Auteursarchief: pelgrimtheo

Rust, rust, rust

Vandaag was ik toerist in Porto. Ik heb eerst heel rustig ontbeten, toen ben ik op mijn gemakje op stap gegaan. Ik heb in het treintje door de stad gereden om een overzicht van de stad te krijgen. Ik kwam ook langs de opslagplaatsen van de port, Jan. Het komt wel goed met die port. In het begin vroeg ik steeds om een ‘porto’, maar dan zeggen ze: “Ja, u bent hier in Porto”. Het blijkt dat ik netjes moet zeggen: ‘vino de Porto’. Je moet het even weten.
Er is hier verschrikkelijk veel te zien. De gebouwen zijn mooi, maar je moet er wel van houden. Er is een soort mengeling van Portugese barok met grote blauwe tegeltableaus. Ik heb de kathedraal bekeken en het klooster ernaast. De kathedraal is mooi, hij is als een soort fort gebouwd en staat op een heuvel. Er zijn trouwens heel veel kerken hier.
Er zijn heel veel toeristen hier, ook heel veel Nederlanders. Die herken je aan het ANWB-gidsje van Portugal, grappig is dat.
Ja, toen was het tijd voor de lunch. Ik ben dus naar de rivier gegaan en heb daar op een terrasje aan het water in de zon de lunch gebruikt. Ik hoorde van Gery en zag op het weerbericht dat er grote donkere wolken boven jullie hoofden hangt en dat het regent, maar ik kan daar helaas niets aan doen. Ik zat hier in de warmte buiten op een terras een salade met rauwe ham te verorberen en een puddinkje toe. Laat ik het voorzichtig zeggen om jullie niet al te jaloers te maken: het was goed uit te houden.
Na de lunch was het tijd voor een boottochtje over de Douro. De oevers van de Douro zijn heel steil en gaan recht naar boven als je in je bootje zit. Zo voer ik zachtjes door de Douro onder zes bruggen door.
Daarna ben ik terug gegaan naar mijn hotel om mijn videocamera op te laden. Gery meldde dat Dicky en Pieter uit Deurne op de website stonden, dus die heb ik gebeld en we hebben afgesproken om zeven uur vanavond voor het station om gezamenlijk een hapje te gaan eten.
Voor het geval jullie nu denken dat het luie leventje in mijn hoofd geslagen is, maak ik jullie er even op attent dat ik morgen weer over ‘s heren wegen loop te zwoegen. En het belooft weer warm te worden! Bovendien schijnt het zowat een dag te duren voor je de stad uit bent en het moet heel lastig te zijn om de weg te vinden. Dus dat wordt weer afzien!!
Gelukkig heb ik mijn GPS en daarop kijk ik nu ook wel eens om te zien of ik de goede richting uitloop. Dus Marnix kan tevreden zijn, want hij snapte maar niet hoe ik steeds kon verdwalen terwijl ik een GSM op zak heb.
Ja, die gebruikte ik alleen om bij de start de knop in te drukken en bij het eindpunt de knop weer uit te zetten. Ik maak dus vorderingen in de elektronica. We zullen zien morgen.

Categorieën: 2010: Camino Portugues | 3 reacties

Ik ben in Porto!

Ik ben in Porto en ik heb het hele stuk gelopen!! Goed, hè?
De eerste helft van de route was erg mooi en leuk. De weg liep over een bergrug en daar waren nog de Romeinse en Middeleeuwse wegen en Middeleeuwse ruïnes. Ik moet zeggen dat de Romeinse wegen veel en veel beter zijn dan de Middeleeuwse, die toch veel later aangelegd zijn.
Het laatste stuk liep ik door de voorsteden van Porto, dat zijn allemaal slaapsteden, net zoiets als de Bijlmer bij ons, dus daar was niet veel aan. Maar opeens zag ik de stad liggen aan de overkant van de rivier en dat geeft nieuwe energie. Ik zag een supermooie metro de brug overgaan en dan in de berg verdwijnen.

Porto-web

En dan komt het moment dat je zelf op de brug over de Douro loopt en de stad inloopt. Dat was weer een schitterend moment. Het blijft veel indruk maken als je dan in de stad aankomt, waarnaar je al weken op weg bent. Dat heeft iets heel bijzonders en op dat moment ben je zere voeten en tenen vergeten en denk je alleen maar: “Het is het waard!” In de diepte stroomt de rivier en daarin liggen houten bootjes, waarvan ik vermoed dat het rondvaartboten zijn. De stad heeft gedeeltelijk nog stadsmuren en meteen na de brug zie je de kathedraal liggen. Kijk, en als ik nu met een taxi was gekomen, was dat een heel ander iets geweest. Ik ben blij dat ik dit niet gemist heb.
Ik ben meteen naar de kathedraal gelopen om mijn stempel te halen. Dan wandel je binnen, zien mensen de schelp op je rugzak en hoor je ze mompelen. Ik zette mijn rugzak neer en omdat het zo warm was, was de rug van mijn T-shirt drijfnat en dan hoor je de Oh ‘s en Ah ‘s om je heen en achter je rug. Als dan bovendien de man die in de kathedraal aan het rondleiden is, de toeristen opzij schuift en meldt dat hij eerst aan mij een stempel gaat geven, kijk, dat is dan wel een moment van grote glorie. Daar heb ik van genoten!
Je merkt dat men hier weer veel meer bezig is met de camino. Mensen leven heel erg mee en wijzen je de pijlen al eerder aan dan jij ze ziet. Leuk is dat.
Ik ben naar de VVV gegaan voor een onderdak, daar kreeg ik een foldertje mee van een residencial. In het foldertje stond dat een eenpersoonskamer € 25 kostte, dus dat was goed te doen. Enfin, ik kom daar aan en de mevrouw deelde mee, dat ze helaas geen eenpersoonskamer meer vrij had, alleen nog een tweepersoonskamer. Ik dacht nog: “Daar heb je het, de prijs gaat alweer omhoog”. Dat was een voorbarig oordeel, want ze vroeg om het foldertje van de VVV als bewijs dat daar echt € 25 stond voor een eenpersoonskamer en toen kreeg ik de tweepersoonskamer voor dezelfde prijs, dus ik hoefde maar € 25 te betalen in plaats van € 35. En voor die prijs zit ik nu echt midden in het centrum van de stad.
Na een half uurtje lekker in bad liggen, ben ik ook de vermoeidheid en zere voeten vergeten, dus ik ben nu alleen nog maar een blij en tevreden mens.
Morgen blijf ik in Porto en ga me als een echte toerist gedragen. Als de bootjes echt rondvaartboten zijn, ga ik daar een tochtje mee maken over de Douro en als er een rondrit door de stad is, ga ik dat ook doen.
Het is hier overigens ongekend warm voor de tijd van het jaar, nog 30 graden. Nou, morgen hoef ik niet te lopen, dus dat is geen probleem. Maar de mensen hier zeggen dat deze warmte echt abnormaal is voor de tijd van het jaar.
Bedankt allemaal voor jullie medeleven met mij, dat waardeer ik heel erg en Gery ook.
Het eerste gedeelte van de route is gehaald, nu met frisse moed straks aan het tweede stuk. Ik houd jullie op de hoogte.

Categorieën: 2010: Camino Portugues | 5 reacties

Aangenaam of heet

Vanmorgen ben ik om half zeven opgestaan, heel op mijn gemak. Nadat ik mijn voeten beplakt en bepleisterd had, ben ik heel kalmpjes gaan ontbijten. Daarna ben ik gaan betalen en ik zag de juffrouw van de receptie naar me kijken, toen ik me stond uit te dossen. Geen wonder, ze ziet in dit hotel alleen heren in strak pak, dus dan ben ik wel een aparte vertoning. Ik zei dus: “Ja, ik zie er niet uit, hè? Geneer je niet, hoor, mijn vrouw zegt dat ze me zo echt niet wil zien”. Een hevige kleur natuurlijk en allerlei excuses dat ze dat echt niet gedacht had en zo. Dat was wel even leuk.
Je merkt wel dat het land hier steeds dichter bevolkt wordt en dat we dus een grote stad naderen. Er is weinig natuur meer, de route gaat grotendeels over gewone wegen en door woonwijken. Ik denk dat dit wel zo zal blijven tot Porto.
Enfin, ik ben gekuierd tot Mala-poste zoals ik van plan was. Ik dacht dat dat een dorp was, maar dat is het helemaal niet, er staan een paar huizen, er is een hotel met een groot restaurant erbij en dat is het. Veel keus in slaapgelegenheid had ik dus niet, dat maakte het makkelijk. En ja, het kon dus niet anders, er is niets aan te doen, maar ik zit weer in de luxe, maar ik kan erbij zeggen dat die luxe me maar € 30 kost.
In dit hotel kun je beschikken over een Turks bad, een sauna en een zwembad. En ik heb vanmiddag over alles beschikt. Ik heb heerlijk gezwommen en tijdens het zwemmen ging de nagel van mijn grote teen eraf, dus hierna zal dat wel beter gaan. Voor de kenners: op de rest van mijn blessures zit compeed, dus dat blijft gewoon zitten en kan nat worden. Het nadeel van compeed is dat het aan de binnenkant van je sok gaat plakken en dan krijg je daar weer blaren door, maar van de verpleegkundige uit Deurne heb ik een soort verbandjes gekregen, die plak ik over de compeed met leukoplast vast en dan gaat het beter. Zo zie je, ik verzin gewoon iedere keer iets anders, alles om maar te kunnen blijven lopen.
Ik weet nog niet goed wat ik morgen ga doen. Het is nog 27 km naar Porto en ik heb drie mogelijkheden. Er is na 13 km een plaats waar ik kan overnachten, maar 13 km is niet veel. Dus ik kan stoppen na 13 km, of ik kan in die overnachtingsplaats een taxi nemen en naar Porto rijden, of ik kan doorlopen en een taxi nemen als ik niet meer verder kan. Zie je, het leven van een pelgrim is echt niet zo makkelijk, hoor, ook al zit je dan in een goed hotel. Ik bedoel maar, je moet af en toe nadenken en dat valt met de warmte echt niet mee.
Over de warmte gesproken: ook wat dat betreft moet ik er twee meningen op na houden. Als ik op mijn luie gat naast het zwembad lig, is het een zeer aangename temperatuur hier. Als ik tegen een berg op moet klauteren met 15 kg op mijn rug is het heet.
Ja, het is vermoeiend, dat gedenk, ik ga maar snel naar de bar nu om iets te drinken.

Categorieën: 2010: Camino Portugues | 2 reacties

Loon naar gerechtigheid

Vanmorgen ben ik om half acht vertrokken en heb tot een uur of twaalf lekker gelopen. Toen ging het wat moeizamer, want niet alleen dat die open plekken dan weer gaan opspelen, maar ook de grote teen van mijn linkervoet begon op te spelen. Daar heb ik nu flinke blaren en de nagel is bijna los. Maar dat hoort meer bij de ‘gewone’ ontberingen, dat heb ik wel vaker gehad. Dicky, de Nederlandse vrouw uit Deurne, is verpleegkundige en zegt dat ik gewoon elke dag een paar paracetamolletjes moet nemen. Daar gaat het niet van over natuurlijk, maar dan heb ik er minder last van. Eigenlijk best wel een goed idee.
Het was een hele mooie route vandaag, ik liep vaak door eucalyptus- en dennenbossen. Ik liep veel over de Via Romana, dat is een oude Romeinse weg. Op sommige stukken zie je daar niets meer van, is het geasfalteerd en zo, maar sommige stukken zijn nog intact, daar liggen de oude keien nog gewoon op de weg. Dat loopt wel moeilijker, maar het is wel erg leuk om er dan ook over te lopen. Die Romeinen hebben toch prachtige wegen neergelegd, dat ik er honderden jaren later nog over kan lopen.
Tegen twee uur vanmiddag naderde ik Olivera de Aziméis, de bestemming van vandaag. Weer een etappe verder. De laatste 2 km ging de weg echt steil omhoog. Er waren Spanjaarden op de fiets, die konden niet op de fiets blijven en moesten dus ook lopen. Zo liepen wij gezamenlijk puffend de steilte op en besloten eendrachtig, dat we bij de eerste de beste slaapgelegenheid zouden stoppen. Het kon ons niet schelen hoe die eruit zag.
En ja…. jullie voelen het alweer aankomen, dat was dus een viersterren hotel. “Kan mij wat schelen”, dacht ik opstandig en stapte naar binnen om te kijken of er nog een kamer voor me was.
Die was er nog en toen ik de vraag: “Hebt u soms een credencial (dat is mijn kaart met stempels) met ja kon beantwoorden, kreeg ik de kamer voor de helft van de prijs. Dus nu heb ik voor een zacht prijsje een prachtige kamer. Dat noem ik nu loon naar gerechtigheid. Je loopt in de blaren, maar de beloning is er ook naar.
Na het wassen en douchen moest ik naar de apotheek om een nieuwe voorraad in te slaan. Nou is hier de apotheek op de meest onmogelijke tijden open, alleen op zaterdagmiddag bleken ze allemaal ineens dicht te zijn. Terug naar het hotel en daar wisten ze een apotheek d’ urgence, alleen moest ik daarvoor wel naar het andere einde van de stad wandelen.
Zonder pleisters en andere attributen kan ik niet. Jullie zouden me eens moeten zien bij de voetverzorging. Ik lijk wel een oud wijf met alle pleisters, zalfjes en verbandjes om me heen. Dat doet er niet toe, als ik het maar haal. Dus de stoute (in dit geval meer zere) schoenen weer aangetrokken en de wandeling gemaakt. Op de terugweg naar het hotel zag ik ineens mijn Deurnese vrienden voor me uitlopen. Dan kun je natuurlijk niet zomaar “Goedemiddag” zeggen en doorlopen, ik hoop dat jullie dat begrijpen.
Dus dat werd weer een terrasje en ik moet zeggen dat je daar goede gesprekken kunt voeren, als je tenminste iets te drinken hebt.
We hebben daar dus strategisch alle wereldproblemen grondig zitten doornemen. Gery zegt dat dit een sjieke uitdrukking is voor ‘ouwehoeren’ en ik geloof dat zij daar gelijk in heeft. Maar gezellig is het wel!
Met of zonder zere voeten, met of zonder pleisters ……… ik red me en geniet ervan!

Categorieën: 2010: Camino Portugues | 3 reacties

Het plezier straalt eraf

Zo, ik ben weer aardig over mijn dipje heen, want het lopen doet niet zo zeer meer als een paar dagen geleden, alleen de laatste kilometers zijn zwaar. Het Nederlandse stel uit Deurne schijnt vanmorgen achter me gelopen te hebben, want de man zei me: “Als ik jou zie lopen, straalt het plezier er gewoon af. Wat loop jij toch soepel en makkelijk”. Ik herhaal: dat was vanmorgen. Dus ik heb hem uitgelegd dat ik ‘s morgens wel makkelijk liep, maar dat ik ‘s avonds het bloed in mijn schoenen heb. Misschien een beetje overdreven, maar mag ik? Ik zeg ook: ” Tegen jullie ga ik klagen, dan hoef ik het vanavond eens niet tegen mijn vrouw te doen”.
Weet je wat ook heel goed helpt tegen een dipje? Ik leg het even uit: Het is fantastisch weer, precies goed! Ik zit hier nu op een terrasje in Albergaria onder de palmen, uit de zon, want in de zon is het een beetje te warm. Voor me staat een halve liter bier, waar ik slechts € 1 voor hoefde te betalen, en af en toe neem ik een slokje. En weet je wat dan ook nog helpt? Dat Gery me meldt dat het in Zaandam regent en dat ze de verwarming aan heeft. Wie heeft er dan nog last van een dipje?? Arme jullie!
Ik vind Portugal een heerlijk land. Overal zie ik nog steeds heiligen op tegelplateaus aan de huizen. Erg mooi, ik geniet er heel erg van. Het meest zie ik Maria van Fatima uiteraard en Antonius van Padua. Antonius is er voor de kinderen, dus logisch, want in die huizen wonen veel gezinnen natuurlijk. Bovendien heet Antonius wel van Padua, maar komt hij oorspronkelijk uit Lissabon.
Behalve dat alles goedkoop is in dit land, vind ik het heerlijk dat mensen niet zo’n humbug hebben hier, het zijn niet van die druktemakers. Op de TV zie ik de politici en dat zijn ook niet van die schreeuwers. Ik versta natuurlijk niet wat ze zeggen, maar ze lijken rustige mensen.
Wat het eten betreft, is het hier echt veel en veel beter dan het eten in Spanje. Bijkomend voordeel voor mij als pelgrim is dat ze vroeger eten dan in Spanje. Dus dat is mooi meegenomen. Verder weet ik niet welk land leuker is: Spanje of Portugal. Daar zal ik ernstig over nadenken als ik in Spanje ben. Te zijner tijd horen jullie dan de uitslag wel van dit diepgaand onderzoek.
Ik zit hier in een zeer eenvoudig hotel met badkamer en wc op de gang. “Residencial” noemen ze die hier. Mij maakt het niet uit, luxe is leuk, maar dit is ook prima. De pelgrims uit Deurne zitten hier ook, dus vanavond zullen we wel met elkaar eten.
O, ik zie dat mijn halve liter op is, ik denk dat ik nu nog maar even een tweede halve liter ga nemen! bier-web

Categorieën: 2010: Camino Portugues | 3 reacties

Caminogevoel

Met enige trots zeg ik: “Ik ben weer 25 km verder gekrabbeld”. Toen ik vanmorgen net vertrokken was, liep ik op het trottoir, dat hier hoog is, dus je moet een grote stap maken. Op de weg liepen een stuk of vijf dames, allemaal boven de vijfenvijftig schat ik. Fatimagangers, gehuld in groene hesjes. Die moesten ook de hoge stoep op en dat gaf heel wat zuchten en moeilijkheden. Een van hen kon het been maar niet hoog genoeg krijgen.
Ter demonstratie dat ik wist wat ze voelden, ben ik toen zeer overdreven gaan kreupelen en met mijn been gaan trekken. Nou, toen waren we meteen dikke vrienden: het was het feest der herkenning! Konden we gezamenlijk ach en wee roepen.
Het was een leuke route vandaag en het ging allemaal, dus wie doet je wat. Alleen het laatste stukje ging door industrieterreinen, dus dat was minder leuk, maar ja, je kunt niet alles hebben.
Aardig is dat ik nu steeds meer pelgrims tegenkom, op weg naar Santiago. Iedereen verbaast zich er ook over waar die nu ineens vandaan komen, want de anderen hebben voor die tijd ook niemand gezien.
Het aardige is dat ik nu weer echt het ‘caminogevoel’ krijg, als ik zo medepelgrims zie. Op de een of andere manier is dat toch een ander gevoel dan gewoon wandelen.
Ik ontmoette vanmorgen een Frans-Canadees paar, gezellige mensen. Onderweg ben ik hen twee keer voorbij gelopen en beide keren zaten ze uitgebreid op een terras naar iedereen te wuiven. Ik zei haar dat ze daar zat als ‘la Reine de Canada’ en dat vond ze wel mooi. “Ik ben bijna even oud”, zei ze.
Met het Nederlandse stel uit Deurne heb ik vanmorgen koffie gedronken. Zij lopen veel harder dan ik, maar aan het einde van de dag zag ik ze voor me uit lopen. Ik denk dat ze veel rustpauzes nemen. En Spaanse Benjamin gaat ook niet zo hard, die zie ik ook vaak op een terras. Dus de stemming zit er weer in.
En de andere kant op zie ik nu een heleboel pelgrims naar Fatima, de ‘concurrenten’ zogezegd. Als ze je tegenkomen, kijken ze ook een beetje zo: “Je gaat de verkeerde kant op”.
Het is duidelijk een andere pelgrimage naar Fatima dan naar Santiago. Hoe precies weet ik ook niet, maar naar Fatima lopen ze meestal in groepen en met hele families tegelijk. Ik kwam een meisje in een rolstoel tegen, omringd door een hele familie. Ik weet niet goed wat ik ervan denken moet, ik vond het een droevig gezicht zoals ze daar dapper liepen te stappen. Ik ben toch blij dat ik het gezien heb, nu weet ik tenminste waarnaar ze op weg zijn en al vond ik het dan een kermis, wie ben ik? Deze mensen gaan er niet voor niets heen, zij vinden er kennelijk iets.
Ik denk dat je het verschil tussen beide pelgrimages zo zou kunnen omschrijven: Pelgrims naar Fatima gaan voor het doel, pelgrims naar Santiago gaan voor de weg.
Omdat Fatimagangers voor het doel gaan, kiezen ze ook geen mooie route uit of zo. Ze lopen bijna allemaal langs de snelweg, vandaar die groene hesjes. Een beetje door de bossen lopen of een omweg maken vinden ze onzin. Als je hen de weg vraagt, sturen ze je ook meteen naar de snelweg.
Zo zie je maar, de ene pelgrimage is de andere niet. Jullie zien, vandaag heb ik weer eens lopen filosoferen.
Maar goed, ik ben nu hier in Agueda en zit in een spiksplinternieuw hotel, dat nog niet eens in de gids staat. Het ziet er prima uit, er is alleen geen restaurant bij, dus ik moet buiten de deur eten vanavond. Nou ja, ook geen punt, ik kuier straks op mijn gemak naar de stad, ik moet toch tandpasta en wasmiddel hebben.
En hoe dan ook, ik nader Porto. Het schijnt daar volgende week, als ik aankom, aardig warm te worden, temperaturen van zo’n 30 graden. Ach, als je bij 40 graden niet omgevallen bent, zal het met 30 ook wel lukken. Eerst proberen in Porto te komen. Het Nederlandse stel stopt daar, die hebben vorig jaar het stuk van Porto naar Santiago gelopen. Ik kijk per dag hoe het gaat, maar blijf natuurlijk hopen dat ik het haal. We zien wel!

Categorieën: 2010: Camino Portugues | 2 reacties

Meer pelgrims

En ziehier, toch weer bijna 25 km gelopen vandaag. Het ging wel redelijk eigenlijk, alleen de laatste kilometers waren moeizaam. maar goed, ik ben weer een stukje verder.
Ik zal even duidelijk uitleggen wat er aan de hand is. Kijk, nieuwe schoenen kopen, zoals je je voorstelt, Marjon, is de meest logische oplossing en dat zou ik zeker ook gedaan hebben, maar omdat ik een enkel heb die niet goed meer is, heb ik aangepaste schoenen en daar zit dus allemaal ijzer in verwerkt om steun te geven. Als ik andere schoenen koop, krijg ik last van mijn enkel en dan kom ik helemaal niet meer vooruit, dus dat is inderdaad geen optie.
Het andere probleem is dat alle verbanden, pleisters en weet ik wat al niet meer, niet goed blijven zitten. Ik ben zo langzamerhand een wandelende apotheek en het spul dat ik heb verzameld, is allemaal goed spul. Ik heb ook iets dat wat dikker is, dus een soort kussentje kan vormen. Dus ik smeer eerst flink met betadine, dan zo’n ‘maandverbandje’ erop. Flink vastzetten met pleisters. Dat zit dan allemaal mooi, maar tijdens het lopen, schuiven de pleisters naar boven en daar heb je er niet veel aan, en wordt het kussentje een dikke prop, en dan wordt het middel bijna erger dan de kwaal. Elke avond en ochtend zit ik te verzinnen hoe ik het anders kan doen, want als alle geneesmiddelen zouden blijven zitten, was het leed grotendeels geleden. Het geneest namelijk wel, dat is het punt niet, maar elke avond na het lopen is het weer open. Vanavond zaten de pleisters in mijn sok geplakt en mijn sok vast aan de wond.
Maar genoeg gezeurd, ik ga voorlopig nog door. Zoon Marnix stelde al voor dat ik lekker een auto zal huren en verder vakantie houden, maar nee, zo is ome Theo nou ook weer niet. Voorlopig ga ik het morgen nog weer een dagje proberen. Zo scharrel ik elke dag een stukje verder.
Maar niet getreurd, vandaag ging het voor het grootste deel van de dag echt wel redelijk en het was een erg leuke route, waar ik echt van genoten heb. Veel asfalt, maar dat is nu wel lekker voor mij en ik kwam steeds door leuke dorpjes. Het was gewoon een gezellige route.
En…. ik ontmoette vandaag de eerste pelgrims onderweg naar Santiago de Compostela. Een Nederlands stel, dat veel harder loopt dan ik, maar dat geeft niet, en Benjamin, een grote Spanjaard. Dus dat is heel gezellig.
Het is wel grappig, ik weet niet waar ze ineens vandaan komen, want ik had ook geen pelgrims in tegenovergestelde richting, dus op weg naar Fatima, gezien, en vandaag waren ze er ineens. Hele groepen, soms een groep met begeleiders. Ze dragen allemaal een groen hesje, zo’n ding dat bij ons motorrijders en wegwerkers dragen. En daar lopen ze dan, op gympies, op sandaaltjes en met van die pretrugzakjes met 1 of 2 kg ballast. Vaak ook worden ze begeleid door auto’s die de bagage vervoeren. Logisch natuurlijk, het zal hier wel net zo zijn als in Spanje: je hoeft niet zo ver en het is goed voor je ontwikkeling of carrière.
Maar het is wel leuk, hier leeft het pelgrimeren toch weer meer dan in het zuiden. Heel veel mensen wensen je ook “Bon Viagem”, dus een goede reis.
Nu zit ik hier van alle gemakken voorzien in een Best Western hotel in Mealhada. De kamers zijn allemaal huisjes in de tuin met alles erop en eraan. Dus ik zit hier goed. Het ligt wel een eindje buiten het dorp, dat is het enige nadeel. Er is ook een restaurant, maar hier in de omgeving stikt het van restaurants, groot en klein. Ook onderweg kon ik vandaag overal eten en drinken. Dus wel een heel verschil met het begin.
Ik ga eerst lekker douchen en dan op mijn gemak eens rondkijken waar ik ga eten. De specialiteit van deze streek is een biggetje van een maand oud aan het spit. Eerlijk gezegd trekt dat me nog helemaal niet aan. Nou ja, ik zal wel zien, dat komt heus wel goed.
Jullie allemaal erg bedankt voor alle meeleven, zowel bij de leuke als minder leuke dingen. Het wordt hier heel erg gewaardeerd, wees daar zeker van!! Tot morgen, dan ga ik weer met frisse moed op stap.

Categorieën: 2010: Camino Portugues | 2 reacties

Nog een dag proberen

Vanmorgen was ik echt de toerist en heb ik Coimbra bezocht. De stad ligt wel 150 meter hoger dan de omgeving, dus het is behoorlijk klimmen. Ik heb de kathedraal bekeken en wat wel erg leuk was: Als pelgrim werd ik persoonlijk rondgeleid. Ik kreeg ook een foldertje en ontdekte zelfs nog een foutje. Er zijn namelijk twee graven in de kerk van bisschoppen: van een Portugese bisschop en van een bisschop uit Santiago de Compostela. Op één graf stonden duidelijk de Jacobsschelpen, maar volgens de folder was het het graf van de Portugese bisschop. Toen ik mijn begeleider vroeg of het niet andersom moest zijn, keek hij me peinzend aan en dacht dat ik gelijk had! Ja, je bent pelgrim of niet en ik moet Jacobus gunstig stemmen (vanwege dat duwtje in de rug, Brabantse Theo). Bij de kathedraal was ook een klooster: entree € 2, maar ……. een pelgrim hoeft niet te betalen! Dat zijn toch aardige dingen als je dat meemaakt. Natuurlijk niet vanwege die paar euro’s, maar door het gebaar.

tegeltableau-web Overal zie je hier fabelachtig mooie tegeltableaus. Echt schitterend zijn die, ons Delfts blauw haalt het er niet bij. In de kerken heb ik meestal blauwe tableaus gezien, maar op de huizen zie je ze in de prachtigste kleuren. Werkelijk schitterend.
Ik heb bij de schoenmaker ook mijn schoenen weer opgehaald en aangetrokken. Hij heeft er echt zijn best op gedaan en ze zelfs gepoetst, maar ze deden niet veel minder zeer. Ik bedoel natuurlijk niet dat die schoenen zeer deden, maar wel mijn voeten erin. Dus ik dacht: “Nou, dat was het dan, ook dat helpt niet, ik stop ermee”.
Tussen de middag heb ik bij een Italiaan gegeten en ik heb er echt heerlijk gegeten en toen sprak ik mijzelf toe: “Theo, wat zit je toch te zeuren over die voet, guttegut!” Niet dat het toen ineens niet meer zeer deed, maar ja, opgeven is toch ook moeilijk, hoor. Het is natuurlijk niet echt erg, alleen wel jammer. Dus besloot ik toch nog maar eens te gaan oefenen. Ik zag dat de route die ik moet gaan lopen langs het station gaat, dus ik ben als oefening naar het station gaan lopen. Ik dacht: “Als ik terugga, moet ik toch ook weten wanneer er een trein gaat, dus dan weet ik dat ook meteen”.
Ik ben heen en terug naar het station gelopen, in het geheel bijna twee uur en ik had het idee dat ik toch iets meer ruimte in de schoenen heb. Niet dat ik nu als een hinde door de straten van Coimbra danste, lang niet, maar het ging toch redelijk.
Dus ik heb besloten het in ieder geval nog een dag te proberen. Gaat het niet, dan gaat het niet, maar ik wil het toch nog een dag proberen. Dan hoef ik achteraf in ieder geval niet te denken: “Had ik het nou toch nog maar een keer geprobeerd”.
Voor de verandering heeft het hier gisteravond flink geregend en vanmorgen tot een uur of één ook nog. Daarna is het droog geworden en heerlijk weer, een graadje of 22, flink wat zon en af en toe een wolkje. De ergste hitte is dus over en als ik hoor wat een weer het bij jullie is, ben ik nog niet echt verlangend om in het vliegtuig naar huis te stappen, dus ik doe mijn best morgen!!

Categorieën: 2010: Camino Portugues | 4 reacties

Het komt door je schoenen

Zoals ik me gisteren heb voorgenomen, zo heb ik vandaag mijn plan uitgevoerd. Om half elf vanmorgen kwam de taxi voor mijn sjieke hotel rijden en bracht me naar Coimbra.
Daar ben ik eerst op zoek gegaan naar een schoenmaker en die heb ik ook gevonden. Hij begreep het probleem in ieder geval, zette overal kruisjes op mijn schoen en meldde vervolgens dat ik ze morgen om twaalf uur weer op kan halen. Dus dat is in ieder geval iets.
Omdat ik onder de nagel van mijn grote teen allerlei bobbeltjes zag verschijnen, dacht ik wijs: “Weet je wat, laat ik nou de wijze adviezen van iedereen opvolgen en even naar een dokter gaan”. Wist ik veel……..
In het hotel, waar ik zit, heb ik dus het adres van een dokter, een ‘clinica’ gevraagd. Gewapend met het adres dus op zoek, een beetje zoeken en nog een beetje zoeken, maar uiteindelijk vond ik het adres. Dus ik naar binnen en daar zaten al heel veel mensen te wachten.
Bij de balie werd me verteld dat ik helaas niet geholpen kon worden, want… er waren geen dokters aanwezig. Ik kon beter naar de Eerste Hulp van het Universiteitsziekenhuis gaan, werd gezegd.
Dat vond ik wel een slim plan, dus ik snelde in een taxi (nog nooit zo vaak in een taxi gezeten als deze weken) naar het Universiteitsziekenhuis. Nou, daar heb ik zo het een en ander beleefd. Gery kijkt vaak naar ER, een ziekenhuis-soap van een ziekenhuis in Amerika. Nou, ik zat nu in een ziekenhuis-soap in Portugal.

ziekenhuis-web het ziekenhuis in Coimbra

Om te beginnen kwam ik uiteraard in een wachtkamer terecht. Logisch natuurlijk, alleen bleek dat het de wachtkamer was, waar je moest wachten tot je ingeschreven werd. Daar begon een probleem, want toen ik aan de beurt was, kreeg het meisje mijn Hollandse gegevens niet in de computer. Dus de een na de ander kwam erbij, want het moest natuurlijk wel opgelost worden. De rij achter me werd langer en langer, ik wachtte geduldig. Uiteindelijk werd het probleem opgelost en mocht ik naar de portier.
De portier stuurde me onverbiddelijk rechtsaf naar wachtkamer twee. Daar zaten natuurlijk ook weer veel mensen. Dus ik ga weer braaf zitten wachten. Kijk, in een ziekenhuis ben ik nooit zo’n held en denk al gauw bij mezelf: “Houd je koest, straks houden ze je nog”.
Uiteindelijk werd het wachten beloond, want er kwam een mooi, fris, jong meisje blij kijkend naar de wachtkamer. Toen werd er een hele groep van zo’n man of acht, tegelijk opgeroepen, waaronder ik. Allemaal mensen die iets aan been of voet hadden, dus de een kreupelde al meer dan de ander. Zo hobbelden wij gedwee achter dat aardige meisje aan. Het leek wel een processie met het meisje als engel voorop. Het bleek dat wij allen, kreupelen, voor een en dezelfde dokter, een orthopeed, bestemd waren, dus werden wij …… naar wachtkamer drie gebracht.
Dat zou zo erg niet zijn, als het niet zo was dat wachtkamer drie uitkeek op de zaal waar mensen behandeld werden, dus ik zag de ene vreselijke wond na de andere voorbijgaan. Aangezien ik geen held ben, kreeg ik het, bij het zien van al die ellende, steeds benauwder. Niet alleen dat je dat allemaal ziet, maar dat alles wordt dan ook nog eens vergezeld van gekreun, gehuil en geschreeuw. Eerlijk, waar, ik heb verscheidene keren op het punt gestaan snel op te staan en op de vlucht te slaan. Vanwege het feit dat ik toch keurig ben blijven zitten, mag ik wel een ware held genoemd worden.
Enfin, aan dit lijden kwam een einde toen ik uiteindelijk bij de dokter belandde. Deze sprak geen woord Engels en ik geen Portugees. Geen nood, ik ontblootte mijn voet en hield die onder zijn neus. De dokter keek en zei iets dat klonk als: “Ja, ja”. Vervolgens bracht hij mij naar…. wachtkamer vier. Na braaf daar maar weer gewacht te hebben, kwam er iemand die… bloed ging prikken en vervolgens werd er een foto van mijn voet gemaakt. Ik snapte er niet veel van, maar liet het wel uit mijn hoofd om commentaar te geven, ik kijk wel uit.
Na deze escapade moest ik weer terug naar wachtkamer drie en verscheen de dokter weer. En toen kwam het grote moment: “Nou”, zei de orthopeed, “de voet is niet gebroken, er is niets anders aan de hand, maar………………. het komt door je schoenen!” Kijk, je moet er heel wat voor doen, maar dan heb je ook een conclusie die klinkt als een klok! Vervolgens schreef de dokter een receptje voor een soort magnesiumpillen, die ik driemaal per dag gedurende tien dagen in moet nemen. De dokter zei ook nog dat ik natuurlijk niet kon lopen, maar toen ik meldde dat ik onderweg was naar Santiago de Compostela mocht ik het toch proberen. “Mooi zo”, dacht ik, “gauw wegwezen hier” en begon in ijltempo mijn sokken weer aan te trekken. Fout, fout, fout! Nee, nee, dat ging zomaar niet, ik moest eerst naar de behandelkamer!
Daar aangekomen werd ik op een brancard gelegd en er kwam een broeder die mijn voet rijkelijk met jodium insmeerde en er vervolgens een stuk of vijf pleisters op plakte.

voet-web

En toen mocht ik dan toch eindelijk weg. Snel in de taxi terug naar het hotel. Ik was vanmiddag om één uur bij de eerste dokter en was om kwart over zes vanavond weer terug. Dus van de stad heb ik nog niets gezien. Het schijnt een leuke stad te zijn, maar wel veel klimmen.
Nou, morgen ben ik in ieder geval nog hier en dan kan ik nog iets van de stad zien.
Ik vind dat ik nu alles geprobeerd heb wat mijn voet betreft. Als het nu nog niet gaat, dan houdt het voor mij op. Het moet wel leuk blijven. Jammer, maar niets aan te doen.

Categorieën: 2010: Camino Portugues | 5 reacties

Luxe hotel

Het was vandaag een heel mooie route door dalen en rivierbeddingen. Dus dat was prima, het weer was ook prima. Ik heb 13 km gelopen, toen ben ik gestopt in Conimbriga. Dit is een heel klein dorpje met een enorme opgraving van een Romeinse stad. Dat wilde ik natuurlijk zien, maar ik dacht slim te zijn. Soms echter denk je wel slim te zijn, maar blijkt dat achteraf niet het geval en zo was het ook nu. Ik dacht namelijk: “Ik ga eerst een hotel zoeken, zodat ik mijn spullen weg kan zetten en dan daarna naar de opgraving”. Het idee was puik, alleen bleek het hotel 3 km verderop te liggen en om de opgraving te bekijken, moest ik dus later weer 3 km heen en terug.
Als troost is het hotel lekker luxe: een mooie kamer, een badkamer met bad en douche, airco, een zwembad, minibar, etc. Dus ik heb mezelf verwend.
Met mijn voet gaat het niet veel beter, maar ik heb een besluit genomen: morgen neem ik een taxi naar Coimbra, dat is een grote stad en daar is vast wel een schoenmaker te vinden. Ik ga in ieder geval proberen er een te vinden die mijn schoenen kan ‘uitdeuken’. Het is in ieder geval het proberen waard.
Gery raadde me al aan een stuk uit die schoen te snijden, maar dat is natuurlijk weer een echte ‘vader Groot’-oplossing. Als ik dat doe, krijg ik waarschijnlijk weer rare randen die wonden veroorzaken. Dus daar waag ik me nog maar even niet aan.
Na dit kloeke besluit ben ik toch maar naar de opgraving gegaan. Het zijn wel handige mensen hier, want om daar te komen, moet je door een park wandelen. Alleen mag je daar niet in zonder toegangskaartje en dat kaartje moet je halen in het museum een kilometer verderop. Dus zodoende kom je vanzelf ook eerst in het museum.
Enfin, eigenlijk viel toen de opgraving een beetje tegen. ik zag wel allerlei muurtjes en zo, maar er was nergens een uitleg of een tekening hoe het eruit had gezien. Ik kon me er niet veel bij voorstellen.
Ik heb niet eens tijd gehad om een dutje te doen en mijn kleren te wassen en zit nu in een supermarkt verslag aan Gery uit te brengen. Dus sorry, maar de plicht roept!

Categorieën: 2010: Camino Portugues | Een reactie plaatsen

Blog op WordPress.com.