Het was heerlijk weer toen ik vanmorgen aan de etappe begon: warm, maar niet te warm. Tussen de middag heb ik lekker buiten in het gras gezeten om mijn broodje op te eten. Verder was de route ‘gezellig heuvelachtig’, een beetje op en neer, maar dat noemen wij als doorgewinterde pelgrims ‘plat’. Het leuke is dat je steeds op je gemakje naar een andere streek wandelt en, omdat het langzaam gaat, je dus ook de overgang meemaakt van de ene streek naar de andere. In de omgeving van Toulouse zijn alle huizen van rode baksteentjes gebouwd, zelfs de daken vaak en dat geeft een vrolijke aanblik natuurlijk. Hier bestaan de huizen weer uit grote blokken steen, maar de streek op zich is veel mooier, althans, dat vind ik. En je ziet de boerderijen van vorm veranderen en ook de kleuren. Ik nader nu alweer het Baskenland en dat is duidelijk te merken.
Ik heb onderweg helemaal niemand gezien, er lopen hier duidelijk veel minder mensen. De afstand was ongeveer 34 km, maar ik heb hier en daar een beetje gesmokkeld en af en toe een stukje afgesneden. Sint Jacob glimlachte daarbij vriendelijk, want die wist wat ik nog niet wist. Toen ik in Auch aankwam, kwam ik namelijk precies aan de verkeerde kant van de stad binnen en moest daardoor door de hele stad lopen. Ik wist dat hier een gite was, die bij de kerk hoorde, dus eerst maar naar de kerk. Daar was echter een grote begrafenis aan de gang en om daar nou midden tussen te gaan staan, vond ik natuurlijk te genant. Ik begreep dat de mensen even iets anders aan het hoofd hadden, ook de pastoor. Dus ben ik naar de VVV vlakbij gestapt en heb hen gevraagd waar de gite was. Die hebben mij dat keurig gewezen en dus klom ik naar de bovenstad en kwam bij de gite. Maar daar werd gemeld dat de gite vol was. Vol??? Hoe kan dat?? Ik heb onderweg geen mens gezien! Dus ik vroeg: ”Zijn er zoveel pelgrims dan?“ Nou nee, maar er was een familie aangekomen van acht personen en er kunnen er maar acht in de gite en de familie bleef twee dagen. Ja, dat zijn dus echt geen pelgrims, maar gewoon toeristen, die een uitermate goedkoop onderdak willen hebben. ‘t Moest niet mogen!! En het waren nog niet eens Hollanders!!
Maar goed, er bleef me dus niets anders over dan weer een hotel en ja.. dat was weer in de benedenstad, dus kon ik het hele eind weer naar beneden lopen. Sint Jacob kreeg volgens mij toen een zeer brede glimlach. Nu zit ik in de benedenstad in een klein straatje met allemaal toeristenwinkeltjes en dure kledingboetieks. Wel erg leuk. Auch is trouwens een leuke stad, met een boven- en benedenstad, natuurlijk een kasteel en een kerk met allemaal nauwe straatjes er omheen en een riviertje dat dwars door de stad loopt.
Alleen het verblijf in een hotel heb ik nu wel gehad. Af en toe is dat wel prettig natuurlijk, maar de gites zijn toch veel leuker. Maar ach, nu ik zo om zeven uur nog lekker op een terrasje buiten zit en de winkelende mensen voorbij zie komen omdat de winkels gaan sluiten, een drankje erbij heb, ach, dan valt dat toch ook weer reuze mee, nietwaar?
2007: Camino del Norte
Auch
Natuurlijk nog een zere voet
Ho, ho, eerst maar weer eens wat luider klagen, aangezien sommige mensen denken dat mijn voet al over is. Kijk, dat is natuurlijk niet de bedoeling, jullie moeten wel medelijden met me houden. Jullie moeten dus niet denken: ”Zijn voet is zeker over, want hij klaagt er niet meer over“. Dit is echt fout. Jullie moeten denken: ”Wat een dappere pelgrim toch, loopt maar door met die zere voet en geen klacht komt over zijn lippen“. Alle gekheid op een stokje, mijn voet is nog steeds niet dicht, maar dat gaat gewoon lang duren, omdat ik er elke dag mee loop. Ik voel hem wel, maar ik kan er wel weer goed mee lopen. Vooral vandaag, want het was een rustig parcours en de weg was niet al te moeilijk. Wel erg warm, toen ik vanmiddag om vier uur in Gimont aankwam was het nog 29 graden. Is het bij jullie ook zo warm (sprak hij vals, terwijl hij net gehoord heeft dat het er pijpenstelen regent en koud is)? Ja kijk, als jullie geen medelijden met mijn arme voet tonen, toon ik dat niet met jullie slechte weer. Volgens mij is dit trouwens geen echte pelgrimsgedachte, maar af en toe een zondetje moet natuurlijk wel kunnen, dat houdt de spanning erin. Morgen schijnt het trouwens minder warm te worden, dus ik word meteen gestraft.
Vandaag zag ik af en toe in de verte de Pyreneeën met nog heel veel sneeuw op de toppen. Dat is werkelijk een schitterend gezicht. Alleen is het met die Pyreneeën wel zo, dat je ze steeds ziet en dat ze dan dichtbij lijken, terwijl ze in werkelijkheid nog heel ver weg zijn. Terry is vandaag weer gaan lopen, klaagt nog over hoofdpijn, maar verder gaat het weer. Hij zit nu in Auch en is mij dus maar één dag voor, want ik hoop morgenavond daar te zijn.
Ik zit nu weer in een hotelletje, want hier in de buurt zijn weinig andere overnachtingsmogelijkheden. Dat is wel duur, maar Geer zegt dat ik daar vorig jaar ook over liep te zeuren en dat het in Spanje goedkoper wordt. Nou, als ik de zegen van mijn eigen minister van financiën krijg, zit het wel goed.
Toulouse
Ja, daar zit ik dan in een internetcafé in Toulouse. Met een Engels toetsenbord, dus dat gaat dan wat sneller dan met het Franse.
Vanmorgen ben ik al om zeven uur uit mijn keuken vertrokken. Gisteravond heb ik gegeten met de curé, een geweldige vent met een grote baard, die kennelijk door zijn parochianen op handen gedragen wordt. Hij ondersteunt een project in Letland en heeft daardoor nu ook een soort huishoudster in dienst die Letse is. Ook heeft hij nog een Duitse jongen die hij als het ware opleidt in het begeleiden van mensen. Die jongen komt uit Beieren en is protestant, het meisje trouwens orthodox. Dus er zaten nogal wat verschillende geloven aan een tafel. Maar het eten was daarom niet minder lekker. De curé sluit de gite trouwens, want hij wordt overgeplaatst naar een andere plaats en er is niemand die het in Baziege van hem overneemt. Het is ook overal hetzelfde.
Goed, na mijn vertrek heb ik direct het jaagpad naast het kanaal genomen. Dat ging lekker makkelijk, want er waren geen stijgingen en afdalingen. Bovendien waren er overal bomen voor de schaduw. Er waren wel weer heel veel fietsers en dat is echt opvallend. Nergens in Frankrijk heb ik zoveel fietsers gezien als in deze omgeving. Er zijn zelfs fietspaden in de stad. Nou moet Frankrijk toch niet gekker worden!
Overigens zag ik onderweg in het Canal du Midi nog een bootje, afkomstig uit Voorschoten. Zij waren onderweg naar Beziers. Om twee uur kwam ik in Toulouse aan. Dat was voor pelgrims vroeger en is nu ook nog steeds een hoogtepunt, te vergelijken met Vezelay en Le Puy vorig jaar. Toulouse is een heel grote stad, dus er zijn lange wegen door de buitenwijken. Op een gegeven moment liep ik bij een bouwactiviteit en vroeg of ik kon doorlopen langs het kanaal. Ja hoor, geen enkel probleem. Alleen was er geen wandelpad meer. Ik liep dus over een brede vierbaansweg met mijn rugzak. Zo liep ik Toulouse binnen als een generaal zonder leger. Het was toch wel een grootse binnenkomst, want mensen toeteren naar je en steken hun hand op.
Ik ben direct naar het station gelopen omdat je daar meestal de goedkopere hotels hebt. Dat klopte, alleen staan er verdacht veel meisjes op straat die heel aardig tegen je zijn. Dus wat heb ik te klagen???
Vanmiddag heb ik eerst mijn stempel gehaald in de Saint Sernin, waar ik ontvangen ben met de egards die bij een pelgrim horen, dus niet als een gewone, wandelende toerist. Men weet hier nog hoe het hoort. Of is dit nu weer hoogmoed??
Enfin, ik ga hier vanavond lekker eten en ik groet jullie allemaal.
Eten met de curé
Goed, de vaste burcht waarin ik vannacht mocht schuilen, bleek te worden beheerd door twee kapitaalkrachtige homo’s, die naar de zin van het leven zoeken bovenop de berg. Heel aardige mannen trouwens en zeer katholiek. Dus met recht het rijke, roomse leven. Het kerkje hebben ze al helemaal gerestaureerd en dit bevat nu glas-in-lood ramen, die komen uit het klooster waar ik vorige nacht geslapen heb.
Vanmorgen ben ik weer fris op pad gegaan en tot Villefranche heb ik in de heuvels gelopen. Dat was om een uur of twaalf, dus daar heb ik eten ingeslagen en toen ben ik verder langs het Canal de Midi gelopen en dat is gewoon vlak, dus dat loopt lekker. Het enige nadeel is, dat het er vandaag wemelde van de fietsers, want Frankrijk heeft vrij, het is bevrijdingsdag hier. Dat ze fietsen is niet erg, maar er is geen Fransman die een bel op zijn fiets heeft zitten, dus ze komen uit alle hoeken en gaten en flitsen je links en rechts voorbij met een noodgang. Halverwege stopt er naast mij ineens een auto met een mevrouw achter het stuur (Ja, weer een vrouw, ik kan het ook niet helpen). Ze stapt uit, komt naar me toelopen en zegt: ”Het spijt me, ik kan u helaas niet meenemen en ik ben ook bang dat u dat toch niet wilt, maar ik moet u even een hand geven, want ik vind het zo leuk dat u dit doet“. Vervolgens vertrok ze weer. Leuk, hè? Verder lopen in deze omgeving heel weinig mensen, op deze route lopen trouwens toch veel minder mensen dan vanuit Le Puy.
Na zo’n 30 km kuieren bij een temperatuurtje van 15–20 graden (en droog, wat bij jullie weer niet het geval was, ha, ha) besloot ik te stoppen in Baziege. Maar ja, vanwege de bevrijdingsdag is alles dicht, er is geen winkel open, maar ook geen restaurant of hotel. Dus dat werd weer aankloppen bij de kerk en gastvrij werd ik binnen gehaald. Ik slaap nu op een matras op de grond in de keuken van de kerk. Komisch is wel, dat midden tussen de volle en lege wijnflessen een crucifix staat. Ik vreesde even dat dit het symbool was dat ik het vanavond alleen met geestelijk voedsel moet doen, want dan komen we niet ver. Maar nee, ik eet vanavond samen met de curé en diens huishoudster, dus dat zit wel goed.
Terjé is al door Toulouse heen, maar sms-te dat hij het niet meer zag zitten. Hij is verkouden en zijn schoenen zijn kapot, dus hij ligt in bed. Volgens mij komt dat gewoon omdat het eerste stuk van de route erg zwaar was met veel te grote afstanden per dag. Vooral omdat je net begint met lopen, vergt dat gewoon heel veel van je. Zo beschouwd is het dus maar goed dat ik een zere voet had, waardoor ik gedwongen werd wat rust te nemen en de afstanden in te korten. Het zou me trouwens niet verbazen als hij gewoon wacht tot ik weer in de buurt ben. Morgen hoop ik in Toulouse aan te komen. Een kleine pelgrim in de grote wereldse stad dus, weer eens iets anders dan in een klooster.
Er zijn ook bushaltes
Vanmorgen in het hotel werd mijn ontbijt verzorgd door een mevrouw die op Moe leek, vond ik. Dat dat niet alleen uiterlijk zo was, merkte ik toen ik vertelde dat ik vandaag naar Montferrand ging lopen. Ze zei verschrikt: ”Helemaal naar Montferrand? Maar dat is ver, hoor“. Daarna boog ze zich naar me toe en fluisterde samenzweerderig: ”Maar er zijn onderweg bushaltes, hoor, en niemand zal er iets van zeggen als je een stukje met de bus gaat“. Toen bedacht ik weer, dat ik ook zou kunnen liften en dan net zou doen alsof ik zwaaide als er een auto stopte, maar als die dan zou vragen of ik mee kon rijden, ja, dan kon ik niet weigeren natuurlijk“. Daar hadden we dikke pret om samen.
Dat heb ik natuurlijk niet gedaan. Ik ben braaf gaan lopen, het hele eind, 33 km en onderweg heb ik echt niemand gezien. Het was koud en er stond veel wind, maar het was wel droog en volgens mij kunnen jullie dat niet zeggen vandaag! Het was op zich wel gemakkelijk lopen, langs een riviertje en een goed begaanbaar pad. Alleen aan het einde moest ik nog even een berg op, steil omhoog. Onderaan de berg lag een schooltje van één klas en dat was alles. Halverwege de berg was toen iets wat op een dorp leek, maar daar moest ik natuurlijk niet zijn. Nee, ik moest zo nodig helemaal bovenop de berg gaan logeren. En waar ik nu aanbeland ben, ik heb geen flauw idee, maar het lijkt op een soort religieuze commune of zoiets. Er is een ruïne en een heel oude kerk, daar hebben ze ook weer zoiets als vespers en lauden en metten en al die andere dingen, maar ik weet niet, er lopen hier allerlei alternatievelingen rond. Enfin, vanavond bij het eten zal ik er wel achter komen wat dit nu precies is. In ieder geval mag er gepraat worden dit keer. En ik heb een grote kamer, liever gezegd een soort zaal van acht bij tien meter, dus ik kan in mijn eentje wel een dansje doen. Maar dat gaat niet met mijn voet. Die is nog steeds niet over, maar ik denk elke avond dat het er toch iets beter uitziet, dus ik houd de moed erin. De afstanden elke dag zijn hier groot, want er is onderweg geen slaapplaats en dat komt nu niet zo goed uit, want ik had liever even wat kortere stukken gelopen, maar ja, voor pelgrims worden geen lieverkoekjes gebakken, rijst met bessensap is genoeg. Deze kamer is trouwens wel erg koud, dus aan ontberingen ontbreekt het mij niet. Zo hoort het natuurlijk ook op het smalle pad. Bij Toulouse hoop ik dan ook een stukje brede weg te mogen proeven, want laten we eerlijk zijn, verleidingen horen er ook bij.
Zwijgen
Het was een heel bijzondere belevenis om vannacht in een klooster te slapen. Het was de eerste keer dat ik in een klooster sliep waar je geacht werd gewoon aan alles mee te doen. Ik ben gisteravond dus eerst naar de vesper gegaan en er werd heel veel gezongen. Inderdaad kwam een monnik me om precies vijf voor acht halen voor het eten en toen heb ik de maaltijd in de refter gebruikt. Eerst alle monniken en helemaal onderaan, aan de laagste plaats aan tafel, zat ik. En er wordt gedurende de hele maaltijd gezwegen, echt gezwegen zelfs geen ”alsjeblieft“ of ”dankjewel“?. Er wordt wel vriendelijk geglimlacht en geknikt, maar er wordt geen woord gesproken. Een monnik zat aan het hoofd van de tafel en die ging voorlezen uit een tijdschrift met alle nieuwtjes, wie er zalig verklaard was en zo. We kregen soep en brood en kaas, er was genoeg en omdat het zaterdag was, kregen we ook iets extra’s, rijst met boter en een soort bessensap. Ik vond het heel bijzonder om dit mee te maken.
Vanmorgen zat ik dus om zeven uur weer aan een zwijgend ontbijt met drieënzestig monniken en slechts drie leken. Maar het geestelijk voedsel had ik toen al gehad: de lauden in de kerk. Weer heel veel zingen, erg indrukwekkend.. Toen de maaltijd afgelopen was, begon de leek naast me, die al die tijd al nieuwsgierig naar me gekeken had, toch tegen me te fluisteren. Hij wilde weten waar ik vandaan kwam en waar ik naar toe ging. Toen hij hoorde dat ik naar Santiago ging, fluisterde hij: ”O, geweldig, ik ben Spanjaard en St Jacob is ONZE heilige. Elk Spaans gezin moet een keer naar Santiago gegaan zijn. Ik ben er al zeven keer geweest“. Dat vond ik nogal wat, tot bleek dat hij het al die keren per auto had gedaan. Schuldbewust zei hij ook: ”Ja, eigenlijk moet het zoals u dat doet“.
Bij het afscheid heb ik een fluisterend praatje gemaakt met de gastheer-monnik en hem gevraagd waarom hier eerst de Cartharen geweest zijn en later de Hugenoten. Volgens hem kwam dat omdat deze streek ver van Parijs ligt en er altijd een soort verzet is tegen Parijs. De Cartharen verzetten zich tegen Parijs en werden uitgemoord. Later werden de Hugenoten daarom ook van harte welkom geheten als een soort wraak tegen Parijs. Ik citeerde iets uit de bijbel en toen was hij helemaal verrukt. Hij kon wel merken dat ik een echte protestant was, want anderen weten daar niets van. Hij vertelde ook nog dat dit klooster beïnvloed is door het protestantisme, omdat veel monniken van origine protestant geweest zijn en dat het klooster om die reden bekend stond om zijn zeer goede bijbelstudies, aangezien ze meer bezig zijn met wat er in de bijbel staat dan naar Rome te luisteren.
Toen ik de oprijlaan afliep van het klooster kwam ik allemaal kerkgangers tegen, die me aanhielden en vroegen of ik naar Santiago ging en of ik dan voor hen wilde bidden. Hier in deze streek zijn ze er weer veel meer mee bezig dan in de streek waar ik vorige week was.
Nou, na mijn vertrek mocht ik weer praten, alleen was er toen niemand meer om mee te praten, maar dat geeft niet. Ik ben nu uit de bergen, het is hier heuvelachtig zoals in Zuid-Limburg, dus het loopt makkelijker. Ik heb het rustig aan gedaan en heb zo’n 20 km gelopen en nu zit ik in een Logis de France in Revel, een klein stadje, waar op zondagmiddag werkelijk niets te beleven valt. Verder kreeg ik een telefoontje van Terjé, dat ik in Toulouse niet de gids moet volgen, maar gewoon langs het kanaal moet lopen, want dat de rest allemaal onzin is. Nou, dan is het in ieder geval vlak! Tot morgen maar weer.
Achterin het stille klooster
…….klopte eens een pelgrim aan
Nou, of ’s Heren zegen op mij neerdaalde vandaag, weet ik niet, maar ’s Heren regen in ieder geval wel. Althans vanmorgen. Ik loop nu weer in mijn eentje natuurlijk en eerlijk gezegd bevalt me dat ook uitstekend. En wat me nu toch weer overkwam. Om een uur of half een werd het droog, dat loopt een stuk gezelliger en ik liep op een weggetje toen er ineens een auto naast mij stopte met een vrouw erin. ”Stap gauw in“, zei ze, ”dan gaan we eten!“. Nou, een pelgrim moet natuurlijk blij zijn met alles dat op zijn weg komt, dus ik stap in. We reden naar haar huis, ze woont alleen en het was er een verschrikkelijke bende, maar in een mum van tijd had ze een pan spaghetti met kip klaar en verscheen er van alles op tafel, chocola en toetjes en fruit. Zulke dingen maak je echt alleen maar mee als je alleen loopt, maar het zijn wel ontzettend leuke dingen natuurlijk. Ik heb er zo’n twee uur gegeten en gezeten en ben toen weer op mijn gemakje doorgekuierd. Mijn voet is nog steeds open, maar als ik maar blijf lopen gaat het wel. Als ik een tijd gezeten heb zoals vanmiddag, dan kost het moeite om weer om gang te komen en loop ik wel een half uur pijn te hebben. Dat is tegenwicht tegen de luxe, Jaap.
Nu ben ik aangekomen in En Caalcat en klopte deemoedig aan de deur van het klooster aan. Een prachtig klooster overigens en niet zo oud, maar honderd jaar of zo. Ik werd ontvangen door twee monniken met de woorden: ”Een pelgrim voor St Jacob sturen we nooit weg“. Ik heb een hele ruime kamer, dus echt geen monnikscel oftewel, de monniken hebben het ook wat beter gekregen.
Ik ben uitgenodigd voor de vesper van zes uur en kan dan binnendoor naar de kerk. ”Dan hoeft u niet helemaal om te lopen“, zei de broeder. En dan ga ik weer naar mijn kamer en wordt om vijf voor acht opgehaald door een monnik die me gaat begeleiden naar de eetzaal en daar eet ik gezamenlijk met de monniken. Dit is weer een heel nieuwe ervaring, maar wel genieten! Ik heb vandaag maar 20 km of zo gelopen en ben van plan om morgen ook zoiets te gaan lopen. Rustig aan, maar wel doorlopen, dan maar pijn in mijn poot! Ja, zoet maar, als het zo blijft, ga ik nog wel een keer een dokter of zo opzoeken!
Twee dagen rust
Nou, er valt dit keer niet veel te melden van het front. Ik heb namelijk zitten wachten tot mijn voet dichtging en het is nog steeds koud en het regent de hele dag. Hier word ik niet vrolijk van. Mijn voet ziet er wel iets beter uit, maar hij is nog steeds niet dicht. Nou, open of niet, morgen ga ik weer lopen en dan zie ik wel hoe ver ik kom.
Gisteravond heb ik voor een slaapplaats voor Terjé gezorgd en hebben we samen gegeten. Opvallend is dat we allebei het gevoel hebben dat het veel zwaarder is dan vorig jaar. We snappen zelf niet hoe dat komt, maar het is meer gedoe, zeggen wij. Waaruit dat gedoe dan bestaat, geen idee. Vorige keer konden we beter loslaten.
Wat een waarheid is als een koe, is dat je je van vorig jaar vooral het laatste stuk het beste herinnert, toen we al maanden gelopen hadden. Hoe het in het begin ging, weten we niet meer eigenlijk. En ik denk voor mezelf dat het er ook mee te maken heeft dat je er nu als het ware ineens middenin ploft en er vorig jaar meer langzaam aan naar toeleefde. Eigenlijk zit ik nu gewoon te zwammen, want ik weet gewoon niet hoe het komt, maar kennelijk ben ik niet de enige die het zo ervaart.
Nou, in ieder geval, vannacht lekker slapen en morgen weer verder!!
Half om half
Gisteravond hebben we zeer uitbundig gegeten met zijn allen, het was in één woord geweldig. Dus vanmorgen na een sober ontbijt weer op pad voor een tamme wandeling (zoals wij dat noemen). Het was somber weer, maar tot twaalf uur bleef het droog. Alleen moesten we door heel veel beekjes waden en dan houd je het ook niet droog. Gezien mijn arme voet heb ik besloten vandaag maar 20 km te lopen tot Angles en daar de bus te nemen naar Castres. Ik heb mij dus het hoongelach van mijn medepelgrims moeten laten welgevallen, dat snappen jullie. Maar ik heb het gedragen als een man, want ik wil gewoon verder en dus geen risico’s nemen. Geer humde goedkeurend bij dit wijze besluit en mompelde al iets van: ”Dan neem je toch gewoon elke dag een stuk de bus“?, maar dat is geen zaken doen. Bovendien heb ik het weer geweldig naar mijn zin met dat geloop.
Om ongeveer half twee was ik in Angles en toen ik geld ging pinnen (want een pelgrim komt er niet alleen met een bete broods, wat pegulanten in de achterzak is ook wat waard, een moderne pelgrim dus die met zijn tijd meegaat), kwam het meisje van de bank met twee collega’s er juist weer aan na de lunch. Kon ik mooi meteen vragen waar de bus naar Castres stopte en hoe laat die ging. ”Nou“, zei het lieve kind toen, ”die stopt hier niet en komt hier ook niet. Er komt hier geen enkele bus“. ”Kijk“, dacht ik berouwvol, ”Jacob bestraft me meteen al“, maar het bleek dat hij toch ook medelijden kon tonen, want het meiske zei tegen een van haar collega’s: ”Waar ga jij vanmiddag naar toe? Naar Rodez? Nou, dan kom je door Castres“. En toen stond ik een half uur later in Castres, keurig afgezet in het centrum. Eerst maar op zoek naar een kamer, dus op naar de VVV. Die wisten eerst alleen maar hotels, waar de kamers € 60 à € 70 per nacht kosten en aangezien ik twee nachten wil blijven, vond ik dat toch te gortig. Uiteindelijk vonden ze toch nog een ander hotel, het minimum voor de minima zogezegd. Ik heb een kamertje met een bed, een wastafel, een houten keukenstoel en een piepklein tafeltje. Douche en toilet zijn op de gang, maar..ik zit midden in het centrum en betaal € 51 voor twee nachten. En nu kan ik tenminste als een echte pelgrim peinzen. Morgen kan Geer dus de website openen met: ”De vermoeide, oude pelgrim zat peinzend op zijn sobere kamertje…….”
Vervolgens ben ik op zoek gegaan naar een apotheek. Nou, het is hier nog net als vroeger, de apotheek staat vol met mensen die met zakken vol medicijnen de deur uitgaan. En als ze iets tegen je zeggen, praten ze niet gewoon, maar gaan ze tegen je fluisteren, zodat je verschrikt denkt: ”Ik zal wel een hele enge ziekte hebben“. Dus ik zeg tegen de fluisterende apothekersassistente dat ik pelgrim ben, dat mijn voet open is en dat ik nog veel moet lopen, en vraag of ze er een zalfje of zo voor heeft. Ja, dat kon ze zo niet zeggen, ze moest het eerst zien. En dus stond pelgrim Theo in een overvolle apotheek zijn schoen en zijn sok uit te trekken onder de belangstellende blikken van de bezoekers, die nadrukkelijk deden alsof ze niets zagen. Dus zo privé is dat fluisteren nou ook weer niet. Maar toen ze mijn voet zag, was het ”O la la“ niet van de lucht en werd ik plechtstatig naar een klein kamertje geleid, want hier moest iets aan gedaan worden. Toen werd de ‘docteur en pharmacie’ erbij gehaald, die zich ernstig over mijn bezwete voet boog. Kijk, dan heb je weer status, zoals het hoort. De voet werd ingesmeerd met een of andere knalrode vloeistof, want zalf erop was helemaal fout, en liefdevol verbonden met een prachtig verband. En verbazend hoeveel personeel er tijdens deze behandeling ineens even in dat kamertje moest zijn. Kijk, een paar maal is mij al verteld dat ik ‘schöne beine’ heb, maar mijn voeten mogen er kennelijk ook zijn. Ik kreeg een paar dozen mee van dat spul om er op te smeren en dat alles voor € 4. Ik mocht er ook wel mee lopen, maar het zou beter zijn als mijn voet, die zojuist zo keurig was ingepakt, zoveel mogelijk blootgesteld zou worden aan de open lucht terwille van de genezing. ”Dan droogt het uit“, zei het lieve kind, terwijl het buiten hoosde. Ik zag mijzelf morgen al de hele dag op mijn keukenstoel zitten met een voet buiten het raam vanwege die open lucht, maar dat schijnt iets anders te zijn dan buitenlucht. Ik moet er alleen maar geen sok of verband omheen doen. Dus Geer kan haar mooie begin van morgen niet vervolgen met: “..en staarde mistroostig uit het raam naar zijn opgezwollen voet, die uit het raam bungelde“. Maar, geloof het of niet, ik liep naar buiten (weer met sok en schoen aan natuurlijk) en het hielp meteen, ik liep stukken beter. Ik zie nu mijn familie denken: ”Ja, ja, op wie lijkt hij nu?“, maar het is echt waar. De apotheker wist niet of één dag genoeg was om mijn voet geheel te laten herstellen, maar ik weet het wel. Morgen een rustdag, maar dan weer verder. Waarschijnlijk zie ik morgenavond Terjé en ‘mijn’ Zwitsers weer, want die zullen dan wel hier zijn.
Vanmiddag ben ik naar het postkantoor gegaan en heb een doos naar huis gestuurd met spullen die ik niet nodig heb. En dat kost dan weer € 29 maar liefst. Gery heeft me vermanend toegesproken en gezegd dat ik nu morgen de hele dag kan nadenken over een paar poste restante adressen, zodat mensen een kaartje kunnen sturen. Ik beloof het!!
La Salvetat sur Agout
Het ging vandaag lekker met mij, maar met het weer allesbehalve. In de gids staat dat ik nu in een streek ben die onder invloed staat van de Atlantische Oceaan en dat heb ik geweten. Het is ook een groene streek en dan weet je het wel: regen, regen, regen! Het viel met bakken uit de hemel. Maar onder mijn poncho blijft het nog droog en de tocht was minder zwaar. Mijn voet is nog open en ik heb besloten morgen naar Angles te lopen en dan de bus te nemen naar Castres. Dat is een grote stad. Daar wandel ik dus naar een apotheek en neem een dagje rust, zodat het voetje kan genezen. Op deze manier gaat het niet dicht; ’s morgens is het beter, maar als ik er dan weer mee ga lopen, gaat het weer open. Wat ben ik toch verstandig!! Laat mij maar gaan.
Toen ik La Salvetat naderde en mijn hotel moest zoeken, dacht ik wijs dat het wel in het centrum zou zijn. Dus ik bestijg de berg zo’n 1,5 km naar het centrum, maar kon het niet vinden. Maar eens vragen aan een paar jongens. Nou nee, dan zat ik echt helemaal verkeerd, ik moest weer naar beneden, de brug over en aan de andere kant weer omhoog en dan na een kilometer of twee was het hotel. Dus ik daal weer af, steek de brug over en stijg aan de andere kant weer op. Lopen, lopen, lopen. Na 2 km: niets, na 3 km niets, na 4 km nog niets. En maar regenen ondertussen. Het land werd leger en leger, dus ik dacht: ”Dit kan niet goed zijn“. Ik had een klein eindje terug iemand in zijn tuin zien staan, dus daar maar eens vragen. Ik wilde de man net aanspreken, toen naast mij een auto stopte met een van de Zwitsers erin. Zij hadden in het dorp een pizza gegeten en toen ook de weg gevraagd, waarop een vriendelijke man had gezegd: ”Mik die rugzakken maar in de auto, ik breng jullie wel even, want het is nog een heel eind“. Onderweg zagen ze mij lopen, zijn doorgereden naar het hotel en toen is een van de Zwitsers weer met de man mee terug gereden om mij op te halen. En toen werd ik dus ook vorstelijk in de auto tot de deur van het hotel gereden. Het bleek inderdaad nog verder te liggen en het was zeker een kilometer of zeven buiten het dorp.
En nu zit ik weer prinsheerlijk in een ‘Logis de France’. Dat kan ik echt niet helpen, want de gite was vol, daar konden maar zes personen in. Het is dus pure overmacht, een kamer voor Terjé en mij, een warme douche en lekker eten vanavond. Maar ja, een pelgrim moet met alles tevreden zijn toch??
Volgens het weerbericht hier blijft het regenen voorlopig. Wees blij dat ik hier ben, want nu hebben jullie het droog. Je weet: Als ik ergens kom, gaat het er regenen, zelfs in de woestijn!

