2013: Camino de Levante

Alles is hier Don Quichot

don-quichot-web Gisteren in het hotel heb ik een Nederlands echtpaar ontmoet, dat ook op weg is naar Santiago. De Fransen waren er natuurlijk ook weer, dus het wordt een hele drukte. Gery vindt dat gezelliger voor mij, maar ik heb er totaal geen moeite mee om alleen te lopen. Ik vind het prima.
Ik ben door een groot dal gelopen met een doorsnede van een kilometer of tien, maar je kon het hele dal overzien en rondom waren de heuvels. Het was een hele mooie weg daar doorheen. Onderweg heb ik verder geen medepelgrims gezien, wel weer twee schaapskuddes.
En….. ik heb de molens van Don Quichot gezien.

molens-web

Ze zagen er toch weer anders uit dan ik me had voorgesteld. De wieken draaien niet, de meeste nooit. Er schijnt één molen te zijn die eenmaal per maand op zaterdag draait, die heet dan ook ‘La Gigante’. Ik heb dus niet met eigen ogen kunnen waarnemen welke kant de wieken opdraaien en vragen in het Spaans wordt ook wel ingewikkeld, dus het zal eeuwig de vraag blijven of ze nu net als in Nederland draaien of precies andersom. Misschien moet ik dus nog wel een keer terug…..
In Mota del Cuervo was ter overnachting een casa rural, die erg duur was en als tegenwicht een tehuis voor daklozen. Daar had ik niet veel zin in, dus ben ik maar doorgelopen en ruim 35 km later ben ik gearriveerd in El Toboso. Nu zit ik in een soort albergue, maar in plaats van een slaapzaal hebben we allemaal aparte kamertjes.
Ik maak het kort, want ik moet nog even naar het museum van Dulcinea. Alles, werkelijk alles draait hier om het verhaal van Don Quichot. Leuk is dat. Dus maar weer….. tot morgen!

Categorieën: 2013: Camino de Levante | 2 reacties

Twee keer verdwaald

Ik heb betere dagen gekend.
De dag begon goed: een heerlijk ontbijt in het hotel, 23 graden, een zonnetje, allemaal geweldig.

Ik stapte vrolijk voort en kwam een boer tegen. Net Sancho Panza, maar dan niet op een ezel, maar op een trekker. Die begreep niet hoe een mens zo idioot kon zijn om zo’n verschrikkelijk eind te gaan lopen en dan ook nog met zo’n zware zak op zijn rug. Het was allemaal ‘nada’. Vervolgens deelde hij mede dat ik de verkeerde kant op liep. Hij had ook al tegen twee Fransen gezegd dat ze verkeerd liepen, maar die waren gewoon doorgelopen. Hij bood aan me op zijn trekker terug naar het dorp te brengen, maar ik keek in mijn gids en dacht: “Ik loop goed”. Ja, toen kon hij er ook niets aan doen en hoofdschuddend over zoveel domheid reed hij verder.

En ik stapte monter voort tot ik weer iemand tegenkwam die me toevoegde dat ik de verkeerde kant opging. Maar ik, eigenwijs, dacht: “Dat kan niet” en stapte vrolijk voort. Het is hier wel ontzettend eenzaam. Ik liep langs de ruïne van een kasteel en een dorp dat verlaten was op één huis na. Daar stond een paard aan een paaltje gebonden. Dat paard schrok zo van mij, toen hij mij zag, dat hij met zo’n bloedvaart wegrende, dat hij touw en paal uit de grond rukte. Dat beest ziet nooit iemand natuurlijk. Dat was toch eigenlijk een duidelijke waarschuwing…
Maar pas toen de derde man die ik zag, zei dat ik echt verkeerd liep, liet ik me overtuigen en keerde op mijn schreden terug. Dat betekende dus dat ik 6 km onnodig heb gelopen.

Maar ja, daar is wel overheen te komen en eenmaal op de goede weg teruggekeerd zag ik de gele pijlen weer en hoefde die alleen maar te volgen. Tot het moment dat ik in mijn gidsje keek en las dat ik het kasteel aan de rechterkant moest houden. Ik zag dus helemaal geen kasteel… Ik moest over een beek en dat klopte weer wel, maar ja, die beek is lang natuurlijk en het zal wel niet de goede plek geweest zijn, want daarna moest ik langs een grote eenzame eik komen. Nou, de enige die eenzaam was, was ikzelf. Ik wist echt totaal niet meer waar ik was. Ik heb de GPS erbij gehaald, maar daar werd ik ook niet veel wijzer van, want daar staan natuurlijk geen voetpaden op. Wat nu?

In de verte zag ik een kerktoren, dus ik redeneerde: “Bij een kerktoren hoort een dorp en bij een dorp hoort een weg”. Dus ik ben richting kerktoren gelopen en kwam inderdaad uit in een dorp op een weg voor auto’s. Op die weg stond ook een bord, waarop stond dat het naar Las Pedroneras, mijn eindbestemming voor vandaag, nog 12 km was!
Als ik nu slim geweest was, had ik natuurlijk in dat dorp gekeken of er een bushalte was, of anders een taxibedrijf, zodat ik me de laatste kilometers comfortabel kon laten rijden. Maar zo slim was ik niet, dus ik heb die kilometers ook nog maar gelopen. Al mat al heb ik er vandaag weer 36,45 km op zitten in plaats van de geplande vijfentwintig.
Maar deze ezelachtige Sancho Panza kwam om kwart voor vijf toch aan in Las Pedroneras.

In de refugio zijn maar twee bedden en die hebben de Fransen al in bezit, dus ik slaap weer in een chauffeurshotel. Ik heb een nette kamer en kan hier ook eten.
Dus……vandaag geen geloop meer!
Zo zien jullie, het is niet elke dag feest. Maar heb ik het nu slecht naar mijn zin? Zeker niet, morgen gaan we er weer fris tegenaan!

Categorieën: 2013: Camino de Levante | Een reactie plaatsen

Meer dan 36 kilometers

Zo, aangezien mijn Franse medepelgrims al om zes uur opstonden om weg te gaan, ben ik er ook maar uit gegaan, heb me heel op mijn gemak gewassen, geschoren en mijn tas ingepakt. Toen ben ik op mijn gemak gaan ontbijten en vervolgens rustig aan op stap gegaan. Koud dat het was!! Het was maar 4 graden!! Nou kon ik natuurlijk mijn lekker warme trui aandoen, maar die zat in mijn rugzak en ik had geen zin om die er weer uit te plukken, dus gewoon maar doorlopen is dan het beste. Van schrik was ik om half twaalf al op de volgende plaats van bestemming Minaya. Er was wel een hotel, maar vlakbij de autoroute. Het dorp was nou ook niet zo bijzonder om er een middag rond te dwalen, dus ik nam een boccadillo, een Spaanse sandwich, en een kloek besluit en dacht: “Ik loop gewoon verder naar de volgende plaats”.
Het is verbazingwekkend hoe ik alweer gewend ben na anderhalve week lopen, want het ging prima. In Los Pinos veranderde het landschap weer en nu is het weer meer afwisselend met pijnbomen en zo. Tot mijn verbazing zag ik ineens mijn Franse pelgrims voor me uit lopen. Dus die hebben lang zitten eten. Ik heb ze niet ingehaald, want zij lopen harder dan ik. Ik loop in mijn eigen tempo van ongeveer 4 km per uur en wijk daar ook niet van af.

Verder heb ik onderweg niemand gezien en ik was om kwart over vier na ruim 36 km in San Clemente. Ik heb een hotelletje, waar alles wel een beetje aan het minimum zit, ook de warmte van het water, want dat is lauw. Maar in de refugio’s heb ik soms alleen koud water, dus vooruit maar.
De Fransen moeten hier ook ergens in het dorp zijn, maar ik heb ze nog niet gezien. Ik zal eens een wandelingetje gaan maken.
Vandaag valt er dus verder niet veel te vertellen.

Categorieën: 2013: Camino de Levante | 2 reacties

Camion de apoyo

Gisteravond was ik voor de Fransen weer de reddende engel, want die hadden 40 km gelopen, dus waren al versleten en hadden vervolgens wel een uur door het dorp lopen dwalen op zoek naar een slaapplaats. En toen vonden ze mij en ik sprak ook nog Frans. Zo zie je maar, je helpt elkaar.
Ze gingen snel even hun spullen wegzetten en zouden na een kwartier in de cafetaria zijn om te eten. Nou, dat kwartier werd natuurlijk drie kwartier. Het eten was voortreffelijk, maar zoals het Fransen betaamt onderwerp van gesprek. Een ander belangrijk onderwerp is het volgende: zij vroegen hoe oud ik was en konden niet geloven dat ik 69 jaar ben. Ze dachten hooguit zestig! En dat ik dan liep met zo’n zware rugzak! Jullie begrijpen dat ik dit erg graag hoor!!
Jullie krijgen misschien de indruk van de website dat ik van de ene gebeurtenis in de andere rol, maar zo is het natuurlijk niet. Ik loop uren en uren zonder iemand te zien of zonder dat er ook maar iets gebeurt. Ja, ik liep vandaag ineens midden tussen een kudde van 150 schapen en dat is dan even een leuke afwisseling, maar verder is het gewoon kuieren tot ik er weer ben. Wat wel bijzonder was vandaag was dat er een bestelbusje naast me stopte, waarop een Jacobsschelp stond en de woorden ‘Camino de Apoyo’ (als ik het tenminste goed onthouden heb). Dat busje rijdt speciaal over de camino om pelgrims eventueel hulp te bieden. Dat heb ik nog op geen enkele camino meegemaakt. Ze stopten ook en vroegen hoe het ging en raadden me aan in La Roda naar de refugio in de stierenarena te gaan.

Arena-web

Dus ik ben stap-stap-stap naar La Roda gelopen, daar was ik met de middag. Bij de arena zaten de Franse vrienden al te wachten totdat er iemand zou komen. Ik zei, dat dat niet vanzelf ging, maar dat ze moesten bellen. Ja, maar zij hadden geen nummer en ik wel. Dus toen stond er binnen vijf minuten iemand voor onze neus die de deur openmaakte. We hebben met zijn drieën een kamer. Naast ons is nog een kamer met een Frans echtpaar, maar dat heeft besloten terug te gaan en ermee op te houden. De vrouw ziet het niet meer zitten en loopt ook erg ongelukkig.
De beheerder van de refugio raadde ons een restaurant aan, dat erg goed was volgens hem, dus wij op naar de maaltijd. We zijn wel drie keer het hotel voorbijgelopen, zo chic was het. Uiteindelijk toch maar naar binnen en toen bleek het menu € 11 te kosten. Het vlees en het nagerecht waren wel goed, maar vooraf kregen we een soort soep van witte bonen en daar dreven de varkensoren in. Ik vond het geen aanlokkelijk gezicht en heb ze dus maar opzij geschoven.
Nu ga ik op zoek naar een schoenmaker, want de zool van mijn linkerschoen laat los, dus die moet geplakt. Afhankelijk van de schoenmaker besluit ik dan wat ik morgen ga doen. “Lopen natuurlijk”, zullen jullie nu zeggen en dat ga ik ook doen, maar tot de eerstvolgende plaats is het 19 km en de plaats daarna is dan nog 17 km. Als ik vroeg weg kan, heb ik een beetje in mijn hoofd om die maar achter elkaar te gaan lopen. Gery zegt dat het onzin is, want op zo’n ongelooooflijk lange tijd dat ze alleen zit, maakt een dag meer of minder niet meer uit! Nou ja, als ik morgen eerst mijn schoen op moet halen, wordt het waarschijnlijk te laat. We zien wel wat de dag van morgen brengt.

Categorieën: 2013: Camino de Levante | 3 reacties

Pablo, Bernardo en Angel

Allereerst trek ik mijn woorden over het luie personeel in mijn hotel in, want vanmorgen vroeg ik bij vertrek aan de nachtportierster of ik ergens ontbijt kon krijgen en toen heeft ze voor mij het café open gedaan en een heerlijk ontbijt voor me gemaakt met zelf geperst sinaasappelsap. Dus ik was weer eens te snel met mijn oordeel.

Na dat lekkere ontbijt ben ik vertrokken bij 20 graden met een zonnetje en een windje, dus wie doet je wat. Ik heb bijna de hele route langs of vlak in de nabijheid van een spoorbaan gelopen. Het was een mooie weg, maar op den duur wel een beetje saai. Onderweg kwam ik langs een hondenracebaan, waar de honden als een gek achter een kunsthaas rennen over een baan van wel een kilometer en dan rennen ze ook nog terug.
Verder kwam ik langs eindeloze bouwlanden met mais en koren. De olijf- en amandelbomen zijn nu weer verdwenen.

In mijn gids stond dat ik niet al te vast kon rekenen op een slaapplaats in La Gineta, mijn eindbestemming van vandaag. Ik kon het proberen bij het gemeentehuis of de lokale politie, maar voor alle zekerheid stonden er ook de tijden van de bus naar het volgende dorp bij.

Goed, ik kom hier om een uur of half één aan en dan begint een prachtige belevenis…..

pablo-webIk probeer het gemeentehuis te bellen, maar ja, op zondag is er natuurlijk niemand. En het hele dorp is uitgestorven, geen kip te zien. Dus ik loop en loop. Dan zie ik een meneer naar buiten komen en naar zijn auto gaan. Ik zeg gedag, maar dan ziet hij mijn schelp: “O, bent u een pelgrim? Gaat u naar Santiago?” Ik ben natuurlijk altijd in voor een praatje, dus we babbelen wat en ik maak van de gelegenheid gebruik om te vragen of er ergens een hotel of refugio is. “Nee, die is er niet”, zegt hij, “maar wacht maar even, dan bel ik de burgemeester”. Dus ik wacht netjes en ja hoor, ik mag slapen in het sportcentrum van het dorp. “Hoe kom ik daar?”, vraag ik, maar ook daar weet hij raad op, want hij roept zijn zoontje van een jaar of negen en deze Pablo moet mij maar naar het sportcentrum brengen. Pablo kijkt wat schichtig naar zo’n vreemde kerel in zo’n rare uitmonstering, maar gelukkig ziet hij een vriendje, Bernardo, en die wordt ook gecharterd. Ik probeer een praatje met ze te maken in het Engels en onbekommerd spuien ze alle woorden die ze kennen. Onderweg komen we een vriendinnetje van hen tegen, Angel, die nieuwsgierig is natuurlijk. Daar wordt uitgebreid en vol trots tegen verteld dat deze meneer een pelgrim is en helemaal uit Holland komt. En dan gaat de expeditie dus verder met drie kinderen, die echt alle woorden gebruiken in het Engels die ze kennen.
Bij aankomst in het sportcentrum is alles dicht. Wat nu? Drie kinderen grijpen drie mobieltjes en er wordt druk gebeld met vaders en moeders. Die geven de raad naar het gemeentehuis te gaan. De expeditie trekt op naar het gemeentehuis. Geen kip te zien natuurlijk, maar op een bordje staat het noodnummer van de lokale politie. Kijk, daar kan Angel iets mee, de politie wordt gebeld, wel met enige schroom, want ja, de politie…
De dienstdoende agent zegt, dat we maar naar het bureau moeten komen, dan zal hij zorgen dat hij er ook is. En zo trekt de karavaan voort naar het politiebureau. Daar zit een vriendelijke agent, die echter alleen Spaans spreekt. Ja, dat is dom, vindt Angel, en begint meteen uit te leggen dat deze meneer echt geen Spaans spreekt en dat zij wel zal tolken. In de praktijk blijkt haar kennis van het Engels danig tekort te schieten, wat natuurlijk geen wonder is, maar dan weet de agent de oplossing. De computer wordt aangezet, ik schuif gezellig naast hem, hij tikt een zin in het Spaans in, drukt op de vertaalknop en dan kan ik lezen wat er ongeveer bedoeld wordt.
Ik kom er achter dat de beheerder, die de sleutel heeft van het sportcentrum, pas later aanwezig zal zijn en of ik maar zo vriendelijk wil zijn daarop te wachten. Bernardo heeft inmiddels de plaat gepoetst, maar mijn beide trouwe metgezellen Angel en Pablo tronen me mee naar buiten. Nauwelijks staan we buiten of daar komt een auto aanrijden met de burgemeester zelf, die komt vragen of alles goed verloopt. Ja, hij heeft ook geen sleutel, maar geeft de raad om eerst maar te gaan eten, dan komt het heus wel in orde. Als ik dan na het eten naar het sportcentrum ga, komt de beheerder daar ook. Ik word met heel mijn hebben en houwen in een bestelbusje gestopt, samen met Pablo en Angel en dan gaat het op naar de cafetaria, waar de moeder van Angel werkt. Dus jullie begrijpen dat ze zich in de hoofdrol voelt. Ik heb daar lekker gegeten en om half vier ben ik weer naar het sportcentrum gewandeld, heb een sigaartje gerookt en daar verscheen de beheerder met de sleutel.
Dus ik kon naar binnen en kreeg kleedkamer 1 toegewezen. Daar kan ik slapen, er ligt een matrasje op de grond en er is geen luxe natuurlijk, maar het is geheel gratis. Ik heb mijn vriendje en vriendinnetje ieder € 2 gegeven, maar die wilden ze pas aanpakken toen oom agent zei, dat ze dat maar moesten doen. En ik was nog maar net bezig mijn spullen uit te pakken of er werd op de deur gebonkt en ze kwamen vragen of alles nu goed was. Angel vond dat matrasje maar niks, zag ik. En net kwam Angel weer met de boodschap dat ze van haar moeder moest zeggen dat ik vanavond om acht uur weer welkom ben in de cafetaria om te eten.

Is het niet geweldig? Hier ga je voor, om dit soort dingen mee te maken!
O, er komen nu waarachtig twee Franse pelgrims binnen, dus druk, druk, druk…

Categorieën: 2013: Camino de Levante | 2 reacties

De eerste molen van Don Quichot

Gisteren was ik nog van plan mijn trui weg te gooien als overtollige ballast, maar vanmorgen was ik blij dat ik dat niet gedaan had, want het was koud, toen ik om zeven uur vertrok. Er stond een harde wind en het zag ernaar uit dat het zou gaan regenen, maar dat is gelukkig niet gebeurd. Vanmiddag was het iets beter, ongeveer 20 graden en nu zit ik gelukkig weer in het zonnetje.

Ik daalde de berg (nou berg?) af van Chinchilla en zag in de verte al Albacete liggen. Ik dacht nog: “Dat kan nooit 20 km zijn”, maar dat was het dus precies. Ik liep keurig mijn 4 km per uur en was om exact twaalf uur in Albacete. Onderweg heb ik zegge en schrijve één molen gezien, die zag er wel uit zoals in het boek van Don Quichot, oftewel Don Quijote, zoals ze hier zeggen, maar was volgens mij met geen mogelijkheid meer aan de gang te krijgen, want hij zag er niet uit. Dus daar hoefde ik niet tegen te vechten.

Overigens is alles hier nu wel Don Quichot en Sancho Panza, overal zie je afbeeldingen ervan en kom je de namen tegen. Maar ik zit hier tenslotte nu ook in de hoofdstad van la Manche. Het is een vrij grote stad en er is een heel mooi plein met een schitterende fontein en een protserig gebouw en dat is dus van de ING. Er staat ook met grote letters Nationale Nederlanden op, dus nu weten jullie waar de centen blijven.
Over die fontein gesproken… om twee uur zie je geen sterveling meer op straat, want iedereen is thuis of zit in een bar of restaurant en dan gaan ook de fonteinen uit. Om vier uur komt de stad weer een beetje tot leven en… dan gaan ook de fonteinen weer spuiten.

Ik was van plan om in het hostal voor pelgrims te gaan slapen, maar dat zag er vreselijk uit, dat werd me echt te gek. Aan de overkant was een tweesterrenhotel, dus daar ben ik maar heen gegaan. Het hotel is wel beter, maar het personeel heeft vast een cursus ‘Langzaam aan’ gevolgd, want ze zijn niet vooruit te branden. Ik heb zeker twintig minuten aan de receptie gestaan voor ze me konden vertellen of er nog een kamer was, en toen wisten ze vervolgens nog niet welke. Maar alla, ik ben weer onder de pannen, heb gedoucht en de was gedaan en ben daarna in de stad een hamburger met patat gaan eten. Daar werd ik overvallen door grote groepen bruiloftsgangers, die daar allemaal staande receptie hielden. Volgens mij spreken ze niets af, maar rollen gewoon ergens naar binnen na de plechtigheid. Ik heb vandaag vele bruidsparen gezien in alle soorten en maten, want het is zaterdag en dan wordt er getrouwd. Mijn indruk is toch dat het allemaal wat zuiniger gaat: simpeler jurken, minder uitbundige uitmonstering.
De trappen van de kathedraal liggen nu vol serpentines en rijst. De meeste paren die ik gezien heb kwamen met hun kroost aan de hand, dus die rijst hadden ze wel weg kunnen laten.

Ik zie nog steeds geen andere pelgrims en volgens de ober die mij vanmorgen mijn ontbijt gaf, is het ook nooit druk op deze route. Een paar dagen geleden waren er vier pelgrims langs gekomen. Ik denk dus dat het zo rustig blijft voorlopig. Ik vind het geen probleem., het kan nog druk genoeg worden straks.
Gery vertelde net dat het bij jullie nu 11 graden is. Wat zielig!!!

Categorieën: 2013: Camino de Levante | 3 reacties

Chinchilla de Monte Aragon

Het was vandaag een schitterende route. De natuur was geweldig, overal vijgen- en amandelbomen nu, de sinaasappelbomen zijn verleden tijd. Het terrein loopt ook makkelijk, het is bijna vlak. Af en toe een beetje golvend, maar zo weinig dat ik niet eens mijn stok nodig heb als ik omhoog loop.

Nog steeds is deze route stil. Vanmorgen heb ik een pelgrim op de fiets ontmoet en een praatje met hem gemaakt. Die was ook blij dat hij eens iemand zag.
Ik heb er niet zo’n last van, deze route is nu eenmaal rustig en er komen hier weinig pelgrims. Als ik over een paar weken in Zamora ben wordt het weer drukker, want dan kom ik op de Via de la Plata. Maar ik heb dus vandaag eigenlijk niet zoveel te vertellen.

Wel heb ik weer ruim 30 km afgelegd, dus het zijn voor mijn doen aardig lange wandelingen, maar het gaat goed en het gaat me eigenlijk wel gemakkelijk af tot nu toe. De voetjes doen het nog en de schoenen zijn ook weer prima, dankzij Heine.
Ik schreef gisteren dat ik in zo’n keurig hotel zat. Voor de afwisseling zit ik nu hier in Chinchilla de Monte Aragon in een chauffeurscafé. Ik heb een piepklein kamertje met een wastafel, de douche en wc zijn op de gang. Maar wat erger is, ik heb hier vanmiddag gegeten en dat was niks.

Enfin, zo leert deze pelgrim weer wat nederigheid!

Categorieën: 2013: Camino de Levante | Een reactie plaatsen

Met de bus? Ja, met de bus

Voordat nu iedereen begint te keffen, eerst even mijn verhaal lezen.
Toen ik vanmorgen wakker werd, kwam ik erachter dat mijn mobiel niet was opgeladen, ondanks het feit dat ik hem de hele nacht aan de oplader had gehad. Nou kan dat best, want hij is al heeeeeeel oud. Dus dat was tobben, want ik weet dat het thuisfront dan in de stress schiet en ik de onverbiddelijke woorden zal horen: “Zonder telefoon? Niet bereikbaar? Geen sprake van!! Kom maar terug!”
Dus wat is wijsheid? Ik kan nog wel een dag of twee verder, want ik heb twee batterijen, maar ik raak steeds verder het binnenland in en als ik dan geen winkel kan vinden…..
Dus ik nam een wijs besluit en dacht: “Ik ga vanmorgen eerst een nieuwe mobiel kopen en verder zie ik dan wel wat ik doe”. Aan de receptionist gevraagd of hier een winkel was van Vodafone en na een uitgebreid ontbijt bracht hij me keurig tot voor de deur. Het was vijf voor tien en het luik voor de winkel was nog half dicht, maar precies om tien uur ging het luik helemaal omhoog en stoof ik als eerste klant de winkel binnen. Ik legde het probleem uit, ze spraken een paar woorden Engels, maar begrepen het wel. Er werd ernstig naar mijn mobiel gekeken. “Hoe oud is hij?” Nu had ik gisteren gelezen dat Almansa 600 jaar oud is, dus ik zei: “Ongeveer net zo oud als de stad”. Toen was het ijs gebroken. En het aardige is dat er dan niet meteen uit het schap een nieuwe mobiel wordt gerukt, nee, eerst moest ik de oplader onderuit mijn rugzak halen. Helaas was er geen wonder gebeurd intussen en deed hij het nog steeds niet, maar achter uit de winkel werd een nieuwe oplader gehaald en ziedaar…. toch een wonder, want hij deed het! De oplader kreeg ik gratis, omdat ik pelgrim ben.
Vervolgens heb ik gevraagd of er een bus ging naar mijn volgende plaats Higueruela, want inmiddels was het te laat en te warm om nog te gaan lopen, aangezien het een heel lang stuk was vandaag van bijna 40 km. Nou, dat wisten ze niet, want ze gingen nooit met de bus, maar onmiddellijk werd er met kennissen getelefoneerd om dat te vragen. Ja, er reed een bus en razendsnel zochten ze ook even voor me op internet op hoe laat hij ging. Gewapend met werkende mobiel en getekende plattegrond naar de bushalte stapte ik de winkel weer uit.
Dus een warme douche voor Vodafone in Almansa!!
Het was nog wel even zoeken naar de bushalte en ik moest nog even vragen op het politiebureau, waar een heel dikke agent zich welwillend uit de stoel hees om me de weg te wijzen, maar ik kwam er en om half twaalf zat ik in een koele bus op weg naar Higueruela. In de bus zaten een stuk of twintig mensen en iedereen ging zich met me bemoeien. Waar ik heen moest? Gelach om de manier waarop ik de plaatsnaam uitsprak, waar haalt die man het vandaan, en vervolgens werd me bij elke halte gemeld dat ik er nog niet uit moest. Het was erg leuk, maar wat gaat zo’n bus hard, in drie kwartier was ik er.
Higueruela is net het decor voor een film: een pleintje met gemeentehuis, kerk en een hotel, ik geloof nog ergens een kruidenierswinkeltje, een paar huizen en dat is het. Maar het hotel is uitstekend. Ik heb een kamer met bad, tv en een kleine airco en inclusief het ontbijt betaal ik dan € 25. Vanmiddag heb ik ruim twee uur onder de palmbomen zitten eten voor in totaal € 9. O nee, ik heb me een uitspatting veroorloofd en koffie na genomen en die kostte een hele euro.
Verder heb ik het er vandaag van genomen en na het eten een kleine siësta gehouden, want het is hier weer iets boven 30 graden.
En wat die bus betreft…. zeg nou zelf….. als je de keus hebt tussen als een haas zorgen dat je weer bereikbaar bent of naar huis terug, wat doe je dan? Juist!

Categorieën: 2013: Camino de Levante | 2 reacties

Nog steeds stil onderweg

Zo, ik heb er weer ruim 30 km opzitten. Het is een mooie route, maar er is echt niemand te zien. Vanmorgen om half acht is er een oud baasje een eindje met me meegelopen. Hij sprak een taal, waarvan hij dacht dat het Spaans was, maar ik verstond er geen woord van. Daar gaf hij niet om, hij babbelde gewoon door en vond het reuze gezellig.
Er lopen hier veel schapen en die komen af en toe nieuwsgierig kijken wat er nou weer over de weg loopt. Dat is wel komisch.
Tegen drieën was ik in Almansa, mijn halteplaats voor vandaag. Ik zag een paar meisjes van zo’n jaar of veertien, dus die heb ik gevraagd waar een hotel was. Nou, dat was een hoop gegiechel en onderling uitmaken wie antwoord moest geven, want in het Engels…best eng. De een zat in een hogere klas dan de ander, dus die moest het maar doen, maar die zei dat de ander was blijven zitten, dus net zolang Engels had gehad. Eind van het liedje was dat ze met me meeliepen naar het hotel. Onderweg kwamen we nog wat vrienden en vriendinnen tegen, die het ook wel interessant vonden, dus die sloten zich aan. En zo liep opa omringd door jonge meiden door de stad. Voor het Engels spreken hadden ze ook snel een oplossing: ze tikten het Spaans in op hun smartphone en lieten dat vertalen, vervolgens kreeg ik het ding voor mijn neus en kon ik het lezen, want dan hoefden zij het tenminste niet uit te spreken.
Gevolg is wel dat ik nu in een fraai en chic hotel zit. Een echt zakenhotel vol met mannen in mooie pakken. Dus hier zit dan een zwerver tussen de business en het bevalt hem uitstekend de zwerver te zijn en niet de man in het pak. Maar het hotel is aangenaam na de wel zeer eenvoudige refugio’s. Dat mag wel voor een keertje toch?

Categorieën: 2013: Camino de Levante | Een reactie plaatsen

La Font de Figuera

Nou, het eten gisteravond was erg lekker. Dank voor jullie medeleven. Ik heb in een chauffeurscafé heerlijke asperges gegeten met een toetje en zoveel wijn en water als ik maar wilde voor in totaal € 9. Ja, zo wordt Spanje ook niet rijk natuurlijk, ik snap niet hoe ze het kunnen doen.

Vanmorgen heb ik de sleutel weer netjes bij de politie ingeleverd. Volgens mijn gidsje moest ik een bepaalde straat in, maar die kon ik nergens vinden. Geen nood, dan maar even vragen. Maar wie ik het ook vroeg, iedereen zei dat ik terug moest. En ik maar uitleggen dat dat niet de bedoeling was natuurlijk. Ik wil wel heen, maar niet terug. Toen ben ik eerst maar gaan ontbijten en koffiedrinken. Of het nou door de koffie kwam, die me goed wakker maakte, weet ik niet, maar ik kreeg ineens de lumineuze inval dat het gidsje natuurlijk de weg wees vanaf de plek waar het politiebureau toen stond. En ja, een paar regeltjes verder lezen en ik kwam weer goed terecht. Geen wonder dat iedereen mij terugwees. Ik moest toch in die en die straat zijn?

Ik heb vandaag weer braaf mijn kilometers gelopen in de warmte. Jawel, het is hier elke dag bijna 30 graden en dit keer was er onderweg niets, echt helemaal niets. Geen dorp, geen café en geen schaduw. Om nou in de bloedhete zon te gaan zitten is ook zowat, dus dan zit er niets anders op dan doorlopen. Ja, toen ik er bijna was, stonden er langs de kant van de weg drie enorme eiken met een bankje eronder, dus toen heb ik daar even heerlijk in de schaduw gezeten.
Maar het land is leeg, heel leeg. Af en toe zie je een verlaten boerderij en dat is alles. Gisteravond zag ik in het boek van de refugio dat er twee dagen geleden iemand was geweest. In het hele jaar 2012 zijn er welgeteld tachtig pelgrims in deze refugio geweest, dus de pelgrims lopen hier ook niet in file.
Ik vind het tot nu toe niet erg, de voetjes doen het prima en zo heb je tijd om eens na te denken, nietwaar?

Nu zit ik in de refugio van la Font de Figuera. Dat is een hok op het tennisveld, waar twee stapelbedden in staan. Het ligt naast een voetbalveld met kunstgras, dus dat zou vanavond nog wel eens druk kunnen worden. Maar er is wel een heerlijk warme douche en die hoef ik met niemand te delen, want ik ben weer de enige slaper. Net was ik in de bibliotheek om op internet te gaan en daar werd ik met open armen ontvangen, want ik was de eerste Nederlander. Jullie zien dus dat ik mijn land vertegenwoordig!

Categorieën: 2013: Camino de Levante | 1 reactie

Blog op WordPress.com.