2011: Via de la Plata

De boer en de pijlen

Vanmorgen zijn we weer met frisse moed gaan lopen. Het was een erg mooie route, maar het ging vandaag niet zonder enige strubbeling.
Op een gegeven ogenblik liepen we op een weg langs het kanaal. In de gids stond dat we dan na 800 meter scherp rechtsaf moesten. Dus wij lopen, lopen, lopen. Na 800 meter echter was er alleen een afslag naar een boerderij, maar geen pijlen of iets wat ons de weg wees. Dus zijn wij maar verder gelopen, lopen, lopen, lopen. Die weg eindigde op een boerderij, dus weer een stuk terug en een andere weg ingeslagen. Maar voor mijn gevoel gingen we toen precies de verkeerde kant uit. “Dit klopt niet”, constateerden wij en dus weer teruglopen. We zijn de hele weg langs het kanaal weer teruggelopen en eindigden in een soort ‘opstopping’ van pelgrims die ook allemaal de weg kwijt waren, wel een stuk of tien. Niemand wist het meer.

Een paar mensen, waaronder Janine, Manuelo en de Italiaan gingen toch maar een weg in waarvan ze dachten dat het de goede zou kunnen zijn, maar die hebben we tot op heden nog niet zien verschijnen….
Margrit kwam toen op het slimme idee de refugio in Galisteo te bellen en hen het probleem voor te leggen en de weg te vragen. “O”, zeiden ze daar, “dit maken we bijna elke dag mee. Jullie moeten daar namelijk over het land van een boer en die boer vindt dat niet leuk, dus die verzet de pijlen of haalt ze gewoon weg. Maar hij moet jullie toelaten.” Dat is de allereerste keer op alle camino’s dat ik dit meemaak.

Enfin, wij wederom op onze schreden teruggekeerd en nu vastberaden rechtsaf geslagen. En ja, daar stond de boer met een grote zeis in de hand nors naar ons te kijken. Vervolgens begon hij ons uit te leggen dat wij helemaal verkeerd waren en dat dit echt niet de goede camino was, enz., enz. Maar wij wisten inmiddels beter en met fier opgeheven hoofd, echt een pelgrim waardig, schreden wij vastberaden voort, dan wel niet over ’s Heren wegen, maar over dat van de boer. Het zou nu wel aardig zijn te kunnen melden dat de boer ons bedreigde met de zeis en wij moedig weerstand boden, maar de werkelijkheid is dat hij ons verder met rust liet en we gewoon door konden lopen.

Door dit gedoe hebben we wel een flink aantal kilometers voor niets gelopen, dus toen wij in Galisteo aankwamen zijn we eerst maar gaan lunchen. De baas van de bar daar sprak vrij goed Nederlands, omdat hij dertig jaar in Eindhoven heeft gewerkt. Hij liet dat dan ook graag nog even horen.
Galisteo is trouwens wel een aardige plaats, het is helemaal omringd door een Moorse muur, die nog intact is en binnen die muren zijn allemaal nauwe straatjes.
Na deze lunch besloten wij aan de verleiding om eens een stukje op vier wielen te doen in plaats van op twee voeten toe te geven. Het spijt me dit te moeten bekennen, maar wij hebben toen een taxi genomen naar Carcaboso, omdat wij daar een kamer hadden besproken en geen zin meer hadden om nog eens 10 km te lopen. Dus nu zitten we hier weer prinsheerlijk.

losse-zool-web

De zool van mijn schoen heeft weer losgelaten, dus nu heb ik er een hele tube lijm ingespoten en staat mijn bed erop. We zullen zien of hij nu beter blijft zitten, anders moet ik nog naar een schoenmaker.
En nu maar afwachten of we Janine, Manuelo en onze Italiaan aan de horizon zien verschijnen……

Categorieën: 2011: Via de la Plata | 2 reacties

Koude koffie bij het ontbijt?

Ik geef toe, het was niet slim! Vanmorgen ben ik bijtijds opgestaan, was als een van de eersten aan het ontbijt, maar er was alleen maar koude koffie. Getver! Komt de Italiaanse pelgrim binnen, zeg ik: “Er is alleen koude koffie, hoor!” “Waarom?”, zegt hij, “je zet het toch gewoon in de magnetron?” Had ik dus gewoon niet aan gedacht!!! Goed, daar ben ik dus de hele dag mee gepest.

Afijn, toch maar vertrokken en het was weer een prachtige route. Ik verbaas me er iedere keer nog over dat je zo ver kunt kijken en dat je heel soms een dorp in de verte ziet, maar meestal niet. Dat vind ik iedere keer weer een sensatie. Af en toe loop ik dan zo’n hoog Romeins bruggetje over, het is echt geweldig.
Margrit en ik lopen meestal niet samen, want zij loopt veel en veel harder dan ik. Meestal wacht ze dan weer ergens waar we koffie kunnen drinken (warme dit keer!) of kunnen lunchen en dat doen we dan voor de gezelligheid samen.
Vroeg in de middag was ik in de aubergue in Grimaldo.

Foto-7-mei-2011-web

Ik bevind me nu in het gezelschap van twee Duitse dames, één Spanjaard, Zwitserse Margrit, Nederlandse Anita, Oostenrijkse Janine en Manuelo, twee Australiërs, één Italiaan en zes Koreanen. Dat is zo grappig, die Koreanen zijn kleine mannetjes, ze dragen kleine rugzakken, die volgens mij bijna leeg zijn en ze lopen heel snel met kleine stappen. Een van hen heeft een vlag bij zich van de camino en iedereen moet daar zijn naam opzetten en het land van herkomst. Geinig is dat.

Grimaldo bestaat uit een stuk of vijf huizen, de albergue en bijbehorende bar. Tussen de middag hebben we met zijn vijven in die bar gegeten. Hier kun je net zoveel wijn drinken als je wilt, dat zit bij de prijs van het eten inbegrepen. Ze zetten vandaag drie flessen wijn op tafel, geen beste trouwens. Manuelo was zo slim om één fles meteen onder de tafel te zetten, want tussen de middag met z’n vijven drie flessen is toch wat veel. Nu hebben we vanavond ook nog iets te drinken. “Na drie glazen wordt de wijn vanzelf lekker”, zegt Manuelo.

Ik mag Margrit graag een beetje pesten, omdat ze een echte regeltante is en me steeds ‘overhoort’ over kurkeiken, steeneiken en wat er zoal meer is. Ze weet trouwens ontzettend veel en spreekt maar liefst zes talen. Nu heeft Margrit aan Anita gevraagd of alle Hollandse mannen net zo plagerig zijn als ik. En de Oostenrijkers noemen me tegenwoordig ‘Don Theo’, omdat ik elke dag na gedane wandeling een grote sigaar rook.
Maar Janine heeft wel voor mij gewassen (jawel, we hebben alweer een wasmachine) zodat ik het alleen maar op hoef te hangen.
De zool van mijn rechterschoen heeft losgelaten. Ik had de lijm nog bij me, die ik vorig jaar gekocht heb voor hetzelfde euvel, dus ik heb vanmiddag onder het toeziend oog, wijze adviezen en de zegen van allen zitten plakken. Nu staat-ie te drogen onder een gasfles, dus ik ben benieuwd.

O ja, van de twee Duitse vriendinnen is er eentje hopeloos verliefd geworden op de Spanjaard en laat dat duidelijk merken ook. Ze lopen de hele dag te knuffelen en dat is voor de nog ‘loslopende’ vriendin natuurlijk niet echt leuk. Dus wij hebben ons met zijn allen over haar ontfermd.
Jullie zien, de stemming zit erin!

Gery vertelde dat een buurman bij haar was komen informeren hoe het met de ‘landloper’ ging. Marnix was van mening dat ik deze camino weinig filosofische wijsheden debiteer en dat het meer ‘leve de lol’ is.
Kijk, dat kan ik natuurlijk niet op me laten zitten, dus hier komt-ie:
“Of je nu een pelgrimerende landloper bent of een landlopende pelgrim, het blijft om het even, leuk is het!”

Categorieën: 2011: Via de la Plata | 2 reacties

Elke camino is anders

Zo, vandaag een stevige tippel gemaakt van 25 km. Vanmorgen toen we vertrokken, waren overal gitzwarte luchten en geen snippertje zon, dus we verwachtten het allerergste. Maar onderweg werd het weer steeds beter en uiteindelijk bleek het gewoon ideaal weer om te lopen: niet te warm, niet te koud.
De tocht ging door een adembenemend mooi gebied. We liepen op een plateau en aan beide kanten keek je in de diepte en je kon heel ver weg zien. Vanuit de verte kon je het stuwmeer in de Taag zien en Canaveral 40 km verderop zag je aan de horizon. Het landschap is golvend en overal grazen kuddes. Het was fantastisch!

Elke camino is anders. Deze Via de la Plata is weer heel anders dan de Camino Portugues van vorig jaar. Deze camino is drukker wat pelgrims betreft, het land is veel ruiger, het weer veel wisselender, de afstanden per dag zijn langer. De plaatsen liggen veel verder uit elkaar. Vorig jaar vond ik het land soms eenzaam en verlaten, maar nu is het nog veel eenzamer. Er zijn hele stukken waar je geen dorpen ziet, niet in de nabijheid, maar ook niet in de verte. Dat is weer een bijzondere gewaarwording, want in Nederland zie je altijd wel een dorp of kerktoren in de verte. Het is niet zo dat de ene camino mooier is dan de ander, juist omdat elke camino totaal anders is en ze niet met elkaar zijn te vergelijken.

Het is op deze camino dan wel drukker, maar van het clubje pelgrims dat er was, is alleen Margrit nog over, dus moet ik nu weer nieuwe kennissen opdoen. Dat gaat meestal vanzelf, je komt elkaar weer tegen in de albergue of refugio en iedereen deelt zijn belevenissen met de rest, en iedereen praat met iedereen. Ook dat is bijzonder.

Ik zit hier nu in een albergue, een betrekkelijk nieuw gebouw, maar het allermooiste is het uitzicht. Het gebouw staat op een heuvel en ik heb uitzicht op een heel groot stuwmeer in de Taag met allemaal kleine eilandjes erin en zo.
Voor het geval dat jullie nu denken: “Wat is hij lyrisch”, even terug naar de praktische voordelen van deze albergue: Je kunt je eten meenemen en hier opwarmen in de magnetron of in een gewone oven en…. er is een wasmachine. Per kamer hebben we de wasjes bij elkaar gedaan en zo draait mijn wasje lustig in het rond, terwijl ik met Maguerite en de beheerster op het terras van de albergue een fles wijn soldaat maak en mijn sigaartje rook.
Zo is het wel uit te houden toch?

Categorieën: 2011: Via de la Plata | 1 reactie

Met de bus? Nee, lopen

Gisteravond regende het zo verschrikkelijk hard en waren de weersvooruitzichten zo slecht, dat Margrit en ik besloten vandaag niet te gaan lopen, maar de bus te nemen naar Canaveral en dit stuk dan maar over te slaan. Margrit reserveerde meteen kordaat een kamer daar. De bus vertrok pas om één uur, dus we konden uitslapen. Dat hebben we ook gedaan.

Om negen uur zaten we dus aan het ontbijt op ons gemak, keken naar buiten, waar het nog droog was. We keken elkaar eens aan, zeiden tegen elkaar: “Toch wel jammer, dan zien we het stuwmeer van Tajo ook niet” en besloten vervolgens toch maar te gaan lopen, tenslotte hoeven we maar 11 km.
Dus de kamer weer afgebeld en op weg.

Er waren heel veel donkere wolken en regelmatig trokken wij uit voorzorg onze jassen aan, maar dat was niet nodig geweest, het is namelijk de hele weg droog gebleven en het is nu nog droog. Zo zie je maar, vertrouw de buienradar niet!

Om kwart voor twee waren we in de refugio in Casar de Caceres, maar daar was het zo’n verschrikkelijk smerig zooitje, daar wil je hond nog niet slapen. Dus we zijn nog een paar kilometer doorgelopen naar de N 630 en daar vonden we een goed hotel. Ik heb nu een heerlijke kamer met badkamer.
Ik heb tussen de middag heerlijk gegeten met een fles wijn van € 8 erbij …..uit de kunst! En zo’n prijsje vind je niet in een Nederlands restaurant. Ik heb nog een restje voor vanavond.
Verder is hier echt helemaal niets te beleven dan een beetje zitten, dus ja…. dan moet ik vanavond maar weer gaan eten. Zielig, hè?!!!

Ik heb nu zo langzamerhand stevige wandelbenen gekweekt en het buikje slankt lekker af. Met mijn voeten gaat het ook prima. Ik heb een blaar gehad op het kleine teentje van mijn rechtervoet. Dat plekje is nu een beetje gevoelig, maar als ik er een pleister opplak, voel ik er niets meer van!
Kortom, het gaat lekker en ik heb het weer uitstekend naar mijn zin.

Categorieën: 2011: Via de la Plata | 2 reacties

Foto

Foto-Theo-Margrit-enz-web

Sta ik er niet mooi op? Douglas heeft deze foto gemaakt gisteravond tijdens het eten. We hebben erg veel plezier gehad. Margrit en ik hebben samen een toneelstukje gedaan over het feit dat wij de hele winter iedereen die het maar horen wil, vervelen met onze dia’s, films en verhalen over de Camino en hoe de mensen dan reageren. “Ja”, zei Margrit, “dan heb ik 40 km gelopen en dan vragen ze of er dan geen bus reed”. “Dan zie ik bij de honderdste dia hoe de mensen gaan geeuwen, maar dat kan me niks schelen, ik roep gewoon: “Volgende dia”, ze moeten het doorstaan of ze willen of niet”, enz. Dat herkenden we allemaal, dus dat was lachen. Buiten was ondertussen weer feest. Er werd een voorstelling gegeven over Sint Joris die de draak versloeg en dat ging met veel geluid gepaard. Sint Joris is de beschermheilige van Caceres.

Vanmorgen heb ik dus een taxi genomen terug naar Valdesalor en daar heb ik uitgebreid op mijn dooie gemak zitten ontbijten. Op een gegeven moment zag ik donkere wolken aan komen drijven, dus toen ben ik maar snel gaan wandelen. Het was maar 12 km, om half twaalf begon het te regenen en om twaalf uur was ik weer in Caceres. Om half een was het alweer droog.

En daar was het ook vandaag weer een vrije dag ter ere van de naamdag van Sint Joris. Er was een soort parade voor het stadhuis met de burgemeester pontificaal middenin. Plotseling gingen toen de balkondeuren van het gemeentehuis open en verschenen er herauten die wild met vlaggen stonden te zwaaien. Iedereen genoot!
Na het eten ben ik de stad gaan bekijken. Caceres is een prachtige Middeleeuwse stad, in 300 zijn de Westgoten begonnen met de bouw van de eerste kerk. Toen de Moren hier heersten, werd van de kerk een moskee gemaakt, maar later is de stad weer door de Katholieken heroverd.

Verder heb ik een lekker dutje gedaan tot Margrit en Silvia meldden dat ik mijn was bij hen op het balkon kon hangen. Dus tegelijk het sein om weer op te staan en lekker buiten een sigaartje te roken. Overal hoor je hier het geklepper van de ooievaars. Het wemelt er hier van, op alle kerken, op hoge gebouwen, enz. Volgens de mensen hier gaan ze ook niet meer weg om ergens anders te overwinteren.
Ik heb gewoon een blouse met korte mouwen aan, maar de Spanjaarden lopen in vest, trui of jas, want ‘het is koud’, dat wil zeggen 22 graden. Je ziet nu precies wie de toeristen zijn. Die zijn hier niet zo gek veel, want de provincie Extramadura is een beetje een ondergeschoven kindje, zoiets als Noordoost-Groningen bij ons. Ze stellen het nog echt op prijs als je de streek komt bezoeken.

Wat ik ook elke dag weer een feest vind om te zien en wat je in elke plaats tegenkomt, is wat ik bij mezelf noem: ‘de parade’. Om een uur of zes komt de plaats tot leven en verschijnt iedereen in zijn mooiste kleren, de mannen keurig in het pak, de vrouwen in hun mooiste jurk en elegant met hun waaier zwaaiend. Dan wordt er door de straten gelopen, praatjes gemaakt, enz. Leuk om te zien is dat.

Douglas is vandaag met de bus verder gegaan, Silvia gaat morgen naar huis, dus dan blijven Margrit en ik over. Ik zie net het Nederlandse stel uit Steenderen lopen, dus op de een of andere manier kom je elkaar steeds weer tegen!

Ik wens jullie morgen een leuke Koninginnedag!

Categorieën: 2011: Via de la Plata | 1 reactie

Met de klok mee of tegen de klok in

Gisteravond heb ik een indrukwekkende mis bijgewoond in het klooster. Bij de mis was uiteraard een officiële pastoor, maar ook de patiënten van de psychiatrische inrichting, waarvan een aantal ook daadwerkelijk bijdroegen aan de mis. Als je dan het enthousiasme ziet, waarmee de mensen bezig zijn. Ik vond het ontroerend en indrukwekkend. Heel goed om mee te mogen maken.

Het was vandaag een stevig stuk wandelen tot Valdesalor: 27,5 km. We liepen met zijn vieren: de Zwitserse Margrit, nog een Zwitserse van wie me de naam nu even is ontschoten, Douglas en ik. Maar het was prachtig weer, zo’n 28 graden en de route was ook schitterend. Het landschap is heel wijd, het lijkt een beetje op een Amerikaanse prairie, maar omdat het nog vroeg in het jaar is, is alles groen en staan er ontzettend veel bloemen. We zagen ook nog een groep gieren en ooievaars met van alles en nog wat in hun bek, want die zijn druk bezig met nesten bouwen.

Milliaria-web

We liepen weer over een Romeinse weg met de originele bruggetjes nog en originele milliaria, dat zijn Romeinse mijlpalen. Behalve dat het aantal mijlen naar de dichtstbijgelegen grotere plaats erop staat, staat er ook de naam van de keizer op onder wiens bewind de weg is aangelegd.

We ontmoetten ook weer de drie Fransen, maar die lopen gigantisch hard en veel, wel 40 km op een dag. Gisteren waren ze rechtstreeks vanuit Merida gelopen (daar heb ik twee dagen over gedaan) en vandaag liepen ze door naar Caceres. Nou, wij niet, wij hebben volgens plan in Valdesalor een taxi genomen naar Caceres, een vrij grote stad, groter dan ik verwacht had.
Bij het binnengaan van de stad kwamen we langs een Spaanse molen, die niet draaide en dat gaf me de gelegenheid mijn medepelgrims mijn ‘molenprobleem’ voor te leggen. Ik zal het jullie ook even uitleggen, wellicht weet iemand het antwoord:

In Nederland draaien de moderne windmolens met de klok mee, maar de originele, oude molens draaien tegen de klok in. Mijn ‘probleem’ is nu: Is daar een reden voor en is dat in andere landen ook zo? Draaien daar de molens ook tegen de klok in? Ik vraag me dit al de hele winter af, want ik wist niet meer welke kant de Spaanse molens op draaien. Nu heb ik nog geen molen zien draaien, tijd dus om dit op tafel te leggen.
Het was geweldig, want nu is het een ‘hot item’ en vraagt iedereen zich af welke kant de molens in zijn of haar land op draaien. Jullie zien dus dat hier ernstige gesprekken worden gevoerd. We hebben het er maar druk mee.

Mijn hotel is eenvoudig, er is een wastafel op de kamer, maar die geeft alleen koud water. Ik heb nog niet alles bekeken, hoop wel dat er op de gang een douche en toilet is. Nou ja, daarom niet getreurd.
Morgen neem ik weer een taxi terug naar Valdesalor en ga daar vandaan weer naar Caceres lopen. Ik heb deze kamer voor twee nachten, dus ik kan morgen met een bijna lege rugzak op stap. Bovendien is het maar 12 km. Dus het zal morgen geen ‘lijdende pelgrim’ zijn die over de Spaanse wegen huppelt!

Categorieën: 2011: Via de la Plata | 1 reactie

Niño muerto

Vandaag heb ik de hele dag samen gelopen met Douglas, de Canadees. We hebben ongeveer hetzelfde tempo, dus dat is wel lekker. Het was een prachtige tocht door een schitterend natuurgebied met kurk- en steeneiken. De eikels van die steeneiken worden opgevreten door de varkens. Men zegt dat ze hierdoor van die goeie ham leveren! Er schijnen ook heel veel roofvogels te zitten, maar ja, daar heb ik niet veel verstand van, dus die soorten kan ik niet uit elkaar houden. Onderweg zag ik soms voor of achter me de mensen, met wie ik vannacht in Aljucen heb geslapen. Vaak lopen we natuurlijk dezelfde afstanden ongeveer, met uitzondering van de fietsers. Vooral na aankomst is dat gezellig.

Onderweg kwamen we voorbij een kruis, dat officieel het kruis van ‘San Juan’ heet, maar door iedereen betiteld wordt als het kruis van ‘niño muerto’, het dode jongetje. Het wordt zo genoemd omdat er op de naamdag van San Juan een jongetje door de wolven is opgegeten. Wij vroegen ons af waarom dat jongetje zo ver van huis was, maar dat vertelt het verhaal uiteraard niet.

Ik slaap dit keer in een klooster. Aangezien de broeders hier van een siësta houden, gaat de poort op slot van half drie tot half vijf. Wie binnen is, kan dus niet naar buiten en wie buiten is, kan er niet in.
Om half acht vanavond kunnen we hier eten en dan gaat om negen uur weer de poort dicht tot morgenochtend zeven uur.
Eerst vond ik dat wel wat overdreven streng, maar in het klooster is een psychiatrische inrichting, waar ongeveer vijfenzeventig mensen door de broeders verzorgd worden. Dan is het ook wel logisch dat de regels wat streng zijn, anders wordt het een bende natuurlijk. Overigens betalen de broeders dat uit eigen middelen, ze krijgen geen geld van de staat of zo.

Nu moet ik even iets opbiechten. Er is hier maar één kamertje, verder een slaapzaal met bedden. Slinks heb ik het toen op snurken gegooid en ….. nu heb ik dat kamertje! Dus de list werkte voortreffelijk.

Morgen wandel ik 26 km naar Valdesalor. Naar Aldea del Cano is maar 15 km en dat vind ik te weinig. Bovendien schijn je daar op een betonnen vloer van het stadion te moeten slapen en daar ben ik te luxe voor geworden. In Valdesalor zijn echter maar vier slaapplaatsen of zo, dus nu hebben we met onze Duitse vriendinnen afgesproken dat we daar op elkaar wachten en dan gezamenlijk een taxi nemen naar Caceres. Daar hebben de dames al een kamer voor me besproken, dus dat komt helemaal goed. De dag daarna laat ik me dan wel weer terugbrengen om alsnog de 12 km van Valdesalor naar Caceres te gaan lopen.
Ziehier de vindingrijkheid van de pelgrim.

Categorieën: 2011: Via de la Plata | 2 reacties

Als een vorst

Goed, geen Caesar dan, maar vandaag liep ik wel als een vorst over de weg. Petje op, korte broek, sigaartje erbij en dan ook nog in een schitterende omgeving. Nou, dan heeft een mens toch niets meer te klagen. Het enige was dat ik wel zeven café’s heb gepasseerd die allemaal dicht waren, maar ook daarvoor kwam een oplossing.

Ik kwam langs een stuwmeer dat nog door de Romeinen is gebouwd. Dat waren toch knappe koppen, hoor. Ze haalden het water uit het meer en dat ging dan via een aquaduct naar Merida, zodat ze daar volop water hadden. Je zou het systeem zo weer in gebruik kunnen stellen, alleen het aquaduct is niet meer te gebruiken, daarvan zijn alleen nog resten. Op die resten broeden nu de ooievaars, ik heb wel tien nesten gezien.

Merida-aquaduct-web

Bijna aan het einde van het stuwmeer stond aan de kant van de weg een Nederlandse camper, dus ik zei netjes: “Goeiemorgen”. Nou, een en al verbazing natuurlijk en meteen een praatje. Het waren mensen uit Breskens en ik kreeg meteen koffie en een croissantje, dus ik had helemaal geen café meer nodig. We hebben gezellig een half uurtje zitten praten en voor ik verder ging, heb ik ze op de film gezet. Mevrouw haalde de protestvlag van West Zeeuws-Vlaanderen erbij, die moest ook op de film. Zeeuws-Vlaanderen protesteert, want de inwoners willen niet meer betalen voor de tunnel. Dus dat was even plezierig.

Om half een was ik in Aljucen, een dorp waar echt helemaal niets is. De enige winkel gaat om één uur dicht en verder is er nog één restaurantje of eigenlijk meer een bar. Ik zit nu in een albergue, de enige slaapgelegenheid. Hotels zijn weliswaar comfortabeler, maar het leuke van een albergue is wel dat je veel andere pelgrims ziet. We ouwehoeren wat af in allerlei talen. Er is een Fransman, Spanjaard, Duitser, Canadees, Oostenrijker, Hollander, enz. De Oostenrijkse spreekt vloeiend Spaans, dus die is steeds de klos als de rest iets wil. De Canadees is een advocaat die net met pensioen is, zijn vrouw gaat binnenkort met pensioen. Ze hebben een huis in Montpellier en bivakkeren een half jaar in Frankrijk en een half jaar in Canada. In zijn familie zitten ik weet niet hoeveel nationaliteiten, zelfs een Hollandse: Bloemsma.

Overigens is dit een keurig schone albergue en….de douche was lekker warm. Want daarover zijn wij, pelgrims uit alle landen, het samen eens: het ergste wat je kan overkomen is dat je ergens aankomt en dat de douche dan koud is! Ik geef toe, in Brussel praten ze over andere Europese problemen, maar op het gebied van warme of koude douches sluiten de rijen zich hier en zijn wij allen één!

Categorieën: 2011: Via de la Plata | 2 reacties

Caesar Theodoris

Gisteravond hebben we eerst gezellig zitten borrelen met een aantal pelgrims en daarna heb ik gegeten met een Duitser, een meisje uit Geneve, een Spanjaard en ik, dus ik moest allerlei talen door elkaar spreken. De Spanjaard is de man die een beetje Frans spreekt, hij heeft zes omleidingen gehad en rookt als een ketter. Dat mag natuurlijk niet van de dokter, maar “de dokter is nu ver weg en ik ben hier” is zijn filosofie.

Vanmorgen bij het ontbijt heb ik al mijn charmes in de strijd gegooid bij het meisje dat bediende. Ik zei dat ik elke dag wel een engel tegenkwam zoals zij nu. Ze smolt helemaal weg en ik kreeg een extra kuipje roomboter en daar was het me om begonnen!
Toen ben ik gaan lopen en zag de zon opkomen, dat was een erg mooi gezicht. Ook vandaag was het weer een kaarsrechte weg, kilometer na kilometer, eindeloos. Na 16 km kwam ik aan in Merida over een zeshonderd meter lange, oude Romeinse brug. Ik voelde me net Caesar Theodoris aan het hoofd van zijn legioenen. Aan de overkant van de brug is dan nog een muur met een poort van de Moren.

Merida is echt een schitterende stad, in het centrum zijn nog een Romeins theater, een amfitheater en een Romeinse triomfboog. Heel erg mooi.
Als je eens nagaat wie hier allemaal gezeten hebben: eerst de Iberiërs, toen de Romeinen, daarna West-Goten, de Moren en uiteindelijk de Katholieke koningen, dan zie je hoeveel verschillende culturen dat waren en iedereen liet wel iets van de eigen cultuur achter.
De weg mag dan soms wel mooi, maar wat saai zijn, de plaatsen waar je komt maken heel veel goed.

Ik heb trouwens tot nu toe op de Camino de la Plata nog geen Sint Jacob gezien. Ik loop over een oude Romeinse weg en zie ook veel dingen van de Romeinen, dus die hebben het hier gewonnen van de Katholieken. Volgens insiders begint het na Salamanca pas een echte Sint Jacobsroute te worden, dus eigenlijk ‘doe’ ik nu ook verschillende culturen in één route.

Omdat ik al om twaalf uur gearriveerd ben, heb ik vanmiddag al een stuk van de stad bekeken. Vervolgens weer terug naar mijn hotel voor de dagelijkse beslommeringen: wasje, rugzak inpakken, etc. en nu ga ik straks nog even een kerk bekijken en dan zullen de andere pelgrims inmiddels ook wel weer de stad indruppelen. Die slapen in de refugio, maar die ligt een eind buiten de stad en ik wilde de stad zien, dus heb weer luxe voor een hotel gekozen. Ja, de welvaart sluipt bij mij binnen!!

Categorieën: 2011: Via de la Plata | 1 reactie

En zie…..de zon

Gisteravond heb ik in het hotel gegeten en naast me zat een stel uit Emmerich, dus ‘we waren buren’, vonden ze.
Het was erg gezellig, alleen was de man erg ongerust dat we in de volgende plaats, Torremejia, geen slaapplaats zouden hebben, want volgens zijn gidsje was er maar één hotel. En zoals een Duitser betaamt: als het in het gidsje staat, is het zo, daar doe je niets bij of af. Van schrik heeft hij de hele avond op zijn ipod zitten zoeken, maar ja, hoe hij ook zocht, daar kwam geen hotel bij.

Vanmorgen was ik om half zeven weer op, nadat ik lekker door de disco heen heb geslapen. Dat stelde niet veel voor, dus daar heb ik geen last van gehad. Volgens het weerbericht was het vandaag mooi weer. Aangezien je in het hotel niet kan ontbijten, dacht ik: “Dat doe ik onderweg wel in een café”, stapte welgemoed zonder regenkleding naar buiten…… waar het werkelijk hoosde van de regen. Ik had geen zin om nou alles weer af te laden om mijn regenkleding aan te doen, maar was dus wel alweer kleddernat toen ik in het café kwam. Daar stond de tv aan en kwam juist het weerbericht. Voorspelling: “Vandaag overal droog en zonnig”. Het hele café joelde, want iedereen was kletsnat.

Maar na een half uurtje lopen werd het zowaar droog, het bleef eerst nog wat donker, maar na een poosje was hij er dan toch weer….DE ZON. Poncho uit, petje op. Nou begint het weer ergens op te lijken! En het is de hele dag mooi weer gebleven, precies goed, zonnetje, niet te warm, niet te koud, fris windje.
Dus daar liep weer een tevreden pelgrim over de weg. Nou, liep??? Dat was het niet helemaal de eerste 4 km. In de gids stond dat het eerste stuk glad, glibberig en plakkerig was. Ik geloof niet alles wat er in de gids staat, maar het was erg glad, glibberig en plakkerig. Binnen de kortste keren zag ik er niet meer uit, overal modder. Alle pelgrims die ik ontmoette onderweg, zagen er even verschrikkelijk uit. Ik heb een poosje gesproken met een Nederlands stel uit Steenderen, dat ook in Sevilla vertrokken is en dezelfde route loopt, maar zij nemen tussendoor veel meer dagen vrij.

Enfin, na die eerste 4 km werd de weg stukken beter, dus heel prettig om op te wandelen. Het was een kaarsrechte weg de volgende 20 km, met onderweg geen enkele plek waar je water kon tappen, geen huis, geen dorp, geen bomen, niets!
“Kijk”, dacht ik toen, “als je dit stuk moet lopen als het 35 graden is, ga je dus helemaal kapot hier”. Als je een paar dagen in de regen loopt, vergeet je gauw hoe warm het vorig jaar was. Toen liep ik te snakken naar een buitje.

Om kwart over twee arriveerde ik in het hotel in Torremejia. Volgens de gids een eenvoudig hotel, ik zou zeggen ‘zeer eenvoudig’, maar ik heb wat ik nodig heb.
Voor een terrasje is het nog iets te fris, maar als het weer verder zo blijft, ben ik dik tevreden en hoor je mij niet meer klagen.

Categorieën: 2011: Via de la Plata | 1 reactie

Blog op WordPress.com.