25,77 km – 36.815 stappen / totaal 3067,19 km – 4.402.735 stappen
Toen ik vanmorgen om zeven uur vertrok, hoosde het nog steeds uit de lucht en liep ik tot mijn enkels in het water. Het waaide ook nog steeds als een gek, maar vanaf een uur of negen werd de wind iets minder en de regen ook. Vanmiddag was het droog, maar nog wel koud, een graad of zeventien. Gery zegt dat ik me niet aan moet stellen, maar ik vind het koud.
Ik heb een poosje gelopen met een Russische moeder en haar dochter. Het taalgebruik is dan wel lastig, maar we hebben een prachtige mix gemaakt van een paar woorden Engels, een paar woorden Frans en een paar woorden Spaans en we dachten elkaar zo heel goed te verstaan. En wie kan tenslotte het tegendeel beweren??
Tussen de middag heb ik ergens een ‘bocadillo’ gegeten: dat is een soort stokbrood doormidden gesneden en dan met van alles en nog wat erop: chorizo, kaas en wat je maar wilt. Daar kwam een Canadees echtpaar binnen en ook dat werd weer een heel gesprek. Weet je wat ook zo leuk is? Je krijgt kennissen die je nog nooit gezien hebt, of misschien wel gezien maar je wist niet dat ze dat waren. Bijna iedereen die ik tegenkom, heeft het over een zekere Yvonne, die ook uit Nederland is komen lopen en een dag voor of een dag achter me loopt. En bijna iedereen heeft het over de bisschop van Wales, die ook als pelgrim loopt. Is dat nou een heilige incognito of hoe zit dat? In ieder geval schijnt hij zich nergens op te laten voorstaan, want een priester onderweg, die erachter kwam dat hij bisschop was, bood hem een ‘echt’ bed aan en dat heeft hij geweigerd.
Hier in de refugio in Palas de Rei heb ik een Duitse lerares ontmoet. Ze werkt in het voortgezet onderwijs en had er zo de balen van, dat ze naar Santiago is gaan lopen. Als ze terug is, wil ze alleen nog maar lesgeven aan de lagere klassen. Het is dus overal hetzelfde. Zij was ook van mening dat het hier totaal niets meer te maken heeft met spiritualiteit en/of religiositeit (”Daar ging je toch ook niet voor?”, sprak Geer vals). Dus daar hebben we samen gezellig over zitten mopperen. Toen had ze het over haar eigen kinderen, ze heeft er drie in de puberteit, waarvan er één volgens haar zeggen een ‘luie donder’ is, dus toen konden we daarover ook nog mopperen als twee ouwe zeurpieten. En….. hoe meer pilsjes, hoe meer moppers. Ze heeft trouwens in Regensburg in de klas gezeten bij de paus, die haar leraar was en heeft zelfs met hem in de kroeg gezeten.
Jullie zien, ik begin alweer aardig wat nieuwe kennissen te krijgen. En ik heb weer gesmuld van jullie commentaren. Heerlijk gewoon, ik geniet er enorm van. Zoals het er nu uitziet, kan ik wel naar Finisterre en Gery zal dan de website vanuit Santiago proberen bij te houden, dus jullie zijn nog niet van me af.
O ja, toen ik in de refugio aankwam, kwamen er ook vier jonge gasten, die meteen languit op bed gingen liggen, waarop de baas van de refugio zei: “Kijk, typisch jonge gasten, gaan meteen maar op bed liggen. Laten ze een voorbeeld nemen aan deze man van dik vijfenzestig (dat was om het verhaal smeuïger te maken, want ik ben natuurlijk ook nog jong), die helemaal uit Amsterdam komt lopen en niet meteen op bed gaat liggen”. Kijk, zulke uitspraken gaan er bij mij natuurlijk in als koek. Ik zou er hoogmoedig van worden. Dus is het maar goed, dat Jan en Dorien mij via de scheurkalender een vermanend woord gaven: “Een bedevaart doe je niet om op te scheppen!” Ik zal deze les ter harte nemen!!







