Er zijn ook bushaltes

Vanmorgen in het hotel werd mijn ontbijt verzorgd door een mevrouw die op Moe leek, vond ik. Dat dat niet alleen uiterlijk zo was, merkte ik toen ik vertelde dat ik vandaag naar Montferrand ging lopen. Ze zei verschrikt: ”Helemaal naar Montferrand? Maar dat is ver, hoor“. Daarna boog ze zich naar me toe en fluisterde samenzweerderig: ”Maar er zijn onderweg bushaltes, hoor, en niemand zal er iets van zeggen als je een stukje met de bus gaat“. Toen bedacht ik weer, dat ik ook zou kunnen liften en dan net zou doen alsof ik zwaaide als er een auto stopte, maar als die dan zou vragen of ik mee kon rijden, ja, dan kon ik niet weigeren natuurlijk“. Daar hadden we dikke pret om samen.
Dat heb ik natuurlijk niet gedaan. Ik ben braaf gaan lopen, het hele eind, 33 km en onderweg heb ik echt niemand gezien. Het was koud en er stond veel wind, maar het was wel droog en volgens mij kunnen jullie dat niet zeggen vandaag! Het was op zich wel gemakkelijk lopen, langs een riviertje en een goed begaanbaar pad. Alleen aan het einde moest ik nog even een berg op, steil omhoog. Onderaan de berg lag een schooltje van één klas en dat was alles. Halverwege de berg was toen iets wat op een dorp leek, maar daar moest ik natuurlijk niet zijn. Nee, ik moest zo nodig helemaal bovenop de berg gaan logeren. En waar ik nu aanbeland ben, ik heb geen flauw idee, maar het lijkt op een soort religieuze commune of zoiets. Er is een ruïne en een heel oude kerk, daar hebben ze ook weer zoiets als vespers en lauden en metten en al die andere dingen, maar ik weet niet, er lopen hier allerlei alternatievelingen rond. Enfin, vanavond bij het eten zal ik er wel achter komen wat dit nu precies is. In ieder geval mag er gepraat worden dit keer. En ik heb een grote kamer, liever gezegd een soort zaal van acht bij tien meter, dus ik kan in mijn eentje wel een dansje doen. Maar dat gaat niet met mijn voet. Die is nog steeds niet over, maar ik denk elke avond dat het er toch iets beter uitziet, dus ik houd de moed erin. De afstanden elke dag zijn hier groot, want er is onderweg geen slaapplaats en dat komt nu niet zo goed uit, want ik had liever even wat kortere stukken gelopen, maar ja, voor pelgrims worden geen lieverkoekjes gebakken, rijst met bessensap is genoeg. Deze kamer is trouwens wel erg koud, dus aan ontberingen ontbreekt het mij niet. Zo hoort het natuurlijk ook op het smalle pad. Bij Toulouse hoop ik dan ook een stukje brede weg te mogen proeven, want laten we eerlijk zijn, verleidingen horen er ook bij.

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 2 reacties

Zwijgen

En-Calcat-web

Het was een heel bijzondere belevenis om vannacht in een klooster te slapen. Het was de eerste keer dat ik in een klooster sliep waar je geacht werd gewoon aan alles mee te doen. Ik ben gisteravond dus eerst naar de vesper gegaan en er werd heel veel gezongen. Inderdaad kwam een monnik me om precies vijf voor acht halen voor het eten en toen heb ik de maaltijd in de refter gebruikt. Eerst alle monniken en helemaal onderaan, aan de laagste plaats aan tafel, zat ik. En er wordt gedurende de hele maaltijd gezwegen, echt gezwegen zelfs geen ”alsjeblieft“ of ”dankjewel“?. Er wordt wel vriendelijk geglimlacht en geknikt, maar er wordt geen woord gesproken. Een monnik zat aan het hoofd van de tafel en die ging voorlezen uit een tijdschrift met alle nieuwtjes, wie er zalig verklaard was en zo. We kregen soep en brood en kaas, er was genoeg en omdat het zaterdag was, kregen we ook iets extra’s, rijst met boter en een soort bessensap. Ik vond het heel bijzonder om dit mee te maken.
Vanmorgen zat ik dus om zeven uur weer aan een zwijgend ontbijt met drieënzestig monniken en slechts drie leken. Maar het geestelijk voedsel had ik toen al gehad: de lauden in de kerk. Weer heel veel zingen, erg indrukwekkend.. Toen de maaltijd afgelopen was, begon de leek naast me, die al die tijd al nieuwsgierig naar me gekeken had, toch tegen me te fluisteren. Hij wilde weten waar ik vandaan kwam en waar ik naar toe ging. Toen hij hoorde dat ik naar Santiago ging, fluisterde hij: ”O, geweldig, ik ben Spanjaard en St Jacob is ONZE heilige. Elk Spaans gezin moet een keer naar Santiago gegaan zijn. Ik ben er al zeven keer geweest“. Dat vond ik nogal wat, tot bleek dat hij het al die keren per auto had gedaan. Schuldbewust zei hij ook: ”Ja, eigenlijk moet het zoals u dat doet“.
Bij het afscheid heb ik een fluisterend praatje gemaakt met de gastheer-monnik en hem gevraagd waarom hier eerst de Cartharen geweest zijn en later de Hugenoten. Volgens hem kwam dat omdat deze streek ver van Parijs ligt en er altijd een soort verzet is tegen Parijs. De Cartharen verzetten zich tegen Parijs en werden uitgemoord. Later werden de Hugenoten daarom ook van harte welkom geheten als een soort wraak tegen Parijs. Ik citeerde iets uit de bijbel en toen was hij helemaal verrukt. Hij kon wel merken dat ik een echte protestant was, want anderen weten daar niets van. Hij vertelde ook nog dat dit klooster beïnvloed is door het protestantisme, omdat veel monniken van origine protestant geweest zijn en dat het klooster om die reden bekend stond om zijn zeer goede bijbelstudies, aangezien ze meer bezig zijn met wat er in de bijbel staat dan naar Rome te luisteren.
Toen ik de oprijlaan afliep van het klooster kwam ik allemaal kerkgangers tegen, die me aanhielden en vroegen of ik naar Santiago ging en of ik dan voor hen wilde bidden. Hier in deze streek zijn ze er weer veel meer mee bezig dan in de streek waar ik vorige week was.
Nou, na mijn vertrek mocht ik weer praten, alleen was er toen niemand meer om mee te praten, maar dat geeft niet. Ik ben nu uit de bergen, het is hier heuvelachtig zoals in Zuid-Limburg, dus het loopt makkelijker. Ik heb het rustig aan gedaan en heb zo’n 20 km gelopen en nu zit ik in een Logis de France in Revel, een klein stadje, waar op zondagmiddag werkelijk niets te beleven valt. Verder kreeg ik een telefoontje van Terjé, dat ik in Toulouse niet de gids moet volgen, maar gewoon langs het kanaal moet lopen, want dat de rest allemaal onzin is. Nou, dan is het in ieder geval vlak! Tot morgen maar weer.

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 2 reacties

Achterin het stille klooster

…….klopte eens een pelgrim aan
Nou, of ’s Heren zegen op mij neerdaalde vandaag, weet ik niet, maar ’s Heren regen in ieder geval wel. Althans vanmorgen. Ik loop nu weer in mijn eentje natuurlijk en eerlijk gezegd bevalt me dat ook uitstekend. En wat me nu toch weer overkwam. Om een uur of half een werd het droog, dat loopt een stuk gezelliger en ik liep op een weggetje toen er ineens een auto naast mij stopte met een vrouw erin. ”Stap gauw in“, zei ze, ”dan gaan we eten!“. Nou, een pelgrim moet natuurlijk blij zijn met alles dat op zijn weg komt, dus ik stap in. We reden naar haar huis, ze woont alleen en het was er een verschrikkelijke bende, maar in een mum van tijd had ze een pan spaghetti met kip klaar en verscheen er van alles op tafel, chocola en toetjes en fruit. Zulke dingen maak je echt alleen maar mee als je alleen loopt, maar het zijn wel ontzettend leuke dingen natuurlijk. Ik heb er zo’n twee uur gegeten en gezeten en ben toen weer op mijn gemakje doorgekuierd. Mijn voet is nog steeds open, maar als ik maar blijf lopen gaat het wel. Als ik een tijd gezeten heb zoals vanmiddag, dan kost het moeite om weer om gang te komen en loop ik wel een half uur pijn te hebben. Dat is tegenwicht tegen de luxe, Jaap.
Nu ben ik aangekomen in En Caalcat en klopte deemoedig aan de deur van het klooster aan. Een prachtig klooster overigens en niet zo oud, maar honderd jaar of zo. Ik werd ontvangen door twee monniken met de woorden: ”Een pelgrim voor St Jacob sturen we nooit weg“. Ik heb een hele ruime kamer, dus echt geen monnikscel oftewel, de monniken hebben het ook wat beter gekregen.
Ik ben uitgenodigd voor de vesper van zes uur en kan dan binnendoor naar de kerk. ”Dan hoeft u niet helemaal om te lopen“, zei de broeder. En dan ga ik weer naar mijn kamer en wordt om vijf voor acht opgehaald door een monnik die me gaat begeleiden naar de eetzaal en daar eet ik gezamenlijk met de monniken. Dit is weer een heel nieuwe ervaring, maar wel genieten! Ik heb vandaag maar 20 km of zo gelopen en ben van plan om morgen ook zoiets te gaan lopen. Rustig aan, maar wel doorlopen, dan maar pijn in mijn poot! Ja, zoet maar, als het zo blijft, ga ik nog wel een keer een dokter of zo opzoeken!

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 1 reactie

Twee dagen rust

Nou, er valt dit keer niet veel te melden van het front. Ik heb namelijk zitten wachten tot mijn voet dichtging en het is nog steeds koud en het regent de hele dag. Hier word ik niet vrolijk van. Mijn voet ziet er wel iets beter uit, maar hij is nog steeds niet dicht. Nou, open of niet, morgen ga ik weer lopen en dan zie ik wel hoe ver ik kom.
Gisteravond heb ik voor een slaapplaats voor Terjé gezorgd en hebben we samen gegeten. Opvallend is dat we allebei het gevoel hebben dat het veel zwaarder is dan vorig jaar. We snappen zelf niet hoe dat komt, maar het is meer gedoe, zeggen wij. Waaruit dat gedoe dan bestaat, geen idee. Vorige keer konden we beter loslaten.
Wat een waarheid is als een koe, is dat je je van vorig jaar vooral het laatste stuk het beste herinnert, toen we al maanden gelopen hadden. Hoe het in het begin ging, weten we niet meer eigenlijk. En ik denk voor mezelf dat het er ook mee te maken heeft dat je er nu als het ware ineens middenin ploft en er vorig jaar meer langzaam aan naar toeleefde. Eigenlijk zit ik nu gewoon te zwammen, want ik weet gewoon niet hoe het komt, maar kennelijk ben ik niet de enige die het zo ervaart.
Nou, in ieder geval, vannacht lekker slapen en morgen weer verder!!

Categorieën: 2007: Camino del Norte | Een reactie plaatsen

Half om half

Gisteravond hebben we zeer uitbundig gegeten met zijn allen, het was in één woord geweldig. Dus vanmorgen na een sober ontbijt weer op pad voor een tamme wandeling (zoals wij dat noemen). Het was somber weer, maar tot twaalf uur bleef het droog. Alleen moesten we door heel veel beekjes waden en dan houd je het ook niet droog. Gezien mijn arme voet heb ik besloten vandaag maar 20 km te lopen tot Angles en daar de bus te nemen naar Castres. Ik heb mij dus het hoongelach van mijn medepelgrims moeten laten welgevallen, dat snappen jullie. Maar ik heb het gedragen als een man, want ik wil gewoon verder en dus geen risico’s nemen. Geer humde goedkeurend bij dit wijze besluit en mompelde al iets van: ”Dan neem je toch gewoon elke dag een stuk de bus“?, maar dat is geen zaken doen. Bovendien heb ik het weer geweldig naar mijn zin met dat geloop.
Om ongeveer half twee was ik in Angles en toen ik geld ging pinnen (want een pelgrim komt er niet alleen met een bete broods, wat pegulanten in de achterzak is ook wat waard, een moderne pelgrim dus die met zijn tijd meegaat), kwam het meisje van de bank met twee collega’s er juist weer aan na de lunch. Kon ik mooi meteen vragen waar de bus naar Castres stopte en hoe laat die ging. ”Nou“, zei het lieve kind toen, ”die stopt hier niet en komt hier ook niet. Er komt hier geen enkele bus“. ”Kijk“, dacht ik berouwvol, ”Jacob bestraft me meteen al“, maar het bleek dat hij toch ook medelijden kon tonen, want het meiske zei tegen een van haar collega’s: ”Waar ga jij vanmiddag naar toe? Naar Rodez? Nou, dan kom je door Castres“. En toen stond ik een half uur later in Castres, keurig afgezet in het centrum. Eerst maar op zoek naar een kamer, dus op naar de VVV. Die wisten eerst alleen maar hotels, waar de kamers € 60 à € 70 per nacht kosten en aangezien ik twee nachten wil blijven, vond ik dat toch te gortig. Uiteindelijk vonden ze toch nog een ander hotel, het minimum voor de minima zogezegd. Ik heb een kamertje met een bed, een wastafel, een houten keukenstoel en een piepklein tafeltje. Douche en toilet zijn op de gang, maar..ik zit midden in het centrum en betaal € 51 voor twee nachten. En nu kan ik tenminste als een echte pelgrim peinzen. Morgen kan Geer dus de website openen met: ”De vermoeide, oude pelgrim zat peinzend op zijn sobere kamertje…….”
Vervolgens ben ik op zoek gegaan naar een apotheek. Nou, het is hier nog net als vroeger, de apotheek staat vol met mensen die met zakken vol medicijnen de deur uitgaan. En als ze iets tegen je zeggen, praten ze niet gewoon, maar gaan ze tegen je fluisteren, zodat je verschrikt denkt: ”Ik zal wel een hele enge ziekte hebben“. Dus ik zeg tegen de fluisterende apothekersassistente dat ik pelgrim ben, dat mijn voet open is en dat ik nog veel moet lopen, en vraag of ze er een zalfje of zo voor heeft. Ja, dat kon ze zo niet zeggen, ze moest het eerst zien. En dus stond pelgrim Theo in een overvolle apotheek zijn schoen en zijn sok uit te trekken onder de belangstellende blikken van de bezoekers, die nadrukkelijk deden alsof ze niets zagen. Dus zo privé is dat fluisteren nou ook weer niet. Maar toen ze mijn voet zag, was het ”O la la“ niet van de lucht en werd ik plechtstatig naar een klein kamertje geleid, want hier moest iets aan gedaan worden. Toen werd de ‘docteur en pharmacie’ erbij gehaald, die zich ernstig over mijn bezwete voet boog. Kijk, dan heb je weer status, zoals het hoort. De voet werd ingesmeerd met een of andere knalrode vloeistof, want zalf erop was helemaal fout, en liefdevol verbonden met een prachtig verband. En verbazend hoeveel personeel er tijdens deze behandeling ineens even in dat kamertje moest zijn. Kijk, een paar maal is mij al verteld dat ik ‘schöne beine’ heb, maar mijn voeten mogen er kennelijk ook zijn. Ik kreeg een paar dozen mee van dat spul om er op te smeren en dat alles voor € 4. Ik mocht er ook wel mee lopen, maar het zou beter zijn als mijn voet, die zojuist zo keurig was ingepakt, zoveel mogelijk blootgesteld zou worden aan de open lucht terwille van de genezing. ”Dan droogt het uit“, zei het lieve kind, terwijl het buiten hoosde. Ik zag mijzelf morgen al de hele dag op mijn keukenstoel zitten met een voet buiten het raam vanwege die open lucht, maar dat schijnt iets anders te zijn dan buitenlucht. Ik moet er alleen maar geen sok of verband omheen doen. Dus Geer kan haar mooie begin van morgen niet vervolgen met: “..en staarde mistroostig uit het raam naar zijn opgezwollen voet, die uit het raam bungelde“. Maar, geloof het of niet, ik liep naar buiten (weer met sok en schoen aan natuurlijk) en het hielp meteen, ik liep stukken beter. Ik zie nu mijn familie denken: ”Ja, ja, op wie lijkt hij nu?“, maar het is echt waar. De apotheker wist niet of één dag genoeg was om mijn voet geheel te laten herstellen, maar ik weet het wel. Morgen een rustdag, maar dan weer verder. Waarschijnlijk zie ik morgenavond Terjé en ‘mijn’ Zwitsers weer, want die zullen dan wel hier zijn.
Vanmiddag ben ik naar het postkantoor gegaan en heb een doos naar huis gestuurd met spullen die ik niet nodig heb. En dat kost dan weer € 29 maar liefst. Gery heeft me vermanend toegesproken en gezegd dat ik nu morgen de hele dag kan nadenken over een paar poste restante adressen, zodat mensen een kaartje kunnen sturen. Ik beloof het!!

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 3 reacties

La Salvetat sur Agout

Het ging vandaag lekker met mij, maar met het weer allesbehalve. In de gids staat dat ik nu in een streek ben die onder invloed staat van de Atlantische Oceaan en dat heb ik geweten. Het is ook een groene streek en dan weet je het wel: regen, regen, regen! Het viel met bakken uit de hemel. Maar onder mijn poncho blijft het nog droog en de tocht was minder zwaar. Mijn voet is nog open en ik heb besloten morgen naar Angles te lopen en dan de bus te nemen naar Castres. Dat is een grote stad. Daar wandel ik dus naar een apotheek en neem een dagje rust, zodat het voetje kan genezen. Op deze manier gaat het niet dicht; ’s morgens is het beter, maar als ik er dan weer mee ga lopen, gaat het weer open. Wat ben ik toch verstandig!! Laat mij maar gaan.
Toen ik La Salvetat naderde en mijn hotel moest zoeken, dacht ik wijs dat het wel in het centrum zou zijn. Dus ik bestijg de berg zo’n 1,5 km naar het centrum, maar kon het niet vinden. Maar eens vragen aan een paar jongens. Nou nee, dan zat ik echt helemaal verkeerd, ik moest weer naar beneden, de brug over en aan de andere kant weer omhoog en dan na een kilometer of twee was het hotel. Dus ik daal weer af, steek de brug over en stijg aan de andere kant weer op. Lopen, lopen, lopen. Na 2 km: niets, na 3 km niets, na 4 km nog niets. En maar regenen ondertussen. Het land werd leger en leger, dus ik dacht: ”Dit kan niet goed zijn“. Ik had een klein eindje terug iemand in zijn tuin zien staan, dus daar maar eens vragen. Ik wilde de man net aanspreken, toen naast mij een auto stopte met een van de Zwitsers erin. Zij hadden in het dorp een pizza gegeten en toen ook de weg gevraagd, waarop een vriendelijke man had gezegd: ”Mik die rugzakken maar in de auto, ik breng jullie wel even, want het is nog een heel eind“. Onderweg zagen ze mij lopen, zijn doorgereden naar het hotel en toen is een van de Zwitsers weer met de man mee terug gereden om mij op te halen. En toen werd ik dus ook vorstelijk in de auto tot de deur van het hotel gereden. Het bleek inderdaad nog verder te liggen en het was zeker een kilometer of zeven buiten het dorp.
En nu zit ik weer prinsheerlijk in een ‘Logis de France’. Dat kan ik echt niet helpen, want de gite was vol, daar konden maar zes personen in. Het is dus pure overmacht, een kamer voor Terjé en mij, een warme douche en lekker eten vanavond. Maar ja, een pelgrim moet met alles tevreden zijn toch??
Volgens het weerbericht hier blijft het regenen voorlopig. Wees blij dat ik hier ben, want nu hebben jullie het droog. Je weet: Als ik ergens kom, gaat het er regenen, zelfs in de woestijn!

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 2 reacties

Alle seizoenen

Ik ben vanmorgen met de zomer vertrokken, bovenop de bergen was het winter en nu ben ik in de herfst beland. Dus warm heb ik het niet meer.
Gisteravond hebben we een geweldige avond gehad, het jonge stel haalde na het eten twee gitaren tevoorschijn en een drumstel en zo werd het groot feest. Ik heb genoten.
Vanmorgen weer met frisse moed op weg door een streek die vroeger bekend stond als heel gevaarlijk door de eenzaamheid en het slechte weer. Nou, gevaarlijk is het niet zo erg, maar wel heel eenzaam, het is echt een verlaten streek met heel af en toe een dorpje. Het is een leeg land. Ik heb vandaag de hoogste top beklommen voor de Pyreneeën, nu gaat het weer langzaam naar beneden. En wat het slechte weer betreft: dat kwam uit, want bovenop de berg barstte er een verschrikkelijk onweer los en zag alles binnen korte tijd wit van de hagel. Maar onder mijn nieuwe poncho blijf ik droog!
Ik dacht vandaag een stevige stok gevonden te hebben, maar het was maar een stok en geen staf. Want hoe hard ik ook op het water sloeg van een beekje waar ik doorheen moest, het water week niet, maar mijn stok brak! Dat heb je er nou van als je je eigen trouwe stok vergeten bent. Zo’n staf moet je ook krijgen natuurlijk, dan is het pas een echte!
Nu zijn we beland in een Logis de France in Murat sur Vèbre, na 28 km. Valt mee, hè, de afstand vandaag. Het is hier gewoon pure herfst. Koud en nat, ik heb mijn trui aangetrokken. Het klettert van de regen en binnen heb ik geen bereik met de telefoon, dus ik sta nu buiten onder het balkon. Het is wel grappig, want dit geldt voor iedereen natuurlijk en nu zie ik de een na de ander naar buiten komen met de telefoon. Maar er is geen ruimte meer onder het balkon, dus zij worden nat en ik niet. Aangezien dit geen echt nette pelgrimsgedachte is, ga ik maar naar binnen om het Wilhelmus te zingen in mijn eentje.

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 3 reacties

Een verschrikkelijk zware dag of?

Tjonge, wat was dat een verschrikkelijk zware dag vandaag. Ik moest steil omhoog over een pad met allemaal rollende stenen. Kortom, het was zwoegen en zweten. En ik heb nu wel een pet, maar nog geen stok en die had ik vandaag goed kunnen gebruiken. Terry, die overigens geen Terry heet, maar Terjé, en ik vertrekken ’s morgens samen, lopen verder voor het grootste deel ‘op onszelf’ en zien elkaar dan ’s avonds weer. Dat gaat prima en we lopen nu al een week zo. Dat is weer een nieuwe ervaring. Maar goed, vandaag was hij er een uur eerder dan ik en had toen al een kamer voor me gereserveerd en had zo’n medelijden met me dat hij zelfs mijn rugzak gedragen heeft. Nou moet je niet denken dat hij dat kilometers lang gedaan heeft, het was maar 15 meter. Ook hij had het verschrikkelijk zwaar gevonden vandaag, dus zijn we eerst maar eens onderuit op een terras gaan zitten om eens hard te klagen over deze zware tocht. Net toen wij elkaar en onszelf zo heerlijk zaten te beklagen dat het geen doen was en zo en dat het vandaag lijden was, kwamen er drie Zwitsers het terras op. Daar maak je dan natuurlijk het gebruikelijke praatje mee en wat zeiden die: ”Het viel vandaag gelukkig mee, hè?“ En het is echt waar, die gasten kunnen klimmen, dat wil je niet weten. Na 30 km klimmen, struikelen Terjé en ik buiten adem de berg af en zij gaan jodelend naar beneden.
Gisteravond zaten we trouwens in het hotel, waar bleek dat we de enige twee gasten waren, met een zeer chagrijnige hotelière. Er kon geen goed woord af en alles wat we vroegen, kon niet. Wat doe je eraan? Ik wist het ook niet, maar toen we gingen eten en in het restaurant kwamen dat bij het hotel hoort, riep ik: ”Wat ziet het er hier gezellig uit!“ En geloof het of niet, maar Madame draaide om als een blad aan de boom, alsof je een knop omdraaide. Uiterst vriendelijk en ineens was het natuurlijk helemaal geen bezwaar dat we de andere ochtend al om zeven uur wilden ontbijten! En wat spraken we toch goed Frans, enz. enz.
Vandaag ziet het er wat dat betreft een stuk beter uit. We hebben 29 km gelopen en zitten nu in St. Gervais-sur-Mare in een heel leuk huis met allerlei kruip-door-sluip-doorgangetjes en hoekjes bij een jong stel, dat ons enthousiast begroette. We eten hier ook vanavond en er staat lamsvlees op het menu met een toetje uit de streek. Dus dat komt wel goed vandaag.
Het is heel anders dan de vorige keer, er is een heel andere sfeer met al deze ‘ervaren’ lopers en de route is veel zwaarder. Maar dat komt waarschijnlijk, omdat ik er nu zo vanuit de trein middenin plofte en meteen met de zware bergtochten begonnen ben, terwijl dat de vorige keer natuurlijk veel later aan de orde was, toen ik al helemaal ingelopen was. Denk niet dat ik het nu minder goed naar mijn zin heb, want ik begin er weer helemaal in te komen. Mijn voet ziet er iets beter uit en eigenlijk zou ik er natuurlijk verstandig aan doen een dag rust te nemen, maar dat kan altijd nog en dat wil ik eigenlijk doen als ik in Toulouse ben, want die stad wil ik wel even goed bekijken, dus daar neem ik dan tijd voor. Jawel, ik doe heus wel verstandig en als ik denk dat het niet gaat, neem ik gewoon eerder een vrije dag! Maar voorlopig moet ik nu even naar de koele pils op het terras en dat gaat echt wel lukken!

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 1 reactie

Petje op

petje-web

Nou, de zusterlijke raad een briefje om mijn nek te doen is niet meer nodig, want ik heb een petje. Vanmorgen zijn we in Lodeve eerst naar de markt gegaan om een petje te kopen en een bekijks dat we hadden! Op den duur stond er een hele groep om ons heen. We hoefden nog net geen handtekeningen uit te delen. Maar..ik heb een pet.
Het was vandaag zo’n 25 graden, dus iets koeler, al is het bergje op, bergje af nog wel steeds zweten natuurlijk. Mijn voet is nog open en rood en dat geeft vooral bij het opstarten problemen, als ik eenmaal loop gaat het wel weer. Ik houd het in de gaten. En zolang ik (alweer) geprezen ben om mijn mooie benen verzoet dat het lijden. Er liepen twee Franse dames een stukje mee en de ene dame ging achter mij lopen, want dan kon ze steeds kijken naar die ‘jolies jambes’. Kijk, dat bedoel ik, doet Geer dat wel eens?
Er lopen hier weer allerlei nationaliteiten en soms weet ik zelf niet meer welke taal ik nu eigenlijk spreek: Duits, Engels, Frans of Nederlands. Dan roept Terry: “Engels!!“ Hij spreekt heel goed Engels en daar rommelt hij dan wat Skandinavisch doorheen.
Het is behoorlijk druk met wandelaars, want de meeste Fransen hebben een week vrij in verband met 1 mei. Het zijn meestal geen pelgrims, maar mensen die een stuk van de Grande Randonnee lopen, maar ja, ze moeten allemaal slaapplaats hebben, dus dat wordt vechten om een bed. Ik wandel de hele dag met Terry en dat bevalt tot nu toe goed, we verstaan elkaar letterlijk en figuurlijk. En we hebben vandaag, verstandig als we altijd zijn, maar 17 km gelopen, een heel lang stuk omhoog en vervolgens weer een heel lang stuk omlaag. Het is hier echt op en neer, maar wel een prachtige streek.
Nu zitten we in een waardeloos hotel. Ze hebben wel kamers met twee losse bedden, maar die kregen we niet, wij moesten maar twee kamers nemen. Ik beken, ik geef toe, niet alle Fransen zijn aardig! Mijn wasje is weer gedaan, dus ik ben voor vandaag weer klaar. We zitten nu in Le Bousquet d’Orb, een paar kilometer van Lunas. En het barst hier in de omgeving echt van de Nederlanders, een op de drie toeristen is een Nederlander. Zeg, zijn er eigenlijk nog wel mensen daar in het lage land? Of zitten die allemaal hier?
Morgen gaan we voor 30 km en dat wordt dan tweemaal duizend meter omhoog en weer naar beneden. We gaan er weer voor!

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 1 reactie

Lopen en lijden

Nog even terugkomen op de Fransman met zijn harem: vandaag vernam ik dat hij vanmorgen een taxi heeft genomen en naar huis is gegaan. Hij is dus afgehaakt. Wat zou Freud daarvan zeggen?
Maar wat hebben Terry en ik vandaag geleden, zeg, we zijn helemaal kapot in Lodeve gearriveerd en mijn ene voet is bovenop stuk. Maar ja, we wilden zo nodig stoer zijn. Na circa 25 km lopen was er een slaapplaats, dus daar hadden we kunnen stoppen. Ik liep met Terry, we waren al om zeven uur vertrokken, dus rijkelijk vroeg en we keken elkaar aan: ”Wat zullen we doen? Blijven we hier?“ Op dat moment passeerden ons de twee Zwitserse klimgeiten, die stoer doorliepen. Wij keken elkaar weer aan en Terry zei: ”Wat zij kunnen, kunnen wij ook“, dus wij vervolgden stoer onze weg. Hadden we nou maar nooit op dat onzalige idee gekomen, want vervolgens hebben we 15 km geklommen, omhoog en omhoog en omhoog. Vervolgens raakten we op de een of andere manier de weg kwijt, want we kwamen in een dorp terecht, dat 7 km voorbij onze bestemming lag, dus dat betekende weer 7 km teruglopen. We zagen wel een pad, dat een kortere weg leek, maar gezien onze zojuist opgedane ervaringen durfden we dat niet te nemen, want wie weet waar we dan weer terecht zouden komen. En ja, na 5 km lopen stonden we dus aan de andere kant van dat pad, we hadden zo door kunnen steken!
De laatste 10 km hebben we om beurten geroepen: ”Wat er ook voorbij komt, al is het een kinderwagen, ik stap in en loop geen stap meer“. Maar natuurlijk kwam er niets. Uiteindelijk waren we dus om half acht vanavond in Lodeve, twaalfeneenhalf uur na vertrek en ik schat na 47 km !!!!. Compleet versleten, maar gelukkig hadden we vanmiddag een hotel geregeld, dus een riante kamer hadden we vandaag echt wel verdiend, niet dan?
Het was gelukkig iets minder warm dan gisteren, maar ik heb vandaag vier liter water gedronken! Geer eiste voor morgen een rustdag, maar die thuisblijvers hebben er natuurlijk geen verstand van, we gaan morgen gewoon weer een stukkie lopen! Mijn voet is netjes verzorgd en voor morgen heb ik een soort nylon sokje gekregen om er omheen te doen, dat schijnt goed te zijn. Dus wij dispereren niet! Maar namen wel een kloek besluit: morgen een Michelinkaart kopen, zodat we weten waar we ons bevinden en een kortere route kunnen uitzoeken, wanneer we dat nodig vinden. Wat ik nu heb is een gids van de Grande Randonnee en dat is net als in Nederland, zo’n route maakt omwegen om je langs de mooiste plekjes te laten gaan. Nou, die mooie plekjes zien we dan wel ergens anders!

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 1 reactie

Blog op WordPress.com.