2010: Camino Portugues

Route van Lissabon naar Santiago

Loon naar gerechtigheid

Vanmorgen ben ik om half acht vertrokken en heb tot een uur of twaalf lekker gelopen. Toen ging het wat moeizamer, want niet alleen dat die open plekken dan weer gaan opspelen, maar ook de grote teen van mijn linkervoet begon op te spelen. Daar heb ik nu flinke blaren en de nagel is bijna los. Maar dat hoort meer bij de ‘gewone’ ontberingen, dat heb ik wel vaker gehad. Dicky, de Nederlandse vrouw uit Deurne, is verpleegkundige en zegt dat ik gewoon elke dag een paar paracetamolletjes moet nemen. Daar gaat het niet van over natuurlijk, maar dan heb ik er minder last van. Eigenlijk best wel een goed idee.
Het was een hele mooie route vandaag, ik liep vaak door eucalyptus- en dennenbossen. Ik liep veel over de Via Romana, dat is een oude Romeinse weg. Op sommige stukken zie je daar niets meer van, is het geasfalteerd en zo, maar sommige stukken zijn nog intact, daar liggen de oude keien nog gewoon op de weg. Dat loopt wel moeilijker, maar het is wel erg leuk om er dan ook over te lopen. Die Romeinen hebben toch prachtige wegen neergelegd, dat ik er honderden jaren later nog over kan lopen.
Tegen twee uur vanmiddag naderde ik Olivera de Aziméis, de bestemming van vandaag. Weer een etappe verder. De laatste 2 km ging de weg echt steil omhoog. Er waren Spanjaarden op de fiets, die konden niet op de fiets blijven en moesten dus ook lopen. Zo liepen wij gezamenlijk puffend de steilte op en besloten eendrachtig, dat we bij de eerste de beste slaapgelegenheid zouden stoppen. Het kon ons niet schelen hoe die eruit zag.
En ja…. jullie voelen het alweer aankomen, dat was dus een viersterren hotel. “Kan mij wat schelen”, dacht ik opstandig en stapte naar binnen om te kijken of er nog een kamer voor me was.
Die was er nog en toen ik de vraag: “Hebt u soms een credencial (dat is mijn kaart met stempels) met ja kon beantwoorden, kreeg ik de kamer voor de helft van de prijs. Dus nu heb ik voor een zacht prijsje een prachtige kamer. Dat noem ik nu loon naar gerechtigheid. Je loopt in de blaren, maar de beloning is er ook naar.
Na het wassen en douchen moest ik naar de apotheek om een nieuwe voorraad in te slaan. Nou is hier de apotheek op de meest onmogelijke tijden open, alleen op zaterdagmiddag bleken ze allemaal ineens dicht te zijn. Terug naar het hotel en daar wisten ze een apotheek d’ urgence, alleen moest ik daarvoor wel naar het andere einde van de stad wandelen.
Zonder pleisters en andere attributen kan ik niet. Jullie zouden me eens moeten zien bij de voetverzorging. Ik lijk wel een oud wijf met alle pleisters, zalfjes en verbandjes om me heen. Dat doet er niet toe, als ik het maar haal. Dus de stoute (in dit geval meer zere) schoenen weer aangetrokken en de wandeling gemaakt. Op de terugweg naar het hotel zag ik ineens mijn Deurnese vrienden voor me uitlopen. Dan kun je natuurlijk niet zomaar “Goedemiddag” zeggen en doorlopen, ik hoop dat jullie dat begrijpen.
Dus dat werd weer een terrasje en ik moet zeggen dat je daar goede gesprekken kunt voeren, als je tenminste iets te drinken hebt.
We hebben daar dus strategisch alle wereldproblemen grondig zitten doornemen. Gery zegt dat dit een sjieke uitdrukking is voor ‘ouwehoeren’ en ik geloof dat zij daar gelijk in heeft. Maar gezellig is het wel!
Met of zonder zere voeten, met of zonder pleisters ……… ik red me en geniet ervan!

Categorieën: 2010: Camino Portugues | 3 reacties

Het plezier straalt eraf

Zo, ik ben weer aardig over mijn dipje heen, want het lopen doet niet zo zeer meer als een paar dagen geleden, alleen de laatste kilometers zijn zwaar. Het Nederlandse stel uit Deurne schijnt vanmorgen achter me gelopen te hebben, want de man zei me: “Als ik jou zie lopen, straalt het plezier er gewoon af. Wat loop jij toch soepel en makkelijk”. Ik herhaal: dat was vanmorgen. Dus ik heb hem uitgelegd dat ik ‘s morgens wel makkelijk liep, maar dat ik ‘s avonds het bloed in mijn schoenen heb. Misschien een beetje overdreven, maar mag ik? Ik zeg ook: ” Tegen jullie ga ik klagen, dan hoef ik het vanavond eens niet tegen mijn vrouw te doen”.
Weet je wat ook heel goed helpt tegen een dipje? Ik leg het even uit: Het is fantastisch weer, precies goed! Ik zit hier nu op een terrasje in Albergaria onder de palmen, uit de zon, want in de zon is het een beetje te warm. Voor me staat een halve liter bier, waar ik slechts € 1 voor hoefde te betalen, en af en toe neem ik een slokje. En weet je wat dan ook nog helpt? Dat Gery me meldt dat het in Zaandam regent en dat ze de verwarming aan heeft. Wie heeft er dan nog last van een dipje?? Arme jullie!
Ik vind Portugal een heerlijk land. Overal zie ik nog steeds heiligen op tegelplateaus aan de huizen. Erg mooi, ik geniet er heel erg van. Het meest zie ik Maria van Fatima uiteraard en Antonius van Padua. Antonius is er voor de kinderen, dus logisch, want in die huizen wonen veel gezinnen natuurlijk. Bovendien heet Antonius wel van Padua, maar komt hij oorspronkelijk uit Lissabon.
Behalve dat alles goedkoop is in dit land, vind ik het heerlijk dat mensen niet zo’n humbug hebben hier, het zijn niet van die druktemakers. Op de TV zie ik de politici en dat zijn ook niet van die schreeuwers. Ik versta natuurlijk niet wat ze zeggen, maar ze lijken rustige mensen.
Wat het eten betreft, is het hier echt veel en veel beter dan het eten in Spanje. Bijkomend voordeel voor mij als pelgrim is dat ze vroeger eten dan in Spanje. Dus dat is mooi meegenomen. Verder weet ik niet welk land leuker is: Spanje of Portugal. Daar zal ik ernstig over nadenken als ik in Spanje ben. Te zijner tijd horen jullie dan de uitslag wel van dit diepgaand onderzoek.
Ik zit hier in een zeer eenvoudig hotel met badkamer en wc op de gang. “Residencial” noemen ze die hier. Mij maakt het niet uit, luxe is leuk, maar dit is ook prima. De pelgrims uit Deurne zitten hier ook, dus vanavond zullen we wel met elkaar eten.
O, ik zie dat mijn halve liter op is, ik denk dat ik nu nog maar even een tweede halve liter ga nemen! bier-web

Categorieën: 2010: Camino Portugues | 3 reacties

Caminogevoel

Met enige trots zeg ik: “Ik ben weer 25 km verder gekrabbeld”. Toen ik vanmorgen net vertrokken was, liep ik op het trottoir, dat hier hoog is, dus je moet een grote stap maken. Op de weg liepen een stuk of vijf dames, allemaal boven de vijfenvijftig schat ik. Fatimagangers, gehuld in groene hesjes. Die moesten ook de hoge stoep op en dat gaf heel wat zuchten en moeilijkheden. Een van hen kon het been maar niet hoog genoeg krijgen.
Ter demonstratie dat ik wist wat ze voelden, ben ik toen zeer overdreven gaan kreupelen en met mijn been gaan trekken. Nou, toen waren we meteen dikke vrienden: het was het feest der herkenning! Konden we gezamenlijk ach en wee roepen.
Het was een leuke route vandaag en het ging allemaal, dus wie doet je wat. Alleen het laatste stukje ging door industrieterreinen, dus dat was minder leuk, maar ja, je kunt niet alles hebben.
Aardig is dat ik nu steeds meer pelgrims tegenkom, op weg naar Santiago. Iedereen verbaast zich er ook over waar die nu ineens vandaan komen, want de anderen hebben voor die tijd ook niemand gezien.
Het aardige is dat ik nu weer echt het ‘caminogevoel’ krijg, als ik zo medepelgrims zie. Op de een of andere manier is dat toch een ander gevoel dan gewoon wandelen.
Ik ontmoette vanmorgen een Frans-Canadees paar, gezellige mensen. Onderweg ben ik hen twee keer voorbij gelopen en beide keren zaten ze uitgebreid op een terras naar iedereen te wuiven. Ik zei haar dat ze daar zat als ‘la Reine de Canada’ en dat vond ze wel mooi. “Ik ben bijna even oud”, zei ze.
Met het Nederlandse stel uit Deurne heb ik vanmorgen koffie gedronken. Zij lopen veel harder dan ik, maar aan het einde van de dag zag ik ze voor me uit lopen. Ik denk dat ze veel rustpauzes nemen. En Spaanse Benjamin gaat ook niet zo hard, die zie ik ook vaak op een terras. Dus de stemming zit er weer in.
En de andere kant op zie ik nu een heleboel pelgrims naar Fatima, de ‘concurrenten’ zogezegd. Als ze je tegenkomen, kijken ze ook een beetje zo: “Je gaat de verkeerde kant op”.
Het is duidelijk een andere pelgrimage naar Fatima dan naar Santiago. Hoe precies weet ik ook niet, maar naar Fatima lopen ze meestal in groepen en met hele families tegelijk. Ik kwam een meisje in een rolstoel tegen, omringd door een hele familie. Ik weet niet goed wat ik ervan denken moet, ik vond het een droevig gezicht zoals ze daar dapper liepen te stappen. Ik ben toch blij dat ik het gezien heb, nu weet ik tenminste waarnaar ze op weg zijn en al vond ik het dan een kermis, wie ben ik? Deze mensen gaan er niet voor niets heen, zij vinden er kennelijk iets.
Ik denk dat je het verschil tussen beide pelgrimages zo zou kunnen omschrijven: Pelgrims naar Fatima gaan voor het doel, pelgrims naar Santiago gaan voor de weg.
Omdat Fatimagangers voor het doel gaan, kiezen ze ook geen mooie route uit of zo. Ze lopen bijna allemaal langs de snelweg, vandaar die groene hesjes. Een beetje door de bossen lopen of een omweg maken vinden ze onzin. Als je hen de weg vraagt, sturen ze je ook meteen naar de snelweg.
Zo zie je maar, de ene pelgrimage is de andere niet. Jullie zien, vandaag heb ik weer eens lopen filosoferen.
Maar goed, ik ben nu hier in Agueda en zit in een spiksplinternieuw hotel, dat nog niet eens in de gids staat. Het ziet er prima uit, er is alleen geen restaurant bij, dus ik moet buiten de deur eten vanavond. Nou ja, ook geen punt, ik kuier straks op mijn gemak naar de stad, ik moet toch tandpasta en wasmiddel hebben.
En hoe dan ook, ik nader Porto. Het schijnt daar volgende week, als ik aankom, aardig warm te worden, temperaturen van zo’n 30 graden. Ach, als je bij 40 graden niet omgevallen bent, zal het met 30 ook wel lukken. Eerst proberen in Porto te komen. Het Nederlandse stel stopt daar, die hebben vorig jaar het stuk van Porto naar Santiago gelopen. Ik kijk per dag hoe het gaat, maar blijf natuurlijk hopen dat ik het haal. We zien wel!

Categorieën: 2010: Camino Portugues | 2 reacties

Meer pelgrims

En ziehier, toch weer bijna 25 km gelopen vandaag. Het ging wel redelijk eigenlijk, alleen de laatste kilometers waren moeizaam. maar goed, ik ben weer een stukje verder.
Ik zal even duidelijk uitleggen wat er aan de hand is. Kijk, nieuwe schoenen kopen, zoals je je voorstelt, Marjon, is de meest logische oplossing en dat zou ik zeker ook gedaan hebben, maar omdat ik een enkel heb die niet goed meer is, heb ik aangepaste schoenen en daar zit dus allemaal ijzer in verwerkt om steun te geven. Als ik andere schoenen koop, krijg ik last van mijn enkel en dan kom ik helemaal niet meer vooruit, dus dat is inderdaad geen optie.
Het andere probleem is dat alle verbanden, pleisters en weet ik wat al niet meer, niet goed blijven zitten. Ik ben zo langzamerhand een wandelende apotheek en het spul dat ik heb verzameld, is allemaal goed spul. Ik heb ook iets dat wat dikker is, dus een soort kussentje kan vormen. Dus ik smeer eerst flink met betadine, dan zo’n ‘maandverbandje’ erop. Flink vastzetten met pleisters. Dat zit dan allemaal mooi, maar tijdens het lopen, schuiven de pleisters naar boven en daar heb je er niet veel aan, en wordt het kussentje een dikke prop, en dan wordt het middel bijna erger dan de kwaal. Elke avond en ochtend zit ik te verzinnen hoe ik het anders kan doen, want als alle geneesmiddelen zouden blijven zitten, was het leed grotendeels geleden. Het geneest namelijk wel, dat is het punt niet, maar elke avond na het lopen is het weer open. Vanavond zaten de pleisters in mijn sok geplakt en mijn sok vast aan de wond.
Maar genoeg gezeurd, ik ga voorlopig nog door. Zoon Marnix stelde al voor dat ik lekker een auto zal huren en verder vakantie houden, maar nee, zo is ome Theo nou ook weer niet. Voorlopig ga ik het morgen nog weer een dagje proberen. Zo scharrel ik elke dag een stukje verder.
Maar niet getreurd, vandaag ging het voor het grootste deel van de dag echt wel redelijk en het was een erg leuke route, waar ik echt van genoten heb. Veel asfalt, maar dat is nu wel lekker voor mij en ik kwam steeds door leuke dorpjes. Het was gewoon een gezellige route.
En…. ik ontmoette vandaag de eerste pelgrims onderweg naar Santiago de Compostela. Een Nederlands stel, dat veel harder loopt dan ik, maar dat geeft niet, en Benjamin, een grote Spanjaard. Dus dat is heel gezellig.
Het is wel grappig, ik weet niet waar ze ineens vandaan komen, want ik had ook geen pelgrims in tegenovergestelde richting, dus op weg naar Fatima, gezien, en vandaag waren ze er ineens. Hele groepen, soms een groep met begeleiders. Ze dragen allemaal een groen hesje, zo’n ding dat bij ons motorrijders en wegwerkers dragen. En daar lopen ze dan, op gympies, op sandaaltjes en met van die pretrugzakjes met 1 of 2 kg ballast. Vaak ook worden ze begeleid door auto’s die de bagage vervoeren. Logisch natuurlijk, het zal hier wel net zo zijn als in Spanje: je hoeft niet zo ver en het is goed voor je ontwikkeling of carrière.
Maar het is wel leuk, hier leeft het pelgrimeren toch weer meer dan in het zuiden. Heel veel mensen wensen je ook “Bon Viagem”, dus een goede reis.
Nu zit ik hier van alle gemakken voorzien in een Best Western hotel in Mealhada. De kamers zijn allemaal huisjes in de tuin met alles erop en eraan. Dus ik zit hier goed. Het ligt wel een eindje buiten het dorp, dat is het enige nadeel. Er is ook een restaurant, maar hier in de omgeving stikt het van restaurants, groot en klein. Ook onderweg kon ik vandaag overal eten en drinken. Dus wel een heel verschil met het begin.
Ik ga eerst lekker douchen en dan op mijn gemak eens rondkijken waar ik ga eten. De specialiteit van deze streek is een biggetje van een maand oud aan het spit. Eerlijk gezegd trekt dat me nog helemaal niet aan. Nou ja, ik zal wel zien, dat komt heus wel goed.
Jullie allemaal erg bedankt voor alle meeleven, zowel bij de leuke als minder leuke dingen. Het wordt hier heel erg gewaardeerd, wees daar zeker van!! Tot morgen, dan ga ik weer met frisse moed op stap.

Categorieën: 2010: Camino Portugues | 2 reacties

Nog een dag proberen

Vanmorgen was ik echt de toerist en heb ik Coimbra bezocht. De stad ligt wel 150 meter hoger dan de omgeving, dus het is behoorlijk klimmen. Ik heb de kathedraal bekeken en wat wel erg leuk was: Als pelgrim werd ik persoonlijk rondgeleid. Ik kreeg ook een foldertje en ontdekte zelfs nog een foutje. Er zijn namelijk twee graven in de kerk van bisschoppen: van een Portugese bisschop en van een bisschop uit Santiago de Compostela. Op één graf stonden duidelijk de Jacobsschelpen, maar volgens de folder was het het graf van de Portugese bisschop. Toen ik mijn begeleider vroeg of het niet andersom moest zijn, keek hij me peinzend aan en dacht dat ik gelijk had! Ja, je bent pelgrim of niet en ik moet Jacobus gunstig stemmen (vanwege dat duwtje in de rug, Brabantse Theo). Bij de kathedraal was ook een klooster: entree € 2, maar ……. een pelgrim hoeft niet te betalen! Dat zijn toch aardige dingen als je dat meemaakt. Natuurlijk niet vanwege die paar euro’s, maar door het gebaar.

tegeltableau-web Overal zie je hier fabelachtig mooie tegeltableaus. Echt schitterend zijn die, ons Delfts blauw haalt het er niet bij. In de kerken heb ik meestal blauwe tableaus gezien, maar op de huizen zie je ze in de prachtigste kleuren. Werkelijk schitterend.
Ik heb bij de schoenmaker ook mijn schoenen weer opgehaald en aangetrokken. Hij heeft er echt zijn best op gedaan en ze zelfs gepoetst, maar ze deden niet veel minder zeer. Ik bedoel natuurlijk niet dat die schoenen zeer deden, maar wel mijn voeten erin. Dus ik dacht: “Nou, dat was het dan, ook dat helpt niet, ik stop ermee”.
Tussen de middag heb ik bij een Italiaan gegeten en ik heb er echt heerlijk gegeten en toen sprak ik mijzelf toe: “Theo, wat zit je toch te zeuren over die voet, guttegut!” Niet dat het toen ineens niet meer zeer deed, maar ja, opgeven is toch ook moeilijk, hoor. Het is natuurlijk niet echt erg, alleen wel jammer. Dus besloot ik toch nog maar eens te gaan oefenen. Ik zag dat de route die ik moet gaan lopen langs het station gaat, dus ik ben als oefening naar het station gaan lopen. Ik dacht: “Als ik terugga, moet ik toch ook weten wanneer er een trein gaat, dus dan weet ik dat ook meteen”.
Ik ben heen en terug naar het station gelopen, in het geheel bijna twee uur en ik had het idee dat ik toch iets meer ruimte in de schoenen heb. Niet dat ik nu als een hinde door de straten van Coimbra danste, lang niet, maar het ging toch redelijk.
Dus ik heb besloten het in ieder geval nog een dag te proberen. Gaat het niet, dan gaat het niet, maar ik wil het toch nog een dag proberen. Dan hoef ik achteraf in ieder geval niet te denken: “Had ik het nou toch nog maar een keer geprobeerd”.
Voor de verandering heeft het hier gisteravond flink geregend en vanmorgen tot een uur of één ook nog. Daarna is het droog geworden en heerlijk weer, een graadje of 22, flink wat zon en af en toe een wolkje. De ergste hitte is dus over en als ik hoor wat een weer het bij jullie is, ben ik nog niet echt verlangend om in het vliegtuig naar huis te stappen, dus ik doe mijn best morgen!!

Categorieën: 2010: Camino Portugues | 4 reacties

Het komt door je schoenen

Zoals ik me gisteren heb voorgenomen, zo heb ik vandaag mijn plan uitgevoerd. Om half elf vanmorgen kwam de taxi voor mijn sjieke hotel rijden en bracht me naar Coimbra.
Daar ben ik eerst op zoek gegaan naar een schoenmaker en die heb ik ook gevonden. Hij begreep het probleem in ieder geval, zette overal kruisjes op mijn schoen en meldde vervolgens dat ik ze morgen om twaalf uur weer op kan halen. Dus dat is in ieder geval iets.
Omdat ik onder de nagel van mijn grote teen allerlei bobbeltjes zag verschijnen, dacht ik wijs: “Weet je wat, laat ik nou de wijze adviezen van iedereen opvolgen en even naar een dokter gaan”. Wist ik veel……..
In het hotel, waar ik zit, heb ik dus het adres van een dokter, een ‘clinica’ gevraagd. Gewapend met het adres dus op zoek, een beetje zoeken en nog een beetje zoeken, maar uiteindelijk vond ik het adres. Dus ik naar binnen en daar zaten al heel veel mensen te wachten.
Bij de balie werd me verteld dat ik helaas niet geholpen kon worden, want… er waren geen dokters aanwezig. Ik kon beter naar de Eerste Hulp van het Universiteitsziekenhuis gaan, werd gezegd.
Dat vond ik wel een slim plan, dus ik snelde in een taxi (nog nooit zo vaak in een taxi gezeten als deze weken) naar het Universiteitsziekenhuis. Nou, daar heb ik zo het een en ander beleefd. Gery kijkt vaak naar ER, een ziekenhuis-soap van een ziekenhuis in Amerika. Nou, ik zat nu in een ziekenhuis-soap in Portugal.

ziekenhuis-web het ziekenhuis in Coimbra

Om te beginnen kwam ik uiteraard in een wachtkamer terecht. Logisch natuurlijk, alleen bleek dat het de wachtkamer was, waar je moest wachten tot je ingeschreven werd. Daar begon een probleem, want toen ik aan de beurt was, kreeg het meisje mijn Hollandse gegevens niet in de computer. Dus de een na de ander kwam erbij, want het moest natuurlijk wel opgelost worden. De rij achter me werd langer en langer, ik wachtte geduldig. Uiteindelijk werd het probleem opgelost en mocht ik naar de portier.
De portier stuurde me onverbiddelijk rechtsaf naar wachtkamer twee. Daar zaten natuurlijk ook weer veel mensen. Dus ik ga weer braaf zitten wachten. Kijk, in een ziekenhuis ben ik nooit zo’n held en denk al gauw bij mezelf: “Houd je koest, straks houden ze je nog”.
Uiteindelijk werd het wachten beloond, want er kwam een mooi, fris, jong meisje blij kijkend naar de wachtkamer. Toen werd er een hele groep van zo’n man of acht, tegelijk opgeroepen, waaronder ik. Allemaal mensen die iets aan been of voet hadden, dus de een kreupelde al meer dan de ander. Zo hobbelden wij gedwee achter dat aardige meisje aan. Het leek wel een processie met het meisje als engel voorop. Het bleek dat wij allen, kreupelen, voor een en dezelfde dokter, een orthopeed, bestemd waren, dus werden wij …… naar wachtkamer drie gebracht.
Dat zou zo erg niet zijn, als het niet zo was dat wachtkamer drie uitkeek op de zaal waar mensen behandeld werden, dus ik zag de ene vreselijke wond na de andere voorbijgaan. Aangezien ik geen held ben, kreeg ik het, bij het zien van al die ellende, steeds benauwder. Niet alleen dat je dat allemaal ziet, maar dat alles wordt dan ook nog eens vergezeld van gekreun, gehuil en geschreeuw. Eerlijk, waar, ik heb verscheidene keren op het punt gestaan snel op te staan en op de vlucht te slaan. Vanwege het feit dat ik toch keurig ben blijven zitten, mag ik wel een ware held genoemd worden.
Enfin, aan dit lijden kwam een einde toen ik uiteindelijk bij de dokter belandde. Deze sprak geen woord Engels en ik geen Portugees. Geen nood, ik ontblootte mijn voet en hield die onder zijn neus. De dokter keek en zei iets dat klonk als: “Ja, ja”. Vervolgens bracht hij mij naar…. wachtkamer vier. Na braaf daar maar weer gewacht te hebben, kwam er iemand die… bloed ging prikken en vervolgens werd er een foto van mijn voet gemaakt. Ik snapte er niet veel van, maar liet het wel uit mijn hoofd om commentaar te geven, ik kijk wel uit.
Na deze escapade moest ik weer terug naar wachtkamer drie en verscheen de dokter weer. En toen kwam het grote moment: “Nou”, zei de orthopeed, “de voet is niet gebroken, er is niets anders aan de hand, maar………………. het komt door je schoenen!” Kijk, je moet er heel wat voor doen, maar dan heb je ook een conclusie die klinkt als een klok! Vervolgens schreef de dokter een receptje voor een soort magnesiumpillen, die ik driemaal per dag gedurende tien dagen in moet nemen. De dokter zei ook nog dat ik natuurlijk niet kon lopen, maar toen ik meldde dat ik onderweg was naar Santiago de Compostela mocht ik het toch proberen. “Mooi zo”, dacht ik, “gauw wegwezen hier” en begon in ijltempo mijn sokken weer aan te trekken. Fout, fout, fout! Nee, nee, dat ging zomaar niet, ik moest eerst naar de behandelkamer!
Daar aangekomen werd ik op een brancard gelegd en er kwam een broeder die mijn voet rijkelijk met jodium insmeerde en er vervolgens een stuk of vijf pleisters op plakte.

voet-web

En toen mocht ik dan toch eindelijk weg. Snel in de taxi terug naar het hotel. Ik was vanmiddag om één uur bij de eerste dokter en was om kwart over zes vanavond weer terug. Dus van de stad heb ik nog niets gezien. Het schijnt een leuke stad te zijn, maar wel veel klimmen.
Nou, morgen ben ik in ieder geval nog hier en dan kan ik nog iets van de stad zien.
Ik vind dat ik nu alles geprobeerd heb wat mijn voet betreft. Als het nu nog niet gaat, dan houdt het voor mij op. Het moet wel leuk blijven. Jammer, maar niets aan te doen.

Categorieën: 2010: Camino Portugues | 5 reacties

Luxe hotel

Het was vandaag een heel mooie route door dalen en rivierbeddingen. Dus dat was prima, het weer was ook prima. Ik heb 13 km gelopen, toen ben ik gestopt in Conimbriga. Dit is een heel klein dorpje met een enorme opgraving van een Romeinse stad. Dat wilde ik natuurlijk zien, maar ik dacht slim te zijn. Soms echter denk je wel slim te zijn, maar blijkt dat achteraf niet het geval en zo was het ook nu. Ik dacht namelijk: “Ik ga eerst een hotel zoeken, zodat ik mijn spullen weg kan zetten en dan daarna naar de opgraving”. Het idee was puik, alleen bleek het hotel 3 km verderop te liggen en om de opgraving te bekijken, moest ik dus later weer 3 km heen en terug.
Als troost is het hotel lekker luxe: een mooie kamer, een badkamer met bad en douche, airco, een zwembad, minibar, etc. Dus ik heb mezelf verwend.
Met mijn voet gaat het niet veel beter, maar ik heb een besluit genomen: morgen neem ik een taxi naar Coimbra, dat is een grote stad en daar is vast wel een schoenmaker te vinden. Ik ga in ieder geval proberen er een te vinden die mijn schoenen kan ‘uitdeuken’. Het is in ieder geval het proberen waard.
Gery raadde me al aan een stuk uit die schoen te snijden, maar dat is natuurlijk weer een echte ‘vader Groot’-oplossing. Als ik dat doe, krijg ik waarschijnlijk weer rare randen die wonden veroorzaken. Dus daar waag ik me nog maar even niet aan.
Na dit kloeke besluit ben ik toch maar naar de opgraving gegaan. Het zijn wel handige mensen hier, want om daar te komen, moet je door een park wandelen. Alleen mag je daar niet in zonder toegangskaartje en dat kaartje moet je halen in het museum een kilometer verderop. Dus zodoende kom je vanzelf ook eerst in het museum.
Enfin, eigenlijk viel toen de opgraving een beetje tegen. ik zag wel allerlei muurtjes en zo, maar er was nergens een uitleg of een tekening hoe het eruit had gezien. Ik kon me er niet veel bij voorstellen.
Ik heb niet eens tijd gehad om een dutje te doen en mijn kleren te wassen en zit nu in een supermarkt verslag aan Gery uit te brengen. Dus sorry, maar de plicht roept!

Categorieën: 2010: Camino Portugues | Een reactie plaatsen

Opgesloten

Om eerst even de vraag van Ton te beantwoorden: de restaurantbaas van gisteren heet Saolo, alleen ben ik bang dat dit zijn voornaam is, dus veel wijzer zul je er niet van worden.
Maar goed, ik heb gisteravond nog een uiterst aangenaam gesprek in het Frans met hem gevoerd, ik kan wel zeggen, economisch onderlegd, daar kan menigeen nog iets van leren. Het gesprek eindigde ermee, dat ik om elf uur ‘s avonds met mijn voeten in een bakje zout water zat en dat iedereen zich ach en wee roepend over mijn beschadigde voeten boog. Wat zijn mensen toch ontzettend aardig.
Vanmorgen ben ik weer met frisse moed van start gegaan. Het is nu mooi weer, warm, maar niet meer zo verschroeiend heet, hier kan ik goed tegen. Dus dat zit mee. In het begin viel het lopen niet mee, ach, ach, wat ging dat moeizaam, maar toen ik een tijd gelopen had, ging het wat soepeler. Dus ik heb vandaag 18 km gehaald. De laatste 2 km vielen weer niet mee, maar ik heb niet in de bus gezeten.
Het advies om naar de schoenmaker te gaan is natuurlijk prima, alleen ben ik tot nu toe nog geen schoenmaker tegengekomen. Wel een zadelmaker, maar die wist er geen weg mee. En ‘uitdeuken’ zal wel niet meevallen, want er zit allemaal ijzer in die schoen. Enfin, we zien wel.
Ik zit nu hier in een kamer in het cultureel centrum in Rabacal. Het is een mooie kamer met een badkamer erbij. De beheerder spreekt alleen Portugees, dus hij hield een heel verhaal, waar ik niets van begreep, maar volgens mij legde hij uit dat er nog meer mensen komen, die op de kamer moeten slapen. Geen punt natuurlijk, ik zal wel merken of ik het goed begrepen heb.
Na de dagelijkse opknapbeurt, dacht ik “Tijd voor een lekker pilsje en een bezoek aan het museum”. Dat is een Romeinse villa en daar schijnen nog prachtige mozaïeken te zien te zijn. Dus ik stap welgemoed naar de uitgang om tot de ontdekking te komen dat de voordeur op slot zit en ik geen sleutel heb van die deur. Ik heb meerdere sleutels, dat wel, maar de goede zit er niet bij. Ik zit dus opgesloten en er is niemand te bekennen.
Na een tijdje arriveren er twee nieuwe gasten, die er graag in willen, maar ja, door een deur die op slot zit, loopt het zo moeilijk. Het zijn mijn Spaanse medegasten, zij bellen naar de beheerder, die begrijpt wat ze bedoelen, en dan staat er binnen tien minuten een mevrouw met de goede sleutel.
Ik ben bang dat het nu te laat is voor het museum, want eerst een pilsje natuurlijk, je moet je prioriteiten weten te stellen! En dan het dagelijkse verslag doorgeven aan het thuisfront, anders wordt het erg laat en breekt daar paniek uit.
Jullie zien, ondanks mijn eigen ontberingen denk ik echt nog wel aan jullie thuis, hoor.
Ik hoor echter dat er nog steeds geen regering is en dat de boel weer uit elkaar gevallen is, dus dan blijf ik nog maar even weg. Hoewel, hier is het niet veel beter, er is ook constant gedoe hier.
O, daar slaat de klok. In de kleinere dorpen hebben ze voor het klokgelui een prima oplossing bedacht. In de toren hangen wel klokken, maar elk half en heel uur (in sommige dorpen ook nog elk kwartier) wordt er een bandje met klokgelui afgedraaid. Op elke hoek van de toren staat een enorme luidspreker, dus het kabaal is oorverdovend!
De route van morgen is weer ruim 30 km, maar die ga ik in tweeën delen. Ik schijn onderweg ergens een slaapplaats te kunnen vinden.

Categorieën: 2010: Camino Portugues | Een reactie plaatsen

Voor het eerst in de lange broek

Nou, hier dan een berichtje van mij nu ik toch in de Bibliotheca van Ansiao zit, gezellig tussen allemaal tieners, die spelletjes zitten te doen omdat het nog vakantie is hier.

Ik was vanmiddag op tijd in mijn kamertje omdat ik vandaag maar 15 km gelopen heb. Vanmorgen ben ik om acht uur gestart in de mist en …. kou en daarom heb ik voor het eerst in de lange broek gelopen. Heel even maar, hoor, want een uur later stond de zon alweer vlammend aan de hemel. Dus… weer insmeren (ja dat doe ik tegenwoordig) en pet op, want ik heb een heilig ontzag gekregen voor de zon. Zij heeft mij klein, heel klein gekregen. Maar goed, het is mooi weer, dus ik mag niet klagen.

Dat deed ik wel na ongeveer 10 km, want mijn linkervoet ging weer behoorlijk opspelen. Maar….. toch niet zo erg als eergisteren. Nou heb ik ook minder gelopen natuurlijk, maar toen ik het verband vernieuwde bleek inderdaad dat het bovenste plekje bijna dicht was gebleven. Misschien gaat het andere ook wel weer een beetje dicht, dat hoop ik tenminste. Want ik ben heel blij met alle lieve en goedbedoelde adviezen, maar feit blijft dat de schoenen gewoon ergens knellen. En daar kan ik zo snel geen oplossing voor vinden onderweg. Maar ik ben wel echt blij dat iedereen zo meedenkt.
Ik moet tegelijk ook bekennen dat ik onderweg een heel klein mannetje ben, dat alleen maar aan zijn voet denkt. Maar dat wil ik niet, want daarvoor is deze hele reis me veel te lief. Ik geniet van het gerommel in alle talen met de Portugezen die heel aardig zijn. En vandaag heb ik mijn eerste medepelgrims ontmoet. Weliswaar waren het vier Italianen, maar toch. Zij zijn op de fiets onderweg naar Santiago de Compostela en moeten nog vijf dagen. Verdere wandelaars zie ik nog steeds niet. Ook zie ik geen pelgrims onderweg naar Fatima. Die zouden massaal langs de weg moeten lopen in omgekeerde richting dan, maar ik heb ze nog niet gezien.

Ik ging net hier in Ansiao naar het Centro Cultural. Ik heb drie keer de weg gevraagd, maar drie keer verstonden de Portugezen mijn mooie Portugees niet. Snap je dat nou? Maar goed, ik kwam er en voor de deur zat een meisje met een laptop op haar knieën en een donkere jongen naast haar, die ze Engels aan het leren was. Nou, dan maak je zo een praatje en blijkt dat het meisje uit Kroatië komt en hier vier weken vrijwiliigster is in een kamp voor vluchtelingen uit Afrika. De donkere jongen kwam uit Nigeria. Ik vroeg of er binnen een PC was, maar nee, dan moest ik naar de Bibliotheca.
Daar zit ik dus nu en omdat ik op de PC wilde, werden twee meisjes door de Portugese mevrouw die hier de scepter voert, onverbiddelijk weggestuurd. Het Kroatische meisje kwam ook weer binnen en toen hebben we nog een gezellig gesprekje gevoerd, alledrie in een taal die niet de onze was.

O ja, de baas van het restaurant waar ik slaap is vroeger coureur geweest en heeft in dezelfde
jaren de Tour de France gereden als onze Joop Zoetemelk. Hij begroet mij nu ook
steeds met “Ola, senor Zoetemelk”, wat hij dan ongeveer uitspreekt als ‘Zwoeétemelk”.
Dus ik zit hier goed. Ik heb een kamertje boven een restaurant en toen ik hier aankwam, zag ik zoveel mensen uit het restaurant komen, dat het wel goed moet zijn, dus vanavond ga ik er eten.
Morgen moet ik 20 km lopen, dus ik ben benieuwd hoe het zal gaan. Nou ja, gaat het niet, dan maar weer het laatste stuk, gezeten op mijn achterste. Het is niet anders.

Categorieën: 2010: Camino Portugues | 1 reactie

Zere voet

Vandaag heb ik 23 km gelopen en het laatste stukje naar Alvaiazere heb ik weer een taxi genomen. Het was een mooie route met veel eucalyptusbomen, dus een beetje schaduw. Het was vandaag ook iets minder warm.
Onderweg heb ik niemand gezien. Toch vertelde de mevrouw in het caféetje waar ik iets gedronken heb, dat er elke dag wel één, twee of drie pelgrims langskomen. Vaak op de fiets, dat wel.
Jammer alleen is dat het met mijn voet niet beter gaat. De plekken zijn weer open en het doet zeer als ik loop. En als je de hele dag met pijn in je poten loopt, gaat de lol er wel een beetje af. Tenslotte doe ik deze tocht voor mijn plezier, het is geen aangenomen werk. En iedere keer het laatste stuk met de taxi moeten, is toch niet leuk.
Het plekje waar ik vorige keren last van had, blijft nu gewoon keurig in orde, daar heb ik geen last van. Maar deze plekken zitten op een plaats waar de pleisters en zo ook niet goed blijven zitten. Tijdens het lopen verschuift de boel en dat zou niet moeten natuurlijk. Ik heb het idee, dat de schoenen iets te nauw zijn als ik een stuk gelopen heb. En dan gaat het schuren of zo. Nou ja, wat precies weet ik ook niet, maar het is wel jammer.
Ik loop dus goed na te denken, daar heb je wel tijd voor op zo’n dag en ik ben nu van plan om in rustig tempo nog een paar dagen door te lopen tot ik in Coimbra ben. Afhankelijk van de toestand van mijn voet besluit ik daar of ik door kan lopen of dat het beter is om te stoppen en naar huis te gaan.
Het zou wel jammer zijn, want dat is echt het enige waar ik last van heb, verder gaat het uitstekend met me en ben ik in hele goede conditie. Maar goed, het betekent ook niet het einde van de wereld, tenslotte loop ik niet voor de eerste keer naar Santiago. En dat hoort er natuurlijk ook bij, een pelgrim moet ook met teleurstellingen leren omgaan!
Voorlopig zit ik nu weer hier in Alvaiazere in een pension en heb een grote kamer en een mooie badkamer. Dus ik heb weer lekker in bad gelegen. Vanavond kan ik hier ook eten, dus ik hoef de deur niet meer uit.
En morgen zien we wel weer verder.

Categorieën: 2010: Camino Portugues | 2 reacties

Blog op WordPress.com.