2007: Camino del Norte

Droog!

Hoera, het is droog. Grijs, maar droog, alleen bovenin de bergen loop je letterlijk met je hoofd in de wolken en daar is het dan vochtig, maar niet zo dat je de poncho aan moet. Een pelgrimshand is gauw gevuld.
Het was een pittige tocht vandaag met veel klimmen. Het was niet eens zo gek hoog, maar wel heel steil met af en toe hellingen boven de 9 %. Dus dat is klimmen en klauteren en als je dan eenmaal boven bent, ga je ook heel steil weer naar beneden. Dan krijg je ineens een heel andere houding en dat is lastig.
Gisteravond heb ik na het eten eerst nog even op het terras gezeten en ben toen een ommetje gaan maken door het dorp. Ik heb even in de kerk gekeken, maar daar was niet veel te zien. Toen ik weer buiten kwam, zag ik bij het huis naast de kerk een vrouw met een rugzak aan de bel rukken. Nou, daar loop je dan even naar toe. Ze vraagt of ik een beetje Engels spreek en als ik ja zeg, barst ze los: ”O gelukkig, want ik ben Amerikaanse en spreek geen woord Frans! Ik ben net begonnen met lopen en ze hebben tegen me gezegd dat ik, als ik onderdak zoek, maar aan moet bellen bij het huis naast de kerk, maar dat doe ik en er doet niemand open!“ Ze was in Lourdes gestart en was in één dag van Oloron naar hier gelopen en was compleet versleten. Dat is niet zo gek als je bedenkt dat ik over datzelfde stuk twee dagen heb gedaan. Dus ik heb me als een goed pelgrim over Amerikaanse Pam ontfermd. We zijn eerst maar eens op een muurtje gaan zitten om een beetje te praten en toen kwam er een auto aan met de curé erin. Die had echter weinig zin Pam liefdevol op te nemen en had allerlei excuses: de verwarming was stuk, hij had lekkage, de huishoudster was er niet omdat het zondag was, enz. Nou heb ik vaker met dat bijltje gehakt en wist dus wat ik moest doen: me nederig gedragen en blijven lullen, want Fransen zijn beleefd en zolang jij praat, lopen ze niet weg. Trouwens, dat had ook geen zin, want hij liep wel naar zijn huis, maar ik liep mee en maar blijven praten. Uiteindelijk kon hij gewoon geen nee meer zeggen, dus Pam kreeg een kamer, maar eten had hij niet. Geen punt, we spraken af dat we eerst zouden gaan eten en dan terug zouden komen.
Waarop het volgende probleem rees: hoe we ook zochten, er was echt helemaal niets dat open was. We kwamen twee jongens tegen en vroegen waar we ergens nog iets te eten konden krijgen. De jongens hebben met ons het hele dorp rondgelopen langs alle restaurants en eetgelegenheden, maar alles zat echt potdicht. Inmiddels was het al na achten en ineens vroeg een van de jongens of we ook tevreden zouden zijn met een sandwich. Natuurlijk, als we maar iets in onze maag hadden. ”Nou, ga dan maar mee naar mijn moeder“, zei de jongen. En zo kregen we van de moeder een sandwich met chorizo, lekker warm gemaakt in de magnetron. Die hebben we buiten genoeglijk samen op zitten eten met de eeuwige dankbaarheid van Pam.

sandwich-web

Toen ik vanmorgen vertrok, was het hetzelfde liedje: alles potdicht, er was nog geen brood te krijgen, dus ben ik met een lege maag vertrokken. Uiteindelijk belandde ik halverwege in een piepklein barretje, waar ik ook niets te eten kon krijgen, maar wel koffie. Dat was in ieder geval iets, dus ik aan de koffie en ondertussen weer met iedereen aan de praat natuurlijk. Over van alles en nog wat, en over de Baskische taal natuurlijk. En wat denk je? Wonderbaarlijk verscheen er ineens een sandwich en zei de patron: ”Hier, eet die maar op“. Geweldig toch? Hij wilde er niets eens geld voor hebben, maar dat heb ik natuurlijk wel gegeven, hij moet er ook hard voor werken.
Toen ik hier in Larceveau in het hotel (weer geen gites te bekennen) vertelde dat ik sinds gistermiddag bijna niets gegeten had, stond er in een mum van tijd weer een enorme sandwich voor mijn neus met een fles bier, een stuk Baskische taart en koffie, want een pelgrim zonder eten, dat kan natuurlijk niet. Dus jullie zien wel dat mijn charmes zorgen voor een volle maag!
Hier in het hotel komen vanavond trouwens negentien gasten: allemaal wandelaars, die hun bagage laten vervoeren. De bagage is inmiddels al gearriveerd, de wandelaars komen nog. Daar zal ik vanavond eens een hartig woordje mee moeten spreken, want zo gaat dat niet natuurlijk!
Gery leest me elke avond alle berichten voor als ik zelf niet kan kijken en ik geniet er ontzettend van. Heerlijk, al die commentaren! En ik was blij verrast een berichtje van Marjoleyne te krijgen, ontzettend leuk en bedankt voor de ’sokkentip’, ga ik zeker doen. Het weerbericht belooft dat het morgen beter weer wordt met meer zon en hogere temperaturen, dus we gaan eindelijk de goede kant op. Ik loop nu weer een stukje dezelfde route als vorig jaar van Le Puy en naar verwachting zal ik morgenavond in St Jean Pied de Port arriveren. Daarna wijk ik dan weer van de route af, omdat ik naar Hendaye loop. Er loopt wel een Grande Randonnee, maar ik denk niet dat ik die neem, want die gaat over de hoogste toppen van de Pyreneeën en dat is wel een beetje veel van het goede. Dus ik zoek mijn eigen weg en geen zorgen: ik vind mijn weg wel!

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 4 reacties

Chez l’ habitant

Is het pas een week geleden dat ik meldde dat het achtentwintig graden was? Niet te geloven! Is het pas een week geleden dat ik mijn trui naar huis stuurde, omdat ik die toch niet meer nodig zou hebben? Niet te geloven en knap stom, want nu zit ik met twee T-shirts over elkaar nog te bibberen van de kou. Het blijft maar slecht weer. Je stuurt er geen hond op uit met dit weer, maar de pelgrim gaat moedig voorwaarts. Halverwege liep ik door een dorpje, toen er ineens een vrouw naar buiten kwam (een oude dit keer), die riep dat het onweerde. Nou had ik dat ook wel gehoord, maar ze riep er meteen achteraan: ”Dus moet je gauw binnenkomen, want je kunt niet buiten blijven als het onweert“. Dus ben ik mee naar binnen gegaan en daar zaten ook drie mannen om de tafel en toen hebben we gedurende drie kwartier een zeer geanimeerd gesprek gevoerd. Te beginnen met het verhaal van een Engelse vrouw, die niet naar het weerbericht geluisterd had en dus vorig jaar in de bergen de dood gevonden had. Dat was om mij op te kikkeren. Verder hebben we uitgebreid zitten klagen over het vreselijk weer en de mannen vertelden dat de bakker in het dorp hoog in de bergen geen brood meer kon bakken vanwege het weer. Waarom niet werd me niet goed duidelijk, maar daar ga je ook niet over zitten zeuren tijdens zo’n gesprek natuurlijk. Het had iets te maken met het water dat heel erg hoog in het stuwmeer stond. Ze gingen ook om de beurt mijn rugzak wegen om dan te kunnen zeggen: ”Wat zwaar! En moet je daar nu het hele eind mee lopen?“ Kortom, aandacht genoeg voor deze arme pelgrim.
Vandaag ben ik gestopt in Mauleon, want toen onweerde het zo verschrikkelijk, dat ik het voor gezien hield. Nu zit ik ‘Chez l’habitant’, dat is weer een andere vorm van Bed & Breakfast. Je krijgt namelijk wel een bed, maar geen breakfast. Nou ja, weer eens iets anders. Iedereen zwaait hier weer naar me, terwijl ik loop. Leuk is dat. Onderweg werd ik eerst gepasseerd door twee Nederlandse fietsers en vervolgens door een Duitser, die een eindje verder afstapte en weer terug kwam fietsen, want hij had namelijk de klompjes van Ursula gezien, die nog steeds aan mijn rugzak hangen. Grappig, ze zijn maar klein, maar vallen iedereen meteen op!
Hier zie je overal in oude kerken beneden stoelen staan en dan zijn er hele grote gaanderijen, waar banken staan. Het was me al een paar keer opgevallen, maar ik weet nu ook waarom dat zo is. Vroeger zaten namelijk de vrouwen beneden en de mannen boven. De mannen zaten braaf op de banken, maar de vrouwen brachten hun eigen stoel mee van thuis. Die dachten waarschijnlijk: ”Thuis heb ik geen tijd om te zitten, dus als ik eenmaal zit, wil ik ook lekker zitten!“
Volgens de weerberichten wordt het na dinsdag iets beter, dus ik houd hoop op droge sokken!!

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 3 reacties

Louis de Funes

Regen, regen, regen. De hele morgen regende het dat het goot. Toen ik om één uur vanmiddag even stond te kijken waar ik ook alweer heen moest, stopte er een heel, heel oud vrachtautootje met een beeldschone vrouw erin, gehuld in een grote overall. Ze gooit het portier open en roept: ”Je moet naar l’ Hopital St Blaise, kom op, zitten!“ Dus zo ben ik de laatste 7 km glorieus vervoerd. Nou, glorieus? Ik voelde me net Louis de Funes in die film, waarin hij met een non in een eend meerijdt, die net een dag haar rijbewijs heeft. Ik scheurde links en rechts de bochten door in een duizelingwekkend tempo, dat wil je niet weten. Louis-de-funes-web Maar leuk was het wel, weer een hele belevenis. Enfin, ik kwam veilig en droog aan zowaar. In l’ Hopital St Blaise stond vanaf de Middeleeuwen een opvanghuis voor pelgrims, maar nu bestaat het hele dorp uit twee hotels, vier huizen en een beauty van een kerk, echt schitterend!
Dit is weer echt een gezellige streek. Vanmiddag zat ik in een café aan de koffie met twee mannen, van wie de een een hele dikke meneer was. Toen er nog iemand bijkwam, riep de dikkerd: ”Hier is een collega van je, die heeft hem vorig jaar gelopen“. Inderdaad, dat klopte en we hebben gezellig staan praten, terwijl de dikke meneer steeds riep: ”Moet je nog een wijntje? Het is toch rotweer, je hoeft vandaag toch niet meer verder“. Reuze gezellig was dat en de dikke meneer ging volgend jaar ook, riep hij. Ik keek zeker bedenkelijk, want blijmoedig voegde hij eraan toe: ”Ja, met de auto natuurlijk!“ Heerlijk land, ik geniet van zulke dingen. Helaas kon ik niet filmen, want mijn camera is vochtig door al die regen en dan doet ie het niet.
In een van die twee hotels heb ik mijn intrek genomen, want een gite is hier niet. Maar vooruit, ik heb nu avondeten, een kamer en morgenochtend een ontbijt voor € 50, dus niet al te duur. En wat dan nog? Zoals Geer altijd zegt: ”Laat de armoe de pest maar krijgen!“

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 2 reacties

Oloron Ste Marie

Toen ik vanmorgen vertrok was het mistig, daarna miezerde het een beetje, om een uur of twaalf werd het droog en ook zonnig, om drie uur trok het weer dicht en nu zie ik een inktzwarte lucht, dus dat voorspelt niet veel goeds. Maar nu geeft dat niet meer, want ik ben er toch al. Om kwart over acht betrad ik ’s Heren wegen en die bleken meteen al wonderbaar. In de gids stond al dat bij regenachtig weer het pad erg modderig kon zijn en dat er daarom treden waren gemaakt op veel plaatsen. Nou, die treden waren er wel, maar als je dan met drie treden tegelijk naar beneden glibbert, heb je er niet veel aan. Na 10 km glibberen en glijden vond ik het wel genoeg en ben vervolgens maar snel de ‘brede weg’ opgegaan. Dat was wel een stuk om, maar het grote voordeel was wel weer, dat er genoeg plaatsen zijn waar men zich kan laven en voederen. Dus ik heb tussen de middag een uurtje heerlijk op een terras gezeten om te eten.

Vitel-web Kraanwater web De mensen zijn hier zuinig, zoals we in de Pyreneeën ook al vaak hebben gemerkt. Toen ik dus om een flesje water vroeg, zeiden ze: ”Dat kunt u natuurlijk wel krijgen, hoor, maar hier is het water uit de kraan lekkerder dan Vitel, want die komen het bij ons halen. Waarom zou je het dan kopen als het voor niets uit de kraan komt?“ En inderdaad, het water was fantastisch.

Het voordeel van die zuinigheid is wel dat ik, toen ik bij het Bureau de Tourisme op zoek ging naar een routebeschrijving van Oloron naar St Jean Pied de Port, ik een hele stapel kopieën kreeg, want het was zonde om daarvoor een hele gids te kopen!
De Béarn is een prachtige streek en er begint hier ook weer wat meer leven te komen, het is niet zo leeg meer als de streek, waar ik hiervoor doorheen liep. Gezellig, ik heb een poosje gepraat met een Berlijner, die de tocht ook voor de tweede keer loopt en verder word ik weer overal door de Fransen aangesproken, die allemaal roepen: ”O, dat wil ik ook zo graag!“ ”Doen“, roep ik dan. Het is hier heel erg groen en er zijn heel veel bloemen, echt een mooie streek is dit.
Ik had een gite besproken, maar toen ik daar aankwam, bleek dat ik met een ander in een tweepersoonsbed moest slapen en dat werd me een beetje al te dol. Dus ik heb mijn toevlucht opnieuw tot een hotel genomen en daar zit ik nu luisterrijk op een terrasje te overwegen dat het leven best meevalt, vooral omdat mijn voet lijkt op te knappen. Ik heb vandaag hele stukken gelopen zonder er zelfs maar aan te denken, dus dat is een goed teken. Alleen de laatste 3 km werd het gevoelig, maar ja, het waren er vandaag dan ook al met al drieëndertig! Dus de pelgrim blijft smeren met de eoline!
Overigens zit ik nu wel in de Béarn, maar béarnaisesaus heb ik nog niet geproefd!!

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 1 reactie

Iets verder dan Pau

Ja, dan vragen ze me om de plaats te noemen waar ik nu zit, maar het is iets van Artiquelouve of zoiets, ik weet het niet precies, in ieder geval iets verder dan Pau op de weg naar Oloron Ste Marie.
Vanmorgen was het droog, vanmiddag begon het te miezeren en nu regent het! En het is koud, temeer omdat ik natte voeten heb. Je zou zeggen: hoe komt hij aan natte voeten in die grote schoenen? Nou, dat kan ik uitleggen. Ik ben namelijk een paar sokken kwijt. Waar ze gebleven zijn? Geen flauw idee. Ik had drie paar en nu heb ik dus nog twee paar. Dat zou genoeg zijn, als het een beetje warmer en droog zou zijn. Kijk, ik stop als een keurig mens de sokken die ik aanhad, in de was en kom erachter, als ik schone sokken aan wil trekken, dat ik die niet meer heb. Het andere paar heb ik natuurlijk gisteren keurig gewassen en dat is nog niet droog. Dus zo kom je aan natte sokken in je schoenen en als gevolg aan natte voeten. Aangezien ik toch naar buiten moet om Gery te bellen, anders heb je hier haast geen bereik, trotseer ik deze beproeving van harte.
Onderweg heb ik, behalve ‘mijn’ vier dames, alleen een man met een hond gezien met wie ik een praatje heb gemaakt. Deze route is erg rustig, soms is dat fijn, maar af en toe wel een beetje saai. En Geer zegt dan wel vermanend dat ik op de natuur moet letten en ondervraagt me ’s avonds welke planten en bomen ik heb gezien, maar ja, planten en bomen praten niet. Verder was het een heerlijke dag, dus ik heb niet echt veel te klagen. Ik was al vroeg in het hotel en zag veel mensen in het restaurant dat erbij hoort. En toen kreeg ik slecht nieuws: het restaurant is namelijk vanavond gesloten en er is niets anders in dit dorp. Dus behalve die natte voeten vreesde ik al voor een andere beproeving: die van een hongerige maag. Maar gelukkig, de koks in het restaurant hebben voor mijn plezier een koude schotel gemaakt, die ik vanavond kan eten.
Zo zie je maar dat alles weer goed komt en de weerman zegt dat het in het weekend iets beter weer wordt en minder koud, dus morgen droge sokken en…..misschien wel een heel bescheiden zonnetje?

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 2 reacties

Haan in het kippenhok

Gisteravond was ik dus echt de haan in het kippenhok, zo met mijn vier dames. En in het verenigingsgebouw naast het schooltje waren de majorettes aan het oefenen met van die leuke, korte rokjes, dus de dames vonden dat ik erg verwend werd. Gezellig was het wel.
Maar vanmorgen was het even anders piepen. Toen ik vertrok regende het en toen ik aankwam regende het nog. En niet zomaar een beetje regen, nee, van die grote plensbuien. Ik ben maar over de weg gelopen, maar dat is wel voortdurend uitkijken geblazen. Ik moet zeggen dat de mensen wel voorzichtig rijden als ze me zien, maar als je net door de bocht bent zien ze je pas op het laatste moment natuurlijk. Maar alles ging goed en het was maar een stuk van 17 km vandaag, dus om twaalf uur was ik al in Morlaas in mijn besproken hotelletje. Het ziet er netjes uit en naast het hotel is een soort veredelde bar, waar ik tussen de middag heerlijk heb gegeten en inclusief de wijn en de koffie na was ik maar € 11 kwijt. Vanavond eet ik in het restaurant van het hotel en dat zal wel niet lukken voor dezelfde prijs. Morgenavond heb ik ook al iets besproken, dus dan ben ik ook weer onder de pannen.
Ik smeer mijn voet dapper in met de eoline elke keer, maar volgens mij helpt het geen zak. Mijn zusjes zullen nu wel weer commentaar hebben en het commentaar morgen zal er wel niet om liegen, gevoegd bij het commentaar van Geer. Ja, er valt dan een hoop wijze raad te weerstaan. Maar zoals ik gemerkt heb verdedigen ze me ook, zelfs als het vrouwen betreft.
Ik begin al aardig op te schieten naar Oleron St. Marie. Daar houdt de gids op en vanaf daar moet ik dus zelf de weg gaan zoeken. Dat zal me wat worden. Ik heb wel al een goede kaart gekocht, het enige vervelende is dat daar uiteraard niet op staat waar ik kan slapen en, dat is nog erger, of ik onderweg kan eten en waar!! Ziehier het leven vol ontberingen van de pelgrim!!

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 1 reactie

Weer een staf

Na een zeer uitgebreid Engels ontbijt, waarbij de vrouw des huizes en ik het erover eens waren dat de Fransen geen lekkere melk hebben en geen goede slagroom, ben ik weer met frisse moed vertrokken. Ik begon natuurlijk weer heel dapper met het vervolg van de Grande Randonnee, maar dat was echt verschrikkelijk. De weg was gewoon onbegaanbaar, binnen een mum van tijd had ik kilo’s modder aan mijn schoenen. Op een gegeven moment moest ik door een beekje met steile kanten en naar beneden ging nog wel, maar weer naar boven was een hele klim en ik ben twee keer omgedonderd. Nou ja, weer eens iets anders dan over een boom heen vallen. Toen had ik echter niet alleen modder aan mijn schoenen, maar de modder zat werkelijk overal. Dus ik heb maar korte metten gemaakt met de voorgeschreven route en ben over de gewone weg verder gegaan. Lekker over het asfalt zogezegd. En dat dat een beslissing was die door St Jacob hoogstpersoonlijk werd goedgekeurd, bleek toen ik op een kruispunt overstak en tegen de paal een wondermooie staf zag staan. Die staf stond daar gewoon op mij te wachten! Een beetje korter dan die van vorig jaar, een beetje dikker, kortom, deze staf diende meegenomen te worden. Dat heb ik dus ook gedaan en zo komt een arme pelgrim aan zijn uitrusting.
Het lopen over de weg ging uiteraard een stuk beter en sneller en zo was ik om half drie al op de plaats van bestemming. Onderdak heb ik dit keer gekregen in een schooltje naast het gemeentehuis. Het schooltje staat leeg en daar bivakkeer ik nu met vier Franse dames, van wie er één half Spaans is en een lekker vet accent heeft. De dames zijn verpleegsters en stonden erop mijn voet te verzorgen. En dat heb ik me graag laten aanleunen, nog wat extra gekreund natuurlijk en me lekker laten vertroetelen. Ze zagen het, geloof ik, niet al te somber in, er werd tenminste geen: ”o la la“ geroepen. Ja, dat heb je met verpleegsters natuurlijk, dat was nou weer een beetje een nadeel. De vier dames heb ik onderweg ook al een aantal keren gezien en vanmorgen nog een jonge knul, maar waar die gebleven is, weet ik niet.
Ik zit nu in Anoye en in dit dorp is geen enkele winkel, zelfs geen bakker of epicerie. Maar voor het eten is hier wel weer een originele oplossing bedacht. Er kwam een man naar het schooltje en die maakte met een sleutel allerlei koelkasten open. We mochten daaruit kiezen wat we wilden eten en dat betalen. Vervolgens werden de uitgekozen spullen overgeheveld naar een koelkast, die open is en waar we dus in kunnen. En er is een magnetron, dus vanavond eten we met zijn allen hier. De rest van de middag ben ik trouwens druk geweest met mijn kleren wassen en mijn trui heeft nog hier en daar wat modderspatten, zag ik net. Maar vooruit maar, het mooie is al weer van mij af. De veters van mijn schoenen waren stuk en het valt lang niet mee om hier aan veters te komen. Ze hebben natuurlijk wel veters, maar niet van twee meter lang. Uiteindelijk vond ik veters van 1 meter 80 en dat is wel goed, alleen zijn het witte veters en dat staat erg charmant bij mijn bruine schoenen! Maar met die witte veters ben ik toch weer 22 km verder, dus alles gaat goed. Voor morgenavond heb ik al een hotelletje geregeld, want vanwege het lange weekend is alles hier stampvol en kun je het risico niet nemen om niet te bespreken.
Geer heeft de binnengekomen berichten aan me voorgelezen en ik geniet ervan. Heel leuk dat er ook een berichtje van Mireille was, ik heb hele goede herinneringen aan de tijd met haar vorig jaar en jammer dat ze er nu ook niet bij is! Verder geniet ik van alle meebeleven van jullie allemaal en ook van jullie reacties. Gery vertelde dat ze moppers krijgt omdat ik geen poste-restante-adressen opgeef. In alle eerlijkheid, ik was het echt helemaal vergeten en heb Geer beloofd dat ik morgen een paar adressen op zal geven. Doe ik echt!!

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 4 reacties

Op de tea

Daar ben ik weer vanuit een cybercafe. Wat een water vandaag, zeg! Dit was afzien. Vanaf vanmorgen vroeg plensde het van de regen en om twaalf uur had ik geen droge draad meer aan het lijf. Dus ook deze poncho is niet bestand tegen echt slecht weer.
Ik ben niet via de route van de Grande Randonnee gegaan, want die is bijna onbegaanbaar met dit weer. Ik heb de gewone D-weg genomen, maar dat is dan weer uitkijken voor al het verkeer met die regen. Je kunt geen moment wegdromen tijdens het lopen, want dan loop je het risico van de weg gereden te worden en dat wil pelgrim Theo niet nog een tweede keer, dus opletten geblazen en steeds in de natte berm gaan staan.
Om twee uur was ik hier al, want via de weg is de afstand natuurlijk korter. Toen wilde ik nog 7 km verder lopen naar een gite, maar ik kon die mevrouw niet aan de telefoon krijgen en het leek mij een te groot risico er heen te gaan. Misschien was ze er wel helemaal niet.
Dus ben ik weer naar het Office de Tourisme gegaan en daar hadden ze de oplossing: een Bed & Breakfast bij Engelsen. Daar ik zit nu dus. Het is er keurig netjes, schoon en de mensen zijn supervriendelijk.
Maar ik moest meteen in de tuin (koud, koud, koud!!!) de TEA gebruiken met koekjes, boterhammen en allemaal toeters en bellen. Het was heel zoet allemaal. Omdat op maandagavond de hele boel hier dicht is, heeft ze aangeboden voor mij ook eten te maken. Ik ben benieuwd wat dat wordt. Brrr.
Ik heb een mooie kamer met uitzicht op de tuin, waar ze vreselijk trots op zijn. Verder heb ik weinig nieuws. Met mijn voet gaat het langzaam wat beter. Nu het weer nog!

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 4 reacties

Achtentwintig graden

Het ging er vandaag lekker rustig aan toe en ik heb ook lekker gelopen. Het eerste half uur na het opstarten doet mijn voet nog pijn, maar daarna gaat het goed, dus wie doet je wat. De open plek krijgt witte randjes en het lijkt kleiner te worden, dus ik beschouw dat maar als een goed teken. Ik heb nog wel even aan het einde van de route een ommetje moeten lopen, omdat ik de weg kwijt was. Ik zag vanuit de verte de kerktoren al van Marciac, dat vandaag mijn eindpunt was, maar toen moest ik nog door een koolzaadveld. En de toren verdween achter een heuvel en dan weet je niet meer welke kant je uitgaat. Maar goed, het was maar 3 km om en morgen hoef ik maar een kilometer of achttien waarschijnlijk. Gisteravond hebben we gezellig zitten praten over de aard van de Hollanders. Hier in de buurt zijn een paar campings die door Hollanders zijn gekocht en het was wel komisch om daarop het commentaar te horen: ”Ja, het is er altijd wel schoon en netjes, hoor, maar je mag er niks en het eten is gewoon verschrikkelijk, overal gooien ze liters saus overheen“. En vandaag kwam ik twee vrouwen tegen (ja, het zijn weer vrouwen, daar kan ik ook niets aan doen), die vertelden dat in hun woonplaats een Nederlandse ambassadeur woont, die niet anders doet dan protestbrieven schrijven tegen van alles en nog wat.

marciac-web

Marciac is een erg leuke plaats met een groot plein en daar omheen allemaal balustrades en met achtentwintig graden is het hier prima toeven, vooral met een grote pils voor je neus. Maar de weerberichten voor morgen zijn minder: ze geven regen op. Nu wil dat niet zoveel zeggen, want aan de ene kant van de berg kan het regenen en aan de andere kant is het dan droog. Dus maar hopen dat ik morgen aan de goede kant van de berg loop.

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 1 reactie

Elke tien kilometer een bar

Elke tien kilometer een bar
12-5-2007
Ik heb een prachtige dag gehad vandaag. Het was stralend mooi weer en 26 à 27graden, dus wat wil je nog meer. Om zeven uur vanmorgen trok ik de schoenen aan en ben op stap gegaan voor een wandeling van 32 km. Het eerste stuk heb ik samen gelopen met een Fransman, Patrick uit Mulhouse. Die vertelde me trouwens een aardig verhaal. Hij was ook door l’Isle-Jourdain gekomen na Toulouse en had daar zijn familie ge-sms’t , waar hij zich bevond. Vervolgens kreeg hij een sms van zijn vader van drieëntachtig jaar, die meldde: ”Weet je wel dat je familie daar vandaan komt?“ Hij was hogelijk verbaasd, want hij wist daar niets van, maar het bleek dat zijn overgrootvader uit die plaats kwam. Volgens zijn vader was die daar geboren en ook gestorven. Dus hij is naar de begraafplaats gewandeld en na een half uurtje zoeken vond hij daar dus het graf van zijn overgrootvader, nog geheel intact. Wat hem het meest verbaasde was dat het graf keurig verzorgd was en dat er zelfs bloemen bij stonden, dus hij vermoedt dat er ergens in de buurt ook nog iets als familie woont. Patrick is ambtenaar op het Ministerie van Arbeid. Alle ambtenaren hebben vakantie gekregen, omdat het verkiezingstijd is en ”dan doet de zittende minister toch niets meer“. Mooie baan dus.
De route was perfect, vooral omdat er dit keer keurig getimed elke 10 km een bar was, waar je wat kon drinken of eten. Kijk, zo hoort het. Op weg naar een van die rustpauzes zag ik een meisje aan de kant van de weg zitten en uiteraard maak je dan een praatje en zijn we een stuk samen opgelopen tot de volgende bar. Zij was komen lopen vanuit een plaats die 80 km van München ligt naar de Oostenrijkse kant toe dan. Ze was nu elf weken onderweg en had de route vanaf Le Puy genomen. Een paar dagen is ze met een Française opgetrokken en ze vonden het allebei zo walgelijk druk op de pelgrimsroute vanuit Le Puy, dat ze zomaar ergens lukraak van de route zijn afgeweken en zonder de weg te weten een andere route hebben genomen. Uiteindelijk kwamen ze in Auch uit en nu liep ze dus hier. Na de koffie en de cola scheidden zich onze wegen, want zij moest wachten op een vriendin.
Nu ben ik in een hotelletje in Motesquiou, nou ja, hotelletje? Het is meer een soort refugio, gewoon een aantal hokjes gebouwd, waar alleen pelgrims slapen en geen toeristen. Gelukkig, dit is echt veel en veel leuker. Ik zit nu in het land van d’Artagnan, een van de drie Musketiers. Het was een heerlijke dag!!

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 3 reacties

Blog op WordPress.com.