Blozen …..

Hier ben ik weer, nu vanuit het internetcafé dat ik nog ken van vorig jaar. Gisteravond hebben we goed gegeten. Omdat we in Santiago zijn bestond het menu uiteraard uit vis. Bij toeval zaten er twee dames achter ons die ook Nederlands spraken en die hoorden ons ook natuurlijk. Dan kom je na het eten aan de praat. Zij bleken in de Pyreneeën te wonen. Zij vroegen toen aan Marianne of die ook ‘die tocht’ gelopen had. Je weet wel, die met die vieze herbergen met vlooien en ongedierte. Marianne verbergt zich dan altijd een beetje en zei natuurlijk alleen maar dat ze die tocht inderdaad gelopen had. Omdat mij dat veel te bescheiden was, heb ik toen ook een duit in het zakje gedaan door te zeggen dat Marianne begin april vertrokken was uit Nederland en inmiddels bijna 3000 km gelopen had.
Kijk, dan krijg je tenminste reacties waar je iets mee kunt. De ene mevrouw riep luidkeels: “Oh, geweldig!! Ik heb nog nooit zo iemand ontmoet. En nu zit ik er zomaar mee te eten!”. Marianne ging ervan blozen en voor één keer zweeg ze minstens dertig seconden. En dat zegt iets voor degenen die haar kennen. Maar alle gekheid op een stokje, het was erg leuk.
Vanmorgen hebben we uitgeslapen en op ons dooie gemak ontbeten. Marianne wilde wachten tot haar de thee en croissants op bed werden aangereikt, maar zover gaan we natuurlijk niet als pelgrims. Daarna hebben we de foto´s van Marianne op een dvd gezet en toen was het alweer tijd voor de pelgrimsmis van twaalf uur. Deze was soberder dan vorig jaar, maar omdat je dan al je collega-pelgrims weer ziet, is het toch erg leuk. Marianne werd ‘incognito’ ook genoemd. “A pie, uno de Holanda”. Dat kan alleen Marianne maar zijn dus.
Na de mis zijn we naar het station gegaan om de trein te bespreken. Morgen gaan we weer lopen naar Fisterra. We stappen op dinsdag 3 juli op de trein en arriveren in Rotterdam/Amsterdam in de loop van de ochtend van 4 juli.
Vanavond hebben we afgesproken met de hele groep die we nu zoveel kilometers kennen.
Tot slot moet ik ook nog iets vermelden dat mij nou weer hevig liet blozen. We hadden in een restaurantje het een en ander gedronken en zo op het terras, dus op een gegeven moment zei ik: “Ik ga plassen en betalen en dan gaan we”. Nou, dat plassen ging wel goed en toen ik weer van het toilet kwam, heb ik de juffrouw achter de bar vriendelijk goedendag gezegd en ben totaal vergeten dat ik nog moest betalen. Dus wij weer op stap en 50 meter verder werd ik door de juffrouw op de schouder getikt. Nou, ik kon wel in een doosje, zo genant was dat. Ze geloofde gelukkig dat ik het echt vergeten was, maar toch….. En dan ook nog een pelgrim……
Gelukkig staat hier iets positiefs tegenover: de mevrouw van het hotel waar we een paar nachten geleden illegaal geslapen hebben en toen € 50 achter hebben gelaten, zei tegen onze Schot, dat ze hiermee het geloof in de pelgrims teruggekregen had.
Het is gewoon waar. een pelgrimstocht is net het leven: je doet iets goed, je doet iets fout, soms is het zwoegen, soms is het feesten. Vandaag was het dus feesten, het is heel leuk, omdat je nu weer iedereen tegenkomt die je onderweg al eens hebt ontmoet en omdat iedereen natuurlijk tevreden en gelukkig is, omdat het einddoel is bereikt.
Morgen gaan we weer op weg naar ons volgende einddoel. Ultreya!

Categorieën: 2007: Camino del Norte | Een reactie plaatsen

Porte de Gloria

peregrino-web porte-de-gloria-web

Zie ons hier zitten, heel tevreden op een terrasje middenin Santiago. We zijn er!! In de stad van Sint Jacobus! Mijn huispsychologe wilde natuurlijk weten wat voor gevoel het was dit keer. Nou, ik moet zeggen: het is hetzelfde gevoel als vorig jaar. Je weet nu natuurlijk hoe het eruitziet en waar je terechtkomt, maar als je het plein voor de kathedraal oploopt is dat toch weer een intens tevreden gevoel. Ik ben aan het eind van de reis gekomen met een lekker leeg hoofd en ben super relaxed. Het loslaten is me deze reis, geloof ik, makkelijker afgegaan dan vorig jaar.
We zijn vanaf het plein door de Porte de Gloria de kathedraal binnen gegaan, dit moment van glorie mochten we toch wel hebben. In de kathedraal mochten we niet meer ons hand op de pilaar leggen, want de pilaar is aan restauratie toe (kun je nagaan hoeveel handen daar zijn neergelegd op een pilaar van zowat een meter in de omtrek). Maar we zijn uiteraard wel achter het beeld van Sint Jacobus langs gelopen en hebben onze handen op zijn schouders gelegd. Via de crypte van Jacobus zijn we aan de andere kant de kerk weer uitgelopen naar het pelgrimsbureau. Vorig jaar heb ik daar bijna twee uur op de trap gestaan met steeds een treetje hoger, zo druk was het, maar nu konden we zo doorlopen om onze compostela te bemachtigen.
En nu zitten wij dus innig tevreden met een grote pils op het terrasje naast het restaurant, waar Marnix en Gery vorig jaar voor een godsvermogen kreeft hebben gegeten, omdat dat het enige woord was dat ze verstonden. Het is het mooiste weer van de wereld, volop zon en een lekker windje. En wij kijken trots naar onze compostela natuurlijk, wat dacht je. Ik blijk trouwens in het Latijn nu anders te heten dan vorig jaar, iets met Matheum is het dit keer. Marianne zei al: ”Als je volgend jaar een derde krijgt met weer een andere naam, moet je een klacht indienen!“
We slapen in een hotel op honderd meter van het pelgrimsbureau en nog geen vijfhonderd meter van de kathedraal, middenin het oude centrum. Dat hebben we ook verdiend, vinden we. En vanavond gaan we uit eten zoals het hoort: uitgebreid. Met alles erop en eraan, ze noemen me tenslotte niet voor niets ‘driesterrenpelgrim’ hier! Maar dat hebben we natuurlijk ook echt verdiend!!
Morgen doen we niets: een beetje uitslapen, foto’s op dvd laten zetten, naar het postkantoor, naar het station om een trein te bespreken, kaarsjes branden en natuurlijk om twaalf uur naar de mis.
Overmorgen gaan we dan op weg voor het laatste stuk: Cap Fisterra .

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 8 reacties

Danke, lieber Jacobus

Theo-Marianne-Manfred-web Marianne, Manfred, Theo

Gisteravond was het onmogelijk om Gery te bereiken, er was geen bereik voor mijn mobiele telefoon, dus helaas.. Ik ga het vandaag goedmaken.
In Baamonde hebben we ’s avonds gegeten bij een echte dichter, Een dichter die eruitzag, zoals dat bij een dichter hoort: baard, warrige haardos. Het eten was matig, maar het was wel oergezellig. Manfred was helemaal in de stemming en zong eerst een speciaal lied voor Marianne: ‘Mariandl – andl – andl’ en vervolgens de bananenbootsong voor mij: ‘Theo – The- the e-e- o’ en iedereen zong genoeglijk mee. De dichter droeg vervolgens een van zijn gedichten voor over de Camino, dus de avond kon niet meer stuk.
Gisterochtend was het om zes uur al opstaan, want er wachtte een lange wandeling. Om zeven uur wilden we gaan ontbijten, maar toen bleek de poort van de refugio nog op slot te zijn. Aangezien er niemand aanwezig was, hebben we zelf maar lopen zoeken naar de sleutel en die ook gevonden. Toen we buiten kwamen, reed er net een wit autootje voorbij en tot mijn verbazing ging Marianne daar ineens heftig tegen de ruit staan tikken. Ze had gezien dat er brood in die auto lag en logischerwijs de conclusie getrokken dat dat dus een bakker moest zijn. Aangezien in de gids stond dat er op de hele route niets te krijgen was, was dat zogezegd onze redding. We kochten dus brood en gelukkig maar, want het bleek te kloppen: de rest van de dag was er niets meer te vinden. En de dag was in totaal 42 kilometer lang berg op, berg af. Maar dat gaf niet, want het was een verpletterend mooie route! Een stuk door de bossen en een stuk over bloeiende heide. Schitterend gewoon! En geloof het of niet, maar het landschap verleidde ons tot het zingen van: ‘Op de grote, stille heide’, toen daar om de bocht als klapstuk een herder met schapen verscheen. ‘t Is toch ook wonderbaarlijk.
Nadat we de laatste erg steile berg beklommen hadden, arriveerden we in de refugio van het klooster van Sobrado dos Monxos. Tegenover de refugio staat een hotel en even zeiden we tegen elkaar dat dat hotel toch wellicht aangenamer was dan een refugio, maar allez, niet zo kinderachtig zijn, maar deze verleiding weerstaan, dus gewoon in de refugio slapen. Daar ontmoetten we ook weer een aantal mensen, die we onderweg ook een paar keer ontmoet hebben, maar die we verderop ‘verloren’ waren, dus dat was een leuk weerzien. Zij waren stukken met bus en trein gegaan en zo kwam de hele pelgrimsfamilie elkaar weer tegen. Rugzakken neergezet, slaapzakken uitgerold en vervolgens naar de vesper met zijn allen. De vesper viel ons tegen, erg vlak en kaal. Na de vesper zijn we met zijn vijven een halve kilometer gaan lopen (zo’n half kilometertje kan er echt nog wel bij) om te gaan eten. In het restaurant voegde zich nog een echte Schot bij ons gezelschap, met ontzettend veel gevoel voor humor, dus de stemming was weer prima.
Maar ja, ook aan samen eten komt een eind en dus liepen we na het eten weer de halve kilometer terug. ‘t Was inmiddels half elf, dus bedtijd. Jawel, dat hadden we gedacht! Toen we bij de refugio kwamen, was daar alles donker en de deur op slot! Nou, daar sta je dan met zijn allen. Flink hard op de deur kloppen, overal rondlopen om te zien of we ergens naar binnen konden…. alles bleef donker en stil. In het dorp op zoek naar iemand die ons binnen zou kunnen laten, maar het hele dorp was eveneens donker en stil. Wat nu?? En koud dat het was, niet te geloven! Die arme Manfred liep nog in zijn korte broek. De mogelijkheid dat we de nacht op straat zullen moeten doorbrengen is ook niet iets waar je warm van wordt. Dan komt dit keer de verlossing van Schotse zijde. De Schot zegt: ”Nou, ik slaap in het hotel hier tegenover in een appartement en daar staan nog meer bedden, dus kom maar mee!“ En hij heeft tenminste de sleutel meegekregen. Dus zijn wij als hondjes achter hem aangegaan met zijn vijven en in zijn appartement waren nog twee bedden en een bank, dus dat was alvast plaats voor drie van de vijf verdoolden. Ergens op de gang staat een deur open en wat zien wij daar? Nog zo’n appartement en dat is zo te zien leeg. Wat doe je dan?? Onze Duitse pelgrim zegt eerbiedig: ”Lieber Jacobus, danke, danke!“ en wij denken terug aan het moment van twijfel van vanmiddag: hotel of refugio. Het is dus volkomen duidelijk: dit kan niet anders dan een vingerwijzing van Jacobus zijn!
En zo slapen wij de hele nacht vorstelijk in een bed in een hotel, dat zelfs niet weet dat wij er zijn! Met andere woorden: één legaal persoon en vijf illegalen! Er is echt niemand te zien, ook vanochtend was er niemand te bekennnen. Dus we hebben € 50 achtergelaten als dank en zijn de weg weer overgestoken naar de refugio waar onze rugzakken nog braaf stonden te staan en onze slaapzakken nog keurig uitgerold lagen te wachten.
Tanden poetsen en weer braaf aan de wandel. Marianne wist een stukje dat we af konden snijden. Dat hebben we gedaan met als gevolg dat we verder hebben gelopen dan verwacht, dus na de dag van 42 km gisteren hadden we vandaag een dag van 33 km, ook niet mis. Tussen de middag hebben we heerlijk gegeten in een restaurant, waar grote lappen vlees boven een echt houtvuur werden geroosterd.
Zo zijn wij vanavond gearriveerd in A Brea Cerceda en wie nu op de kaart kijkt, ziet het: Morgen arriveren we, als alles goed gaat, in Santiago!! Zijn we nu blij? Natuurlijk – natuurlijk niet. Het is alweer een heel dubbel gevoel: geweldig om het weer gehaald te hebben en wat jammer dat het weer voorbij is!
We zijn van plan om een dag of twee in Santiago te blijven in een pension en niet in de refugio van honderdtachtig bedden, en dan …. toch maar lopend door naar Fisterra!

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 3 reacties

‘k Moet dwalen

Kijk Caty, ik heb er nog één: ‘k Moet dwa-a-len, ‘k moet dwa-a-len op bergen en in da-a-len’. Want dat hebben we vandaag gedaan. We zijn wel vroeg opgestaan, maar hebben zitten treuzelen aan het ontbijt. Geer zegt dat ik niet over ‘treuzelen’ moet praten, maar over ‘onthaasten’, dat staat sjieker.
Maar goed, na het onthaasten dan, liepen wij in het mooiste weer van de wereld, met af en toe een fris windje, door Galicië zoals het hoort te zijn, met overal bloemen die staan te bloeien. Geweldig is dat. Ze zijn hier overal autowegen aan het aanleggen met als gevolg dat er zo hier en daar wat borden verdwenen zijn. Verder ben ik van de kaart van Spanje, die ik heb, ‘afgelopen’ en bovendien lopen we voortdurend te kletsen. Dus het kon niet uitblijven: we zijn vandaag drie keer verdwaald. Dat is niet erg, dan moet je gewoon ergens de weg vragen, zou je denken. Dat doen we natuurlijk ook, maar dat valt echt niet mee. Niet omdat de mensen ons de weg niet willen wijzen, integendeel, ze zijn ontzettend behulpzaam. Zo behulpzaam dat, als je de weg vraagt naar het dichtstbijzijnde dorp, ze zich onmiddellijk in een enorm lang verhaal storten, vergezeld van grote armzwaaien alsof ze de route van het begin tot het einde even uit zullen leggen, alleen zijn wij inmiddels de weg allang weer kwijt natuurlijk.
Vanmorgen ging het als volgt: Wij vroegen de weg, iedereen sprak door elkaar en trachtte ons iets duidelijk te maken, tot er een oude vrouw van minstens tachtig jaar bij kwam staan, die meteen korte metten maakte. Kordaat nam ze het heft in handen of liever gezegd, zij hief de wandelstaf, wees ons dat we moesten volgen en stapte vervolgens in zo’n straf tempo, dat wij daar u tegen kunnen zeggen. Al babbelend en van alles vertellend over Galicië, spurtte ze zo’n 2 km lang voor ons uit, en wij liepen dus echt als drie kleine kleutertjes achter haar aan. Maar na die twee km waren we wel weer op de goede weg en zagen we tot onze geruststelling de gele pijlen weer. Geweldig leuk zijn dit soort belevenissen steeds weer. oud-vrouwtje-web

Tussen de middag hebben we gepicknickt op een Middeleeuwse brug, in het zonnetje, ik herhaal het nog maar even, aangezien ik net gehoord heb dat het bij jullie veel regent. Het was bij ons zo lekker dat we uitgebreid op de leistenen rand van de brug konden zonnebaden. Zo kon het dus gebeuren dat we als eersten zijn vertrokken en bijna als laatsten aankwamen in Baamonde. Iedereen was ons ondertussen voorbijgelopen.
De refugio hier in Baamonde bestaat uit twee hokken zonder ramen. Dat leek ons niets, maar boven was een zolder, die in ieder geval wat ruimer is. Dus besloten wij om eerst maar eens een terrasje op te zoeken in de hoop dat die twee hokken straks vol zouden zijn en wij dus op de bovenverdieping terecht zouden komen. Ja, het was dus noodzaak, dat terras in de zon, dat snappen jullie. Uiteindelijk werd het een beetje frisjes in de wind en bleek ons snode plan volledig geslaagd. We slapen nu in een gebouwtje in de tuin en hebben alle ruimte om ons heen die je maar kunt wensen.
Manfred is een superslanke man, die ongelooflijke hoeveelheden kan eten. Alles wat Marianne en ik overhouden, eet hij dan nog even op en als het helemaal niet meer gaat, worden de karbonaadjes de volgende dag onderweg door hem verorberd. Maar hij heeft geen grammetje vet teveel. Wij doen hem dit niet na.
Morgen proberen we het klooster van Sobrado dos Monxes te bereiken, dat schijnt een bijzonderheid te zijn en dat is goed voor ons geestelijk voer, dan kan ik daar weer ‘Waarheen pelgrims’ zingen, nu ik de woorden heb. Of het gaat lukken, weten we nog niet, want het is een stief kwartierke lopen!

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 3 reacties

Via Gondan naar Villalba

Gery is gisteravond wezen zeilen en ja, dan komt er niets op de website, dus dan nu maar een dubbele aflevering.
We hebben gistermiddag een schitterende route gelopen, niet te geloven zo mooi, het was gewoon sensationeel. We liepen door een dal met overal dorpjes en overal bloemen, waar je ook keek, het was echt fantastisch!! Op een gegeven moment gingen we het dal weer uit en was het weer klimmen. Na een paar honderd meter klimmen zagen we ineens middenin de struiken een oude bestelwagen uit de jaren vijftig staan met daarop een grote gele pijl, die ons de weg wees naar Santiago. Hoe dat ding er ooit gekomen is, mag Jacobus weten, want er is helemaal geen weg, Grappig was het wel.
Volgens de gids was er geen slaapgelegenheid in Gonda, maar toen we er aankwamen, zagen we een spiksplinternieuwe refugio voor onze ogen oprijzen. Hij was pas twee dagen open en het plastic zat nog om de matrassen, zo hagelnieuw was alles. Kortom, een vijfsterren pelgrimsherberg. Marianne kwam op het idee een cadeautje te kopen voor de opening van de nieuwe refugio, dus wij naar het dorp. Veel was er niet, maar we belandden in een winkeltje, dat half schoenmakerij, half een kruising tussen Piet Goudt en Anna Tas was (dit even voor de Barendrechters onder ons). Marianne heeft meteen nieuwe hakken onder haar schoenen laten zetten vanwege die schoenmakerij en we hebben er een gastenboek gekocht voor de refugio en er iets in geschreven. De schoenmaker sprak uiteraard geen woord ‘buiten de deur’, maar zijn kleindochter was er om met de kassa te leren omgaan en ”zij heeft Engels geleerd“, zei opa trots. Het arme kind durfde eerst geen woord te zeggen, maar goed, we begonnen een praatje en langzamerhand was de eerste schrik voorbij en begon ze een beetje te babbelen. Ze gloeide van trots dat het haar lukte en opa gloeide niet minder van trots op zijn ‘internationale’ kleindochter natuurlijk.
Met mijn voet gaat het weer beter, dankzij de pleisters van Marianne. Marianne is antroposofisch verpleegster, dus jullie snappen dat ik haar daarmee in de maling neem en roep dat het onzin is. Alleen vroeg ze nu of ik wist wat voor pleisters het waren en waar ze van gemaakt werden. Ja, ik rook al onraad en ik had het natuurlijk kunnen weten: de pleisters bleken gemaakt van algen! Nu kan ik natuurlijk net gaan doen alsof het nog steeds onzin is, maar ja, ik moet toegeven dat de pleisters wel erg goed helpen. Zo zie je maar, je weet het maar nooit. Maar ik ben natuurlijk niet op pelgrimstocht om mijn geloof (of zoals hier ongeloof) aan het wankelen te brengen, dus hoe moet ik dat nu oplossen?
Alle gekheid op een stokje, ik heb het nog steeds geweldig naar mijn zin hier.
Vanmorgen zijn we om negen uur weer vertrokken en ik had last van mijn darmen (sprak hij keurig). Marianne kwam meteen met de kamille aandraven, maar ik kan natuurlijk niet in alles toegeven, dus dat heb ik manmoedig geweigerd en een rol ordinaire kaakjes gekocht. Die hielpen ook gelukkig, zodat mij letterlijk en figuurlijk een al te grote afgang bespaard werd. De route was weer prachtig vandaag, dit gedeelte van de route is mooier dan de Camino del Norte. Nu was het vandaag schitterend weer en dat werkt natuurlijk ook behoorlijk mee.
Corrie, het klopt wat je schrijft over de diensten van vorig jaar en het pelgrimslied, op deze route vind je dat helemaal niet. Je merkt hier niet veel van enige spiritualiteit; hier gaat het meer om de sportiviteit, geloof ik. De pelgrimstocht is zogezegd meer ‘werelds’. Marianne en Manfred lopen ook de hele dag van die luchthartige, wereldse aria’s te galmen. Om daartegen enig serieus tegenwicht te bieden, heb ik maar als goed Gereformeerde het lied: ”Waarheen pelgrims, waarheen gaat gij?“, aangeheven met mijn sonore bariton, maar ten eerste kon men deze sonore bariton niet waarderen en ten tweede wist ik alle woorden niet meer van dit lied en Geer was er niet om mij voor te zeggen. Je ziet, ik heb mijn best gedaan, maar tevergeefs.
We zitten nu weer veilig in de refugio van Villalba. De was is gedaan, er wordt voor mij gekookt, dus wat wil je nog meer? Het is nog geen 125 km meer naar Santiago, dus het schiet op. Vind ik dit leuk? Ja en nee. Voordat ik weg ging, heb ik tegen Gery gezegd dat dit de laatste keer was en dat zeg ik nu nog wel, maar…… nou sprak ik weer iemand die van Florence via Rome naar Assisi gelopen is en onderweg alles heeft bekeken. De vraag is nu: Is dat minder leuk dan thuis in de Almanak zitten? Ik vrees het antwoord daarop te weten……

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 3 reacties

In het land van Jacobus

Hier dan weer een bericht direct vanuit een internetcafé. Ik begin er ervaring in te krijgen. Bedankt iedereen voor de commentaren, we genieten er elke keer geweldig van. Gisteren hebben we zelf iets gemaakt in de refugio om te eten. We hadden geen zin meer in het menu del dia. Dus we hebben pizza’s gekocht en die opgewarmd in de enige pan die in de keuken stond. Een blikje asperges erbij dat we niet open konden krijgen en dus geheel vernielden om toch de inhoud te bereiken. Iedereen heeft zich er meer bemoeid met als gevolg dat ook iedereen mee moest eten natuurlijk. Kortom, het lijkt in zo’n refugio soms wel een groot gezin, waarvan iedereen dan overigens wel een andere taal spreekt. In de refugio van vanavond bijvoorbeeld zitten een Oostenrijker, twee Brazilianen, twee Hollanders en een Duitser.
Vanmorgen zijn we heel vroeg opgestaan en om zeven uur waren we al op pad. Eerst moesten we nog langs de plaatselijke politie om onze credencial te laten afstempelen. Daar werden we pas om acht uur geholpen door drie stoere agenten. Er werd ernstig op onze credencials gestudeerd en natuurlijk werden ze uitgebreid besproken, maar dat kunnen wij niet echt verstaan. Daarna kregen we een plattegrond van de stad Ribadeo waarop getekend was hoe we de stad moesten uitlopen. Prima geregeld dus. Trouwens, het is te merken dat we in het thuisland van de heilige Jacobus zijn aangekomen, want alles is hier perfect geregeld. De aanwijzingen langs de route zijn heel duidelijk en op elke monolith staat, behalve de richting, ook de afstand tot Santiago aangegeven. Vanaf hier is het nog 175 km. Alle refugio’s in Galicië zijn ook gratis. Het weer was redelijk goed. Een enkel buitje, maar ook zon van tijd tot tijd, dus wij klagen niet.
Onderweg zaten wij op een bankje voor een kerkje iets te eten en wij zagen een eindje verderop een vrouw met een wandelstok drentelen. Zij stond duidelijk te wachten tot we langs zouden komen. Toen dat te lang duurde, kwam ze naar beneden en begon het gesprek. Eerst informeerde ze waar we vandaan kwamen en al heel snel kwam de aap uit de mouw: ze wilde vertellen wat zij had. Als wij het goed begrepen had ze een nieuwe heup gekregen. Marianne weet dan altijd wel een medische term die in alle talen hetzelfde is en het gesprek verliep tot volle tevredenheid van de mevrouw. Er kwam geen eind aan haar verhaal en dat was kennelijk ook de bedoeling. Dat gebeurt regelmatig; de mensen zijn heel erg aardig.
Tussen de middag kwamen we langs een refugio waar drie andere pelgrims al gestopt waren. Omdat we die kenden, hebben we daar gegeten en gerust. Het was een heel mooie refugio. Daarna was het nog twee uurtjes naar Vilanova de Lourenza, waar we nu zijn en ook deze refugio is naar volle tevredenheid. We hebben een lange tocht gemaakt, het was hoog, maar het ging prima, we hadden er eigenlijk geen erg in dat we bijna 30 km hebben gelopen. De omgeving is hier weer heel anders, maar ook erg mooi.
We hebben weer zelf eten gekocht en gegeten in de refugio. Daarna zijn Manfred en Marianne naar de kerk geweest en ik heb afgewassen en ben naar het internetcafé gelopen.
Morgen hebben we 28 km voor de boeg met nogal wat bergen. We zijn van plan weer vroeg te vertrekken, want er is halverwege een mooie stad te bezoeken. Verder overwegen we een uitstapje naar Lugo te maken als we daar toch in de buurt zijn. Blijft ook nog de vraag of we naar Fisterra gaan na de aankomst in Santiago. Al die dingen moeten we nu weer onder ogen zien. Jullie horen nog het resultaat van deze overwegingen.

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 5 reacties

Hoe kom je over de brug?

Hallo, daar ben ik weer in een cybercafé. Gisteravond hebben we met zijn vieren gegeten in een restaurant, weer een ‘menu del dia’. Dat is een vast menu dat in bijna alle restaurants langs de route aangeprezen wordt. Alleen, als je dat vier weken gegeten hebt, is de aardigheid er wel af. Altijd hetzelfde en we willen nu wel eens iets anders eten.
Overigens was het wel gezellig met Manfred, Ruth uit Zwitserland en wij tweeën. Deze ‘oude’ man ging natuurlijk, zoals het hoort, op tijd naar bed, maar met zoveel ‘jongelui’ om me heen gaat die vlieger niet op kennelijk. Om elf uur werd ik van bed gelicht om voor de deur een groepsfoto te maken. Toen was het hier nog klaarlichte dag, omdat wij zoveel westelijker zitten dan jullie. Er was een prachtige zonsondergang.
Vanmorgen om half negen zijn we weer vertrokken (jawel, we hebben dus uitgeslapen). Heel dom hebben we geen ontbijt gescoord bij vertrek, omdat wij dachten dat we snel in Ribadeo zouden aankomen, waar wij een vakantiedag zouden nemen. Helaas, onderweg was niets, maar dan ook niets te koop. Dus scoorde ik mijn eerste kop koffie pas na de middag, toen we al in de albergue waren aangekomen.
De route was echter fantastisch mooi. We hebben vlak langs de kliffen gewandeld met mooi weer en wel een sterke wind. Als het hier maar droog is, is het echt genieten en dan weet je waarvoor je het doet. Het was de laatste dag aan de kust; nu hebben we eindelijk die kust gezien zoals wij die ons hadden voorgesteld. Iedereen heeft het erover, dat we veel te weinig echt langs de zee hebben gelopen.
Toen wij de brug (800 meter) naar Ribadeo op zouden lopen, bleek die voor wandelaars verboden omdat er werkzaamheden waren. Goede raad was duur. Wat te doen?? We moesten toch naar de overkant. Toen heeft Marianne (mooie vrouw als zij is) als lokeend gefungeerd. Zij vroeg automobilisten of wij mee mochten rijden over de brug. En binnen twee minuten had zij drie auto’s gevonden. Dus Manfred in de eerste, ik in de tweede en Marianne in de derde auto. Ik voelde mij wel een beetje net zoals in de sketch waar een mooie vrouw gaat liften terwijl de vriend achter een boom wacht. Maar het werkt wel!!! Gelukkig.
We kwamen wel aan de verkeerde kant Ribadeo binnen en hadden wat problemen om de refugio te vinden. Uiteindelijk kwamen wij daar om half drie.
Omdat het onze ‘vrije’ dag is, zijn we meteen de stad in gegaan om de telefoon op te waarderen. Marianne heeft haar vader gebeld en omdat wij langs een kapper kwamen, zijn we daar ook maar naar binnen gelopen.
Morgen zijn wij dus de deftigste pelgrims van de Camino del Norte, want daar starten wij nu echt mee. In Galicië wandelen wij nu richting Arzua en vervolgens Santiago. Er zitten nog heel lange etappes bij, maar die willen we anders verdelen.
Jullie zien wel dat wij hier heel druk bezig zijn met onze organisatie. Dus: druk druk druk!!
Overigens hoeft Jan van de Brink niet ongerust te zijn dat de aankomst in Santiago een afgang zal worden. In de eerste plaats omdat het onderweg zijn fascinerend is en Santiago slechts het doel. In de tweede plaats omdat de aankomst zoveel voldoening geeft als kroon op de inspanningen van onderweg. Ik ben dan wel een beetje te vroeg voor de naamdag van St. Jacobus op 25 juli, maar dat komt dan wel weer een andere keer.

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 2 reacties

De brede weg opgestuurd

Gisteravond was er een jongen met een gitaar en toen hebben we allemaal luidkeels liedjes uit de jaren zestig gezongen, oergezellig. We sliepen in een oud schooltje, dat vijftig meter van de snelweg afstond, zodat je de hele nacht het gevoel had dat er zo een tankauto binnen zou rijden of zo. Kortom, erg rustig was het niet, dus we waren vanmorgen al om zes uur uit de veren en om zeven uur gingen we op weg.
Tot half negen was het droog, toen begon het te regenen, Nou, regenen?? Het regende zo verschrikkelijk hard dat onze poncho’s het niet aankonden en onze schoenen vol stonden met water. Het was echt verschrikkelijk. Om elf uur regende het nog steeds zo hard en toen we een hotel zagen, zijn we daar maar snel heen gerend, hoe nat we ook waren. Daar was men weer erg aardig, we mochten alles uittrekken (nou ja, niet alles natuurlijk), zodat we weer een beetje konden opdrogen. We hebben daar wel anderhalf uur gezeten en zowaar, om half één werd het droog. Dus snel de schoenen weer aan en op weg. En geloof het of niet, maar om één uur liepen we in de korte broek!! Zo gaat dat hier. Ik weet dat het in Normandië ook zo snel van weer kan wisselen, maar zo erg als hier is het daar niet.
Als de zon dan weer schijnt, word je al gauw overmoedig en dat moet je als pelgrim natuurlijk niet doen. We spraken namelijk af snel door te lopen naar de refugio, zodat we dan vanmiddag toch aan het strand konden liggen. Overigens hebben we vandaag keurig en vroom de route gevolgd, we waren helemaal bereid het smalle pad tot het einde toe te bewandelen. Maar nu stuurde de gids ons voortdurend de Route National op, we zijn dus vandaag gewoon de brede weg opgejaagd! Daar konden we echt niets aan doen.
Maar goed, we kwamen in Tapia en bij de refugio en uiteraard kwamen er toen wolken voor de zon en zelfs een buitje. Het mag dus gewoon niet, dat strand. De refugio staat heel hoog op de klippen en vandaar kijk je zo op zee. Zo’n schitterend uitzicht hebben we nog nooit gehad. We zitten hier met zijn twaalven en er zijn weer veel landen vertegenwoordigd: Spanje, Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Kroatie en Nederland, dus er wordt weer gekoeterwaalst in alle talen.
Volgens een gids is de provincie waar we in lopen, een van de best georganiseerde provincies, waar alles goed aangegeven is. Nou, mooi niet, het is een zootje en de route is gewoon slecht aangegeven en slecht onderhouden, zoals een andere gids dan weer zegt. Ja, nu we er bijna uit zijn, zetten ze ineens gele pijlen van twee meter hoog neer, kunst!
Manfred is ook weer aangekomen, maar hij is kapot en heeft zere voeten. Trouwens, mijn voet is ook weer open, er is iets met die schoen dat niet klopt, hoewel bij iedereen de kwaaltjes komen nu. Maar ja, morgen overschrijden we de tweehonderd kilometergrens, dus we schieten ook al hard op, helaas!

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 4 reacties

Geitenkaasjes

De route was erg slecht aangegeven vandaag, het eerste stuk was al een drama; een bijna onbegaanbaar pad, dus we besloten al snel maar een stukje langs de zee te lopen. Overigens, in tegenstelling tot wat iedereen van tevoren dacht, lopen we helemaal niet zo vaak langs de zee, want je hebt iedere keer weliswaar een baai, maar daar moet je dan wel omheen en dan loop je meestal in de bossen en meestal over modderige paden. Na een tijdje was het lopen langs de zee weer afgelopen en toen zijn we maar van het smalle pad afgeweken en hebben vandaag de brede weg genomen, Dat loopt een stuk makkelijker. Het weer is vandaag redelijk goed geweest, dus we mogen niet mopperen.
Waar we vandaag wel een beetje over mogen mopperen, is het eten. Onderweg kwamen we langs een piepklein Spar-winkeltje, waar we sinaasappelen hebben gekocht. Toen zagen we kleine zwarte pakjes geitenkaas (althans dat dachten we). Dat leek ons erg lekker, dus we kochten er twee. Dat leek ons echter een beetje weinig, dus dan maar vier genomen. En om onderweg niet te hoeven denken: ”Heerlijk, waarom hebben we er niet meer genomen?“, namen we er zes. Je moet tenslotte op alles voorbereid zijn. Een eindje verder besloten we om meteen maar zo’n heerlijk geitenkaasje te verorberen, Dus we maakten de eerste twee pakjes open. Wat er in zat, viel uit elkaar en leek op van alles, behalve op geitenkaas. Nou moet je onderweg natuurlijk niet gaan lopen zeuren of kritisch over geitenkaas gaan zitten doen, dus we namen gewoon een lekkere hap. We waren het allebei roerend eens: wat het was, weten we niet, waar het naar smaakt, weten we ook niet, in ieder geval niet naar geitenkaas, maar het leek voor ons nog het meest op een soort bruine suiker. Niet echt lekker, niet echt erg vies. Tot we hier in Pinera, waar we vannacht overnachten, een Braziliaanse tegen het lijf lopen en zij weet wat het is. Het is varkensvet met een laagje suiker! Hadden we dat nou maar nooit geweten, we werden nog posthuum misselijk.
In de refugio, waar we vannacht slapen, zijn bedden en er is een douche. Dat is het dan, nergens iets om te koken. Dus op naar de dichtstbijzijnde winkel en nu doen wij ons maal met (oud) brood, een plakje ham, een flesje bier en een flesje yokidrink. Dit is dus wat je noemt een echte karige pelgrimsmaaltijd. Gelukkig is Manfred ook weer bij ons, dus gedrieën dragen wij ons kruis. Nou ja, ik overdrijf natuurlijk weer schromelijk, eigenlijk is het best wel te eten, hoor! En als ik denk aan al die arme sloebers, die nu maar elke dag naar hun werk moeten en in de file staan, sorry, ik wil echt niet met jullie ruilen!
Willem, je krijgt echt een kaart van me. De postzegels heb ik al, alleen de kaart nog niet. Die ga ik kopen en je kaart komt eraan, zodat je weer de groeten aan me kunt doen!!

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 3 reacties

Over de autoweg

We hebben gisteravond inderdaad heerlijk gegeten bij de Portugezen, alleen waren we de twee enige bezoekers en dat was wel jammer, maar ja, met dit slechte weer gaat er niemand aan het strand eten natuurlijk. Maar vanmorgen na het ontbijt bij dezelfde Portugezen zag het weer er weer een stuk beter uit, dus we gingen welgemoed op weg. In de gids werd ons de officiële Jacobsroute sterk afgeraden, omdat het pad heel moeilijk te vinden is, de kans op verdwalen dus groot en het pad bovendien erg overwoekerd schijnt te zijn. Dus hebben we maar de Route National genomen en dat ging prima, tot bleek dat deze weg zonder enige waarschuwing overging in de autoweg en we dus tot onze schrik ineens op de autoroute bleken te wandelen. Dat was niet geheel de bedoeling, dus snel terug en het talud af, wat niet meevalt met je rugzak en toen een tunneltje door onder de autoroute naar de andere kant, want we moesten een stuk teruglopen. Aan de andere kant het talud weer opgekrabbeld, wat helemaal niet meevalt met je rugzak en toen moesten we weer een eind over de vluchtstrook terug. Nou wandelen we natuurlijk wel snel, maar om dan maar over de snelweg te gaan lopen, is wel wat overdreven. Marianne ging uitgebreid op de vangrail zitten, want ze wilde nu ook wel eens ‘bermtoerist’ zijn, maar het ging pijpestelen regenen, dus dan is het leven van een bermtoerist ook niet leuk meer.
Het blijft ons verbazen dat het weer hier zo snel wisselt. Zo schijnt de zon en zo regent het, we hebben vandaag wel zo’n vijf keer poncho aan, poncho uit gedaan. Vanmorgen ook, het hoosde zo erg dat we in een tunneltje hebben staan schuilen en het water gewoon in golven het tunneltje inliep. Dat duurt dan een minuut of tien, dan wordt het droog en schijnt meteen de zon. Overal zie je dan de damp opstijgen en tegelijk zie je in de verte de volgende bui aankomen. Ze zeggen hier dat het weer niet normaal is, maar als ik zo naar de natuur hier kijk, dan geloof ik dat niet zo erg. Het is wel erg mooi hier, heel groen (en dat komt meestal niet van de droogte) en overal staan orchideeën, sinaasappel- en citroenbomen. Je kunt de citroenen zo van de grond oprapen. Ik geniet hier echt reusachtig. Onderweg hebben we uitgebreid staan praten met twee Duitsers. Zij kwamen uit Keulen en riepen dus opgetogen: ”O, dan zijn we buren“. De een had een huisje in Oostkapelle, dus die sprak een beetje Nederlands. Het blijft geweldig leuk om zoveel verschillende mensen van zoveel verschillende nationaliteiten te ontmoeten. Maar ja, staan praten brengt je niet verder natuurlijk en Canero, ons einddoel van vandaag, was verder weg dan we verwacht hadden, dus het was een uur of zes toen we aankwamen.
Alweer een dag voorbij, wat gaat het toch vlug allemaal, nog een paar dagen en we verlaten de kust. We zijn nog wel van plan om voor of in Ribadero nog een rustdag in te plannen, want ja, dat strand blijft toch lokken. We zullen toch wel één keer aan het strand kunnen liggen, één keertje maar?
Overigens valt het me op, dat Marianne’s familie op het ogenblik meer commentaar levert dan de mijne…….
Het is maar een wenk!

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 3 reacties

Blog op WordPress.com.