Emoties

Theo-rust-uit-web

Hebben jullie nou je zin? Zit ik hier op een bankje te janken met een berg post naast me. Vanmorgen ben ik naar het postkantoor geweest en toen was er nog niets. Dus ik dacht: “Dat is logisch, want het stond vrij laat op de website.” Dus toen maar naar de kapper en ik heb nu een heel kort koppie, zogezegd geen pelgrimsmanen. Vanmiddag toch nog even het postkantoor binnengewipt en ja! Geweldig van jullie, heel hartelijk bedankt Arij, Ellen, Andries, Rina, Ton, Suzanne, Cees, Corrie, Bep, Jan, Olga!! Ik ben er van de emotie vast nog een paar vergeten te noemen, vergeef het een oude pelgrim dan. Ton en Suzanne, dankzij jullie boekje kan ik straks wellicht iets in het Spaans zeggen!

Ik zit nu met allemaal jonge gasten, die waanzinnig veel lawaai maken met spelletjes aan de computer, hier in Le Puy in een internetcafé. Vandaag dus een rustdag en dat valt eigenlijk helemaal niet mee. Vanmorgen om zeven uur vertrokken veel pelgrims, en dan bedoel ik tientallen, naar de kathedraal om daar de pelgrimszegen te krijgen van de bisschop. Elke morgen om zeven uur is er een pelgrimsmis en dan worden de namen van de pelgrims voorgelezen die gaan vertrekken richting St. Jean Pied de Port. Morgenochtend ben ik ook van plan daar aan mee te doen.
En dan begint eigenlijk het tweede deel van de reis. Ook heb ik inderdaad het gevoel dat de reis zelf het belangrijkste is. De aankomst lokt me nog niet, omdat het dan echt afgelopen zal zijn. En ik geniet er juist zo erg van.
Gisteren was de binnenkomst in de kerk (en dat had ik niet verwacht van mezelf) erg emotioneel. Omdat er veel toeristen in de kerk waren, hoorde ik overal om me heen fluisteren: “Kijk, een echte pelgrim, hij heeft een schelp!”. In het Frans, Duits, Engels en inderdaad ook een paar keer in het Nederlands. Als je dan die trapppen oploopt, waarvan je weet dat miljoenen pelgrims dat al duizend jaar doen, zet dat je aan het denken, zal ik maar voorzichtig zeggen. Leuk ook, al die reacties elke dag. Jullie moeten nou ook weer niet al te zeer gaan prijzen, hoor, want zo veel anderen doen het ook.

Leuk is het wel, zoals de mevrouw die me vroeg of ik haar een kaartje wilde sturen uit Santiago en terwijl ze dat zei een kruisje sloeg. Kijk, dat zijn voor mij nu mooie momenten. Iedereen een pelgrimsgroet van Pelgrim Theo.

Categorieën: 2006: Camino Frances | 2 reacties

Weer een doel bereikt

28,22 km – 40.824 stappen / totaal 1518,36 km – 2.183.244 stappen

Ruim twee maanden later, ruim 1500 km verder en na ruim twee miljoen stappen heb ik mijn tweede doel: Le Puy, bereikt!! Vanaf hier ga ik nu dwars door Frankrijk naar de Spaanse grens.

Le-Puy-web

Het was vandaag weer heel zwaar bij 33 à 34 graden en ik ben weer tot grote hoogte gestegen. Heel in de diepte zag ik de gorges van de Loire liggen, een mooi gezicht. Verder kwam ik langs het kasteel Polignac, daar woont de oudste adellijke familie van Frankrijk. Aangezien ik op deze tocht kind aan huis ben bij de adel, had ik natuurlijk wel even op de koffie kunnen gaan, maar ach, een mens dient bescheiden te blijven.
Van heel ver weg zie je de stad Le Puy al in de diepte liggen en dat is een machtig gezicht. Je ziet echt twee pieken omhoog steken, één waarop een kerkje staat en de ander waarop een groot Mariabeeld staat. Jaren geleden zijn we hier op vakantie ook geweest en zijn we die pieken opgeklauterd. Je kon toen ook in het beeld klimmen en in de rok van Maria hadden ze kijkgaten gemaakt voor het uitzicht. Of dat nu nog kan, weet ik niet, ik denk niet dat ik dit nu ga doen, ik klim al genoeg. En dan zie je verder de grote bult waarop de kathedraal staat. Het is echt heel indrukwekkend en toen ik eenmaal in de kathedraal was, deed me dat toch weer een heleboel. In de kathedraal staat, behalve de Zwarte Madonna, een Mariabeeld van zwarte lavasteen, ook een beeld van St. Jacob. Voor dat beeld is een kluisje, waarin mensen hun gebeden en goede wensen kunnen doen en die worden dan elke morgen tijdens een dienst aan de pelgrims die vertrekken, uitgereikt. Hier is dat elke dag, in Vezelay was dat alleen op zondag. Pelgrim Hans, met wie ik een paar dagen ben opgetrokken, is priester en die mocht toen in Vezelay in het Nederlands de zegen geven. Dat deed hij natuurlijk en daarna riep hij: “Jongens, we gaan het halen!”

Ik kwam hier ook Jos weer tegen, de pelgrim die in Le Puy in een hospitium ging werken. Dat heeft hij gedaan en nu gaat hij ook weer verder. Het was stom toeval, maar erg leuk, dus we zijn lekker op een terras gaan zitten om bij te praten. Toen werd het nog toevalliger, want er kwamen twee dames voorbij lopen die vriendelijk: “Dag Jos” zeiden en dat bleken twee dames te zijn uit de straat waarin hij woont. Zo zie je maar hoe klein de wereld soms is.

Ik vind het allemaal nog steeds geweldig: op sportief gebied, want je moet toch elke dag weer een prestatie leveren, maar zeker ook vanwege alle ontmoetingen en het feit dat je bezig bent met heel andere dingen dan waarmee je thuis bezig bent. De groep Franse pelgrims waarmee ik liep, voorspelde lachend dat ik straks, als ik weer thuis ben, psychische hulp nodig zal hebben. Zo erg zal het niet zijn, ook dat went weer, maar voorlopig ben ik blij dat het zover nog niet is!

Goed, morgen ga ik dus van mijn rust genieten, ik ben benieuwd hoe dat zal bevallen!

Categorieën: 2006: Camino Frances | 2 reacties

Mijn stok en mijn staf vertroosten mij

22,58 km – 32.380 stappen / totaal 1490,14 km – 2.142.420 stappen

stok-web

Ook vandaag was het best een zware dag, maar ik hoefde minder ver dan gisteren. Het pad is ook hier erg slecht met heel veel rolkeien. Die kan ik wel ontwijken door gewoon op de N-weg of D-weg te gaan lopen, maar dat is niet erg leuk, want dan is het gewoon erg druk, moet je iedere keer uitwijken voor auto’s en dat is gewoon toch minder leuk. Ik loop nu weer op de Grande Randonnée, maar er zijn nog steeds niet veel mensen en de mensen die je ziet zijn vooral Duitsers en dat is logisch natuurlijk. Er zijn ook weinig dorpen langs dit stuk, dus koffie ’scoren’ is ook moeilijker. Het is prachtig droog weer, maar 32 graden is wel warm met een rugzak op je rug (lijkt me wel de meest logische plaats voor een rugzak). Ik heb heel veel plezier van mijn stok, dus met recht kan ik zeggen dat mijn stok en mijn staf mij vertroosten. Aardig is dat, weer komt uit wat ik in Zaandam ook al vaak zei: “Het is allemaal waar, maar heel anders dan je denkt”. Kijk, daar heb ik nu toch ook eindelijk een filosofische gedachte!
Stel je daar nou ook weer niet te veel van voor, want soms betrap ik mezelf erop dat ik bijna tegen die stok loop te lullen, zo van: “Kijk opa weer eens in de weer zijn” of “Nog effe”. Ik bedoel maar, het is in ieder geval heel anders dan het dagelijks leven en tegelijk bestaat het ook uit gewone alledaagse dingen en dat maakt het nou leuk. Althans, dat denk ik, want als Gery vraagt of ik het nog wel leuk vind, kan ik alleen maar bedenken dat ik het nog steeds geweldig vind en waarom nou precies?? Geen idee, maar het is wel zo. En het is zo waar, wat Wim schrijft: “Het is de reis die telt, niet de aankomst.” Ik vind het nog steeds geweldig, al die interesse van jullie en die aanmoedigingen. Dat is ’s avonds mijn eerste vraag: “Staat er nog iets op de website?” En Gery vertelde dat ze nu doet, waar ze mij vaak om uitgelachen heeft: als ze naar bed gaat of eruit komt, eerst even achter de PC om te kijken of er nieuws is. Ik deed dat altijd met mijn mails.
Als ik het overdag erg warm heb of ik loop te zwoegen heb ik heus wel eens de pest in natuurlijk, maar als ik dan aangekomen ben en lekker gedoucht heb, is dat zo weer vergeten en geniet ik alleen maar van alles wat ik beleef. Vanavond ook weer. Ik zit hier in een hotel in Vorey, een ‘Logis de France’, dus toch een respectabel hotel. Op mijn kamer is zelfs telefoon, dus ik sms naar Gery het nummer, dan hoeft ze niet mobiel te bellen en is het goedkoper. Dat doet ze ook, maar de telefoon in mijn kamer rinkelt niet. In plaats daarvan wordt er opeens op de deur geklopt en daar staat iemand van het hotel met een draagbare telefoon aan zijn oor, die meldt dat hij iemand aan de telefoon heeft voor mij, mij de telefoon overhandigt en vriendelijk vraagt of ik de telefoon straks even terug wil brengen naar de receptie. Dat is toch schitterend? Krijg ik Gery aan de telefoon en die ligt dubbel, want ze heeft alles gehoord, hoorde hem lopen en aankloppen, enz. Het zijn allemaal maar kleine dingen, maar als je ze ziet kun je daar zo’n lol om hebben. Het is en blijft dus genieten, ook al is het af en toe zwaar. Morgen hoop ik de Zwarte Madonna in Le Puy te kunnen begroeten!

Categorieën: 2006: Camino Frances | 11 reacties

….. en hoe ver

Dit was de allerzwaarste dag tot nu toe. Het was echt afzien. Niet dat-ie slecht begon, integendeel. Gisteravond heb ik echt het traditionele Franse voedsel op: soep vooraf met een scheut crème de cassis erin en daarin sop je dan je brood, vervolgens een omelet met pietepeuterig kleine champignonnetjes erin, die door madame zelf in het bos gezocht worden, echt overheerlijk, een aantal forse kazen en een yoghurt toe. En zo was het ook met het ontbijt vanmorgen: een grote kom koffie met hompen brood erin. Er was ook boter en confiture en toen ik later dus een stuk brood smeerde en er confiture opdeed, zei madame: “O ja, zo doen ze het in andere streken”. Met de belofte een kaartje te sturen als ik in Santiago ben en beslist terug te komen samen met Gery, ging ik vervolgens welgemoed op pad.

Maar die moed is me vandaag echt wel een paar keer in de schoenen gezakt en ik heb grote schoenen. Het was 32 graden en een bere-eind en onderweg was er letterlijk niets, geen restaurantje, geen barretje, zelfs geen bakker. Ik kreeg water van een meneer die in de tuin zat, anders had ik zelfs dat niet gehad. Toen ik op een bankje in de schaduw ging eten en mijn worst aansneed, sneed ik in mijn duim, bloeden als een rund natuurlijk. Dus ik heb die duim fraai verpakt met de spullen uit mijn EHBO-doosje en op dat moment kwamen de vijf pelgrims langs, waarmee ik een paar dagen geleden gegeten heb. Die waren uiteraard vol bewondering voor mijn verbonden duim en dat was even gezellig. Ik heb hen onderweg nog een paar keer ontmoet. Verder liep ik door eindeloze bossen en steil omhoog en er kwam een moment dat ik dacht: “Dit haal ik nooit”. Op dat moment stuurde Jacobus een echtpaar langs, dat vroeg of ik met hen mee wilde lopen een stukje, want zij wonen aan de route. Dat heb ik dankbaar aangenomen en ik kreeg er koffie, heb het gastenboek gelezen en getekend uiteraard. Daar knapte ik weer van op. Toen ik verder ging, gaf mevrouw mij haar eigen stok mee, want zonder stok was het geen doen volgens haar. Dus nu heb ik weer een staf zogezegd.
En dankbaar dat ik voor die stok geweest ben, want die was heel erg handig. Daarmee kun je beter je evenwicht bewaren, want niet alleen dat het erg steil is, de weg bestaat ook uit rolkeien, dus voor je het weet, lig je ondersteboven. Met een zware rugzak is het moeilijk je evenwicht te bewaren. Zo ben ik drie keer naar meer dan 1000 meter hoog gestegen en ook weer afgedaald. Om uiteindelijk in Retournac te komen, moest ik aan het einde van de dag ook nog weer eens 700 meter stijgen. Ik heb gelopen van acht uur vanmorgen tot zes uur vanavond en dat in deze hitte.

Maar….ik ben er gekomen, zit nu in een hotel met kamer, diner en ontbijt. Dus ik hoef de deur niet meer uit vanavond. Op de kamer is het niet zo warm, ik heb heerlijk gedoucht en nu ben ik weer lekker opgeknapt.

Ik hoop over twee dagen in Le Puy aan te komen en dan neem ik weer eens een dagje rust, dat heb ik dan wel weer verdiend.
Ja mensen, het begint op een echte pelgrimstocht te lijken……ultreia! Dat betekent, voor wie het niet weet: ‘Tot het einde’!

Categorieën: 2006: Camino Frances | 4 reacties

12-6-2006: Het thuisfront

Hoe gaat het inmiddels met het thuisfront? Laten we zeggen: het thuisfront heeft het warm, zeer warm en wie mij kent, weet dat het leven dan een grote klaagzang is voor mij. En ik krijg dan ook onmiddellijk een vreemd soort stoornis: in plaats van een schaduwrijk plekje op te zoeken en me verder niet te bewegen, denk ik: “Ik heb het nu toch al bloedheet, dus ik kan net zo goed iets gaan doen, dan gaat de tijd sneller en is het eerder avond”. Maar ik kan jullie nu tenminste trots vertellen, dat ik een beeldschone tuin heb, waarin geen sprietje gras meer tussen de tegels te vinden is en waarin een halve meter hoge laag onkruid gewied is. Ik vrees hierbij ook enig niet-onkruid gewied te hebben, want soms zat er een soort bol aan het eind, die verdacht veel leek op de bollen die Theo ooit geplant heeft. Maar ja, dat zie je pas als je het er al uitgetrokken hebt toch? Ik dacht vrolijk: “Vooruit Geer, je bent in je knollentuin en daarin kijk je niet op een bolletje”, maar toen ik klaar was, had ik ineens heel veel aarde en weinig plant. “Alles is te koop”, dacht ik en snelde naar het tuincentrum, waar ik met forse hand insloeg. Nu blijkt dat het tuinarchitectonische inzicht van Marnix vele malen beter is dan dat van zijn moeder (van wie heeft hij dat toch?), want die vroeg deskundig welke planten tegen de zon kunnen en welke niet. Ja, weet ik veel, er zitten mooie bloemen aan. Onder deskundige leiding van de buren het zaakje in de grond gezet en nu blijkt ook nog dat ik elke avond heen en weer moet hollen met een gieter, anders leggen ze weer het loodje. Ik wil hiermee maar zeggen: het zal wel zo zijn dat een pelgrim vele beproevingen doorstaat, maar die van het thuisfront zijn ook niet mis!! En nu de clou van dit alles: Ik wil al tijden heel graag naar een appartement, lekker alles gelijkvloers. Mijn lieve Theo verzint bij elk appartement de meest doorzichtige smoezen, want ‘dan heeft hij geen tuin meer!’ En wie zit nu op haar knietjes in de grond te wroeten? Juist!!

Ik krijg nogal wat telefoontjes om te vragen hoe het met Theo gaat en hoe het met mij gaat. Gisteren heb ik heerlijke paella mogen nuttigen bij Bouk en Aska en was ik weer even onder de levenden. Van Jan en Dorien van de Brink kreeg ik een heel gezellige brief met foto’s van Theo en Jan. Het doet me goed dat ook het thuisfront niet vergeten wordt en dat wil ik graag met jullie delen.

Met Marnix gaat het waardeloos om eerlijk te zijn. Hij heeft heel veel pijn en kan absoluut niet zitten. En de lieve Zaanse dokters kunnen dan wel zeggen dat het vanzelf over moet gaan, maar hij is twee maanden verder bijna en om nou te wachten tot zijn vader een goed woordje voor hem kan doen bij Jacobus in Santiago?? Ik bewonder hem heel erg omdat hij toch steeds probeert de moed erin te houden, maar het is bijna geen doen voor hem zo. Dus hij heeft zo eens in het rond gevraagd en gespeurd en vanmorgen onder de koffie en de tompoes (want tradities moeten er blijven) hebben we de informatie die hij van de Alfa-Klinik uit München gekregen had, eens doorgenomen en morgen gaat hij die bellen. Ze schijnen er veel meer te kunnen dan hier, het is een team van een Nederlandse orthopedisch chirurg en een Nederlandse neuro-chirurg, de begeleiding daarna kan hier in Nederland plaats vinden door gespecialiseerde fysiotherapeuten en van “Niets meer aan te doen” willen ze niet weten. Er zijn geen lange wachttijden, dus ik ben benieuwd. Mocht er enige tijd niets op de website verschijnen, dan ben ik dus even naar München!!

Categorieën: 2006: Camino Frances | Een reactie plaatsen

Hoe warm het is …..

22,98 km – 32.419 stappen / totaal 1438,02 km – 2.067.007 stappen

Het is ontzettend heet hier, ik zweet als een otter! Maar ik hoor van Gery dat het in Zaandam ook warm is, ze klaagt tenminste weer over natte lauwe dweilen in haar nek en dat betekent dat ze het erg heet heeft. Het aantal kilometers dat ik gelopen heb, is niet helemaal de vooruitgang op de route, want ik ben steeds van schaduw naar schaduw gelopen. Door de warmte heb ik een open plekje aan mijn linkervoet, dat zeer doet. Ik zal er morgen maar eens een smeerseltje voor kopen, dan zal ik er wel minder last van hebben.

Lex-en-Theo-web
Gisteravond heb ik samen met Lex en Elly gegeten. Er zaten ook nog vijf andere pelgrims bij, dus ze hebben eens mee kunnen maken hoe het zo toegaat. Vanmorgen heb ik een aantal ansichten van het hotel gekregen om te versturen en er is daar ook een slaapplaats voor vannacht voor me geregeld. Ik loop veel door de bossen en een mevrouw die daar ook liep, heeft me ernstig gewaarschuwd voor wilde zwijnen, want die schijnen er erg veel rond te lopen. Ik kwam er geen tegen gelukkig, want zeg nou zelf: wat begint een otter tegen een wild zwijn?

Nu zit ik op 1100 meter hoogte in een watermolen, die als gîte is ingericht in Apinac en hier is het een stuk koeler. Lekker, hoor. De watermolen werkt nog steeds, ze malen hier meel voor veevoeder en noten voor olie. Dus ik zit hier echt op de ‘campagne’. Ook hier ben ik weer hartelijk ontvangen, kreeg een rondleiding door de molen en ik kan hier ook eten. Het is vandaag open dag van de gîtes, dus terwijl ik Gery zit te bellen, lopen er voortdurend mensen in en uit, die verbaasd luisteren naar mijn Nederlands gekoeterwaal. Ik moet het gesprek telkens onderbreken om “Bonjour” te zeggen en krijg een enorm stuk cake in mijn handen geduwd van een van de mensen. Leuk is dat toch steeds weer.

O, sorry, maar de eigenaar van de gîte roept nu naar me dat ik een aperitief moet komen drinken en dat kan ik natuurlijk niet weigeren. Ik zou het trouwens ook niet willen!! Gegroet, gij allen en tot morgen!

Categorieën: 2006: Camino Frances | 2 reacties

Extremen

23,49 km – 34.156 stappen / totaal 1415,04 km – 2.034.588 stappen

Theo-weer-op-weg-web

Ook van achteren ben ik zeer charmant

Verder was het vandaag warm, erg warm. Vanmorgen liep ik door de bossen en de wijngaarden en het gaat nu echt steil op en neer en dat is vermoeiend. Ik moet mijn enkel overdwars zetten of op mijn tenen gaan lopen, anders haal ik het niet. Ik heb mijn schouder ingesmeerd en dat gaat nu beter, maar vanmorgen ben ik aan alle kanten geprikt door de muggen. De streek waar ik nu loop, was vandaag de warmste plek van Frankrijk. Ik maak dus extremen mee: ofwel de koudste plek ofwel de warmste plek, terwijl ik nu juist altijd zo graag de middenweg bewandel. Ik word dus op de proef gesteld, zullen we maar denken. Nou, als het erger niet wordt….
De streek wordt steeds leuker, omdat de mensen weten waarover het gaat en geïnteresseerd zijn. Ze kennen hier de rest van de route tot Le Puy en kunnen je precies vertellen wat je onderweg nog tegen zal komen. Ik hoefde vandaag niet zo erg ver en zit nu in een auberge in Marols, waar een grote slaapzaal is, maar omdat ik alleen ben, kreeg ik ook een kamer alleen. De ontvangst was weer overweldigend. Toen ik aankwam, zat er een groep van zo’n veertig mensen nog te eten, ter gelegenheid van het een of ander. Ik kwam dus gepakt en gezakt binnen en….kreeg van al die mensen dus applaus. Sta je wel even te blozen natuurlijk, maar dat zie je gelukkig niet, omdat ik bruin ben. Vervolgens werd ik meegetroond naar de keuken en kreeg daar het dessert, water en koffie. Dus ik ben weer verwend. Ik zit nu te wachten op Lex en Elly, die straks aankomen, we zullen samen eten.
Dit is een evenement, dat nog veel en veel mooier is dan ik me heb voorgesteld. Ik zal het mijn hele leven niet meer vergeten!

Categorieën: 2006: Camino Frances | 1 reactie

Een rustige dag

15,74 km – 22.485 stappen / totaal 1391,55 km – 2.000.432 stappen

Vanmorgen moest ik met een enorme sleutel de deur van de priorij openmaken en ook weer achter me dicht doen en de sleutel in een bakje doen, want er was verder niemand. De mensen, die nog zouden komen, zijn niet op komen dagen, dus ik had het rijk alleen. Het was knap warm vandaag en vanmorgen in het bos ben ik aan alle kanten geprikt door de muggen. Ja, dat hoort zo bij het pelgrimsleven.

Ik hoefde vandaag maar een klein stukje, dus was al vrij vroeg in Montbrison. Wie nu denkt dat ik er mijn gemak van neem, kan ik zeggen dat ik morgen 31 km zou moeten bij een temperatuur van 31 graden. Het is mij echter gelukt een gîte te reserveren, die een km of vier, vijf voor het einde van de route ligt, omdat ik anders de dag daarna ook weer zo’n kort stuk heb en nu is het wat beter verdeeld. Maar vandaag was het dus geen afzien, alleen maar genieten van het mooie weer in korte broek en T-shirt. Wellicht is het een teleurstelling voor jullie, maar erg filosofisch zijn mijn gedachten tijdens het lopen niet. Ik beperk mij tot het aardse denken: “Waar en wat eet ik? Waar slaap ik?” Onderweg bezichtig ik eens iets dat me interesseert en dan kom je toch wel aardige dingen tegen. Ik was in een kerkje met een crypte uit 1100 en in die kerk was ook een beeld van een kindje, een meisje, helemaal ingebakerd. Ik dacht dat het een beeldje was van een dood kind, maar de mevrouw die daar rondliep, vertelde dat het helemaal geen dood kind voorstelt, maar Maria als baby. In de zeventiende en achttiende eeuw was dit een bedevaartsdoel voor jonge ouders. Die kwamen dan hun kind opdragen aan de baby Maria en om te bidden dat ze hun kind een goede opvoeding zouden geven. In diezelfde kerk was ook een mevrouw die zelf naar Santiago was gelopen, maar haar bagage had laten vervoeren. Je komt hier natuurlijk steeds meer mensen tegen die ook naar Santiago zijn gelopen en dat zal gaandeweg wel steeds meer voorkomen, want de afstand wordt natuurlijk steeds korter.

Montbrison is een behoorlijke stad en ik zit weer in een hotel, want alle batterijen moeten weer worden opgeladen. Mijn leencamera doet het prima en het is leuk om weer te kunnen filmen. Ik heb vandaag ook even een apotheek bezocht om nieuwe vitamine C tabletten te halen en een zonnebrandcreme voor mijn neus, want dat is geen gezicht meer. Toen ook maar een smeerseltje voor mijn schouder gekocht, omdat die een beetje vastzit en zoals dat hier gaat, ik kwam dus met zakken vol de apotheek weer uit. Daarin is nog niets veranderd in al die jaren. Je krijgt een medicijn, daarbij meteen maar een medicijn tegen eventuele bijwerkingen van dat medicijn, enz., enz.

Morgen is mijn dieptepunt op 400 meter en mijn hoogtepunt op 1162 meter, dus dat wordt klimmen!

Categorieën: 2006: Camino Frances | Een reactie plaatsen

Een zonnepet

22,62 km – 32.459 stappen / totaal 1375,81 km – 1.977.947 stappen

Vanmorgen eerst mijn dagelijks ritueel gevolgd: naar het dorp, koffiedrinken en naar de bakker. Daarna wandelde ik over een mooie rechte lange weg met aan beide kanten vennetjes, waarin een heleboel reusachtige kikkers zitten. Het is dan ook niet verbazend dat hier in de streek bij elk restaurant kikkerbilletjes op het menu staan. Er zijn er zoveel.
Enfin, ik loop daar en hoor ineens mannen zingen. Ik kijk om me heen, maar zie niets, dus loop een eindje verder en jawel, daar staan ineens zo’n man of acht luidkeels te zingen. Dat bleek de visclub uit St. Etienne te zijn. Die huurt hier in de buurt een vijver af en gaat daar een keer per maand vissen. Nou ja, vissen? Het waren allemaal vijftigers met enorme buiken, dus al gauw werden er grappen gemaakt over en weer: “Ja, als jij eens zou gaan lopen, zou je zo’n buik niet hebben. Kijk naar deze meneer, die heeft geen buik”. We staan een poosje te praten en dan zegt er één: “Heb je geen zin in een aperitief?” Nou, dat sla je niet af natuurlijk, dus ik wandelde met de heren mee door een stukje bos en toen begreep ik die enorme buiken: aan de rand van de vijver stond iets wat je eigenlijk best een café mag noemen: genoeg te drinken en een barbecue, waarop enorme lappen vlees lagen te sudderen. Dus daar ging ik aan de pastis, dat is weer eens iets heel anders dan een glaasje achterin de tuin ’s zomers. Na de derde pastis vonden ze het ook logisch dat ik meteen maar bleef eten, maar dat heb ik maar afgeslagen. Ik dacht: “Anders kom ik helemaal niet meer aan vandaag!” Daarop kreeg ik van de heren een zonnepet met het embleem van de Provence erop tegen de zon, want “je moet een pet op in de zon”. Die heb ik in dank aanvaard en daar loop ik nu dus trots mee rond.

Visclub-web

Vervolgens kwam ik door een dorp, waar een mevrouw haar man stond uit te zwaaien die weer naar zijn werk ging, en daarna heel gemoedereerd ging staan wachten tot ik eraan kwam. Ze wilde natuurlijk weten of ik onderweg was naar Santiago, want haar beide kinderen hadden het ook gedaan. Maar dat ik nu alleen was en dan ook nog helemaal uit Amsterdam kwam gelopen, dat was toch wel erg ‘courageux’. Ik vind dat nog steeds heel leuk, dat mensen me achterna lopen of duidelijk op me staan te wachten om me een goede reis te wensen. Bijna net zo leuk als al die berichten op de website, waarvan ik nu weet, dat die zelfs in Australië wordt gelezen.

Ik was veel eerder in Mont Verdun dan ik had gepland, dus meteen maar naar de Mairie voor een slaapplaats. Dat werkt het beste: als je geen slaapplaats hebt, op naar de Mairie en daar is altijd wel iemand die je wil helpen. Dit keer waren het er zelfs twee, twee schattige meisjes die erop stonden dat ik eerst maar eens een poosje ging zitten uitrusten en bijna smekend vroegen of ik iets wilde drinken. “Want”, legden zij uit, “daar hebben we zo’n mooie truc voor” en dat bleek zo’n apparaat te zijn dat je bij ons ook bij veel bedrijven ziet met koud water. Ze gingen me helemaal uitleggen hoe het werkte, want ze waren er duidelijk erg trots op, zo’n superding op de Mairie. Vervolgens wisten ze een gîte voor me, die niet in mijn reisgids stond. Daarvoor moest ik dan wel een zeer steile helling beklimmen, maar de beloning wachtte dan ook boven: een heuse priorij met een grote muur er omheen en in het midden de kerk en de gebouwen daar omheen.

Montverdun-web

Hierbij een foto van de priorij en als je precies wilt weten waar ik zit, kijk dan even op www.montverdun.com en dan zul je zien dat dit verblijf een echte pelgrim waardig is. Ik zit nu bijvoorbeeld in de tuin naar een balustrade te kijken die uit de twaalfde eeuw dateert en alles is schitterend gerestaureerd. Ik slaap op een slaapzaal met vierentwintig bedden, dus ik kan kiezen. Er zullen waarschijnlijk nog een stuk of vijf mensen arriveren vandaag, dus we zullen ook niet om een bed hoeven vechten. Er is ook een keuken bij, dus vanmiddag ben ik weer naar het dorp gegaan om de nodige boodschappen te doen en nu zit ik vredig naar de kerkklok te luisteren. Er zijn geen monniken meer, dus ik hoef morgen niet vroeg uit bed om te bidden.
Elke dag is weer anders en elke dag zie en beleef je weer andere dingen. Nederland en mijn dagelijks leventje daar lijken steeds verder weg.

Categorieën: 2006: Camino Frances | 2 reacties

Pommiers

25,9 km – 37.539 stappen / totaal 1353,19 km – 1.945.488 stappen

Theo-met-Didi-web

Vanmorgen heb ik eerst Cees en Didi uitgezwaaid en daarna weer in de benen zoals het hoort. Het was vandaag schitterend mooi weer en ik loop in een prachtige omgeving. Aan alle kanten ontzettend veel bloeiende bloemen langs de kant van de weg en op sommige plaatsen kan ik heel ver kijken en zie ik de heuvels van de Beaujolais. Het is wel klimmen, maar als ik naar het zuiden kijk, zie ik nog veel hogere heuvels en de mensen hier zeggen blij tegen me: “Morgen en overmorgen gaat u heel hoog”, dus dat kan nog wat worden. Nou ja, dat zien we dan wel weer. “Wie dan leeft, wie dan zorgt”, zeg ik pelgrimachtig. Dat zijn zo ongeveer wel al mijn filosofische gedachten op dit moment. Deze route loopt half door de bossen en half over de weg en je kunt merken dat deze route meer is ingesteld op de tocht naar Santiago, want hij gaat ook langs dorpen. Vanmiddag kwam ik in een barretje en de mevrouw daar had alle tijd voor me en wilde ook weten of ik nu wel genoeg eten en drinken bij me had en waar ik vannacht ging slapen. Toen ik zei dat ik dat nog niet wist, ergens in Pommiers, riep ze: “Wacht even”, snelde naar de telefoon en regelde een caravan voor me op de camping. Geweldig leuk, zoals mensen zich voor je uitsloven. Om vier uur kwam ik in Pommiers aan en dat is echt een prachtig stadje. Van buiten is het een vesting en van binnen een en al antiek, zelfs de paardenstallen zijn er nog. Middenin staat een Romaanse kerk met een abdij er tegenaan en die heb ik uiteraard bezichtigd. In de kerk staat toepasselijk een standbeeld van een pelgrim met zijn staf en waterzak. Het is echt een heel leuk plaatsje en ik was er nog nooit van mijn leven geweest, wist niet eens dat het bestond. Dus ik zei tegen de mevrouw aan de kassa: “Waarom weet ik dit niet? Ik dacht dat ik alles al wist” Dat was lachen natuurlijk en ze vond mijn tocht ‘impressionant’. “Weet u”, zei ze, “Ik zou dat ook wel heel graag willen, maar ik zou toch op het laatste moment gauw neen zeggen.” Er is vandaag ook heel wat sms-verkeer geweest tussen Lex, Elly en mij. ik moest een weekprogramma sturen waar ik ongeveer wanneer zit. Of en waar we elkaar zullen ontmoeten, weet ik niet, maar…..we zien wel.
Ik ben nu net een zebra: mijn voeten en benen tot de kuit wit, de rest van mijn benen tot boven de knie bruin, de rest van mijn lijf wit en mijn nek en hoofd bruin. Vanavond ga ik zielig mijn eigen potje koken, want ik heb een keukentje in de caravan. Nou ja, koken……ik ga een blik opwarmen. Zo zie je maar hoe diep ik ook kan vallen: van een prachtig kasteel naar een ouwe caravan. Maar voorlopig zit ik voor die caravan uiterst lui in mijn zwembroek van de zon te genieten. Ik wil jullie natuurlijk niet jaloers maken, maar zo is het wel. Af en toe word ik gestoord door het geluid van een vrachtwagen. Aan het begin van de camping hebben ze namelijk een verkeersdrempel gelegd en hier in Frankrijk betekent dat: flink gas geven als je er overheen gaat, anders verlies je maar snelheid!
Dit is helemaal het einde: het land, de mensen en het lopen, kortom alles!

Categorieën: 2006: Camino Frances | 2 reacties

Blog op WordPress.com.