2007: Camino del Norte

Tijd voor Guggenheim

Ja hoor, daar ben ik weer. In een internetcafe met uitsluitend Marokkaanse jongens die voetbalspelletjes doen. Op z’n Hollands gezegd: een klereherrie. Maar ja, even kijken wat er zoal op de site staat is ook belangrijk.
Vandaag zijn we om acht uur vertrokken uit de albergue in Guernica. Jim en ik hebben besloten geen modderpaden meer op te zoeken, dus we hebben de gewone weg naar Meluza genomen. Nou was dat misschien wel een verstandige beslissing, maar, zoals zo dikwijls, geen fijne. We liepen langs de autoweg en moesten steeds wegduiken om erger te voorkomen. Maar het was prachtig weer, dus wij dachten overmoedig en Amerikaans optimistisch dat het vandaag wel zo zou blijven. We hebben later wel een wat rustiger kleine weg genomen, maar het verkeer blijft langs je heen razen. We hielden tot dan wel schone kleren vandaag.
Om twaalf uur hebben we in een tienda wat gegeten en gedronken en zijn we weer doorgegaan. Net toen ik Marnix had ge-sms’t dat het bijna voorjaar was in Baskenland, werd het bijna donker en sloeg de hagel in mijn gezicht. Noodweer binnen een half uur!! Maar een uur later konden we weer op een terras iets drinken. Je houdt het echt niet voor mogelijk hoe snel hier het weer volkomen kan omslaan.

Maar goed, we liepen op de gewone weg, dus geen modder deze keer. Dat was voor de anderen wel anders, want die kwamen het bos uit als bavianen, vreselijk onder de modder. Om drie uur waren we in Lezama en wat bleek? De refugio was nog gesloten: nog geen seizoen. Daar stonden acht verregende pelgrims na een dag lopen in de regen zonder onderdak. Er was wel een casa rural, maar die kostte per persoon tussen € 48 en € 64 per persoon, veel te duur natuurlijk.

We hebben toen besloten dat we met de trein naar Bilbao zouden gaan en dat is ook gebeurd. Voor ik weer commentaar krijg over het openbaar vervoer: het was maar 10 km, hoor!! O ja, er was ook nog een Fransman uit Nantes. Hij was in één keer van Orio naar Lezuma gelopen, dat is 56 km. De hele nacht was hij doorgelopen, omdat het toch volle maan was volgens hem.
Wij waren trouwens collega’s: hij was ook marinier geweest, net als ik. Alleen was hij dat ongeveer veertig jaar en ik maar twintig maanden. Maar toch…. Hij kende Den Helder goed omdat hij daar regelmatig geweest was. Hij noemde ook nog Hollandse namen, maar die kan ik niet herhalen want hij deed dat op z’n Frans.
Verder heb ik afscheid genomen van Jim, want die gaat door natuurlijk en ik wil hier blijven om in ieder geval het Guggenheimmuseum te kunnen bezoeken. Ik zit in een pension in de binnenstad van Bilbao en Caty zou hier meteen een misdaadverhaal van kunnen maken, want het voldoet aan alle eisen. Een hospita met verdachte ogen, ik zit in een klein kamertje op de vijfde etage waar ik alle krakende trappen op moet lopen, enz., enz. Overigens is er wel een afbeelding van het schilderij van Picasso: een kopie als mozaïek op een muur. Ik vond het heel mooi.
Morgen wordt het dus een rustige dag. Ik hoop dat het dan tenminste even droog blijft, want op dit moment giet het weer uit de lucht.

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 2 reacties

Guernica

Jim en ik hebben een gruwelijk zware ochtend gehad, het was gewoon niet leuk meer. Hoewel het nu droog is, is het overal een grote modderpoel en de paden zijn bijna onbegaanbaar. Nu denk je misschien: ”Nou ja, een beetje modder, dat loopt misschien minder lekker“, maar laat ik jullie dan even uitleggen wat ik bedoel met modderig. Stel je voor: er is een pad, of althans, er is iets wat een pad hoort te zijn, maar dat nu een geul is waar modderwater doorheen stroomt. De kanten lopen schuin op, dus als je aan één kant loopt, glibber je met dezelfde vaart weer naar beneden. Er zit niets anders op dan wijdbeens over de geul te lopen met je linkerbeen aan de ene kant en je rechterbeen aan de andere kant. Vervolgens zet je je stok in die geul en schuifelt met stapjes van niet meer dan 20 cm vooruit. Dat doe je dan een paar honderd meter achter elkaar. Dan komt echt het moment dat je tegen elkaar zegt: ”We zijn hartstikke gek! Dit is echt geen pelgrimage meer, want als die pelgrims vroeger zo’n pad gehad hadden, waren ze er meteen mee opgehouden. We stoppen ermee, dit is geen doen“. Nou valt er weinig te stoppen, want je moet wel eerst doorlopen om ergens anders te komen natuurlijk. Dus schuifel je samen klagend, steunend en glijdend verder. Gelukkig heb ik inmiddels in het bos weer een nieuwe stok gevonden. Als een echte padvinder heb ik er de zijtakjes afgebroken en met een steen de stok een beetje glad geslepen en nu bezit ik een echte Baskische staf: kort, stevig, dik en niet mooi!
Enfin, om een uur of twaalf komen we in een dorp aan, het zonnetje schijnt, het is droog en het terrasje lokt. Het eten smaakt voortreffelijk, de modder droogt op en zie, de twee klagende en steunende pelgrims veranderen in twee opgewekte kerels, die het helemaal zien zitten. Zo gaat dat dan. De rest van de route hebben we over de gewone weg gelopen, want we vonden dat we voor vandaag genoeg geleden hadden. Om een uur of vier arriveerden we in Guernica (Gernika heet het hier) en kwamen terecht in een schitterende refugio met ruime douches en een wasmachine en droger! Kijk, zo wordt de zwoeger beloond. Wat kan een mens toch tevreden zijn met apparaten die hij thuis de gewoonste zaak van de wereld vindt.
Als het wasje gedaan is en de voeten zijn weer schoon, wordt het tijd voor een bezoekje aan de stad. Het liep al tegen een uur of vijf en tot vooral Jim’s ongenoegen was het museum al dicht, want voor hem was het ‘midden op de dag’. Vervolgens zijn we naar het buitenmuseum gegaan, waar de ‘Heilige Eik’ staat. Onder die eik vonden in de Middeleeuwen de vergaderingen plaats van de Baskische stammen, nu is het nog maar een grote stronk. Maar ernaast hebben ze het Parlementsgebouw gebouwd. Ik vond het een beetje protserig gebouw, maar het is de trots van de Guernicanen. Iedereen zegt dat je dat beslist moet gaan zien. Wat opvallend is, is dat er echt niemand over het bombardement praat, dat door Picasso is vereeuwigd en er is ook geen enkele afbeelding van in de stad. Het schilderij zelf hangt in Madrid, maar je zou toch minstens verwachten dat je hier een reproductie zou kunnen kopen. Niets dus. Wel overal kreten als: ”Tourists, this is not Spain, this is Basque“. Ik mag ze wel, die Basken, niets geen poeha, gewoon aardige mensen.
Toen begon het weer te regenen en werd het tijd om de refugio op te zoeken, waar inmiddels dezelfde gasten als gisteren zijn gearriveerd, dus dat wordt vanavond weer gezellig met z’n allen eten! En daarna gaan wij pelgrims dan toch weer zeer tevreden slapen!

Categorieën: 2007: Camino del Norte | Een reactie plaatsen

Een dag zonder poncho

Hoera, een dag zonder poncho! Het is de hele dag droog gebleven, hoewel alles nog wel nat is, maar dat mag me de pret niet drukken!
Gisteravond zijn we uitgenodigd door een meneer, die even langs kwam, een kijkje te nemen in de Baskische herenclub. Die bestaat uit twee ruimtes. In de ene ruimte staat een keuken van wel twintig meter lang en om de beurt wordt daar door een van de heren gekookt. Ze koken allemaal delicatessen van de streek en er komt geen vrouw in de keuken. In de andere ruimte eten ze dan met zijn allen. We hebben er een pilsje gedronken en daarna zijn we met zijn achten gaan eten. Allemaal pelgrims die in de piepkleine refugio zitten: een Frans stel, een Franse jongen van een jaar of vierentwintig, twee Duitse vrouwen, een Spanjaard, een Amerikaan en ik. Dus internationaal en hartstikke gezellig!
En vanmorgen weer opgewekt samen met Jim op pad. Het was weer heel veel op en neer en op een gegeven moment kreeg Jim (hij is 72 jaar) last van zijn knie en ik kreeg last van mijn enkel, dus…. werden we allebei verstandig. We hebben besloten om na 21 km te stoppen in Markina. Nu hebben we daar samen een kamer genomen en ik merk dat het heel prettig is dat hij vloeiend Spaans spreekt, makkelijk voor me en hij krijgt veel meer gedaan natuurlijk. De afstanden voor vandaag en morgen zijn ook wat redelijker verdeeld op deze manier, nu moeten we morgen nog 25 km ongeveer naar Guernica.

guernica-web In Guernica heeft Picasso zijn beroemde schilderij gemaakt van het bombardement. Tijdens de Spaanse burgeroorlog is Guernica door de Duitsers helemaal plat gebombardeerd, waarschijnlijk om te oefenen voor hun bombardementen in de Tweede Wereldoorlog, onder andere op Rotterdam. Er schijnt nog een duizenden jaren oude boom te staan, die het bombardement heeft overleefd.
Maar goed, dat is voor morgen, nu is het: modder afspoelen, kleren uitwassen, lekker eten en naar bed. O ja, in Markina is een kerk, die om het altaar heen is gebouwd. Het altaar bestaat uit drie grote voorchristelijke stenen, die door de heidenen al als altaar werden gebruikt. Nou, toen heeft men er maar een kerk omheen gebouwd. Ik was er graag even binnen gaan kijken, maar helaas was de kerk dicht. Niets aan te doen, in Spanje zijn de kerken meestal niet open. Dus de pelgrim ontbreekt het vandaag aan geestelijk voedsel, hij zal het met fysiek voedsel moeten doen. Omgekeerd lijkt me erger.

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 2 reacties

Anything to complain?

Nou, dat was weer een heavy dag vandaag. Tjonge, jonge, wat kan het hier tekeergaan, zeg. En het is volstrekt onvoorspelbaar. Ik ging vanmorgen weg, toen was het redelijk weer, in ieder geval droog. De rest van de dag heb ik alle seizoenen weer gehad. Verschrikkelijk zware buien met storm, waarbij de regen je echt in het gezicht zwiept en je bijna niet overeind kunt blijven en vervolgens trekt de bui weg en is het stralend mooi weer. Het is wel grappig, want je kunt de buien zo aan zien komen drijven vanuit zee. Ik heb hier nog steeds zeegezichten, waarvan je alleen maar kunt dromen, zo mooi zijn die.
Toen ik bij een betonnen hutje even stond te schuilen voor de regen, kwam Jim voorbij. Jim is een Amerikaan uit Texas, die getrouwd is met een Spaanse vrouw. Nu wonen ze afwisselend een half jaar in Spanje en een half jaar in Amerika. Hij is leraar Spaans, dus spreekt dat vloeiend. Als hij Amerikaans spreekt, praat hij net zo als die jongens in de serie ‘Bonanza’ (dit is voor de bejaarden onder jullie), komisch om te horen. Humor heeft hij ook, dus dat was wel gezellig, we hebben samen de rest van de tocht gelopen vandaag. Door de regen worden de paden natuurlijk steeds slechter en gladder, dus je glibbert en glijdt en gaat een paar keer onderuit en zit al gauw van top tot teen onder de bagger. Zelfs op mijn bril zat het vandaag. Op de momenten dat een van ons beiden onderuit gaat en in de blubber ligt, roept Jim: “Anything to complain?“
Maar al met al zijn we toch maar weer mooi naar Deba geglibberd en ach, als de schoenen weer schoongespoeld zijn, is alles weer gauw vergeten. Het blijft toch een fantastische tocht!
We zitten hier nu in een piepkleine gite: er zijn maar zes bedden, drie stapelbedden aan de ene kant en drie aan de andere kant, dus dat wordt stil liggen vannacht. De weerberichten voorspellen dat het morgen iets beter wordt, dus we gaan er weer voor! Wat trouwens ook wel een grappige ervaring is, is dat het je op een gegeven moment niets meer kan schelen, al zit de modder tot in je oren. Als je toch al vies bent, is een beetje viezer niet erg meer natuurlijk. Ik verbaas me over mezelf wat dat betreft, want in het dagelijkse leven ben ik toch best een net mannetje.

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 1 reactie

De gelukkigste stranden

Vanmorgen zei de receptionist: ”Meneer, wij hebben hier het land met de gelukkigste stranden“. ”Nou“, zei ik, ”dat zou je gisteren anders niet gezegd hebben“. ”Daarom juist, je hoeft hier altijd maar twee dingen mee te nemen: je zwembroek en je poncho. Je gaat ’s morgens heerlijk in de zon liggen en dan begint het te regenen, dan hoef je alleen maar even je poncho over je zwembroek aan te trekken, want over tien minuten is het toch weer droog en schijnt de zon weer“. Hij heeft helemaal gelijk, want vanmorgen ben ik met stralend weer vertrokken. Ik heb geweldig gelopen, de omgeving was schitterend met allemaal droomuitzichten. Gelukkig deed mijn camera het ook weer, dus was het droog. Vanmiddag heb ik de camera echter maar in mijn rugzak opgeborgen, want toen liep ik door een gierende storm, die me zowat uit mijn poncho blies, die ik aanhad tegen de gietbuien. Nou, volgens dezelfde receptionist hebben ze hier gemiddeld op tweeëntwintig dagen regen per maand, hoewel hij troostend zei: “In de maanden juni en juli wil het wel eens iets minder zijn.“

Maar er staat wel iets tegenover. Vanmiddag zat ik heel hoog in de heuvels en dan zie je ergens heel diep beneden je de autoweg gaan. Je moet dus ook naar beneden, alleen loop je dan via een weg uit de Middeleeuwen, waar de stenen liggen, die ze toen als bestrating hebben neergelegd. En in die stenen zie je dan nu nog de karresporen uit die tijd staan. Dat maakt toch indruk, het idee dat daar in de Middeleeuwen al mensen over die weg trokken, al zal het wel niet gemakkelijk zijn geweest met een kar over die stenen.

Onderweg heb ik geprobeerd mijn beltegoed op te waarderen bij een bank, maar dat is niet gelukt. Alle tabacs zijn dicht vanwege de zondag en ik weet niet of ze morgen wel open zijn. Ik heb nog maar € 3 beltegoed en die wil ik bewaren voor noodgevallen. Dus bedankt voor de sms-jes, maar dat is de reden waarom jullie even niets terughoren, of beter gezegd, zien.
Vandaag heb ik een poosje met een Franse jongen gelopen en met een oude Spanjaard, een zogeheten PGV. Zo noemde hij zichzelf ook. Ik zou jullie nu een dagje in het ongewisse kunnen laten wat een PGV is, maar ik vind het zelf veel te leuk om niet met jullie te delen. Heel simpel, een PGV is een ‘Peregrino Grande Vitesse’.
Hoewel het onderweg dus niet druk is, zijn de refugio’s iedere keer wel vol. Hoe dat kan, snap ik ook niet. Nu is hier een slimmerd, want die heeft naast de refugio een goedkoop hotel gebouwd. Kijk, dat getuigt nog eens van zakelijk inzicht. Daarin heb ik nu een kamer. Waar ‘hier’ is? Zarautz natuurlijk, iedereen weet toch dat dat 21,5 km van San Sebastian ligt?

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 2 reacties

Op de campus

Wat het weer betreft was het een catastrofale dag en zoals elke goede preek verdeel ik het even in drie punten: vanaf mijn vertrek om zeven uur tot de middag was het heel veel regen en niet zomaar van die eenvoudige buitjes, het kwam met bakken uit de lucht. Voeg daarbij een fikse storm en een temperatuur van 14 graden. Dan betekent dat heel erg nat worden en over paden gaan, die dramatisch modderig en glad zijn. Mijn lieve zus belde me zelfs om te vragen hoe erg het was en dat ik vooral voorzichtig moet zijn, want in de omgeving Madrid schijnt alles ondergelopen te zijn. Kun je nagaan hoe slecht het weer is. Jammer is dat ik ook niet kan filmen, want mijn camera is door alle natuurgeweld vochtig en ik krijg hem niet meer droog. Dat is punt één.
In de refugio waar ik vannacht geslapen heb, kon je geen ontbijt krijgen, dus ging ik met een lege maag op pad met de gedachte onderweg wel iets tegen te komen. Nou, zelfs geen simpele kop koffie, laat staan een boterham en, zoals jullie ondertussen wel vermoeden, voor een pelgrim als ik is dit een zeer ernstige zaak. Dat is punt twee.
Ik weet dat jullie nu onmiddellijk gaan keffen dat ik wel erg veel met de bus of trein ga (hetgeen in dit geval volstrekt onjuist is, maar daarover straks uitleg): Ik heb mijn staf in de bus laten staan!!! Die mooie, trouwe staf, die ergens in Frankrijk op mij stond te wachten, is nu in het gunstigste geval geëindigd ergens achter in een stoffige busremise en zal nooit Santiago zien. Dat is punt drie.
Voor wie dus denkt dat het voor een pelgrim één grote, lange vakantie is: Lees het bovenstaande maar eens drie keer door. Maar, zoals in het leven ellende en plezier elkaar afwisselen en het pad over hoge bergen en door diepe dalen gaat, zo is het ook voor de pelgrim. Om een uur of twaalf klaarde het weer op en deze route langs de kust is fabelachtig mooi. Er zijn allemaal baaien, waar je omheen loopt en het is dus veel omhoog en omlaag, maar als je dan weer ergens boven bent, heb je werkelijk schitterende uitzichten op de zee. Vooral met deze storm is het indrukwekkend hoe de golven dan tegen de kust slaan. In Pasaia kon je met een veerbootje door de baai naar de overkant varen. Dat leek me wel leuk om te doen. Voordat ik de boot opging was er op het pleintje waar ik stond te wachten een echte Baskische bruiloft met een muziekkorps en Baskische dansen, geweldig leuk, ik heb staan te genieten. Vervolgens voer ik de baai over voor een luttele € 0,50 en ook dat was een belevenis. Aan de andere kant van de baai moest ik toen weliswaar over steeds steiler en gladder wordende paden omhoog klauteren, maar als beloning zie je dan ineens in de diepte (om precies te zijn 280 meter, die je dan nog wel naar beneden moet) de stad San Sebastian liggen, een geweldig gezicht. Dat maakt alles wat je doet de moeite waard, dat soort beloningen. Ik moet zeggen, dat dit echt een schitterende route is, maar wel veel zwaarder dan die van vorig jaar. Het voordeel is dat ik op veel plaatsen een doorsteek kan maken naar de route van vorig jaar, dus als het echt te gek wordt, ga ik dat doen. Het is ook een heel stille route, je komt echt bijna niemand tegen, maar dat is niet erg, want als ik straks in de buurt van Santiago kom, is er weer reuring genoeg. Zo zie je, het is allemaal toch heel anders weer dan vorig jaar en als het leven zelf: Het lijkt soms allemaal hetzelfde, maar is het niet. Een mens zou er lyrisch van worden.
Om dat te voorkomen ben ik maar afgedaald naar de stad en daar kwam ik om twee uur aan. Uiteraard alles gesloten en waar vind je in die grote stad een refugio?? Eerst maar weer naar de VVV en daar viel ik met mijn neus in de boter of, liever gezegd, daar stootte ik mijn neus. Er is namelijk een of ander groot congres in de stad en dat betekent: alles propvol, nergens meer een slaapplaats te bekennen, ook niet in de refugio’s, waarvan ze er trouwens maar twee hebben in de hele stad. Ik zag in gedachten al die driedelig gekostumeerde heren in een slaapzak in een refugio kruipen, dat leek me wel aardig. Maar het bleek toch vol te zijn met een ander soort mensen, meer zoals ik, alleen een toevlucht zoeken in een hotel was er dit keer dus niet bij. De enige mogelijkheid die er nog voor me was, was te slapen op de campus van de universiteit aan de andere kant van de stad. Daar staan gebouwen, waar studenten en docenten een kamer hebben en als die er niet zijn, worden ze in geval van nood verhuurd. Niet goedkoop, maar dat heb ik natuurlijk wel gedaan, want anderen die dat te duur vonden, werden onverbiddellijk weggestuurd zonder onderdak, omdat er echt niets was. Toen ben ik dus dat stukje met de bus gegaan met het verlies van mijn staf tot gevolg.

san-sebastian-web

En nu zit ik in een prachtige kamer op de campus. En opeens middenin de moderne techniek. Als je aankomt, word er een foto van je gemaakt, die komt op een pasje en als je dan bij je kamer komt, gaat de deur vanzelf open, dan word je herkend. Hoe het precies werkt, daar heb ik geen flauw idee van, maar de tegenstellng is wel grappig: aan de ene kant treuren om een staf, die in feite alleen maar een ouwe boomtak is en aan de andere kant gebruikmaken van de meest moderne snufjes! Dus nog steeds genoeg te beleven onderweg. Omdat ik niet precies weet op welk punt ik naar de route van vorig jaar terug zal keren, kan ik geen poste-restante-adressen opgeven, want misschien kom ik daar dus helemaal niet. Daarom lijkt het me het handigst om Santiago zelf als poste-restante-adres op te geven:
M.J.den Otter
c/o POSTE RESTANTE Santiago de Compostela
SANTIAGO DE COMPOSTELA
Spanje
Vergeet niet duidelijk de afzender te vermelden! Voor nu: gegroet gij allen, tot morgen! Theo

P.S. Een ‘special’ voor Jan van den Brink: Jan, ik hoop dat de letters nu groot genoeg zijn voor je.
Groeten, Gery

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 1 reactie

In Spain

Het was vandaag tot een uur of vier erg mooi weer. Eerst hebben we lekker uitgeslapen, wel tot half acht, daarna hebben we uitgebreid ontbeten, je zoon is er tenslotte niet elke dag. Daarna zijn we even naar Spanje gereden, jullie weten niet hoe snel dat gaat met een auto, om boodschappen te doen. Het duurde even voor we een supermarkt gevonden hadden, maar toen was het dan ook een hypermarché. Daar heb ik scheerzeep, tandpasta en een T-shirt gekocht, want ik ben er weer ergens een kwijtgeraakt, zeker laten liggen, en vervolgens heb ik een Spaanse sim kaart aangeschaft.
Ja, toen was het alweer bijna etenstijd, dus zijn we teruggereden naar Frankrijk en hebben ons in Hendaye op de boulevard geïnstalleerd met uitzicht op de Atlantische oceaan om eens even uitgebreid te eten, want een mens moet toch af en toe wat in zijn maag hebben, zeker een pelgrim met zoon natuurlijk. Het was hartstikke gezellig zo!
Daarna naar het postkantoor, waar we sigaartjes vonden van Ton en Suzanne en een heel leuke kaart van een haan met wandelschoenen (vanwege die haan in het kippenhok natuurlijk).
En toen heeft Marnix mij weer naar de route gebracht en is weer vertrokken om in Toulouse naar het vliegmuseum te gaan. Vervolgens gaat hij weer richting huis via Millau om daar de brug te zien (en niet die van Den Bommel). En voor mij lag daar weer de weg naar Spanje, maar nu lopend. Zo’n ramp was dat nu ook niet vandaag, want het was maar een kippeneindje van 5 km en toen was ik al in Irun.
Dus: I am in Spain en meteen begint het verschil: ik kan pas om half negen eten en ik zit weer in een refugio waar wij wandelaars en pelgrims mopperen over het feit dat we zo laat eten. Want morgen is het weer vroeg dag voor ons. Het is lekker weer in een refugio te zijn, dat is toch heel anders. Hier ben je met pelgrims onder elkaar en in een hotel zit je tussen de zakenlui, die je dom aankijken en niet eens weten dat er een route bestaat. Dat klinkt nu wel mooi zoals ik dit zeg, maar zeer waarschijnlijk ben ik over een poosje weer doodziek van al die stinkende refugio’s en wil ik in bad liggen in een luxe hotel! Ja, zo is het leven, ook dat van een pelgrim, die vindt een warme douche ook lekkerder dan een emmer met koud water en gaatjes boven zijn hoofd!

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 2 reacties

Bezoek

Vanmorgen vertrok ik dus voor mijn route langs de kust richting St Jean de Luz. In het begin liep de route vlak langs de kust, erg mooi. Na een tijdje week de route iets van de kust af, maar nou ja, dat kan natuurlijk. Maar toen ik steeds verder van de kust afraakte, dacht ik: ”Dit kan niet goed zijn“. Dus ben ik op een gegeven moment een andere route ingeslagen. Helaas, dat bleek ook niet de juiste route te zijn. Al met al heb ik vier uur gelopen en was toen hemelsbreed nog geen 10 km verder. Ja, ook dat gebeurt als je maar afwacht waar de weg je heenbrengt, het pad gaat niet altijd over rozen. Maar goed, uiteindelijk kwam ik in St Jean de Luz aan. Daar stond een aantal bussen en bij een van die bussen Duitsers, die met de bus naar Urun wilden. Hoe de buschauffeur ook probeerde uit te leggen dat dat niet ging en dat ze dan in Hendaye over moesten stappen, ze begrepen er geen hout van. Dus toen ben ik er maar op afgegaan om het probleem op te lossen. Dat lukte aardig, maar toen zat ik eenmaal in die bus….. en een kaartje naar Hendaye kostte maar € 1…… en het was toch eigenlijk onbeleefd om nu die bus weer uit te gaan. Dus ik zei tegen de buschauffeur: “Nou, voor die ene euro kun je niet gaan lopen“, waarop de man meteen vurige kolen op mijn hoofd stapelde door te zeggen: ”O jawel, hoor!“. Maar ik dacht: ”Wat of wie let me?“ en ben de bus ingestapt om naar Hendaye te gaan.
Onderweg ging tot mijn verbazing de telefoon. Er komen natuurlijk regelmatig sms-jes, maar een telefoon, die afgaat, maak ik niet zo vaak mee. En die kun je niet negeren of denken: ”Dat doe ik straks wel“, zoals bij een sms-bericht. Dus ik nam op en dat bleek Marnix te zijn, die uitgebreid vroeg waar ik zat en hele verhalen hield. Ik dacht net: ”Nou, die heeft de tijd“ en: ”Ik ben betrapt in de bus“, toen hij zei: ”Laten we dan afspreken bij het station in Hendaye!!“ En ja, bij het station in Hendaye stond een bekende auto met mijn zoon erin. Ik wist niet wat ik zag! Dat hebben die twee mooi bekokstoofd! Arme Geer, die gaat nu met het openbaar vervoer naar haar werk. Achteraf gezien vond ik wel dat ze rare antwoorden stuurde, als ik sms-te of ze al thuis was uit haar werk. Dan was het: ”Ik sta nu buiten en ga naar huis“ of ”Ik bel later, want ik moet eerst boodschappen doen“, alles om te verbloemen dat ze er langer dan normaal over deed om thuis te komen.
Dat was dus een hele leuke verrassing. We zijn met zijn tweeën naar de VVV gestapt om een hotel te zoeken en werden daar te woord gestaan door een zeer chagrijnige vrouw. Of te woord gestaan? Er werden een paar boekjes over de toonbank gesmeten met een gezicht dat zei: ”Zoek het zelf maar uit!“ Maar alla, we zitten nu in een Campanile hotel en vanavond ga ik dus ‘met een relatie’ uit eten!!

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 4 reacties

Met de trein

Ja, ik heb weer een hotel met internet gevonden, een luxe die je niet dagelijks vindt. Ik ben vanmorgen met een beetje lood in de schoenen vertrokken uit St.Jean Pied de Port. Dat vond ik toch wel een beetje schijterig van mezelf om met de trein te gaan. Iedereen is een beetje opgewonden voor de grote klim naar Roncevalles en ik ga op de trein staan wachten. Maar aan de andere kant ben ik in dit gezelschap bijna een crack, want ik heb vorig jaar Amsterdam–Santiago gelopen en nu zelfs Arles–Santiago. Ze vragen mij dan om raad (????) Ik sta er steeds weer een beetje van te kijken, want eerlijk gezegd kom ik ‘s avonds toch ook niet meer kakelvers aan en of ik nu in Santiago aankom, is ook helemaal niet zeker.
Maar goed, ik ben dus vanmorgen met de trein naar Bayonne gegaan in ongeveer anderhalf uur. Heel mooie rit trouwens door de bergen. In St Jean Pied de Port heb ik een nieuwe credencial gekocht en daarin heb ik daar niet het eerste stempel laten zetten. Dat heb ik in Bayonne laten zetten in de kathedraal, waar weer eens een echt ontvangstcommite was. Ik vind dus eigenlijk dat er nu een tweede reis begint. Zo hoef ik ook niet een smoes te verzinnen, omdat ik met de trein ging. Gery zegt dat dit een echte ‘van der Reesten’ smoes is. Zou het?
In Bayonne heb ik eerst lekker een pizza gegeten op een terras in de zon en daarna ben ik gaan lopen – en dus niet met de bus – naar Biarritz. Daar ben ik nu dus. Biarritz is een badplaats met de oude glorie van een rijke badplaats voor de bourgeoisie, zoiets als Domburg vroeger bij ons. Er staan allemaal gebouwen uit de jaren twintig en alles is gericht op de badgasten, hoewel hier ook veel pelgrims langskomen, maar ja, die brengen geen geld in het laatje. Om Geer te bellen heb ik mij naar de oceaan begeven en ben daar op een muurtje gaan zitten boven rotsblokken, waar enorme golven tegenaan slaan. Een mooi gezicht en Geer hoorde de golven ruisen door de telefoon. Het wemelt hier ook van de surfers, hier schijnen de wereldkamioenschappen surfen te worden gehouden en dat kan ik me best voorstellen.
Ik had gehoord dat hiet een mooie route schijnt te lopen naar Hendaye, helemaal langs de kust. Dat lijkt me wel wat, dus ben ik hier naar de VVV gegaan. Dat was weer geweldig. Het ging ongeveer als volgt: ”Klopt het dat er hier vandaan een wandelroute langs de kust is naar Hendaye?“? ”Ja, ik geloof het wel, die schijnt wel te bestaan“?“?Heeft u misschien ook een beschrijving daarvan?“? Ëen beschrijving? Ja, die bestaat wel, geloof ik, en die hebben we geloof ik ook ooit wel gehad, maar waar die is gebleven?“? ”Nou, zoek maar niet verder, zijn er ook wegwijzers?“? ”Ja, de route zal heus wel aangegeven staan“? ”Waar moet ik dan op letten? Zijn het paaltjes of een bepaalde kleur?“? ”Ja, dat weten we niet, wij hebben de route nooit gelopen, wij nemen altijd de trein als we naar Hendaye gaan“? Heerlijke mensen!! Nou, ik zal het wel zien morgen, ik ben van plan om tot St Jean de Luz te lopen, maar of dat gaat lukken?

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 1 reactie

Even terug in St Jean Pied de Port

Vanmorgen ben ik in de mist vertrokken en het eerste stuk stuurden ze me letterlijk het bos in, waar het nog erg nat en heel erg modderig was. Het was dus een partijtje glijden en glibberen. Daarna werd het beter en om twaalf uur scheen er een heerlijk zonnetje en was het prachtig weer. Kijk, dat moeten we hebben: zalig de pelgrim op wie de zon schijnt! Om een uur of één was ik in St Jean Pied de Port, waar ik vorig jaar ook geweest ben en het was allemaal nog heel erg bekend. Het verbaasde me bijna dat mensen niet zeiden: ”Zo, ben je er weer?“ Het was er weer gezellig druk met heel veel wandelaars, dus geen pelgrims. Wat het verschil is tussen wandelaars en pelgrims? Daar kan ik kort en duidelijk over zijn: pelgrims zijn mensen die wel zien waar de weg hen brengt en vooral wat de weg hen brengt. Zij rekenen niet op hulp en krijgen het dan bijna altijd. Wandelaars zijn mensen die thuis een reis hebben georganiseerd, waarbij alles al bekend is. Er is een busje dat hun bagage vervoert en om twaalf uur ’s middags komen zij langs dat busje (toevallig) en dan staat er ook een lunch voor hen klaar. Daar is op zich natuurlijk helemaal niets mis mee, maar ze missen wel het belangrijkste: loslaten en maar zien wat er gebeurt. Ik heb een stempel gehaald op het pelgrimskantoor bij een vrouw van drieëntachtig jaar en die zei het als volgt: ”Dat zijn geen pelgrims, dat zijn wandelaars die op weg zijn naar de haarföhn in het hotel. Ik schrijf ze niet in en ze krijgen geen stempel“. Ze vond het duidelijk niet tellen. Vervolgens raadde diezelfde vrouw mij dringend aan toch vooral niet naar Hendaye te gaan lopen, maar de trein te nemen. ”U hoeft het toch niet meer te bewijzen, u moet niet zo streng voor uzelf zijn“. Nu zat ik al in een dilemma wat het volgende stuk betreft. Als ik namelijk de Grande Randonnee zou nemen, wordt dat een zeer zware tocht en in de gids wordt zelfs vermeld dat ik touwen en dergelijke mee moet nemen. Nou, dat vind ik echt te gek worden. Je moet wel leren loslaten, maar stel dat ik dat touw loslaat??! Het alternatief is dan drie dagen over asfaltwegen lopen en dat trekt me ook helemaal niet aan. Nou, deze drieëntachtigjarige mevrouw maakte een einde aan dit dilemma. Ik heb besloten morgen de trein te nemen en dan of naar Hendaye te gaan of naar Biarritz. Dat is wel wat noordelijker, maar dat lijkt me ook wel leuk om eens te zien. Ik weet niet wanneer de treinen gaan en waarheen, dus ik zie het morgen wel en handel dan naar het me uitkomt. Dat beschouw ik dan als een vrije dag, hoewel Geer zegt dat dat niet telt als vrije dag en dat ik er nog eentje bij moet nemen. Ik zal wel zien.
Voorlopig zit ik in dezelfde gite als vorig jaar: Chemin de l’Esprit. Ik slaap op een driepersoonskamer. Ter linkerzijde word ik geflankeerd door Frans, die uit Tilburg is komen lopen, en ter rechterzijde door een Canadees. Frans had vandaag zijn vrije dag en slaapt hier nu voor de tweede nacht. Hij zei zorgelijk: ”Nou hoop ik wel dat ze vanavond een stukje vlees geven, want gisteren was het niks en ik heb trek in vlees“, dus ik ben benieuwd. En verder liep ik vandaag Amerikaanse Pam weer tegen het lijf. Ze is nog steeds onderweg, maar heeft wel een erg zere voet. Dat komt me bekend voor, hoewel het nu wel beter met die voet van mij gaat. Alles went, zullen we maar zeggen.
Verder heb ik mij weer een nieuwe stappenteller aangeschaft en twee paar sokken, zodat ik ook zonder föhn weer droge sokken heb. Tot drie uur vanmiddag was het schitterend weer, daarna betrok de lucht weer. Erg warm is het niet, ongeveer 20 graden. “Echt wandelweer“, sprak Geer wijs. Hoe kan zij dat nou weten???????

Categorieën: 2007: Camino del Norte | 4 reacties

Blog op WordPress.com.