Bestaat toeval?

34,24 km – 48.917 stappen / totaal 1751,13 km – 2.521.525 stappen

33graden-web

Iedereen die graag op deze website wil zien dat ik als pelgrim moet lijden, krijgt vandaag zijn zin: het was afzien, ik weet nu wat afzien is!. Het was heel erg warm, ruim 33 graden, de weg was heel erg slecht en ik moest heel erg ver! Mijn T-shirt kon je uitwringen!
Gisteravond heb ik afscheid genomen van Jacques en Josette. Jacques en Josette namen ook afscheid van elkaar, want ieder ging langs een andere route. Bij het afscheid zei Jacques: “Ik kan het nu wel zeggen, want we zien elkaar toch nooit meer: Ik bewonder je instelling en de manier waarop je in het leven staat. Je bent de eerste Protestant die ik ontmoet heb, maar ik moet zeggen dat het aardige mensen zijn.” Mooi gezegd, hè? “Ja, zo gaat dat, je komt elkaar even tegen en daarna gaat ieder weer zijn eigen weg”, dacht ik filosofisch. Dus ik stap dapper de hele dag door, heb zelfs niets anders gegeten dan een casse-croute tussen de middag, begin al aardig in de buurt van mijn volgende stopplaats, Sénergues, te komen en wie zie ik ineens voor me uit lopen? Jawel, Jacques en Josette!! Het bleek dat de routes die Jacques en Josette afzonderlijk liepen, elkaar ergens kruisten en dat zij allebei precies op hetzelfde moment op het kruispunt kwamen. Toen besloten zij maar weer samen in een gîte te gaan. Alleen was die nog dicht en omdat ze geen zin hadden om te wachten, besloten ze maar een stukje door te lopen en kwamen zo terecht op de route die ik liep. Het is toch niet te geloven? Maar leuk was het wel. Zij wilden dat ik ook meeging naar een gîte, maar ik besloot naar de camping te gaan. Achteraf gezien was dat niet zo slim, want de camping bleek 2 km aan de andere kant van het dorp te liggen. Er is geen mogelijkheid iets te eten, dus dat betekent dat ik vanavond nog eens 2 km heen en 2 km terug moet lopen. Dan heb ik mijn portie wel gehad voor vandaag.

Daar staat tegenover dat ik morgen maar een kilometer of tien ga lopen, dan ben ik in Conques en daar wil ik de tijd voor nemen, want dat is weer een hoogtepunt op de route. In de kerk daar liggen de beenderen van Ste Foy. Het gerucht gaat dat die beenderen daar niet van origine liggen, maar op een dag, heel lang geleden, door inwoners van Conques ergens gepikt zijn, omdat daar veel geld mee te verdienen was. Ste Foy zorgde namelijk voor wonderen en wonderen zorgen voor een grote stroom mensen, dus vandaar…. Er is een legende die vertelt dat een man onderweg overvallen werd door rovers, die hem de ogen uitstaken. Hij lag daar dus hulpeloos op de weg in zijn eentje. Maar de vogels vonden zijn ogen, brachten die terug en Ste Foy genas de man. Als dat geen wonder is, weet ik het niet meer. Enfin, morgen ga ik mezelf daarvan op de hoogte stellen en misschien de mis wel bijwonen.

Categorieën: 2006: Camino Frances | 1 reactie

23-6-2006: Het thuisfront

Jawel, barst maar los, ik weet het: er heeft twee dagen niets op de website gestaan. Maar ik kon het niet helpen. Eergisteren was ik met Marnix naar Brasschaat en te middernacht thuis. Dus vermoeid ging ik naar bed en dacht: “Ik doe morgenochtend de website wel”. Maar ja, je weet hoe dat gaat, het werd middag en toen werd het een uur of vier en kreeg ik een sms-je van Theo dat hij gearriveerd was, dus dacht ik: “Dan zet ik vandaag er ook meteen bij.” Helaas bleek toen de website ‘down’ te zijn (ik hanteer tegenwoordig vakjargon, merken jullie wel) en toen ging het niet en kon ik Theo niet eens de commentaren voorlezen, wat ik altijd trouw doe als hij zelf niet heeft kunnen kijken. Hans en Janneke, wat een mooi gedichtje hebben jullie ingebracht, ik zet het straks ook even op de gedichtenpagina.

Wie niet van België houdt, moet maar niet verder lezen, want ik ga nu een lofzang afsteken op de Belgen (en dit is geen mop!). Marnix had woensdagavond om kwart voor acht een afspraak en toen we aankwamen, waren veel dokters nog gewoon aan het werk en zaten er nog veel mensen te wachten. Met je Hollandse inslag denk je dan toch in eerste instantie, dat het druk is op de EHBO. Het is een mooi ziekenhuis, vrij nieuw en het heeft een vriendelijke uitstraling. In de wachtkamer hangt een bordje, waarop staat dat het ereloon contant moet worden betaald bij de raadpleging. En laten we eerlijk zijn, dat klinkt veel vriendelijker dan ‘het honorarium van het consult’. Maar ja, van vriendelijkheid alleen wordt je rug niet beter natuurlijk. Maar goed, de neuro-chirurg bekeek de gegevens van de MRI-scan, onderzocht Marnix en zei toen: “Moet je luisteren, er is degeneratie van de onderste werveltussenschijf en bij de andere zit een grote hernia. Waarom ben je niet geopereerd?” “Omdat ik geen gevoelloze benen heb”, zei Marnix kort en krachtig, waarop de dokter zei: “Het is niet logisch om je met zo’n grote hernia te laten lopen. We gaan een microscopische ingreep bij je doen. Ik zeg er eerlijk bij, dat je daarna misschien nog niet helemaal tevreden bent, maar het wordt wel een heel stuk beter”. Dus ik vroeg: “Maar stel, dat hij nog niet helemaal tevreden is, kan er dan nog iets gebeuren of moet hij er maar mee leven?” “Absoluut niet”, was het antwoord, “we hebben nog een groot aantal mogelijkheden.” Kijk, dat geeft de burger moed. Vervolgens pakte de arts een kantooragenda van zijn bureau, bladerde erin en zei: “4 juli, lijkt je dat wat? Prima, om tien uur nuchter aanwezig zijn. Van tevoren nog wel even een CT-scan laten maken, maar dat kan tot de dag ervoor”. En toen moest Marnix dus contant het ‘ereloon’ betalen en dat bleek zegge en schrijve € 20 te zijn. Dus wij opgelucht naar huis en Marnix vooral heel erg blij dat er nu iets gaat gebeuren en hij niet uitzichtloos op de bank ligt. Onderweg naar huis bespraken wij dat het heel handig zou zijn als de scan inderdaad de dag tevoren gemaakt zou worden, want dan nemen we een hotelletje voor die nacht en hoeven we de andere morgen niet in de file te staan en bij nacht en ontij weg. Gekscherend zei ik: “En dan graag om een uur of twee, dan omzeilen we de file.” Goed, Marnix belde de volgende dag, kreeg een datum op en zei: “Ja, dat kan wel, maar eigenlijk zou ik heel graag op 3 juli komen!” Het antwoord: “Natuurlijk, welke tijd schikt u het beste?” Hij viel zowat van zijn stoel. Zo kan het dus ook!!! Waarom kan dat in Nederland niet zo dan? Waarom moet je hier bijna op je knieën gaan liggen om geholpen te worden? Marnix en ik kwamen er niet over uitgepraat hoe vriendelijk en efficiënt het er toegaat en hoe wij er eigenlijk niet meer aan gewend zijn door artsen als mens gezien te worden, terwijl dat toch normaal is.
Marnix’ operatie valt precies in de week die ik gereserveerd had om naar Theo te gaan. Dat is jammer, maar wat het zwaarst is, moet het zwaarst wegen en ik wil logischerwijze graag wat in de buurt blijven. Dus Theo moet nog maar een weekje wachten en ik heb zo’n idee, dat hij het zonder mij ook uitstekend naar zijn zin heeft en nog niet van heimwee omkomt!

Categorieën: 2006: Camino Frances | 3 reacties

De tuinman en de dood

plaatje-de-tuinman-web

Een Perzisch Edelman:

Vanmorgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,

mijn woning in: “Heer, Heer, één ogenblik!

Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot,

toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.

– – –

Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant,

maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.

– – –

Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan,

Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!”

– – –

Vanmiddag (lang reeds was hij heengespoed)

heb ik in ‘t cederpark de Dood ontmoet.

– – –

“Waarom”, zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt,

“hebt gij vanmorgen vroeg mijn knecht gedreigd?”

– – –

Glimlachend antwoordt hij: “Geen dreiging was ‘t,

waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,

– – –

toen ‘k ‘s morgens hier nog stil aan ‘t werk zag staan,

die ‘k ‘s avonds halen moest in Ispahaan.”

P.N. van Eyck

Ispahaan-web

 

Categorieën: Gedichten | Tags: | Een reactie plaatsen

Helemaal vanaf Amsterdam

23,19 km – 33.130 stappen / totaal 1716,89 km – 2.472.608 stappen

Het was een mooie tocht vandaag, maar wel een heel moeilijke. Ik heb heel wat steile hellingen moeten nemen en moeilijke afdalingen moeten doorstaan. De wegen zijn nog steeds slecht en er zijn heel veel rollende stenen, dus dan is het af en toe moeilijk om je evenwicht te bewaren. Maar we hebben het weer gehaald en ik zit nu weer riant in een hotel in Estaing met een goed bed. Lekker douchen, want ik heb vandaag veel gezweten. Dan het ritueel van mijn wasje doen en vervolgens alle apparatuur die opgeladen moet worden, opladen, want o wee, als mijn mobiel het niet doet, dan komt het thuisfront in opstand.
Ik heb het nog steeds uitstekend naar mijn zin en vind het fantastisch. Overigens maak ik wel goede sier met het feit dat ik helemaal vanaf Amsterdam gelopen heb. Nu moet ik ook wel eerlijk zeggen, dat ik het wel een beetje uitlok. Dan vraag ik zo langs mijn neus weg waar mensen vandaan komen lopen en dan zeggen ze bijvoorbeeld: “Uit München”. Dan zeg ik schijnheilig: “Zo, dat is een heel eind”, waarop ze dan moeten bekennen dat ze tot Le Puy met vliegtuig en trein zijn gereisd. De logische wedervraag is dan: “En waar kom jij vandaan?” En kijk, dan sla ik genadeloos toe. Achteloos zeg ik dan: “Uit Amsterdam (want Zaandam kennen ze toch niet) en blijf hen dan zo doordringend aankijken dat ze vanzelf iets zeggen in de trant van: “Met de trein? Waar ben jij dan begonnen?” “Nee”, zeg ik dan, “Ik heb de hele weg gelopen en heb al zo’n 1700 km erop zitten!” En dan blijf ik bescheiden kijken als ze dan zowat een aureooltje om mijn hoofd aanbrengen. Ik geef onmiddellijk toe, het heeft niets te maken met de nederigheid van een pelgrim, maar ja, ook een pelgrim heeft zijn zwakheden!

Categorieën: 2006: Camino Frances | Een reactie plaatsen

Alleen de Zwitsers gaan hard

28,13 km – 40.185 stappen / totaal 1693,7 km – 2.439.478 stappen

Tjonge jonge, wat heb ik vandaag geklommen en geklauterd. De wegen zijn hier heel erg slecht, je moet echt voorzichtig zijn, anders lig je binnen de kortste keren op je gezicht. Het is voor iedereen zwaar, dus het leuke is dat je steeds weer mensen tegenkomt, waar je dan een stukje mee oploopt en vervolgens klauter je weer alleen verder tot de volgende ontmoeting. Alleen de Zwitsers lopen hard, die lopen alsof ze een rondje Jagersplas doen. Maar ja, die zijn dat ook meer gewend dan wij natuurlijk. Ik loop regelmatig met twee Fransen, Jacques en Josette. Zij kenden elkaar ook niet, maar hebben elkaar ergens onderweg ontmoet en lopen nu een stuk samen op, en we lopen soms met zijn drieën of we komen elkaar ’s avonds weer tegen. Onderweg hebben we in een plaatsje gezamenlijk koffie gedronken en toen wilde ik daar in een kerkje, omdat ik gelezen had, dat er een pelgrim in het raam was gebrandschilderd. Nou, de rest volgde mij, want die wilde dat ook wel zien. Ik vond niet meteen de ingang, dus liep om en de kudde volgde me. Toen merkte Jacques op: “t Is toch wat, nou moet een Protestant ons nog de weg naar de Katholieke kerk wijzen!” Dat was wel lachen natuurlijk. De meeste pelgrims zijn ‘deeltijd’-pelgrims en lopen een stuk van de route, ik ben een van de weinigen die hem helemaal loopt achter elkaar.
Mijn tentje staat nu weer op de camping in St. Come d’ Olt en hier zijn ook twee Fransen die met een ezel op pad zijn. Goed, ik ben mijn eigen ezel dus. Vanavond heb ik gegeten met twee Fransen, een Duitser en een Zwitser. Dus eenzaam ben ik niet. Het is heel leuk om zoveel onbekende mensen tegen te komen en omdat je allemaal hetzelfde doet, heb je ook meteen contact.

Categorieën: 2006: Camino Frances | Een reactie plaatsen

Na het zwembad de sauna

29,04 km – 41.494 stappen / totaal 1665,57 km – 2.399.293 stappen

Het eten gisteravond viel reuze mee, we zaten met zijn vijven aan tafel, Amerika, Frankrijk en Nederland, en onze gastvrouw had nog een leuk verhaal. Ze had een tijdje terug vier Amerikanen gehad en voor hen op haar manier een beetje Europees gekookt, zodat ze het eten niet al te vreemd zouden vinden. Goed, het voorgerecht wilden ze niet eten, ze wierpen een blik op het hoofdgerecht en nee, dat wilden ze ook niet eten. Toen kwamen de kaasjes op tafel, maar zij riepen in koor dat de kaas beschimmeld was en dat ze die ook niet gingen eten. Toen zag een van hen in de hoek een doosje staan met puntjes kaas voor bij de borrel van de ‘Vache qui rit’. Nou, dat wilden ze dan wel proberen. En dus hebben ze toen met zijn vieren de hele voorraad doosjes die in huis waren, opgegeten!
Na het eten hebben we nog een poosje naar het onweer gekeken en daarna snel naar bed, want vanmorgen om zes uur was het weer opstaan geblazen.

Om zeven uur ben ik vertrokken en na 2 km kwam ik tot de ontdekking dat ik wederom mijn stok en staf vergeten was. Ik dacht: “Nou ja, die stok, laat maar, ik vind wel een andere, liep een paar honderd meter verder en dacht: “Nee Theo, dat kan je niet maken!” Dus ben ik weer op mijn schreden teruggekeerd om mijn stok op te halen. Tenslotte moet je de gulle gaven van St. Jacob niet veronachtzamen. En daar ben ik ook weer voor beloond, maar daarover straks. Eerst wil ik vertellen dat ik ook vandaag door het mooiste landschap ben gelopen dat ik ooit gezien heb. Het was werkelijk schitterend: glooiende weilanden met hier en daar bosjes, overal snelstromende riviertjes, grazende koeien en schapen en bloeiende gentianen. Een landschap om nooit te vergeten en zo ongerept dat je het gevoel hebt dat het vanaf het jaar nul altijd zo geweest is. Een droomwereld.

Om twaalf uur ben ik in een plaatsje een barretje ingestapt om wat te eten en toen zaten daar ‘mijn Fransen’ ook. Dus we hebben gezellig samen zitten eten en zijn toen ook maar samen verder gelopen naar Aubrac, het doel voor vandaag. Daar zagen we een heel groot gebouw, waarvan we dachten dat het een soort sanatorium was en later bleek dat het dat vroeger ook geweest is, maar nu was het een ‘Village de vacances’. En kijk, toen was er de beloning van Jacobus voor het ophalen van mijn stok: er waren allerlei faciliteiten, waaronder zelfs een sauna! Dus daar heb ik heerlijk van genoten. Wat een weelde! En het kon niet op, want er was ook een echte wasmachine! We slapen met zijn drieën op een kamer, het Franse echtpaar en ik. We hebben dus gedrieën alles wat mogelijk was in die wasmachine gestopt en draaien maar. Nou, dat deed die ook, alleen stopte hij ook niet meer. Hij bleef gewoon doordraaien en onze was heeft in totaal drieëneenhalf uur in de wasmachine gezeten! Toen leek dat de receptioniste toch ook wel erg lang en werd er actie ondernomen. Zodoende was de was vanavond om negen uur schoon en hebben we alles vervolgens maar in de droger gestopt.
Vanmiddag hoorden we in de verte onweer en heeft het een beetje geregend, maar verder hebben we geen last gehad. Het is ook niet ontzettend heet meer, dus alles gaat nog steeds prima en ik vind het nog steeds geweldig om hier te lopen, het is net een droom. In Aubrac staat een kerkje, dat in de Middeleeuwen hospitaal is geweest voor de pelgrims. Overal in het kerkje, tot in de ramen toe, zie je nog de Jacobsschelp. Ja, toen waren er geen ‘Villages de vacances’ met luxe zaken.

Gery vertelde dat ze morgen ook naar het buitenland gaat. Ze gaat met Marnix voor een second opinion naar Brasschaat in België. Daar schijnt een heel goede neurochirurg te zitten en daar kon hij meteen terecht, dus ik ben benieuwd hoe dat afloopt.

Categorieën: 2006: Camino Frances | 4 reacties

Flying Dutchman

28,48 km – 40.694 stappen / totaal 1636,53 km – 2.357.799 stappen

Om te beginnen wil ik even terugkomen op het commentaar van Jaap en Jannie over de stok en de staf, namelijk dat er staat: Uw stok en Uw staf. Ik heb daar vandaag wijsgerig of filosofisch, net wat je wilt, nog eens over na lopen denken en nu wil ik er het mijne van zeggen. Kijk, eerst was het natuurlijk Uw staf en stok, maar hij is mij in de schoot geworpen als een gave en nu is het dus Mijn staf en stok. Jawel, ik denk heus ook nog wel eens aan iets anders dan aan lekker eten!

Nu dit misverstand dus uit de weg is geruimd, kan ik gaan vertellen dat ik gisteravond met vijfentwintig pelgrims het pelgrimsmenu heb gegeten in St. Alban. Aan dat menu heb ik echt niet genoeg, maar dit terzijde. Ik zat met vier Fransen aan tafel en ik weet dan wel zo’n beetje hoe ik het gesprek in moet kleden. Dat gaat dan als volgt: eerste onderwerp is het eten, tweede onderwerp is de familie en derde onderwerp is de politiek en dan met name de opmerking: “Hoe vinden jullie dat nou, een vrouw als president te krijgen?” Nou, dat is genoeg om hen uren te laten praten. Zegt er opeens een van hen: “Ho, ho, dit gaat niet goed. Jij drukt steeds op een knop en dan gaan wij wel praten.” Wil je geloven dat ik daar zelf helemaal geen erg meer in had? Dus dat was lachen.

Vanmorgen ben ik vertrokken met prachtig weer: een windje, zon en een temperatuur van 25 tot 30 graden. Ideaal weer dus en ik heb vandaag echt een wondermooie route gelopen met uitzichten zo subliem dat een schilder ze echt niet zo kan verzinnen. Schitterend gewoon. En er is hier geen enkele toerist, de enige mensen die je tegenkomt, zijn ook pelgrims. Er zijn hier veel Duitsers, die allemaal eerst het vliegtuig genomen hebben tot Lyon, vervolgens de trein naar Le Puy en vanaf daar zijn gaan wandelen. Voor hen zijn dit dus de eerste dagen en wat ik zie zijn peperdure uitrustingen met van alles en nog wat, echt allemaal super de super. Wat ik ook zie, is hoe ellendig sommigen er aan toe zijn: open voeten, strompelen, enz. Dat is wel een beetje komische tegenstelling. Zelf heb ik nog steeds een open plekje aan mijn hiel, maar dat ziet er al beter uit weer dan gisteren. Geer maant me elke avond dat ik langs de pharmacie moet gaan om een zalfje te halen, maar daar heb ik allemaal geen tijd voor, hoor. Bovendien wemelt het hier niet echt van de apotheken (zeg ik schijnheilig). En….. ik heb een blaar aan mijn kleine teen. Het is lang geleden dat ik een blaar had en volgens mij komt dat door het zwemmen van gisteren, daar is mijn huid zacht van geworden natuurlijk. Zo zie je maar weer, alles heeft zijn prijs. Onderweg ben ik verschillende mensen tegengekomen, waar ik een praatje mee gemaakt heb, maar dat begin ik al bijna gewoon te vinden. Het is wel een wereld van verschil met de streek ten noorden van Le Puy, hier is alles veel meer gericht op mensen die deze tocht maken.
Om twaalf uur heb ik heel erg goed gegeten. Het eten is hier eenvoudig, dus geen gastronomische hoogstandjes, maar heel erg goed en lekker.

Nu zit ik in een plaats met de weidse naam: Quatre-Chemins en zoek maar niet op de kaart, want daar staat het vast niet op. Het is namelijk precies wat de naam zegt: een kruispunt met zegge en schrijve één boerderij en daar zit ik dus nu in een gîte, samen met drie Fransen en twee erg aardige Amerikanen (hoewel dat volgens Gery niet mogelijk is), die mij welgemoed de ‘Flying Dutchman’ noemen. Zij lopen nu van Le Puy naar St. Jean Pied de Port en hebben vorig jaar het gedeelte St. Jean Pied de Port-Santiago gelopen. Zij loopt met blote voeten in hele grote basketballschoenen, ik snap niet hoe ze het doet, maar ze loopt er prima op.
Het is zo langzamerhand tijd voor het avondeten en dat ziet er een beetje dubieus uit, gelukkig maar dat ik vanmiddag goed heb gegeten!

Categorieën: 2006: Camino Frances | 5 reacties

Een engel

25,17 km – 35.966 stappen / totaal 1608,05 km – 2.317.105 stappen

Het contact is toch gelukt. Vanmorgen ben ik vroeg weg gegaan in mijn schoongewassen kleren, die niet alleen schoon zijn, maar ook schoon ruiken, heerlijk. Ik wilde onderweg naar Le Sauvage gaan, een boerderij waar je allemaal natuurproducten kunt eten en kopen, zodat ik Jinze kon vertellen hoe biologisch het hier allemaal toegaat. Dat was 4 km om, maar daar maal ik niet om op zo’n grote afstand. Goed, ik kwam er, er was wel een gebouw, maar verder was er ook helemaal niets, echt totaal niets. Alleen een fonteintje waar je een slok water kon drinken. Dus onverrichterzake weer terug naar de route. Daar kwam ik het Franse echtpaar weer tegen, dat er ook hevig over liep te mopperen. Gezamenlijk besloten we toen bij de kapel van St. Rochus iets te gaan drinken. Leuk plan, maar ook daar was helemaal niets, dus dat was al twee keer niets. Toen had ik zo de pest in dat ik regelrecht ben doorgelopen naar St. Alban.

Het was een mooie route vandaag met mooie uitzichten en niet zo’n ‘benenbreker’. St. Alban ligt wel op 1400 meter hoogte, maar de weg erheen is niet zo steil. In St. Alban bracht Jacobus me eerst in verzoeking door langs de kant van de weg een bord te plaatsen van een hotel met zwembad. Dat klinkt heel erg aangenaam als je het warm hebt, maar moedig weerstond ik de verleiding en sprak mezelf streng toe: “Nee Theo, dat doe je niet, je gaat gewoon op zoek naar een camping!” Inmiddels was het half twee toen ik op de camping aankwam en dit keer ontvangen werd door een chagrijnige man. Ik vroeg of ik nog wat kon eten, maar dat kon niet, hij had niks meer te eten, ik kon een pilsje krijgen en dat was het. Nou, dan maar een pilsje. Terwijl ik die zat op te drinken, riep een vrouw van boven: “Als die meneer wat pates wil hebben, kan ik dat wel even maken, hoor!” Dus de man weer chagrijnig: “Wil je dat?” Ik: “Ja graag, als het kan”. En een paar minuten later zat ik achter een dampend bord spaghetti, met boeuf bourguignon, een halve meloen, brood en twee kaasjes. Dus ik zeg tegen die mevrouw: “U bent een engel en te goed voor deze wereld.” Zij antwoordt: “Ja, dat klopt, want ik ben met deze man getrouwd en ik heet Gabriëlle!” Zulke dingen maken mijn hele dag weer goed. Enfin, na het eten ga ik de camping op en wat is het eerste dat ik zie? Een groot zwembad!! Jullie zien, Jacobus zorgt voor hem, die de verleidingen kan weerstaan.

zwembad-web Dus nu zwem ik af en toe een baantje en lig verder op mijn luchtbedje in de zon, die weer verschenen is na een onweersbui. Ik zie er niet uit, want sommige delen van mijn lichaam zien spierwit en andere zijn donkerbruin, dus die witte stukken ben ik nu aan het bijkleuren. Ja, het leven van een pelgrim is soms echt wel uit te houden.
Overigens is het vanaf Le Puy nu net alsof je langs de autoroute rijdt: overal bordjes met reclame voor overnachtingen en aanbiedingen voor pelgrims, overal bordjes met schelpen en je bent overal welkom. Arij, je vroeg of er vijftig pelgrims tegelijk uit Le Puy vertrokken en ik kan je vertellen dat het een rustige dag was! En gezien de vele overnachtingsmogelijkheden hier schrikken ze ook niet terug van vijfhonderd per dag. Wat betreft je grap over de Hellingman-bus: In de gîte waarin ik vannacht geslapen heb, hing een reclamebriefje van een man, die met een busje je bagage en/of jezelf overal op de route brengt, waar je maar heen wilt. Je ziet, ook hier heeft de commercie toegeslagen. Verder staan er ook overal bordjes met daarop het aantal kilometers dat je nog van St. Jacques de Compostela verwijderd bent. Ik heb nog 1475 km te gaan. Ik zit niet echt op al die bordjes te wachten, maar nou ja, het hoort erbij en dit is het enige waarmee men hier wat kan verdienen.

Het weer hier in de Aubrac schijnt erg wisselvallig te zijn. Gabriëlle vertelde, dat ze eind mei twee Australiërs had, die gezeten bij de open haard naar buiten naar de sneeuw zaten te kijken. Die rolden zowat van hun stoel, want ze hadden nog nooit sneeuw gezien en een open haard kenden ze alleen buiten. Dat je binnen ook zo’n ding kon hebben, daar hadden ze nooit bij stil gestaan. Ik stop, want ik moet hoognodig weer even een koele duik nemen en dan verder zonnen.

Categorieën: 2006: Camino Frances | 4 reacties

Chanaleilles

29 km – 47.146 stappen / totaal 1582,88 km – 2.281.139 stappen

Vannacht heeft het hard geonweerd en geregend, maar toen ik vanmorgen om kwart voor zes(!) mijn bed uitkwam was het weer droog. Om half zeven ben ik gestart en moest die kloof nu dus weer uitklauteren. Het was een zware klimpartij, maar in de kloof was het nog wat nevelig en bovenaan zag ik de zon opkomen. Het was een schitterend gezicht, dus dat vergoedt veel. Toen ik boven was, heb ik me eerst maar even bij Gery present gemeld en net wat ik dacht, moppers omdat ze geprobeerd heeft me te bellen en te sms-en en ik geen antwoord gaf. Ze had zich ongerust gemaakt. Er wordt goed op deze pelgrim gelet dus.

Toen ik eenmaal boven was, werd de weg weer een stuk gemakkelijker en liep ik lekker, zo lekker dat ik een aanwijzing voorbijgelopen ben. Dus ik keerde op mijn schreden terug en na een tijdje kwam ik mensen tegen, die ik in Monistrol ook gezien had. Die vroegen natuurlijk of ik spijt had en weer terugging naar Le Puy of dat ik nu al op de terugweg was. Ik ben weer omgedraaid en op mijn gemakje er achteraan gelopen. Toen zag ik de aanwijzing die ik net gemist had en ……. de anderen zagen hem ook niet en liepen er dus voorbij. Toen was het mijn beurt om te vragen wat ze vannacht eigenlijk uitgehaald hadden, omdat ze nu liepen te slapen.

Het weer is nu prima, niet te warm, wel zon en een lekker windje. Het enige minpuntje was vandaag, dat ik pas om elf uur ergens een ontbijt en koffie kon bemachtigen. Vanmiddag was het weer veel meer klimmen en dalen, maar ik was om half vijf in Chanaleilles, de plaats van bestemming voor vandaag, op 1150 meter hoogte. Ik heb een gîte op een boerderij en ben de enige gast. Voor overnachting, avondeten en ontbijt betaal ik € 30 en voor € 4 meer doet mevrouw de was erbij. Nou, dat heb ik meteen gedaan, dus nu heb ik de luxe dat ik er lui bij gezeten heb, terwijl de was draaide. Alles hangt nu weer brandschoon te wapperen aan de lijn, ideaal! Het was wel nodig ook dat het allemaal een keer goed gewassen werd, want ik kreeg het niet meer zo goed schoon. Suzanne mopperde daar een paar weken geleden al over, dus je snapt dat het er sindsdien niet beter op geworden is. Ik heb nu net gegeten en het was weer overdadig. Ik vergiste me weer lelijk, want ik kreeg een grote omelet met heel veel champignons en meteen zette ze ook de kaas op tafel. Dus ik dacht zorgelijk: “Nou, als dit alles ik wat ik krijg, heb ik vast niet genoeg.” Mijn zondige gedachten werden daarna flink afgestraft, want na de omelet kreeg ik een lap vlees, waar je niet overheen kon kijken en een grote schaal met gegratineerde aardappelen. Ik kon het echt niet allemaal op, maar kreeg vervolgens bij de kaas ook nog sla en een appel toe. Ik geniet nog steeds enorm van alles, het blijft geweldig allemaal. Het gaat allemaal ook erg goed tot nu toe. Ik heb alleen een paar open plekjes aan mijn voeten, waarschijnlijk door de warmte. Vergeleken met pelgrim Jos is dit helemaal niets, want diens voeten zagen er heel wat zorgelijker uit. Hij had zelfs een stuk uit zijn schoen gesneden, omdat het te zeer deed. In een gesprekje met mevrouw hier zei ik dat ik hoopte dat ik het zou halen, maar dat ik dat niet wist en toen zei ze: “Waarom zou je het niet halen? Je hebt het tot hier toch ook gehaald?” Ja, als je het zo bekijkt. Voorlopig wandel ik dus gestaag door en geniet van elke dag!

Ik heb Geer meteen nu maar vast gezegd, dat ik morgen waarschijnlijk niet kan bellen, aangezien mijn saldo bijna op is en ik waarschijnlijk dat morgen niet kan aanvullen, omdat er niets open is. Dan hoeft ze zich in ieder geval niet ongerust te maken. En jullie dus ook niet. Au revoir!

Categorieën: 2006: Camino Frances | 1 reactie

Met de zegen verder

35,52 km – 50.749 stappen / totaal 1553,88 km – 2.233.993 stappen

Vanmorgen ben ik dus eerst naar de mis geweest met nog vijftig andere pelgrims. De bisschop preekte over de Emmausgangers en we kregen dus ook allemaal de bisschoppelijke zegen. Het was mooi, maar ik merk dan toch dat ik meer protestantse genen heb dan katholieke. Na afloop mochten we allemaal een briefje pakken met goede wensen en gebeden, die mensen voor ons geschreven hadden. We kregen ook een bedeltje van de Zwarte Madonna, die zal ik bewaren voor Gery. Daarna ben ik de trappen van de kathedraal weer afgedaald om mijn weg te vervolgen. Het eerste stuk was vrij makkelijk en ik ben zo lekker opgeschoten, dat ik al om half drie in St. Privat was, waar ik wilde overnachten. Ik vond het nog vroeg en dacht: “Komaan, ik loop nog wat verder!” Dus dat heb ik gedaan, maar alleen bleek toen het volgende stuk niet zo’n makkelijke weg te zijn en was het weer klimmen en klauteren geblazen. Ik wilde naar Monistrol, maar Monistrol ligt helemaal beneden in een kloof en dat betekent dus dat je naar beneden moet via een erg steile afdaling. Ik ben er natuurlijk wel gekomen, maar inmiddels was het zes uur ’s avonds. Enfin, mijn tentje opgezet en gegeten op de camping. Dat was niet lekker! Er is een Nederlands echtpaar op de camping, aardige mensen en dat ging naar het voetballen kijken, want Nederland moet tegen de Ivoorkust. Kun je nagaan, ik had geen flauw idee dat er gevoetbald werd, maar ik begrijp dat het in Nederland een en al oranje is. Wat lijkt dat ver weg.

Ik heb geprobeerd Gery te bellen, maar omdat ik in die kloof zit, heb ik geen bereik. Dus nu schrijf ik alles maar op een gewoon papiertje, dan kan zij het morgen wel op de website zetten. Ik zal wel moppers van haar krijgen dat ik niet bereikbaar ben, maar ja, ik kan er ook niets aan doen. C’est la vie!

Categorieën: 2006: Camino Frances | 1 reactie

Blog op WordPress.com.