Vanmorgen ben ik om half zes Portugese tijd opgestaan en om half zeven vertrokken. Het was nog donker. In het donker stak ik om een uur of zeven de grensbrug over naar Spanje en daar bruiste het al van leven, want daar was het bijna acht uur. Dus ik deed een uur over één enkele stap.
Het was vandaag weer supermooi, stralend weer, zo tussen de 25 en 30 graden. Heerlijk gewoon. Gery dacht dat ik het wel warm zou hebben, maar sinds ik 40 graden heb gehad, heb ik mijn grenzen verlegd wat de hitte betreft. De zon kreeg mij bij 40 graden klein, maar bij deze temperatuur zeg ik nu: “De kou is uit de lucht”.
Het was ook een hele mooie route, vooral het beginstuk. Ik heb niet veel van de stad Tui gezien, want de route liep buitenom en ik had geen tijd. Jazeker, een pelgrim heeft ook wel eens geen tijd, omdat hij nog ver moet.
Eerst liep ik rustig alleen, maar zo tegen negen uur, half tien kwam me een hele stroom pelgrims achterop. Ik begreep hoe dat kwam, omdat ik langs een paaltje liep, waarop stond dat het nog 110 km naar Santiago de Compostela is. Nou, logisch dus, want je moet de laatste 100 km lopen. Dus de meute is in Tui begonnen. Nou ja, best gezellig, ik heb ook steeds de Frans-Canadezen weer gezien.
Hier in Spanje is alles duidelijk veel meer op de camino ingesteld. Er zijn een heleboel café’s langs de route en als je daar binnenstapt, is niet de eerste vraag: “Wat wilt u drinken?” maar: “Hebt u een credencial?” Dan krijg je eerst een stempel en daarna iets te drinken. Kijk, en dat is dan weer een leuk moment, als de nieuwbakken pelgrims mijn kaart met stempels zien, want ik heb natuurlijk de meeste. De mannen kijken alleen, zeggen niets, maar je ziet ze denken. De vrouwen roepen gewoon luidkeels: “O, wat hebt u er veel!”
Ook zie je hier overal langs de weg koelautomaten staan, gewoon in een tuin of zo, meestal met twee stoeltjes erbij. Daar mik je wat geld in en dan heb je heerlijk koel water of frisdrank.
Tussen de middag heb ik mijn eerste Spaanse boccadillo (een soort broodje met van alles erop) gegeten en ik kon hem nog steeds niet helemaal op.
Onderweg kwam ik langs twee albergues waar ik zou kunnen slapen, maar daar had ik niet veel zin in. Ik heb dan altijd problemen omdat ik de GPS, telefoon, etc. moet opladen en er voor veertig man maar één stopcontact is. Dus toen heb ik mijn stoute schoenen maar aangehouden en ben doorgelopen naar Redondela via een bergrugje, waar ik, als ik heel goed keek, in de verte een piepklein stukje van de zee kon zien.
In Redondela kon ik niet meteen een goede slaapgelegenheid vinden en aangezien ik vandaag 32 km gelopen heb, vond ik het welletjes. Ik kwam langs een taxistandplaats, de chauffeur heeft mij voor € 5 naar een pension net buiten de stad gebracht en daar zit ik nu op mijn gemak. Morgen ga ik voor € 5 weer met de taxi terug naar mijn startpunt en dan wordt het verder een kalme dag, want dan is het maar 18 km naar mijn volgende stopplaats.
Het lopen in Spanje heeft trouwens ook nadelen: Ik kan hier namelijk vanavond pas om negen uur gaan eten en, eerlijk is eerlijk, het Spaanse eten is lang niet zo goed als het Portugese. Maar goed, ik neem deze beproeving blijmoedig zoals een pelgrim betaamt.
Nu ga ik wassen, douchen en ik zie dat ik dan net nog een lekker dutje kan doen voor het etenstijd is. Welterusten dus.
2010: Camino Portugues
Van Portugal naar Spanje
Flierefluitend over de weg
Om zeven uur vanmorgen zat ik weer in de taxi op weg naar mijn startpunt. Ik heb vanaf Rubiaes een wondermooie route gelopen in prachtig zonnig weer. Eerst een klein stukje omhoog, daarna een lange afdaling met telkens uitzicht op de vallei van de rivier. Heel erg mooi. De weg was ook goed, ik liep over veel stukken van de Romeinse weg XIX, die ooit de ‘snelweg’ van noord naar zuid was. Deze weg loopt best makkelijk, beter dan dan de Middeleeuwse. Dit zijn ook kinderkopjes, maar veel gladder. En je komt steeds oude Romeinse bruggen tegen, erg leuk.
Ik heb vandaag weer veel pelgrims gezien: Franstalige Canadezen, Amerikanen, een Vlaams-Nederlands stel, Duitsers en Portugezen. De Portugezen hadden op het weerbericht gezien dat het in Santiago deze week ging regenen. Nou, dat zie ik dan wel, voorlopig is het hier verpletterend mooi weer met een graadje of 25, het is echt genieten!
Ik zei tegen een Portugees meisje dat alles zo goedkoop is hier. Zij vertelde toen dat het minimumloon in Portugal € 485 is en dat je daar, ook met de lage prijzen, gewoon niet van rond kunt komen. “In de Algarve is alles veel duurder, bijna net zo duur als bij jullie. Daar komen wij dus nooit, want dat kunnen we niet betalen”, zei ze. Met andere woorden: wij hebben nog niet veel te mopperen.
Onderweg heb ik toen maar alle café’s die ik tegenkwam, even aangedaan om de klandizie te bevorderen. Ik had heel weinig in mijn rugzak, dus ik ben vandaag flierefluitend over de weg gevlogen. Zo flierefluitend, dat ik zelfs nog een Duitse mevrouw moed heb ingesproken. Die zag het echt niet meer zitten, ze kon niet meer en ze wilde niet meer. Dus ik zei dat ze gewoon elke dag wat minder kilometers moest lopen en heb haar ingefluisterd dat ze ook best een stukje met de bus kon gaan, maar ze keek zo geschokt dat ze dat wel niet zal doen. Zo zie je weer eens het verschil tussen volken: een Duitse kijkt geschokt bij zo’n voorstel, een Spanjaard vindt het achterlijk als je dat hele eind gaat lopen. En de Nederlander zit daar tussenin: je moet lopen, maar af en toe een beetje smokkelen mag.
Nu zit ik dus weer in Valenca en morgen ga ik de grens over naar Spanje en laat ik Portugal achter me. Ineens ben ik dan dus een uur kwijt, want dan moet mijn horloge een uur vooruit. Dan ben ik weer ‘bij de tijd’. En morgen is het juist een lange route, meer dan 30 km. Ik denk niet dat ik dat ga doen, volgens mij kan ik eerder onderweg in een dorp overnachten. Ik loop nu lekker en wil dat graag zo houden!
Ja mensen, het begint alweer op te schieten, wat gaat het allemaal toch vlug voorbij.
Beloning na zwoegen
Het begon vanmorgen al goed: nog maar nauwelijks was ik aan de wandel of ik was de weg al kwijt. Althans, dat zal wel, want nadat ik de laatste gele pijl keurig gevolgd heb volgens mij, kwam er daarna geen enkele gele pijl meer. Het duurde natuurlijk een tijdje voor ik doorhad dat er geen gele pijl meer kwam en toen ik dat eenmaal merkte, had ik weinig zin om terug te lopen. Dus heb ik de GPS erbij gehaald, het eerstvolgende dorp dat volgens mijn gidsje op de route lag, ingetikt en zo kon ik verder. Alleen stuurt de GPS me natuurlijk langs de weg en niet via allerlei afgelegen paden. Later bleek dat ik op deze manier 2,5 km meer gelopen heb dan nodig was.
Maar goed, ik kwam in dat dorp en hoe ik ook keek, ik zag geen enkele gele pijl, die mij weer op het smalle, maar mooiere pad kon doen belanden. Wat ik gelukkig wel zag, was een café en behalve dat je daar iets nuttigen kan, is het een bron van informatie voor ons, arme pelgrims, die verdwaald zijn. Dat bleek nu ook weer zo te zijn, want de kroegbaas wandelde met me mee het hele dorp door om me weer op het juiste pad te krijgen.
Hierna werd de route echt geweldig mooi. Ik ben 500 meter omhoog geklommen en later weer 500 meter afgedaald. Dat is niet eens zoveel natuurlijk, maar als je met een auto rijdt, zitten er allemaal keurige haarspeldbochten in de weg, zodat je niet al te steil omhoog gaat. Mijn wandelpad ging echter door het bos en heel erg steil omhoog (en later weer even steil naar beneden). Ik was blij dat het niet regende en het pad droog was, anders was het bijna niet te doen geweest. Het was dus zwaar werk, klimmen en hijgen, maar na al dat zwoegen was de beloning op de top grandioos: het was echt schitterend daar!
Toen ik bijna in Rubiaes was, zag ik dat daar een hostal was, dus ik dacht: “Dat is kat in ‘t bakkie” en ben daarheen gewandeld. Bij aankomst bleek echter dat mijn Duitse collega-pelgrims met de hun eigen grondigheid alles gereserveerd hadden. Ik doe dat niet, dus ik viste dan ook achter het net. De eerstvolgende plaats waar ik kon overnachten, is Valenca maar daar moet ik morgen naar toe lopen, dat is dus een dag verder. Geen nood, ik heb het opgelost. Aan het meisje van het hotel heb ik gevraagd of er een taxi te krijgen was. Ze probeerde het een paar keer, maar er kwam zoveel tussendoor en ik kreeg het telefoonnummer, dus heb stoer zelf maar gebeld. Nou is mijn Portugees niet echt zoals het zijn moet en bij de man, die ik aan de lijn kreeg, was het Frans, Duits en Engels ook erg ver weggezakt, dus het gesprek ging ongeveer als volgt: Ik riep de naam van het hostal en: “Rubiaes” en “taxi”. Hij riep vervolgens: “OK” en daarmee eindigde onze conversatie. Ik ging dus braaf zitten wachten, maar ondanks onze vloeiende conversatie verscheen er geen taxi aan de horizon. Het meisje van het hostal begreep toen dat ze in moest grijpen en belde nog maar eens voor me. “Ja, ja, hij kwam eraan, nog even iemand afzetten”. Nadat ik nog een half uurtje geduld heb gehad, verscheen er dan eindelijk een taxi, die me riant naar Valenca bracht.
Voordat jullie nu gaan zeggen: “Zat hij alweer in een taxi? Ja, zo kan ik het ook”, deel ik maar even mee, dat dat weliswaar waar is, maar anders dan jullie denken. Dit was namelijk een extra rit, want ik heb slim het volgende bedacht: Ik heb hier in Valenca voor twee nachten een kamer gehuurd. Morgenochtend komt de taxi weer chic voorrijden en brengt me dan terug naar Rubiaes. Daar begin ik mijn wandeling weer op de plaats waar ik vandaag gestopt ben. Wat daar slim aan is, begrijpen de slimmerds onder jullie allang: ik kan een gedeelte van mijn spullen hier laten, zodat mijn rugzak morgen een stuk lichter is.
Ja, dat zijn zo de slimmigheidjes van een ervaren pelgrim.
Ik weet nog niet of ik na Santiago ook nog naar Fistera wandel, dat hangt van een aantal dingen af: de tijd die ik nog heb, het weer (als het van de lucht hoost, is er niet veel aan) en mijn voetjes. Ik ben er tenslotte al drie keer geweest en als het slecht weer is, zie je er niet veel. Als ik in Santiago ben, kijk ik daar wel welke beslissing ik neem.
Engelsen contra Fransen
Ik heb gisteravond tijdens het diner volop genoten. Allereerst omdat het een uitermate goed restaurant was en het eten overheerlijk, maar ook vanwege het publiek dat er was. Toen ik binnenkwam, zat er een groep Engelsen, zeven mannen en twee vrouwen. Echt zoals Engelsen dan doen: formeel en gereserveerd wordt er gedebatteerd en geproost. Toen kwam er een groep Fransen binnenrollen. Die stortten zich op de vitrine om alles wat daar was, te bekijken en daar hun commentaar op te leveren: “Welke soort ham is het? Waar komen de asperges vandaan?”, etc. Ze begrepen niets van de menukaart, dus hun reisleidster moest alles uitleggen en aan de kok vragen. Uiteindelijk was iedereen aan het eten en toen leek het wel of er opnieuw een Engels-Franse oorlog aan de gang was, waarbij het bij beide groepen erom ging wie het hardst kon lachen. De Fransen zetten alle zeilen bij: gingen steeds meer debatteren over het eten en dat de wijn niet goed erbij paste en ze andere wijn wilden. De Engelsen daarentegen proostten steeds meer en ik dacht op een gegeven ogenblik dat ze ‘God save the queen’ aan zouden heffen. Zover kwam het niet, maar ik heb wel heel veel plezier gehad. Geweldig om daarbij toeschouwer te zijn.
Vanmorgen ging ik weer fris op pad. Ik wilde de eerste kilometers vanuit Barcelos lopen en daarna een taxi nemen, maar toen ik langs een taxistandplaats kwam, heb ik de zaak omgedraaid: ik heb me door de taxi 10 km weg laten brengen en ben vervolgens uitgestapt om de rest, ongeveer 22 km, te gaan lopen. En dat bleek een goed plan: ik heb een schitterende route gelopen, de mooiste tot nu toe. Over de heuvels en door een paar valleien, het was schitterend. Het is hier nog steeds warm, vandaag 32 graden en dat in Noord-Portugal!
Zo ben ik op mijn gemakje naar Ponte de Lima gewandeld en ben daar in een hotel beland. En ik ben niet de enige pelgrim hier, want er zitten hier in het hotel nog een heleboel andere pelgrims. Ik denk dat op deze gang in elke kamer een pelgrim zit. Hoe ik dat weet? Heel simpel, omdat er overal van die miniwasjes hangen: sokken, onderbroek, handdoek.
Ook onderweg heb ik er wel een stuk of twaalf gezien en hier in de stad zie ik ook steeds bekende gezichten van mensen die ik al eerder heb gezien. Er loopt hier een Duitser rond die sprekend lijkt op Manfred, die ik in 2007 tijdens de camino heb ontmoet. Hij geeft geen teken van herkenning, dus het zal wel niet, maar als ik de kans krijg, ga ik het hem toch vragen.
Er was hier vorige week zaterdag groot feest in Ponte de Lima, maar omdat er in deze tijd van het jaar ergens anders niet zoveel te doen is, zijn de kraampjes maar blijven staan en feesten ze gewoon nog een poosje verder. Ik zit nu buiten op een bankje mijn sigaartje te roken, het is inmiddels afgekoeld tot 24 graden, dus uiterst aangenaam, maar het is nog een hoop herrie. Ik hoop dus dat ik straks kan slapen.
De Duitse pelgrims hier hebben de eigenaar zo gek gekregen dat er morgenochtend al om half zeven ontbijt is en komen mij vertellen dat ik dan ook al kan ontbijten. Eerlijk gezegd ben ik dat nog niet van plan, want wat moet je nu zo vroeg onderweg? Morgen is het maar een tochtje van 18 km en in de plaats waar ik dan aankom, schijnt echt helemaal niets te zijn behalve een herberg. Dan kom je al om een uur of twaalf aan en verveel je je de rest van de dag dood.
Nu loop ik natuurlijk de kans dat ik, als ik later weg ga, dus ook later op de plaats van bestemming ben en dat dan alle bedden in die ene herberg bezet zijn door mijn collega pelgrims, maar dat zie ik dan wel weer. Dan verzin ik wel weer een oplossing. En als ze morgenochtend zoveel herrie maken, dat ik niet meer kan slapen, besluit ik misschien toch nog om ook maar vroeg te vertrekken. Ik zie wel hoe het loopt morgen: loslaten en toelaten was het toch?
Ik heb trouwens uit zitten rekenen dat ik, als alles verder naar wens verloopt, volgende week zondag in Santiago aan zal komen. Wat gaat dat nou weer snel ineens. Zit het mee, dan misschien al op zaterdag en kan ik zondag het wierookvat zien zwaaien. Zit het tegen, dan ben ik er pas maandag of misschien wel helemaal niet. We zullen wel zien: gewoon maar doorlopen!
Ik hoor eigenlijk te lopen
Ik heb mijn vrije dag als toerist doorgebracht, maar om eerlijk te zijn, weet ik niet goed hoe ik met zo’n vrije dag om moet gaan. Eigenlijk voel ik me dan een beetje schuldig: Ik doe maar niets, ik zou moeten lopen. Onzin natuurlijk, maar ja.
Voor ik vertrok, ben ik van kamer gewisseld en daarbij probeerden ze me warempel € 5 extra afhandig te maken. Gisteren was een eenpersoonskamer nog € 20, nu ineens € 25. Dat kwam natuurlijk omdat ze me gisteren de driepersoonskamer hebben gegeven voor € 30 in plaats van € 35 en nu dachten ze zo die € 5 weer binnen te halen. Wat dan wel zo is, is als je zegt: “Dan zoek ik wel een ander adres” het meteen over is. Maar ze hebben ook echt een soort imperium hier opgebouwd: hotel, café, snackbar, etc., dus denken ze dat ze zich het een en ander kunnen veroorloven. Maar Mattheus is wel goed, maar niet gek.
Het ontbijt bestaat hier uit koffie met gebak. Soms zit ik om zeven uur ‘s morgens dus al aan de moorkop. Ik neem er dan meestal een glaasje jus d’orange bij, maar de Portugezen niet. Er wordt hier dus heel veel gebak gegeten, toch zijn ze niet dikker dan bij ons. Nou, dat is weer eens iets anders dan een beschuitje met kaas.
Na deze bezigheden ben ik met de bus naar Braga gegaan, een uur heen en een uur terug. Op de terugweg zat de bus vol met scholieren en ik verzeker jullie, ze maken net zoveel herrie als in Nederland. Dat is internationaal.
De steden zijn over het algemeen erg mooi hier in Portugal. Veel parken, heel veel bloemen en heel levendig.
Braga noemen ze het Rome van Portugal, omdat er zoveel kerken zijn en ik heb inderdaad nergens zoveel kerken zo dicht bij elkaar gezien. Je struikelt er gewoon over. Ik heb ze natuurlijk niet allemaal bekeken, maar de hoofdkerk wel. Die stamt uit de elfde eeuw en er hing een lijst met bisschoppen vanaf het jaar 60 met alle namen erop. Hoe ze dat weten, weet ik ook niet. Ze hebben de stoffelijke resten, die ze hebben opgegraven, in kleine kistjes gedaan en in een aparte ruimte opgesteld. Het was een mooie kerk, alleen jammer dat je nergens mag filmen. En daar letten ze scherp op hier.
Buiten de stad staat ook een grote ‘Bon Jesus’ als een soort Sint Pieter. Dat was te ver lopen, dus die heb ik niet gezien. Braga schijnt een poos de geestelijke hoofdstad van Portugal geweest te zijn, dus vandaar al die kerken.
Aangezien jullie nieuwsgierig naar mijn voeten vragen, zal ik even een medisch communiqué geven van de actuele stand van zaken:
Zojuist heb ik alle pleisters, verbanden, plakkaten, etc. verwijderd en het volgende geconstateerd: de open plekken zijn dicht, maar nog heel teer. Er komt nog vocht uit de grote teen, maar hij begint wel te genezen. De plek waar mijn nagel heeft gezeten, heeft een donkerbruine kleur en over het geheel genomen denk ik niet, als ik naar mijn voeten kijk: “Wat heb ik toch mooie voeten”. Maar dat geeft niet, ik ben blij dat ik er mee loop! Vannacht laat ik alle pleisters, etc. eraf om ‘aan de lucht’ te genezen om eens een medische kreet te gebruiken.
Morgenochtend is het dan weer tijd voor de volgende inpakronde: compeed met spul erover en stevig vastplakken met pleisters. En zo hoop ik dan toch Santiago de Compostela te gaan halen: nog 186,5 km.
Morgen is de etappe ruim 32 km, maar ik denk niet dat ik dat ga doen. Ik wil na een kilometer of 20 stoppen. Mocht er dan geen plaats meer voor mij zijn in de herberg (want er is daar maar een kleintje, heb ik begrepen), dan kijk ik wel wat ik doe. Misschien een taxi of zo.
Ik begreep van Gery dat sommigen van jullie vast een kaartje willen sturen naar het eindpunt in de overtuiging dat ik het zal halen. Houd ik van, van dit optimisme. Hierbij het adres waar je eventueel post heen kan sturen:
Officina de Correos
Lista de Correos
a la atención de señor DENOTTER, MATTHEUS JAN
15700 Santiago de Compostela
ESPAÑA
Het is vooral belangrijk dat je precies de naam zo schrijft, want het is ieder jaar toch al een sport om alle post boven tafel te krijgen. De ene postbode stopt het in het vakje onder de D van Denotter, de ander onder de M van Mattheus en alle mogelijke verdere varianten.
Gegroet, gij allen en tot morgen maar weer, hopen we.
Voeten wassen
Zo, ik heb er weer 28 km op zitten, dus het was een forse wandeling. De route was wel erg mooi, veel door de bossen. Alleen wandel je dan wel steeds over de kinderhoofdjes en dat loopt niet makkelijk. Maar ja, het heeft wel iets idyllisch, zo onderweg heb ik over van alles en nog wat lopen filosoferen. Tenslotte heb je dan de tijd, nietwaar? Er was ook een behoorlijk riskant stuk van een paar kilometers, toen de route vlak langs de autoroute liep en er bijna geen mogelijkheid was om uit te wijken. Best gevaarlijk.
Vanmorgen was er geen café te bekennen voor mijn koffie, dus was het doorlopen geblazen. Zo tegen half één dacht ik: “De eerste de beste kroeg is voor mij, ik wil koffie!!”. En toen kwam er ook een café. Ik vroeg dus om koffie, maar de baas zei: “Moet je niet eten dan?” En toen kreeg ik soep, kip met patat frites, water of wijn naar keuze en koffie toe voor € 4,50. Je snapt niet hoe ze het ervoor kunnen doen. Dus met gevulde maag ben ik weer op stap gegaan en de rest van de route waren er ook niet veel café ‘s. Dat scheelt echt, de een of andere keer. Wel zie ik nu steeds meer pelgrims, ik ben ook een stukje opgelopen met een Amerikaans stel.
Om kwart voor vier wandelde ik de brug over (elk respecterend dorp heeft hier een water met een brug erover) en Barcelos binnen. Vlak voor die brug staat een dertiende-eeuws kapelletje. Het is heel klein en in dat kapelletje staat een wasbekken. Erbij een nadrukkelijke aanwijzing, dat pelgrims op weg naar Santiago hier hun voeten moeten wassen voor ze de stad binnengaan. Nu zit er geen water meer in, maar je vraagt je wel af hoeveel duizenden voeten hier in de loop van de eeuwen gewassen zijn.
Barcelos is een erg levendige stad met een leuk centrum en veel mensen. Er is ook een andere dertiende-eeuwse kerk, de ‘Bon Jesus’, die is ook echt schitterend om te bekijken. Prachtige tegeltableaus weer en een schtterend altaar. Helaas mocht ik er niet filmen of fotograferen.
Verder zie je overal in de stad hanen, van hele kleine tot hele grote. Op foto’s, op tableaus, als standbeeld. En er hoort precies hetzelfde verhaal bij als in Spanje in Santo Domingo de Calzada over de jongen die opgehangen werd en niet doodging, omdat Sint Jacob zijn handen onder de voeten van de jongen hield en de rechter, die zei: “Die jongen is net zo levend als die kip hier op mijn tafel”, waarop de kip vleugels kreeg en wegvloog. Alleen speelt hier de haan een hoofdrol en niet de kip. De haan is ook het nationaal symbool van Portugal geworden.
Na aankomst heb ik mij gemeld in een residencial. Daar was wel een kamer, maar pas om half zes. Dus ja, dan eerst maar op een terras aan de cola. Tot mijn schrik zie ik op het plein overal kramen en ik hoop niet dat ik weer getuige mag zijn van net zo ‘n feest als vorig jaar, want dan zal ik niet veel slapen. Het is wel geinig, want overal op het plein staan stellingen met kruisen erop, echte kruisen zoals in de kerk. Alleen worden ze hier gebruikt om slingers en lampionnen van het ene kruis naar het andere te leiden. Ja, dat is ook een manier van versieren.
Omdat ik toch nog niet naar mijn kamer kon, ben ik naar het toeristenbureau gegaan, daar kun je meestal over een PC beschikken. Nou, die hadden ze wel, maar ik mocht er maar heel even op, omdat er een vergadering in dezelfde ruimte gehouden werd.
Toen ik om half zes weer naar mijn kamer vroeg, was die nog steeds niet klaar. Ik was het zat, dus zei: “Laat maar zitten, ik neem mijn rugzak wel weer mee en zoek ergens anders een plekje”. Nou nee, dat was natuurlijk ook niet de bedoeling, dus opeens was er een andere kamer vrij. Ik heb nu een driepersoonskamer, dus ruimte genoeg. In ieder geval vannacht, want het is niet zeker dat ik deze kamer nog een nachtje kan gebruiken.
Ik wil hier namelijk een dag blijven. Vandaag heb ik een flink stuk gelopen en de volgende etappe is ook weer een flink stuk, dus een dagje tussendoor is wel lekker en ik wil graag naar Braga. Dat is een stad hier in de buurt en die schijnt heel erg de moeite waard te zijn. Dus morgen pak ik de bus of de trein om Braga te bezoeken.
Gewoon een goede wandeldag
Over vandaag valt eigenlijk niet zoveel te vertellen. Ik heb gewoon een goede wandeldag gehad. Ik heb lekker gelopen, weliswaar heel veel op kinderhoofdjes en dat loopt niet zo makkelijk, maar het ging allemaal lekker. Het grootste gedeelte ging door bewoond gebied, de buitenwijken van Porto en heel veel dorpen. Al deze dorpen hadden een kerk, een café en een kleine supermarkt, dus er was onderweg genoeg te eten en te drinken. Ik kwam niets tekort en hoefde zelfs geen water mee te nemen.
Bovendien was het helemaal niet zo warm als voorspeld was. Toen ik vertrok, was het wazig en het was zo ‘n 21-23 graden en, geloof het of niet, ik kreeg zelfs een paar buitjes. Niet zo erg dat ik mijn regenkleren aan moest trekken, dat nou ook weer niet, maar toch….
Enfin, ik ben inmiddels beland in wat volgens mijn gids Vilarinho heet, maar hier op de borden Vila do Conde en bevind me nu weer op het platteland. Voor de eerste keer slaap ik nu in een soort refugio, die hier Abrigo Peregrino heet. Er zijn vier bedden, maar inmiddels zeven gegadigden, geloof ik. Andrew en Therese, het Canadese stel dat ik eerder heb ontmoet, zijn hier ook. Ze slapen meestal bij de bomberos. Dat is de brandweer, die doet hier van alles en nog wat en levert dus ook slaapgelegenheid. Alleen is het de laatste keer niet zo goed bevallen. Ze moesten ‘s avonds hun credencial inleveren en toen ze vanmorgen weer wilden vertrekken, konden ze niet weg, want de credencials lagen in de kluis en de baas die de sleutel had, kwam uiteraard niet in de vroege ochtend.
Er is hier ook een Pools meisje, dat vandaag aan haar camino is begonnen. Ik weet nog niet hoe ze heet, maar dat komt wel.
De Abrigo is naast een school, het is nu half vijf, maar de kinderen zijn er nog. Op dit moment worden ze losgelaten op het schoolplein en ze maken toch een hoop herrie met zijn allen! Je kunt jezelf niet eens meer verstaan.
Weten jullie wat nog erger is? Het spettert nu ook!! Ik moet mijn gewassen kleren onder de dakgoot hangen, anders drogen ze helemaal niet. Zo hoort het niet natuurlijk. Dat jullie regen hebben is normaal, je woont tenslotte in Nederland, maar ik hier in Portugal?? Het moet niet gekker worden!
Rust, rust, rust
Vandaag was ik toerist in Porto. Ik heb eerst heel rustig ontbeten, toen ben ik op mijn gemakje op stap gegaan. Ik heb in het treintje door de stad gereden om een overzicht van de stad te krijgen. Ik kwam ook langs de opslagplaatsen van de port, Jan. Het komt wel goed met die port. In het begin vroeg ik steeds om een ‘porto’, maar dan zeggen ze: “Ja, u bent hier in Porto”. Het blijkt dat ik netjes moet zeggen: ‘vino de Porto’. Je moet het even weten.
Er is hier verschrikkelijk veel te zien. De gebouwen zijn mooi, maar je moet er wel van houden. Er is een soort mengeling van Portugese barok met grote blauwe tegeltableaus. Ik heb de kathedraal bekeken en het klooster ernaast. De kathedraal is mooi, hij is als een soort fort gebouwd en staat op een heuvel. Er zijn trouwens heel veel kerken hier.
Er zijn heel veel toeristen hier, ook heel veel Nederlanders. Die herken je aan het ANWB-gidsje van Portugal, grappig is dat.
Ja, toen was het tijd voor de lunch. Ik ben dus naar de rivier gegaan en heb daar op een terrasje aan het water in de zon de lunch gebruikt. Ik hoorde van Gery en zag op het weerbericht dat er grote donkere wolken boven jullie hoofden hangt en dat het regent, maar ik kan daar helaas niets aan doen. Ik zat hier in de warmte buiten op een terras een salade met rauwe ham te verorberen en een puddinkje toe. Laat ik het voorzichtig zeggen om jullie niet al te jaloers te maken: het was goed uit te houden.
Na de lunch was het tijd voor een boottochtje over de Douro. De oevers van de Douro zijn heel steil en gaan recht naar boven als je in je bootje zit. Zo voer ik zachtjes door de Douro onder zes bruggen door.
Daarna ben ik terug gegaan naar mijn hotel om mijn videocamera op te laden. Gery meldde dat Dicky en Pieter uit Deurne op de website stonden, dus die heb ik gebeld en we hebben afgesproken om zeven uur vanavond voor het station om gezamenlijk een hapje te gaan eten.
Voor het geval jullie nu denken dat het luie leventje in mijn hoofd geslagen is, maak ik jullie er even op attent dat ik morgen weer over ‘s heren wegen loop te zwoegen. En het belooft weer warm te worden! Bovendien schijnt het zowat een dag te duren voor je de stad uit bent en het moet heel lastig te zijn om de weg te vinden. Dus dat wordt weer afzien!!
Gelukkig heb ik mijn GPS en daarop kijk ik nu ook wel eens om te zien of ik de goede richting uitloop. Dus Marnix kan tevreden zijn, want hij snapte maar niet hoe ik steeds kon verdwalen terwijl ik een GSM op zak heb.
Ja, die gebruikte ik alleen om bij de start de knop in te drukken en bij het eindpunt de knop weer uit te zetten. Ik maak dus vorderingen in de elektronica. We zullen zien morgen.
Ik ben in Porto!
Ik ben in Porto en ik heb het hele stuk gelopen!! Goed, hè?
De eerste helft van de route was erg mooi en leuk. De weg liep over een bergrug en daar waren nog de Romeinse en Middeleeuwse wegen en Middeleeuwse ruïnes. Ik moet zeggen dat de Romeinse wegen veel en veel beter zijn dan de Middeleeuwse, die toch veel later aangelegd zijn.
Het laatste stuk liep ik door de voorsteden van Porto, dat zijn allemaal slaapsteden, net zoiets als de Bijlmer bij ons, dus daar was niet veel aan. Maar opeens zag ik de stad liggen aan de overkant van de rivier en dat geeft nieuwe energie. Ik zag een supermooie metro de brug overgaan en dan in de berg verdwijnen.
En dan komt het moment dat je zelf op de brug over de Douro loopt en de stad inloopt. Dat was weer een schitterend moment. Het blijft veel indruk maken als je dan in de stad aankomt, waarnaar je al weken op weg bent. Dat heeft iets heel bijzonders en op dat moment ben je zere voeten en tenen vergeten en denk je alleen maar: “Het is het waard!” In de diepte stroomt de rivier en daarin liggen houten bootjes, waarvan ik vermoed dat het rondvaartboten zijn. De stad heeft gedeeltelijk nog stadsmuren en meteen na de brug zie je de kathedraal liggen. Kijk, en als ik nu met een taxi was gekomen, was dat een heel ander iets geweest. Ik ben blij dat ik dit niet gemist heb.
Ik ben meteen naar de kathedraal gelopen om mijn stempel te halen. Dan wandel je binnen, zien mensen de schelp op je rugzak en hoor je ze mompelen. Ik zette mijn rugzak neer en omdat het zo warm was, was de rug van mijn T-shirt drijfnat en dan hoor je de Oh ‘s en Ah ‘s om je heen en achter je rug. Als dan bovendien de man die in de kathedraal aan het rondleiden is, de toeristen opzij schuift en meldt dat hij eerst aan mij een stempel gaat geven, kijk, dat is dan wel een moment van grote glorie. Daar heb ik van genoten!
Je merkt dat men hier weer veel meer bezig is met de camino. Mensen leven heel erg mee en wijzen je de pijlen al eerder aan dan jij ze ziet. Leuk is dat.
Ik ben naar de VVV gegaan voor een onderdak, daar kreeg ik een foldertje mee van een residencial. In het foldertje stond dat een eenpersoonskamer € 25 kostte, dus dat was goed te doen. Enfin, ik kom daar aan en de mevrouw deelde mee, dat ze helaas geen eenpersoonskamer meer vrij had, alleen nog een tweepersoonskamer. Ik dacht nog: “Daar heb je het, de prijs gaat alweer omhoog”. Dat was een voorbarig oordeel, want ze vroeg om het foldertje van de VVV als bewijs dat daar echt € 25 stond voor een eenpersoonskamer en toen kreeg ik de tweepersoonskamer voor dezelfde prijs, dus ik hoefde maar € 25 te betalen in plaats van € 35. En voor die prijs zit ik nu echt midden in het centrum van de stad.
Na een half uurtje lekker in bad liggen, ben ik ook de vermoeidheid en zere voeten vergeten, dus ik ben nu alleen nog maar een blij en tevreden mens.
Morgen blijf ik in Porto en ga me als een echte toerist gedragen. Als de bootjes echt rondvaartboten zijn, ga ik daar een tochtje mee maken over de Douro en als er een rondrit door de stad is, ga ik dat ook doen.
Het is hier overigens ongekend warm voor de tijd van het jaar, nog 30 graden. Nou, morgen hoef ik niet te lopen, dus dat is geen probleem. Maar de mensen hier zeggen dat deze warmte echt abnormaal is voor de tijd van het jaar.
Bedankt allemaal voor jullie medeleven met mij, dat waardeer ik heel erg en Gery ook.
Het eerste gedeelte van de route is gehaald, nu met frisse moed straks aan het tweede stuk. Ik houd jullie op de hoogte.
Aangenaam of heet
Vanmorgen ben ik om half zeven opgestaan, heel op mijn gemak. Nadat ik mijn voeten beplakt en bepleisterd had, ben ik heel kalmpjes gaan ontbijten. Daarna ben ik gaan betalen en ik zag de juffrouw van de receptie naar me kijken, toen ik me stond uit te dossen. Geen wonder, ze ziet in dit hotel alleen heren in strak pak, dus dan ben ik wel een aparte vertoning. Ik zei dus: “Ja, ik zie er niet uit, hè? Geneer je niet, hoor, mijn vrouw zegt dat ze me zo echt niet wil zien”. Een hevige kleur natuurlijk en allerlei excuses dat ze dat echt niet gedacht had en zo. Dat was wel even leuk.
Je merkt wel dat het land hier steeds dichter bevolkt wordt en dat we dus een grote stad naderen. Er is weinig natuur meer, de route gaat grotendeels over gewone wegen en door woonwijken. Ik denk dat dit wel zo zal blijven tot Porto.
Enfin, ik ben gekuierd tot Mala-poste zoals ik van plan was. Ik dacht dat dat een dorp was, maar dat is het helemaal niet, er staan een paar huizen, er is een hotel met een groot restaurant erbij en dat is het. Veel keus in slaapgelegenheid had ik dus niet, dat maakte het makkelijk. En ja, het kon dus niet anders, er is niets aan te doen, maar ik zit weer in de luxe, maar ik kan erbij zeggen dat die luxe me maar € 30 kost.
In dit hotel kun je beschikken over een Turks bad, een sauna en een zwembad. En ik heb vanmiddag over alles beschikt. Ik heb heerlijk gezwommen en tijdens het zwemmen ging de nagel van mijn grote teen eraf, dus hierna zal dat wel beter gaan. Voor de kenners: op de rest van mijn blessures zit compeed, dus dat blijft gewoon zitten en kan nat worden. Het nadeel van compeed is dat het aan de binnenkant van je sok gaat plakken en dan krijg je daar weer blaren door, maar van de verpleegkundige uit Deurne heb ik een soort verbandjes gekregen, die plak ik over de compeed met leukoplast vast en dan gaat het beter. Zo zie je, ik verzin gewoon iedere keer iets anders, alles om maar te kunnen blijven lopen.
Ik weet nog niet goed wat ik morgen ga doen. Het is nog 27 km naar Porto en ik heb drie mogelijkheden. Er is na 13 km een plaats waar ik kan overnachten, maar 13 km is niet veel. Dus ik kan stoppen na 13 km, of ik kan in die overnachtingsplaats een taxi nemen en naar Porto rijden, of ik kan doorlopen en een taxi nemen als ik niet meer verder kan. Zie je, het leven van een pelgrim is echt niet zo makkelijk, hoor, ook al zit je dan in een goed hotel. Ik bedoel maar, je moet af en toe nadenken en dat valt met de warmte echt niet mee.
Over de warmte gesproken: ook wat dat betreft moet ik er twee meningen op na houden. Als ik op mijn luie gat naast het zwembad lig, is het een zeer aangename temperatuur hier. Als ik tegen een berg op moet klauteren met 15 kg op mijn rug is het heet.
Ja, het is vermoeiend, dat gedenk, ik ga maar snel naar de bar nu om iets te drinken.




