Toen we vanmorgen opstonden was het stralend weer, dus de korte broek aan, petje op en op weg! Onderweg hebben we een ontbijtje gescoord en na een kilometer of zes zaten we aan de koffie in Cudillero. Vanwege het schitterende weer besloten we ad hoc tot een rustdag, want ik wilde toch wel eens een keertje aan het strand liggen. Manfred liep door, wij gingen naar de VVV om te vragen waar het dichtstbijzijnde strand was. Dat was nog een kilometer of vijf lopen.
Terwijl we erheen liepen, begon het te betrekken en kwam er bewolking en toen we het strand van Concha de Artedo opliepen, begon het te regenen!! Ik ben nog wel even in het water geweest tot aan mijn kuiten, hoewel Marianne beweert dat mijn kuiten dan wel opmerkelijk laag zitten, maar zij is er helemaal niet in geweest. Zij wist namelijk al hoe koud het water is! Het is ongelooflijk hoe snel het weer om kan slaan hier. Nu zitten we in een warme trui op een terras en Marianne heeft blauwe nagels van de kou. Ze ziet steeds hoopvol een ‘manshemd’ blauwe lucht en dan wordt het mooier weer volgens haar, maar ik zie er nog niets van.
We zitten hier in een vissershaven met maar een huis of zes en vier daarvan zijn restaurant of pension. Wij zitten in een pension met uitzicht op zee, dus dat is in ieder geval nog iets, kunnen we inslapen bij het geruis der branding. Toen we een stempel gingen halen, zat een oude vrouw iets te broddelen en toen Marianne vroeg wat ze nu eigenlijk aan het maken was, kreeg ze een hoedje cadeau voor haar kleinzoon. De mensen zijn echt superaardig hier ook weer.
Het is wel grappig dit uitzicht, want nu zien we kinderen die staan te vissen en allemaal vissen aan een touwtje hebben geregen. Morgen wacht ons een zware tocht, want we stijgen naar zo’n duizend meter. Maar dat zien we morgen dan wel weer, eerst gaan we eten in een restaurant waar twee Portugezen de scepter zwaaien en zij hebben ons een heerlijk maal beloofd.
Een dagje strand?
Pasje weg
De baas in de herberg heette Leclerc en was volgens eigen zeggen van origine Nederlander. ”Ja“, zei Marianne, ”u heeft de blauwe ogen van mijn vader“ en de man smolt ter plekke. Hij liep met ons mee om een goed restaurant aan te wijzen en we kregen zelfs de sleutel mee, zodat we later dan tien uur terug mochten komen. Nou, we hebben voortreffelijk gegeten en we waren liederlijk laat terug, pas om half twaalf. We wilden vanmorgen vroeg weg, maar door allerlei ditjes en datjes was het toch al negen uur toen we de stad uitliepen. Ik zei: ”Ik ga eerst nog even geld pinnen, want ik weet niet wanneer we weer iets tegenkomen“. Jawel, dat kun je makkelijk zeggen, maar hoe ik ook zocht, ik kon nergens mijn bankpasje meer vinden. Die heb ik naar alle waarschijnlijkheid gisteren in de pinautomaat laten zitten. Jullie snappen dat ik me het apelazerus schrok. Gauw een sms-je naar Geer dat ze het pasje moest laten blokkeren. Die belde al meteen terug om te vragen of ik nu zonder geld zit de rest van de tocht, want de creditcard ligt thuis. Gelukkig vond ik in mijn portemonnee nog de giropas van Gery’s rekening en hoe het kan weet ik ook niet, want ik gebruik dat ding nooit, maar ik wist mijn pincode!! Gery heeft toen meteen mijn pasje laten blokkeren, dus gelukkig is alles opgelost, maar de schrik schiet je wel even goed in de benen natuurlijk. ‘Alles loslaten’ is dan wel de kreet, maar als je je pasje dus loslaat, wordt het erg moeilijk. Deze pelgrim eindigde dus bijna in de goot, bedelend om een stukje brood en een glas water. Maar, om een beetje in stijl te blijven: ik ben nu op weg op kosten van mijn eigen barmhartige Samaritaanse. Zo zie je, het komt wel weer goed!
We hadden vandaag harde tegenwind en dat valt echt niet mee met een rugzak op je rug. Je bent net een zeilboot en wordt alle kanten opgeblazen. Bovendien liepen we een stukje verkeerd (uiteraard!!) en Marianne houdt niet van teruglopen, dus hebben we de weg gevraagd aan een voorbijganger. De man is vervolgens wel 5 km met ons mee gelopen om ons de weg te wijzen. Aardige mensen hier! Aardige mensen en een prachtige omgeving. We hebben vanwege het feit dat we een beetje verdwaald waren, een heel eind langs de Route National gelopen en dat is nooit zo prettig, want de Spanjaarden gebruiken die als racebaan en je moet dus heel goed opletten, maar we hadden af en toe hele mooie uitzichten op zee. Het is hier echt heel erg mooi! Nu zitten we knusjes in een hotel in Muros de Nalon. De plaats zelf ligt een beetje het binnenland in, maar vanuit de plaats loopt een klein weggetje naar de kust en aan het einde van dat weggetje staat ons hotel. Vlak aan zee dus. Het kan slechter!
Manfred heeft uitgerekend dat het nog maar ongeveer 300 km is tot Santiago. Dat vervult ons met zorg………
Aardige mensen
Eerst hebben we uitgeslapen vandaag, daarna uitgebreid ontbeten in de jeugdherberg. Het regende heel erg hard, geen weer om al te gaan lopen, dus hebben Manfred, Marianne en ik de bus genomen naar het centrum. Marianne moest naar het postkantoor, Manfred moest ook iets doen, het werd een beetje droog, dus hebben we wat rondgelummeld in het centrum. Toen begon het weer loeihard te regenen, dus zijn we maar iets gaan eten. Maar het bleef regenen en dan is een stad ook niet leuk, dus we besloten om kwart over twaalf toch maar op stap te gaan. Onderweg hebben we alle leuke plekjes, restaurantjes, stranden en pubs opgenoemd, waar we hadden kunnen zitten als we een vrije dag genomen hadden en als het niet zo zou regenen. Maar ja…. “met die regen“. Dus we liepen maar door en toen we net buiten de stad waren, werd het droog en prachtig weer!! Ja, dan ga je niet meer terug natuurlijk.
Onderweg kwamen we langs een bakker, maar die had alleen hele grote broden te koop, waar we niets aan hadden. Nou ja, niets aan te doen en we liepen alweer verder toen de bakker riep: ”Nee, wacht even“ en toen kregen we gratis een soort cake. Geweldig aardig. Trouwens, de mensen zijn hier erg aardig, ze hebben veel belangstelling, wijzen je de weg en zijn erg vriendelijk. We kwamen ook twee Hollanders tegen en die begonnen bijna te applaudiseren toen ze hoorden dat Marianne helemaal uit Holland was komen lopen. Ze zeiden: ”We hebben wel steeds die schelpen gezien en we hebben geprobeerd die te volgen, maar er was geen pad!“”Jawel“, zeiden we, ”dat is het pad“. Kijk, dat zijn glorieuze momenten voor een pelgrim, nietwaar?
Manfred doet alles tegelijk: lopen, praten, schrijven, fotograferen. Als hij gele pijlen ziet, drukt hij op de startknop en gaat er als een pijl uit de boog vandoor, vliegt de berg op met enorme snelheid, tot hij ineens geen gele pijlen meer ziet en dan slaat de paniek toe en is hij bang te verdwalen. Hij was ook erg boos, omdat in zijn gids stond dat het een makkelijke en lichte wandeling was en dat bleek het dus niet te zijn!! Ja, die gidsen weet wat, de Duitse en Spaanse gidsen verschillen nogal eens van mening. In de gids stond dat we in Aviles, ons einddoel voor vandaag, in de herberg moesten zijn, die knalgeel geschilderd is. In de gids van Marianne staat er zelfs een foto van. Echt knalgeel. Dus wij in Aviles zoeken en zoeken en zoeken naar die knalgele herberg. Niets te zien tot we bij de herberg uiteindelijk belandden, die ….. hardblauw bleek te zijn. 
Kijk, dat kun je niet maken als herberg natuurlijk. Het is te begrijpen dat je wel eens een ander kleurtje wilt, maar dat doe je natuurlijk niet zonder alle gidsen ter wereld een nieuwe foto te sturen. Dit is misleiding van de pelgrim en dat is zeer ernstig.
Nu is het weer tijd voor broekspijpen wassen, een hapje eten en dan lekker slapen, want morgen is het weer vroeg dag, het is niet alle dagen feest.
Snoepjes
Het was vandaag redelijk weer. Vanmorgen zag het er erg dreigend uit, maar het klaarde steeds meer op. We hebben vandaag een heel lange route gelopen, ruim 35 km. We zijn om half acht al vertrokken en de weg was moeilijk en zwaar. We moesten hele hoge bergen over en die waren erg steil. We gingen zogezegd nou niet als een hinde de berg op, het was meer strompelen. We zagen onderweg wel hindes trouwens, die staken vlak voor ons ineens recht de weg over. Dat is natuurlijk prachtig om te zien. Als je dan eindelijk boven op de top van zo’n berg bent, zie je heel diep beneden je een dorpje liggen en dan weet je dat je daar weer naar af moet dalen. En achter dat dorpje zie je dan weer een heuvelrug, waarvan je weet dat je die daarna weer op moet. Het was dus met recht vandaag: ‘Op bergen en in dalen’. Maar hoe hoog de berg ook is, hoe diep het dal, uiteindelijk bereikten we een restaurantje vlak voor Gijon. Daar zijn we eerst maar eens neergestreken om iets te drinken. Er was net een eindexamenfeest met drie meisjes verkleed als flamingodanseressen, dus we vielen met onze neus in de boter. Nadat we daar een tijdje gezeten hadden, hebben we meteen maar gevraagd of we ook iets konden eten en dat kon. Dus toen zaten we, voor Spaanse begrippen achterlijk vroeg, aan tafel. Het eten was heerlijk, daar knapt een mens van op en dan verdwijnt de moeheid uit je benen. Aangezien er dan weer iets anders in de benen zakt, hebben wij ons na het eten de laatste kilometer door een taxi naar de jeugdherberg laten vervoeren, dus daar kwamen we glorieus voorrijden. Ook wel eens leuk voor een keer toch?
Onderweg hebben we ook de afslag gezien die over de picos de Europa leidt. Daar moet je dus doorheen met kompas en touwen, enz. Met andere woorden: dat is echt berg beklimmen. We hebben besloten (althans ik, Marianne had dat thuis al besloten) dat niet te gaan wagen, maar langs de kust verder te gaan. Het kan ook te gek worden.
Net toen dat wijze besluit gevallen was, stopte er een auto naast ons met een oude baas erin, die ons luidkeels begon te vertellen dat we die afslag moesten nemen naar de picos. Wat doe je dan laf? Juist, je doet gewoon of je niets van hem verstaat. Dus hij begon steeds meer te overtuigen en wij deden steeds meer alsof we helemaal niets begrepen van wat hij zei. Na een tijdje zag hij er kennelijk geen heil meer in, want hij stopte ermee, en haalde uit zijn zak toen voor ons ….. snoepjes. Die kregen we toen maar, zoals je kinderen zoethoudt. Dat was wel erg leuk.
Zo is er elke dag wel iets. Onze Duitse Manfred loopt heel erg hard, wij noemen hem de ‘vliegende Duitser’ (aangezien ik nou in de bergen niet echt een vliegende Hollander ben is dit wel een mooi alternatief). Hij loopt heel hard, maar vervolgens rust hij heel lang, dus dan halen wij hem weer in en zit hij heerlijk rustig aan de kant van de weg te schrijven.
Tot Ribadeo lopen we nog langs de kust, daarna gaan we het binnenland in voor het laatste stuk. Het begint alweer op te schieten.
Limonadefontein
Vanmorgen begon de pret al vroeg. Marianne had limonade in haar fles gedaan voor onderweg en die fles ontplofte. De limonade spoot er gewoon met enorme kracht uit. Gelukkig had ze de tegenwoordigheid van geest om snel uit het open raam te richten, zodat voorbijgangers een fontein van limonade naar buiten zagen komen. Dat was lachen natuurlijk.
Verder wilden we naar een prehistorisch kerkje, waar bijzondere wandschilderingen zijn. Zoals veel kerken in Spanje was ook deze dicht, maar geen nood. Marianne belde gewoon bij de buurvrouw aan en laat die nou de sleutel hebben! Dus konden we het kerkje inclusief de wandschilderingen uitgebreid bewonderen.
Verder hebben we vandaag lekker gewandeld. We zijn vertrokken met prachtig weer, onderweg werd het herfst en nu is het voorjaar, dus we hadden weer vele mogelijkheden vandaag.
Hartelijk dank voor alle commentaren. Als we ze zelf niet kunnen zien, leest Gery ze ’s avonds voor en zet ons verhaal dan weer op de website. Corrie, dank voor het gedicht en uiteraard is het prima als je op de website schrijft. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd! Want ook dat leer ik hier weer: het is heerlijk om af en toe alleen te lopen, dat doen we ook, maar het is ook heerlijk om met andere mensen te zijn en te kunnen vertellen, lachen, eten, enz. We beginnen elkaar allemaal een beetje beter te kennen nu, omdat we elkaar natuurlijk regelmatig weer tegenkomen en dat is gewoon erg leuk. Vanavond was Manfred de laatste en werd met applaus begroet toen hij binnenkwam. Kortom, ook op deze camino kun je niet alles alleen doen en heb je elkaar nodig! (sprak hij wijs)
We zitten nu in Sebrayo, een piepklein gehucht in de gemeente Villaviciosa. Het gehucht is zo klein, dat er zelfs geen kerk is, dus kleiner kan eigenlijk niet. Dat er geen kerk is, is tot daar aan toe, maar er is ook geen restaurant of bar, zelfs geen winkel. We hebben dus boodschappen gedaan in een soort rijdend winkeltje en moeten zelf ons eten klaarmaken. Nu is dat geen punt, als we tenminste pannen zouden hebben. Want die zijn er niet in de kleine refugio, waar we nu zitten. Zelfs geen glas. De kunst is nu om eieren te bakken op een soort bakplaat; ik sta nu met mijn ene hand aan de telefoon en met de andere hand tracht ik een spiegelei te fabriceren. Erg hard gaat het niet, maar alla, een pelgrim moet zich kunnen redden. We zitten hier met een Frans stel, dat we al eerder hebben ontmoet, een Hongaar, een Duitser en twee Hollanders, dus we houden ons gezamenlijk ijverig bezig met een verenigd Europa! En dat zonder Brussel. Helemaal niet nodig, al dat gedoe, gewoon allemaal de camino lopen!!
Spaanse klompen
Heb ik al verteld dat ik een poosje geleden mijn Hollandse klompjes verloren ben? Zo niet, dan weten jullie het nu. Ik vond dat wel erg jammer, maar helaas, niets aan te doen. Teruglopen heeft weinig zin, want je vindt ze nooit meer terug. Groot was dan ook de verbazing toen het Duitse stel, dat ik al eerder gezien had op de pont (die van ‘bekocht’ ) een paar dagen geleden aan me vroeg of ik soms klompjes verloren was, want ze hadden onderweg klompjes langs de weg zien liggen en aangezien ik uit Holland kwam …. ”Hadden we ze nou maar meegenomen“, zeiden ze, ”wat jammer“. Nou ja, er zijn ergere dingen. Gisteravond ontmoetten we ze weer en toen kreeg ik een pakje van ze, waar Spaanse klompjes in zaten. Leuk, hè?
Het eten gisteravond was slecht, dus maar op tijd naar bed. Midden in de nacht, toen iedereen in diepe rust was, om een uur of vier ineens een hels kabaal: een groep Italianen, ladderzat, die met veel herrie binnenkwamen, op alle deuren klopten, kortom, Italië arriveerde! Ergernis alom natuurlijk, ik hoorde ook al geluiden uit het bed boven me en ineens zag ik een paar benen voorbij zwiepen en stormde Marianne als een ware Jeanne d’ Arc op de Italianen af om hen duidelijk te maken wat ze ervan vond. En dat begrepen ze!!
In Llanes is een heel mooi kunstwerk: daar hebben ze de basaltblokken die langs het strand liggen, geschilderd in allerlei kleuren. Dat is echt de moeite waard om te zien, heel vrolijk, ook al regende het.
Trouwens, vandaag was de allermooiste dag die ik tot nu toe in Spanje gehad heb: prachtig weer, een schitterende route, in één woord geweldig! Vanmorgen was ik met Hans uit Hamburg vooruit gelopen en Marianne en de andere Duitser, Manfred, kwamen achter ons aan, dachten we, maar haalden ons maar niet in, terwijll ze toch veel harder lopen. We liepen al langzamer, dronken iets op een terrasje, liepen weer een stuk, dronken weer koffie, maar in geen velden of wegen waren Manfred en Marianne te bekennen. Pas tegen de middag kwamen ze ons achterop. Wat bleek? Ze waren weer 3 km teruggelopen, omdat Marianne haar stok vergeten was. Ze merkte daarover filosofisch op: ”De hele weg zegt iedereen dat ik alles los moet laten, maar alles wat ik loslaat, heb ik vervolgens nodig!“. Dat klopt, want zonder stok begin je hier echt niets. Verder hebben we ons beziggehouden met het opzeggen van het gedicht ‘De tuinman en de dood’, want Marianne moest dat natuurlijk vroeger ook op school leren. Marianne vond ook nog dat je erbij moest staan, want dat moest op haar examen ook. We kenden het niet meer helemaal, maar aangezien we toch filosofisch bezig waren, vonden we dat dit gedicht over de camino ging: Hoe ver je ook wegloopt, je kunt het lot toch niet vermijden.
Jullie zien, het is niet alleen eten en drinken en lachen, we hebben het ook nog wel eens ergens over. Maar nu even niet, want we zitten nu in Ribadesella, in een hotel op honderd meter afstand van het strand. Ja, dat is ons lot vandaag, daar doe je niets aan!
Alle seizoenen op een dag
Je hebt hier met recht alle seizoenen op een dag: we vertrokken vanmorgen met een grijze lucht. Eerst was het droog, vervolgens hadden we twee uur regen, daarna werd het stralend weer, om drie uur kwamen er weer wolken en werd het donkerder en nu regent het weer en is het koud. Ja, zo gaat dat, waar is nou die Spaanse zon?
Gisteravond hebben we in het hotel gegeten. Dat kon pas vanaf negen uur, dus toen het negen uur was, wie zaten er toen het eerst aan tafel? Juist ja, wij natuurlijk, verder was er geen hond. ”Nou ja“, dachten we toen, ”dan maar stil, als we maar kunnen eten“. Om tien uur kwamen de volgende gasten pas binnen en toen wij om kwart over elf vertrokken, kwamen er nog steeds mensen binnen om te gaan eten! Dat is wel wat anders dan om zes uur aan de boerenkool.
We waren vanmorgen trouwens binnen dertig seconden de weg al kwijt, dat is wel een record. Vanuit het hotel zijn we namelijk rechtsaf geslagen, omdat we in het centrum pas af moesten slaan. Het bleek dat het hotel het centrum al was, zodat we gewoon recht over hadden kunnen steken. Maar alla, verder ging alles voorspoedig en omdat Marianne veel harder loopt dan ik, had die in Llanes al kennisgemaakt met een jongen, die Spaans, Engels en Nederlands sprak, toen ik aankwam. We hebben een tijd met die jongen staan praten en waren zodoende te laat voor het Bureau de Tourisme, dat was al gesloten, maar gelukkig hebben we weer een refugio gevonden, zodat we vannacht weer onder de pannen zijn. Vanavond eten we daar met twee Duitsers.
Verder valt er over vandaag geen nieuws te vermelden, behalve dat de picos de Europa weer wat dichterbij komt.
Wie achterblijft, gaat voor
Gisteravond hebben we ontzettend gezellig gegeten met alle pelgrims en de gastheren en -vrouwen. Dat was erg leuk en we hebben heerlijk geslapen, want we lagen met zijn tienen op een slaapzaal van veertig personen, dus dat was lekker rustig. Vanmorgen was het afscheid ook heel anders dan anders. Een Duitse pelgrim en de gastvrouw zongen samen een lied en dat klonk echt heel mooi. Elke dag is er wel zoiets, dat anders is dan anders, dat maakt een tocht als deze zo prachtig. Toen we vertrokken, was het heel vochtig en klam, ik hoor van Gery dat het bij jullie ook zo is trouwens. Na een tijdje had Marianne een sanitaire stop nodig. Nou is dat niet iets om over naar huis te schrijven natuurlijk, want dat komt vaker voor op een dag. Ik loop dan kalmpjes door, want zij loopt veel harder dan ik en haalt me met gemak in. Alleen vandaag liep dat even anders. Ik ging steeds langzamer lopen, maar geen Marianne te bekennen. Ik heb een poosje aan de kant van de weg zitten wachten, maar al wie verscheen, geen Marianne. Teruglopen heeft ook weinig zin, want ik had geen flauw idee waar ze gebleven was en welke weg ze genomen had. Dus dan maar doorlopen en kijken of ik haar vanavond weer zag. Dus ik liep en liep en liep…. Na ruim een uur zie ik voor me uit ineens een pelgrim lopen. ”Hé, waar komt die nou vandaan?“, dacht ik nog, toen ik zag dat het Marianne was. Dus ik riep haar, ze keek om en ook haar mond viel open, want ze had mij ook niet meer verwacht. Ze roept nu dat ze de ‘Spaanse’ weg genomen heeft, omdat ze een Spaanse gids heeft. Nou, hoe het kan, weet ik ook niet, maar het was wel zot.
Tot een uur of één werd het mooi weer, daarna begon het te betrekken en aangezien we graag voor de regen binnen wilden zijn, besloten we te stoppen in de jeugdherberg van Colombres. Helaas zat de jeugdherberg helemaal vol, zodat we door moesten lopen. Het werd steeds donkerder en donkerder, maar we haalden net een hotelletje in la Franca. Dus nu hebben we een kamer met bad, al is het dan een bad voor Pygmeeën volgens Marianne en buiten regent en onweert het van jewelste.
Vanuit het raam van mijn kamer heb ik uitzicht op de Picos de Europa en net als vorig jaar hef ik mijn ogen op naar de berg met enige onrust, want ik zie nog heel veel sneeuw op de toppen liggen, veel meer dan in de Pyreneeën. Iedereen roept wel dat we daar langs lopen, maar ik ben er niet gerust op. Enfin, zover zijn we nog niet, morgen eerst naar Llanez, een badplaats, en daar wil ik nou eens aan het strand liggen!
Uitzichten op zee?
Nou, de vesper gisteravond sloeg nergens op, daar waren we het allemaal over eens: een stelletje ongeïnteresseerde mannen, die zaten te gapen en op hun horloge te kijken. Ze konden nog niet eens zingen ook! Om over deze teleurstelling heen te komen zijn we maar gaan eten in het restaurant vlakbij het klooster. Daar schoof een Spanjaard bij ons aan tafel, die 53 km gelopen had! Hij zag de lucht voor groene kool aan, maar door het charmante gezelschap van Marianne kwam hij weer geheel tot leven. Hij bood haar een drankje aan, die ze meteen stevig achterover sloeg en ik, arme, kreeg het laatste restje! Nog een flesje wijn erbij en voor je er erg in hebt, is het ineens half twaalf. Ja, toen moesten we via een sluiproute weer zien dat we in het klooster kwamen, want alles zat al potdicht
En ja, toen moesten we vanmorgen natuurlijk even uitslapen, zo gaat dat dan, maar om half negen waren we weer op weg. We hebben expres een omweg genomen dit keer, omdat we hadden gelezen dat het zo’n mooie route was, waar je de zee geen moment uit het oog verloor. Nou, dat wil je natuurlijk wel beleven, al die prachtige uitzichten op zee. Helaas, helaas, het was hartstikke mistig. De zee was er wel, we hoorden hem ook steeds, maar we zagen hem dus niet! Het is de hele dag mistig gebleven en nu trekt het pas een beetje op, maar nu zijn we al lang weer waar we zijn wilden, in San Vicente de la Braquera. Onderweg hebben we tussen de middag op een bankje kaas en brood gegeten uit Marianne’s ‘tas voor moeilijke tijden’. Marianne moest dus haar soep missen, want die vraagt in elke bar en elk restaurant: ”Suppa, por favor“.
We zijn trouwens door allerlei leuke plaatsjes gekomen en hebben onderweg zelfs een huis gezien dat door Gaudi was gebouwd, erg mooi. Er was een restaurant in, dat schijnt erg goed te zijn, maar het zal ook wel wat kosten waarschijnlijk, want in een huis van Gaudi zal Jan Modaal wel niet wonen.
San Vicente de la Barquera is ook een leuke toeristenplaats met veel nauwe straatjes, heel leuk. Het is hier echt leuk. Onderweg naar het terras, want we hebben elkaar een biertje beloofd, komen we langs een trap, waar aan de kant een paar ouwe damesschoenen staan, elke schoen met een plantje erin. Komisch hè? Er staan hier trouwens overal bloemen. We slapen vanavond met zijn tienen in een mooie albergue, waar we morgenochtend zelfs kunnen ontbijten en dat kom je niet vaak tegen!
Jullie zien dat het allemaal goed gaat hier en we het prima naar ons zin hebben. Thuisfront, hartelijk dank voor jullie leuke en lieve berichten, blijf gezond en allemaal de groeten van Marianne ook, ik heb haar verteld dat ze in de thuisblijversfamilie is opgenomen. Tot de volgende keer!
Naar de vesper
Allereerst iedereen bedankt voor het (trouwe) commentaar en het meeleven, dat is en blijft geweldig. Leuk ook een berichtje van de dochter van mijn mede-pelgrim, dat heb ik uiteraard voorgelezen en we zijn zeer tevreden over de belangstelling. Geweldig bedankt allemaal en ga zo door!! Het was een hele mooie route vandaag en we hadden schitterend weer, vooral vanmorgen. Vanmiddag werd het heiig en dan zie je niet zo ver meer, maar het was een uitstekende dag. Mijn voet is nog steeds keurig dicht. Marianne heeft hem afgeplakt met leukoplast vanmorgen en dat heeft de hele dag keurig gezeten en ik heb geen centje pijn gehad. Maar opdat jullie niet zullen denken dat het een pleziertochtje is (dat denken jullie toch al vanwege die bussen en treinen natuurlijk) heb ik nu een andere kwaal bedacht: Ik kreeg overal jeuk en daarna blaasjes, die open gaan. Ik heb nog even gedacht aan de vlooien van vorig jaar, maar volgens Marianne was het een zonne-allergie. Verbazingwekkend bij de weinige zon die er tot nu toe geweest is, maar in de apotheek zeiden ze ook meteen dat het dat was. Zo zie je maar hoe wonderlijk de wegen van een pelgrim zijn: het ene jaar loop je constant in de zon en heb je nergens last van, het andere jaar krijg je iets bij de eerste zonnestralen.
Over wonderlijke wegen gesproken: onze redeneringen zijn soms net zo krom als de wegen. Vanmiddag zijn we een stuk verkeerd gelopen en werden we staande gehouden door een echtpaar, dat ons met veel armgezwaai vertelde dat we niet op de camino liepen en dat we dus verkeerd waren gelopen. Dus dat werd omdraaien en teruglopen. Later hebben we toen maar een stukje afgesneden ”omdat we toch al te veel hadden gelopen“. Al met al hebben we zo’n 25 km gelopen, dus toch een respectabele afstand. Onderweg zijn we door een heel leuk Middeleeuws dorp gelopen, Santillana del Mar. Dat is ook wel leuk, elke plaats heet hier ‘aan zee’, maar we zien de zee overdag helemaal niet vaak, omdat we toch meer in het binnenland zitten. Eigenlijk zou de plaats dus ‘Santillana-Binnen’ moeten heten, zoals wij Nederlanders dat eerlijk doen. Maar dat mag me de pret niet drukken, als we heel hoog zitten, zien we de zee, dus je moet het gewoon ruim zien. De mensen zijn in deze omgeving weer een stuk opener en bereid tot een praatje. Er staan hier allemaal kleine ronde gebouwtjes en toen we een boer zagen, hebben we gevraagd waar die voor dienden. Toen stond in een mum van tijd de hele boerenfamilie om ons heen. Ik kreeg een nieuwe stok van hem, want hij vond mijn oude niet goed genoeg en we begrepen dat die gebouwtjes dienen voor de opslag van mais. Er zitten ook allemaal gaten in om door te laten waaien. Uiteraard heb ik gewoon mijn eigen staf gehouden, die mag mij blijven vertroosten!
We zijn vandaag geëindigd in het klooster in Cobreces, waar we ontvangen werden door een stokoude broeder, die amper meer de trapjes op en af kon. We slapen in een gebouwtje op het terrein van het klooster en we hebben per land een kamer: Frankrijk, Duitsland, Nederland en Amerika is ook weer zojuist gearriveerd. Regelmatig zie ik nu weer dezelfde pelgrims en dat is gezellig. Nu is het bijna zeven uur en tijd voor de vesper. Daar gaan we met zijn allen naar toe en dan samen eten in een restaurant. Dat wordt nog opschieten, want we moeten om half tien binnen zijn!!
