Vreemde rijst……

Gisteravond hebben we dus zelf eten gemaakt, paella. Bij het klaarmaken bleek dat er nog rijst bij moest en dat hadden we natuurlijk vergeten te kopen. Dus wij keken in de keuken of er ergens rijst te bekennen was. Een Spanjaard vond toen een zakje, zei: ”Hier is rijst“ en strooide vervolgens behulpzaam drie handen rijst bij de paella. Alleen bleek de rijst geen rijst, maar zeezout te zijn!! We hebben driftig gespoeld en gespoeld en toen was het nog best lekker, alleen wel een beetje erg zout.
De baas van de refugio was een soort generaal, hij leek wel een gevangenisdirecteur. Om half elf kwam hij hoogstpersoonlijk het licht uitdraaien. Uit met de pret en slapen!! Er zat een of ander spul in de matras, ik weet niet wat het was, maar als je je omdraaide of een been verlegde, gaf dat een knal alsof het onweerde. Als je met meer mensen op een kamer ligt, geeft dat dus een heleboel knallen, want iedereen draait wel. Zodoende deed niemand een oog dicht en was het dit keer een barre nacht.
Maar vanmorgen hebben we eerst heerlijk ontbeten in een cafetaria en zijn toen om negen uur op pad gegaan. En het weer is subliem!! Heerlijk zonnig, een feest om daar op je gemak bij te wandelen.

spoorbrug-Polanco-web De ´gevangenisdirecteur´ had ons verteld dat er tussen tien over negen en tien voor half tien een trein over de spoorbrug reed, maar omstreeks die tijd was er echt nog niets van een spoorbrug te bekennen. Al met al was het over tienen toen we de spoorbrug in zicht kregen en toen we er vlakbij waren kwam er dus een trein aan. Nou, die machinist was duidelijk gewend dat er vaak pelgrims over de brug liepen, want hij reed heel langzaam en toeterde en zwaaide gezellig toen hij zag dat ik stond te filmen. Daarna hebben wij de wandeling over de spoorbrug gewaagd. Het is wel grappig, want overal staan weliswaar borden dat het ten strengste verboden is over de spoorbrug te lopen, maar alle gele Jacobspijlen wijzen wel de weg naar de brug en erna ook weer keurig gele Jacobspijlen die je de verdere weg wijzen. En er loopt een keurig voetpad over de brug.
De brug heeft ons wel 7 km omweg bespaard, zo hadden we tijd om tussen de middag eens lekker te eten. We kwamen om half een in een klein restaurantje, waar we iets hebben gedronken en gevraagd of we een sandwich konden kopen of zoiets. Nou, dat kon niet, daar begonnen ze niet aan, dat was veel te weinig. Dus we werden vriendelijk gevraagd tot één uur te wachten, want dan kwam het menu van de dag. Nou, daar kun je geen nee tegen zeggen natuurlijk. Om precies één uur en geen seconde eerder kwam het eten op tafel en was het restaurantje ook plotseling helemaal vol. We hebben er heerlijk gegeten, dat sterkte ons voor de rest van de wandeling. Toen Marianne vervolgens nog een weggetje vond waardoor we nog eens 2 km bespaarden, was dat helemaal kat-in ´t-bakkie en kwamen we na 21 km lopen in de refugio in Polanco aan. Het is een piepkleine refugio, er zijn nu twee Duitsers, een Oostenrijker en wij en het laatste bed dat er nog is wordt bezet door een Fransman, die er nu net aan komt lopen, terwijl wij buiten heerlijk in de zon op een bankje voor de refugio zitten. Ach, wat kan het leven goed zijn!! Ook omdat nu, dankzij de wonderpleisters van Marianne, het wondje op mijn voet weer dicht is. Ik ben benieuwd hoe dat morgen gaat!

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 6 reacties

Onze man uit Santander

Hallo, daar ben ik weer vanuit Santander. Het was mooi weer vandaag en na een uitgebreid ontbijt zijn Marianne en ik weer op stap gegaan. Vandaag hoefden we niet zo ver en bovendien hadden we als afwisseling een boottochtje over de baai naar Santander. Dat is altijd weer leuk om te doen.
Gisteravond hebben we luxe gegeten in een goed restaurant van de posada waar we hebben geslapen. Vanmorgen hebben we eens uitgeslapen en gingen dus pas om negen uur weg. Marianne was haar drinkfles vergeten en is nog terug gegaan om hem weer op te halen. Maar zij loopt over het algemeen toch sneller dan ik en heeft mij dan ook binnen een uur al weer ingehaald.
We hebben weer de autoweg genomen omdat het officiële Sint Jacobspad zulke idiote slingers maakt. Hoewel er wel dreigende wolken waren, is het droog gebleven en was het vanmiddag zelfs zonnig. Dat doet een pelgrim goed, want we hebben in Santander op het strand een pizza kunnen eten.
Nu zijn we in de albergue van Santander en morgen moeten we een route volgen van 34 km. Maar….. men zegt dat we, als we over een spoorbrug gaan (WAT OVERIGENS STRENG VERBODEN IS), we dan 7 km kunnen afsnijden. Dus dat is wat we gaan doen natuurlijk…………….
Maar nu gaan we eerst boodschappen doen, want we koken zelf vanavond, dus dat zal wat worden.

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 3 reacties

Over gebaande wegen

Marianne is wijkverpleegster en die heeft gisteravond mijn voet verzorgd met een pleister met een soort kussentje en folie daaroverheen en dat alles ademt. Ik heb de hele dag geen last van mijn voet gehad, want het is door de schoenen natuurlijk wel weer open gegaan. Dus onderweg de apotheek weer eens opzoeken om deze ‘wonderpleisters’ aan te schaffen. Ja, als pelgrim kun je het maar druk hebben! Het was tot in de middag stralend weer vandaag en dat kwam goed uit, want we hebben een heel eind langs het strand gelopen. Dat was wel lekker bij een hele rustige zee. De stranden lagen dan ook vol zonaanbidders en dat is dan wel komisch als je daar doorheen sjouwt met je rugzak en grote schoenen. Dan heb je bekijks!!
Vanmorgen hebben Marianne en ik besloten samen te lopen en geen modderpaden te nemen, maar over de begaande wegen te gaan. Eerlijk gezegd is dat ons uitstekend bevallen.
Nu is het ineens weer een stuk kouder en ik zie donkere wolken, maar het regent nog niet en we zijn in ieder geval al in de albergue van Guriezo, dus vandaag blijven we droog. En morgen? Dat zien we dan wel weer.
Voorlopig heb ik andere zorgen, want ik ben ergens mijn wasmiddel vergeten. Zo zie je, ook een dag als pelgrim heeft zijn eigen zorgen, het leven is zo eenvoudig nog niet. Jullie lachen hierom natuurlijk, maar ja, jullie fietsen nu even naar de supermarkt om nieuw wasmiddel te halen en dat kan ik toevallig niet. En jullie kunnen denken: ”Nou, dan was ik een dag later“, want jullie hebben nog een kast vol kleren, maar ik niet, althans niet hier. Dus eigenlijk hebben jullie helemaal geen zorgen en ik wel.
Ach, kon ik het altijd maar zo zien!!

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 4 reacties

Als het schort maar schoon is

Gisteravond hebben we gegeten in een bar bij de albergue, met een Frans stel. Toen het eten op tafel kwam, zag het er niet erg lekker uit en als je het Franse stel daarnaar zag kijken…. dat was alleen al dikke pret. Ze gingen ook meteen vertellen dat ze op de televisie gezien hadden dat ze ergens in Spanje toch heus wel lekker schenen te koken. Het eten was ook niet lekker, maar ik dacht: ”Niet zeuren, gewoon je bord leeg eten“. Maar toen kwam de kokkin uit de keuken en ging recht tegenover me aan de bar zitten met een schort aan, zo verschrikkelijk vuil en smerig dat je misselijk werd van het zien alleen al en dan daarbij te bedenken dat ze met dat schort aan ons eten had staan koken. Nou, dat was genoeg om alle eetlust te doen vergaan. Dus we hebben niet veel gegeten, maar wel erg veel gelachen met zijn vieren.
Vanmorgen ben ik om acht uur vertrokken zonder ontbijt. Dat gaf niet, want ik ben nu met een pelgrimse op stap, die zo zuinig is dat ze drie dagen lang haar brood bewaart ‘voor het geval dat’. Met een heleboel kaas erop om het zacht te krijgen is het heus wel te doen, hoor! Ik heb trouwens bij vertrek overmoedig mijn poncho in de rugzak gestopt, dus regende het na een kwartier pijpestelen!! Later werd het tenminste wel weer droog, dus dit is winst.
Na een uur of twee kwamen we bij een bar voor de koffie en de baas van de bar vond het geweldig dat we langskwamen, hij voelde zich erg vereerd. Leuk is dat. De kok kwam ook speciaal ervoor binnen en had een brandschoon schort aan. Dat viel ons meteen op natuurlijk!
Bij Laredo moesten we op de pont wachten, die ons over de baai zou zetten. Marianne meende de boot al aan te zien komen, want ze zag de brug van het schip al. Intussen hadden we mooi de tijd om aan een Duits stel, dat ook stond te wachten, te vragen wat nu in vredesnaam ‘bekocht’ betekende. Ik heb namelijk een Duitse gids en daar staat in dat er in een of andere albergue voor ons bekocht wordt. ”Het is heel vreemd Duits“, zei het stel, ”maar het betekent dat er gekookt wordt.“ Ik weet zeker dat, als ik dat op school opgeschreven zou hebben, het fout gerekend was. Inmiddels was het schip ons genaderd, alleen bleek het niet de pont te zijn. Die kwam daarachter: een piepklein notendopje, dat aanlegde op het strand en de loopplank vervolgens gewoon op het strand schoof. Wij moesten dus eerst nog een stuk over het strand baggeren om te kunnen inschepen. Maar we werden keurig overgezet en kwamen in Santona aan. Daarna was het heel lang lopen op zoek naar de albergue waar voor ons ‘bekocht’ zou worden. Het werd later en later, we liepen langs een grote weg en zagen ineens aan de kant van de weg een hostal. Wat doe je dan? Juist, je geeft de rugzak aan Maarten om maar eens een variant te gebruiken en betreedt het hostal. Daar hebben we nu een kamer met bad, douche, zeep, shampoo, alles !!! Wat een luxe. En.. er wordt ook hier voor ons ‘bekocht’.
Het was een lange dag, want we kwamen pas om half zeven hier in Bareyo aan en waren al om acht uur weggegaan, maar het was wel een mooie dag. Morgen hopen we Santander te bereiken.

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 1 reactie

En hij zweefde over de wateren

De wonderen zijn de wereld nog niet uit, want, nu geheel ingesteld op regen en modder, gebeurde het volgende: vanmorgen een heel klein miezertje en vanaf een uur of elf kurkdroog en stralend weer en nu zit ik met mijn blote voeten op een luie stoel in het zonnetje voor mijn albergue en het schijnt morgen nog iets beter te worden. Vandaag was het dus een uiterst comfortabele dag, niet in het minst omdat ze hier schijnen te begrijpen wat een pelgrim toekomt.

Getxo-web Bij Getxo moest ik de rivier oversteken en daar hebben ze een soort zweefbrug gebouwd. Het is een heel hoge brug, waaraan aan hele dikke kabels een soort spoorwegwagons hangen en daar gaat alles in: auto’s, fietsen en wandelaars. Het is net een kabelbaan, maar dan met hele grote cabines. Je doet zelf niets en je zweeft als het ware over het water. Ik voelde me net Petrus. Maar toen ik dit naar Geer sms-te, kreeg ik meteen te horen, dat zij dan wel Martha was, aangezien zij met de stofzuiger door de kamer zweefde. Ach ja, de één heeft dit, de ander dat! Toen ik aan de overkant kwam, was de pret nog niet voorbij. Je komt natuurlijk aan de overkant van de rivier aan, die laag ligt en moet dan een heel eind naar boven. Laten ze daar nu keurig rollende voetpaden voor aangelegd hebben, net zoiets als op Schiphol. Je gaat er op staan en komt riant boven. Toen daarna nog een zeer goed begaanbaar wandelpad volgde van ruim 12 km kon mijn dag uiteraard niet meer stuk en ben ik van pure vreugde maar een stukje verder gelopen dan ik oorspronkelijk van plan was, maar het ging ook zo lekker!
Nu zit ik dus vorstelijk voor de albergue in Pobena, samen met Marianne uit Barchem, die hier ook net binnen kwam lopen. We zijn de enige twee gasten hier en ik hoor nu de centrifuge draaien, waarin mijn wasje zit, dus het is pure luxe vandaag. Ik zag trouwens in het gastenboek dat Jim hier gisteren geslapen heeft, dus dat was wel grappig, die zit dus ook nog op schema.
Ik heb vandaag ook een stuk langs het strand gelopen, dat loopt best lastig, maar is wel erg mooi natuurlijk. Je ziet hier de vloed echt als een razende opkomen, dat gaat bliksemsnel, omdat het verschil tussen eb en vloed ook veel groter is dan in Nederland. Je moet dus goed opletten, anders loop je ineens te pootjebaden en dat is nou ook weer niet de bedoeling.
Kortom, pelgrim Theo is in zijn hum vandaag!

Categorieën: 2007: Camino del Norte | Een reactie plaatsen

Guggenheim

guggenheim-web

Het Guggenheim museum is in één woord fantastisch! Niet alleen dat er erg veel moois binnen te bewonderen valt, maar het gebouw zelf is gewoon het aller-, allermooist. Behalve de vloer, die geen enkele drempel heeft, is niets recht, het is adembenemend indrukwekkend en groots. Ik vind het geweldig dat ik dit nu met eigen ogen heb gezien, alleen dit al maakt de hele reis weer ruimschooits de moeite waard, al zou ik verder niets meer zien. Even voor Arij: de pup, die we deze winter tijdens onze cursus op een dia hebben gezien, heb ik nu in het echt mogen bewonderen en het is echt heel erg mooi, al die bloemen. Kortom, een waar hoogtepunt. Buiten heb ik mezelf op de video gezet en Gery zal proberen of ze de link op de website kan krijgen. Op zich stelt het niets voor, hoor, maar ik vond het wel grappig om te doen.
Bilbao is verder trouwens ook een leuke stad, overal muziek op straat en vanavond ergens op een plein een concert. Ik ben op zoek geweest naar het internetcafé, waar ik gisteren geweest ben, maar kan het niet meer terugvinden. Straks ga ik op zoek naar een kaart van de streek, want al die modderige paden heb ik nu wel gezien en als alternatief alleen de hoofdwegen is ook geen pretje, dus als ik wat landelijke wegen kan vinden, die toch redelijk begaanbaar zijn, neem ik die. De rest van ‘onze’ groep pelgrims is vandaag doorgelopen, dus die zal ik wel niet meer zien. Het zij zo! Maar ik heb er absoluut geen spijt van dat ik deze dag heb ingelast, ik had hem niet graag willen missen!! Nu heb ik vandaag de hele dag op mijn plastic schoentjes gelopen in plaats van op mijn wandelschoenen en….. nu is het wondje helemaal dicht. Er zal toch wel iets in die wandelschoenen zitten, wat niet helemaal klopt. Morgen zal het dus wel weer open gaan, maar alla, er zijn ergere dingen. Ik blijf hopen op een beetje droog weer, maar ja, iedereen zegt dat het hier gewoon heel erg veel regent, dus ik leg me er maar bij neer en pas mijn route er op aan. Alles sal reg kom!! O ja, gisteren ben ik ook nog door een plaats gekomen die Bolivar heet, dat was ik nog vergeten te vertellen. Niet lachen, maar daar is de bet-, bet-, betovergrootvader van Simon Bolivar geboren, de grote Zuid-Amerikaanse vrijheidsstrijder. Dus daar is men erg trots op. Tegen Bolivar mag je trouwens ook Bolibar zeggen, want in het Baskisch is de v hetzelfde als de b. Dat maakt het er nou niet echt makkelijker op. Het Baskisch is echt een heel eigen taal en heeft geen enkele connectie met enige andere taal. Men vermoedt dat het oorspronkelijk uit Afrika komt, maar ook dat is helemaal niet zeker. Intrigerend is het wel, dat taaltje, als ik een plaatsnaam op zijn Baskisch uitspreek, wordt er aan alle kanten goedkeurend naar me geknikt. Zo hoort het!!

Categorieën: 2007: Camino del Norte | Een reactie plaatsen

Tijd voor Guggenheim

Ja hoor, daar ben ik weer. In een internetcafe met uitsluitend Marokkaanse jongens die voetbalspelletjes doen. Op z’n Hollands gezegd: een klereherrie. Maar ja, even kijken wat er zoal op de site staat is ook belangrijk.
Vandaag zijn we om acht uur vertrokken uit de albergue in Guernica. Jim en ik hebben besloten geen modderpaden meer op te zoeken, dus we hebben de gewone weg naar Meluza genomen. Nou was dat misschien wel een verstandige beslissing, maar, zoals zo dikwijls, geen fijne. We liepen langs de autoweg en moesten steeds wegduiken om erger te voorkomen. Maar het was prachtig weer, dus wij dachten overmoedig en Amerikaans optimistisch dat het vandaag wel zo zou blijven. We hebben later wel een wat rustiger kleine weg genomen, maar het verkeer blijft langs je heen razen. We hielden tot dan wel schone kleren vandaag.
Om twaalf uur hebben we in een tienda wat gegeten en gedronken en zijn we weer doorgegaan. Net toen ik Marnix had ge-sms’t dat het bijna voorjaar was in Baskenland, werd het bijna donker en sloeg de hagel in mijn gezicht. Noodweer binnen een half uur!! Maar een uur later konden we weer op een terras iets drinken. Je houdt het echt niet voor mogelijk hoe snel hier het weer volkomen kan omslaan.

Maar goed, we liepen op de gewone weg, dus geen modder deze keer. Dat was voor de anderen wel anders, want die kwamen het bos uit als bavianen, vreselijk onder de modder. Om drie uur waren we in Lezama en wat bleek? De refugio was nog gesloten: nog geen seizoen. Daar stonden acht verregende pelgrims na een dag lopen in de regen zonder onderdak. Er was wel een casa rural, maar die kostte per persoon tussen € 48 en € 64 per persoon, veel te duur natuurlijk.

We hebben toen besloten dat we met de trein naar Bilbao zouden gaan en dat is ook gebeurd. Voor ik weer commentaar krijg over het openbaar vervoer: het was maar 10 km, hoor!! O ja, er was ook nog een Fransman uit Nantes. Hij was in één keer van Orio naar Lezuma gelopen, dat is 56 km. De hele nacht was hij doorgelopen, omdat het toch volle maan was volgens hem.
Wij waren trouwens collega’s: hij was ook marinier geweest, net als ik. Alleen was hij dat ongeveer veertig jaar en ik maar twintig maanden. Maar toch…. Hij kende Den Helder goed omdat hij daar regelmatig geweest was. Hij noemde ook nog Hollandse namen, maar die kan ik niet herhalen want hij deed dat op z’n Frans.
Verder heb ik afscheid genomen van Jim, want die gaat door natuurlijk en ik wil hier blijven om in ieder geval het Guggenheimmuseum te kunnen bezoeken. Ik zit in een pension in de binnenstad van Bilbao en Caty zou hier meteen een misdaadverhaal van kunnen maken, want het voldoet aan alle eisen. Een hospita met verdachte ogen, ik zit in een klein kamertje op de vijfde etage waar ik alle krakende trappen op moet lopen, enz., enz. Overigens is er wel een afbeelding van het schilderij van Picasso: een kopie als mozaïek op een muur. Ik vond het heel mooi.
Morgen wordt het dus een rustige dag. Ik hoop dat het dan tenminste even droog blijft, want op dit moment giet het weer uit de lucht.

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 2 reacties

Guernica

Jim en ik hebben een gruwelijk zware ochtend gehad, het was gewoon niet leuk meer. Hoewel het nu droog is, is het overal een grote modderpoel en de paden zijn bijna onbegaanbaar. Nu denk je misschien: ”Nou ja, een beetje modder, dat loopt misschien minder lekker“, maar laat ik jullie dan even uitleggen wat ik bedoel met modderig. Stel je voor: er is een pad, of althans, er is iets wat een pad hoort te zijn, maar dat nu een geul is waar modderwater doorheen stroomt. De kanten lopen schuin op, dus als je aan één kant loopt, glibber je met dezelfde vaart weer naar beneden. Er zit niets anders op dan wijdbeens over de geul te lopen met je linkerbeen aan de ene kant en je rechterbeen aan de andere kant. Vervolgens zet je je stok in die geul en schuifelt met stapjes van niet meer dan 20 cm vooruit. Dat doe je dan een paar honderd meter achter elkaar. Dan komt echt het moment dat je tegen elkaar zegt: ”We zijn hartstikke gek! Dit is echt geen pelgrimage meer, want als die pelgrims vroeger zo’n pad gehad hadden, waren ze er meteen mee opgehouden. We stoppen ermee, dit is geen doen“. Nou valt er weinig te stoppen, want je moet wel eerst doorlopen om ergens anders te komen natuurlijk. Dus schuifel je samen klagend, steunend en glijdend verder. Gelukkig heb ik inmiddels in het bos weer een nieuwe stok gevonden. Als een echte padvinder heb ik er de zijtakjes afgebroken en met een steen de stok een beetje glad geslepen en nu bezit ik een echte Baskische staf: kort, stevig, dik en niet mooi!
Enfin, om een uur of twaalf komen we in een dorp aan, het zonnetje schijnt, het is droog en het terrasje lokt. Het eten smaakt voortreffelijk, de modder droogt op en zie, de twee klagende en steunende pelgrims veranderen in twee opgewekte kerels, die het helemaal zien zitten. Zo gaat dat dan. De rest van de route hebben we over de gewone weg gelopen, want we vonden dat we voor vandaag genoeg geleden hadden. Om een uur of vier arriveerden we in Guernica (Gernika heet het hier) en kwamen terecht in een schitterende refugio met ruime douches en een wasmachine en droger! Kijk, zo wordt de zwoeger beloond. Wat kan een mens toch tevreden zijn met apparaten die hij thuis de gewoonste zaak van de wereld vindt.
Als het wasje gedaan is en de voeten zijn weer schoon, wordt het tijd voor een bezoekje aan de stad. Het liep al tegen een uur of vijf en tot vooral Jim’s ongenoegen was het museum al dicht, want voor hem was het ‘midden op de dag’. Vervolgens zijn we naar het buitenmuseum gegaan, waar de ‘Heilige Eik’ staat. Onder die eik vonden in de Middeleeuwen de vergaderingen plaats van de Baskische stammen, nu is het nog maar een grote stronk. Maar ernaast hebben ze het Parlementsgebouw gebouwd. Ik vond het een beetje protserig gebouw, maar het is de trots van de Guernicanen. Iedereen zegt dat je dat beslist moet gaan zien. Wat opvallend is, is dat er echt niemand over het bombardement praat, dat door Picasso is vereeuwigd en er is ook geen enkele afbeelding van in de stad. Het schilderij zelf hangt in Madrid, maar je zou toch minstens verwachten dat je hier een reproductie zou kunnen kopen. Niets dus. Wel overal kreten als: ”Tourists, this is not Spain, this is Basque“. Ik mag ze wel, die Basken, niets geen poeha, gewoon aardige mensen.
Toen begon het weer te regenen en werd het tijd om de refugio op te zoeken, waar inmiddels dezelfde gasten als gisteren zijn gearriveerd, dus dat wordt vanavond weer gezellig met z’n allen eten! En daarna gaan wij pelgrims dan toch weer zeer tevreden slapen!

Categorieën: 2007: Camino del Norte | Een reactie plaatsen

Een dag zonder poncho

Hoera, een dag zonder poncho! Het is de hele dag droog gebleven, hoewel alles nog wel nat is, maar dat mag me de pret niet drukken!
Gisteravond zijn we uitgenodigd door een meneer, die even langs kwam, een kijkje te nemen in de Baskische herenclub. Die bestaat uit twee ruimtes. In de ene ruimte staat een keuken van wel twintig meter lang en om de beurt wordt daar door een van de heren gekookt. Ze koken allemaal delicatessen van de streek en er komt geen vrouw in de keuken. In de andere ruimte eten ze dan met zijn allen. We hebben er een pilsje gedronken en daarna zijn we met zijn achten gaan eten. Allemaal pelgrims die in de piepkleine refugio zitten: een Frans stel, een Franse jongen van een jaar of vierentwintig, twee Duitse vrouwen, een Spanjaard, een Amerikaan en ik. Dus internationaal en hartstikke gezellig!
En vanmorgen weer opgewekt samen met Jim op pad. Het was weer heel veel op en neer en op een gegeven moment kreeg Jim (hij is 72 jaar) last van zijn knie en ik kreeg last van mijn enkel, dus…. werden we allebei verstandig. We hebben besloten om na 21 km te stoppen in Markina. Nu hebben we daar samen een kamer genomen en ik merk dat het heel prettig is dat hij vloeiend Spaans spreekt, makkelijk voor me en hij krijgt veel meer gedaan natuurlijk. De afstanden voor vandaag en morgen zijn ook wat redelijker verdeeld op deze manier, nu moeten we morgen nog 25 km ongeveer naar Guernica.

guernica-web In Guernica heeft Picasso zijn beroemde schilderij gemaakt van het bombardement. Tijdens de Spaanse burgeroorlog is Guernica door de Duitsers helemaal plat gebombardeerd, waarschijnlijk om te oefenen voor hun bombardementen in de Tweede Wereldoorlog, onder andere op Rotterdam. Er schijnt nog een duizenden jaren oude boom te staan, die het bombardement heeft overleefd.
Maar goed, dat is voor morgen, nu is het: modder afspoelen, kleren uitwassen, lekker eten en naar bed. O ja, in Markina is een kerk, die om het altaar heen is gebouwd. Het altaar bestaat uit drie grote voorchristelijke stenen, die door de heidenen al als altaar werden gebruikt. Nou, toen heeft men er maar een kerk omheen gebouwd. Ik was er graag even binnen gaan kijken, maar helaas was de kerk dicht. Niets aan te doen, in Spanje zijn de kerken meestal niet open. Dus de pelgrim ontbreekt het vandaag aan geestelijk voedsel, hij zal het met fysiek voedsel moeten doen. Omgekeerd lijkt me erger.

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 2 reacties

Anything to complain?

Nou, dat was weer een heavy dag vandaag. Tjonge, jonge, wat kan het hier tekeergaan, zeg. En het is volstrekt onvoorspelbaar. Ik ging vanmorgen weg, toen was het redelijk weer, in ieder geval droog. De rest van de dag heb ik alle seizoenen weer gehad. Verschrikkelijk zware buien met storm, waarbij de regen je echt in het gezicht zwiept en je bijna niet overeind kunt blijven en vervolgens trekt de bui weg en is het stralend mooi weer. Het is wel grappig, want je kunt de buien zo aan zien komen drijven vanuit zee. Ik heb hier nog steeds zeegezichten, waarvan je alleen maar kunt dromen, zo mooi zijn die.
Toen ik bij een betonnen hutje even stond te schuilen voor de regen, kwam Jim voorbij. Jim is een Amerikaan uit Texas, die getrouwd is met een Spaanse vrouw. Nu wonen ze afwisselend een half jaar in Spanje en een half jaar in Amerika. Hij is leraar Spaans, dus spreekt dat vloeiend. Als hij Amerikaans spreekt, praat hij net zo als die jongens in de serie ‘Bonanza’ (dit is voor de bejaarden onder jullie), komisch om te horen. Humor heeft hij ook, dus dat was wel gezellig, we hebben samen de rest van de tocht gelopen vandaag. Door de regen worden de paden natuurlijk steeds slechter en gladder, dus je glibbert en glijdt en gaat een paar keer onderuit en zit al gauw van top tot teen onder de bagger. Zelfs op mijn bril zat het vandaag. Op de momenten dat een van ons beiden onderuit gaat en in de blubber ligt, roept Jim: “Anything to complain?“
Maar al met al zijn we toch maar weer mooi naar Deba geglibberd en ach, als de schoenen weer schoongespoeld zijn, is alles weer gauw vergeten. Het blijft toch een fantastische tocht!
We zitten hier nu in een piepkleine gite: er zijn maar zes bedden, drie stapelbedden aan de ene kant en drie aan de andere kant, dus dat wordt stil liggen vannacht. De weerberichten voorspellen dat het morgen iets beter wordt, dus we gaan er weer voor! Wat trouwens ook wel een grappige ervaring is, is dat het je op een gegeven moment niets meer kan schelen, al zit de modder tot in je oren. Als je toch al vies bent, is een beetje viezer niet erg meer natuurlijk. Ik verbaas me over mezelf wat dat betreft, want in het dagelijkse leven ben ik toch best een net mannetje.

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 1 reactie

Blog op WordPress.com.