Gezellig mopperen

25,77 km – 36.815 stappen / totaal 3067,19 km – 4.402.735 stappen

Toen ik vanmorgen om zeven uur vertrok, hoosde het nog steeds uit de lucht en liep ik tot mijn enkels in het water. Het waaide ook nog steeds als een gek, maar vanaf een uur of negen werd de wind iets minder en de regen ook. Vanmiddag was het droog, maar nog wel koud, een graad of zeventien. Gery zegt dat ik me niet aan moet stellen, maar ik vind het koud.
Ik heb een poosje gelopen met een Russische moeder en haar dochter. Het taalgebruik is dan wel lastig, maar we hebben een prachtige mix gemaakt van een paar woorden Engels, een paar woorden Frans en een paar woorden Spaans en we dachten elkaar zo heel goed te verstaan. En wie kan tenslotte het tegendeel beweren??

Tussen de middag heb ik ergens een ‘bocadillo’ gegeten: dat is een soort stokbrood doormidden gesneden en dan met van alles en nog wat erop: chorizo, kaas en wat je maar wilt. Daar kwam een Canadees echtpaar binnen en ook dat werd weer een heel gesprek. Weet je wat ook zo leuk is? Je krijgt kennissen die je nog nooit gezien hebt, of misschien wel gezien maar je wist niet dat ze dat waren. Bijna iedereen die ik tegenkom, heeft het over een zekere Yvonne, die ook uit Nederland is komen lopen en een dag voor of een dag achter me loopt. En bijna iedereen heeft het over de bisschop van Wales, die ook als pelgrim loopt. Is dat nou een heilige incognito of hoe zit dat? In ieder geval schijnt hij zich nergens op te laten voorstaan, want een priester onderweg, die erachter kwam dat hij bisschop was, bood hem een ‘echt’ bed aan en dat heeft hij geweigerd.

Hier in de refugio in Palas de Rei heb ik een Duitse lerares ontmoet. Ze werkt in het voortgezet onderwijs en had er zo de balen van, dat ze naar Santiago is gaan lopen. Als ze terug is, wil ze alleen nog maar lesgeven aan de lagere klassen. Het is dus overal hetzelfde. Zij was ook van mening dat het hier totaal niets meer te maken heeft met spiritualiteit en/of religiositeit (”Daar ging je toch ook niet voor?”, sprak Geer vals). Dus daar hebben we samen gezellig over zitten mopperen. Toen had ze het over haar eigen kinderen, ze heeft er drie in de puberteit, waarvan er één volgens haar zeggen een ‘luie donder’ is, dus toen konden we daarover ook nog mopperen als twee ouwe zeurpieten. En….. hoe meer pilsjes, hoe meer moppers. Ze heeft trouwens in Regensburg in de klas gezeten bij de paus, die haar leraar was en heeft zelfs met hem in de kroeg gezeten.

Jullie zien, ik begin alweer aardig wat nieuwe kennissen te krijgen. En ik heb weer gesmuld van jullie commentaren. Heerlijk gewoon, ik geniet er enorm van. Zoals het er nu uitziet, kan ik wel naar Finisterre en Gery zal dan de website vanuit Santiago proberen bij te houden, dus jullie zijn nog niet van me af.

O ja, toen ik in de refugio aankwam, kwamen er ook vier jonge gasten, die meteen languit op bed gingen liggen, waarop de baas van de refugio zei: “Kijk, typisch jonge gasten, gaan meteen maar op bed liggen. Laten ze een voorbeeld nemen aan deze man van dik vijfenzestig (dat was om het verhaal smeuïger te maken, want ik ben natuurlijk ook nog jong), die helemaal uit Amsterdam komt lopen en niet meteen op bed gaat liggen”. Kijk, zulke uitspraken gaan er bij mij natuurlijk in als koek. Ik zou er hoogmoedig van worden. Dus is het maar goed, dat Jan en Dorien mij via de scheurkalender een vermanend woord gaven: “Een bedevaart doe je niet om op te scheppen!” Ik zal deze les ter harte nemen!!

Categorieën: 2006: Camino Frances | 3 reacties

Nog even lijden

22,68 km – 32.403 stappen / totaal 3041,42 km – 4.365.920 stappen

Als lezers hun hart nog even willen ophalen aan het ‘lijden des pelgrims’, kunnen ze nu nog even genieten. Het was vandaag verschrikkelijk koud, er woei een keiharde wind en het regende niet, nee, het bulkte echt uit de lucht. Ik heb de hele dag met de poncho gelopen. Hier had ik niet meer op gerekend. De Spanjaarden hebben zo’n weggooiponcho, maar die houdt het niet met dit weer, dus nu zie je de meest vreemde uitdossingen zoals vuilniszakken links en rechts om toch nog een beetje droog te blijven. Ik heb toch een echte Hollandse poncho die tegen een buitje kan, maar ook die redt het niet meer om me droog te houden. Kortom, het is gewoon herfst. Een klein voordeel: al die regen is goed om bosbranden te blussen, waarmee de kans dat ik toch naar Finisterre kan dus groter wordt.

En ondanks de regen zie je onderweg toch weer leuke dingen. Zo zag ik vanmorgen een vader en zoon van een jaar of veertien lopen. Ik kan me zo voorstellen dat Pa daar zijn dromen bij had, het heeft wel iets, zo’n tocht samen met je zoon. Nu de werkelijkheid: vader liep met een rugzak op zijn rug en ook nog eens met de rugzak van zoonlief op zijn buik. Zoonlief zelf liep met een kop, waar de dwarsigheid vanaf straalde, met zijn stok keihard tegen de struiken te slaan. Je zag Pa denken: “Wat ben ik ooit begonnen met dat jong te gaan lopen?”
Tussen de middag zat ik ergens te eten toen er een grote groep Italiaanse meisjes binnenkwam, onder strenge begeleiding uiteraard. En ook dat kwam me bekend voor: de meeste meisjes waren makke lammeren, maar er liepen een paar dwarse meiden tussen, dat wil je niet weten. Te laat komen, niet doen wat er gezegd wordt. Kortom, ook die begeleider was de wanhoop nabij.
Maar ook iets heel aardigs: Ik ben een paar keer vier Italiaanse meisjes gepasseerd en zij mij. Dat leken net kabouters. Ze hadden een poncho aan, ieder in een andere, hele felle kleur. En ik heb ze de hele weg luidkeels horen zingen, het ene lied na het andere.

Portomarin-web

De route is nog een beetje heuvelachtig, maar niet erg meer. Wel modderig, dat wel. Dus bij aankomst in Portemarin zat alles van top tot teen onder de modder en was ik echt te smerig om aan te pakken. Omdat iedereen natuurlijk vroeg onder dak wilde zijn met dit weer waren de refugio’s al vol, dus toen moest ik wel in een hotel. Kan ik ook niets aan doen toch? Het is wel een hotel met verrassingen. Ik ben eerst lekker in bad geweest om het ‘lijden’ van vandaag grondig af te wassen. Toen ik de stop uit het bad trok om het water weg te laten lopen, liep dat wel weg, maar helaas niet langs de daarvoor bestemde route. De badkamer liep gewoon vol water. Om herhaling te voorkomen, heb ik mijn wasje toen maar in de wastafel gedaan. Daar bleek echter dat het sop wel uit de wastafel wegliep, maar via de vloer weer naar boven kwam. Ach ja, moet kunnen, zo nauw kijken we niet.

Portemarin was een dorp dat in 1962 ten prooi is gevallen aan de vooruitgang. Er is namelijk een stuwdam en stuwmeer aangelegd, waarin het hele dorp is verdwenen. Maar voordat dat gebeurde, hebben ze een paar belangrijke gebouwen, waaronder een Romaanse kerk, steen voor steen afgebroken en in het nieuwe dorp, dat een eindje verder is herbouwd, weer steen voor steen herbouwd. Je ziet in de stenen nog allemaal nummers staan, waarmee de stenen gemerkt werden. Het is wel een grappig gezicht, want verder is het hele dorp nieuw natuurlijk. Het is laag water in het stuwmeer en dan zie je ook nog hele stukken van huizen en gebouwen boven het water uitsteken.

Jan, nog even volhouden, dan mag je ook weer lopen en dan heb je één troost: voor mij zit het er dan op en ik zit dan weer thuis. Ik geniet er nog elke dag van dat ik hier mag lopen en hoewel het natuurlijk fantastisch is dat ik mijn doel bijna heb bereikt, vind ik het heel erg dat het straks afgelopen zal zijn. Maar ja, ook dat hoort erbij als je je dromen waar maakt: op een dag word je wakker.

Categorieën: 2006: Camino Frances | 5 reacties

Een rustdag: dat is pas afzien

Sarria-web

Ik was bijna vergeten dat je zoveel tijd kon hebben op een dag. Een hele dag rust, dat betekent in ieder geval pas om half negen je bed uitkomen. Na het ontbijt heb ik eerst ‘geklust’. In mijn geval wil dat zeggen dat ik mijn rugzak helemaal heb uitgepakt en weer ingepakt en vervolgens mijn was gesorteerd. En ja, als dat klaar is, wat dan? Nou gewoon, op naar het zwembad. Er is hier een prachtig Olympisch zwembad en de toegang daartoe kost € 1,43. Niet € 1,40 of € 1,45 dus. Een beetje zonnen, een beetje zwemmen en dan is het tijd voor de lunch. Die heb ik ergens langs de rivier genuttigd.

Maar ja, toen was het pas half twee. Dus eerst maar weer terug naar de refugio om te douchen, te scheren en de was te doen. Ik zit hier in Sarria in een refugio die bij een bar en restaurantje hoort en de eigenaar spreekt vloeiend Frans, dus ik kan ouwehoeren met hem. Hoera!

Dus na het kuieren door de stad en een ijsje op een terras eindig ik maar in diepzinnig gesprek gewikkeld met de eigenaar van de refugio, vele pilsjes drinkend. Ik kan hier ook vanavond eten en heb een compleet menu voor € 8. Maar tjonge, jonge, wat duurt zo’n dag lang. Ik ben blij dat ik morgen weer ga lopen. Ik moet niet zo hard lopen, anders ben ik te vroeg in Santiago en dat kan ik de welkomstcommissie natuurlijk niet aandoen.

Ik heb het volgende verhaal gehoord, maar ik kan niet voor de waarheid instaan. Men zegt dat je op het formulier, dat je in Santiago in moet vullen om je compostela (certificaat) te krijgen, moet zetten dat je de tocht gedaan hebt uit religieuze overwegingen. Er schijnen twee soorten compostela’s te bestaan: één voor de heidenen en één voor de gelovigen en die voor de gelovigen heeft meer waarde. Ik heb geen flauw idee of dit op waarheid berust, er worden ook hier zoveel verhalen verteld die later niet erg blijken te kloppen. Ik zal het wel zien bij aankomst.
Er heerst hier ook grote verwarring of het mogelijk is door te lopen naar Finisterre in verband met de bosbranden. De één weet zeker van niet, de ander weet zeker van wel. Zo zie je maar, het blijft gelukkig tot het einde toe een avontuur. Die bosbranden blijken trouwens aangestoken te zijn. Er zijn al vier mogelijke daders gearresteerd, die met blikken benzine zijn aangetroffen in de omgeving van de branden. Er is in het zuiden van Europa natuurlijk vaak sprake van bosbranden, maar hier schijnt dat echter (bijna) nooit voor te komen. Hoe durven ze, zo dicht bij Jacobus!

Categorieën: 2006: Camino Frances | 1 reactie

Een bed met lakens

20,25 km – 28.932 stappen / totaal 3018,74 km – 4.333.517 stappen

Ik heb weer een internetcafé gevonden. Gisteravond heb ik gegeten met Jaime, een Portugees van zevenenvijftig jaar die ouderdomssuikerziekte heeft. Hij is gestart in Leon en gaat naar Santiago, maar heeft veel last van zijn rug en voeten. Zijn vrouw haalt hem met de auto op uit Santiago, want hij woont in Noord-Portugal en dan is het niet zo ver naar Santiago. Jaime praat opgewekt Portugees met iedereen en bijna niemand verstaat hem. Hij probeert dan ook nog wel iets in het Frans en met handen en voeten gaat het dan wel. Aardige vent. Hij werkt op het Ministerie van Landbouw en kent Nederland op dat gebied een beetje. Dat etaleert hij dan ook zo ruim mogelijk.

Vannacht had ik in de refugio een deken, dus lekker warm en wonder boven wonder: pas om half zes gingen de eerste mobieltjes af met de meest wonderlijke melodietjes. Dan wil je wel wakker worden. Wat opvalt is dat degene van wie het mobieltje is dat het hardste blèrt, dikwijls het laatst ervan wakker wordt. Maar goed, om kwart over zes ben ik er ook maar uitgegaan en om zeven uur in de bar ernaast heb ik een ontbijtje gescoord.
Daarna op pad in de kou, maar de zon kwam al op en dan is het leed snel geleden. Boven de bergen hingen nog rookwolken van bosbranden in de omgeving, maar de branden zelf heb ik niet gezien. Daarna heb ik een mooie route gelopen naar Sarria. Daar wilde ik vroeg zijn, want Sarria ligt ruim 100 km van Santiago en men had mij verteld dat daarom veel Spanjaarden daar beginnen aan hun tocht naar Santiago, zodat ze ook hun compostela krijgen.

Onderweg heb ik gelopen met vier Spanjaarden: twee mannen en twee vrouwen. De dames spraken Engels en Frans. Zij komen uit Sevilla en dat willen ze ook weten. Alles in het zuiden van Spanje is mooier en beter dan hier. Alleen de zomers, dat moesten ze wel toegeven, waren in Galicië beter te overleven. Toen het over de verschillen tussen Noord- en Zuid-Spanje ging, vertelden ze bijvoorbeeld dat in het zuiden de dorpen verder uit elkaar liggen en ook groter zijn. Men wil dus met zoveel mogelijk mensen bij elkaar wonen. Terwijl hier in de omgeving een dorp best uit drie huizen kan bestaan met een kerkje uiteraard. Maar de dorpen liggen hier wel veel dichter bij elkaar. Ieder dus zijn eigen gebiedje. Dat klopt een beetje, denk ik, met de opmerking van een Duitser die het opgevallen was dat Zuid-Europeanen bij binnenkomst in een café aan of bij een tafel gaan zitten waar de meeste mensen zitten, terwijl Noord-Europeanen bijna altijd een leeg tafeltje opzoeken en dan liefst in een hoek. Ik gooi het maar in de groep: herkennen jullie dit??

Nu zit ik in een pension bij een café voor € 10 per nacht in een eigen kamer met een bed met lakens. Wat een weelde!!! Ik blijf hier twee nachten, omdat ik anders te vroeg in Santiago ben voor de ontvangstcommissie, die pas maandagmorgen actief wordt.
Uiteraard heb ik niet naar de data gekeken en wat blijkt: nu zit ik wel in een grotere stad met winkels, maar die zijn morgen dicht omdat het Maria Hemelvaart is. Nou ja, dan kan ik de hele dag uitslapen en me vervelen. Net zag ik Ad en Ineke hier ook nog op een terras zitten. Die blijven hier ook vannacht en gaan morgen weer verder. Die zullen dus eerder in Santiago zijn dan ik. Dat is het nadeel van vrije dagen nemen: je verliest weer een aantal vertrouwde gezichten uit het oog. Enfin, wat zei ik ook al weer? “Los laten en toelaten”.

Categorieën: 2006: Camino Frances | 7 reacties

Triacastela

21,25 km – 30.370 stappen / totaal 2998,49 km – 4.304.585 stappen

Gisteravond hebben Mireille, Marjolein en ik gegeten in een Keltische bar. Toen we terugkwamen was de refugio barstensvol. En met vol bedoel ik dan echt VOL. Dat wil zeggen: er zijn tachtig bedden en die bedden waren allemaal bezet, maar bovendien lagen er zo’n zeventig man op de vloer. Er kon geen vlo meer bij! Ik heb mijn luchtbedje maar uitgeleend aan een meisje dat op de harde vloer lag.

Vanmorgen om kwart voor vijf(!) kwam de eerste alweer tot leven. Dat is me toch wat te gortig om in het holst van de nacht te vertrekken. Bovendien is het dan echt, behalve donker, steenkoud. Ik heb mij gisteren net een nieuwe trui aangeschaft, die heb ik vannacht aangehad en dat was lekker. Dus voor mij begon de dag om kwart over zes en om zeven uur ben ik vertrokken. Het is dan een hele optocht van mensen die weer op weg gaan. Ik heb gehoord dat jonge Spanjaarden deze tocht lopen om die op hun CV te kunnen zetten en er dan bij te kunnen vermelden hoe kort ze er maar over gedaan hebben. Ja, dat is even iets anders dan melden dat je een jaar in het bestuur van een studentenclub hebt gezeten.

Maar goed, zo’n stoet valt dan vanzelf weer uit elkaar en dan gaat ieder in zijn eigen tempo verder. Toen ik vertrok was het schitterend mooi, want in het dal was het nevelig en daarboven scheen de zon. Net een droomwereld. De hele verdere route was vandaag trouwens adembenemend mooi en dat maakt de drukte weer goed. Want druk is het, alle refugio’s zijn elke avond barstensvol en je moet racen om een bed te bemachtigen. Achteraf gezien had ik misschien beter in de zomer kunnen vertrekken, dan was ik hier in een rustiger periode aangekomen, maar ja, achteraf kijk je een paard in zijn kont. En alles heeft zijn charme. Ik zit hier nu buiten en voor mij op het trottoir liggen zes uitgetelde jonge pelgrims te wachten of ze nog een plaats in de refugio kunnen krijgen.
Het gevolg van die mode om zoiets op je CV te kunnen zetten, is vaak wel dat ze totaal onvoorbereid op weg gaan en vooral op lastige stukken vallen er dan slachtoffers en kunnen ze niet meer verder. Het meisje dat nu voor pampus aan mijn voeten op het trottoir ligt, heeft bijvoorbeeld meer gewicht aan verband om haar voeten dan het gewicht van haar rugzak en ze ziet er niet echt blij uit. Dus jullie zien het: iedereen hier heeft zijn eigen Camino.

De route van vandaag ging erg steil omhoog, gevolgd door een hele lange afdaling en dat is lastig en vermoeiend. Maar om twaalf uur was ik in Triacastela, dus ruim op tijd om het gevecht om een bed voor te zijn. Geer wenste me een prettige siësta, maar zo eenvoudig is dat nou ook weer niet. Ik heb het te druk voor een siësta natuurlijk: douchen, de was doen, enz., enz. Tjonge jonge, wat heb ik het toch druk. Gelukkig nog net even tijd om op de uitnodiging van Ad en Ineke, het echtpaar dat ik bij het Cruz de Ferro heb ontmoet, in te gaan om samen een pilsje te drinken. Ja, zeg nou zelf, ook een pelgrim kan niet de hele dag aan het werk blijven toch???!!!

Categorieën: 2006: Camino Frances | 2 reacties

In Galicië

23,78 km – 33.976 stappen / totaal 2977,24 km – 4.274.215 stappen

Galicie-web

Ik vind het allemaal weer geweldig en begin aardig aan Spanje gewend te raken en het steeds leuker te vinden. Even een fout van Gery rechtzetten: Het is niet 90 km naar Santiago, maar 190 km. Je moet die vrouwen blijven controleren, anders schrijven ze onzin. Maar goed, dat daargelaten doet ze verder wel haar best. Verder roept ze dat iedereen het een prestatie van me vindt, nou, het is alleen maar gewoon doorlopen, hoor en niets anders.

Vanmorgen hebben Mireille en ik samen het eerste stuk gelopen, daarna moest zij naar de bakker en ben ik doorgelopen. De eerste 10 km liepen we naast de autoroute, maar het was zaterdag, dus niet zo gek druk. Daarna ging ik de bergen in of beter gezegd, op. Ik ben de bergrug, die de overgang vormt naar Galicië opgeklommen en bivakkeer nu op de top in O Cebreiro. Ik ben al in Galicië en dat is duidelijk te zien aan de huizen, die hier weer heel anders zijn. Ze praten ook anders, maar dat maakt mij niet uit, ik versta het toch niet. In de winkels klinkt muziek, die heel veel lijkt op Ierse muziek. O Cebreiro is trouwens een soort Valkenburg met heel veel toeristen. Maar als je nu denkt dat hier wel gemakkelijk een pinautomaat te vinden is, vergis je je, in het hele dorp is er niet één.

In alle gidsen heb ik gelezen dat het hier bijna altijd mistig is en je dus niets ziet. Vandaag echter is het heel erg helder, geen wolkje aan de lucht, hoewel ik wel met mijn hoofd in de wolken ben. Ik zit nu buiten op een bankje en heb een uitzicht over het hele dal. Ik kijk wel 50 km ver, adembenemend mooi. Het is mooi zonnig weer, er waait alleen een koude wind. Vannacht zal het dus wel koud worden, want ik heb mijn slaapzak aan Gery meegegeven. “Eigen schuld”, sprak zij hardvochtig en: “Een pelgrim moet lijden”.

Uiteraard is hier ook weer een kerk en in deze kerk staat een heel oude kelk en een bordje waarop de ouwels lagen. Uiteraard hoort ook hier weer een verhaal bij:
In de twaalfde eeuw kwamen hier monniken uit Aurillac. Eén van die monniken droeg op een morgen de mis op en er was maar één gelovige, een boertje dat de berg opgeklommen was. “Nou”, dacht de monnik, “die man is ook dom om dat hele eind naar boven te klimmen voor een stukje ouwel en een slokje wijn”. En toen gebeurde het wonder: De ouwel werd brood en de wijn echt bloed om de monnik voor zijn slechte gedachte te straffen. Mooi, hè? Ik geniet van al die verhalen.

Straks krijg ik een drankje aangeboden van Marjolein en ik zag Mireille ook alweer voorbij draven, dus alles gaat naar wens. De beide dames hebben samen mijn benen ingesmeerd met crème, want de huid was te schilferig, vonden ze. Gery beweert nu dat ik door de dames in de watten gelegd word, maar hoezo dan? Ze smeren alleen maar mijn benen in! En wat voor benen! Want wat ik nog niet verteld heb, is dat ik deze week ingehaald ben door een paar Duitse schonen, die speciaal naast me kwamen lopen om te zeggen dat ik zulke ‘schöne beine’ had!
Dat is dan ook het enige mooie dat er van me over is, want verder is het huilen met de pet op. Mager en tanig, is de juiste uitdrukking, geloof ik. Maar dat geeft allemaal niet, zolang de voeten het maar doen en dat doen ze.

Categorieën: 2006: Camino Frances | 2 reacties

We gaan weer verder

31,30 km – 44.725 stappen / totaal 2953,46 km – 4.240.239 stappen

Gisteravond was ik in Ponferrada en daar was in de refugio een Middeleeuwse kapel, waar we naar de Bénediction des Pèlerins geweest zijn. We, dat zijn Marjolein, Mireille en ik.

Marjolein,-Mireille,-Theo-w Theo, Mireille, Marjolein

Dat was erg mooi, de dienst was in vier talen: Spaans, Duits, Italiaans en Engels. Alle pelgrims moesten een stukje voorlezen in hun eigen taal. Wij hebben de Engelse tekst voorgelezen, want Nederlands hadden ze niet. Het waren een stukje uit de bijbel en een gebed. Het gaat er allemaal heel relaxed aan toe en dat heeft toch wel iets zo met zijn allen.
De refugio, waarin ik sliep, is heel erg groot. Vanochtend stegen er dus zo’n honderdtachtig man tegelijk uit bed en je kunt je voorstellen wat een hels kabaal het dan is. Het eerste uur heb ik samen met Mireille gelopen, daarna gingen we apart verder. In de route zaten wel zware stukken, maar ook hele stukken die goed te lopen waren. Er zijn hier veel heuvels, natuurlijk hoger dan in Zuid-Limburg, zoiets als in de Ardennen, maar dan met veel minder bomen. Gery maakte me erop attent dat ik, toen ik het Pieterpad liep, in Zuid-Limburg riep dat het echt al hoge heuvels waren, hoor! Dat is waar, wat lijkt dat nu lang geleden. Intussen heb ik heel wat hogere ‘heuvels’ genomen. Alles gaat goed, ik had afgelopen dagen pijn in mijn rug, maar vandaag was dat over. Ik zie nu bordjes met: ‘Santiago 90 km’, maar het is hier wel Spanje, dus een eindje verder zie ik dan weer een bordje met ‘Santago 124 km’. Hoe het ook zij, het einde nadert.

Op mijn eindbestemming vandaag, Pereje, vond ik de refugio gesloten. Marjolein en Mireille waren inmiddels ook weer gearriveerd, dus hebben we maar een tijd zitten wachten. Niet dat dat hielp, want er kwam niemand. Dus besloten we in het kroegje vlakbij maar iets te gaan drinken. En daar zat dus de vrouw van de refugio, die helemaal niet blij keek naar ons, want dat betekende het einde van haar gezellige borreluurtje. Ik heb dus al mijn charmes in de strijd gegooid en ben begonnen met haar iets te drinken aan te bieden. Toen was het ijs gauw gebroken. Deze refugio is een stuk kleiner, er zijn ongeveer dertig bedden, dus dat is goed te doen. Mireille bood aan mijn was te doen in de wasmachine, maar nu is het wasmiddel op. Dat is dus mooi pech hebben.
Maar vooruit maar, morgen nog één bergrug over en dan zijn we in Galicië!

Ik heb net even de website bekeken en wat heb je een schitterend gedicht gestuurd, Danielle! Heel erg bedankt, het is precies zo als het gedicht zegt. Gery heeft het op de gedichtenpagina gezet.

Categorieën: 2006: Camino Frances | 1 reactie

Er is een steen gelegd

36 km – 51.430 stappen / totaal 2922,16 km – 4.195.514 stappen

Vandaag ben ik de berg opgeklommen naar het Cruz de Ferro om mijn steentje neer te leggen. Dat was voor mij het absolute hoogtepunt, eigenlijk heb ik nu mijn doel bereikt, de rest is toegift.

Theo bij graf-web Vier maanden geleden heb ik op het grafje van Ernest een steen weggehaald. Daar hebben we onze namen op laten zetten.

Steen-en-gids-web

De hele weg is dat steentje met me meegereisd tot vandaag. Het Cruz de Ferro is een simpel kruis bovenop een berg stenen. Die berg stenen is ontstaan omdat alle pelgrims daar sinds eeuwen een steen neerleggen. Bij de Romeinen was dit al een gebedsplaats en vroeger dacht men dat dit het hoogste punt van de Camino was. Het blijkt dat niet te zijn, maar het is wel een plek waar je naar alle kanten uitzicht hebt.

Toen ik na mijn klimpartij in de buurt van het Cruz de Ferro kwam, zag ik het liggen met……. een groep fietsers erbij, die stonden te joelen en te hossen en te springen. Ieder zijn Camino, dat is waar, maar ik kwam er met heel andere gevoelens en dat was echt wel even slikken. Ik had zelfs even de neiging om door te lopen. Maar uiteindelijk was ik er voor mezelf, dus dat heb ik niet gedaan. Er was een Nederlands echtpaar, dat mij heeft gefilmd toen ik met mijn steentje naar boven klom om het neer te leggen.

Het was erg emotioneel, eigenlijk was het loslaten, maar tegelijkertijd ook op zijn plek leggen en vertrouwen hebben in de toekomst.
Ik liep weer terug met een goed gevoel: Die steen ligt daar goed!

Steentje-web

Mission completed!

Categorieën: 2006: Camino Frances | 7 reacties

Er zijn weer bomen

16,29 km – 23.282 stappen / totaal 2886,16 km – 4.144.084 stappen

Dat was een comfortabel dagje vandaag. Ik heb maar een klein eindje gelopen en het was een leuke route. Het landschap wordt steeds groener en ik zie weer bomen. Om twaalf uur was ik al in Rabanal del Camino, dus ik heb zogezegd een vrije middag genomen. Eerst mijn spullen even naar het hostal en dan eten. Ik zit aan het raam en wie zie ik daar toevallig voorbijlopen? Mireille. Dus tijd voor een goed tafelgesprek. De ontmoetingen hier wisselen snel. Zo zie je iemand, zo zie je hem niet meer en een paar dagen later duikt hij ineens weer op. Dat is ook wel lollig. Hier zit ik nu met een Filippijn, die Fillippijns, Spaans, Engels, Frans en Nederlands spreekt en dus van alle markten thuis is, kun je wel zeggen.

Rabanal is voor Spaanse begrippen een behoorlijk dorp, voor mij is het een klein dorp. Eigenlijk zijn er twee kerken te zien en dat is het dan. Maar wel veel terrasjes en, zoals ik net aan Geer heb uitgelegd, daar moet je wel op gaan zitten, anders heb je niets te doen. Ik hoop dat jullie dat begrijpen.

Doe ik ook nog iets anders? Jawel, ik heb vanmiddag uiteraard eerst mijn plichten gedaan. De rugzak weer eens helemaal uitgepakt, mijn matrasje weer eens goed opgeblazen en ja, toen was het weer tijd voor de siësta. Je moet je tenslotte aanpassen, nietwaar?

Ik heb het vannacht erg koud gehad. In mijn overmoed heb ik de slaapzak aan Gery meegegeven, maar ik moet zeggen dat het hier erg koud is ’s nachts. Niet alleen ’s nachts, ’s morgens als je weggaat, is het ook erg koud. En….ook mijn truien heb ik niet meer. Ik troost me dan met de gedachte dat ik, als ik een winkel voorbijkom, een lekkere warme fleecetrui ga kopen. Maar ja, die winkel is er dan net niet en dan komt de zon op en is het binnen een half uur lekker en ’s middags is het weer bloedheet, dus die trui zal er wel niet komen. En ik zal lijden. Dat is des pelgrims.
Ik ben ook twee sokken kwijt en twee knijpers, dus waarschijnlijk heb ik die in een refugio achtergelaten. Nu is het zo, dat ik niet de enige ben die daar iets achterlaat. In elke refugio is een hoek met achtergelaten spullen, van tandpasta tot kleding en daar kan de volgende pelgrim dan weer iets uit de stapel vissen, dat hij nodig heeft. Zo werkt dat.
Ik vond het heel leuk dat er een berichtje van Arlette en Etienne op de website stond. Goed te lezen dat ze het gehaald hebben. En dan ook iemand die op een Pieterpadwandeling mijn website doorkrijgt. Wat ontzettend leuk is dat toch, ik zal het erg missen als ik weer thuis ben.

Vanavond ben ik om zeven uur naar de Vespers hier geweest. Er waren ruim honderdvijfentwintig mensen aanwezig en de dienst werd geleid door de monniken uit het Benedictijner klooster. Alles in het Spaans, Italiaans en Engels en er werden liedjes gezongen uit Taizé. Dat alles in een heel oud kerkje. Ik vond het erg indrukwekkend.
Morgen ga ik 1500 meter de berg op naar het Cruz de Ferro om mijn steentje neer te leggen. Weer een letterlijk en figuurlijk hoogtepunt dus.

Categorieën: 2006: Camino Frances | 2 reacties

Jacobus hebben ze niet

31,51 km – 45.012 stappen / totaal 2869,87 km – 4.120.802 stappen

Ondanks mijn sombere voorspelling heb ik gisteravond heerlijk gegeten. Ze hebben hier trouwens ontzettend lekkere wijn. Het is een gekoelde rode wijn, ongelooflijk, maar echt heerlijk.
Dus kon ik vanmorgen opgewekt van zin weer vertrekken. De route was mooi vlak, maar een groot stuk liep vlak langs de autoweg en dat is niet prettig, want het is een heel drukke weg met heel veel verkeer en een pelgrim als ik kan daar niet meer tegen natuurlijk, tegen al dat werelds gejaag.
Maar het was een lekker dagje. Onderweg kwam ik door Hospital de Orbigo en daar is middenin de stad een brug met een knik erin. Ook bij deze brug hoort weer een verhaal:

Hospital-Orbigo-web

Er was een ridder, Sueres, die graag een vrouw wilde, maar niet kon krijgen. Daarom had hij de gelofte gedaan dat hij elke donderdag met een zware ketting om zijn nek zou lopen. Dat deed hij braaf, maar het duurde en duurde en de goede vrouw kwam niet opdagen. Dus het werd bezwaarlijk voor hem, steeds die zware ketting en hij wilde er vanaf. Dat mocht, maar dan moest hij twee weken lang, twee weken voor de naamdag van St. Jacob en twee weken na diens naamdag, met elke ridder vechten die over de brug kwam. Dat deed hij, samen met een aantal vrienden en loste die belofte in. Daarop werd hij van de zware ketting verlost en deze hangt nu in de kathedraal van Santiago om de nek van het beeld van Jacobus de Mindere (niet ‘mijn’ Jacobus). Of hij nu uiteindelijk de vrouw van zijn dromen kreeg, weet ik eigenlijk niet, maar hier spelen de inwoners sinds 2000 elk jaar dit verhaal na.

Het is ook vandaag weer ruim 33 graden, maar ik heb totaal geen last meer van de warmte, ben er nu helemaal aan gewend. Ik ben vandaag geëindigd in Murias de Rechivaldo en huis in één van de twee refugio’s. Dit is een kleine refugio, er zijn maar twaalf bedden. Er is hier ook een meisje uit Barcelona, dat een beetje Frans spreekt, dus daar babbel ik wat mee. Overigens: even aandacht voor mijn vooruitgang in het Spaans! Hier in dit heel gezellige dorp staat een Tempelierskerk met bovenin een ooievaarsnest. Dat heb ik een tijdje staan filmen en toen zag ik de deur openstaan, dus ben ik even naar binnen gelopen. Binnen werd ik opgewacht door een oude baas, die me rondleidde en alles uitlegde, uiteraard in het Spaans. Ik weet nu dat dit kerkje uit de zeventiende en achttiende eeuw stamt en dat de vijf altaren die er zijn, nog grotendeels de originele altaren zijn, waaraan hier en daar iets gerestaureerd is. Dit heb ik allemaal verstaan, nou jullie weer! Verder heeft hij me alle heiligen aangewezen die in de kerk aanwezig zijn (in steen dan natuurlijk) en ik dacht ook dat ik ‘mijn’ Jacobus daarbij zag. Helaas, dit was fout, het was St. Rochus. “Jacobus hebben we niet”, zei hij. Dat vond ik wel grappig op de route van St. Jacob. Het was een uitermate vriendelijke man, want ik mocht zelfs een stukje filmen in de kerk en dat mag hier nergens. Sterker nog, hij vroeg of ik licht nodig had en ging toen voor mij het licht aansteken. Ook dat heb ik gefilmd, dus nu zie je ineens..floep.. alle lichten aan gaan in de kerk. Met andere woorden: Ik heb vast het licht gezien.
Na mijn bezoek aan de kerk zag ik een barretje naast de kerk en daar heb ik toen genoten van een pilsje. Er kwam ook een Frans echtpaar, dat de route in gedeeltes loopt, dus daar heb ik een poosje mee zitten praten.

Ik heb nu nog ruim 250 km te gaan en Mireille, mocht je dit toevallig lezen: morgen loop ik niet ver en stop ik ’s avonds in Rabanal. Overmorgen bereik ik dan het Cruz de Ferro. Ik heb geen idee waar jij nu precies zit, voor of achter mij. Jullie zien: ook de communicatie van pelgrims onderweg is gemoderniseerd en loopt via de digitale snelweg!

Categorieën: 2006: Camino Frances | 1 reactie

Blog op WordPress.com.