Overal kom je Cargill tegen

23,36 km – 33.379 stappen / totaal 2838,36 km – 4.075.790 stappen

Na veel gezoek en nu hulp van de receptioniste heb ik eindelijk de truc gevonden om het apenstaartje te vinden. Je moet het eerst ergens opzoeken in de computer en dan kopiëren. Vervolgens weer terug naar je adres en dan weer kopiëren. Op zich is dat al onbegonnen werk voor mij, maar alles staat ook nog eens in het Spaans, dus ik weet eigenlijk helemaal niet wat ik zit te doen. Maar goed, het staat er nu en ik hoop maar dat het goed gaat.

Vanmorgen heb ik uitgeslapen, omdat ik dacht dat ik in Leon zou blijven. Maar ik heb mijn komende dagen eens even goed doorgenomen en dan blijkt dat er nog wat heftige dagen tussen zitten. Voor de zekerheid dus vandaag maar vast een korte etappe gewandeld, zodat ik wat meer ruimte heb om sommige dagen in twee keer te doen. Dus vanmorgen ging ik pas om acht uur aan de wandel. Aan de rand van de stad Leon staat een oud klooster dat nu een parador is (luxe hotel), maar dat met heel veel zorg van buiten in ieder geval in de originele staat wordt onderhouden. “Gewoon prachtig”, zou mijn schoonmoeder zeggen. Daarvoor op een bankje zit een bronzen pelgrim uit te rusten. En iedereen wil natuurlijk met hem op de foto.

Daarna moest ik over een oude romeinse brug naar de rand van de stad. Dat viel nog niet mee, want er wordt enorm gebouwd en verbouwd hier in Spanje. Met alle dank aan Europa trouwens, zo staat overal vermeld. Maar het probleem is dat de routebeschrijvingen dan niet meer kloppen. Er zijn dus twee routes om naar Hospital de Orbigo te wandelen. De eerste is langs de autoweg en de tweede gaat over rustige paden met een kleine omweg. Inmiddels was ik Marjolein tegengekomen die in Leon met de Camino is begonnen en samen zijn we verder gelopen. We wilden de rustige route nemen, maar we hebben nooit een splitsing gezien en hebben steeds trouw de gele pijlen gevolgd. En dus kwamen we er na verloop van tijd achter dat we steeds langs de autoweg bleven lopen en dus de verkeerde route hadden. De hele dag zoveel verkeer vlak langs je heen is heel hinderlijk. Maar goed, mijn doel heb ik toen gewijzigd en ik ben doorgelopen. Onderweg kwam ik nog langs een fabriek van Cargill, dus kwam alles heel vertrouwd over. Ik heb maar een foto gemaakt voor Gery, dan kan ze zien hoe wereldwijd ze bezig is. Dat moet toch een trots gevoel geven? Of niet? In San Martin del Camino is een albergue met, geloof het of niet, aparte individuele kamers. Vannacht slaap ik dus alleen zonder gebrom, gezucht en verdere vreemde geluiden.

Categorieën: 2006: Camino Frances | 6 reacties

Leon

26,29 km – 37.560 stappen / totaal 2815 km – 4.043.311 stappen

Kijk, dat valt me nu toch weer van jullie, intelligente mensen, tegen, dat jullie niet snappen dat ik met ‘verraseup’ gewoon ‘terrasje’ bedoel. Ik bedoel maar, een beetje sms-kenner kan dit toch wel vertalen?
Nu niet zeggen: “Alweer op een terras?”, want dan ga ik ook nog vertellen dat ik achter een sorbet zit, waar jullie het water van in de mond zou lopen. Ze hebben hier namelijk uitstekende sorbets, heel groot en heel lekker! Maar wees gerust, ik heb echt niet de hele dag op dit terras gezeten.
Vanmorgen ben ik vertrokken en weer liep ik op de hele lange en rechte weg met de boompjes. De moed zonk mij in de schoenen bij de gedachte dat dit de hele dag zou duren weer.

Mireille-en-Theo-web Maar gelukkig stond Mireille na een tijdje op me te wachten en gedeelde smart is halve smart. Bovendien bleek deze weg nog maar 5 km te zijn. Ineens veranderde toen het landschap. Alles werd groen en fris. Dus besloten wij in een barretje langs de weg ook maar iets fris te gaan nuttigen. Bij het glaasje heerlijke sap zaten we een beetje samen te keuvelen en vroegen we ons af hoe ver het nog naar Santiago zou zijn. Komt er ineens de stem van een oud baasje aan de bar in zuiver Nederlands: “Driehonderd kilometer.” Wil je geloven dat we het nog niet eens meteen doorhadden? Ook dit bleek iemand te zijn die in het verleden tien jaar bij de Hoogovens had gewerkt en zijn Nederlands was ook nu nog prima. Wat nou, ze willen de taal niet leren? Deze man deed dat zonder ‘inburgeringscursus’.
Met de middag waren we in Leon. Eerst weer door de ook hier niet fraaie buitenwijken, even zoeken naar een hostal, dan wassen, douchen en uitrusten. Dat was wel nodig, want we hebben heel weinig gerust en zelfs niet gegeten onderweg. Maar goed, na een poosje ben je weer uitgerust en dus wordt het dan tijd om de stad te bekijken.
Leon is echt een prachtige stad en de moeite van het bekijken waard. Ik heb eerst de San Isidore bezocht, een van de grootste Romaanse kerken van Europa en een juweel. Daarna ben ik de kathedraal binnengestapt en die was gewoon verbijsterend van pracht, Chartres zinkt er bijna bij in het niet. Er zitten zoveel ramen in de kathedraal dat het net lijkt alsof het dak op glas rust. Allemaal gebrandschilderd en veel ramen zijn nog de originele. Geweldig, in één woord!

Leon-web

En nu zit ik dus op dat terrasje en zie het recreatieve treintje voorbijrijden. Dit is echt een stad voor Gery: overzichtelijk, niet al te groot, overal uitspanningen en……. een treintje, zodat ze niet veel hoeft te lopen. Nu even een rechtstreeks verslag, want ik zie hier nu net twee Spaanse dames aankomen en het is net een bijzonder plaatje: twee echt Spaanse dames met overal fladders en flinters aan hun kleding en…. met een waaier in hun hand. Net klederdracht, een schitterend gezicht! Dus dames in Holland, de spijkerbroek uit!
Als uitsmijter nog even een filosofische gedachte: De Camino is loslaten en toelaten. Zo, denk daar maar eens over na, jullie daar in ‘de andere wereld’, zoals wij pelgrims dat onder elkaar noemen. Een hartelijke groet!!

Categorieën: 2006: Camino Frances | 1 reactie

6-8-2006: Het thuisfront

Vandaag realiseerde ik me ineens dat ik over veertien dagen samen met Marnix in het vliegtuig zit naar Santiago de Compostela om Theo daar te verwelkomen. Hoe is het mogelijk dat we nu al ruim vier maanden verder zijn? Ik zou bijna zeggen: “Ik begin net een beetje te wennen aan het alleen zijn!”
Met heel veel plezier heb ik Theo’s avonturen aangehoord en aan de reacties te zien, ben ik niet de enige. Ik kan me bijna niet voorstellen dat over niet al te lange tijd het laatste bericht op deze website zal staan. Ik vind dat ook enorm spijtig, want ik heb er zoveel plezier in gehad om het te doen. Dat had ik niet verwacht, ik had het idee dat ik er na een poosje wel de balen van zou krijgen. Niets is minder waar en hoe komt dat? Door iedereen die zo spontaan heeft gereageerd, sommigen af en toe, sommigen bijna elke dag. Het was geweldig om dit allemaal te lezen, iedere dag weer. Misschien ook, omdat jullie commentaren zo in onze stijl passen? Soms bloedserieus, soms vol humor, soms juweeltjes van schrijfkunst.
Ik heb dit weekend alle reacties vanaf het begin doorgelezen en in combinatie met Theo’s verslagen is het een soort diamant! Ik weet niet hoe ik het precies moet zeggen, maar het voelt gewoon goed. Een stukje ‘puur leven’ in een wereld die steeds harder en rauwer lijkt te worden. Ik zeg met opzet: “lijkt”, want zolang dit ook nog bestaat, blijft er hoop en vertrouwen. Ik heb ook genoten van de reacties op mijn filosofische gedachten, het is leuk om te weten hoe anderen ergens tegenaan kijken. En ik weet niet hoe het jullie vergaat, maar ik heb het gevoel dat ik iedereen, die heeft gereageerd, nu ken. Ik weet ook wel, dat ik sommigen nog nooit gezien heb en dat ik die dus op straat gewoon voorbij zou lopen, maar hier zijn het mijn vrienden en vriendinnen. Van mij en van Theo ook natuurlijk.
Hans en Janneke, wat hadden jullie weer een mooi gedicht, ik heb het meteen op de gedichtenpagina gezet. Ik ben van plan om met alles dat hier op de website in die tijd is verschenen, ook iets te doen, opdat het niet gewist wordt. Ik heb ook wel een idee, maar aangezien de een of andere pelgrim steeds op de website kijkt, wil ik daar nog niet over uitweiden, want het moet voor hem wel een verrassing worden natuurlijk.
Over die pelgrim gesproken: Hij zal na het lezen van het bovenstaande ongetwijfeld zeggen: “Ho, ho, ik ben er nog niet. Er kan nog van alles gebeuren!” en dat is zo, dus voorlopig gaan we nog even vrolijk verder. Ten tweede krijg ik nu een sms-je met het bericht dat ik moet bellen, aangezien hij nu op een ‘verraseup’ zit. Iemand enig idee wat dat is? Ik zal het wel horen!

Categorieën: 2006: Camino Frances | 2 reacties

Ondergronds

31,75 km – 45.370 stappen / totaal 2788,71 km – 4.004.751 stappen

Jawel, ik ben vier miljoen stappen verder! ‘t Is me toch wat.
Vandaag heb ik het laatste stuk gelopen met Mireille uit België. Nou, laatste stuk? Eigenlijk was de hele weg het laatste stuk, want ik zat nu op de weg met allemaal bomen langs de kant, die je bijna altijd ziet als het op TV over Santiago gaat.

Meseta-web

Ik had dat natuurlijk ook gezien, maar wist niet dat die weg inderdaad zo lang was. Je hebt er geen voorstelling van hoe eindeloos lang die weg is met voortdurend hetzelfde uitzicht. Er komt echt geen eind aan. Mireille zei dat het gelukkig was dat ik erbij was, anders zou ze aan de kant van de weg gaan zitten en niet meer opstaan. Wat ons reden gaf te constateren dat het net het leven was: je kunt niet zonder anderen. Nou begrijp ik ook ineens hoe mensen aan die filosofische gedachten komen. Dat is gewoon verveling!!
Verder hebben we er maar geintjes over gemaakt. Als er ergens een tractor in het land stond, riepen we: “Er gebeurt wat!” Of als er een piepklein kromminkje in de weg zat: “O, moet je nou eens kijken!”

Maar aan alles komt een eind, dus ook aan deze weg en nu zitten we prinsheerlijk in de refugio in Reliegos. Hoe je het uitspreekt, weten we niet, maar de helft van de huizen zijn hier ondergronds. Je ziet dan alleen een heuveltje met een schoorsteentje eruit steken. Waarom dat is, weten we nog niet, daar moeten we nog achter zien te komen. In de gids staat er niets over.
Er is weer gedoucht en gewassen en Mireille heeft heerlijke soep voor me gekookt. Belgische soep uit een Spaans pakje, dus heel bijzonder. Er zit nu iemand tegenover me heel zorgvuldig zijn blaren te behandelen, ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het laatst een blaar had. Dus alles gaat naar wens. We gaan straks wel even op de website kijken, maar op dit moment is er geen plek, want een schare Spaanse jongetjes zit stiekem naar sex sites te kijken. Dat een pelgrim dat nou net moet zien.

Categorieën: 2006: Camino Frances | 3 reacties

Uitgeslapen

15,98 km – 22.837 stappen / totaal 2756,96 km – 3.959.381 stappen

Zo, nadat ik gisteren zo mijn best heb gedaan, mocht ik van mezelf vanochtend uitslapen. Dat betekent in mijn geval dat ik om kwart voor zeven (Geer noemt dit geen uitslapen) uit bed kwam, eerst maar eens op zoek ben gegaan naar een ontbijtje en vervolgens mijn wandeling heb vervolgd over de Meseta. Het was vanmorgen trouwens erg koud. Gaandeweg werd het beter en werd het zelfs aangenaam weer. Er stond een stevige wind, die een beetje te vergelijken is met de mistral in Zuid-Frankrijk. Die wind komt meestal uit het westen, maar vandaag tot mijn geluk uit het oosten. Dat betekent dus dat ik de hele tijd voor de wind liep en dat schiet lekker op.

Zodoende was ik om twaalf uur in Sahagun, mijn slaapplek voor vannacht. En….. daar ben ik gestopt. Goed hè? Jawel, ik kan wel een oude wijze pelgrim zijn. Maar dat is eigenlijk ter voorbereiding op morgen en overmorgen, want dan wil ik drie etappes in twee dagen doen. Zondag hoop ik dan in Leon aan te komen.
Ook hier zijn alle huizen van leem, behalve twee kerkjes uit de twaalfde of dertiende eeuw. Die zijn van baksteen en dat heeft een vermogen gekost, want die stenen moesten allemaal worden aangevoerd, omdat ze die hier niet hadden. Die lemen huizen moeten trouwens ieder jaar van een nieuwe leemlaag worden voorzien, want door de regen en de zon vallen er elk jaar hele stukken uit. Dus dat is wel een heel gedoe.

Verder heb ik vandaag niet zoveel beleefd, het was gewoon een lekker rustig dagje. Gery heeft me alle commentaren op de website weer voorgelezen en dat is erg leuk. Het is iedere keer weer een feest te merken dat mensen zo enthousiast reageren en zo meeleven met mijn dagelijkse beslommeringen. Tot in Engeland toe, merk ik wel.

Mijn vlooienbeten beginnen te vervagen, dus ik begin er weer een beetje als mens uit te zien en het kan er weer mee door. Ik ben wel een stuk magerder geworden, al het vet is verdwenen. Dus dat wordt thuis nieuwe broeken kopen.

Categorieën: 2006: Camino Frances | 2 reacties

Overmoed en hoogmoed

39,76 km – 56.804 stappen / totaal 2740,98 km – 3.936.544 stappen

Overmoed en hoogmoed, dat waren vandaag mijn (pekel)zonden. Vanmorgen ben ik weer fris en monter op stap gegaan, zo fris en monter, dat ik om twaalf uur de etappe van 20 km al achter de rug had. Toen begon de overmoed, want ik dacht: “Wat doe ik hier zo vroeg? Laat ik nog maar een stukje verder lopen.”

Op-de-meseta-web De volgende etappe was 17 km en op de hele etappe was geen enkele plaats waar je kon stoppen. Sterker nog, er was helemaal niets, zelfs geen punt om water te tappen. Het was gewoon een hele lange, rechte weg met kleine boompjes, die geen schaduw gaven. In de gids staat dat, als je na wilt denken, dit het goede stuk daarvoor is, omdat het landschap verder zo saai en eentonig is. Dat is ook zo, het is een saai landschap, maar toch vond ik het erg mooi en fascinerend. Je zag geen kip, ik heb uren gelopen zonder ook maar iemand voor me of achter me te zien en ik vond het fantastisch! Onderweg kwam ik langs een schitterende kerk. Hij was van binnen ook erg mooi, maar in het portaal was Christus gebeeldhouwd in een mandorla (een soort ereboog om hem heen). Om die mandorla waren de symbolen van de vier evangelisten en daaronder vierentwintig musici met allemaal een verschillend instrument. Prachtig was dat.

Maar goed, ik was natuurlijk wel blij dat ik er uiteindelijk was. Ik zag de refugio al, maar toen stak na de overmoed de hoogmoed de kop op. Ik dacht namelijk: “Ik ga niet in een refugio, ik neem vandaag een hostal”. Dus ik ga op zoek naar dat hostal: lopen, lopen, lopen, maar ik kon het niet vinden. Op straat was niemand, alleen ik en uiteindelijk zag ik een oud baasje voor zijn huis zitten. Dus ik ernaar toe en ik vraag hem naar het hostal. Met veel armzwaaien en heel veel woorden en veel wijzen legde hij me iets uit, waarvan ik begreep dat dat de richting was die ik gaan moest. Dus ik ga opnieuw lopen, en lopen, en lopen…. Na 2 km dacht ik: “Dit is niet goed, dit kan niet goed zijn”, maar om nu weer 2 km terug te lopen is ook zo wat. Dus toen ben ik maar verder gelopen. Het was nog 7 km naar Ledigos, waar ik kon overnachten, maar aan het einde van je dag is 7 km nog heel veel, dat kan ik je verzekeren.
En als straf voor mijn hoogmoed slaap ik nu …… in een refugio van leem. Geer zou, als ze dit zag, spontaan gaan zingen: “Een huis van hout, een huis van steen, ‘t gaat alles met de wereld heen”, maar ik voel me overal thuis of het nu een groot paleis is of een arme stulp.
Gelukkig toonde Gery het benodigde medelijden met me, maar eerlijk gezegd, eigenlijk zijn dit juist leuke dingen die je meemaakt, vooral omdat je niet van tevoren weet waar je terechtkomt. En dat leem klinkt nu wel armelijk, maar hier is alles van leem, dus zo bijzonder is het nu ook weer niet. Ik heb hier wel weer eens voldoende gegeten: soep, vlees en dessert. Als de maag weer vol is, de was te drogen hangt en het zweet weer afgewassen, is alles weer goed.

Er zijn hier drie jongens uit Boxmeer op de fiets en die zijn over vijf dagen al in Santiago. Ik ga er iets langer over doen, maar ik nader de eindbestemming! Nu ga ik naar bed, want zoals jullie weten, moet een pelgrim vroeg in de morgen weer op. Welterusten.

Categorieën: 2006: Camino Frances | 5 reacties

Geen pelgrim, maar wandelaar

25,86 km – 36.945 stappen / totaal 2701,22 km – 3.879.740 stappen

Het is weer heel erg heet vandaag, maar ik heb wel lekker gelopen. De eerste 5 km waren erg zwaar, ik moest steil omhoog om op de Meseta te komen. Daarna werd het vlak en naar beneden ging het geleidelijk, dus dat is het betere werk. Ik heb vele kilometers langs een irrigatiekanaal gelopen, dat is grappig. Het land is vlak, maar het kanaal stroomt hoger en je loopt dan echt over een dijk. Het is net de Purmer, alleen werkt het andersom. In de Purmer ligt het kanaal lager om de polders droog te houden, hier ligt het kanaal hoog om het lagere land nat te houden. Hoe kaal het verder ook is, langs het kanaal groeit ineens riet en zijn er weer vogels.
Het is nog steeds druk, maar ik begin me aan te passen aan die drukte. Vanmorgen heb ik een poosje met een jong Duits meisje gelopen. Die zag het thuis niet meer zitten, was dus maar op stap gegaan. Ze vertelde dat ze nu in veertien dagen op de Camino meer geleerd had dan in haar hele leven en alles nu anders ging doen. Het gekke is dat ik steeds minder het gevoel heb een pelgrim te zijn. Begrijp me goed, ik heb het nog steeds prima naar mijn zin, het lopen is leuk, de monumenten zijn prachtig en de natuur is ook erg mooi, maar op de een of andere manier doet het me minder. Hier zijn pelgrims ook echt een aparte groep. Ook de mensen die wel Spaans spreken, spreken eigenlijk alleen maar met elkaar en niet met de bevolking. Het is hier meer ‘business’ dan pelgrimeren, althans voor mij. Laat ik het zo zeggen: Ik ben hier een wandelaar en ik vind wandelen leuk, maar ik voel me geen pelgrim op reis zoals in Frankrijk. Ik heb het gevoel dat ik iets mis. Ik denk dat meer mensen zoiets ervaren, want het was het Duitse meisje opgevallen dat de mensen, die van ver komen, liefst alleen willen lopen en de mensen, die in Roncevalles zijn begonnen, juist in groepen willen lopen.
Ik ben er nog niet achter waar dit gevoel vandaan komt en hoe het precies in elkaar steekt.

Over tien dagen ben ik bij de ‘berg stenen’, zoals Ton dat noemt. Wil je geloven dat ik er tegenop zie om daar mijn steentje neer te leggen? Waarom? Gewoon eenvoudig omdat ik hem niet kwijt wil.
Ik zit nu lekker in de schaduw op een stenen bankje in Fromista, mijn eindbestemming vandaag. Ik slaap vannacht in een hostal, dat is minder luxe dan in een hotel, maar beter dan in een refugio.
Ik wil eigenlijk een dag inhalen, zodat ik de laatste dag maar een klein stukje loop, maar ik moet wel voorzichtig zijn met mijn been. Die doet af en toe zeer en ik weet niet of het mijn been is of uit mijn rug vandaan komt. Dus ik doe voorzichtig, want ik wil het natuurlijk wel halen!!!!

Jaap Jan, bedankt voor de uitgebreide uitleg van het St. Anthonisvuur, leuk om te lezen, nu weet ik tenminste wat het is. Ik was wel verbaasd dat het in 1951 nog is voorgekomen, dat had ik niet gedacht.

Het is, geloof ik, voor het eerst, dat wij onze trouwdag afzonderlijk vieren. Een gekke gewaarwording. Maar ……. voor de 38 rode rozen en één witte heb ik volgens traditie wel gezorgd, dus jullie zien: uit het oog, maar niet uit het hart!

O ja, wie post wil versturen naar Santiago de Compostela, kan dit nu wel gaan doen zo langzamerhand.

Nu de groeten van ‘pelgrim’ Theo of ‘wandelaar’ Theo en tot morgen maar weer!

Categorieën: 2006: Camino Frances | 2 reacties

Op de meseta

29,9 km – 41.428 stappen / totaal 2675,34 km – 3.842.795 stappen

Gisteravond hebben we met zijn twaalven rijkelijk van de spaghetti zitten eten en daarna zijn de mannen naar de bar gegaan. En wie zat daar weer op het terras? Juist ja, vriend David. Het is gewoon komisch.

Vanmorgen was ik er weer om half zes uit (jawel, half zes!!), dus na het ontbijt, dat nog minder is dan in Frankrijk, ging ik weer op stap. Er was een schitterende zonsopgang boven de Meseta, geweldig gewoon.

De meseta is een hoogvlakte van tientallen kilometers, er groeit heel zelden een boom, alleen maar graan en er zijn hopen stenen overal. Daar tussenin zijn dan hele diepe dalen, waarin de dorpen liggen. Het is heel groots en indrukwekkend door zijn eenzaamheid. Het lijkt misschien saai, maar ik vind het groots. Je kunt je gewoon niet voorstellen dat je echt helemaal niets ziet, zelfs geen kerktoren of zo. De dorpen liggen heel ver uit elkaar en er is geen water, dus je moet zorgen dat je voldoende bij je hebt. Je loopt en loopt en ziet geen teken van menselijk leven, tot je ineens een bordje ziet met de naam van een dorp dat er over een halve kilometer schijnt te zijn, maar waarvan je echt nog niets ziet. En dan zo’n 200 meter voor het dorp, ga je ineens heel steil naar beneden en ligt het dorp aan je voeten. Ik vind het heel bijzonder.

Ik ben een stukje omgelopen, want ik wilde langs Fuente de Sambol. Dat is een plaatsje dat bewoond wordt door hippies, zoals wij die in de jaren zestig noemden. Een stel alternatievelingen dus, die daar een refugio hebben ingericht en er is ook een camping. Nou moet je je daar niet te veel van voorstellen, want er is zelfs geen toilet. Het enige dat ze hebben, is water uit de bron. Verder is er een muur met alternatieve beschilderingen en een koepel, waar je hele goede koffie krijgt. Ik vond het erg leuk.

Tijdens het laatste stuk kwam ik langs de ruïne van een klooster, San Anton, waar de weg doorheen loopt. Ter hoogte van de poort zie je dan rechts 2 nissen, waar de monniken vroeger wijn en brood neerzetten voor de pelgrims. Boze tongen beweren dat ze de wijn zelf opdronken en er dan water voor in de plaats zetten, maar ze verzorgden daar wel de pelgrims die leden aan het St. Anthonisvuur. Iemand die weet wat voor ziekte dat is? Ik niet, maar je kon er misvormd van raken.

Jullie zien, er is elke dag wel iets te beleven. Leuke, maar ook minder leuke dingen, want ik ben het kettinkje dat ik van Geer gekregen heb, helaas kwijtgeraakt. Het was gebroken en ik had het dus in mijn broekzak gestopt, maar nu is het er niet meer. Jammer, want ik was er wel een beetje aan gehecht. Dat is dus nu onthechten geblazen.
Nu ben ik in een hotel in Castrojeriz, ik heb gedoucht en de badkamer hangt alweer vol met mijn was. In het hotel zelf heb ik geen bereik, daarvoor moet ik naar buiten. Dat is wel komisch, want buiten zit een heel stel oude vrouwen, zoals je dat vaak in dorpen ziet en die hebben mij nauwkeurig uitgeduid waar ik moet zijn om wel bereik te hebben. Dus nu zit ik op een bankje bij de bron, terwijl de dames in volle aandacht mijn koeterwaals aan zitten te horen.

Categorieën: 2006: Camino Frances | 2 reacties

Burgos op plastic schoenen

13,28 km – 18.974 stappen / totaal 2645,46 km – 3.801.867 stappen

Burgos-web Burgos

Ik heb gisteravond duur gegeten en de bediening duurde even lang als de prijs hoog was. In het begin ging het nog wel, maar ik heb drie keer om mijn dessert moeten vragen en toen was het er nog niet. Dus toen ben ik maar gaan staan en ja, dan komen ze er snel aan natuurlijk. Maar goed, inmiddels was het tien uur, dus ik heb het dessert maar laten zitten. Maar het betalen veroorzaakte ook allerlei problemen, want ze wisten niet meer wat ik gegeten en gedronken had. Dus toen gingen ze weer op zoek naar een menukaart, die konden ze ook niet meer vinden. Het eind van het liedje was dat ik zelf maar heb opgenoemd wat ik gebruikt had. Het eten was verder wel lekker, maar niet heel bijzonder. En het zag er zo goed uit van buiten. Zo zie je maar weer, schijn bedriegt en het ziet er soms mooier uit dan het is.

Dat het mooier lijkt dan het is, kun je zeker niet van Burgos zeggen. Wat is dat een schitterende stad! Gewoon een pronkjuweel van Middeleeuwse en Gotische kunst. Super, in één woord! Ik heb alles op mijn gemak bekeken, ben in verscheidene kerken geweest. Mooie kerken, maar……. ik wilde kaarsjes branden en dat ging niet. Er zijn geen kaarsjes te vinden. Grappig is dat, juist in een land waar je verwacht die overal in elke kerk te vinden, zijn ze er niet. Ja, de camino zit vol verrassingen.

De wandeling door Burgos moest ik op mijn plastic schoenen doen, want ik had mijn schoenen naar de schoenmaker gebracht om ze te laten lijmen. Om twaalf uur waren ze klaar, dus dat viel nogal mee, maar de schoenmaker keek wel zorgelijk en vreesde dat ik Santiago niet op deze zolen zou halen. Nou ja, dat zien we dan wel weer, voorlopig doen ze het nog goed.
Vanmiddag ben ik op mijn gemak doorgekuierd naar Rabe de las Calzadas. Het was wel steeds even zoeken naar de juiste weg, want ze zijn overal snelwegen aan het aanleggen en huizen aan het bouwen, dus dan klopt de route niet meer. Maar iedereen hier wijst je dan de weg en als je verkeerd loopt, is er altijd wel een auto die langzaam gaat rijden en je helpt. En iedereen wenst je: “Bueno Camino!” Dat is toch wel erg leuk.

Ik liep vanmiddag alleen, ik zag zelfs niemand voor me en niemand achter me. Heerlijk was dat even. Vannacht heb ik in Burgos trouwens in een heel goed hotel geslapen, dus hier in Rabe de las Calzadas heb ik mij weer bescheiden teruggetrokken in een refugio. Het is tenslotte niet alle dagen feest.
Waar ik nog steeds niet echt aan gewend ben is het feit dat iedereen ’s middags slaapt. Ook in de refugio’s dus. Ik ben de enige die wakker is, want ik vind dat slapen midden op de dag maar niks. Het is natuurlijk warm, maar ik ben er inmiddels wel aan gewend.

En zo gaat de pelgrim voort……..de wandelstaf geheven!

Categorieën: 2006: Camino Frances | 3 reacties

Bankstel

39,78 km – 56.838 stappen / totaal 2632,18 km – 3.782.893 stappen

Vanmorgen ben ik weer om zes uur vertrokken, want er waren heel veel kilometers te stappen vandaag. Het was een erg mooie tocht met veel vergezichten op bergen, waar ik gelukkig niet overheen hoef. Onderweg was het vandaag in een barretje cola drinken. Een cola met een lerares Engels uit Parijs, een cola met een student biologie, enz. Van cola krijg je kramp in je maag, dus ben ik maar weer overgestapt op water.

Onderweg kun je de Spaanse en in mindere mate ook de Italiaanse pelgrims goed herkennen. Die laten namelijk alles aan hun rugzak wapperen. Schoenen, waterflessen, truien, enz. Aan alle kanten wappert het, zodat iedereen goed kan zien hoe stoer ze zijn.
De fietsers hadden het vandaag ook moeilijk, want die moesten gedeeltelijk over ons pad en daar kun je niet fietsen, maar moet je lopen. Ten eerste zijn ze niet gewend aan lopen en ten tweede hebben ze daar ook geen goede schoenen voor, dus ook voor hen was het zwoegen.

We moesten een flinke helling op, dus iedereen stelt zich daarop in: hoofd naar beneden, kijken waar je loopt en klimmen maar. Bovenop de helling staat een kruis. Toen we eenmaal boven waren en het kruis bereikt hadden, vonden we aan de voet van het kruis een compleet bankstel: twee fauteuils en een zitbank. Daar sta je dan wel even van te kijken en dat was lachen natuurlijk.
Je ziet Burgos al in het dal liggen als je er nog 15 km vandaan bent. De laatste 10 km liep ik over industrieterreinen en door de woonwijken van Burgos en dat was ontzettend vervelend. Dat ziet er allemaal niet fraai uit. Maar nu zit ik dan toch maar prinsheerlijk in Burgos, in een hotel aan de rand van de oude binnenstad. Ik heb er nog niets van gezien, maar dat komt morgen wel.

De mensen van het hotel waren van mening, dat ik vandaag heel ver gelopen was. Dat klopt en ik begin nu wel een beetje slijtage te merken aan mijn linkerbeen. Niet zozeer mijn enkel, maar vanaf de heup begint het een beetje pijnlijk te worden. Dat kan ook niet anders natuurlijk na ruim 2500 km.
Geer zegt dat ik het kalmer aan moet doen en meer rust moet nemen. Het probleem is echter dat ik, als ik een korter stuk loop, er al om twaalf uur ben en meestal in een klein dorp en dan verveel je je een ongeluk ’s middags. Dus dan zeg ik tegen haar dat het geen vakantie is, waarop zij me streng toespreekt dat het dat wel is en dat ik ’s morgens mijn ‘werk’ al gedaan heb en dus ’s middags vrij mag zijn. Ach ja, misschien blijf ik dan morgen wel een dagje in Burgos of ik loop maar een klein eindje van 10 km of zo. We zullen wel zien!

Categorieën: 2006: Camino Frances | 2 reacties

Blog op WordPress.com.