2011: Via de la Plata

Het is geen prestatie, maar leuk

Vandaag heb ik niet zoveel beleefd, dat wil zeggen, ik heb gelopen en gelopen en vind dat nog steeds prima. Gery vertelde dat veel mensen tegen haar zeggen dat ze het een hele prestatie vinden, maar dat is het niet, vind ik, want het is leuk. Volgens Gery ben ik nu een echte calvinist: als het leuk is, is het dus geen prestatie.
Maar hoe dan ook, de voeten doen het goed, het humeur is in orde, het weer is lekker, dus er valt niets te klagen.

Ik ben om zeven uur vertrokken vanmorgen en was, met de pauzes meegerekend, om kwart voor drie in Zamora. Ik heb dus stevig doorgelopen. Na die 32 km was ik wel blij dat ik er was, ik vind die afstand wel een beetje de limiet voor mij om het leuk te houden.
Een paar dagen geleden was het land hier ‘woest en ledig’, maar nu is het landschap helemaal veranderd. Het gebied, waar ik nu loop, is helemaal gecultiveerd en is landbouwgebied. Ik heb over grote vlaktes gelopen op hele rechte wegen. Het is wel wat afwisselender dan de Meseta op de Camino Frances, al lijkt het er in de verte wel een beetje op.

Na aankomst in Zamora ben ik eerst maar eens gaan eten en heb toen mijn hostal opgezocht, waar Margrit al een kamer voor mij had geregeld. Wat een luxe, hè? Ik heb vanuit mijn kamer het zicht op de Plaza Mayor en wat ik zie, vervult mij met vrees: ik zie namelijk een berg muziekinstrumenten en versterkers die opgesteld worden. Ik ben bang dat ik vannacht weer van een feest ga genieten. Nou ja, dat zien we dan wel weer.
Vanavond ga ik eten met Margrit en waarschijnlijk de gastheer van de albergue hier die voor het laatst is. Dus dat is gezellig.

Zamora is een wondermooie stad, te vergelijken met Braga in Portugal, waar ik vorig jaar was. Alles is Middeleeuws, de bijnaam van de stad is: ‘Het museum van de Romantiek” en er staan wel drieëntwintig kerken, geloof ik.
Dus nu ga ik eerst eens iets bekijken, anders zie ik er niets van en ik wil in ieder geval de kathedraal zien.
Morgen wandel ik weer verder.

Categorieën: 2011: Via de la Plata | 1 reactie

Een saai stuk

Zo, eerst even antwoord op de vragen: Ik heb nog sigaren, de voorraad is een beetje aangevuld. De schoenzolen zitten nog vast. En over te langzaam gaan: er zijn mensen die maar zes weken de tijd hebben, maar daar hoor ik niet bij!!
De voeten doen het ook uitstekend: ik heb geen open plekken en geen blaren.

Het heeft vannacht inderdaad heel erg geonweerd, maar vanmorgen was het weer droog, een paar wolken, maar verder zon. Dat was dan ook eigenlijk het enige voordeel vandaag. Ik liep alleen en dat geeft natuurlijk helemaal niets, als ik toevallig ook niet het allersaaiste stuk van de route tot nu toe had gelopen. Het was gewoon geen leuke route, alleen de eerste 3 km gingen niet langs de autoweg. Niet dat het op die weg zo druk is, maar het loopt gewoon niet leuk. Hele stukken moest ik zelfs over de vluchtstrook lopen.

Goed, daarom niet getreurd, ik ben nu gearriveerd in een dorp met de weidse naam El Cubo de la Tierra del Vino. Nou, ik moet zeggen, de naam van het dorp is groter dan het dorp zelf. Ik kon zelfs geen kerk vinden. In het centrum van het dorp is een heel groot plein, het heet dan ook de Plaza Majore. Op dat plein hoort natuurlijk een kerk te staan, maar er staat alleen een heel groot gemeentehuis, verder niets.

Die kerk zat me niet lekker, want elk dorp heeft een kerk, dus ik ben op speurtocht gegaan en heb uiteindelijk de kerk gevonden, maar aan de rand van het dorp. Dat is wel curieus. Als beloning voor mijn zoektocht mocht ik constateren dat het wegkruis een pelgrim bevat en dat de onderkant van de kerk vol zit met Jacobsschelpen. Dus Jacob heeft het weer een beetje goed gemaakt.

Er is één restaurant, waar ik vanmiddag gegeten heb. Kijk, je moet het ruim zien als ik praat over een restaurant: er is wel een menukaart met een heleboel gerechten, maar die gerechten zijn er niet. Er is één menu en daarmee klaar. Een groter nadeel is echter dat ze zo snel zijn met bedienen, terwijl ik geen haast had.
Enfin, ik heb vanmiddag lekker buiten gezeten in de tuin van de albergue, terwijl mijn wasje vrolijk droog wapperde.
Het loopt nu tegen zes uur en opeens stromen de pelgrims binnen: er is een Nederlands stel, de Fransen zijn er weer, er zijn drie fietsers en een stel, van wie ik de nationaliteit nog niet weet omdat ze er net aankomen, maar ik gok op Engelsen.
Vanavond ga ik niet in het restaurantje eten, want twee keer hetzelfde menu is wat veel van het goede. De kruidenier zal nu zo langzamerhand wel open zijn na de middagrust (Gery dacht dat hij om deze tijd dicht zou gaan), dus ik ga iets te eten voor vanavond inslaan. Dan eet ik vanavond dus gewoon in de albergue.

Bovendien ga ik wat fruit en zo kopen, want morgen zal ik onderweg ook niet zoveel tegenkomen. En om die beide ongeduldige pelgrims daar op de camino Frances een plezier te doen: ik ga morgen 32 km lopen!! Dus wat mopperen jullie nou? Onthaasten, jongelui, onthaasten!

Categorieën: 2011: Via de la Plata | 2 reacties

Het is weer stil op de camino

Het is weer stil op de camino

11-5-2011

Gisteren was het gezellig met Rina en Andries. We hebben champagne (Spaanse) gedronken en vervolgens hebben we gezamenlijk de kathedraal bezichtigd. Daarna zijn zij weer op de bus gestapt naar de camping.

Gisteravond hebben we met zijn zessen gegeten: het Australische stel, het Oostenrijkse stel, Margrit en ik. Een soort afscheidsdinertje, want het Oostenrijkse stel blijft een paar dagen in Salamanca, de Australiërs nog een dag en Margrit blijft eerst nog een dag in Salamanca, daarna gaat ze met de bus naar Zamora, want daar gaat zij drie weken gastvrouw spelen in de albergue. Eerst gaat ze dan een dag vanuit Zamora verder lopen en de stad Zamora verkennen, anders kan ze de mensen niet goed voorlichten, vindt ze. Ja, je bent van degelijke Zwitserse makelij of niet. We hebben afgesproken vrijdag samen te eten. De Koreanen zijn een dag verder, want die zijn niet in Salamanca gebleven, dus ineens is het stil op de camino.
Alleen het Franse stel, Daniel en Josine, is er nog. Ik moet zeggen, het is best weer even wennen.

Vlak na Salamanca ben ik even verkeerd gelopen en moest ergens dwars doorsteken, dat was dus 3 km extra, maar verder ging het gezwind over hele lange rechte wegen, steeds maar rechtdoor, dus verdwalen was er niet meer bij.
Om half twee had ik de 23 km achter de kiezen, hoewel me dat moeilijk lijkt, kilometers achter de kiezen te hebben. Liever gezegd: die waren onder mijn zolen doorgegaan en ik zit nu in het hostal in Calzada de Valdunciel. Dit is een heel klein dorp, maar Europa heeft weer lustig geïnvesteerd: ze hebben een groot sportcentrum en een grote bibliotheek, waar je gratis kunt internetten.

Vanavond eet ik hier in het hostal. Daar heb ik vanmiddag ook gegeten, want dat is de enige gelegenheid hier. Nu zit ik lekker op het dorpsplein op een bankje een pilsje te drinken in het zonnetje, maar ik zie in de verte een enorme onweersbui in de lucht hangen, dus erg lang zal het niet meer duren of ik word nat. Het was voorspeld voor vandaag, maar ik heb er geen last van gehad onderweg. Voor de rest van de week wordt ook mooi weer voorspeld, dus ik zit goed!

Categorieën: 2011: Via de la Plata | 2 reacties

Salamanca

Ik kon vandaag uitslapen tot acht uur, maar ik was om half zeven al wakker vanwege de herrie op straat. Eigen schuld, de eigenaar van het hotel had ons gewaarschuwd. We konden ook een kamer aan de achterkant krijgen, maar we dachten: “Ach, zo’n straatje is heus wel rustig”. Niet gerekend op toeters, vuilniswagens, schoonmaakwagens en zo.

Na het ontbijt wilden we met het treintje door de stad. We hebben een half uur zitten wachten, maar het treintje kwam niet. Dus dan maar eerst de kerk bekijken. Of kerk? Er staan twee kathedralen vlak naast elkaar, een oude en een ‘nieuwe’, de toren van de nieuwe is gebouwd in de oude kathedraal. Heel bijzonder.
Iemand in de kathedraal vertelde dat je op dinsdagochtend gratis op het dak van de kerken mocht lopen, dus dat hebben we meteen gedaan. Je moest door de toren omhoog en daar hebben ze een soort wandelroute over de daken gemaakt. Het was heel erg leuk, je kon heel Salamanca en omgeving aan je voeten zien liggen. Af en toe ging je naar binnen en dan kon je de kerken van bovenaf zien.

Foto-10-mei-2011-web

Daarna hebben we het ‘huis van de schelpen’ aan de buitenkant bezichtigd. Daar heeft een koopman gewoond die er zo trots op was dat hij tot de orde van Santiago behoorde, dat hij wel tweehonderd schelpen aan zijn huis heeft laten beeldhouwen. Heel curieus.

Ja, en toen was het tijd voor een lichte lunch na de zware maaltijd van gisteren. Toen hadden we namelijk trek in biefstuk en we kregen toch een lap op ons bord, daar kon een weeshuis van eten.
We hebben even gekeken waar de albergue van Salamanca was, die ziet er ook goed uit trouwens. Daar hebben we een tijdje staan praten met een Engelsman die er een paar weken gastheer was geweest en nu over een paar dagen weer verder ging met de camino.
Uiteindelijk is het toch gelukt om in het treintje te raken en een rondje door de oude stad te rijden, maar aangezien het hotel midden in de oude stad staat, zagen we niet veel nieuws.

Daarna zaten we op ons gemak buiten. Margrit wilde in haar dagboek schrijven en ik wilde ansichten gaan schrijven, maar wie kwamen daar aan lopen? Janine en Manuelo, onze Oostenrijkers. Zo leuk, ik dacht dat we hen niet meer zouden zien, maar dan staan ze toch ineens weer voor je neus. Dat werd dus weer een gezellige boel en…. geen tijd om kaarten te schrijven.

Gery belde net dat Andries en Rina me proberen te bereiken, maar geen verbinding krijgen. Zij schijnen hier in Salamanca op de camping te staan. Dus ik heb hen maar gebeld en kreeg ze meteen te pakken. Zij nemen de bus en we zien elkaar straks hier op het plein. Dus ik ga nu op wacht staan.

Categorieën: 2011: Via de la Plata | 1 reactie

Op de helft

Een heerlijke wandeling gemaakt van 25 km bij schitterend weer: niet te warm, niet te koud, lekker windje. Wat wil een mens nog meer?
Onderweg zagen we de twee Fransen die onze kamers gepikt hadden. Dat hebben we ze wel even laten weten natuurlijk: “Pas op met Fransen, ze stelen je kamer!”
Dan kom je over de heuvels en ziet ineens Salamanca in de verte liggen.

Brug-bij-Salamanca-web

En zoals het hoort, trok na een paar uur dan weer Don Theo over de Romeinse brug met zijn legioenen, bestaande uit één persoon, Salamanca binnen.
Een mijlpaal op de Camino de la Plata, omdat ik hier ongeveer op de helft van de route ben.

Om dit te vieren heb ik eerst maar onderdak gezocht en gevonden in hotel Emperatriz op 50 meter afstand van het centrale plein, dus perfect. We hebben voor de deur gegeten buiten op het terras. Het menu van de dag was prima, maar de wijn erbij niet zo lekker, dus hebben we een andere wijn besteld. Naast ons zaten vier Belgen die met de camper op reis waren en die wilden uiteraard alles van onze reis weten. “Nou”, zei de een, “maar u gaat toch ook nog wel met uw vrouwtje op vakantie?” Gery vond dit een zeer goede opmerking.
Het was erg gezellig en pas om kwart voor vijf rolden we van tafel.

Toen moest ik nog alles doen: mijn wasje, onder de douche, scheren. Druk, druk, druk weer.
Toen de receptioniste wakker werd uit haar siësta, heb ik haar gevraagd waar ik een schoenmaker kon vinden. Dat heeft ze me uitgelegd, maar uiteraard vond ik het niet, wel ergens anders.
Het hulpje van de schoenmaker heeft in Zürich gewoond en dus kon ik in het Duits mijn probleem uitleggen. De schoenmaker sloeg meteen aan het lijmen, dus ik kon erop wachten. Ik heb ook de lijm gekocht, die hij gebruikte en toen ze hoorden dat ik een pelgrim was, hoefde ik niets te betalen. Super toch? Ik heb maar € 10 gegeven voor haar kindje dat daar in de kinderwagen lag en dat mocht uiteindelijk.

Morgen heb ik een vrije dag om Salamanca te bekijken. Het lijkt me een prachtige stad. En dus kan ik vanavond op de Spaanse tijd, een uur of tien, gaan eten, want ik kan morgen uitslapen. Het ontbijt wordt pas vanaf negen uur geserveerd. Dus ik kan er niets aan doen dat ik niet vroeger uit bed ga!

Categorieën: 2011: Via de la Plata | 3 reacties

Over de top

Gisteravond hebben we vooraf voor de zekerheid maar in de bar hier in het dorp heerlijke Spaanse ham gegeten met een goed flesje wijn erbij. Aldus gesterkt keerden we terug naar onze refugio in het huis van de pastoor. Om acht uur zijn we naar de mis gegaan in het kerkje. ‘Onze’ pastoor deed alles zelf, hij had geen misdienaars, wat ik wel verfrissend vond. Na de preek moesten alle pelgrims naar voren komen en de armen om elkaar heen slaan. Zo gaf hij ons vervolgens de pelgrimszegen, daarna zong de gemeente een pelgrimslied voor ons. Althans, dat neem ik maar aan, want ik hoorde vaak “Santiago”, ik versta er uiteraard niets van. Toen de mis afgelopen was, kregen we van heel veel mensen een hand. Het klinkt misschien wel softy, maar het doet je echt wel wat.

Terug in de herberg bleek het eten op tafel te staan. Volgens ons was het de rest van de paella die we ’s morgens onderweg in een of ander sociaal centrum hebben gezien. We hebben daar koffie gedronken en daar was een aantal vrouwen bezig enorme paella’s te maken. We vroegen ons al af waar dat heen zou gaan. Maar vooruit, we hebben er toch maar een hapje van genomen. De Koreanen zongen weer een vrolijk lied en halverwege kwam een vrouwelijke dokter binnen. Ze werkt op de intensive care op Majorca en loopt elke dag gemiddeld 50 km!!! Ze stapte binnen of ze even een blokje om was geweest en schoof gezellig mee aan voor de paella.

De nacht was af en toe wat onrustig, want een van de Koreanen blijkt in zijn slaap te praten. Hele verhalen hoorden we aan, uiteraard onverstaanbaar. Af en toe kwam hun ‘juf’ uit bed en zei iets tegen hem, dan ging het weer een half uurtje goed en dan begon hij weer. Vanmorgen heeft hij uitgebreid bij iedereen zijn excuses gemaakt. Dat is natuurlijk helemaal niet nodig, want zo gaat dat nou eenmaal als je met meer mensen in een ruimte slaapt: de een zucht, de ander snurkt, enz.

Vanmorgen om half acht zijn we weer vertrokken en koud dat het was…. verschrikkelijk. Als ik handschoenen bij me had gehad, zou ik ze hebben aangetrokken. Gestadig zijn we omhoog geklommen en om half twaalf waren we op de top! Behalve een schitterend uitzicht was er niet zoveel, een aantal windmolens en een bescheiden kruis. We vonden echter een beschut plekje uit de wind, in de zon, met rotsblokken waarop we konden zitten en uitzicht op het dal. Daar hebben we wat kaas gegeten, iets met noten erin, een sinaasappeltje en ja, dan is het leven erg goed.

Daarna zijn we weer afgedaald. Hert eerste stuk was een mooie weg, maar de laatste 15 km ging over een asfaltweg. Dat is ook wel mooi, maar veel eentoniger. Het was vrij vlak en overal enorme boerderijen met heel veel land erbij. Voor mij was die asfaltweg wel goed, want mijn schoenzool was weer los.

Na 28 km waren we dan bij de refugio in San Pedro de Rozados. Aan de overkant van de refugio staat een villa, daar kan je kamers huren. Margrit had daar vanmorgen kamers besproken. Ze is jarenlang reisleider geweest, dus vandaar dat het organiseren van dit soort zaken haar in het bloed zit en eerlijk gezegd vind ik het wel gemakkelijk. Ze loopt maar tot Zamora, dus daarna moet ik het weer alleen uitzoeken, nu profiteer ik er even van.
Maar goed, toen we dus bij de villa aankwamen was die op slot. Een telefoontje naar de eigenaar, die zei dat de sleutel onder de mat lag. Wij zoeken, maar mooi geen sleutel! Dus we hebben onze rugzakken eerst maar neergezet bij de refugio aan de overkant, waar onze Koreanen vertelden dat de kamers in de villa door twee Fransen waren bezet, die de sleutel hadden gevonden.
We zijn eerst maar gaan eten in de bar in het dorp. Toen bleek dat deze ook kamers verhuurt. Dus nu hebben we een mooie kamer en nog € 2 goedkoper dan in de villa. En…..onze was wordt voor ons gedaan. Wat een luxe.

Het is nog steeds genieten elke dag!

Categorieën: 2011: Via de la Plata | Een reactie plaatsen

Een eenzaam gebied

Ik denk dat jullie geen flauw idee hebben hoe eenzaam dit gebied hier is. Ik verbaas me elke dag weer over het verschil met wat ik gewend ben thuis. En toch liepen hier tijden geleden al Romeinen rond, getuige de vele mijlstenen langs de route vandaag. Het leken wel kilometerpalen, zoveel waren het er.
Uit een weiland naast het pad vlogen ineens, toen wij er langs liepen, wel twintig ooievaars tegelijk omhoog. Wat nou, weinig ooievaars? Hier zijn er bijna net zoveel als bij ons ganzen, krijg ik de indruk.
Verder was het een mooie route vandaag, met veel uitzichten. Onderweg kregen we een flinke bui, verder bleef het droog. Als het hier regent, sneeuwt het in de bergen, dus daar zie je weer meer sneeuw liggen, een mooi gezicht. De weg liep wel omhoog, maar niet zo steil, meer geleidelijk aan.
Precies op het moment dat we de refugio in Fuenterroble de Salvatierra bereikten, barstte er weer een felle bui los. Het zijn heel heftige buien hier en daartussen schijnt de zon wel gelukkig, maar het is gewoon koud. Als de zon weg is, is het maar 12, 13 graden. En ik heb natuurlijk geen trui bij me. Trouwens, bijna niemand heeft een trui bij zich, want iedereen heeft op mooi weer gerekend.

De refugio hier is een bijzondere. De albergue wordt geleid door de pastoor en die heeft een stel helpers om zich heen verzameld, allemaal alternatievelingen. In het gastenboek staat dan ook dat er hier een heel speciale sfeer hangt. Dat is misschien ook zo, maar er moet me toch iets van het hart:
Waarom moeten bijzondere en alternatieve herbergen altijd ook een beetje vies zijn? En een klein beetje luxe mag toch ook wel? Denk niet dat het hier slecht is of zo, maar het valt me gewoon op.

De Koreanen zijn er ook weer, hebben een set voor acupunctuur bij zich en steken nu bij iedereen die maar wil de naalden erin. Ze wilden mij ook behandelen, maar ik zei: “Ik heb niks, ik ben veel te jong” “Hoe oud dan?” Zodra ik dan “67 jaar” zeg, beginnen ze te buigen als knipmessen. Het zijn echt een stel komedianten, geweldig gewoon. Een van hen is een vrouw, die onderwijzeres is op een basisschool. Soms is het net of ze met haar klasje uit is. Als ze het te gek maken, roept ze hen tot de orde en is het afgelopen.

Kijk, zulke dingen maak je niet mee als je in een hotel gaat slapen. Als pelgrim leef je dus voortdurend met een dilemma: in een hotel slapen met comfort, maar geen andere pelgrims ontmoeten of in een refugio slapen met andere pelgrims, maar geen comfort.
Margrit en ik hebben nu maar besloten dat we één op de drie nachten wel in een hotel mogen slapen. Met andere woorden: Als we in Salamanca zijn, waar we maandag hopen aan te komen, gaan we in een hotel. Ik wil er in ieder geval een dag blijven en aangezien je geen twee nachten achter elkaar in dezelfde refugio mag blijven, moet ik dus wel in een hotel. Goeie smoes, hè?!!

Vanavond kunnen we hier in de refugio paella eten. Nou heb ik eens een blik in de keuken geworpen en vond de paella er niet zo geweldig uitzien. Eens kijken of ik de anderen mee kan lokken naar de bar hier vlakbij, waar je ander eten kunt krijgen. Maar als ik moet kiezen tussen paella eten met zijn allen of in mijn eentje in de bar, dan wordt het natuurlijk de paella. Dan eet ik maar iets minder. Trouwens, mijn buikje is geheel verdwenen, ik ben een slanke pelgrim geworden. Jammer alleen dat dat buikje er vanzelf weer aangroeit als ik een paar weken thuis ben.

Categorieën: 2011: Via de la Plata | 2 reacties

Ik beleef eigenlijk niets en toch beleef ik zoveel

Vandaag hoefde ik maar 12 km te lopen, dus het kon allemaal rustig aan. Eerst ging de route vrij steil omhoog, toen daalde hij via een mooie route met mijlstenen naar beneden naar de rivier. Er hoefden geen schoenen uit dit keer, want er lag een stenen brug uit 1798. Daarna was het weer flink klimmen geblazen tot Calzada de Bejar toe.
Om twaalf uur waren we gearriveerd in de refugio. Een mooie refugio en vooral het uitzicht hier vandaan op de bergen is schitterend. Nou ja, kijk zelf maar…

Refugio-Calzada-web

Het weer is wat winderig en er zijn wat wolken. Maar de wolken worden afgewisseld met de zon en het is 23 graden, dus prima weer, mijn wasje is alweer bijna droog.

Calzada de Bejar is een piepklein dorp met maar een paar huizen. De hoofdweg is niet bestraat, zo af en toe een keitje en dat is het dan. De vrouwen zitten ’s middags gezellig voor het huis. Ik wist niet dat dit nog bestond. Geweldig om dit weer mee te maken. Er gebeurt eigenlijk niks, toch kom je niet uitgekeken.
Op de kerktoren is een ooievaarsnest en daarin een jong ooievaartje dat nog niet kan vliegen. Een van de ouders vliegt dan weg om eten te halen voor het jong. Als hij (of zij) terugkomt, kleppert de ander luidruchtig. Dan wisselen zij elkaar af en vliegt de ander eruit. Dat is nou emancipatie. Ik heb me laten vertellen dat de ouders, als ze vinden dat het jong oud genoeg is om te vliegen, ze hem (of haar) gewoon het nest uit mikken en dat hij dan niet meer terug mag komen.

De hele middag zaten we met zijn tweeën, maar nu begint het vol te lopen. Eerst de fietsers, die ons vertellen dat ze de Koreanen en de Oostenrijkers hebben zien lopen en dat die er ook weer aankomen.
Wat de sigaartjes betreft, ik heb vijf kleine Havanna’s op de kop weten te tikken. Prima dus. Maar mijn La Paz sigaartjes kan ik nog nergens vinden en dat terwijl ik in het verleden er duizenden naar Spanje heb vervoerd. Maar ik ben al blij dat ik deze heb en in Salamanca zal wel een sigarenwinkel zijn.

Er gaat hier nu een luid gejuich op, want de Koreanen zijn gearriveerd. Dus dat kan weer een gezellige boel worden….

Categorieën: 2011: Via de la Plata | 3 reacties

Ruzie in het dorp

Het idee van mijn beide zussen om een postelastiek om mijn schoen te doen is zo gek nog niet, want mijn zool is weer losgegaan. In Salamanca toch maar eens een schoenmaker opzoeken, denk ik.

Vanmorgen stond ik om half zeven naast mijn bed en na het wassen, ontbijten en zo stapten we om half acht naar buiten. Het eerste stuk moesten we het zonder pijlen doen, aangezien we gisteren het laatste stukje van de officiële route zijn afgeweken. Nadat we een stuk gelopen hadden kwamen we bij een rivier, waar we met onze schoenen aan echt niet door konden. Het water stond veel te hoog en de stroom was snel. Dus er zat niets anders op dan de schoenen maar weer uit te doen. Margrit op blote voeten, ik de crocs aan en zo zijn we naar de overkant gekrabbeld.

Aan de overkant vonden we vrij snel de route weer en konden we weer achter de gele pijlen aan. Rechts van me liggen de bergen met de toppen in de sneeuw. Nu liggen ze rechts, maar ik moet er wel overheen, dus dat wordt klimmen. Volgens de gids gaan we tot 1200 meter hoogte. Nou ja, ik zit nu al op 600 meter, dus op de helft zullen we maar denken.

De laatste 10 km liepen we op een heel smal strookje langs de autoroute, dus dat was niet echt leuk. Om een uur of twee waren we in Banos de Montemayor en vervolgens moesten we wachten tot om vier uur de albergue open ging. Geen nood, in die tussentijd kun je mooi eten. Banos de Montemayor is een echte toeristenplaats, een soort Spa, met thermen en zo. Het ziet eruit als een rijke plaats. Dat is weer eens iets anders dan de stille Spaanse dorpen, waar we steeds terecht kwamen. Er zijn ook heel veel hotels en restaurants. In het eerste restaurant werden we zo grof behandeld, dat we eruit zijn gelopen. Als er geen eerbied meer is voor ons pelgrims, waar blijven we dan?

Toen zijn we naar een hostal gegaan en hebben daar goed gegeten. Na het eten maakte de baas een praatje met ons, en meldde toen dat wij ook bij hem konden slapen. Voor € 28 gaf hij een kamer, een diner vanavond en een ontbijt morgenochtend. Het klonk aanlokkelijk, maar onze rugzakken stonden al bij de albergue, dus wij zijn netjes weer terug gewandeld. De gastheer van de albergue vroeg of we al gegeten hadden en waar. “In Hotel Solara”, zeiden wij. “O, dan hebben ze jullie zeker wel gevraagd of jullie daar wilden slapen en een leuk aanbod gedaan?” “Klopt”, zeiden wij. Toen bleek dat er hooggaande ruzie is tussen de albergue en de hotels, want de hotels willen de albergue weg hebben vanwege oneerlijke concurrentie.
“Ja”, zei onze gastheer, “toen het goed ging, wilden ze absoluut geen pelgrims hebben, dat was te min, maar nu is het crisis en nu zijn alle pelgrims ineens hartelijk welkom”.
Jullie zien dat er naar onze gunst wordt gedongen. Je zou er hoogmoedig van worden, maar dat mag natuurlijk niet als pelgrim zijnde.
Overigens hebben we hier een prima kamer, geen stapelbedden, zelfs een kast voor je kleren, een mooie zitkamer en een tuin, waar we de was kunnen drogen. En dat alles voor € 10, dus we zijn best tevreden.
Ik heb gewassen, mijn zool weer geplakt, nu ga ik even naar de apotheek om tandpasta en zonnebrand of zo te halen, want ik heb weer bulten van de zon. Druk, druk, druk dus, straks maar gauw weer even uitrusten in het zonnetje op het terras of in de tuin. En dan is het alweer bijna etenstijd en is er alweer een dag voorbij.

Categorieën: 2011: Via de la Plata | 1 reactie

Canadas Reales

Tot onze vreugde arriveerden gisteren toch nog Janine, Manuelo en de Italiaan. Weliswaar doodmoe en kapot, maar ze waren er. Alleen was er hier geen plaats meer. Toen mochten ze in de hal op de banken slapen en ze hebben heerlijk geslapen, zeiden ze vanmorgen.

We hebben gisteravond een uiterst plezierige avond gehad met onze Koreanen en veel gelachen. Ik werd herhaaldelijk op de schouders geslagen, omdat ik de oudste was en er nog zo gezond uitzie. Een van de Koreanen heeft het eten voor ons allemaal betaald, want “Ik heb toch een creditcard”, riep hij. Manuelo heeft toen ook nog eens de orujo na het eten betaald, want die zei weer: “Ik hoef het eten nu toch niet te betalen, dus het kan eraf”.
Vanmorgen heb ik een tijdje gelopen met een van de Koreanen en gezellig gepraat. Zeg nou zelf, wanneer kom je op zo’n ontspannen manier met Koreanen in aanraking? Dit is echt geweldig leuk.

We hadden vandaag de keus tussen 14 km lopen of 42 km. Ja, 14 km vonden we te kort en 42 km te lang. Margrit en ik zijn toen in plaats van via Oliva de Plasencia te gaan rechtdoor gelopen tot Caparra. Dat was ongeveer 21 km en Caparra is een ruïne van een Romeinse stad, dus dat leek ons wel leuk. We hadden een hotel besproken in Javille aan de Route Nationale en de baas van het hotel zou ons bij de ruïne op komen halen, maar dat kon om half één of anders pas weer om vier uur.

Het was een verschrikkelijk mooie route, net een droomwereld. Niet de eenvoudigste route, want er waren steeds beekjes die je over moest steken. Dan moet je van de ene steen op de andere stappen en dat gaat lang niet altijd makkelijk, want die stenen liggen uiteraard niet keurig op een rijtje en lekker vlak, maar soms wiebelen ze of zijn glad en kost het moeite om je evenwicht te bewaren. Je zit niet te wachten op een valpartij, want ten eerste is dan alles van top tot teen smerig, maar ten tweede kom je met een rugzak om niet zo makkelijk overeind. Ik heb altijd gedacht dat de provincie Extramaduro, waar ik nu ben, zo droog was, maar dat is dus helemaal niet waar. Net zo min als het idee dat ik had dat het in dit gebied zou wemelen van Spaanse molens, het is tenslotte het gebied van Don Quichot. Nou, ik heb er nog niet één gezien, alleen een namaakmolen. Zo zie je maar weer, van al die zaken zoals je je ze voorstelt, klopt vaak in werkelijkheid niet veel.

Gelukkig zijn alle oversteken goed verlopen en liep ik stukken over de Canadas Reales. Dat is een pad van stroken van ongeveer 75 m breed met goed onderhouden gras en het valt onder bescherming van de koning. Die weg loopt van Noord-Spanje helemaal tot Zuid-Spanje en dient om de kuddes te vervoeren van Noord naar Zuid en omgekeerd. Toen ik de Camino Frances liep, zat ik aan het andere einde van dit pad, ben er toen dwars overgestoken en nu loop ik er dus gedeeltes van.

Uiteindelijk haalden we het niet om om half één bij de ruïnes te zijn, maar wij dachten dat er genoeg te zien zou zijn en iets te eten, zodat het snel vier uur zou worden. Dat viel wel wat tegen. De ruïnes waren wel mooi, er stonden nog een paar bogen en verder zag je het stratenplan zoals dat was en de omtrekken van de huizen, maar we waren er toch betrekkelijk snel uitgekeken. Er was wel een soort museumpje, maar daar waren alleen twee frisdrankautomaten en dat was het dan. Om daar een paar uur te blijven hangen, leek ons nou niet zo geweldig. We besloten dus nog maar een stukje te gaan lopen en eens te zien of er geen auto langs zou komen die ons een stukje mee kon nemen. Nou, met de tweede auto was het al raak, we konden meerijden tot de Route Nationale. Dat is het voordeel als er een vrouw bij is, voor mij stoppen ze niet zo gauw.

Toen zijn we langs de Route Nationale gaan lopen tot Margrit op het idee kwam de baas van het hotel te bellen om te zeggen dat hij ons dus niet bij de ruïnes op hoefde te halen. Wat wij stiekem hoopten, gebeurde, de baas zei: “O, ik kom jullie daar wel even ophalen”. Achteraf gelukkig, want het bleek dat we nog wel 10 km hadden moeten lopen. Zo zie je maar weer, het komt altijd weer goed als je pelgrim bent.

Overigens heeft deze pelgrimsroute van alle routes die ik gelopen heb, het minst met St. Jacob te maken. Af en toe kom je wel iets van hem tegen of een kerk die naar hem genoemd is, maar verder heel weinig verwijzingen zoals op de andere camino’s. Ik heb ook nog bijna geen Spanjaarden gezien, alleen ‘vreemdelingen’.

Sigaar-web
Ik heb slechts één probleempje: ik heb nog maar één sigaar. Ik rook er elke dag eentje, de weg naar Salamanca is nog lang en ik vrees dat ik pas daar sigaren kan kopen. Al mijn medereizigers kijken met mij of ze sigarenwinkels tegenkomen, maar helaas. Het anti-rookbeleid is hier nog veel strenger dan in Nederland met het gevolg dat een heleboel sigarenwinkeltjes, die je vroeger in elk gehucht had, over de kop zijn gegaan.
Ik weet dat de niet-rokers onder jullie dit geen probleem zullen vinden, maar de liefhebbers van een goede sigaar leven vast wel met mij mee. Enfin, vanavond maar weer eens in het hotel proberen of er iets is, dat wil soms nog wel lukken.

Categorieën: 2011: Via de la Plata | 4 reacties

Blog op WordPress.com.