Nog geen petje

Vanmorgen om kwart voor zeven stegen we in de bus om het industrieterrein zo snel mogelijk achter ons te laten en daarna was het 35 km lopen geblazen. Ik heb een stuk alleen gelopen, een stuk met een Fransman, een stuk met Terry, de Noor en zo gaan de kilometers dan onder je voeten door. En voor je het weet beland je dan in St. Guilhem-le-Desert, een schitterend plaatsje. Wie nog eens een mooie plaats wil zien, moet daar echt heen gaan. Het is in 805 gesticht door ene Willem van Oranje. Hij was een neef van Karel de Grote en na de dood van zijn vrouw is hij hier in het klooster gegaan. En in dat klooster slaapt nu een arme pelgrim, bij de nonnetjes. Nou, niet letterlijk natuurlijk en bovendien niet alleen, maar met een aantal andere mannen: de twee klipgeiten uit Zwitserland, een Fransman en Terry de Noorman. De Franse kunsthandelaar met zijn harem is een beetje eigenwijs manneke, helaas heeft hij met zijn geschiedeniskennis een paar keer bij mij het onderspit moeten delven, omdat ik iets wist dat hij niet wist en de harem keek daarbij zeer tevreden toe. Toen bleek dat hij ook nog een stuk omgelopen had, kreeg hij van de dames de volle laag: ”Jij weet toch zo goed de weg“? Ja, dan voelt een Fransman zich natuurlijk hoogst beledigd, je zag zijn ego slinken.
Ik heb hier een prachtig stempel gekregen, echt de moeite waard om te zien. Ik heb een roodverbrande kop, maar de pet is een probleem. Dat zit namelijk zo: Als er ergens petten te koop zijn, den ik er niet aan en als ik eraan denk, zijn er geen petten in de buurt.
Morgen wacht me weer een fors stuk. Dit eerste gedeelte bestaat uit grote stukken, omdat er onderweg weinig is om te slapen, maar dat wist ik thuis al, dus gewoon de blik op oneindig en wandelen maar.

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 2 reacties

Luther en Calvijn

Het gaat weer geweldig! En jazeker, ik ben het laatste stukje wel met de bus gegaan, maar dat was wel na 32 km lopen! Gedeeltelijk heb ik alleen gelopen en een deel met Terry, de Noor en met vier Fransen: een kunsthandelaar en drie vrouwen, zodat we het hier hebben over zijn harem natuurlijk. En verder ook nog met twee Zwitserse klipgeiten (of liever gezegd: klipbokken): een man van vierenzestig jaar en een man van tweeënzeventig jaar. Dus ik ben nog een jonkie! Het is wel heel opvallend dat iedereen die ik hier tegenkom, de tocht niet voor het eerst doet. Sommigen gaan al voor de tiende keer! Geer zei al streng: ”Dat ga jij niet halen“, maar ik klamp me vast aan mijn zussen, die ervan uitgaan dat dit niet mijn laatste tocht zal zijn.
Het is gewoon weer fantastisch en Montpellier is een geweldig leuke stad. Overal klinkt muziek en iedereen is op straat. Het is ook erg warm hier, ruim dertig graden. En zonder enige moeite kwam ik in het bezit van een simkaart voor mijn mobiel, dus ik ben weer bereikbaar.
We slapen vannacht in de hoofdkerk van Montpellier, de bisschopskerk. In een gedeelte hebben ze een gite gemaakt voor de pelgrims. We werden ontvangen door broeder Stephanus, die ons streng toesprak wat wel en niet mocht hier. Ik zei tegen hem dat ik Protestanter was dan Luther en Calvijn bij elkaar, maar dat vond broeder Stephanus geen ramp, want hij had ook al aan Hindoes onderdak gegeven. Dus vannacht kan ’s Heren zegen de hele nacht op mij neerdalen.

kerkklokken-web

Het enige nadeel zijn de kerkklokken. Die zijn namelijk vlak boven ons hoofd en volgens mij luiden ze elk kwartier met donderend lawaai. Ze gaan zo tekeer dat Gery ze door de telefoon zo duidelijk hoorde dat ze dacht dat ik er naast stond. Ja, als pelgrim heb je heel wat te doorstaan. Nu word ik door mijn medepelgrims aan mijn mouw getrokken, want ik moet Terry gaan halen, die staat alweer veel te lang onder de douche en we moeten nog een avondwandelingetje door de stad maken.
Het spijt mij, maar ik moet dus gaan, de pelgrim wordt geroepen! Tot morgen!

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 3 reacties

Weer in het ritme

Het was vandaag prachtig mooi weer. Ik heb gigantisch gezweten en nu ziet het overal gigantisch rood, zelfs op mijn hoofd. Ja, stil maar, ik had geen pet op, maar die heb ik nog niet. Mijn trouwe visserspet van de visclub van St. Etienne is vorig jaar in Santiago gebleven en ik ben nog geen nieuwe visclub tegengekomen. Ik zal toch niet zelf een pet moeten kopen dit keer?
Het was een prachtige tocht door wijn- en boomgaarden vandaag en over een goed begaanbare weg. Om kwart voor acht vertrok ik en om kwart voor drie had ik 29 km achter de kuiten. Ik zit nu met acht pelgrims (niet dezelfde acht van gisteren) in een gite. We hebben ieder een eigen kamer en er is een grote tuin bij. Ideaal, daar gaan we vanavond met zijn allen in eten, dus dat wordt gezellig. Al jaloers? Na aankomst heb ik gedoucht, mijn wasje gedaan en toen bellen, dus ik begin weer terug in het ritme te komen. Er zit trouwens veel te veel in mijn rugzak, allemaal troep die ik vast niet nodig heb. Geer zegt: “Gooi maar aan de kant van de weg“, maar dat gaat natuurlijk niet, ik ben wel een Hollandse pelgrim en die gooit niet zomaar dingen weg.
Ik heb vandaag een heel stuk gelopen met een Noor, Terry. Hij is altijd piloot geweest en is dus heel bekend op Schiphol. Maar, zoals hij zelf zegt, de rest van Nederland kent hij totaal niet. Hij is al een poosje opa en had genoeg van het oppassen en het huishouden doen. Wat wel grappig is, is dat hier allemaal mensen lopen, die de tocht al eerder hebben gedaan. We zijn dus oude rotten onder elkaar. Ach ja, die beginnelingen nemen deze route natuurlijk niet.
Morgen ga ik 25 km lopen en dan……..stap ik op de bus!! Ja goed, kom maar op met je commentaar, maar bedenk daarbij dat ik tenminste eerlijk ben. Op de eerste plaats heb ik de hele tocht een keer gelopen, dus ik mag nu best af en toe smokkelen van mezelf en op de tweede plaats gaat het laatste stukje van 5 km alleen maar over industrieterrein en daar loop ik niet op te wachten. Morgen hoop ik dan in Montpellier aan te komen en dan ga ik vervolgens het centrum bekijken, maar eerst op zoek naar een simkaart! Nu moet ik echt gaan eten!!

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 2 reacties

Het is wennen

Ziezo, vanmorgen om half negen ben ik vertrokken en nu ben ik na zo’n 23 kilometer met open armen ontvangen in de kathedraal van St. Giles. Ik kreeg zelfs een speciale stoel aangeboden om op te zitten en er werd ook gezorgd voor een onderdak. Ik slaap vanavond in een huis van de kerk. Ik dacht dat ik zo ongeveer de enige was, maar ik zit vanavond in de bar aan tafel met acht andere pelgrims voor het pelgrimsdiner.
Het eerste stuk ben ik langs de Rhone gelopen, erg mooi en daarna tussen de wilde paarden in de Camargue. Het is een prachtige streek en ik liep door wat ik al dacht dat het rijstvelden waren, maar dat heb ik toch maar even gecheckt. Een paar weken geleden riep ik dat ik door een vogelreservaat in de Wijdewormer was gelopen en dat bleek toen een soort baggerveld te zijn. Je ziet, Jinze, ik ga niet over één nacht ijs en het waren inderdaad rijstvelden, die onder water staan.
Over ijs gesproken, het is hier heerlijk warm, ik zeg het maar even.
Vervolgens ben ik nog heel veel kleine riviertjes overgestoken en toen was ik er. Mijn voeten hebben zich en mij (even doordenken) uitstekend gedragen vandaag, maar verder moet ik weer aan het ritme wennen en is het nog rommelig voor mijn doen. Ik ging vanmiddag douchen na aankomst en toen ik me uitgekleed had, kwam ik erachter dat ik geen handdoek had. ”Thuis vergeten“?, dacht ik bezorgd en heb mij weer aangekleed om vervolgens een half uur heen en terug naar een supermarkt te lopen om een handdoek te kopen. Dat is allemaal prima gelukt en zo kon ik weer douchen en me ook nog afdrogen met mijn nieuwe handdoek. Het was alleen een beetje pijnlijk toen ik, fris gebaad, mijn rugzak ging ordenen en .. daar keurig opgevouwen mijn handdoek in vond.

mobieltje-web Verder heb ik vandaag in allerlei tabacs een simkaart proberen te scoren, maar dat is niet gelukt helaas. Ze schijnen nu eert een kopie van mijn paspoort ergens naar toe te moeten sturen en daar heb ik natuurlijk geen tijd voor. Nu bel ik in een telefooncel, roep tegen Geer het nummer en die belt me dan terug. Wel lekker goedkoop voor mij, maar het is toch lastig dat ik mijn mobieltje niet heb om onderweg vast slaapplaats te regelen voor ’s avonds, dus ik hoop dat het in orde komt. Het zal echter nog wel een paar dagen duren voor ik een ‘echte’ telefoonwinkel tegenkom. Tot die tijd moet de pelgrim dan maar eenzaam ronddolen.
Morgen moet ik ruim 30 km lopen, dus dat zal wel iets zwaarder zijn dan vandaag en ik weet niet of er aan het einde weer een telefooncel op mij wacht, maar dat merken jullie dan vanzelf wel.

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 2 reacties

De eerste dag is gewoon zitten

Nou, dat was wel een heel ander begin dan vorig jaar, moet ik zeggen. Om half acht vertrok mijn trein uit Amsterdam CS en om daar te komen was alleen al een hele toer. In Amsterdam kun je niet parkeren, dus met de trein vanuit Zaandam leek wel een goed idee. Alleen“.de eerste trein vertrok pas om half acht en daar heb je niets aan natuurlijk.Dus we zijn met de auto naar Amsterdam-Noord gereden en hebben daar de pont naar het Centraal Station genomen. Dus uiteindelijk weer vanaf de pont en dat was dan weer net als vorig jaar.
De reis zelf naar Arles is prima verlopen. Ik zou er vanavond om half acht zijn, maar ik was er al om zes uur. En ik wil jullie natuurlijk niet meteen de ogen uitsteken, maar het is hier prachtig weer, zo’n 25 graden en iedereen zit buiten. Dus dat wordt vanavond buiten eten. Ik zit nu in een hotelletje, dus wie doet me wat. Ik ben nog wel even op stap geweest, maar het is zondag dus alles is dicht.
Ik wilde morgenochtend mijn eerste stempel halen in het kerkje op de Alyscamps. Dat is een oude Romeinse begraafplaats, die later erg gewild was onder de Christenen ook. Iedereen wilde zich daar laten begraven, ook mensen die ver buiten Arles woonden. Die lieten dan hun doden in een kist gewoon in de Rhone wegdrijven, dan kwamen ze vanzelf in Arles terecht. Ze gaven wel een goudstuk mee voor de kosten. Nu nog staan er overal de sarcophagen, maar ook in het kerkje is niet veel leven meer, want je kunt er nog wel een stempel krijgen, alleen arriveert de pastoor pas ’s middags om 4 uur. Dus dat laten we dan maar zitten, want ik wil morgen op pad!!

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 1 reactie

19-4-2007: Het thuisfront

Ja, zo gaat dat dan. Je denkt: “Laat ie nou maar naar Santiago lopen, dan hebben we dat weer gehad”. Mis dus. O, in het begin was het napraten en als mensen vroegen wat zijn volgende plannen waren, zei hij tegen mij: “Iedereen denkt nu dat ik volgend jaar weer ga lopen, hoe komen ze daar toch bij?” Ik zei niets, maar dacht er het mijne van natuurlijk. En zo halverwege de winter veranderde de toon al wat in: “t Was fantastisch, ik zou het best nog eens willen doen. Niet het hele stuk natuurlijk, maar een klein eindje of zo”. Naïef zei ik: “Nou, dan doe je dat toch deze zomer? Je hebt tijd genoeg” Ik dacht aan af en toe een weekje of zo, want, zoals me herhaaldelijk verzekerd werd, “Ik ga natuurlijk niet zo lang”.
De volgende zet was: “Als ik nou met de trein naar Arles ga, dan kan ik weer door de Pyreneeën lopen” “Waar kom je dan uit?”, vroeg ik argeloos. “Ja, wat denk je? In Santiago natuurlijk!” Ik zei nog bedremmeld: “Ik dacht dat je niet meer zo lang zou gaan”, maar werd meteen schaakmat gezet: “Dat is toch ook zo? Dit is ‘maar’ een maand of drie!!”
Ach, alles went en deze drie maanden zullen ook wel weer voorbijvliegen, net als de vorige keer. En eerlijk gezegd, ik geef hem groot gelijk. Wat moet je nou dag aan dag hier doen? Met een variatie op het spreekwoord: “Beter een blije vent in de verte dan een sikkeneurige naast je”.
De voorbereidingen zijn een stuk rustiger verlopen dan vorig jaar. Er hoefde niet zoveel meer aangeschaft te worden, er is wat rustiger getraind en nu is alles klaar om weer van start te gaan. Aanstaande zondag, 22 april, klinkt dan het startschot weer. Nou ja, startschot, het begint met een comfortabele treinreis. Om kwart voor zeven vertrekt de trein hier van station Kogerveld, Marnix en ik reizen mee tot Amsterdam CS (ja, als we maar met onze kont in een trein kunnen zitten, gaat het wel lekker). Zondagavond hoopt Theo in Arles te zijn en vanaf maandag, als ik per auto de 12 km naar mijn werk afleg, loopt mijn pelgrim de eerste kilometers. Ieder zijn camino, zullen we maar zeggen.
Ik verheug me er erg op jullie allemaal weer via de website te ontmoeten!!
Gery

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 1 reactie

Terug naar de camino

Nadat ik in 2006 weer thuis was, vroegen veel mensen mij wanneer en wat ik nog voor plannen had. Nou had ik die in het geheel niet op dat moment, want ik was nog helemaal vol van de geweldige tocht die ik toen net achter de rug had. Maar toen de ‘kruitdampen’ een poosje later wat opgetrokken waren, begon ik mezelf dat ook af te vragen: Wat nu? Ik had bijvoorbeeld naar Rome kunnen lopen, nietwaar? Of laten we zeggen van Londen naar Wenen, dat ook een lange-afstandspad is. Maar met de ervaringen van de camino nog vers in het geheugen wilde ik graag die indrukwekkende tocht nog een keer doen. De sfeer onderweg is zo fantastisch dat ik dat best voor een tweede keer wil meemaken, nu het nog kan. Er zijn mensen die deze tocht bijvoorbeeld eenmaal in de vijf jaar doen, maar gezien de leeftijd is dat misschien een beetje riskant voor mij. Bovendien: de gezondheid laat het nu nog toe en zoals ik vorig jaar in de mist op Fisterra al zei: ”Je kunt niet in de toekomst kijken“. Gery is het met mij eens, alhoewel ze er ook wel een beetje tegenop ziet, geloof ik, om weer een paar maanden alleen te zijn. Maar de afstand vanaf Arles naar Santiago moet in ca drie maanden gelopen kunnen worden. En dat is dan anderhalve maand korter dan vorig jaar vanuit Zaandam. Het startpunt Arles is sinds de Middeleeuwen al een verzamelpunt voor pelgrims die dan vooral uit Zuid-Europa (de Provence en Italië) daar samenkwamen om in grote groepen dan verder te gaan. Dat was voor de veiligheid, want alhoewel pelgrims beschermde reizigers waren, gebeurde er nogal eens wat onderweg. Ik wandel dan van Arles naar Toulouse en vandaar naar Oloron Ste-Marie. Dan heb ik de keuze: of ik steek de Pyreneeen over bij de Col de Somport en ga verder naar Puente la Reine om daar de route van vorig jaar verder te volgen, of ik loop door naar St. Jean Pied de Port om vervolgens via de gewone weg naar Biarritz/Hendaye te gaan. Vandaar kan ik de Camino del Norte volgen. Die loopt langs de noordelijke kust van Spanje via San Sebastian-Guernica (beroemd van het schilderij van Pablo Picasso)-Bilbao (waar ik het beroemde Guggenheim museum wil bezoeken)–Santander-Picos de Europa-Gijon-Ribadeo en vervolgens via Arzua weer naar Santiago de Compostela. De laatste route trekt mij het meest omdat de reis dan weer heel anders is dan vorig jaar. Maar ik weet het nog niet zeker, want de sfeer op de Camino Frances trekt mij toch ook wel weer. Nou ja, als pelgrim moet je leren loslaten, dus we zien wel hoe het komt.
Vanaf januari heb ik wat getraind, maar nu de datum dichterbij komt, word ik toch wat onzeker daarover… was het wel genoeg? Vooral de eerste dagen zijn de etappes nogal lang, dus dat wordt afzien voor Pelgrim Theo. Ook dat hoort bij pelgrimeren, maar toch. Ik neem wel minder mee dan vorig jaar. Maar toen ging ik ook eerder in het jaar en hier vandaan. Dus alles was nog op de wintertijd berekend.
Kortom, het is weer zoals vorig jaar: je kunt geen enkele zekerheid meenemen. Loslaten dus toch!!!
Gery en Marnix willen de weblog weer gaan bijhouden, dus mensen, kom maar op met jullie commentaar. Het geeft een kick onderweg om te zien dat zoveel mensen met je meeleven. Of is dat dan weer ‘hoogmoed’? Ook de rubriek ‘kaarsje branden’ is weer beschikbaar. Ik hoop daar dan weer aan te kunnen voldoen, want dat betekent dan dat ik aankom in Santiago.
Ik hoop dat jullie evenveel plezier aan de weblog beleven als ik aan het wandelen, en met de groet van de Spanjaarden gaan wij allen op onze eigen wijze van start:
VAYA CON DIOS
Theo

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 3 reacties

Camino Frances

Categorieën: 2006: Camino Frances | Tags: | Een reactie plaatsen

10-9-2006: Verslag in het Kerkblad van Zaandam

In aansluiting op mijn eerste verslag kan ik u vertellen dat mijn voetreis van Zaandam naar Santiago de Compostela, na 3240 km gelopen te hebben, ten einde is. Op 21 augustus ben ik in Santiago aangekomen en daar verwelkomd door Gery, mijn vrouw, en Marnix, mijn zoon. Het lopen in Spanje was wel heel anders dan de maanden in Frankrijk daarvoor. In Frankrijk liep ik overdag meestal alleen en ’s avonds ontmoette je daar dan je medepelgrims, waar je dan dikwijls heel indringende gesprekken, maar ook veel plezier mee had. Maar meestal waren dat er niet meer dan tien tot twaalf tegelijk. In Spanje is alles veel massaler: de eerste nacht bijvoorbeeld in de refugio van Roncevalles in de Pyreneeën sliep ik in een zaal met honderdveertig bedden! En dat is dan een cultuurschok op dat moment. De sfeer is dan natuurlijk ook totaal anders. Later went dat dan ook wel weer en vind je ook refugio’s die wat kleiner zijn, zodat je weer toekomt aan gewone contacten met je medepelgrims. Soms hoorde de refugio waar we sliepen bij een kerk of een klooster. Na het eten ’s avonds kwamen dan alle pelgrims weer samen voor de pelgrimsmis. Dat waren dikwijls indrukwekkende momenten.

Over de aanleiding om de tocht te ondernemen wordt onderling gepraat. In eerste instantie zegt bijna iedereen dat de reis gemaakt wordt, omdat men er nu tijd voor heeft of omdat men belangstelling heeft voor cultuur en kunst. Of gewoon voor het sportieve element erin. Maar als je dan wat langer doorpraat, blijkt er bijna altijd een dieper liggende oorzaak of aanleiding te zijn. Vooral in de dagen vlak voor het Cruz de Ferro wordt daar veel over gesproken. Het is gebruik om een steentje of iets dergelijks mee te nemen van huis en het daar bij het Cruz de Ferro neer te leggen. Het symboliseert dat je de last of de zorg die je meedraagt, daar achterlaat. En gedurende de dagen vlak voor de aankomst bij dat kruis, denkt men daar uiteraard over na en wordt er met elkaar over gesproken. Ik heb daar ook een steen neergelegd die ik meegenomen heb van het grafje van ons zoontje Ernest. En dat was heel emotioneel om te doen. Maar door de symboliek gaf het me achteraf toch een goed gevoel.

De aankomst in Santiago was leuk. Je ziet elkaar weer, want niet alleen Gery en Marnix waren daar, maar je ziet ook weer veel andere pelgrims die je onderweg ontmoet hebt. Dat is goed om afscheid te nemen. In Santiago heb ik ook mijn compostela in ontvangst genomen. Dat is een bewijs dat ik de pelgrimstocht gemaakt heb op de manier zoals de Katholieke Kerk dat voorschrijft. Daarna ben ik doorgelopen (nog 85 km) naar het ‘einde van de wereld’, dat is Fisterra. Dat was voor mij het echte einde van de reis. Zoals veel pelgrims doen, heb ook ik mijn kleding verbrand op het uiterste puntje van de kaap. Terwijl ik daar mee bezig was, gaf de vuurtoren achter mij een saluut als een daverend slotaccoord van een mooie symfonie. Daarmee kwam er een einde aan een spirituele voetreis met veel hoogtepunten. Ik zal er nog veel aan terugdenken.

Categorieën: 2006: Camino Frances | Een reactie plaatsen

Weer thuis

Thuiskomst-web

Je behoort zaken echt af te sluiten, dus daarom nog even een verslag van de thuisreis.

Op maandagmorgen 28 augustus ben ik om vijf over negen op de trein gestapt die mij van Santiago naar Hendaye aan de Franse grens moest brengen. Ik wilde beslist niet met het vliegtuig, omdat dat me te snel zou gaan. Nou, St. Jacobus heeft hier beslist gehoor aan gegeven: de trein moest om vijf over half negen in Hendaye aankomen, maar helaas, de remmen liepen vast en we stonden stil midden op de meseta. Vijfendertig graden en geen schaduw, geen drinken en geen airco meer in de trein. We mochten er in eerste instantie niet uit, want de zaak zou snel gerepareerd worden. Dat viel kennelijk tegen, want na een uur was er nog geen beweging in de trein te krijgen. Degenen die dat wilden, mochten toen wel uit de trein en daar stonden wij toen met zo’n tweehonderdvijftig passagiers in de middle of nowhere te wachten op een andere locomotief, die de onze eerst moest meenemen en dan weer terug moest komen om ons op te halen. Kortom, we hebben daar ongeveer drie uur stil gestaan. Dus kreeg ik alle tijd om mij te realiseren dat ik echt onderweg naar huis was. Het gevolg was wel dat wij te laat in Hendaye zouden arriveren voor de TGV naar Parijs die om elf uur ’s avonds zou vertrekken. Maar ziedaar, die trein stond nog te wachten toen wij uiteindelijk in Hendaye aankwamen. Overigens, zonder dit oponthoud, was het best een leuke reis geweest want de trein komt langs een reeks plaatsen waar ik ook al geweest was.

Maar goed, we arriveerden exact op tijd, om zes uur, in Parijs zodat ik nog vijfenvijftig minuten had om van het Gare d’ Austerlitz met de metro naar het Gare du Nord te komen. Op het Gare du Nord vraag ik aan iemand in een loket waar de Thalys naar Amsterdam staat. Hij legt het uit, maar in de haast loop ik verkeerd. Galmt het ineens heel hard over het enorme station door de luidsprekers: “Saint Jacques, à droit s.v.p.!!” Hij herkende waarschijnlijk de schelp op mijn rugzak en wist dus dat ik in Santiago was geweest. Iedereen kijken natuurlijk wie daar verkeerd liep. Het voordeel was dat de controleurs voor de Thalys wisten dat ik er aan kwam. Dus ben ik snel ingestapt en een plaats gaan zoeken. Helaas, daar zit al een meneer op mijn stoel. Ik vraag beleefd of hij wel zeker weet dat dit zijn plaats is en ja hoor, het klopt. Ik kijk nog eens goed naar mijn biljet en wat blijkt? Bij de reservering is een fout gemaakt: twee biljetten zijn gedateerd op 28 augustus 2006 en het derde van Parijs naar Amsterdam is gedateerd op 28 september 2006. Het was mij niet opgevallen, maar het was inderdaad zo. Uiteraard geeft dat dan weer discussie met de conducteur die de kaartjes controleert, maar nadat wij samen tot de conclusie waren gekomen dat het de Spanjaarden waren die er een bende van hadden gemaakt, mocht ik een plaats uitzoeken en blijven zitten tot Amsterdam.

En zo kwam ik dan om elf uur dinsdagochtend aan op station Sloterdijk. Vandaar ben ik gaan lopen naar de pont en daar ben ik om half een gearriveerd in de stromende regen. Aan de Zaanse kant zag ik al mensen staan. Gery en Marnix uiteraard en veel familie en vrienden. Geweldig dat die de moeite hadden genomen om in dit noodweer hierheen te komen. Ik kreeg een geweldige ontvangst met bloemen en zelfs een sjerp.

Daarna ben ik naar het Kunstcentrum gewandeld. Het was heel leuk iedereen weer te zien en ik zag natuurlijk weer de kans schoon mijn credencials met alle stempels te laten zien. Ja, jullie kunnen wel zeggen: “De opschepper”, maar ik ben daar apetrots op. Ook de Compostela komt dan steeds weer tevoorschijn natuurlijk.
Vervolgens ben ik naar huis gelopen. Daar hadden de buren de boel versierd met slingers en een bordje voor de deur gezet met een richtingaanwijzer waarop stond: ‘de laatste stempelpost’. Ook was er een spandoek en appeltaart die door de buren gebakken was. Bovendien een gouden medaille voor de prestatie. Het was overweldigend allemaal.

Nu is het allemaal voorbij en ik probeer weer in het gareel te komen. Dat valt niet mee. Enerzijds heb ik veel te doen, maar anderzijds komt er niets uit mijn handen. Het is ook zo druk ineens en eigenlijk zou ik de rust van de camino wel willen behouden. Maar of dat gaat lukken?? Ik betwijfel het. Maar ja, het zal allemaal wel weer wennen, hoop ik.
In ieder geval wil ik iedereen bedanken voor de reacties op de weblog, brieven, kaarten, telefoontjes, etc.

De tocht was een droomwens die meer dan dertig jaar geleden ontstond en nu gerealiseerd kon worden. Natuurlijk vooral ook omdat Gery me hierin zo ontzettend gesteund heeft. Het is veel meer geweest dan een lange wandeling, het is uiteindelijk een echte pelgrimage geworden, die mij meer heeft gegeven dan ik ooit gehoopt of verwacht heb.
Ik denk dat ik nog wat tijd nodig zal hebben om te bevatten wat deze ervaring mij opgeleverd heeft.

Voor nu: het ga jullie goed, en nogmaals BEDANKT!!!

Categorieën: 2006: Camino Frances | 1 reactie

Blog op WordPress.com.