Ik ben vanmorgen met de zomer vertrokken, bovenop de bergen was het winter en nu ben ik in de herfst beland. Dus warm heb ik het niet meer.
Gisteravond hebben we een geweldige avond gehad, het jonge stel haalde na het eten twee gitaren tevoorschijn en een drumstel en zo werd het groot feest. Ik heb genoten.
Vanmorgen weer met frisse moed op weg door een streek die vroeger bekend stond als heel gevaarlijk door de eenzaamheid en het slechte weer. Nou, gevaarlijk is het niet zo erg, maar wel heel eenzaam, het is echt een verlaten streek met heel af en toe een dorpje. Het is een leeg land. Ik heb vandaag de hoogste top beklommen voor de Pyreneeën, nu gaat het weer langzaam naar beneden. En wat het slechte weer betreft: dat kwam uit, want bovenop de berg barstte er een verschrikkelijk onweer los en zag alles binnen korte tijd wit van de hagel. Maar onder mijn nieuwe poncho blijf ik droog!
Ik dacht vandaag een stevige stok gevonden te hebben, maar het was maar een stok en geen staf. Want hoe hard ik ook op het water sloeg van een beekje waar ik doorheen moest, het water week niet, maar mijn stok brak! Dat heb je er nou van als je je eigen trouwe stok vergeten bent. Zo’n staf moet je ook krijgen natuurlijk, dan is het pas een echte!
Nu zijn we beland in een Logis de France in Murat sur Vèbre, na 28 km. Valt mee, hè, de afstand vandaag. Het is hier gewoon pure herfst. Koud en nat, ik heb mijn trui aangetrokken. Het klettert van de regen en binnen heb ik geen bereik met de telefoon, dus ik sta nu buiten onder het balkon. Het is wel grappig, want dit geldt voor iedereen natuurlijk en nu zie ik de een na de ander naar buiten komen met de telefoon. Maar er is geen ruimte meer onder het balkon, dus zij worden nat en ik niet. Aangezien dit geen echt nette pelgrimsgedachte is, ga ik maar naar binnen om het Wilhelmus te zingen in mijn eentje.
2007: Camino del Norte
Alle seizoenen
Een verschrikkelijk zware dag of?
Tjonge, wat was dat een verschrikkelijk zware dag vandaag. Ik moest steil omhoog over een pad met allemaal rollende stenen. Kortom, het was zwoegen en zweten. En ik heb nu wel een pet, maar nog geen stok en die had ik vandaag goed kunnen gebruiken. Terry, die overigens geen Terry heet, maar Terjé, en ik vertrekken ’s morgens samen, lopen verder voor het grootste deel ‘op onszelf’ en zien elkaar dan ’s avonds weer. Dat gaat prima en we lopen nu al een week zo. Dat is weer een nieuwe ervaring. Maar goed, vandaag was hij er een uur eerder dan ik en had toen al een kamer voor me gereserveerd en had zo’n medelijden met me dat hij zelfs mijn rugzak gedragen heeft. Nou moet je niet denken dat hij dat kilometers lang gedaan heeft, het was maar 15 meter. Ook hij had het verschrikkelijk zwaar gevonden vandaag, dus zijn we eerst maar eens onderuit op een terras gaan zitten om eens hard te klagen over deze zware tocht. Net toen wij elkaar en onszelf zo heerlijk zaten te beklagen dat het geen doen was en zo en dat het vandaag lijden was, kwamen er drie Zwitsers het terras op. Daar maak je dan natuurlijk het gebruikelijke praatje mee en wat zeiden die: ”Het viel vandaag gelukkig mee, hè?“ En het is echt waar, die gasten kunnen klimmen, dat wil je niet weten. Na 30 km klimmen, struikelen Terjé en ik buiten adem de berg af en zij gaan jodelend naar beneden.
Gisteravond zaten we trouwens in het hotel, waar bleek dat we de enige twee gasten waren, met een zeer chagrijnige hotelière. Er kon geen goed woord af en alles wat we vroegen, kon niet. Wat doe je eraan? Ik wist het ook niet, maar toen we gingen eten en in het restaurant kwamen dat bij het hotel hoort, riep ik: ”Wat ziet het er hier gezellig uit!“ En geloof het of niet, maar Madame draaide om als een blad aan de boom, alsof je een knop omdraaide. Uiterst vriendelijk en ineens was het natuurlijk helemaal geen bezwaar dat we de andere ochtend al om zeven uur wilden ontbijten! En wat spraken we toch goed Frans, enz. enz.
Vandaag ziet het er wat dat betreft een stuk beter uit. We hebben 29 km gelopen en zitten nu in St. Gervais-sur-Mare in een heel leuk huis met allerlei kruip-door-sluip-doorgangetjes en hoekjes bij een jong stel, dat ons enthousiast begroette. We eten hier ook vanavond en er staat lamsvlees op het menu met een toetje uit de streek. Dus dat komt wel goed vandaag.
Het is heel anders dan de vorige keer, er is een heel andere sfeer met al deze ‘ervaren’ lopers en de route is veel zwaarder. Maar dat komt waarschijnlijk, omdat ik er nu zo vanuit de trein middenin plofte en meteen met de zware bergtochten begonnen ben, terwijl dat de vorige keer natuurlijk veel later aan de orde was, toen ik al helemaal ingelopen was. Denk niet dat ik het nu minder goed naar mijn zin heb, want ik begin er weer helemaal in te komen. Mijn voet ziet er iets beter uit en eigenlijk zou ik er natuurlijk verstandig aan doen een dag rust te nemen, maar dat kan altijd nog en dat wil ik eigenlijk doen als ik in Toulouse ben, want die stad wil ik wel even goed bekijken, dus daar neem ik dan tijd voor. Jawel, ik doe heus wel verstandig en als ik denk dat het niet gaat, neem ik gewoon eerder een vrije dag! Maar voorlopig moet ik nu even naar de koele pils op het terras en dat gaat echt wel lukken!
Petje op
Nou, de zusterlijke raad een briefje om mijn nek te doen is niet meer nodig, want ik heb een petje. Vanmorgen zijn we in Lodeve eerst naar de markt gegaan om een petje te kopen en een bekijks dat we hadden! Op den duur stond er een hele groep om ons heen. We hoefden nog net geen handtekeningen uit te delen. Maar..ik heb een pet.
Het was vandaag zo’n 25 graden, dus iets koeler, al is het bergje op, bergje af nog wel steeds zweten natuurlijk. Mijn voet is nog open en rood en dat geeft vooral bij het opstarten problemen, als ik eenmaal loop gaat het wel weer. Ik houd het in de gaten. En zolang ik (alweer) geprezen ben om mijn mooie benen verzoet dat het lijden. Er liepen twee Franse dames een stukje mee en de ene dame ging achter mij lopen, want dan kon ze steeds kijken naar die ‘jolies jambes’. Kijk, dat bedoel ik, doet Geer dat wel eens?
Er lopen hier weer allerlei nationaliteiten en soms weet ik zelf niet meer welke taal ik nu eigenlijk spreek: Duits, Engels, Frans of Nederlands. Dan roept Terry: “Engels!!“ Hij spreekt heel goed Engels en daar rommelt hij dan wat Skandinavisch doorheen.
Het is behoorlijk druk met wandelaars, want de meeste Fransen hebben een week vrij in verband met 1 mei. Het zijn meestal geen pelgrims, maar mensen die een stuk van de Grande Randonnee lopen, maar ja, ze moeten allemaal slaapplaats hebben, dus dat wordt vechten om een bed. Ik wandel de hele dag met Terry en dat bevalt tot nu toe goed, we verstaan elkaar letterlijk en figuurlijk. En we hebben vandaag, verstandig als we altijd zijn, maar 17 km gelopen, een heel lang stuk omhoog en vervolgens weer een heel lang stuk omlaag. Het is hier echt op en neer, maar wel een prachtige streek.
Nu zitten we in een waardeloos hotel. Ze hebben wel kamers met twee losse bedden, maar die kregen we niet, wij moesten maar twee kamers nemen. Ik beken, ik geef toe, niet alle Fransen zijn aardig! Mijn wasje is weer gedaan, dus ik ben voor vandaag weer klaar. We zitten nu in Le Bousquet d’Orb, een paar kilometer van Lunas. En het barst hier in de omgeving echt van de Nederlanders, een op de drie toeristen is een Nederlander. Zeg, zijn er eigenlijk nog wel mensen daar in het lage land? Of zitten die allemaal hier?
Morgen gaan we voor 30 km en dat wordt dan tweemaal duizend meter omhoog en weer naar beneden. We gaan er weer voor!
Lopen en lijden
Nog even terugkomen op de Fransman met zijn harem: vandaag vernam ik dat hij vanmorgen een taxi heeft genomen en naar huis is gegaan. Hij is dus afgehaakt. Wat zou Freud daarvan zeggen?
Maar wat hebben Terry en ik vandaag geleden, zeg, we zijn helemaal kapot in Lodeve gearriveerd en mijn ene voet is bovenop stuk. Maar ja, we wilden zo nodig stoer zijn. Na circa 25 km lopen was er een slaapplaats, dus daar hadden we kunnen stoppen. Ik liep met Terry, we waren al om zeven uur vertrokken, dus rijkelijk vroeg en we keken elkaar aan: ”Wat zullen we doen? Blijven we hier?“ Op dat moment passeerden ons de twee Zwitserse klimgeiten, die stoer doorliepen. Wij keken elkaar weer aan en Terry zei: ”Wat zij kunnen, kunnen wij ook“, dus wij vervolgden stoer onze weg. Hadden we nou maar nooit op dat onzalige idee gekomen, want vervolgens hebben we 15 km geklommen, omhoog en omhoog en omhoog. Vervolgens raakten we op de een of andere manier de weg kwijt, want we kwamen in een dorp terecht, dat 7 km voorbij onze bestemming lag, dus dat betekende weer 7 km teruglopen. We zagen wel een pad, dat een kortere weg leek, maar gezien onze zojuist opgedane ervaringen durfden we dat niet te nemen, want wie weet waar we dan weer terecht zouden komen. En ja, na 5 km lopen stonden we dus aan de andere kant van dat pad, we hadden zo door kunnen steken!
De laatste 10 km hebben we om beurten geroepen: ”Wat er ook voorbij komt, al is het een kinderwagen, ik stap in en loop geen stap meer“. Maar natuurlijk kwam er niets. Uiteindelijk waren we dus om half acht vanavond in Lodeve, twaalfeneenhalf uur na vertrek en ik schat na 47 km !!!!. Compleet versleten, maar gelukkig hadden we vanmiddag een hotel geregeld, dus een riante kamer hadden we vandaag echt wel verdiend, niet dan?
Het was gelukkig iets minder warm dan gisteren, maar ik heb vandaag vier liter water gedronken! Geer eiste voor morgen een rustdag, maar die thuisblijvers hebben er natuurlijk geen verstand van, we gaan morgen gewoon weer een stukkie lopen! Mijn voet is netjes verzorgd en voor morgen heb ik een soort nylon sokje gekregen om er omheen te doen, dat schijnt goed te zijn. Dus wij dispereren niet! Maar namen wel een kloek besluit: morgen een Michelinkaart kopen, zodat we weten waar we ons bevinden en een kortere route kunnen uitzoeken, wanneer we dat nodig vinden. Wat ik nu heb is een gids van de Grande Randonnee en dat is net als in Nederland, zo’n route maakt omwegen om je langs de mooiste plekjes te laten gaan. Nou, die mooie plekjes zien we dan wel ergens anders!
Nog geen petje
Vanmorgen om kwart voor zeven stegen we in de bus om het industrieterrein zo snel mogelijk achter ons te laten en daarna was het 35 km lopen geblazen. Ik heb een stuk alleen gelopen, een stuk met een Fransman, een stuk met Terry, de Noor en zo gaan de kilometers dan onder je voeten door. En voor je het weet beland je dan in St. Guilhem-le-Desert, een schitterend plaatsje. Wie nog eens een mooie plaats wil zien, moet daar echt heen gaan. Het is in 805 gesticht door ene Willem van Oranje. Hij was een neef van Karel de Grote en na de dood van zijn vrouw is hij hier in het klooster gegaan. En in dat klooster slaapt nu een arme pelgrim, bij de nonnetjes. Nou, niet letterlijk natuurlijk en bovendien niet alleen, maar met een aantal andere mannen: de twee klipgeiten uit Zwitserland, een Fransman en Terry de Noorman. De Franse kunsthandelaar met zijn harem is een beetje eigenwijs manneke, helaas heeft hij met zijn geschiedeniskennis een paar keer bij mij het onderspit moeten delven, omdat ik iets wist dat hij niet wist en de harem keek daarbij zeer tevreden toe. Toen bleek dat hij ook nog een stuk omgelopen had, kreeg hij van de dames de volle laag: ”Jij weet toch zo goed de weg“? Ja, dan voelt een Fransman zich natuurlijk hoogst beledigd, je zag zijn ego slinken.
Ik heb hier een prachtig stempel gekregen, echt de moeite waard om te zien. Ik heb een roodverbrande kop, maar de pet is een probleem. Dat zit namelijk zo: Als er ergens petten te koop zijn, den ik er niet aan en als ik eraan denk, zijn er geen petten in de buurt.
Morgen wacht me weer een fors stuk. Dit eerste gedeelte bestaat uit grote stukken, omdat er onderweg weinig is om te slapen, maar dat wist ik thuis al, dus gewoon de blik op oneindig en wandelen maar.
Luther en Calvijn
Het gaat weer geweldig! En jazeker, ik ben het laatste stukje wel met de bus gegaan, maar dat was wel na 32 km lopen! Gedeeltelijk heb ik alleen gelopen en een deel met Terry, de Noor en met vier Fransen: een kunsthandelaar en drie vrouwen, zodat we het hier hebben over zijn harem natuurlijk. En verder ook nog met twee Zwitserse klipgeiten (of liever gezegd: klipbokken): een man van vierenzestig jaar en een man van tweeënzeventig jaar. Dus ik ben nog een jonkie! Het is wel heel opvallend dat iedereen die ik hier tegenkom, de tocht niet voor het eerst doet. Sommigen gaan al voor de tiende keer! Geer zei al streng: ”Dat ga jij niet halen“, maar ik klamp me vast aan mijn zussen, die ervan uitgaan dat dit niet mijn laatste tocht zal zijn.
Het is gewoon weer fantastisch en Montpellier is een geweldig leuke stad. Overal klinkt muziek en iedereen is op straat. Het is ook erg warm hier, ruim dertig graden. En zonder enige moeite kwam ik in het bezit van een simkaart voor mijn mobiel, dus ik ben weer bereikbaar.
We slapen vannacht in de hoofdkerk van Montpellier, de bisschopskerk. In een gedeelte hebben ze een gite gemaakt voor de pelgrims. We werden ontvangen door broeder Stephanus, die ons streng toesprak wat wel en niet mocht hier. Ik zei tegen hem dat ik Protestanter was dan Luther en Calvijn bij elkaar, maar dat vond broeder Stephanus geen ramp, want hij had ook al aan Hindoes onderdak gegeven. Dus vannacht kan ’s Heren zegen de hele nacht op mij neerdalen.
Het enige nadeel zijn de kerkklokken. Die zijn namelijk vlak boven ons hoofd en volgens mij luiden ze elk kwartier met donderend lawaai. Ze gaan zo tekeer dat Gery ze door de telefoon zo duidelijk hoorde dat ze dacht dat ik er naast stond. Ja, als pelgrim heb je heel wat te doorstaan. Nu word ik door mijn medepelgrims aan mijn mouw getrokken, want ik moet Terry gaan halen, die staat alweer veel te lang onder de douche en we moeten nog een avondwandelingetje door de stad maken.
Het spijt mij, maar ik moet dus gaan, de pelgrim wordt geroepen! Tot morgen!
Weer in het ritme
Het was vandaag prachtig mooi weer. Ik heb gigantisch gezweten en nu ziet het overal gigantisch rood, zelfs op mijn hoofd. Ja, stil maar, ik had geen pet op, maar die heb ik nog niet. Mijn trouwe visserspet van de visclub van St. Etienne is vorig jaar in Santiago gebleven en ik ben nog geen nieuwe visclub tegengekomen. Ik zal toch niet zelf een pet moeten kopen dit keer?
Het was een prachtige tocht door wijn- en boomgaarden vandaag en over een goed begaanbare weg. Om kwart voor acht vertrok ik en om kwart voor drie had ik 29 km achter de kuiten. Ik zit nu met acht pelgrims (niet dezelfde acht van gisteren) in een gite. We hebben ieder een eigen kamer en er is een grote tuin bij. Ideaal, daar gaan we vanavond met zijn allen in eten, dus dat wordt gezellig. Al jaloers? Na aankomst heb ik gedoucht, mijn wasje gedaan en toen bellen, dus ik begin weer terug in het ritme te komen. Er zit trouwens veel te veel in mijn rugzak, allemaal troep die ik vast niet nodig heb. Geer zegt: “Gooi maar aan de kant van de weg“, maar dat gaat natuurlijk niet, ik ben wel een Hollandse pelgrim en die gooit niet zomaar dingen weg.
Ik heb vandaag een heel stuk gelopen met een Noor, Terry. Hij is altijd piloot geweest en is dus heel bekend op Schiphol. Maar, zoals hij zelf zegt, de rest van Nederland kent hij totaal niet. Hij is al een poosje opa en had genoeg van het oppassen en het huishouden doen. Wat wel grappig is, is dat hier allemaal mensen lopen, die de tocht al eerder hebben gedaan. We zijn dus oude rotten onder elkaar. Ach ja, die beginnelingen nemen deze route natuurlijk niet.
Morgen ga ik 25 km lopen en dan……..stap ik op de bus!! Ja goed, kom maar op met je commentaar, maar bedenk daarbij dat ik tenminste eerlijk ben. Op de eerste plaats heb ik de hele tocht een keer gelopen, dus ik mag nu best af en toe smokkelen van mezelf en op de tweede plaats gaat het laatste stukje van 5 km alleen maar over industrieterrein en daar loop ik niet op te wachten. Morgen hoop ik dan in Montpellier aan te komen en dan ga ik vervolgens het centrum bekijken, maar eerst op zoek naar een simkaart! Nu moet ik echt gaan eten!!
Het is wennen
Ziezo, vanmorgen om half negen ben ik vertrokken en nu ben ik na zo’n 23 kilometer met open armen ontvangen in de kathedraal van St. Giles. Ik kreeg zelfs een speciale stoel aangeboden om op te zitten en er werd ook gezorgd voor een onderdak. Ik slaap vanavond in een huis van de kerk. Ik dacht dat ik zo ongeveer de enige was, maar ik zit vanavond in de bar aan tafel met acht andere pelgrims voor het pelgrimsdiner.
Het eerste stuk ben ik langs de Rhone gelopen, erg mooi en daarna tussen de wilde paarden in de Camargue. Het is een prachtige streek en ik liep door wat ik al dacht dat het rijstvelden waren, maar dat heb ik toch maar even gecheckt. Een paar weken geleden riep ik dat ik door een vogelreservaat in de Wijdewormer was gelopen en dat bleek toen een soort baggerveld te zijn. Je ziet, Jinze, ik ga niet over één nacht ijs en het waren inderdaad rijstvelden, die onder water staan.
Over ijs gesproken, het is hier heerlijk warm, ik zeg het maar even.
Vervolgens ben ik nog heel veel kleine riviertjes overgestoken en toen was ik er. Mijn voeten hebben zich en mij (even doordenken) uitstekend gedragen vandaag, maar verder moet ik weer aan het ritme wennen en is het nog rommelig voor mijn doen. Ik ging vanmiddag douchen na aankomst en toen ik me uitgekleed had, kwam ik erachter dat ik geen handdoek had. ”Thuis vergeten“?, dacht ik bezorgd en heb mij weer aangekleed om vervolgens een half uur heen en terug naar een supermarkt te lopen om een handdoek te kopen. Dat is allemaal prima gelukt en zo kon ik weer douchen en me ook nog afdrogen met mijn nieuwe handdoek. Het was alleen een beetje pijnlijk toen ik, fris gebaad, mijn rugzak ging ordenen en .. daar keurig opgevouwen mijn handdoek in vond.
Verder heb ik vandaag in allerlei tabacs een simkaart proberen te scoren, maar dat is niet gelukt helaas. Ze schijnen nu eert een kopie van mijn paspoort ergens naar toe te moeten sturen en daar heb ik natuurlijk geen tijd voor. Nu bel ik in een telefooncel, roep tegen Geer het nummer en die belt me dan terug. Wel lekker goedkoop voor mij, maar het is toch lastig dat ik mijn mobieltje niet heb om onderweg vast slaapplaats te regelen voor ’s avonds, dus ik hoop dat het in orde komt. Het zal echter nog wel een paar dagen duren voor ik een ‘echte’ telefoonwinkel tegenkom. Tot die tijd moet de pelgrim dan maar eenzaam ronddolen.
Morgen moet ik ruim 30 km lopen, dus dat zal wel iets zwaarder zijn dan vandaag en ik weet niet of er aan het einde weer een telefooncel op mij wacht, maar dat merken jullie dan vanzelf wel.
De eerste dag is gewoon zitten
Nou, dat was wel een heel ander begin dan vorig jaar, moet ik zeggen. Om half acht vertrok mijn trein uit Amsterdam CS en om daar te komen was alleen al een hele toer. In Amsterdam kun je niet parkeren, dus met de trein vanuit Zaandam leek wel een goed idee. Alleen“.de eerste trein vertrok pas om half acht en daar heb je niets aan natuurlijk.Dus we zijn met de auto naar Amsterdam-Noord gereden en hebben daar de pont naar het Centraal Station genomen. Dus uiteindelijk weer vanaf de pont en dat was dan weer net als vorig jaar.
De reis zelf naar Arles is prima verlopen. Ik zou er vanavond om half acht zijn, maar ik was er al om zes uur. En ik wil jullie natuurlijk niet meteen de ogen uitsteken, maar het is hier prachtig weer, zo’n 25 graden en iedereen zit buiten. Dus dat wordt vanavond buiten eten. Ik zit nu in een hotelletje, dus wie doet me wat. Ik ben nog wel even op stap geweest, maar het is zondag dus alles is dicht.
Ik wilde morgenochtend mijn eerste stempel halen in het kerkje op de Alyscamps. Dat is een oude Romeinse begraafplaats, die later erg gewild was onder de Christenen ook. Iedereen wilde zich daar laten begraven, ook mensen die ver buiten Arles woonden. Die lieten dan hun doden in een kist gewoon in de Rhone wegdrijven, dan kwamen ze vanzelf in Arles terecht. Ze gaven wel een goudstuk mee voor de kosten. Nu nog staan er overal de sarcophagen, maar ook in het kerkje is niet veel leven meer, want je kunt er nog wel een stempel krijgen, alleen arriveert de pastoor pas ’s middags om 4 uur. Dus dat laten we dan maar zitten, want ik wil morgen op pad!!
19-4-2007: Het thuisfront
Ja, zo gaat dat dan. Je denkt: “Laat ie nou maar naar Santiago lopen, dan hebben we dat weer gehad”. Mis dus. O, in het begin was het napraten en als mensen vroegen wat zijn volgende plannen waren, zei hij tegen mij: “Iedereen denkt nu dat ik volgend jaar weer ga lopen, hoe komen ze daar toch bij?” Ik zei niets, maar dacht er het mijne van natuurlijk. En zo halverwege de winter veranderde de toon al wat in: “t Was fantastisch, ik zou het best nog eens willen doen. Niet het hele stuk natuurlijk, maar een klein eindje of zo”. Naïef zei ik: “Nou, dan doe je dat toch deze zomer? Je hebt tijd genoeg” Ik dacht aan af en toe een weekje of zo, want, zoals me herhaaldelijk verzekerd werd, “Ik ga natuurlijk niet zo lang”.
De volgende zet was: “Als ik nou met de trein naar Arles ga, dan kan ik weer door de Pyreneeën lopen” “Waar kom je dan uit?”, vroeg ik argeloos. “Ja, wat denk je? In Santiago natuurlijk!” Ik zei nog bedremmeld: “Ik dacht dat je niet meer zo lang zou gaan”, maar werd meteen schaakmat gezet: “Dat is toch ook zo? Dit is ‘maar’ een maand of drie!!”
Ach, alles went en deze drie maanden zullen ook wel weer voorbijvliegen, net als de vorige keer. En eerlijk gezegd, ik geef hem groot gelijk. Wat moet je nou dag aan dag hier doen? Met een variatie op het spreekwoord: “Beter een blije vent in de verte dan een sikkeneurige naast je”.
De voorbereidingen zijn een stuk rustiger verlopen dan vorig jaar. Er hoefde niet zoveel meer aangeschaft te worden, er is wat rustiger getraind en nu is alles klaar om weer van start te gaan. Aanstaande zondag, 22 april, klinkt dan het startschot weer. Nou ja, startschot, het begint met een comfortabele treinreis. Om kwart voor zeven vertrekt de trein hier van station Kogerveld, Marnix en ik reizen mee tot Amsterdam CS (ja, als we maar met onze kont in een trein kunnen zitten, gaat het wel lekker). Zondagavond hoopt Theo in Arles te zijn en vanaf maandag, als ik per auto de 12 km naar mijn werk afleg, loopt mijn pelgrim de eerste kilometers. Ieder zijn camino, zullen we maar zeggen.
Ik verheug me er erg op jullie allemaal weer via de website te ontmoeten!!
Gery

