Auteursarchief: pelgrimtheo

Twee stempels

Gisteravond werd ons meegedeeld dat wij om acht uur weer water zouden hebben. Ik dacht nog: “Nou, dat zal wel iets ervoor of erna zijn”, maar nee, klokslag acht uur was er weer water. En klokslag twaalf uur middernacht was er geen water meer. Vanmorgen om half zeven was er geen water, dus ik wilde al vies de deur uit, maar nee, hup, om zeven uur was er weer water. Ze zijn hier aan de waterleiding bezig en dus wordt het water af en toe afgesloten. Hier maakt niemand er een probleem van, want op het plein is een hele grote bron en daar komt iedereen jerrycans met water halen. Het is er hartstikke gezellig, de vrouwen tappen water en de mannen leveren commentaar.
Dus ik kon vanmorgen uiteindelijk toch nog schoon de deur uit. Het was bewolkt en wat frisjes, dus ik vertrok met lange broek en jas aan, maar na een kwartiertje ging de jas weer uit en werden de pijpen afgeritst, want toen was het weer heerlijk weer.
En het was een zalige dag (als pelgrim mag je best ‘zalig’ zeggen), een van de mooiste dagen. Een schitterende route langs een riviertje, door het dal en over de heuvels. Prachtig gewoon. Boven de heuvels hingen donkere wolken, maar het is droog gebleven en 20 km later, aan het begin van de middag, ben ik gearriveerd in Padron. Ik zit hier in een pension en je kunt merken dat we steeds dichter bij Santiago komen, want de prijzen stijgen, ik moet nu € 40 betalen voor een kamer. Wel met bad en zo, dus voor onze begrippen nog niet duur, maar hier is dat prijzig.
Het verhaal gaat dat in Padron Jacobus voor de eerste keer is gearriveerd in zijn bootje. De steen, waaraan hij zijn bootje heeft vastgelegd, was een altaarsteen voor Neptunus en die steen staat er nog steeds. Men heeft er een kerk overheen gebouwd. Kijk, je moet hier wel een waar geloof hebben, want die steen staat namelijk 10 meter boven het niveau van de rivier en behoorlijk landinwaarts. Er staat een replica aan de oever van de rivier en die plaats lijkt mij eigenlijk een stuk logischer. Maar ja, wie het geloof niet heeft…
Ik wilde natuurlijk de echte zien, maar de kerk was dicht.

credencial-web

Toen ben ik eerst maar een stempel gaan halen in de herberg naast de kerk. Ik vroeg aan het meisje of de kerk nog open ging en ja hoor, vanavond om half acht gaat hij open. Nou verdenk ik ze er gewoon van dat er dan ook een dienst in de kerk is en dat dit een handig trucje is om mensen in de kerk te krijgen. Maar ik ga er braaf heen en zie wel of ik dan in de kerkdienst beland.
Het is zo leuk om te zien hoe ze af en toe een handigheidje verzinnen om de regels te ontduiken. Ik kreeg van het meisje twee stempels in mijn credencial, maar twee verschillende. Toen ik vroeg waarom ze twee verschillende stempels gaf, keek ze me uiterst verbaasd aan en zei: “Bij de aankomst in Santiago moet je van de laatste 100 km toch twee stempels per dag hebben?” Dat klopt ook, maar het is natuurlijk niet de bedoeling dat je die stempels op een en dezelfde plaats krijgt. Heerlijk land toch?
Ik geniet ook van de verschillen tussen de verschillende landen. Dat uit zich in van alles en nog wat. Ik zat met een paar Duitsers te praten en vertelde dat ik de camino meerdere keren had gelopen en dat ik de eerste keer van huis was vertrokken. Dan is altijd de vraag: “Hoeveel kilometers heb je dan gelopen?” Ik zeg dan nonchalant: “Ongeveer 3200″. De reactie van Italianen, Spanjaarden, Fransen is dan altijd: “Oh, zo veel? Wat een eind!” en kijken gepast eerbiedig, dus spelen het spel mee. De Duitsers willen weten of het echt waar is en gaan uitrekenen of het aantal kilometers wel klopt. Die vragen dus: “Hoe ben je dan gelopen?” Leuk is dat toch.
Nu zit ik hier in het zonnetje op een bankje mijn sigaartje te roken in een wondermooie tuin. Het staat hier vol met palmen en prachtige, bloeiende bloemen, zwager Cees zou hier zijn ogen uitkijken.
Morgen nog 24 km, dan ben ik in Santiago en is het doel weer bereikt!! Als je wilt en het geduld hebt om een paar uur achter je PC te zitten, kun je me via een webcam zien arriveren. Ga dan eerst naar
http://www.santiago.nl/index.php, dan kom je op de site van de vereniging Sint Jacob, Klik bij: websites op de camino op meer informatie en dan kun je Santiago opzoeken. De Praza de Obradoire is het plein waar ik aankom en op de Praza de Quintana is de heilige deur. Het is al een wonder op zich als je me ziet, hoor!
Zondag blijf ik dan in Santiago en maandag vertrek ik weer naar Fisterra (toch maar, het hoort er toch bij). En als alles gaat zoals het moet, neem ik dan vrijdag 1 oktober het vliegtuig naar huis en is het helaas weer voorbij.

Categorieën: 2010: Camino Portugues | Een reactie plaatsen

Pelgrim met staf en paraplu

Vanuit Caldas de Reis weer een hartelijke groet van mij. Ik heb een hele mooie route gelopen vandaag, goed begaanbare, rustige wegen. Ik ben weer in Galicië, dus er staan hier weer overal kruisen langs de weg. Daar zitten soms echt hele mooie tussen.
Vanmorgen was het nog mooi weer, vanmiddag werd het bewolkt en ik heb zelfs een fikse regenbui gehad. Nog niet zo erg dat ik mij in mijn regenkleding moest hullen. Ik heb dit keer een paraplu meegenomen en die zit in de zijzak van mijn rugzak, dus daar kan ik in geval van nood zo bij en dat is me vandaag uitstekend bevallen. Als het de hele dag regent, is het natuurlijk niet handig, maar bij een bui wel. Dus pelgrim Theo liep vandaag met staf en paraplu. Het zal wel geen gezicht geweest zijn, maar eerlijk gezegd, ik zie geen pelgrim die er mooi uitziet. Het is allemaal hetzelfde: grote schoenen, vale korte of lange broek, T-shirt dat zijn beste tijd gehad heeft. Nou, een pelgrim is dus makkelijk te herkennen en vandaag waren er weer vele onderweg. Achteraf gezien heb ik alles niet zo handig uitgestippeld, want als ik zo doorga kom ik zaterdag tegen de avond in Santiago de Compostela aan en dan willen de meeste pelgrims natuurlijk aankomen, want die willen allemaal op zondag het wierookvat zien zwaaien. Alle hotels zitten dan ook vol, ik heb dit keer toch maar gereserveerd en kon alleen nog 5 km buiten Santiago op de Monto de Gozo terecht. Nou ja, ik heb in ieder geval een kamer.
Ik zit hier nu in Caldas de Reis in een Spa-hotel, waar ik dus allerlei moeilijke, maar gezonde toestanden met water kan krijgen: sauna, sproeien hier, sproeien daar. Nou, ik vind het wel best zo. Naast het hotel is een bron en daar komt water uit van 40 graden. Dus elke pelgrim steekt zijn voeten eronder en dat is heel gezellig.
Hoewel ik niet van alle Spa-evenementen gebruik maak, nam ik wel een heerlijk bad. Daarna wilde ik mijn kleren wassen, alleen kwam er toen geen water meer uit de kraan, laat staan gezond water. Dus ik daalde af om mijn beklag te doen en het antwoord was lakoniek: “Ja, ze zijn buiten met iets bezig, er zal zo wel weer water zijn”. Dat is nu al een paar uur geleden, maar water is er nog steeds niet. “Nou”, dacht ik, “dan maar eerst een internetcafé”. Ik vroeg aan de eigenaar van het hotel of er ergens een internetcafé was. Hij begreep mijn Spaans niet en aangezien hij het woord ‘internet’ wel begrepen had, gaf hij mij het internetadres van het hotel. Daar schoot ik natuurlijk niet veel mee op, dus de discussie ging zo goed en kwaad als het kon verder en uiteindelijk begreep hij toch dat ik niet met een computer in mijn rugzak liep. Vervolgens liep hij dus weg naar buiten, de straat op. Ik had geen flauw idee waar hij naar toe ging, maar besloot maar even te wachten. Na ongeveer tien minuten kwam hij terug met een piepklein laptopje, die hij neerzette, voor me opstartte en me vervolgens stralend aankeek. Ik heb hem zeer hartelijk bedankt natuurlijk, maar kon er niets mee. Na een minuut of tien gedaan te hebben alsof ik druk bezig was, riep ik dat het gelukt was en zo waren wij allebei zeer tevreden. Het is toch steeds weer geweldig te merken hoe mensen hun best voor je doen. De wereld is zo slecht nog niet.
Het hotel zelf is een beetje vergane glorie met een interieur uit de jaren vijftig. Er is wel een restaurant bij, maar dat gebruiken we niet. En er is dus wel gezond bronwater, maar dat komt alleen niet uit de kraan. Ach, wat maakt het allemaal uit en waar zou je je druk om maken? Het lukt me weer heel goed me niet meer druk te maken, er komt altijd wel ergens een oplossing voor een probleem(pje). Het is me zelfs gelukt vanmiddag buiten de normale etenstijd in een pizzeria een pizza los te peuteren, dus het probleem van de gierende honger om een uur of zeven en dan nog twee uur te moeten wachten, had ik vandaag niet. Vanavond heb ik met vijf Duitse pelgrims gegeten en ook dat was weer erg gezellig. Zo vliegen de dagen ook hier om.

Categorieën: 2010: Camino Portugues | 1 reactie

Appels en noten

Ik ben weer vertrokken in het donker. Toen het licht werd, bleef het een beetje bewolkt, dus dat werd een klein beetje mopperen, Een klein beetje maar, want onderweg was een mevrouw appels aan het plukken en toen ze mij zag, wilde ze me meteen een zak appels geven. Die kon ik natuurlijk niet meesjouwen, maar ze vond drie appels het absolute minimum, dus die kreeg ik mee. Een eindje verder stond een vrouw aan de boom te schudden om de noten eruit te krijgen en daar ging het op dezelfde manier: ik was zo goed niet of ik moest een stapel walnoten meenemen ‘om de camino te kunnen gaan’. Geweldig, hè?

apopels-webwalnoten-web
Nou, toen het tegen twaalven ook nog zonnig werd, liep een tevreden man de 20 km naar Pontevedra. Dat was niet zover, dus ik was er bijtijds en heb maar weer eens een luxe hotel genomen, omdat in de refugio’s op dit moment hele schoolklassen slapen. Ik heb weer een lekker hotel met bad en airco, dus met deze pelgrim lukt het allemaal wel. Pontevedra is een hele mooie plaats en ik had de hele middag bijna om alles te bekijken. Er is hier een kerk die gewijd is aan de heilige Peregrina en erin is dus ook een beeld van een vrouw. Sinte Jacoba, zullen we maar zeggen. Nou, het leek me wel leuk om daar een stempel te halen, dus ik ben weer teruggelopen naar mijn hotel om mijn credencial te halen. In de kerk was inmiddels een hele groep vrouwen gearriveerd en ja, ik kan het dan niet laten om dan heel overduidelijk met mijn helemaal uitgevouwen credencial te wapperen, zodat alle stempels te zien zijn. Succes verzekerd, want de dames roepen me meteen toe: “Oooooo, wat heeft u er veel!” En ik dan, zogenaamd bescheiden: “Ja, ik ben in Lissabon begonnen”. Nou hoop ik maar dat deze hoogmoed niet voor de val komt.
Het enige nadeel van Spanje is dat ik pas om negen uur vanavond kan eten. Dat is laat en dan stik ik van de honger. Dus wat doe je dan? Dan ga je snoepen of veel tapas eten. Met als gevolg dat ik me van de week gewogen heb en volgens mij geen enkele kilo ben afgevallen. Nou ja, laat maar dan.
Jongens, het is hier toch zulk geweldig weer: vanavond nog 22 graden. Dat is toch wel heel lekker, als je buiten in het park op een bankje je sigaartje kan roken.
Vanmiddag zat ik met een paar Zwitserse pelgrims op een terrasje achter een potje bier. Niemand was na deze afstand echt moe, we zaten lekker buiten en, zoals de Zwitsers tevreden klaagden: “Es ist ganz schwierig hier”. Ja, ja, we hebben het hier heel moeilijk, alleen ben ik bang dat jullie me niet geloven.
Maar goed, volgens de laatste berichten dreigt er wel wat regen. Gelukkig niet veel. Ik hoor dat het bij jullie vandaag ook mooi weer was, dat gun ik jullie heus ook wel, hoor!
Mijn voeten doen het weer redelijk, ik begrijp dat er nog steeds geen nieuwe regering is, dus ik blijf nog maar een weekje weg, jullie redden je wel zonder mij!

Categorieën: 2010: Camino Portugues | 3 reacties

Van Portugal naar Spanje

7-uur-web voetstap-web 8-uur-web

Vanmorgen ben ik om half zes Portugese tijd opgestaan en om half zeven vertrokken. Het was nog donker. In het donker stak ik om een uur of zeven de grensbrug over naar Spanje en daar bruiste het al van leven, want daar was het bijna acht uur. Dus ik deed een uur over één enkele stap.
Het was vandaag weer supermooi, stralend weer, zo tussen de 25 en 30 graden. Heerlijk gewoon. Gery dacht dat ik het wel warm zou hebben, maar sinds ik 40 graden heb gehad, heb ik mijn grenzen verlegd wat de hitte betreft. De zon kreeg mij bij 40 graden klein, maar bij deze temperatuur zeg ik nu: “De kou is uit de lucht”.
Het was ook een hele mooie route, vooral het beginstuk. Ik heb niet veel van de stad Tui gezien, want de route liep buitenom en ik had geen tijd. Jazeker, een pelgrim heeft ook wel eens geen tijd, omdat hij nog ver moet.
Eerst liep ik rustig alleen, maar zo tegen negen uur, half tien kwam me een hele stroom pelgrims achterop. Ik begreep hoe dat kwam, omdat ik langs een paaltje liep, waarop stond dat het nog 110 km naar Santiago de Compostela is. Nou, logisch dus, want je moet de laatste 100 km lopen. Dus de meute is in Tui begonnen. Nou ja, best gezellig, ik heb ook steeds de Frans-Canadezen weer gezien.
Hier in Spanje is alles duidelijk veel meer op de camino ingesteld. Er zijn een heleboel café’s langs de route en als je daar binnenstapt, is niet de eerste vraag: “Wat wilt u drinken?” maar: “Hebt u een credencial?” Dan krijg je eerst een stempel en daarna iets te drinken. Kijk, en dat is dan weer een leuk moment, als de nieuwbakken pelgrims mijn kaart met stempels zien, want ik heb natuurlijk de meeste. De mannen kijken alleen, zeggen niets, maar je ziet ze denken. De vrouwen roepen gewoon luidkeels: “O, wat hebt u er veel!”
Ook zie je hier overal langs de weg koelautomaten staan, gewoon in een tuin of zo, meestal met twee stoeltjes erbij. Daar mik je wat geld in en dan heb je heerlijk koel water of frisdrank.
Tussen de middag heb ik mijn eerste Spaanse boccadillo (een soort broodje met van alles erop) gegeten en ik kon hem nog steeds niet helemaal op.
Onderweg kwam ik langs twee albergues waar ik zou kunnen slapen, maar daar had ik niet veel zin in. Ik heb dan altijd problemen omdat ik de GPS, telefoon, etc. moet opladen en er voor veertig man maar één stopcontact is. Dus toen heb ik mijn stoute schoenen maar aangehouden en ben doorgelopen naar Redondela via een bergrugje, waar ik, als ik heel goed keek, in de verte een piepklein stukje van de zee kon zien.
In Redondela kon ik niet meteen een goede slaapgelegenheid vinden en aangezien ik vandaag 32 km gelopen heb, vond ik het welletjes. Ik kwam langs een taxistandplaats, de chauffeur heeft mij voor € 5 naar een pension net buiten de stad gebracht en daar zit ik nu op mijn gemak. Morgen ga ik voor € 5 weer met de taxi terug naar mijn startpunt en dan wordt het verder een kalme dag, want dan is het maar 18 km naar mijn volgende stopplaats.
Het lopen in Spanje heeft trouwens ook nadelen: Ik kan hier namelijk vanavond pas om negen uur gaan eten en, eerlijk is eerlijk, het Spaanse eten is lang niet zo goed als het Portugese. Maar goed, ik neem deze beproeving blijmoedig zoals een pelgrim betaamt.
Nu ga ik wassen, douchen en ik zie dat ik dan net nog een lekker dutje kan doen voor het etenstijd is. Welterusten dus.

Categorieën: 2010: Camino Portugues | 2 reacties

Flierefluitend over de weg

Om zeven uur vanmorgen zat ik weer in de taxi op weg naar mijn startpunt. Ik heb vanaf Rubiaes een wondermooie route gelopen in prachtig zonnig weer. Eerst een klein stukje omhoog, daarna een lange afdaling met telkens uitzicht op de vallei van de rivier. Heel erg mooi. De weg was ook goed, ik liep over veel stukken van de Romeinse weg XIX, die ooit de ‘snelweg’ van noord naar zuid was. Deze weg loopt best makkelijk, beter dan dan de Middeleeuwse. Dit zijn ook kinderkopjes, maar veel gladder. En je komt steeds oude Romeinse bruggen tegen, erg leuk.
Ik heb vandaag weer veel pelgrims gezien: Franstalige Canadezen, Amerikanen, een Vlaams-Nederlands stel, Duitsers en Portugezen. De Portugezen hadden op het weerbericht gezien dat het in Santiago deze week ging regenen. Nou, dat zie ik dan wel, voorlopig is het hier verpletterend mooi weer met een graadje of 25, het is echt genieten!
Ik zei tegen een Portugees meisje dat alles zo goedkoop is hier. Zij vertelde toen dat het minimumloon in Portugal € 485 is en dat je daar, ook met de lage prijzen, gewoon niet van rond kunt komen. “In de Algarve is alles veel duurder, bijna net zo duur als bij jullie. Daar komen wij dus nooit, want dat kunnen we niet betalen”, zei ze. Met andere woorden: wij hebben nog niet veel te mopperen.
Onderweg heb ik toen maar alle café’s die ik tegenkwam, even aangedaan om de klandizie te bevorderen. Ik had heel weinig in mijn rugzak, dus ik ben vandaag flierefluitend over de weg gevlogen. Zo flierefluitend, dat ik zelfs nog een Duitse mevrouw moed heb ingesproken. Die zag het echt niet meer zitten, ze kon niet meer en ze wilde niet meer. Dus ik zei dat ze gewoon elke dag wat minder kilometers moest lopen en heb haar ingefluisterd dat ze ook best een stukje met de bus kon gaan, maar ze keek zo geschokt dat ze dat wel niet zal doen. Zo zie je weer eens het verschil tussen volken: een Duitse kijkt geschokt bij zo’n voorstel, een Spanjaard vindt het achterlijk als je dat hele eind gaat lopen. En de Nederlander zit daar tussenin: je moet lopen, maar af en toe een beetje smokkelen mag.
Nu zit ik dus weer in Valenca en morgen ga ik de grens over naar Spanje en laat ik Portugal achter me. Ineens ben ik dan dus een uur kwijt, want dan moet mijn horloge een uur vooruit. Dan ben ik weer ‘bij de tijd’. En morgen is het juist een lange route, meer dan 30 km. Ik denk niet dat ik dat ga doen, volgens mij kan ik eerder onderweg in een dorp overnachten. Ik loop nu lekker en wil dat graag zo houden!
Ja mensen, het begint alweer op te schieten, wat gaat het allemaal toch vlug voorbij.

Categorieën: 2010: Camino Portugues | 2 reacties

Beloning na zwoegen

Het begon vanmorgen al goed: nog maar nauwelijks was ik aan de wandel of ik was de weg al kwijt. Althans, dat zal wel, want nadat ik de laatste gele pijl keurig gevolgd heb volgens mij, kwam er daarna geen enkele gele pijl meer. Het duurde natuurlijk een tijdje voor ik doorhad dat er geen gele pijl meer kwam en toen ik dat eenmaal merkte, had ik weinig zin om terug te lopen. Dus heb ik de GPS erbij gehaald, het eerstvolgende dorp dat volgens mijn gidsje op de route lag, ingetikt en zo kon ik verder. Alleen stuurt de GPS me natuurlijk langs de weg en niet via allerlei afgelegen paden. Later bleek dat ik op deze manier 2,5 km meer gelopen heb dan nodig was.
Maar goed, ik kwam in dat dorp en hoe ik ook keek, ik zag geen enkele gele pijl, die mij weer op het smalle, maar mooiere pad kon doen belanden. Wat ik gelukkig wel zag, was een café en behalve dat je daar iets nuttigen kan, is het een bron van informatie voor ons, arme pelgrims, die verdwaald zijn. Dat bleek nu ook weer zo te zijn, want de kroegbaas wandelde met me mee het hele dorp door om me weer op het juiste pad te krijgen.
Hierna werd de route echt geweldig mooi. Ik ben 500 meter omhoog geklommen en later weer 500 meter afgedaald. Dat is niet eens zoveel natuurlijk, maar als je met een auto rijdt, zitten er allemaal keurige haarspeldbochten in de weg, zodat je niet al te steil omhoog gaat. Mijn wandelpad ging echter door het bos en heel erg steil omhoog (en later weer even steil naar beneden). Ik was blij dat het niet regende en het pad droog was, anders was het bijna niet te doen geweest. Het was dus zwaar werk, klimmen en hijgen, maar na al dat zwoegen was de beloning op de top grandioos: het was echt schitterend daar!
Toen ik bijna in Rubiaes was, zag ik dat daar een hostal was, dus ik dacht: “Dat is kat in ‘t bakkie” en ben daarheen gewandeld. Bij aankomst bleek echter dat mijn Duitse collega-pelgrims met de hun eigen grondigheid alles gereserveerd hadden. Ik doe dat niet, dus ik viste dan ook achter het net. De eerstvolgende plaats waar ik kon overnachten, is Valenca maar daar moet ik morgen naar toe lopen, dat is dus een dag verder. Geen nood, ik heb het opgelost. Aan het meisje van het hotel heb ik gevraagd of er een taxi te krijgen was. Ze probeerde het een paar keer, maar er kwam zoveel tussendoor en ik kreeg het telefoonnummer, dus heb stoer zelf maar gebeld. Nou is mijn Portugees niet echt zoals het zijn moet en bij de man, die ik aan de lijn kreeg, was het Frans, Duits en Engels ook erg ver weggezakt, dus het gesprek ging ongeveer als volgt: Ik riep de naam van het hostal en: “Rubiaes” en “taxi”. Hij riep vervolgens: “OK” en daarmee eindigde onze conversatie. Ik ging dus braaf zitten wachten, maar ondanks onze vloeiende conversatie verscheen er geen taxi aan de horizon. Het meisje van het hostal begreep toen dat ze in moest grijpen en belde nog maar eens voor me. “Ja, ja, hij kwam eraan, nog even iemand afzetten”. Nadat ik nog een half uurtje geduld heb gehad, verscheen er dan eindelijk een taxi, die me riant naar Valenca bracht.
Voordat jullie nu gaan zeggen: “Zat hij alweer in een taxi? Ja, zo kan ik het ook”, deel ik maar even mee, dat dat weliswaar waar is, maar anders dan jullie denken. Dit was namelijk een extra rit, want ik heb slim het volgende bedacht: Ik heb hier in Valenca voor twee nachten een kamer gehuurd. Morgenochtend komt de taxi weer chic voorrijden en brengt me dan terug naar Rubiaes. Daar begin ik mijn wandeling weer op de plaats waar ik vandaag gestopt ben. Wat daar slim aan is, begrijpen de slimmerds onder jullie allang: ik kan een gedeelte van mijn spullen hier laten, zodat mijn rugzak morgen een stuk lichter is.
Ja, dat zijn zo de slimmigheidjes van een ervaren pelgrim.
Ik weet nog niet of ik na Santiago ook nog naar Fistera wandel, dat hangt van een aantal dingen af: de tijd die ik nog heb, het weer (als het van de lucht hoost, is er niet veel aan) en mijn voetjes. Ik ben er tenslotte al drie keer geweest en als het slecht weer is, zie je er niet veel. Als ik in Santiago ben, kijk ik daar wel welke beslissing ik neem.

Categorieën: 2010: Camino Portugues | 1 reactie

Engelsen contra Fransen

vlaggen-web

Ik heb gisteravond tijdens het diner volop genoten. Allereerst omdat het een uitermate goed restaurant was en het eten overheerlijk, maar ook vanwege het publiek dat er was. Toen ik binnenkwam, zat er een groep Engelsen, zeven mannen en twee vrouwen. Echt zoals Engelsen dan doen: formeel en gereserveerd wordt er gedebatteerd en geproost. Toen kwam er een groep Fransen binnenrollen. Die stortten zich op de vitrine om alles wat daar was, te bekijken en daar hun commentaar op te leveren: “Welke soort ham is het? Waar komen de asperges vandaan?”, etc. Ze begrepen niets van de menukaart, dus hun reisleidster moest alles uitleggen en aan de kok vragen. Uiteindelijk was iedereen aan het eten en toen leek het wel of er opnieuw een Engels-Franse oorlog aan de gang was, waarbij het bij beide groepen erom ging wie het hardst kon lachen. De Fransen zetten alle zeilen bij: gingen steeds meer debatteren over het eten en dat de wijn niet goed erbij paste en ze andere wijn wilden. De Engelsen daarentegen proostten steeds meer en ik dacht op een gegeven ogenblik dat ze ‘God save the queen’ aan zouden heffen. Zover kwam het niet, maar ik heb wel heel veel plezier gehad. Geweldig om daarbij toeschouwer te zijn.
Vanmorgen ging ik weer fris op pad. Ik wilde de eerste kilometers vanuit Barcelos lopen en daarna een taxi nemen, maar toen ik langs een taxistandplaats kwam, heb ik de zaak omgedraaid: ik heb me door de taxi 10 km weg laten brengen en ben vervolgens uitgestapt om de rest, ongeveer 22 km, te gaan lopen. En dat bleek een goed plan: ik heb een schitterende route gelopen, de mooiste tot nu toe. Over de heuvels en door een paar valleien, het was schitterend. Het is hier nog steeds warm, vandaag 32 graden en dat in Noord-Portugal!
Zo ben ik op mijn gemakje naar Ponte de Lima gewandeld en ben daar in een hotel beland. En ik ben niet de enige pelgrim hier, want er zitten hier in het hotel nog een heleboel andere pelgrims. Ik denk dat op deze gang in elke kamer een pelgrim zit. Hoe ik dat weet? Heel simpel, omdat er overal van die miniwasjes hangen: sokken, onderbroek, handdoek.
Ook onderweg heb ik er wel een stuk of twaalf gezien en hier in de stad zie ik ook steeds bekende gezichten van mensen die ik al eerder heb gezien. Er loopt hier een Duitser rond die sprekend lijkt op Manfred, die ik in 2007 tijdens de camino heb ontmoet. Hij geeft geen teken van herkenning, dus het zal wel niet, maar als ik de kans krijg, ga ik het hem toch vragen.
Er was hier vorige week zaterdag groot feest in Ponte de Lima, maar omdat er in deze tijd van het jaar ergens anders niet zoveel te doen is, zijn de kraampjes maar blijven staan en feesten ze gewoon nog een poosje verder. Ik zit nu buiten op een bankje mijn sigaartje te roken, het is inmiddels afgekoeld tot 24 graden, dus uiterst aangenaam, maar het is nog een hoop herrie. Ik hoop dus dat ik straks kan slapen.
De Duitse pelgrims hier hebben de eigenaar zo gek gekregen dat er morgenochtend al om half zeven ontbijt is en komen mij vertellen dat ik dan ook al kan ontbijten. Eerlijk gezegd ben ik dat nog niet van plan, want wat moet je nu zo vroeg onderweg? Morgen is het maar een tochtje van 18 km en in de plaats waar ik dan aankom, schijnt echt helemaal niets te zijn behalve een herberg. Dan kom je al om een uur of twaalf aan en verveel je je de rest van de dag dood.
Nu loop ik natuurlijk de kans dat ik, als ik later weg ga, dus ook later op de plaats van bestemming ben en dat dan alle bedden in die ene herberg bezet zijn door mijn collega pelgrims, maar dat zie ik dan wel weer. Dan verzin ik wel weer een oplossing. En als ze morgenochtend zoveel herrie maken, dat ik niet meer kan slapen, besluit ik misschien toch nog om ook maar vroeg te vertrekken. Ik zie wel hoe het loopt morgen: loslaten en toelaten was het toch?
Ik heb trouwens uit zitten rekenen dat ik, als alles verder naar wens verloopt, volgende week zondag in Santiago aan zal komen. Wat gaat dat nou weer snel ineens. Zit het mee, dan misschien al op zaterdag en kan ik zondag het wierookvat zien zwaaien. Zit het tegen, dan ben ik er pas maandag of misschien wel helemaal niet. We zullen wel zien: gewoon maar doorlopen!

Categorieën: 2010: Camino Portugues | 2 reacties

Ik hoor eigenlijk te lopen

Ik heb mijn vrije dag als toerist doorgebracht, maar om eerlijk te zijn, weet ik niet goed hoe ik met zo’n vrije dag om moet gaan. Eigenlijk voel ik me dan een beetje schuldig: Ik doe maar niets, ik zou moeten lopen. Onzin natuurlijk, maar ja.
Voor ik vertrok, ben ik van kamer gewisseld en daarbij probeerden ze me warempel € 5 extra afhandig te maken. Gisteren was een eenpersoonskamer nog € 20, nu ineens € 25. Dat kwam natuurlijk omdat ze me gisteren de driepersoonskamer hebben gegeven voor € 30 in plaats van € 35 en nu dachten ze zo die € 5 weer binnen te halen. Wat dan wel zo is, is als je zegt: “Dan zoek ik wel een ander adres” het meteen over is. Maar ze hebben ook echt een soort imperium hier opgebouwd: hotel, café, snackbar, etc., dus denken ze dat ze zich het een en ander kunnen veroorloven. Maar Mattheus is wel goed, maar niet gek.
Het ontbijt bestaat hier uit koffie met gebak. Soms zit ik om zeven uur ‘s morgens dus al aan de moorkop. Ik neem er dan meestal een glaasje jus d’orange bij, maar de Portugezen niet. Er wordt hier dus heel veel gebak gegeten, toch zijn ze niet dikker dan bij ons. Nou, dat is weer eens iets anders dan een beschuitje met kaas.
Na deze bezigheden ben ik met de bus naar Braga gegaan, een uur heen en een uur terug. Op de terugweg zat de bus vol met scholieren en ik verzeker jullie, ze maken net zoveel herrie als in Nederland. Dat is internationaal.
De steden zijn over het algemeen erg mooi hier in Portugal. Veel parken, heel veel bloemen en heel levendig.
Braga noemen ze het Rome van Portugal, omdat er zoveel kerken zijn en ik heb inderdaad nergens zoveel kerken zo dicht bij elkaar gezien. Je struikelt er gewoon over. Ik heb ze natuurlijk niet allemaal bekeken, maar de hoofdkerk wel. Die stamt uit de elfde eeuw en er hing een lijst met bisschoppen vanaf het jaar 60 met alle namen erop. Hoe ze dat weten, weet ik ook niet. Ze hebben de stoffelijke resten, die ze hebben opgegraven, in kleine kistjes gedaan en in een aparte ruimte opgesteld. Het was een mooie kerk, alleen jammer dat je nergens mag filmen. En daar letten ze scherp op hier.
Buiten de stad staat ook een grote ‘Bon Jesus’ als een soort Sint Pieter. Dat was te ver lopen, dus die heb ik niet gezien. Braga schijnt een poos de geestelijke hoofdstad van Portugal geweest te zijn, dus vandaar al die kerken.
Aangezien jullie nieuwsgierig naar mijn voeten vragen, zal ik even een medisch communiqué geven van de actuele stand van zaken:
Zojuist heb ik alle pleisters, verbanden, plakkaten, etc. verwijderd en het volgende geconstateerd: de open plekken zijn dicht, maar nog heel teer. Er komt nog vocht uit de grote teen, maar hij begint wel te genezen. De plek waar mijn nagel heeft gezeten, heeft een donkerbruine kleur en over het geheel genomen denk ik niet, als ik naar mijn voeten kijk: “Wat heb ik toch mooie voeten”. Maar dat geeft niet, ik ben blij dat ik er mee loop! Vannacht laat ik alle pleisters, etc. eraf om ‘aan de lucht’ te genezen om eens een medische kreet te gebruiken.
Morgenochtend is het dan weer tijd voor de volgende inpakronde: compeed met spul erover en stevig vastplakken met pleisters. En zo hoop ik dan toch Santiago de Compostela te gaan halen: nog 186,5 km.
Morgen is de etappe ruim 32 km, maar ik denk niet dat ik dat ga doen. Ik wil na een kilometer of 20 stoppen. Mocht er dan geen plaats meer voor mij zijn in de herberg (want er is daar maar een kleintje, heb ik begrepen), dan kijk ik wel wat ik doe. Misschien een taxi of zo.
Ik begreep van Gery dat sommigen van jullie vast een kaartje willen sturen naar het eindpunt in de overtuiging dat ik het zal halen. Houd ik van, van dit optimisme. Hierbij het adres waar je eventueel post heen kan sturen:
Officina de Correos
Lista de Correos
a la atención de señor DENOTTER, MATTHEUS JAN
15700 Santiago de Compostela
ESPAÑA
Het is vooral belangrijk dat je precies de naam zo schrijft, want het is ieder jaar toch al een sport om alle post boven tafel te krijgen. De ene postbode stopt het in het vakje onder de D van Denotter, de ander onder de M van Mattheus en alle mogelijke verdere varianten.
Gegroet, gij allen en tot morgen maar weer, hopen we.

Categorieën: 2010: Camino Portugues | 1 reactie

Voeten wassen

Zo, ik heb er weer 28 km op zitten, dus het was een forse wandeling. De route was wel erg mooi, veel door de bossen. Alleen wandel je dan wel steeds over de kinderhoofdjes en dat loopt niet makkelijk. Maar ja, het heeft wel iets idyllisch, zo onderweg heb ik over van alles en nog wat lopen filosoferen. Tenslotte heb je dan de tijd, nietwaar? Er was ook een behoorlijk riskant stuk van een paar kilometers, toen de route vlak langs de autoroute liep en er bijna geen mogelijkheid was om uit te wijken. Best gevaarlijk.
Vanmorgen was er geen café te bekennen voor mijn koffie, dus was het doorlopen geblazen. Zo tegen half één dacht ik: “De eerste de beste kroeg is voor mij, ik wil koffie!!”. En toen kwam er ook een café. Ik vroeg dus om koffie, maar de baas zei: “Moet je niet eten dan?” En toen kreeg ik soep, kip met patat frites, water of wijn naar keuze en koffie toe voor € 4,50. Je snapt niet hoe ze het ervoor kunnen doen. Dus met gevulde maag ben ik weer op stap gegaan en de rest van de route waren er ook niet veel café ‘s. Dat scheelt echt, de een of andere keer. Wel zie ik nu steeds meer pelgrims, ik ben ook een stukje opgelopen met een Amerikaans stel.
Om kwart voor vier wandelde ik de brug over (elk respecterend dorp heeft hier een water met een brug erover) en Barcelos binnen. Vlak voor die brug staat een dertiende-eeuws kapelletje. Het is heel klein en in dat kapelletje staat een wasbekken. Erbij een nadrukkelijke aanwijzing, dat pelgrims op weg naar Santiago hier hun voeten moeten wassen voor ze de stad binnengaan. Nu zit er geen water meer in, maar je vraagt je wel af hoeveel duizenden voeten hier in de loop van de eeuwen gewassen zijn.
Barcelos is een erg levendige stad met een leuk centrum en veel mensen. Er is ook een andere dertiende-eeuwse kerk, de ‘Bon Jesus’, die is ook echt schitterend om te bekijken. Prachtige tegeltableaus weer en een schtterend altaar. Helaas mocht ik er niet filmen of fotograferen.

Haan-web Verder zie je overal in de stad hanen, van hele kleine tot hele grote. Op foto’s, op tableaus, als standbeeld. En er hoort precies hetzelfde verhaal bij als in Spanje in Santo Domingo de Calzada over de jongen die opgehangen werd en niet doodging, omdat Sint Jacob zijn handen onder de voeten van de jongen hield en de rechter, die zei: “Die jongen is net zo levend als die kip hier op mijn tafel”, waarop de kip vleugels kreeg en wegvloog. Alleen speelt hier de haan een hoofdrol en niet de kip. De haan is ook het nationaal symbool van Portugal geworden.
Na aankomst heb ik mij gemeld in een residencial. Daar was wel een kamer, maar pas om half zes. Dus ja, dan eerst maar op een terras aan de cola. Tot mijn schrik zie ik op het plein overal kramen en ik hoop niet dat ik weer getuige mag zijn van net zo ‘n feest als vorig jaar, want dan zal ik niet veel slapen. Het is wel geinig, want overal op het plein staan stellingen met kruisen erop, echte kruisen zoals in de kerk. Alleen worden ze hier gebruikt om slingers en lampionnen van het ene kruis naar het andere te leiden. Ja, dat is ook een manier van versieren.
Omdat ik toch nog niet naar mijn kamer kon, ben ik naar het toeristenbureau gegaan, daar kun je meestal over een PC beschikken. Nou, die hadden ze wel, maar ik mocht er maar heel even op, omdat er een vergadering in dezelfde ruimte gehouden werd.
Toen ik om half zes weer naar mijn kamer vroeg, was die nog steeds niet klaar. Ik was het zat, dus zei: “Laat maar zitten, ik neem mijn rugzak wel weer mee en zoek ergens anders een plekje”. Nou nee, dat was natuurlijk ook niet de bedoeling, dus opeens was er een andere kamer vrij. Ik heb nu een driepersoonskamer, dus ruimte genoeg. In ieder geval vannacht, want het is niet zeker dat ik deze kamer nog een nachtje kan gebruiken.
Ik wil hier namelijk een dag blijven. Vandaag heb ik een flink stuk gelopen en de volgende etappe is ook weer een flink stuk, dus een dagje tussendoor is wel lekker en ik wil graag naar Braga. Dat is een stad hier in de buurt en die schijnt heel erg de moeite waard te zijn. Dus morgen pak ik de bus of de trein om Braga te bezoeken.

Categorieën: 2010: Camino Portugues | 3 reacties

Gewoon een goede wandeldag

Over vandaag valt eigenlijk niet zoveel te vertellen. Ik heb gewoon een goede wandeldag gehad. Ik heb lekker gelopen, weliswaar heel veel op kinderhoofdjes en dat loopt niet zo makkelijk, maar het ging allemaal lekker. Het grootste gedeelte ging door bewoond gebied, de buitenwijken van Porto en heel veel dorpen. Al deze dorpen hadden een kerk, een café en een kleine supermarkt, dus er was onderweg genoeg te eten en te drinken. Ik kwam niets tekort en hoefde zelfs geen water mee te nemen.
Bovendien was het helemaal niet zo warm als voorspeld was. Toen ik vertrok, was het wazig en het was zo ‘n 21-23 graden en, geloof het of niet, ik kreeg zelfs een paar buitjes. Niet zo erg dat ik mijn regenkleren aan moest trekken, dat nou ook weer niet, maar toch….
Enfin, ik ben inmiddels beland in wat volgens mijn gids Vilarinho heet, maar hier op de borden Vila do Conde en bevind me nu weer op het platteland. Voor de eerste keer slaap ik nu in een soort refugio, die hier Abrigo Peregrino heet. Er zijn vier bedden, maar inmiddels zeven gegadigden, geloof ik. Andrew en Therese, het Canadese stel dat ik eerder heb ontmoet, zijn hier ook. Ze slapen meestal bij de bomberos. Dat is de brandweer, die doet hier van alles en nog wat en levert dus ook slaapgelegenheid. Alleen is het de laatste keer niet zo goed bevallen. Ze moesten ‘s avonds hun credencial inleveren en toen ze vanmorgen weer wilden vertrekken, konden ze niet weg, want de credencials lagen in de kluis en de baas die de sleutel had, kwam uiteraard niet in de vroege ochtend.
Er is hier ook een Pools meisje, dat vandaag aan haar camino is begonnen. Ik weet nog niet hoe ze heet, maar dat komt wel.
De Abrigo is naast een school, het is nu half vijf, maar de kinderen zijn er nog. Op dit moment worden ze losgelaten op het schoolplein en ze maken toch een hoop herrie met zijn allen! Je kunt jezelf niet eens meer verstaan.
Weten jullie wat nog erger is? Het spettert nu ook!! Ik moet mijn gewassen kleren onder de dakgoot hangen, anders drogen ze helemaal niet. Zo hoort het niet natuurlijk. Dat jullie regen hebben is normaal, je woont tenslotte in Nederland, maar ik hier in Portugal?? Het moet niet gekker worden!

Categorieën: 2010: Camino Portugues | 1 reactie

Blog op WordPress.com.