Pamplona

14,44 km – 23.481 stappen / totaal 2395,71 km – 3.445.017 stappen

De Spanjaarden die in Roncevalles zijn begonnen, vertrokken vanmorgen om half zes met een lampje op hun voorhoofd, omdat het nog donker was. Als je ziet hoe ze lopen of liever gezegd waar ze mee lopen, dan is dat op zich een studie waard. De fraaiste uitdossingen hebben ze, compleet met haute couture sjaals, waarmee ze lopen te wuiven, maar de schoenen die ze aan hebben, zijn vaak alleen berekend op een wandelingetje in het park. Het is weer heel anders dan in Frankrijk en ik moet er duidelijk nog aan wennen. Spanjaarden maken erg veel lawaai, zelfs de Italianen worden er stil van, kun je nagaan. Maar misschien lijkt dat ook maar zo, omdat ik geen Spaans spreek. Ik snap er geen hol van en weet zelfs niet of ze echt Spaans spreken of een dialect. Alle namen staan hier aangegeven in het Baskisch en in het Spaans.

Ik ontmoette vanmorgen een Frans stel uit Toulouse, dat niet voor het eerst liep en zij vertelden dat het heel normaal is dat je in het begin in Spanje een beetje overdonderd bent. “Dat duurt tot Burgos”, zeiden ze, “dan ben je eraan gewend”. En, zoals hij fijntjes opmerkte: “De weg is er niet alleen voor jou, maar ook voor anderen”. En zo is het natuurlijk ook. Het is trouwens een heel raar idee, dat zij nu net begonnen zijn en ik al aardig op weg ben naar het einde. Maar goed, ik heb het nog tot zes uur vanmorgen weten te rekken, toen ben ik ook maar gegaan. Ik hoefde vandaag niet ver, dus kon het kalmpjes aan doen. Halverwege hoorde ik ineens groot kabaal achter me en daar kwam David weer aan, druk pratend. Ik dacht dat die al dagen verder was, kreeg een verhaal waarom niet, waar ik niets van snapte, maar in ieder geval was hij er weer. Ik ben uiteindelijk niet met Anne over de Pyreneeën getrokken, want zij vertrok pas vrijdag weer en daar wilde ik niet op wachten.

Ja, zo gaat dat: het is ‘bienvenue’ en dan weer ‘au revoir’ en we zijn allemaal op weg naar ‘A Dieu’, spreek ik filosofisch. Ziedaar, een filosofische gedachte, geïnspireerd door het prachtige commentaar van Bas. Trouwens, al jullie berichten zijn fantastisch, ik ben nog steeds verbaasd dat zoveel mensen mijn gaan en lopen volgen en de moeite nemen te reageren. Cees en Corrie, het is gelukt, jullie bericht staat erop!

Ik was vanwege de korte afstand al om twaalf uur in Pamplona. Pamplona is een moderne stad met een oude citadel, waarin de kathedraal staat. Die wilde ik wel even bekijken, maar dat hadden ze slim bedacht. Om in de kathedraal te komen, moet je namelijk eerst door het museum. Nou geeft dat niet op zich, want volgens het bordje is het museum elke dag open van tien tot zes uur. Alleen, het bordje was er wel, maar alles zat potdicht. Ze vinden het zeker zo logisch dat ze tussen de middag dicht zijn, dat ze dat niet eens aangeven. En dat blijkt ook wel, want van twaalf tot vijf uur is alles dicht en geen kip op straat. Alleen af en toe een verdwaalde buitenlander. Natuurlijk heb je dat wel eens gehoord, maar wij noorderlingen staan dan toch een beetje beteuterd te kijken. Er zit gewoon niets anders op dan siësta te houden en dat heb ik dus dan ook maar gedaan.

Het eten is tot nu toe niet zo veel bijzonders en het is weinig. Maar ja, alle menukaarten zijn ook in het Spaans, er is niets in het Engels, Duits of Frans te vinden. Gelijk hebben ze, zo was het tenslotte tot voor een paar jaar in Frankrijk ook. Maar misschien ga ik deze winter dus wel Spaans leren, want dit is te gek natuurlijk. Zo zie je maar weer, van het één komt het ander.
Tenslotte een filosofische uitspraak van ‘onze man in Toulouse’: er zijn drie camino’s. De eerste is de voorbereiding op de tocht, de tweede is de tocht zelf en de derde is het afkicken daarvan. En daarna sprak hij troostend: “Die derde, daar doe je wel twee jaar over”. Nou, we zien wel, maar dit is in ieder geval wel een tocht om nooit te vergeten!

Categorieën: 2006: Camino Frances | 2 reacties

Mijn eerste Spaanse dag

33,09 km – 47.122 stappen / totaal 2381,27 km – 3.421.536 stappen

Hier weer een bericht direct via email. Gisteravond heb ik een pelgrimsmaal gegeten in een restaurant vlakbij het klooster. Er was rekening gehouden met de pelgrimsmis om acht uur, dus het eten was al om zeven uur en dat is vroeg voor Spaanse begrippen. Ik heb heel goed gegeten trouwens. Een pasta vooraf en een truite als hoofdgerecht met frites. Ja, we doen heus wel mee met Europa. Daarna heb ik nog een gezonde Hollandse yoghurt genomen en toen zijn we met z’n allen naar de kerk gegaan.

Er was een mis met acht celebranten, dus heel groots en met een fantastische organist. Aan het einde werden dus alle pelgrims opgenoemd die onderweg waren naar Santiago (dus geen deeltijd-pelgrims) en die kregen de pelgrimszegen in het Spaans, Frans, Duits en Engels. Daarna weer het Salve Regina, zoals ik dat nu al meerdere keren heb meegemaakt. De kenners onder jullie moeten mij nu toch echt nog maar eens gaan vertellen hoe dat in elkaar steekt. Doet men dit elke avond of na elke mis? Overigens maakt het wel echt indruk op me, zelfs als ik het niet helemaal begrijp met dat licht en zo.

Daarna heb ik nog mijn dagelijkse sigaartje gerookt en toen naar bed. De Hollandse leiding doet echt om precies tien uur het licht uit en tot mijn verbazing was het toen ook echt stil. De hele nacht. Vanmorgen werd er door de Amerikanen met waardering over deze Hollandse leiding gesproken: “Je kunt wel zien dat het geen Spanjaarden of Fransen zijn”.
En vanmorgen om precies zes uur ging het licht weer aan. Wat er dan gebeurt: aan alle kanten hoor je de meest vreemde melodietjes uit mobieltjes komen als wekkers. Ook worden mensen gebeld om wakker te worden. Een kakafonie van geluid en activiteiten aan alle kanten, want het lijkt wel of iedereen haast heeft om te vertrekken.

Ik ben om half acht op stap gegaan en heb een ontbijt kunnen scoren zo ongeveer 4 km na de start. Daar zat toen ook iedereen natuurlijk, wat op zich ook wel weer gezellig is. Daarna ben ik weer verder gaan lopen en wie zie ik na twee uur lui langs de weg liggen? Mijn Poolse vriend Christoffer. Hij was ook vroeg vertrokken, maar was nu moe, dus lag even te slapen. Met hem heb ik afgesproken om naar Larrasoana te lopen, maar op dit moment, om vijf uur, is hij daar nog niet aangekomen.
Het is warm, maar niet extreem en het landschap is wel heuvelachtig, maar niet echt bergachtig zoals gisteren. Vanavond eet ik in een klein restaurant hier in het dorp met alle andere pelgrims natuurlijk. En morgen trek ik verder naar Pamplona, de eerste grote Spaanse stad, waar ik hopelijk ook een nieuwe simkaart kan kopen.

Categorieën: 2006: Camino Frances | 3 reacties

Over de Pyreneeën

23,19 km – 33.129 stappen / totaal 2348,18 km – 3.374.414 stappen

Een eerste bericht uit Spanje. Ook weer een ander toetsenbord, dus ik moet opletten. Vandaag ben ik om half acht vertrokken uit St. Jean Pied de Port na een voor Franse begrippen enorm ontbijt bij de Nederlanders. Zelfs pindakaas en hagelslag stonden op tafel. Nou, dan kan de dag niet meer stuk natuurlijk. Het weer was na een onweersbui vannacht goed opgeklaard en het was helder.

Pyreneeen-web Nu zijn er twee routes naar boven, de een wat moeilijker en mooier dan de ander. Eerst was ik van plan de makkelijkste te nemen maar gaandeweg dacht ik: “Geen mietje worden, den Otter. Je hebt dit gewild, dus dan moet je er ook voor gaan”. Dus heb ik de hoge route genomen. En ik heb er geen moment spijt van gehad. Geweldige uitzichten en heerlijke momenten. Ik ben over de bergen gedanst als het ware. Een niet te vertellen ervaring was dit.

Om drie uur ongeveer was ik in Roncevalles. Wat een drukte. Er kunnen ongeveer honderdveertig mensen in deze gîte die in een oud klooster gemaakt is. De gîtes d’ étape, waar ik altijd slaap, zijn heel eenvoudige onderkomens, meestal in oude gebouwen, waar bedden zijn en een douche. Dikwijls is dat alles, maar er zijn ook luxere gîtes, zoals deze met internet en mogelijkheden om te eten. Maar goed, bij aankomst hier moest je je rugzak in de rij zetten en wachten tot de boel openging. Met zoveel mensen is dat natuurlijk wel een organisatie. En wie kunnen goed organiseren? Wel, Nederlanders natuurlijk. Het zijn dus Nederlandse vrijwilligers die hier de boel runnen.
Een probleem is, dat er voor de mannen maar twee douches zijn, dus dat is oplijnen. Je moet ook bij het restaurant een ticket halen om te reserveren als je daar ’s avonds wilt eten. We eten om zeven uur en om half negen. Daar tussenin is de pelgrimsmis waar je geacht wordt heen te gaan. Ik lig nu in een heel oud gebouw met honderdveertig bedden op een zaal. Het lijkt de marinierskazerne in Doorn wel.

Vanaf vandaag heb ik ook geen contact meer op de mobiele telefoon. Ik zal morgen proberen een nieuwe simkaart te scoren. Ik ben benieuwd hoe dat gaat aflopen.
Nou mensen, ik ga snel Spaans leren, want ik erger me dood dat ik dat niet kan spreken nu.

Categorieën: 2006: Camino Frances | 3 reacties

St Jean Pied de Port

21,29 km – 30.420 stappen / totaal 2324,98 km – 3.341.285 stappen

Jullie weten niet half hoe fantastisch het is hier in St. Jean Pied de Port aan te komen en dan al jullie post te krijgen. Het is super! Ik was uit voorzorg maar vast met mijn gezicht naar de muur gaan zitten en dat was maar goed ook. Geweldig dat jullie al die moeite doen om passende kaarten te vinden en grappige of ontroerende teksten te schrijven. Jan en Olga, Hans en Lida, Jan en Plonie, Bas en Caty, Cees en Corrie, Bep, An, Ton en Nora, Andries en Rina, Arij en Ellen, Jaap en Jannie, Jan en Dorien, Lex en Elly, Frits en Loveday (de kaars zal aangestoken worden), geweldig bedankt!!

Even uitleg over de gîte, Jan: dat is net zoiets als een Engelse ‘Bed and Breakfast’. Vaak zijn het huisjes, die leegstaan omdat ze geërfd zijn van grootouders, soms zijn ze nieuw neergezet, soms is het bij iemand in huis, of soms, zoals gisteren, de bovenverdieping van een winkel of bar. Over die bar gesproken: we hebben gisteren met zijn zevenen bij de barbaas gegeten en een geweldige avond gehad. We hebben alle Baskische specialiteiten gedronken en dat waren er niet weinig. En heel veel gepraat en heel veel gelachen.

Vanmorgen ben ik op stap gegaan naar mijn doel voor vandaag, St. Jean Pied de Port, de laatste stop in Frankrijk. Het was iets minder heet dan gisteren. Ik moest alleen aan het eind stevig doorlopen, want er kwam een gigantische onweersbui aan en die wilde ik voor zijn, want ik had geen zin om mijn poncho aan te trekken. Dat hielp niet echt, want dat haalde ik natuurlijk niet en ik werd dus drijfnat. Hier ben ik meteen naar de gîte gegaan en werd daar in het Nederlands welkom geheten. De gîte wordt door een Nederlands echtpaar beheerd met hulp van vrijwilligers. Ik weet niet of ik dit nu leuk vind of niet. Ach wat, alles is gewoon super, echt alles: de entourage, het leven zoals ik dat nu heb, het feit dat ik nu hier ben. Het is toch een droom? En het is echt gewoon zo, dat ik me anders voel. Nou gaan jullie natuurlijk vragen hoe dan, maar dat weet ik eigenlijk ook niet, gewoon anders, meer mezelf of zoiets. De barbaas gisteren zei dat hij binnen een minuut zag of iemand een echte pelgrim was of niet. “Een echte pelgrim straalt rust uit”, zei hij. Ik was een echte. Ik weet alleen niet meer of hij dat nu voor of na de drank zei.

Ik heb hier mijn stempel gehaald, mijn allerlaatste stempel in Frankrijk en mijn allerlaatste stempel op deze kaart. Daar hebben ze hier een apart bureau voor. Ik heb er meteen een nieuwe credencial gekocht voor het laatste stuk.

Morgen ga ik dus de Pyreneeën over. Nou, daar droom je toch alleen maar van? Het zal best een zware dag worden, want ik moet 8 km steil omhoog, dan heb ik 14 km ‘vals plat’ en dan weer 8 km steil naar beneden. En daarna is dan mijn eerste Spaanse stop in Roncevalles, of, zoals de Fransen zeggen: in Ronceveaux. “Maakt niet uit hoe ze het noemen”, zei de barbaas, “het is toch Baskenland”.
Ik heb deze maanden in Frankrijk genoten en ben nu heel benieuwd naar Spanje. Voor mij is dat een stap (nou: één?) in het onbekende. Het lijkt het leven zelf wel.
Jan en Dorien merkten op dat ik nu naar een heilige liep en vroegen zich af of ik nu ook een Heilige Landloper wilde worden. Wie weet?

Categorieën: 2006: Camino Frances | 3 reacties

Baskenland

10,99 km – 15.694 stappen / totaal 2303,69 km – 3.310.865 stappen

Hier weer eens op internet zelf. In een bar in een dorp van drie keer niks heb ik plotseling wel een snelle verbinding. Dit is echt een land van uitersten.
Vanmorgen ben ik om half zeven opgestaan en heb ontbeten met de twee hospitaliers die hier de boel verzorgen in de gîte van het klooster. Daarna naar de bakker en toen om acht uur op stap. Door een prachtig landschap (ik begrijp nog steeds niet waarom ik hier nooit eerder ben geweest) ben ik naar een kapelletje op een berg gelopen. In het boek zag ik dat er voor mij een aantal Nederlanders loopt. Bij die kapel had het stil moeten zijn, maar op het moment dat ik er aankwam, kwam er een vliegtuig over waaruit een aantal parachutisten sprong. Een oefening van het leger dus. Wel leuk. Daarna ben ik weer doorgelopen en heb onderweg nog een kerk bezocht met een kerkhof. Gery kan tevreden zijn ….
Ik ben nu in het Baskenland, waar ze Frankrijk een ander land vinden. Ze spreken een onbegrijpelijke taal. De stenen op dat kerkhof zijn allemaal anders dan de stenen op andere begraafplaatsen in Frankrijk. Heel opvallend is dat het stenen zijn zoals je in Ierland en Wales ziet. Zoals alles hier anders is dan in Frankrijk.

Baskenland-web De huizen zijn allemaal wit met roodbruine kozijnen. En altijd koel binnen, dat is wel lekker met de huidige temperaturen, want het is hier gloeiend heet. Het was maar een kort stukje vandaag, dus ik heb heel erg op mijn gemakkie gelopen en kwam om twaalf uur aan in Ostabat, waar een expositie is van schilderijen van plaatselijke kunstenaars. Wel heel anders weer, maar heel mooi (alhoewel niet alles natuurlijk). Ik slaap nu met een jong Frans stel op een kamer in de plaatselijke bar waar we vanavond ook hebben gegeten. De eigenaar weigert Coca Cola en chips te verkopen. Echte Basken dus.

Het gaat nu onweren, dus ik ga maar naar binnen, morgen het laatste stukje Frankrijk.

Categorieën: 2006: Camino Frances | 2 reacties

In het klooster

30,89 km – 44.123 stappen / totaal 2292,70 km – 3.295.171 stappen

Ook vandaag was het weer warmpjes. De mensen hier zeggen dat het ook echt een hittegolf is en dat het anders niet zo warm is. Maar ik heb toch lekker gelopen, het ging allemaal naar wens. De vlakke streek is nu wel echt over, het gaat constant op en neer, maar echte bergen zijn het nog niet. Die zie ik wel de hele dag en hoe dichter ik daarbij kom, hoe hoger ze lijken te worden. Maar dat zien we dan wel weer.

Vanmorgen om kwart voor zeven kreeg ik in een bar al mijn eerste kop koffie en dat is erg vroeg. Toen ik naar een bakker vroeg, zei de baas: “Je hebt pech, want op maandag is de enige bakker die we hebben, gesloten. Weet je wat, ik zal mijn vrouw eens vragen of ze misschien nog een boterham over heeft”. Zijn vrouw heeft toen voor mij een hele grote sandwich gemaakt en ik kreeg er een appel en een sinaasappel bij. Ze hebben hier trouwens heerlijk fruit en bijna alles, behalve de sinaasappel, kwam uit eigen tuin. Dus ik zat gebeiteld.

Ik heb lekker rustig alleen gelopen en was om half vier in St. Palais. Voor de verandering slaap ik vannacht in een echt Franciscaner klooster, oud en heel groot. Ik zit nu in de refter onder het toeziend oog van St. Franciscus. Er hangt hier toch een andere sfeer dan in een gîte of een hotel, al is er dan bijna geen monnik meer te bekennen, voor het grootste deel zijn het vrijwilligers hier. Er is ook niet veel meer in het klooster en de vrijwilliger die me ontving, vertelde dat ze ook steeds minder geld binnen krijgen. Alleen de gîte loopt goed.

Ik heb na het douchen in een internetcafé uitgebreid de website zitten lezen met alle commentaren. Heb erg veel lol gehad om de ‘psalm’ van Jaap, waarin de pelgrim maar voortdondert. Hoe verzin je het. Het is echt heel erg leuk om alle commentaren te lezen, hartstikke bedankt allemaal!

Morgen en overmorgen hoef ik maar ongeveer 20 km per dag en dan arriveer ik in St. Jean Pied de Port. Daarna begint het laatste deel, laat ik Frankrijk achter me en steek de Pyreneeën over naar Spanje. De Chemin wordt dan de Camino en de gîtes worden dan refugio. Met deze woorden heb ik meteen al mijn kennis van het Spaans geuit, dus het woordenboekje van Ton en Suzanne gaat te pas komen. Olé!

Categorieën: 2006: Camino Frances | 3 reacties

Honderd dagen

29,78 km – 42.538 stappen / totaal 2261,81 km – 3.251.048 stappen

Het is vandaag mijn honderdste dag en wie een pelgrim graag ziet lijden, had vandaag met me mee moeten lopen, dan had-ie waar voor zijn geld gehad. Want behalve dat het heel warm was en heel ver, zoals Hildebrand zou zeggen, had ik ook nog diarree en dat valt heus niet mee. Dat betekent na bijna elke kilometer stoppen en zitten. Het meegenomen wc-papier kon het niet aan en verdere details zal ik jullie maar besparen. Het was heftig. Maar nu is het weer bijna over.

Ik loop nu weer in een andere streek, de Bearn oftewel Navarre. Niet alleen de streek en de huizenbouw is anders, de taal ook. Ik versta er geen barst van als ze in hun eigen taal spreken, maar gelukkig spreken ze ook gewoon Frans. Het Navarrees of Bearnais zit een beetje tussen Frans en Spaans in, een weg heet hier geen chemin, ook geen camino, maar camin. Ik ben vanmorgen vertrokken met Christoffer samen en daar heb ik het eerste stuk tot Sauvelade mee gelopen, maar die stopte daar, dus ik ben alleen verder gegaan en heb verder geen pelgrim meer gezien.
Wel liep ik door een bos en middenin dat bos zag ik opeens een heleboel auto’s staan. Er bleek een fontein te zijn middenin het bos, waar het hele dorp water komt tappen. Niet omdat ze thuis geen waterleiding hebben, maar omdat het water uit deze fontein veel lekkerder is dan dat wat ze thuis hebben. Ze komen echt met kratten aanzetten. Als je dan bij de fontein komt, zie je daar een bordje boven hangen met ‘eau non potable’ oftewel ‘geen drinkwater’. Dat is wel lachen natuurlijk, dus ik heb mij met mijn ene fles in de rij gevoegd om daar eens duidelijkheid over te krijgen. “Ja, dat bordje is er wel, alleen omdat het moet van de regering”, zo werd mij uitgelegd, “de gemeente heeft geen geld genoeg om iedere keer analyses te laten maken om het water te controleren, dus dan moet er zo’n bordje bij, maar dat zegt niks verder”. Heerlijk land! Omdat ik ‘helemaal uit Amsterdam gekomen was om hier water te tappen’ werd mij voorrang aangeboden, maar ik heb netjes op mijn beurt gewacht, want ik vond het veel te gezellig. Het water was overigens heel erg lekker en heerlijk koud.

Goed, in Navarrenx aangekomen, moest ik in een bar de sleutel halen van de gîte en nu zit ik in een arsenaal van de vesting Navarrenx. Op de begane grond en de eerste verdieping zijn gewone appartementen en op de tweede verdieping zijn appartementen voor pelgrims. Het ziet er allemaal keurig uit. En wie kwam ik er als eerste tegen? David, die was alweer druk bezig met van alles. Ik hoorde van het meisje bij het Office de Tourisme, dat er steeds onenigheid schijnt te zijn tussen de vaste bewoners en de pelgrims. De vaste bewoners klagen er namelijk over dat er overal maar wasgoed van de pelgrims hangt en dat vinden ze natuurlijk geen gezicht. Wat ze er aan gedaan hebben? Ze hebben met zijn allen een droger gekocht voor de pelgrims. Maar helaas, het helpt niet, want in die droger moeten munten gedaan en dat doen die pelgrims niet, dus die hangen gewoon weer de was overal. Je ziet, het is ook hier niet overal koek en ei. David en ik hebben besloten om samen alle wasgoed in een droger te doen, want eerlijk gezegd vind ik het wel makkelijk. Vanavond warm ik een blik ravioli op, dus ik blijf eenvoudig.

Ik zie nu de hele dag de Pyreneeën oprijzen en sla dus de ogen naar het gebergte heen, dat heel indrukwekkend is en heel hoog. Gelukkig hoef ik niet helemaal over de top, maar ik verwacht wel des Heren bijstand. Hoewel ik erg benieuwd ben hoe hij die dan gaat geven, want ik vrees toch echt dat ik gewoon zal moeten klimmen en klauteren en dat is niet mijn sterkste punt.
Ik klamp mij dus vast aan het feit dat ergens in de Bijbel staat dat de zeeën droog zullen zijn en de bergen vlak (of zoiets), maar ja, dan moet er nu wel gauw iets gaan gebeuren!
Het onweert hier nu flink, dus het licht is uitgevallen. En om nu ook maar te eindigen met een psalm, die mijn schoonmoeder altijd op ging zeggen als het onweerde: “t Mensdom beeft en staat verwonderd, als de God der ere dondert!”

Categorieën: 2006: Camino Frances | 3 reacties

Geen plaats meer in de herberg

33,02 km – 47.175 stappen / totaal 2232,03 km – 3.208.510 stappen

Zon-web

De laagste temperatuur vandaag was 29,8 graden, de hoogste was 35,8 graden. Met andere woorden: het was heel erg heet. En de komende dagen zal de temperatuur niet dalen, ik vrees dat het zo wel zal blijven voorlopig. Maar buiten dat heb ik lekker gelopen. Het is hier nu echt druk aan wandelaars, er zijn er ook veel die nu een weekje vakantie hebben in verband met 14 juli. Ik moet wel wennen aan de drukte rondom me. Ik ben neergestreken in Arthez de Bearn, maar de gîte hier is overvol, we kunnen er nooit allemaal in. Er zit een hele grote groep Fransen en ook David is er weer bij met al zijn bluf. Maar ik bluf harder en we zitten nu op het terras een beetje te ouwehoeren en dan komt het vanzelf wel weer in orde. Ik heb wel lol, want hij verzorgt zijn voeten alsof hij in een schoonheidssalon zit, er wordt wat afgetutterd. Maar aan de andere kant, hij loopt deze tocht omdat hij beloofd had dit te doen als zijn moeder genezen zou van kanker. Zijn moeder is nu beter, dus hij komt zijn belofte na en dat is toch wel geweldig.

Omdat de gîte echt overvol was, hebben ze een andere oplossing gevonden. Ik heb snel wat boodschapopen gehaald, toen was er nog tijd voor een terrasje met zijn allen en om zes uur vanavond zijn we opgehaald en we slapen nu bij een gastgezin ergens op de campagne met zijn drieën: Christoffer, David en ik. De gastvrouw Claude heeft zelf de tocht al tweemaal gelopen, dus die weet waarover ze praat.

Dus ik heb weer onderdak. Ik had vandaag wel even spijt dat ik mijn tent mee teruggegeven had, want laat nou net hier een prachtige camping zijn. Maar ja, het loopt wel een stuk lichter, zonder tent en slaapzak. Ik heb nu weer ruimte te over. “Kun je souvenirs meenemen”, zei Geer.

Categorieën: 2006: Camino Frances | 1 reactie

Weer op pad

20,67 km – 29.523 stappen / totaal 2199,01 km – 3.161.335 stappen

Na een paar rustdagen was ik vanmorgen weer blij dat ik op pad kon gaan. Gery heeft me naar de route gebracht en moest uiteraard nog een paar laatste foto’s maken:

Theo-bij-bord-Aire-web Theo-weg-Aire-web

Ik was van plan om tot Miramont te lopen, maar daar was ik al zo vroeg, dat ik besloot nog maar een eindje verder te gaan. Alle mensen, die ik tot dusverre heb ontmoet, zijn me nu vooruit of naar huis, zodat ik nu weer andere mensen tegenkom en dat is best even wennen weer. In ieder geval heb ik met Anne afgesproken, dat we zo mogelijk samen de Pyreneeën overgaan en dat zal wel lukken. Zij is natuurlijk doorgelopen, maar moet woensdag een paar dagen terug om naar een sollicitatiegesprek te gaan, dus dan komt het vanzelf weer goed. Het is wel grappig, want ik heb vandaag een Pool ontmoet. Die loopt veel harder dan ik, maar die rust elk uur, zodat ik hem iedere keer weer inhaal. Verder heb ik heerlijk rustig alleen gelopen.

Om drie uur kwam ik in Arzacq-Arraziguet aan en ik zit hier nu in een gîte met een grote groep Fransen, die met elkaar een week wandelt. Dat doen ze elk jaar. Maar op die manier is zo’n gîte natuurlijk wel meteen vol en het is er erg druk. Eén van de Fransen, David, vertelde me dat hij een andere Hollander had ontmoet en dat bleek dus Jos te zijn. Zo zie je maar weer. Ik weet nog niet zo goed wat voor type David is, op het eerste gezicht irriteert hij mij nogal met zijn poeha. Morgen ga ik 30 km lopen, dan ben ik van deze groep weg, want die loopt 20 km.

Categorieën: 2006: Camino Frances | Een reactie plaatsen

13-7-2006: Het thuisfront

Nou, dat was een fors eind rijden, ruim 1300 km. Met de auto heb ik daar ruim anderhalve dag over gedaan, steeds maar denkend: “Je zal dit moeten lopen.” En dan te bedenken dat Theo meer dan 2000 km gelopen heeft! Ik kreeg het warm bij de gedachte alleen al, maar toen ik uitstapte, bleek dat het daar niet alleen van kwam. Want het was warm, om niet te zeggen heet en het is elke dag boven de 30 graden geweest, dus ook voor deze niet-pelgrim was het afzien, maar zeker heel erg de moeite waard.
Toen ik er bijna was, kreeg ik per sms de mededeling dat ze ergens op een klein weggetje liepen tussen Arblade de Bas en Barcelonne. Juist ja, zie dan maar dat je er komt. Maar ik had ‘Truus’ in de auto, dus die heb ik eerst naar Arblade de Bas laten rijden en toen via secundaire wegen naar Barcelonne. Althans, dat dacht ik, maar helaas, eerst komt Barcelonne en dan pas Arblade. Geen nood, ik ben een weggetje ingeslagen dat in ieder geval klein was en toen ik een groepje wandelaars met rugzakken zag, dacht ik verblijd: “Ik ben vast op de goede weg”. Eén man in dat groepje was ook erg blij, want die zwaaide zo uitgelaten naar me. Ik dacht netjes: “Ik zwaai niet naar vreemde mannen”, toen ik ineens zag dat die man Theo was. Ja, dat kun je me natuurlijk niet helemaal kwalijk nemen, dat ik in die donkerbruin verbrande man met petje en stok niet meteen mijn degelijke echtgenoot herkende. Hij zag er geweldig uit, nooit gedacht dat ik hem nog eens zo zou zien.

Theo-Aire-web

We zijn eerst maar eens een hotel gaan zoeken, want iedereen had hem ernstig toegesproken dat hij zijn vrouw niet in de een of andere gîte kon laten slapen. Dus we zijn maar een bordje achterna gereden en kwamen toen bij een heus kasteel uit. Goed, hij in een kasteel slapen, ik ook, dus maar een kamer genomen. Prachtig, heel oud, schitterende kamers, heerlijk eten. Ik kreeg de neiging om af en toe eens adellijk te wuiven, maar was mijn waaier vergeten. In alle eerlijkheid, wij vonden het beiden een beetje te! De hele zaak werd gerund door een echtpaar, dat vast in het gewone leven erg aardig is, maar nu een beetje al te beleefd was.
Als mevrouw tegen haar man iets zei, klonk dat heel gewoon, maar tegen de gasten kreeg ze zo’n onderdanig pieptoontje.

Dus de volgende morgen gingen we op zoek naar iets eenvoudigers in Aire sur l’ Adour en toen verviel mijn schat weer in het andere uiterste en moest ik het in een of ander krikkemikkig gebouw met een wc onderaan de trap zien uit te houden. Maar wel midden in de stad en een uitermate gezellige gastvrouw. Alleen die wc zo’n eind weg en ik weet niet hoe dat met jullie is, maar ik moet dan prompt wel een keer of negen per nacht. Maar alla, je moet er iets voor over hebben.

Ik vond het echt heel leuk om zo’n paar dagen mee te maken. Het straalt aan alle kanten van Theo af dat hij het naar zijn zin heeft. We zaten tussen de middag te eten toen hij werd opgebeld door ‘Anne de Bretagne’, die vertelde dat zij ook in Aire was aangekomen. Het grappige was, dat ik rond zat te kijken en toen op de hoek van de straat een vrouw mobiel zag staan bellen, die precies op hetzelfde moment dat Theo klaar was, ook wegliep. Dat bleek dus Anne te zijn; als ze omgekeken had, had ze ons zien zitten. Daar hebben we ’s avonds mee gegeten, ik vond het heel leuk om haar te zien, nu hoort er een gezicht bij Theo’s verhalen. Maar voor het eten zijn we eerst naar de kathedraal geweest. Theo werd ontvangen, kreeg iets te drinken en een stempel. Daarna was er een korte mis voor de pelgrims en ik vond dat toch wel erg mooi. Zo’n groep mensen, allemaal op weg, ieder met zijn eigen verhaal. Die worden dan gezegend met een eeuwenoud gebed (voor wie het interesseert, de tekst staat op de pagina ‘Gedichten’) en zingen vervolgens samen een eeuwenoud lied, waarvan je weet dat dit al door miljoenen mensen gezongen is. Het heeft echt iets.
We hebben een paar dagen overal rondgekeken en zijn teruggereden naar La Romieu, zodat ik dat ook kon zien. Het was erg leuk en gezellig om weer eens even bij te kunnen praten, ik heb ervan genoten. Alleen moet je wel goed op je man letten, want voor je ‘t weet, ben je hem kwijt, want dan ziet hij weer iemand die hij onderweg is tegengekomen. In La Romieu zaten we ineens op het terras bij Jos Kersbergen uit Gouda, die in Le Puy een paar dagen rust had genomen. Stom toevallig, maar wel geweldig leuk. Jos had erge zere voeten, maar was zo vol goede moed en vastberaden om het doel te halen, ik werd er bijna stil van (bijna, want helemaal stil kun je me niet krijgen). Hij maakt elke dag een kort gedichtje over wat hij beleefd heeft en prachtige tekeningen, geweldig vond ik dat.

Wat ik vooral leuk vond, is dat er onderling een soort saamhorigheid is, zodat je merkt dat iedereen aandacht heeft voor het verhaal van de ander en zijn eigen verhaal bij de ander kwijt kan, zonder dat het een soort kleffe toestand is. Het is, zoals je zou willen dat mensen altijd met elkaar omgaan.
Kortom, ik vond het geweldig om een paar dagen toeschouwer te mogen zijn!

Categorieën: 2006: Camino Frances | 1 reactie

Blog op WordPress.com.