Hallo, daar ben ik weer in een cybercafé. Gisteravond hebben we met zijn vieren gegeten in een restaurant, weer een ‘menu del dia’. Dat is een vast menu dat in bijna alle restaurants langs de route aangeprezen wordt. Alleen, als je dat vier weken gegeten hebt, is de aardigheid er wel af. Altijd hetzelfde en we willen nu wel eens iets anders eten.
Overigens was het wel gezellig met Manfred, Ruth uit Zwitserland en wij tweeën. Deze ‘oude’ man ging natuurlijk, zoals het hoort, op tijd naar bed, maar met zoveel ‘jongelui’ om me heen gaat die vlieger niet op kennelijk. Om elf uur werd ik van bed gelicht om voor de deur een groepsfoto te maken. Toen was het hier nog klaarlichte dag, omdat wij zoveel westelijker zitten dan jullie. Er was een prachtige zonsondergang.
Vanmorgen om half negen zijn we weer vertrokken (jawel, we hebben dus uitgeslapen). Heel dom hebben we geen ontbijt gescoord bij vertrek, omdat wij dachten dat we snel in Ribadeo zouden aankomen, waar wij een vakantiedag zouden nemen. Helaas, onderweg was niets, maar dan ook niets te koop. Dus scoorde ik mijn eerste kop koffie pas na de middag, toen we al in de albergue waren aangekomen.
De route was echter fantastisch mooi. We hebben vlak langs de kliffen gewandeld met mooi weer en wel een sterke wind. Als het hier maar droog is, is het echt genieten en dan weet je waarvoor je het doet. Het was de laatste dag aan de kust; nu hebben we eindelijk die kust gezien zoals wij die ons hadden voorgesteld. Iedereen heeft het erover, dat we veel te weinig echt langs de zee hebben gelopen.
Toen wij de brug (800 meter) naar Ribadeo op zouden lopen, bleek die voor wandelaars verboden omdat er werkzaamheden waren. Goede raad was duur. Wat te doen?? We moesten toch naar de overkant. Toen heeft Marianne (mooie vrouw als zij is) als lokeend gefungeerd. Zij vroeg automobilisten of wij mee mochten rijden over de brug. En binnen twee minuten had zij drie auto’s gevonden. Dus Manfred in de eerste, ik in de tweede en Marianne in de derde auto. Ik voelde mij wel een beetje net zoals in de sketch waar een mooie vrouw gaat liften terwijl de vriend achter een boom wacht. Maar het werkt wel!!! Gelukkig.
We kwamen wel aan de verkeerde kant Ribadeo binnen en hadden wat problemen om de refugio te vinden. Uiteindelijk kwamen wij daar om half drie.
Omdat het onze ‘vrije’ dag is, zijn we meteen de stad in gegaan om de telefoon op te waarderen. Marianne heeft haar vader gebeld en omdat wij langs een kapper kwamen, zijn we daar ook maar naar binnen gelopen.
Morgen zijn wij dus de deftigste pelgrims van de Camino del Norte, want daar starten wij nu echt mee. In Galicië wandelen wij nu richting Arzua en vervolgens Santiago. Er zitten nog heel lange etappes bij, maar die willen we anders verdelen.
Jullie zien wel dat wij hier heel druk bezig zijn met onze organisatie. Dus: druk druk druk!!
Overigens hoeft Jan van de Brink niet ongerust te zijn dat de aankomst in Santiago een afgang zal worden. In de eerste plaats omdat het onderweg zijn fascinerend is en Santiago slechts het doel. In de tweede plaats omdat de aankomst zoveel voldoening geeft als kroon op de inspanningen van onderweg. Ik ben dan wel een beetje te vroeg voor de naamdag van St. Jacobus op 25 juli, maar dat komt dan wel weer een andere keer.
2007: Camino del Norte
Hoe kom je over de brug?
De brede weg opgestuurd
Gisteravond was er een jongen met een gitaar en toen hebben we allemaal luidkeels liedjes uit de jaren zestig gezongen, oergezellig. We sliepen in een oud schooltje, dat vijftig meter van de snelweg afstond, zodat je de hele nacht het gevoel had dat er zo een tankauto binnen zou rijden of zo. Kortom, erg rustig was het niet, dus we waren vanmorgen al om zes uur uit de veren en om zeven uur gingen we op weg.
Tot half negen was het droog, toen begon het te regenen, Nou, regenen?? Het regende zo verschrikkelijk hard dat onze poncho’s het niet aankonden en onze schoenen vol stonden met water. Het was echt verschrikkelijk. Om elf uur regende het nog steeds zo hard en toen we een hotel zagen, zijn we daar maar snel heen gerend, hoe nat we ook waren. Daar was men weer erg aardig, we mochten alles uittrekken (nou ja, niet alles natuurlijk), zodat we weer een beetje konden opdrogen. We hebben daar wel anderhalf uur gezeten en zowaar, om half één werd het droog. Dus snel de schoenen weer aan en op weg. En geloof het of niet, maar om één uur liepen we in de korte broek!! Zo gaat dat hier. Ik weet dat het in Normandië ook zo snel van weer kan wisselen, maar zo erg als hier is het daar niet.
Als de zon dan weer schijnt, word je al gauw overmoedig en dat moet je als pelgrim natuurlijk niet doen. We spraken namelijk af snel door te lopen naar de refugio, zodat we dan vanmiddag toch aan het strand konden liggen. Overigens hebben we vandaag keurig en vroom de route gevolgd, we waren helemaal bereid het smalle pad tot het einde toe te bewandelen. Maar nu stuurde de gids ons voortdurend de Route National op, we zijn dus vandaag gewoon de brede weg opgejaagd! Daar konden we echt niets aan doen.
Maar goed, we kwamen in Tapia en bij de refugio en uiteraard kwamen er toen wolken voor de zon en zelfs een buitje. Het mag dus gewoon niet, dat strand. De refugio staat heel hoog op de klippen en vandaar kijk je zo op zee. Zo’n schitterend uitzicht hebben we nog nooit gehad. We zitten hier met zijn twaalven en er zijn weer veel landen vertegenwoordigd: Spanje, Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Kroatie en Nederland, dus er wordt weer gekoeterwaalst in alle talen.
Volgens een gids is de provincie waar we in lopen, een van de best georganiseerde provincies, waar alles goed aangegeven is. Nou, mooi niet, het is een zootje en de route is gewoon slecht aangegeven en slecht onderhouden, zoals een andere gids dan weer zegt. Ja, nu we er bijna uit zijn, zetten ze ineens gele pijlen van twee meter hoog neer, kunst!
Manfred is ook weer aangekomen, maar hij is kapot en heeft zere voeten. Trouwens, mijn voet is ook weer open, er is iets met die schoen dat niet klopt, hoewel bij iedereen de kwaaltjes komen nu. Maar ja, morgen overschrijden we de tweehonderd kilometergrens, dus we schieten ook al hard op, helaas!
Geitenkaasjes
De route was erg slecht aangegeven vandaag, het eerste stuk was al een drama; een bijna onbegaanbaar pad, dus we besloten al snel maar een stukje langs de zee te lopen. Overigens, in tegenstelling tot wat iedereen van tevoren dacht, lopen we helemaal niet zo vaak langs de zee, want je hebt iedere keer weliswaar een baai, maar daar moet je dan wel omheen en dan loop je meestal in de bossen en meestal over modderige paden. Na een tijdje was het lopen langs de zee weer afgelopen en toen zijn we maar van het smalle pad afgeweken en hebben vandaag de brede weg genomen, Dat loopt een stuk makkelijker. Het weer is vandaag redelijk goed geweest, dus we mogen niet mopperen.
Waar we vandaag wel een beetje over mogen mopperen, is het eten. Onderweg kwamen we langs een piepklein Spar-winkeltje, waar we sinaasappelen hebben gekocht. Toen zagen we kleine zwarte pakjes geitenkaas (althans dat dachten we). Dat leek ons erg lekker, dus we kochten er twee. Dat leek ons echter een beetje weinig, dus dan maar vier genomen. En om onderweg niet te hoeven denken: ”Heerlijk, waarom hebben we er niet meer genomen?“, namen we er zes. Je moet tenslotte op alles voorbereid zijn. Een eindje verder besloten we om meteen maar zo’n heerlijk geitenkaasje te verorberen, Dus we maakten de eerste twee pakjes open. Wat er in zat, viel uit elkaar en leek op van alles, behalve op geitenkaas. Nou moet je onderweg natuurlijk niet gaan lopen zeuren of kritisch over geitenkaas gaan zitten doen, dus we namen gewoon een lekkere hap. We waren het allebei roerend eens: wat het was, weten we niet, waar het naar smaakt, weten we ook niet, in ieder geval niet naar geitenkaas, maar het leek voor ons nog het meest op een soort bruine suiker. Niet echt lekker, niet echt erg vies. Tot we hier in Pinera, waar we vannacht overnachten, een Braziliaanse tegen het lijf lopen en zij weet wat het is. Het is varkensvet met een laagje suiker! Hadden we dat nou maar nooit geweten, we werden nog posthuum misselijk.
In de refugio, waar we vannacht slapen, zijn bedden en er is een douche. Dat is het dan, nergens iets om te koken. Dus op naar de dichtstbijzijnde winkel en nu doen wij ons maal met (oud) brood, een plakje ham, een flesje bier en een flesje yokidrink. Dit is dus wat je noemt een echte karige pelgrimsmaaltijd. Gelukkig is Manfred ook weer bij ons, dus gedrieën dragen wij ons kruis. Nou ja, ik overdrijf natuurlijk weer schromelijk, eigenlijk is het best wel te eten, hoor! En als ik denk aan al die arme sloebers, die nu maar elke dag naar hun werk moeten en in de file staan, sorry, ik wil echt niet met jullie ruilen!
Willem, je krijgt echt een kaart van me. De postzegels heb ik al, alleen de kaart nog niet. Die ga ik kopen en je kaart komt eraan, zodat je weer de groeten aan me kunt doen!!
Over de autoweg
We hebben gisteravond inderdaad heerlijk gegeten bij de Portugezen, alleen waren we de twee enige bezoekers en dat was wel jammer, maar ja, met dit slechte weer gaat er niemand aan het strand eten natuurlijk. Maar vanmorgen na het ontbijt bij dezelfde Portugezen zag het weer er weer een stuk beter uit, dus we gingen welgemoed op weg. In de gids werd ons de officiële Jacobsroute sterk afgeraden, omdat het pad heel moeilijk te vinden is, de kans op verdwalen dus groot en het pad bovendien erg overwoekerd schijnt te zijn. Dus hebben we maar de Route National genomen en dat ging prima, tot bleek dat deze weg zonder enige waarschuwing overging in de autoweg en we dus tot onze schrik ineens op de autoroute bleken te wandelen. Dat was niet geheel de bedoeling, dus snel terug en het talud af, wat niet meevalt met je rugzak en toen een tunneltje door onder de autoroute naar de andere kant, want we moesten een stuk teruglopen. Aan de andere kant het talud weer opgekrabbeld, wat helemaal niet meevalt met je rugzak en toen moesten we weer een eind over de vluchtstrook terug. Nou wandelen we natuurlijk wel snel, maar om dan maar over de snelweg te gaan lopen, is wel wat overdreven. Marianne ging uitgebreid op de vangrail zitten, want ze wilde nu ook wel eens ‘bermtoerist’ zijn, maar het ging pijpestelen regenen, dus dan is het leven van een bermtoerist ook niet leuk meer.
Het blijft ons verbazen dat het weer hier zo snel wisselt. Zo schijnt de zon en zo regent het, we hebben vandaag wel zo’n vijf keer poncho aan, poncho uit gedaan. Vanmorgen ook, het hoosde zo erg dat we in een tunneltje hebben staan schuilen en het water gewoon in golven het tunneltje inliep. Dat duurt dan een minuut of tien, dan wordt het droog en schijnt meteen de zon. Overal zie je dan de damp opstijgen en tegelijk zie je in de verte de volgende bui aankomen. Ze zeggen hier dat het weer niet normaal is, maar als ik zo naar de natuur hier kijk, dan geloof ik dat niet zo erg. Het is wel erg mooi hier, heel groen (en dat komt meestal niet van de droogte) en overal staan orchideeën, sinaasappel- en citroenbomen. Je kunt de citroenen zo van de grond oprapen. Ik geniet hier echt reusachtig. Onderweg hebben we uitgebreid staan praten met twee Duitsers. Zij kwamen uit Keulen en riepen dus opgetogen: ”O, dan zijn we buren“. De een had een huisje in Oostkapelle, dus die sprak een beetje Nederlands. Het blijft geweldig leuk om zoveel verschillende mensen van zoveel verschillende nationaliteiten te ontmoeten. Maar ja, staan praten brengt je niet verder natuurlijk en Canero, ons einddoel van vandaag, was verder weg dan we verwacht hadden, dus het was een uur of zes toen we aankwamen.
Alweer een dag voorbij, wat gaat het toch vlug allemaal, nog een paar dagen en we verlaten de kust. We zijn nog wel van plan om voor of in Ribadero nog een rustdag in te plannen, want ja, dat strand blijft toch lokken. We zullen toch wel één keer aan het strand kunnen liggen, één keertje maar?
Overigens valt het me op, dat Marianne’s familie op het ogenblik meer commentaar levert dan de mijne…….
Het is maar een wenk!
Een dagje strand?
Toen we vanmorgen opstonden was het stralend weer, dus de korte broek aan, petje op en op weg! Onderweg hebben we een ontbijtje gescoord en na een kilometer of zes zaten we aan de koffie in Cudillero. Vanwege het schitterende weer besloten we ad hoc tot een rustdag, want ik wilde toch wel eens een keertje aan het strand liggen. Manfred liep door, wij gingen naar de VVV om te vragen waar het dichtstbijzijnde strand was. Dat was nog een kilometer of vijf lopen.
Terwijl we erheen liepen, begon het te betrekken en kwam er bewolking en toen we het strand van Concha de Artedo opliepen, begon het te regenen!! Ik ben nog wel even in het water geweest tot aan mijn kuiten, hoewel Marianne beweert dat mijn kuiten dan wel opmerkelijk laag zitten, maar zij is er helemaal niet in geweest. Zij wist namelijk al hoe koud het water is! Het is ongelooflijk hoe snel het weer om kan slaan hier. Nu zitten we in een warme trui op een terras en Marianne heeft blauwe nagels van de kou. Ze ziet steeds hoopvol een ‘manshemd’ blauwe lucht en dan wordt het mooier weer volgens haar, maar ik zie er nog niets van.
We zitten hier in een vissershaven met maar een huis of zes en vier daarvan zijn restaurant of pension. Wij zitten in een pension met uitzicht op zee, dus dat is in ieder geval nog iets, kunnen we inslapen bij het geruis der branding. Toen we een stempel gingen halen, zat een oude vrouw iets te broddelen en toen Marianne vroeg wat ze nu eigenlijk aan het maken was, kreeg ze een hoedje cadeau voor haar kleinzoon. De mensen zijn echt superaardig hier ook weer.
Het is wel grappig dit uitzicht, want nu zien we kinderen die staan te vissen en allemaal vissen aan een touwtje hebben geregen. Morgen wacht ons een zware tocht, want we stijgen naar zo’n duizend meter. Maar dat zien we morgen dan wel weer, eerst gaan we eten in een restaurant waar twee Portugezen de scepter zwaaien en zij hebben ons een heerlijk maal beloofd.
Pasje weg
De baas in de herberg heette Leclerc en was volgens eigen zeggen van origine Nederlander. ”Ja“, zei Marianne, ”u heeft de blauwe ogen van mijn vader“ en de man smolt ter plekke. Hij liep met ons mee om een goed restaurant aan te wijzen en we kregen zelfs de sleutel mee, zodat we later dan tien uur terug mochten komen. Nou, we hebben voortreffelijk gegeten en we waren liederlijk laat terug, pas om half twaalf. We wilden vanmorgen vroeg weg, maar door allerlei ditjes en datjes was het toch al negen uur toen we de stad uitliepen. Ik zei: ”Ik ga eerst nog even geld pinnen, want ik weet niet wanneer we weer iets tegenkomen“. Jawel, dat kun je makkelijk zeggen, maar hoe ik ook zocht, ik kon nergens mijn bankpasje meer vinden. Die heb ik naar alle waarschijnlijkheid gisteren in de pinautomaat laten zitten. Jullie snappen dat ik me het apelazerus schrok. Gauw een sms-je naar Geer dat ze het pasje moest laten blokkeren. Die belde al meteen terug om te vragen of ik nu zonder geld zit de rest van de tocht, want de creditcard ligt thuis. Gelukkig vond ik in mijn portemonnee nog de giropas van Gery’s rekening en hoe het kan weet ik ook niet, want ik gebruik dat ding nooit, maar ik wist mijn pincode!! Gery heeft toen meteen mijn pasje laten blokkeren, dus gelukkig is alles opgelost, maar de schrik schiet je wel even goed in de benen natuurlijk. ‘Alles loslaten’ is dan wel de kreet, maar als je je pasje dus loslaat, wordt het erg moeilijk. Deze pelgrim eindigde dus bijna in de goot, bedelend om een stukje brood en een glas water. Maar, om een beetje in stijl te blijven: ik ben nu op weg op kosten van mijn eigen barmhartige Samaritaanse. Zo zie je, het komt wel weer goed!
We hadden vandaag harde tegenwind en dat valt echt niet mee met een rugzak op je rug. Je bent net een zeilboot en wordt alle kanten opgeblazen. Bovendien liepen we een stukje verkeerd (uiteraard!!) en Marianne houdt niet van teruglopen, dus hebben we de weg gevraagd aan een voorbijganger. De man is vervolgens wel 5 km met ons mee gelopen om ons de weg te wijzen. Aardige mensen hier! Aardige mensen en een prachtige omgeving. We hebben vanwege het feit dat we een beetje verdwaald waren, een heel eind langs de Route National gelopen en dat is nooit zo prettig, want de Spanjaarden gebruiken die als racebaan en je moet dus heel goed opletten, maar we hadden af en toe hele mooie uitzichten op zee. Het is hier echt heel erg mooi! Nu zitten we knusjes in een hotel in Muros de Nalon. De plaats zelf ligt een beetje het binnenland in, maar vanuit de plaats loopt een klein weggetje naar de kust en aan het einde van dat weggetje staat ons hotel. Vlak aan zee dus. Het kan slechter!
Manfred heeft uitgerekend dat het nog maar ongeveer 300 km is tot Santiago. Dat vervult ons met zorg………
Aardige mensen
Eerst hebben we uitgeslapen vandaag, daarna uitgebreid ontbeten in de jeugdherberg. Het regende heel erg hard, geen weer om al te gaan lopen, dus hebben Manfred, Marianne en ik de bus genomen naar het centrum. Marianne moest naar het postkantoor, Manfred moest ook iets doen, het werd een beetje droog, dus hebben we wat rondgelummeld in het centrum. Toen begon het weer loeihard te regenen, dus zijn we maar iets gaan eten. Maar het bleef regenen en dan is een stad ook niet leuk, dus we besloten om kwart over twaalf toch maar op stap te gaan. Onderweg hebben we alle leuke plekjes, restaurantjes, stranden en pubs opgenoemd, waar we hadden kunnen zitten als we een vrije dag genomen hadden en als het niet zo zou regenen. Maar ja…. “met die regen“. Dus we liepen maar door en toen we net buiten de stad waren, werd het droog en prachtig weer!! Ja, dan ga je niet meer terug natuurlijk.
Onderweg kwamen we langs een bakker, maar die had alleen hele grote broden te koop, waar we niets aan hadden. Nou ja, niets aan te doen en we liepen alweer verder toen de bakker riep: ”Nee, wacht even“ en toen kregen we gratis een soort cake. Geweldig aardig. Trouwens, de mensen zijn hier erg aardig, ze hebben veel belangstelling, wijzen je de weg en zijn erg vriendelijk. We kwamen ook twee Hollanders tegen en die begonnen bijna te applaudiseren toen ze hoorden dat Marianne helemaal uit Holland was komen lopen. Ze zeiden: ”We hebben wel steeds die schelpen gezien en we hebben geprobeerd die te volgen, maar er was geen pad!“”Jawel“, zeiden we, ”dat is het pad“. Kijk, dat zijn glorieuze momenten voor een pelgrim, nietwaar?
Manfred doet alles tegelijk: lopen, praten, schrijven, fotograferen. Als hij gele pijlen ziet, drukt hij op de startknop en gaat er als een pijl uit de boog vandoor, vliegt de berg op met enorme snelheid, tot hij ineens geen gele pijlen meer ziet en dan slaat de paniek toe en is hij bang te verdwalen. Hij was ook erg boos, omdat in zijn gids stond dat het een makkelijke en lichte wandeling was en dat bleek het dus niet te zijn!! Ja, die gidsen weet wat, de Duitse en Spaanse gidsen verschillen nogal eens van mening. In de gids stond dat we in Aviles, ons einddoel voor vandaag, in de herberg moesten zijn, die knalgeel geschilderd is. In de gids van Marianne staat er zelfs een foto van. Echt knalgeel. Dus wij in Aviles zoeken en zoeken en zoeken naar die knalgele herberg. Niets te zien tot we bij de herberg uiteindelijk belandden, die ….. hardblauw bleek te zijn. 
Kijk, dat kun je niet maken als herberg natuurlijk. Het is te begrijpen dat je wel eens een ander kleurtje wilt, maar dat doe je natuurlijk niet zonder alle gidsen ter wereld een nieuwe foto te sturen. Dit is misleiding van de pelgrim en dat is zeer ernstig.
Nu is het weer tijd voor broekspijpen wassen, een hapje eten en dan lekker slapen, want morgen is het weer vroeg dag, het is niet alle dagen feest.
Snoepjes
Het was vandaag redelijk weer. Vanmorgen zag het er erg dreigend uit, maar het klaarde steeds meer op. We hebben vandaag een heel lange route gelopen, ruim 35 km. We zijn om half acht al vertrokken en de weg was moeilijk en zwaar. We moesten hele hoge bergen over en die waren erg steil. We gingen zogezegd nou niet als een hinde de berg op, het was meer strompelen. We zagen onderweg wel hindes trouwens, die staken vlak voor ons ineens recht de weg over. Dat is natuurlijk prachtig om te zien. Als je dan eindelijk boven op de top van zo’n berg bent, zie je heel diep beneden je een dorpje liggen en dan weet je dat je daar weer naar af moet dalen. En achter dat dorpje zie je dan weer een heuvelrug, waarvan je weet dat je die daarna weer op moet. Het was dus met recht vandaag: ‘Op bergen en in dalen’. Maar hoe hoog de berg ook is, hoe diep het dal, uiteindelijk bereikten we een restaurantje vlak voor Gijon. Daar zijn we eerst maar eens neergestreken om iets te drinken. Er was net een eindexamenfeest met drie meisjes verkleed als flamingodanseressen, dus we vielen met onze neus in de boter. Nadat we daar een tijdje gezeten hadden, hebben we meteen maar gevraagd of we ook iets konden eten en dat kon. Dus toen zaten we, voor Spaanse begrippen achterlijk vroeg, aan tafel. Het eten was heerlijk, daar knapt een mens van op en dan verdwijnt de moeheid uit je benen. Aangezien er dan weer iets anders in de benen zakt, hebben wij ons na het eten de laatste kilometer door een taxi naar de jeugdherberg laten vervoeren, dus daar kwamen we glorieus voorrijden. Ook wel eens leuk voor een keer toch?
Onderweg hebben we ook de afslag gezien die over de picos de Europa leidt. Daar moet je dus doorheen met kompas en touwen, enz. Met andere woorden: dat is echt berg beklimmen. We hebben besloten (althans ik, Marianne had dat thuis al besloten) dat niet te gaan wagen, maar langs de kust verder te gaan. Het kan ook te gek worden.
Net toen dat wijze besluit gevallen was, stopte er een auto naast ons met een oude baas erin, die ons luidkeels begon te vertellen dat we die afslag moesten nemen naar de picos. Wat doe je dan laf? Juist, je doet gewoon of je niets van hem verstaat. Dus hij begon steeds meer te overtuigen en wij deden steeds meer alsof we helemaal niets begrepen van wat hij zei. Na een tijdje zag hij er kennelijk geen heil meer in, want hij stopte ermee, en haalde uit zijn zak toen voor ons ….. snoepjes. Die kregen we toen maar, zoals je kinderen zoethoudt. Dat was wel erg leuk.
Zo is er elke dag wel iets. Onze Duitse Manfred loopt heel erg hard, wij noemen hem de ‘vliegende Duitser’ (aangezien ik nou in de bergen niet echt een vliegende Hollander ben is dit wel een mooi alternatief). Hij loopt heel hard, maar vervolgens rust hij heel lang, dus dan halen wij hem weer in en zit hij heerlijk rustig aan de kant van de weg te schrijven.
Tot Ribadeo lopen we nog langs de kust, daarna gaan we het binnenland in voor het laatste stuk. Het begint alweer op te schieten.
Limonadefontein
Vanmorgen begon de pret al vroeg. Marianne had limonade in haar fles gedaan voor onderweg en die fles ontplofte. De limonade spoot er gewoon met enorme kracht uit. Gelukkig had ze de tegenwoordigheid van geest om snel uit het open raam te richten, zodat voorbijgangers een fontein van limonade naar buiten zagen komen. Dat was lachen natuurlijk.
Verder wilden we naar een prehistorisch kerkje, waar bijzondere wandschilderingen zijn. Zoals veel kerken in Spanje was ook deze dicht, maar geen nood. Marianne belde gewoon bij de buurvrouw aan en laat die nou de sleutel hebben! Dus konden we het kerkje inclusief de wandschilderingen uitgebreid bewonderen.
Verder hebben we vandaag lekker gewandeld. We zijn vertrokken met prachtig weer, onderweg werd het herfst en nu is het voorjaar, dus we hadden weer vele mogelijkheden vandaag.
Hartelijk dank voor alle commentaren. Als we ze zelf niet kunnen zien, leest Gery ze ’s avonds voor en zet ons verhaal dan weer op de website. Corrie, dank voor het gedicht en uiteraard is het prima als je op de website schrijft. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd! Want ook dat leer ik hier weer: het is heerlijk om af en toe alleen te lopen, dat doen we ook, maar het is ook heerlijk om met andere mensen te zijn en te kunnen vertellen, lachen, eten, enz. We beginnen elkaar allemaal een beetje beter te kennen nu, omdat we elkaar natuurlijk regelmatig weer tegenkomen en dat is gewoon erg leuk. Vanavond was Manfred de laatste en werd met applaus begroet toen hij binnenkwam. Kortom, ook op deze camino kun je niet alles alleen doen en heb je elkaar nodig! (sprak hij wijs)
We zitten nu in Sebrayo, een piepklein gehucht in de gemeente Villaviciosa. Het gehucht is zo klein, dat er zelfs geen kerk is, dus kleiner kan eigenlijk niet. Dat er geen kerk is, is tot daar aan toe, maar er is ook geen restaurant of bar, zelfs geen winkel. We hebben dus boodschappen gedaan in een soort rijdend winkeltje en moeten zelf ons eten klaarmaken. Nu is dat geen punt, als we tenminste pannen zouden hebben. Want die zijn er niet in de kleine refugio, waar we nu zitten. Zelfs geen glas. De kunst is nu om eieren te bakken op een soort bakplaat; ik sta nu met mijn ene hand aan de telefoon en met de andere hand tracht ik een spiegelei te fabriceren. Erg hard gaat het niet, maar alla, een pelgrim moet zich kunnen redden. We zitten hier met een Frans stel, dat we al eerder hebben ontmoet, een Hongaar, een Duitser en twee Hollanders, dus we houden ons gezamenlijk ijverig bezig met een verenigd Europa! En dat zonder Brussel. Helemaal niet nodig, al dat gedoe, gewoon allemaal de camino lopen!!
Spaanse klompen
Heb ik al verteld dat ik een poosje geleden mijn Hollandse klompjes verloren ben? Zo niet, dan weten jullie het nu. Ik vond dat wel erg jammer, maar helaas, niets aan te doen. Teruglopen heeft weinig zin, want je vindt ze nooit meer terug. Groot was dan ook de verbazing toen het Duitse stel, dat ik al eerder gezien had op de pont (die van ‘bekocht’ ) een paar dagen geleden aan me vroeg of ik soms klompjes verloren was, want ze hadden onderweg klompjes langs de weg zien liggen en aangezien ik uit Holland kwam …. ”Hadden we ze nou maar meegenomen“, zeiden ze, ”wat jammer“. Nou ja, er zijn ergere dingen. Gisteravond ontmoetten we ze weer en toen kreeg ik een pakje van ze, waar Spaanse klompjes in zaten. Leuk, hè?
Het eten gisteravond was slecht, dus maar op tijd naar bed. Midden in de nacht, toen iedereen in diepe rust was, om een uur of vier ineens een hels kabaal: een groep Italianen, ladderzat, die met veel herrie binnenkwamen, op alle deuren klopten, kortom, Italië arriveerde! Ergernis alom natuurlijk, ik hoorde ook al geluiden uit het bed boven me en ineens zag ik een paar benen voorbij zwiepen en stormde Marianne als een ware Jeanne d’ Arc op de Italianen af om hen duidelijk te maken wat ze ervan vond. En dat begrepen ze!!
In Llanes is een heel mooi kunstwerk: daar hebben ze de basaltblokken die langs het strand liggen, geschilderd in allerlei kleuren. Dat is echt de moeite waard om te zien, heel vrolijk, ook al regende het.
Trouwens, vandaag was de allermooiste dag die ik tot nu toe in Spanje gehad heb: prachtig weer, een schitterende route, in één woord geweldig! Vanmorgen was ik met Hans uit Hamburg vooruit gelopen en Marianne en de andere Duitser, Manfred, kwamen achter ons aan, dachten we, maar haalden ons maar niet in, terwijll ze toch veel harder lopen. We liepen al langzamer, dronken iets op een terrasje, liepen weer een stuk, dronken weer koffie, maar in geen velden of wegen waren Manfred en Marianne te bekennen. Pas tegen de middag kwamen ze ons achterop. Wat bleek? Ze waren weer 3 km teruggelopen, omdat Marianne haar stok vergeten was. Ze merkte daarover filosofisch op: ”De hele weg zegt iedereen dat ik alles los moet laten, maar alles wat ik loslaat, heb ik vervolgens nodig!“. Dat klopt, want zonder stok begin je hier echt niets. Verder hebben we ons beziggehouden met het opzeggen van het gedicht ‘De tuinman en de dood’, want Marianne moest dat natuurlijk vroeger ook op school leren. Marianne vond ook nog dat je erbij moest staan, want dat moest op haar examen ook. We kenden het niet meer helemaal, maar aangezien we toch filosofisch bezig waren, vonden we dat dit gedicht over de camino ging: Hoe ver je ook wegloopt, je kunt het lot toch niet vermijden.
Jullie zien, het is niet alleen eten en drinken en lachen, we hebben het ook nog wel eens ergens over. Maar nu even niet, want we zitten nu in Ribadesella, in een hotel op honderd meter afstand van het strand. Ja, dat is ons lot vandaag, daar doe je niets aan!
