerder. Het was natuurlijk helemaal fout, we lagen op een verkeerde plek, want vanavond zouden er mensen komen die de ruimte nodig hadden. Dus de hele boel moest weer opgepakt worden en we moesten verkassen. Nu liggen we in de gymzaal, dus ruimte genoeg en er zijn kleedruimtes, dus we kunnen weer slapen. Ik heb gezegd tegen mijn Franse vrienden: “Morgen stop ik bij het eerste goede hotel dat we tegenkomen, al is het een kilometer na vertrek en dan ga ik daar in. Als ik dan in mijn warme bad, groot genoeg voor twee personen, lig zal ik aan jullie denken als jullie weer in een sportcentrum liggen”.
Ik ben benieuwd of dat gaat lukken!

PS van het thuisfront:
Peter, hartelijk dank voor de link naar pelgrim Helmut, zo krijg ik hier thuis ook een goed beeld van deze camino. Gery

Categorieën: 2013: Camino de Levante | 2 reacties

Alles is hier Don Quichot

don-quichot-web Gisteren in het hotel heb ik een Nederlands echtpaar ontmoet, dat ook op weg is naar Santiago. De Fransen waren er natuurlijk ook weer, dus het wordt een hele drukte. Gery vindt dat gezelliger voor mij, maar ik heb er totaal geen moeite mee om alleen te lopen. Ik vind het prima.
Ik ben door een groot dal gelopen met een doorsnede van een kilometer of tien, maar je kon het hele dal overzien en rondom waren de heuvels. Het was een hele mooie weg daar doorheen. Onderweg heb ik verder geen medepelgrims gezien, wel weer twee schaapskuddes.
En….. ik heb de molens van Don Quichot gezien.

molens-web

Ze zagen er toch weer anders uit dan ik me had voorgesteld. De wieken draaien niet, de meeste nooit. Er schijnt één molen te zijn die eenmaal per maand op zaterdag draait, die heet dan ook ‘La Gigante’. Ik heb dus niet met eigen ogen kunnen waarnemen welke kant de wieken opdraaien en vragen in het Spaans wordt ook wel ingewikkeld, dus het zal eeuwig de vraag blijven of ze nu net als in Nederland draaien of precies andersom. Misschien moet ik dus nog wel een keer terug…..
In Mota del Cuervo was ter overnachting een casa rural, die erg duur was en als tegenwicht een tehuis voor daklozen. Daar had ik niet veel zin in, dus ben ik maar doorgelopen en ruim 35 km later ben ik gearriveerd in El Toboso. Nu zit ik in een soort albergue, maar in plaats van een slaapzaal hebben we allemaal aparte kamertjes.
Ik maak het kort, want ik moet nog even naar het museum van Dulcinea. Alles, werkelijk alles draait hier om het verhaal van Don Quichot. Leuk is dat. Dus maar weer….. tot morgen!

Categorieën: 2013: Camino de Levante | 2 reacties

Twee keer verdwaald

Ik heb betere dagen gekend.
De dag begon goed: een heerlijk ontbijt in het hotel, 23 graden, een zonnetje, allemaal geweldig.

Ik stapte vrolijk voort en kwam een boer tegen. Net Sancho Panza, maar dan niet op een ezel, maar op een trekker. Die begreep niet hoe een mens zo idioot kon zijn om zo’n verschrikkelijk eind te gaan lopen en dan ook nog met zo’n zware zak op zijn rug. Het was allemaal ‘nada’. Vervolgens deelde hij mede dat ik de verkeerde kant op liep. Hij had ook al tegen twee Fransen gezegd dat ze verkeerd liepen, maar die waren gewoon doorgelopen. Hij bood aan me op zijn trekker terug naar het dorp te brengen, maar ik keek in mijn gids en dacht: “Ik loop goed”. Ja, toen kon hij er ook niets aan doen en hoofdschuddend over zoveel domheid reed hij verder.

En ik stapte monter voort tot ik weer iemand tegenkwam die me toevoegde dat ik de verkeerde kant opging. Maar ik, eigenwijs, dacht: “Dat kan niet” en stapte vrolijk voort. Het is hier wel ontzettend eenzaam. Ik liep langs de ruïne van een kasteel en een dorp dat verlaten was op één huis na. Daar stond een paard aan een paaltje gebonden. Dat paard schrok zo van mij, toen hij mij zag, dat hij met zo’n bloedvaart wegrende, dat hij touw en paal uit de grond rukte. Dat beest ziet nooit iemand natuurlijk. Dat was toch eigenlijk een duidelijke waarschuwing…
Maar pas toen de derde man die ik zag, zei dat ik echt verkeerd liep, liet ik me overtuigen en keerde op mijn schreden terug. Dat betekende dus dat ik 6 km onnodig heb gelopen.

Maar ja, daar is wel overheen te komen en eenmaal op de goede weg teruggekeerd zag ik de gele pijlen weer en hoefde die alleen maar te volgen. Tot het moment dat ik in mijn gidsje keek en las dat ik het kasteel aan de rechterkant moest houden. Ik zag dus helemaal geen kasteel… Ik moest over een beek en dat klopte weer wel, maar ja, die beek is lang natuurlijk en het zal wel niet de goede plek geweest zijn, want daarna moest ik langs een grote eenzame eik komen. Nou, de enige die eenzaam was, was ikzelf. Ik wist echt totaal niet meer waar ik was. Ik heb de GPS erbij gehaald, maar daar werd ik ook niet veel wijzer van, want daar staan natuurlijk geen voetpaden op. Wat nu?

In de verte zag ik een kerktoren, dus ik redeneerde: “Bij een kerktoren hoort een dorp en bij een dorp hoort een weg”. Dus ik ben richting kerktoren gelopen en kwam inderdaad uit in een dorp op een weg voor auto’s. Op die weg stond ook een bord, waarop stond dat het naar Las Pedroneras, mijn eindbestemming voor vandaag, nog 12 km was!
Als ik nu slim geweest was, had ik natuurlijk in dat dorp gekeken of er een bushalte was, of anders een taxibedrijf, zodat ik me de laatste kilometers comfortabel kon laten rijden. Maar zo slim was ik niet, dus ik heb die kilometers ook nog maar gelopen. Al mat al heb ik er vandaag weer 36,45 km op zitten in plaats van de geplande vijfentwintig.
Maar deze ezelachtige Sancho Panza kwam om kwart voor vijf toch aan in Las Pedroneras.

In de refugio zijn maar twee bedden en die hebben de Fransen al in bezit, dus ik slaap weer in een chauffeurshotel. Ik heb een nette kamer en kan hier ook eten.
Dus……vandaag geen geloop meer!
Zo zien jullie, het is niet elke dag feest. Maar heb ik het nu slecht naar mijn zin? Zeker niet, morgen gaan we er weer fris tegenaan!

Categorieën: 2013: Camino de Levante | Een reactie plaatsen

Meer dan 36 kilometers

Zo, aangezien mijn Franse medepelgrims al om zes uur opstonden om weg te gaan, ben ik er ook maar uit gegaan, heb me heel op mijn gemak gewassen, geschoren en mijn tas ingepakt. Toen ben ik op mijn gemak gaan ontbijten en vervolgens rustig aan op stap gegaan. Koud dat het was!! Het was maar 4 graden!! Nou kon ik natuurlijk mijn lekker warme trui aandoen, maar die zat in mijn rugzak en ik had geen zin om die er weer uit te plukken, dus gewoon maar doorlopen is dan het beste. Van schrik was ik om half twaalf al op de volgende plaats van bestemming Minaya. Er was wel een hotel, maar vlakbij de autoroute. Het dorp was nou ook niet zo bijzonder om er een middag rond te dwalen, dus ik nam een boccadillo, een Spaanse sandwich, en een kloek besluit en dacht: “Ik loop gewoon verder naar de volgende plaats”.
Het is verbazingwekkend hoe ik alweer gewend ben na anderhalve week lopen, want het ging prima. In Los Pinos veranderde het landschap weer en nu is het weer meer afwisselend met pijnbomen en zo. Tot mijn verbazing zag ik ineens mijn Franse pelgrims voor me uit lopen. Dus die hebben lang zitten eten. Ik heb ze niet ingehaald, want zij lopen harder dan ik. Ik loop in mijn eigen tempo van ongeveer 4 km per uur en wijk daar ook niet van af.

Verder heb ik onderweg niemand gezien en ik was om kwart over vier na ruim 36 km in San Clemente. Ik heb een hotelletje, waar alles wel een beetje aan het minimum zit, ook de warmte van het water, want dat is lauw. Maar in de refugio’s heb ik soms alleen koud water, dus vooruit maar.
De Fransen moeten hier ook ergens in het dorp zijn, maar ik heb ze nog niet gezien. Ik zal eens een wandelingetje gaan maken.
Vandaag valt er dus verder niet veel te vertellen.

Categorieën: 2013: Camino de Levante | 2 reacties

Camion de apoyo

Gisteravond was ik voor de Fransen weer de reddende engel, want die hadden 40 km gelopen, dus waren al versleten en hadden vervolgens wel een uur door het dorp lopen dwalen op zoek naar een slaapplaats. En toen vonden ze mij en ik sprak ook nog Frans. Zo zie je maar, je helpt elkaar.
Ze gingen snel even hun spullen wegzetten en zouden na een kwartier in de cafetaria zijn om te eten. Nou, dat kwartier werd natuurlijk drie kwartier. Het eten was voortreffelijk, maar zoals het Fransen betaamt onderwerp van gesprek. Een ander belangrijk onderwerp is het volgende: zij vroegen hoe oud ik was en konden niet geloven dat ik 69 jaar ben. Ze dachten hooguit zestig! En dat ik dan liep met zo’n zware rugzak! Jullie begrijpen dat ik dit erg graag hoor!!
Jullie krijgen misschien de indruk van de website dat ik van de ene gebeurtenis in de andere rol, maar zo is het natuurlijk niet. Ik loop uren en uren zonder iemand te zien of zonder dat er ook maar iets gebeurt. Ja, ik liep vandaag ineens midden tussen een kudde van 150 schapen en dat is dan even een leuke afwisseling, maar verder is het gewoon kuieren tot ik er weer ben. Wat wel bijzonder was vandaag was dat er een bestelbusje naast me stopte, waarop een Jacobsschelp stond en de woorden ‘Camino de Apoyo’ (als ik het tenminste goed onthouden heb). Dat busje rijdt speciaal over de camino om pelgrims eventueel hulp te bieden. Dat heb ik nog op geen enkele camino meegemaakt. Ze stopten ook en vroegen hoe het ging en raadden me aan in La Roda naar de refugio in de stierenarena te gaan.

Arena-web

Dus ik ben stap-stap-stap naar La Roda gelopen, daar was ik met de middag. Bij de arena zaten de Franse vrienden al te wachten totdat er iemand zou komen. Ik zei, dat dat niet vanzelf ging, maar dat ze moesten bellen. Ja, maar zij hadden geen nummer en ik wel. Dus toen stond er binnen vijf minuten iemand voor onze neus die de deur openmaakte. We hebben met zijn drieën een kamer. Naast ons is nog een kamer met een Frans echtpaar, maar dat heeft besloten terug te gaan en ermee op te houden. De vrouw ziet het niet meer zitten en loopt ook erg ongelukkig.
De beheerder van de refugio raadde ons een restaurant aan, dat erg goed was volgens hem, dus wij op naar de maaltijd. We zijn wel drie keer het hotel voorbijgelopen, zo chic was het. Uiteindelijk toch maar naar binnen en toen bleek het menu € 11 te kosten. Het vlees en het nagerecht waren wel goed, maar vooraf kregen we een soort soep van witte bonen en daar dreven de varkensoren in. Ik vond het geen aanlokkelijk gezicht en heb ze dus maar opzij geschoven.
Nu ga ik op zoek naar een schoenmaker, want de zool van mijn linkerschoen laat los, dus die moet geplakt. Afhankelijk van de schoenmaker besluit ik dan wat ik morgen ga doen. “Lopen natuurlijk”, zullen jullie nu zeggen en dat ga ik ook doen, maar tot de eerstvolgende plaats is het 19 km en de plaats daarna is dan nog 17 km. Als ik vroeg weg kan, heb ik een beetje in mijn hoofd om die maar achter elkaar te gaan lopen. Gery zegt dat het onzin is, want op zo’n ongelooooflijk lange tijd dat ze alleen zit, maakt een dag meer of minder niet meer uit! Nou ja, als ik morgen eerst mijn schoen op moet halen, wordt het waarschijnlijk te laat. We zien wel wat de dag van morgen brengt.

Categorieën: 2013: Camino de Levante | 3 reacties

Pablo, Bernardo en Angel

Allereerst trek ik mijn woorden over het luie personeel in mijn hotel in, want vanmorgen vroeg ik bij vertrek aan de nachtportierster of ik ergens ontbijt kon krijgen en toen heeft ze voor mij het café open gedaan en een heerlijk ontbijt voor me gemaakt met zelf geperst sinaasappelsap. Dus ik was weer eens te snel met mijn oordeel.

Na dat lekkere ontbijt ben ik vertrokken bij 20 graden met een zonnetje en een windje, dus wie doet je wat. Ik heb bijna de hele route langs of vlak in de nabijheid van een spoorbaan gelopen. Het was een mooie weg, maar op den duur wel een beetje saai. Onderweg kwam ik langs een hondenracebaan, waar de honden als een gek achter een kunsthaas rennen over een baan van wel een kilometer en dan rennen ze ook nog terug.
Verder kwam ik langs eindeloze bouwlanden met mais en koren. De olijf- en amandelbomen zijn nu weer verdwenen.

In mijn gids stond dat ik niet al te vast kon rekenen op een slaapplaats in La Gineta, mijn eindbestemming van vandaag. Ik kon het proberen bij het gemeentehuis of de lokale politie, maar voor alle zekerheid stonden er ook de tijden van de bus naar het volgende dorp bij.

Goed, ik kom hier om een uur of half één aan en dan begint een prachtige belevenis…..

pablo-webIk probeer het gemeentehuis te bellen, maar ja, op zondag is er natuurlijk niemand. En het hele dorp is uitgestorven, geen kip te zien. Dus ik loop en loop. Dan zie ik een meneer naar buiten komen en naar zijn auto gaan. Ik zeg gedag, maar dan ziet hij mijn schelp: “O, bent u een pelgrim? Gaat u naar Santiago?” Ik ben natuurlijk altijd in voor een praatje, dus we babbelen wat en ik maak van de gelegenheid gebruik om te vragen of er ergens een hotel of refugio is. “Nee, die is er niet”, zegt hij, “maar wacht maar even, dan bel ik de burgemeester”. Dus ik wacht netjes en ja hoor, ik mag slapen in het sportcentrum van het dorp. “Hoe kom ik daar?”, vraag ik, maar ook daar weet hij raad op, want hij roept zijn zoontje van een jaar of negen en deze Pablo moet mij maar naar het sportcentrum brengen. Pablo kijkt wat schichtig naar zo’n vreemde kerel in zo’n rare uitmonstering, maar gelukkig ziet hij een vriendje, Bernardo, en die wordt ook gecharterd. Ik probeer een praatje met ze te maken in het Engels en onbekommerd spuien ze alle woorden die ze kennen. Onderweg komen we een vriendinnetje van hen tegen, Angel, die nieuwsgierig is natuurlijk. Daar wordt uitgebreid en vol trots tegen verteld dat deze meneer een pelgrim is en helemaal uit Holland komt. En dan gaat de expeditie dus verder met drie kinderen, die echt alle woorden gebruiken in het Engels die ze kennen.
Bij aankomst in het sportcentrum is alles dicht. Wat nu? Drie kinderen grijpen drie mobieltjes en er wordt druk gebeld met vaders en moeders. Die geven de raad naar het gemeentehuis te gaan. De expeditie trekt op naar het gemeentehuis. Geen kip te zien natuurlijk, maar op een bordje staat het noodnummer van de lokale politie. Kijk, daar kan Angel iets mee, de politie wordt gebeld, wel met enige schroom, want ja, de politie…
De dienstdoende agent zegt, dat we maar naar het bureau moeten komen, dan zal hij zorgen dat hij er ook is. En zo trekt de karavaan voort naar het politiebureau. Daar zit een vriendelijke agent, die echter alleen Spaans spreekt. Ja, dat is dom, vindt Angel, en begint meteen uit te leggen dat deze meneer echt geen Spaans spreekt en dat zij wel zal tolken. In de praktijk blijkt haar kennis van het Engels danig tekort te schieten, wat natuurlijk geen wonder is, maar dan weet de agent de oplossing. De computer wordt aangezet, ik schuif gezellig naast hem, hij tikt een zin in het Spaans in, drukt op de vertaalknop en dan kan ik lezen wat er ongeveer bedoeld wordt.
Ik kom er achter dat de beheerder, die de sleutel heeft van het sportcentrum, pas later aanwezig zal zijn en of ik maar zo vriendelijk wil zijn daarop te wachten. Bernardo heeft inmiddels de plaat gepoetst, maar mijn beide trouwe metgezellen Angel en Pablo tronen me mee naar buiten. Nauwelijks staan we buiten of daar komt een auto aanrijden met de burgemeester zelf, die komt vragen of alles goed verloopt. Ja, hij heeft ook geen sleutel, maar geeft de raad om eerst maar te gaan eten, dan komt het heus wel in orde. Als ik dan na het eten naar het sportcentrum ga, komt de beheerder daar ook. Ik word met heel mijn hebben en houwen in een bestelbusje gestopt, samen met Pablo en Angel en dan gaat het op naar de cafetaria, waar de moeder van Angel werkt. Dus jullie begrijpen dat ze zich in de hoofdrol voelt. Ik heb daar lekker gegeten en om half vier ben ik weer naar het sportcentrum gewandeld, heb een sigaartje gerookt en daar verscheen de beheerder met de sleutel.
Dus ik kon naar binnen en kreeg kleedkamer 1 toegewezen. Daar kan ik slapen, er ligt een matrasje op de grond en er is geen luxe natuurlijk, maar het is geheel gratis. Ik heb mijn vriendje en vriendinnetje ieder € 2 gegeven, maar die wilden ze pas aanpakken toen oom agent zei, dat ze dat maar moesten doen. En ik was nog maar net bezig mijn spullen uit te pakken of er werd op de deur gebonkt en ze kwamen vragen of alles nu goed was. Angel vond dat matrasje maar niks, zag ik. En net kwam Angel weer met de boodschap dat ze van haar moeder moest zeggen dat ik vanavond om acht uur weer welkom ben in de cafetaria om te eten.

Is het niet geweldig? Hier ga je voor, om dit soort dingen mee te maken!
O, er komen nu waarachtig twee Franse pelgrims binnen, dus druk, druk, druk…

Categorieën: 2013: Camino de Levante | 2 reacties

De eerste molen van Don Quichot

Gisteren was ik nog van plan mijn trui weg te gooien als overtollige ballast, maar vanmorgen was ik blij dat ik dat niet gedaan had, want het was koud, toen ik om zeven uur vertrok. Er stond een harde wind en het zag ernaar uit dat het zou gaan regenen, maar dat is gelukkig niet gebeurd. Vanmiddag was het iets beter, ongeveer 20 graden en nu zit ik gelukkig weer in het zonnetje.

Ik daalde de berg (nou berg?) af van Chinchilla en zag in de verte al Albacete liggen. Ik dacht nog: “Dat kan nooit 20 km zijn”, maar dat was het dus precies. Ik liep keurig mijn 4 km per uur en was om exact twaalf uur in Albacete. Onderweg heb ik zegge en schrijve één molen gezien, die zag er wel uit zoals in het boek van Don Quichot, oftewel Don Quijote, zoals ze hier zeggen, maar was volgens mij met geen mogelijkheid meer aan de gang te krijgen, want hij zag er niet uit. Dus daar hoefde ik niet tegen te vechten.

Overigens is alles hier nu wel Don Quichot en Sancho Panza, overal zie je afbeeldingen ervan en kom je de namen tegen. Maar ik zit hier tenslotte nu ook in de hoofdstad van la Manche. Het is een vrij grote stad en er is een heel mooi plein met een schitterende fontein en een protserig gebouw en dat is dus van de ING. Er staat ook met grote letters Nationale Nederlanden op, dus nu weten jullie waar de centen blijven.
Over die fontein gesproken… om twee uur zie je geen sterveling meer op straat, want iedereen is thuis of zit in een bar of restaurant en dan gaan ook de fonteinen uit. Om vier uur komt de stad weer een beetje tot leven en… dan gaan ook de fonteinen weer spuiten.

Ik was van plan om in het hostal voor pelgrims te gaan slapen, maar dat zag er vreselijk uit, dat werd me echt te gek. Aan de overkant was een tweesterrenhotel, dus daar ben ik maar heen gegaan. Het hotel is wel beter, maar het personeel heeft vast een cursus ‘Langzaam aan’ gevolgd, want ze zijn niet vooruit te branden. Ik heb zeker twintig minuten aan de receptie gestaan voor ze me konden vertellen of er nog een kamer was, en toen wisten ze vervolgens nog niet welke. Maar alla, ik ben weer onder de pannen, heb gedoucht en de was gedaan en ben daarna in de stad een hamburger met patat gaan eten. Daar werd ik overvallen door grote groepen bruiloftsgangers, die daar allemaal staande receptie hielden. Volgens mij spreken ze niets af, maar rollen gewoon ergens naar binnen na de plechtigheid. Ik heb vandaag vele bruidsparen gezien in alle soorten en maten, want het is zaterdag en dan wordt er getrouwd. Mijn indruk is toch dat het allemaal wat zuiniger gaat: simpeler jurken, minder uitbundige uitmonstering.
De trappen van de kathedraal liggen nu vol serpentines en rijst. De meeste paren die ik gezien heb kwamen met hun kroost aan de hand, dus die rijst hadden ze wel weg kunnen laten.

Ik zie nog steeds geen andere pelgrims en volgens de ober die mij vanmorgen mijn ontbijt gaf, is het ook nooit druk op deze route. Een paar dagen geleden waren er vier pelgrims langs gekomen. Ik denk dus dat het zo rustig blijft voorlopig. Ik vind het geen probleem., het kan nog druk genoeg worden straks.
Gery vertelde net dat het bij jullie nu 11 graden is. Wat zielig!!!

Categorieën: 2013: Camino de Levante | 3 reacties

Blog op WordPress.com.