Villafranca Montes de Ora

30,84 km – 44.064 stappen / totaal 2592,40 km – 3.726.055 stappen

Een rustige dag vandaag, waarop ik op mijn gemakje heb gekuierd. Het was vannacht koud in de kerk, ik hoop maar dat dit niet symbolisch was.
Gisteravond had de priester voor in totaal tweeëntwintig mensen gekookt en daarna moesten we dus met tweeëntwintig man afwassen. Dat is zo komisch, het lijkt een grote rotzooi, er wordt heel veel gekakeld en geschreeuwd in heel veel talen: Frans, Spaans, Duits, Italiaans, Portugees, Hongaars, Nederlands. Kortom, het is een ongeordende bende, althans dat lijkt het, want het is al met al in een mum van tijd gebeurd en nog goed ook.

Vanmorgen in alle vroegte, om zes uur, ben ik al vertrokken. Het was nog donker. Het is wel grappig, want ook ’s morgens is het geharrewar, aangezien iedereen uit de hele rij schoenen en stokken de zijne moet zien te vinden in het donker. Voor mij is het makkelijk, want mijn stok is uniek en mijn schoenen zijn de hoogste. Als iedereen dan alles weer heeft, vindt de uittocht plaats. Ik vind die lampjes op je voorhoofd erg stom, maar eerlijk gezegd was het vanmorgen wel gemakkelijk geweest, want er was weinig te zien, dus je moet goed opletten dat je niet misstapt. Dus alweer een vooroordeel gesneuveld. Het was weer erg warm, maar ik ben er nu wel aan gewend. Ik stop bij elke bron of fontein om water te tappen. Dat is lekker koud water. Bij mijn volgende bron of fontein mik ik het overgebleven lauwe water weg en tap weer fris water.

Vanmorgen liep ik een eind langs de snelweg en dat is niet leuk. Het vrachtverkeer scheurt langs je en verder zie je touringcars met uitbundig zwaaiende toeristen. Vanmiddag heb ik van de weeromstuit een heel stuk door onbewoond gebied gelopen, waar vroeger struikrovers waren. Die zijn er nu niet meer, want er zijn geen struiken meer.
In een klein dorp heb ik in een barretje iets gedronken en werd daar tot mijn verrassing in keurig Nederlands toegesproken door een Spanjaard, die ooit in Nederland gewerkt heeft. Hij vond het leuk om weer eens Nederlands te spreken en glorieerde ten overstaan van alle barbezoekers uit het dorp natuurlijk. Hij sprak een idiote taal, maar ik verstond hem, dus dat moest toch wel een echte taal zijn. Hij heeft een Marokkaans meisje in dienst en had gehoord dat we in Nederland zoveel problemen hadden met Marokkaanse jongeren. Ik vertelde dat dat meestal jongens waren, want dat de meisjes over het algemeen intelligent zijn en hard leren en werken. Nou, dat moest meteen even vertaald voor het Marokkaanse meisje en die heeft de rest van de tijd staan glunderen. Ik kreeg de koffie en hij vond het maar niks dat ik er niet een stevig likeurtje bij wilde. Maar dat leek me toch iets te veel om mee verder te lopen.

Nu ben ik gearriveerd in Villafranca Montes de Ora, een hele grote naam voor een heel klein plaatsje. Er zijn een stuk of wat huizen en natuurlijk wel een kerk en een verlaten klooster. Ik zit hier nu in een hostal en dat bevalt prima. Het is allemaal heel eenvoudig, de douche is op de gang voor gezamenlijk gebruik, maar het is schoon en je kunt hier ook eten. Ik moet weer op zoek naar een schoenmaker, want de zolen van mijn schoenen beginnen weer los te laten. Enfin, in Burgos zal dat wel lukken. Dat regel ik dan even flitsend in mijn prachtige Spaans. Ik zeg met opzet ‘mijn’, want ik weet namelijk één ding zeker: dat het geen Spaans is. Ik heb gemerkt dat ze me nog het beste begrijpen als ik mijn Franse woorden ‘ver-Spaans’. Dus wat de taal betreft: mijn hoogmoed in Frankrijk, omdat ik de taal spreek, kwam voor de val in Spanje. Jullie zien, ik leer heel wat lesjes zo onderweg!

Categorieën: 2006: Camino Frances | Een reactie plaatsen

Verslag in het Kerkblad van Zaandam

Op zaterdag 8 april ben ik vertrokken uit het Kalf naar Santiago de Compostela voor een pelgrimage die in de Middeleeuwen haar hoogtepunt had, maar die sinds ongeveer 25 jaar weer enorm in de belangstelling staat. Ik wilde vooral de hoogtepunten aandoen zoals Vezelay, Le Puy, Conques en Moissac. Dat maakt de route iets langer. maar omdat ik het maar één keer in mijn leven doe, moet dat maar. De totale afstand is nu circa 3100 km. en ik hoop dan in de tweede helft van augustus daar aan te komen.
Als voorbereiding heb ik natuurlijk veel reisverslagen gelezen van anderen die mij voorgingen en daardoor vorm je een beeld van wat je verwachten kan.
Ik ben nu middenin Spanje aangekomen en alles blijkt toch weer anders dan gedacht.
In het begin, lopend door Holland en Brabant (dikwijls in heel slecht
weer) was ik nog druk bezig met regelen en organiseren van van alles en nog wat. Gaandeweg werd dat steeds minder. Ik regel niet meer. Ik heb ontdekt dat veel dingen gewoon gebeuren, zonder enige organisatie van mijn kant. Dat geeft een rustig gevoel. Psychologen zouden zeggen: “Dat is loslaten”. En dat is belangrijk en de eerste les die ik geleerd heb deze reis: loslaten. Moeilijk, maar ook bevrijdend. Na een paar weken kwam er een soort zorgeloosheid in de vorm van een basisvertrouwen dat de dingen wel goed komen. En tot mijn eigen verbazing kwamen de dingen ook goed. Ik heb steeds op moeilijke momenten oplossingen en hulp gekregen. Bijvoorbeeld van een mevrouw die mij midden in een bos een stok aanreikt die ik direct daarna ook echt nodig heb om verder kunnen. Of een meneer die mij in een dorp aanspreekt of ik niet ‘s avonds bij hem wil eten. Hij wil alles weten over de pelgrimage naar Santiago. Ik wist toen nog niet dat hij op een echt kasteel woonde en dat ik ‘s morgens moest helpen de eekhoorns te voeren in het park rond zijn kasteel.
Ik heb in alle soorten onderkomens geslapen: in een schoolklas, in een sporthal, in het kantoor van een burgemeester en in de doucheruimte van een tennisbaan. Maar altijd waren er mensen die mij wilden helpen. Je denkt uiteraard veel onderweg; er is weinig anders te doen. En na verloop van tijd komen er steeds meer oude liedjes te voorschijn die ik vroeger op school geleerd heb. Vooral psalmen natuurlijk. En wat steeds terugkomt is dat de pelgrimsweg een metafoor is voor het leven. Je bent op reis naar een doel, wat dat ook zijn moge.
Maar niet dat doel is belangrijk, maar de reis zelf is het doel. En tijdens die reis is alles heel gewoon, zoals in het leven zelf. Ik heb nu meerdere keren de pelgrimszegen gekregen en dat is indrukwekkend. Maar daarna moet je wel weer zelf voor je slaapplaats zorgen en zorgen dat je eten krijgt. De bergen worden niet vlak en de zeeën niet droog omdat pelgrim Theo er aan komt. Maar ik heb wel gemerkt en ondervonden dat alles wat er geschreven staat wel waar is, maar op een andere manier dan mij altijd geleerd is. Ik bedoel dat alles veel gewoner en menselijker is dan ik ooit dacht. En misschien is dat wel de grootste les die ik de afgelopen maanden geleerd heb. Blijft natuurlijk de vraag of dat zo blijft tot Santiago of Finisterre. Ook en vooral een pelgrim is aan verandering onderhevig. Dus voorlopig nog: Ultreya e Suseya.

Categorieën: 2006: Camino Frances | Een reactie plaatsen

De kip en de haan

24,16 km – 34.510 stappen / totaal 2561,60 km – 3.681.991 stappen

Vanmorgen ben ik vertrokken in een vreselijke onweersbui. Gelukkig kon ik al heel snel een ontbijtje scoren en dus ben ik maar eens uitgebreid gaan ontbijten. Daarna was het al snel over en het is verder zo’n 25 graden geweest, dus heerlijk om te lopen. Bovendien was het een heel makkelijke route, dus het ging van een leien dakje. Na een tijdje kwam Anton me achterop. Anton is een Ier en een ontzettend aardige vent, dus daar heb ik de rest van de dag mee samen gelopen. Morgen gaat hij weer terug naar Ierland, dan zit zijn vakantie erop. Ik heb uitgerekend dat ik over drie dagen ‘alleen’ nog maar het Pieterpad hoef te lopen qua afstand, dus ik begin aardig te vorderen.

Kip-en-haan-web We kwamen in de kerk van Santo Domingo de Calzada en ik heb dus de kip en de haan gezien. Voor wie het niet weet, even in het kort de legende:
Een Duits echtpaar uit Aken liep met hun zoon naar Santiago de Compostela. In Santo Domingo werd de dochter van de waard verliefd op de zoon van het echtpaar, maar de jongen moest er niet veel van hebben. Wat deed ze dus? Ze stopte een gouden beker in zijn ransel en de jongen werd vervolgens beschuldigd van diefstal (waar ken ik dit verhaal van?), dus terug naar Santo Domingo en voor de rechter. De rechter veroordeelde hem ter dood en de jongen werd opgehangen. De ouders vervolgden diep bedroefd hun tocht en kwamen aan in Santiago. De priester daar zegt tegen het echtpaar dat ze moeten terugkeren naar Santo Domingo, want dat St. Jacob alles goed zal maken. Dus de ouders keren terug en treffen daar weer de galg aan met hun zoon, maar tot hun verbazing blijkt de jongen nog te leven. St Jacob heeft al die tijd zijn handen onder de voeten van de arme jongen gehouden, zodat de strop zijn keel niet zou doorsnijden. De blije ouders gaan naar de rechter om te vragen of zij hun zoon van de galg mogen halen. De rechter zit net aan zijn kippetje en lacht hen uit bij hun verhaal dat de jongen nog leeft. Hij zegt: “Die jongen is net zo levend als die kip hier op mijn tafel”. Tot ieders verbazing krijgt de kip vleugels en vliegt van de tafel weg. Sinds die tijd zitten er een levende haan en kip in een kooitje in de kerk.
Mooi verhaal, hè? Maar verder viel het een beetje tegen, want de kip en de haan zitten er wel, maar je kunt alleen maar in een klein hokje zien dat ze er zitten. Je mag de kerk niet in en je mag absoluut geen foto’s nemen. Je komt alleen de kerk in als er een rondleiding is. Het verhaal is nu: als de haan gaat kraaien, zal je verdere reis voorspoedig verlopen. Dus ik wachten tot dat verrekte beest ging kraaien. En deed-ie het? Nee dus. Toen ik echter weer buitenkwam, stond Anton met twee Nederlanders te praten, die bleken te weten dat ik onderweg was. Hoe ze dat wisten, weet ik ook niet, maar je moet nooit te diep gaan graven bij wonderen natuurlijk.

Over wonderen gesproken: er is geen wonder gebeurd met alle bulten op mijn lijf, maar daarover straks.

In Santo Domingo zag ik ook David weer. Die liep te hinkepinken, want hij had een steen in zijn voet. Daar ging hij morgen naar laten kijken. Ik merkte op dat hij dat misschien beter vandaag kon doen, maar dat kon niet volgens hem, want hij moest morgen eerst 30 km lopen. Wat een logica, niet?

Bij onze aankomst in Granon om twee uur moesten we ons melden op de eerste verdieping achter de kerk. De kerk wordt door Duitsers beheerd en het bleek dat we op de zolder van de kerk bivakkeren. Dus na de douche mijn dagelijkse wasje gedaan en dat hangt nu te drogen in de kerktoren. We gaan straks eten in een zaaltje van de kerk, maar wel met een open haard erin om het vlees te braden. Daarna moeten we ook met zijn allen afwassen, dus dat kan wel leuk worden.

En dan nu toch maar even iets over mijn ‘insectenbeten’ alias ‘allergie’. Dat is nog steeds niet over, dus ik dacht: “Toch maar even naar de apotheek hier, want het ziet er niet uit en het jeukt als een gek”. Goed, ik vraag de Duitse beheerder waar hier ergens een apotheek is en hij vraagt: “Wat heb je dan?” Dus ik leg hem uit dat ik denk dat ik iets verkeerds gegeten heb, want dat ik overal bulten heb. Of hij het mag zien. “Natuurlijk”, zeg ik en show hem mijn armelijk lijf. Waarop hij laconiek zegt: “Ik zie het al en weet wat het is. Het zijn vlooienbeten!!!! Daar ontkom je gewoon niet aan, bijna iedereen krijgt daar last van”.

Vlooienbeten-web

Jongens, jongens, als ons moeder dat wist………….

Categorieën: 2006: Camino Frances | 2 reacties

Bultige sinaasappelsap

25,26 km – 36.083 stappen / totaal 2537,44 km – 3.647.481 stappen

Gisteravond heb ik inderdaad uitgebreid in een echt normaal restaurant gegeten. Dat wil zeggen: ik kon eindelijk weer eens kiezen van een menukaart die ik zelfs in het Engels kreeg. Ik mag dus niet meer zo negatief over Spanjaarden zijn. Ik heb lekker gegeten en daarna lekker geslapen in mijn kamer met airco. Heerlijk weer eens gewoon in een bed zonder andere snurkende en verdere geluiden makende mensen om je heen. Alles went hoor, maar zo af en toe mag je je toch wel weer eens ‘gewoon’ voelen? Dat verhaal van gisteren over bijtende en stekende insecten moet ik, geloof ik, intrekken. Ik zie er niet uit met allemaal rode vlekken op mijn huid, maar ik vermoed nu dat het komt van iets dat ik gegeten of gedronken heb. Kan het zijn dat ik te veel sinaasappelsap gedronken heb? Krijg je daar misschien uitslag van? Ik weet het niet, maar het jeukt wel heel erg. Dus smeer ik er maar weer iets op en dat helpt dan wel tijdelijk. Nou ja, morgen is het hopelijk over.

Vanmorgen heb ik eerst ontbeten in het hotel en dat kon pas om zeven uur, dus ik heb uitgeslapen. Er zat een groep van ca vjftien Fransen aan het ontbijt die volgens hun gesprekken ook de camino lopen. En geloof me of niet: de één zag er nog patseriger uit dan de ander. Het toppunt was wel een heer van zeg maar mijn leeftijd, die met een vlinderstrikje om aan de wandel ging. Helemaal vertrouwen doe ik het niet, want ze stapten allemaal in auto`s toen ze vertrokken en ze hadden geen rugzakken, maar gewone tassen en koffers. Maar goed: ieder zijn eigen camino. Waar bemoei ik me dus mee??? Daarna ca 12 km gelopen voor ik in Najera mijn eerste koffie kon scoren. Aardige stad trouwens. Tot dan was het meest bewolkt geweest, maar na de middag werd het heel erg heet en benauwd. Je zag de bewolking opbollen tot onweersbuien. En toen ik om twee uur hier in Azofra aankwam, ging het tien minuten later heel erg hard onweren. En wie zit er weer pontificaal op een terras? Vriend David uiteraard. We gaan vanavond samen eten.
De refugio hier is heel erg mooi. Allemaal kamertjes van twee bedden, niets boven elkaar en ieder zijn kast. Prachtig, we zijn erg tevreden…
Morgen naar de kip en de haan in de kerk. Dan heb ik weer iets te vertellen, of kennen jullie dat verhaal al???

Categorieën: 2006: Camino Frances | 1 reactie

27-7-2006: Het thuisfront

Ik werd vanmorgen om kwart over zes wakker door het geratel van mijn vier wekkers (anders hoor ik ze niet). Die druk ik dan gauw allemaal op ’snooze’, want dan mag ik nog even ’sudderen’ van mezelf. Ik lag dus nog gewoon in bed op een tijdstip waarop ik niet op mijn best ben, zoals insiders weten en geloof het of niet, ik kreeg een filosofische gedachte!!! Ik dacht namelijk: “Als je de camino van Theo vergelijkt met het leven, lopen we dan nu allemaal in de drukte van Spanje?? We rennen, vliegen, werken, jagen en haasten. Druk, druk druk op onze weg. Zijn we vergeten hoe het in Frankrijk was? Rustig aan, tijd nemen voor andere mensen, eens luisteren, eens nadenken, een beetje dromen. Zijn we alleen nog maar aan het rennen op de weg om zo snel mogelijk het doel te bereiken? En wat is dat doel dan? Een grote kermis, die eigenlijk tegenvalt? En degenen die gepensioneerd of gevutterd zijn of niet meer werken, zijn die dat doel nu al gepasseerd en zitten die nu in de rust van Cap Finisterre? Gewoon lekker rustig zitten en kijken naar het eind van de wereld?
Zie, welk een wijsgerige gedachten en ik hoef er niet eens voor te lopen. Ik constateer dat Theo en ik elkaar kennelijk goed aanvullen, ondanks ons dagelijks goedmoedig gekrakeel. Hij loopt, want dat kan ik niet, en ik filosofeer, want daar heeft hij geen tijd voor. Maar ik ben eigenlijk wel benieuwd hoe jullie dat nu zien, dus schroom niet!!

Categorieën: 2006: Camino Frances | 3 reacties

This is not Spain, this is Basque

25,59 km 36.567 stappen / totaal 2512,18 km – 3.611.398 stappen

Baskenbaret.-webjpg

Ik heb gisteravond het stierenlopen gemist, aangezien dat onder pelgrims-etenstijd was. Dat zit zo: in de restaurants hier hebben ze een pelgrim-menu, maar dan moet je om acht uur aan tafel zitten. De Spanjaarden zelf eten natuurlijk veel later. Ze doen dit expres voor de pelgrims, omdat die vroeg naar bed willen. Nu hoor ik jullie zeggen: “Nou, dan eet je toch gewoon met de Spanjaarden een gewoon menu?” Dat kan dus niet, want om tien uur gaat de refugio op slot en dan ben ik nog niet klaar met eten. Er heerst hier trouwens geen echte eetcultuur, heb ik de indruk. Ik ben nog geen hoogstandjes tegengekomen, het is allemaal een beetje ‘prutterig’. Wat ze hier wel heel erg lekker hebben, is pure sinaasappelsap. Die persen ze voor je ogen uit, een paar stukken ijs erin, heerlijk! Dus ik stap onderweg af en toe een café in om dat te gaan nuttigen. In die café’s kom je dan Nederlanders tegen. Ik kwam zo vandaag twee stellen tegen, die op de fiets waren en ook die hadden dezelfde ervaring als ik: het is hier een gekkenhuis. Grappig ook weer, dat wij noorderlingen dat allemaal zeggen en vinden dat ze het hier te bont maken. De Spanjaarden zelf vinden dat helemaal niet, hoe meer mensen hoe beter. Dus dan denk ik maar weer aan de wijze woorden van de Fransman: “De weg is er niet alleen voor jou”.

Verder heb ik het nog steeds prima naar mijn zin, de paden zijn goed begaanbaar en het lopen gaat nog steeds prima. Vanmiddag was het weer heel erg heet en ik ben overal gestoken. Er zaten insecten in mijn hemd en nu heb ik hele snelwegen van insectenbeten op mijn rug. Ze doen geen pijn, maar jeuken wel.

Ik dacht altijd, dat de actieve Basken een relatief kleine groep vormden, maar het is echt een ander volk. Ook hun bouw is anders: ze zijn groter, steviger en forser. Allemaal met de Baskische baret op en heel erg trots op hun land. Gisteravond at ik met twee Basken en daar heb ik natuurlijk echt geen woord van verstaan, maar dat gaf niet, ze praatten gewoon vrolijk met me verder alsof ik er alles van verstond. Een van de twee sprak een paar woorden Engels en legde me uit dat zij nu ook ‘buitenlands’ spraken. Ze spraken namelijk Spaans in plaats van Baskisch! Geweldig vind ik dat. Op een brug hier in Navarrete, waar ik trouwens al lekker vroeg aankwam, staat een groot bord met de tekst: “Foreigner, don’t forget. This is not Spain, this is Basque!”

Onderweg, vlak voor La Grono, heb ik mijn stempel gehaald. Ik kon het niet missen, want aan de muur van het huis zat een herdenkingsplaquette voor Felicia. Felicia is in 2002 overleden, maar heeft tientallen jaren de stempels gegeven aan de pelgrims, dus nu heeft zij een herdenkingsplaat en er zit nu een andere ‘Felicia’, ook een oude vrouw en die zet nu die taak voort. Iedereen krijgt er ook koffie of limonade. Verder loop ik nu weer door een wijnstreek, de Rioja, en zie dus overal wijngaarden. En ik kom nu overal St. Jacob tegen in beeldjes, schelpen, enz.
Navarrete is een dorp van niks, maar met een enorme kerk in Barok stijl. Allemaal goud van binnen en een altaar van wel vijftien meter hoog. Misschien niet echt mooi, maar wel heel indrukwekkend. En ik zit nu luxe in een hotel dan toch. Heerlijk, net zolang douchen als je wilt. Dat mag wel voor een keertje toch? Vanavond eet ik tapas, er is geen keuzemenu, dus ik ben benieuwd.
Ze zeggen hier dat er ander weer op komst is, koeler en regen. Koeler is prima, maar regen niet, want dan worden de paden hier spiegelglad. We zullen wel zien morgen.

Categorieën: 2006: Camino Frances | 2 reacties

Stieren

30,91 km – 44.153 stappen /totaal 2486,59 km – 3.574.836 stappen

Ik kwam vandaag een Nederlands meisje tegen en die ervaart het net zoals ik: zij moet ook erg wennen en vond Frankrijk leuker. Denk niet, dat ik hier nu met tegenzin loop, want het tegendeel is waar. Ik vind het nog steeds geweldig om deze tocht te mogen maken. En ook hier is er telkens wel weer iets. Zo liep ik door een straatje en hier zijn aan alle huizen balkonnetjes. Op een van die balkonnetjes zaten vier kleuters te spelen en die begonnen voor iedere pelgrim een liedje te zingen en riepen daarna heel schattig: “Buen camino!” Jullie merken dat mijn Spaans met grote sprongen vooruitgaat. Ik roep al tegen Juan en alleman “Ola” en als het wat oudere mensen zijn, zeg ik netjes: “Buenos Dias”.

Het was vandaag verzengend heet. Ik kan goed tegen de warmte, maar liep af en toe naar adem te happen. Het was echt gloeiend heet. Ik dacht aan het feit dat ik vanavond weer met vele mensen in een refugio moest slapen en hoe warm dat zou zijn. Dus ik besloot mezelf vandaag eens te verwennen en niet naar een refugio te gaan, maar luxe in een hotel te gaan zitten. Dat was St. Jacob niet welgevallig en het is nog wel zijn naamdag vandaag. Hij besloot mij een lesje in nederigheid te geven en zorgde ervoor dat alle hotels in Viana, mijn reisdoel vandaag, propvol waren. Er was nergens een kamer meer vrij. En waar kwam ik dus terecht? Juist ja, in een refugio met bedden driehoog boven elkaar. Dus ik was wat mopperig tegen hem, want ik vond het geen stijl, maar ik werd weer getroost door de ontvangst in de refugio. De receptie vroeg waar ik vandaan kwam en toen ik zei dat ik uit Amsterdam kwam, vroegen ze: “Ja, maar ik bedoel, waar bent u begonnen?” En toen brak mijn gloriemoment weer aan, omdat ik kon zeggen: “Jawel, begonnen in Amsterdam”. Toen braken ze eensgezind in jubelende loftuitingen en luid gejuich uit. Wat een moed had ik, enz. enz. Je ziet, het heeft ook voordelen dat ze lawaaiig zijn, want nu kon het me niet lawaaiig genoeg zijn.

De refugio staat bovenop een berg en ik heb hier vandaan een uitzicht naar alle kanten. Aan de ene kant zie ik in de verte een bergketen, aan de andere kant zie ik de zon onder de wolken uitkomen. Het is een schitterend landschap. Ik ontmoette Wolfgang hier ook weer, dus dat is gezellig. En na de verschrikkelijke hitte van vandaag is het heerlijk om lekker te douchen. Dus dat eerst gedaan en toen mijn wasje. Dat hebben we buiten op een rek gehangen om te drogen. Toen we daarmee klaar waren, keken we op en zagen zo’n donkere lucht aankomen dat we weer snel teruggerend zijn om de was weer van het rek af te halen. En dat was maar goed ook, want het heeft flink geonweerd. Nu is het weer droog en een heel stuk afgekoeld. Heerlijk.

Wolfgang filosofeerde erover dat hij maar een week eerder terug zou gaan, zodat hij thuis weer kan wennen voordat hij weer aan het werk gaat. “Want”, zei hij, “als ik thuiskom en meteen moet gaan werken en ze me dan komen roepen omdat er brand is uitgebroken, ben ik in staat om te zeggen: “Nou en? Is dat mijn probleem?” Ja, dat wordt nog wat als ik weer thuis ben. Wie dan leeft…..
Viana is een stad en ter ere van de naamdag van St. Jacob zijn er overal feesten. De hele stad is rood en wit gekleurd en vanmiddag holden de stieren dus echt door de straten. Op het plein is een arena gebouwd, dus daar zullen vanavond wel stierengevechten worden gehouden. Jullie begrijpen dat dat hier hele discussies geeft, alleen onder de noorderlingen natuurlijk, want de Spanjaarden vieren gewoon feest. Die lopen trouwens op de camino ook alsof het een feestje is en er vallen er dus heel veel uit. Die zijgen neer op een terras in het dorp of de stad en klagen zo hard, dat het ermee eindigt dat iemand uit het dorp hen met de auto naar de plaats van bestemming rijdt. Eerlijk gezegd weet ik niet of het allemaal echt is of gewoon bij het toneelstuk, dat ze met zijn allen opvoeren, hoort.
Andres, hartelijk dank voor je uitleg van de Salve Regina, aan dit soort informatie heb ik iets. Dat iemand uit Urugay mij dat nu uit kan leggen. is toch wel heel apart.
Ik ga straks nog even in de stad kijken, want ik wil dit wel meemaken en morgen heb ik niet zo’n erg lange route, dus we gaan de bloemetjes buiten zetten zogezegd.

Categorieën: 2006: Camino Frances | 2 reacties

Water en wijn

33,12 km – 47.311 stappen / totaal 2455,68 km – 3.530.683 stappen

Vandaag heb ik weer een flinke afstand gelopen, maar dat gaat soms zo. Het is hier warm, zo’n 35 graden, dus dan vertrek je vroeg. De route is mooi, we zitten hier in het middelgebergte. Maar het is hier verschrikkelijk druk, er lopen hele families met kinderen en aanhang. Kennelijk niet echt voorbereid, want ik zie heel wat slachtoffers vallen. Al die drukte valt me een beetje tegen, ik had het eigenlijk anders verwacht. Zo zie je maar, het lijkt echt het leven zelf wel. Soms krijg je iets dat je totaal niet verwacht en soms verwacht je iets en dat valt dan tegen. Enfin, na Burgos schijnt het rustiger te worden. De weg is op sommige plekken slecht, maar 85 % is goed begaanbaar.

Irache-web Ik kwam onderweg langs een wijnkelder en daar zijn twee kraantjes aan de muur. Uit het ene kraantje komt water, uit het andere wijn. Dus of het water nu in wijn verandert of andersom, daar kom je in dit geval niet achter. Eerst wilde ik alleen water drinken, maar dat vond ik toch al te gek worden. Tenslotte maak ik waarschijnlijk maar één keer mee dat je wijn uit de kraan in een plastic bekertje drinkt, daar kun je dan toch niet aan voorbij lopen? Het was lekkere wijn.

Wijnkraan-web

Mijn plaats van bestemming was vandaag Villamayor de Monjardin, een klein plaatsje met twee refugio’s, waarvan de ene beheerd wordt door Nederlanders. Hier in Spanje kun je ook vaak in de refugio’s eten, maar dat is natuurlijk geen echt Spaans eten en meestal een beetje weinig. Maar ja, voor deze prijs kun je natuurlijk niet zoveel verwachten. Ik betaal voor de overnachting € 5, voor het avondeten € 6 en voor het ontbijt morgenochtend € 3. Dus dat is niet veel.
Toen ik aankwam was er nog maar één andere man: Wolfgang, een Duitser die Nederlands spreekt, omdat hij een huis in Zandvoort heeft gehad. Een aardige vent, we kunnen goed met elkaar opschieten. Hij loopt tijdens zijn vakantie en zijn vrouw maakt zich zorgen of hij zich iedere dag wel scheert. Dus nu moet ik, als hij geschoren is, een foto maken als bewijs.
We waren eerst met zijn tweeën en hebben uiteraard de beste bedden uitgezocht. Net op tijd, want daarna kwam een hele grote groep Spanjaarden binnen met zoveel drukte en kabaal, dat we op de vlucht zijn geslagen. Tjonge, wat kunnen die een herrie maken, zeg. Nu zitten we buiten op het terras voor de gîte en dat is lekker zo.

Categorieën: 2006: Camino Frances | Een reactie plaatsen

A tough man

26,85 km – 38.355 stappen / totaal 2422,56 km – 3.483.372 stappen

Vanmorgen ben ik om half zeven (jawel, die tijd is geen vergissing) vertrokken en al een uur later heb ik een ontbijtje kunnen scoren. De refugio waar ik vannacht geslapen heb, Casa de Paderboorn, wordt op een perfecte manier geleid door een Duits stel. Heel goed en een aanrader voor iedereen die hier langs durft komen.
Ik heb een mooie tocht gemaakt naar Puente La Reina over een bergkam waarop een pelgrimsmonument staat. Het is een groep pelgrims (van plaatstaal) die voorbij trekt. Wel mooi en je hebt vanaf die plaats dan ook meteen een geweldig uitzicht naar beide kanten van de bergen.

Pelgrimsmonument-web

De afdaling vanaf het monument was knap heftig en als je knieën of voeten het dan niet zo goed meer doen, levert dat ernstige problemen op. Die zie je dan ook om je heen: lopers, die met een geweldig enthousiasme begonnen zijn in Roncevalles of in St.Jean en daar nu het leergeld voor betalen.
Onderweg trof ik Christoffer weer aan, zoals gebruikelijk in slapende toestand langs de kant van de weg. Geweldig is hij: ik geloof niet dat ik hem ooit lopend heb aangetroffen en toch is hij steeds weer op de juiste tijd op de goede plaats. Hij kent ook iedereen en spreekt geen woord Spaans of Frans. En wie trof ik op een terras luxe zitten met een pils? Uiteraard onze vriend David. Chique gekleed en al klaar voor de avond. Een vreemde vogel blijft het. Hoewel hij echt wel normaal kan doen, doet hij dat meestal niet.

Vanavond wordt er in de plaats, waar David verblijft, een toneelstuk opgevoerd over een verhaal dat zich daar in de Middeleeuwen heeft afgespeeld. Er waren namelijk een vader (edelman) met zijn dochter (dus prinses zoals dat hoort in verhalen). Die prinses werd door vader uitgehuwelijkt aan een andere edelman. Maar dochterlief had daar niet veel trek in en heeft bedongen dat zij eerst voor het huwelijk nog een pelgrimsreis mocht maken naar Santiago de Compostela. Vader, allang blij dat het zo gemakkelijk zou gaan, want je weet het maar nooit met dochters, gaf zijn toestemming. De dochter gaat naar Santiago en besluit na het bezoek aan het graf van Jacobus dat zij toch niet met de edelman wil trouwen. Zij neemt een eenvoudig baantje in de huishouding en denkt nog lang en gelukkig te leven. Helaas, Pa, ook niet gek (want hij voelde zich al voor gek staan), gaat op zoek naar zijn dochter en vindt haar. Maar de dochter houdt voet bij stuk en weigert het huwelijk. Pa is dan zo boos, dat hij haar in zijn woede doodsteekt. Nu was het in de Middeleeuwen al niet anders dan nu, dus hij krijgt spijt als haren op zijn hoofd.
Vervolgens vraagt hij de pastoor wat hij moet doen om vergeving te krijgen. En jullie raden het al: hij moet naar het graf van Jacobus in Santiago. Daar aangekomen krijgt hij te horen, dat hij alleen vergeving kan krijgen als hij voortaan in plaats van als edelman als heremiet door het leven zal gaan. En dat doet hij dus. Er staat dan ook een klein kapelletje op de berg bij het dorp, waar hij geleefd moet hebben.

Maar goed, terug naar het heden. Christoffer en ik zijn om drie uur hier in Puente la Reina aangekomen in een refugio die een halve kilometer buiten het dorp ligt. We moesten eerst over de beroemde brug uit de Middeleeuwen die daar voor de pelgrims is gebouwd. Een echt historische brug dus, want alle pelgrims die uit Frankrijk of Italië komen, moeten over die brug. En dit was dus een historische dag die onthouden zal worden: vandaag op 23 juli 2006 trok pelgrim Theo over de brug bij Puente la Reina!!!!!.
Maar daarna, o schrik: we moesten nog een halve kilometer heel steil klimmen naar wat vroeger een luxe hotel was en nu een refugio. Alles heel groots, maar wel lekker ruim.

We stonden hier bij een pelgrimsbeeldje om een foto te maken, toen er een vrouw aan kwam, die Engels sprak en vroeg of ze een foto van ons samen moest maken. Dat hebben we in dank aanvaard. Toen moest er ook een foto met haar zoontje gemaakt natuurlijk en al met al ook een praatje erbij. Alles keurig in het Engels. Ze vraagt waar we vandaan komen en als ik zeg: “Uit Amsterdam”, zegt ze in prima Nederlands: “Waarom staan we hier dan in het Engels te praten?” Nou moet ik zeggen, dat ik al verrast was toen ze aanbood een foto te maken, want de mensen zijn hier vrij gereserveerd. Grappig is dat toch, dat je aard zich niet verloochent.
Ook heb ik Nederland en passant van een slechte naam gezuiverd. Ik loop af en toe met een Amerikaan uit Colorado met een echt Yankee-accent. Die had altijd gehoord dat Nederlanders watjes zijn, maar ja, als ik nu helemaal uit Amsterdam was komen lopen, dan was ik toch wel een ‘tough man’.

Categorieën: 2006: Camino Frances | Een reactie plaatsen

23-7-2006: Het thuisfront

Kijk, een pelgrim hoort af te zien, maar waarom dat nu ook met het thuisfront moet? Toen ik bij Theo vandaan ging, was mijn enige troost dat ik tenminste naar koelere oorden vertrok. Nou, dat heb ik dus geweten.

Maar buiten dat gaat het hier ook uitstekend. Marnix gaat langzaam maar gestaag vooruit en hier begint de rust een beetje weer te keren en heb ik af en toe zelfs tijd voor het kijken naar één van mijn tegen de verveling gekochte dvd’s. Toen Theo wegging, leek me ruim vier maanden een onafzienbare tijd. Maar die tijd is tot nu toe omgevlogen en ik kan me nauwelijks voorstellen dat het nu nog maar een week of zes duurt voor hij weer terugkomt. Gek is dat, we zijn er al zolang mee bezig geweest, eerst met de voorbereidingen en de beslissing: wel of niet, dat ik me nog niet voorstellen kan dat het dan allemaal weer voorbij is en we over zullen gaan tot de orde van de dag. En als ik het me niet voor kan stellen, hoe moet het dan wel niet voor Theo zijn? Ik bedoel maar, je leeft een aantal maanden op een manier, waarvan je altijd hebt gedroomd en daarna sta je weer de vloer van de badkamer te dweilen of je nooit bent weg geweest. Nou ja, dat zien we dan wel weer. Voorlopig kijk ik vol trots naar de landkaart van Frankrijk in de gang met allemaal rode pennetjes erop en ik wil jullie daarvan graag even laten meegenieten:

Frankrijk-web

Categorieën: 2006: Camino Frances | 1 reactie

Blog op WordPress.com.