Auteursarchief: pelgrimtheo

Caesar Theodoris

Gisteravond hebben we eerst gezellig zitten borrelen met een aantal pelgrims en daarna heb ik gegeten met een Duitser, een meisje uit Geneve, een Spanjaard en ik, dus ik moest allerlei talen door elkaar spreken. De Spanjaard is de man die een beetje Frans spreekt, hij heeft zes omleidingen gehad en rookt als een ketter. Dat mag natuurlijk niet van de dokter, maar “de dokter is nu ver weg en ik ben hier” is zijn filosofie.

Vanmorgen bij het ontbijt heb ik al mijn charmes in de strijd gegooid bij het meisje dat bediende. Ik zei dat ik elke dag wel een engel tegenkwam zoals zij nu. Ze smolt helemaal weg en ik kreeg een extra kuipje roomboter en daar was het me om begonnen!
Toen ben ik gaan lopen en zag de zon opkomen, dat was een erg mooi gezicht. Ook vandaag was het weer een kaarsrechte weg, kilometer na kilometer, eindeloos. Na 16 km kwam ik aan in Merida over een zeshonderd meter lange, oude Romeinse brug. Ik voelde me net Caesar Theodoris aan het hoofd van zijn legioenen. Aan de overkant van de brug is dan nog een muur met een poort van de Moren.

Merida is echt een schitterende stad, in het centrum zijn nog een Romeins theater, een amfitheater en een Romeinse triomfboog. Heel erg mooi.
Als je eens nagaat wie hier allemaal gezeten hebben: eerst de Iberiërs, toen de Romeinen, daarna West-Goten, de Moren en uiteindelijk de Katholieke koningen, dan zie je hoeveel verschillende culturen dat waren en iedereen liet wel iets van de eigen cultuur achter.
De weg mag dan soms wel mooi, maar wat saai zijn, de plaatsen waar je komt maken heel veel goed.

Ik heb trouwens tot nu toe op de Camino de la Plata nog geen Sint Jacob gezien. Ik loop over een oude Romeinse weg en zie ook veel dingen van de Romeinen, dus die hebben het hier gewonnen van de Katholieken. Volgens insiders begint het na Salamanca pas een echte Sint Jacobsroute te worden, dus eigenlijk ‘doe’ ik nu ook verschillende culturen in één route.

Omdat ik al om twaalf uur gearriveerd ben, heb ik vanmiddag al een stuk van de stad bekeken. Vervolgens weer terug naar mijn hotel voor de dagelijkse beslommeringen: wasje, rugzak inpakken, etc. en nu ga ik straks nog even een kerk bekijken en dan zullen de andere pelgrims inmiddels ook wel weer de stad indruppelen. Die slapen in de refugio, maar die ligt een eind buiten de stad en ik wilde de stad zien, dus heb weer luxe voor een hotel gekozen. Ja, de welvaart sluipt bij mij binnen!!

Categorieën: 2011: Via de la Plata | 1 reactie

En zie…..de zon

Gisteravond heb ik in het hotel gegeten en naast me zat een stel uit Emmerich, dus ‘we waren buren’, vonden ze.
Het was erg gezellig, alleen was de man erg ongerust dat we in de volgende plaats, Torremejia, geen slaapplaats zouden hebben, want volgens zijn gidsje was er maar één hotel. En zoals een Duitser betaamt: als het in het gidsje staat, is het zo, daar doe je niets bij of af. Van schrik heeft hij de hele avond op zijn ipod zitten zoeken, maar ja, hoe hij ook zocht, daar kwam geen hotel bij.

Vanmorgen was ik om half zeven weer op, nadat ik lekker door de disco heen heb geslapen. Dat stelde niet veel voor, dus daar heb ik geen last van gehad. Volgens het weerbericht was het vandaag mooi weer. Aangezien je in het hotel niet kan ontbijten, dacht ik: “Dat doe ik onderweg wel in een café”, stapte welgemoed zonder regenkleding naar buiten…… waar het werkelijk hoosde van de regen. Ik had geen zin om nou alles weer af te laden om mijn regenkleding aan te doen, maar was dus wel alweer kleddernat toen ik in het café kwam. Daar stond de tv aan en kwam juist het weerbericht. Voorspelling: “Vandaag overal droog en zonnig”. Het hele café joelde, want iedereen was kletsnat.

Maar na een half uurtje lopen werd het zowaar droog, het bleef eerst nog wat donker, maar na een poosje was hij er dan toch weer….DE ZON. Poncho uit, petje op. Nou begint het weer ergens op te lijken! En het is de hele dag mooi weer gebleven, precies goed, zonnetje, niet te warm, niet te koud, fris windje.
Dus daar liep weer een tevreden pelgrim over de weg. Nou, liep??? Dat was het niet helemaal de eerste 4 km. In de gids stond dat het eerste stuk glad, glibberig en plakkerig was. Ik geloof niet alles wat er in de gids staat, maar het was erg glad, glibberig en plakkerig. Binnen de kortste keren zag ik er niet meer uit, overal modder. Alle pelgrims die ik ontmoette onderweg, zagen er even verschrikkelijk uit. Ik heb een poosje gesproken met een Nederlands stel uit Steenderen, dat ook in Sevilla vertrokken is en dezelfde route loopt, maar zij nemen tussendoor veel meer dagen vrij.

Enfin, na die eerste 4 km werd de weg stukken beter, dus heel prettig om op te wandelen. Het was een kaarsrechte weg de volgende 20 km, met onderweg geen enkele plek waar je water kon tappen, geen huis, geen dorp, geen bomen, niets!
“Kijk”, dacht ik toen, “als je dit stuk moet lopen als het 35 graden is, ga je dus helemaal kapot hier”. Als je een paar dagen in de regen loopt, vergeet je gauw hoe warm het vorig jaar was. Toen liep ik te snakken naar een buitje.

Om kwart over twee arriveerde ik in het hotel in Torremejia. Volgens de gids een eenvoudig hotel, ik zou zeggen ‘zeer eenvoudig’, maar ik heb wat ik nodig heb.
Voor een terrasje is het nog iets te fris, maar als het weer verder zo blijft, ben ik dik tevreden en hoor je mij niet meer klagen.

Categorieën: 2011: Via de la Plata | 1 reactie

Weg met die buienradar!

Laat ik beginnen met jullie een indruk te geven hoe ik er vandaag bijliep, dan hoeven we het verder niet meer over het weer te hebben.

Bij vertrek moest de poncho al aan, om een uur of tien zat mijn broek tot aan de knieën onder de modder en een kilo slijk onder de zolen van mijn schoenen, want dat spul blijft plakken. Zo liep ik ook hele stukken door nat zand. Daar zak je een beetje in weg en dat loopt dus moeilijk. Zo, nou weten jullie waarom ik de buienradar niet meer geloof.
Alle pelgrims die ik onderweg ontmoet zien er net zo uit als ik en iedereen is koud tot op het bot, dus er worden heel wat grappen gemaakt om de moed erin te houden. Ik ben een stukje met een Spanjaard uit Tarragona opgelopen. Die sprak aardig Frans, want hij kent Catalaans en dat lijkt wel wat op Frans. Dus dat was gezellig. Er was een koffiestop in Los Santos de Maimona, althans volgens de gids, maar ja, het is zaterdag en ook nog heilige week, dus alles was gesloten.

Jullie denken nu misschien: “Wat een klaagzangen over het weer” en dat is natuurlijk ook niet leuk, maar als ik dan eenmaal weer in een hotel ben, lekker gedoucht heb en dus weer warm en schoon ben, is het leven weer helemaal prima en heb ik het alweer uitstekend naar mijn zin. Gery meende op te moeten merken dat ik nu ook thuis op mijn zonnebed had kunnen liggen en ik mag van haar zo naar huis komen als ik het niet meer leuk vind. Dat weet ik en ik had het vandaag zo koud dat ik wel een half uur onder de hete douche heb gestaan, maar terug om op mijn zonnebedje te liggen?? Mooi niet!!

Om even over tweeën was ik in Villafranca de los Barros en ja hoor, toen ik de stad inliep werd de regen minder en nu is het droog.
Ik was op zoek naar onderdak en zag een paar mannen die buiten een sigaretje stonden te roken, dus vroeg waar ergens onderdak was. Nou, dan moest ik maar even de bar in gaan, want die hadden een lijst met overnachtingsplaatsen. Ik stapte naar binnen en daar stond mijn Spanjaard uit Tarragona weer. Die had net een pension gereserveerd, dus ik ben met hem meegelopen in de hoop dat er misschien nog een plaatsje voor mij ook was.

Helaas ving ik bot, maar ze hadden wel een ander adres, een hotel in de stad. Dus ik weer terug de stad in naar het hotel, maar daar wilden ze me eerst niet hebben. Ja, toen ben ik me maar een beetje op zijn Spaans aan gaan stellen, dat ik zo moe was en zo koud, ach, ach, ach. “Ja, maar we willen geen gasten, want vanavond om twaalf uur begint hier een grote disco-avond en dat wordt te lawaaiig”. Nou, ik heb plechtig verklaard dat dat me niet kon schelen en dat ik niet zou klagen en toen mocht ik blijven.
Ik heb tenslotte vorig jaar ook al met dat bijltje gehakt en ook al slaap ik waarschijnlijk slecht, ik heb een bed en kan dan in ieder geval lekker liggen.

In de cafetaria van het hotel heb ik een lekkere schotel gegeten met van alles en nog wat voor € 6, dus ik ben weer helemaal boven Theo! Vanavond probeer ik dan vroeg te gaan slapen, zodat ik al een goede tuk gedaan heb voor het lawaai losbreekt. Morgen heb ik 27 km voor de boeg. Het zal wel weer regenen, maar ik blijf hopen………….

Categorieën: 2011: Via de la Plata | 1 reactie

Weer in Zafra

De refugio, waarin ik vannacht heb geslapen, zit in een oud klooster en daarin is ook een informatiecentrum over een heel beroemde Spaanse schilder van religieuze onderwerpen: Francesco de Zurbaran. Die is in Fuento de Cantos geboren, vandaar dus dat centrum.
Gisteravond heb ik gezellig gegeten met twee Duitse dames, terwijl buiten de processie aan de gang was. Onder het eten begon het weer gigantisch te regenen, zodat de hele processie de kerk in vluchtte.
Ja, de regen is nog niet uit de lucht, merkte ik vandaag.
Het eerste stukje was het zowaar droog, maar na een uur gingen de hemelsluizen weer wijd open. Ik ben een stuk opgelopen met een Zwitser, die liep een eindje voor me uit en begon ineens wild met zijn armen te zwaaien en te wenken. Ik dacht: “Wat zou er zijn?”, maar het bleek dat hij voor een beek stond, waarvan mijn gids meldde dat er in de zomer misschien nog wel eens een beetje water onderin kon staan. Nou, als dat allemaal voor de zomer nog op moet drogen, mag de zon wel heel hard schijnen, want het was gewoon een brede kolkende rivier geworden, waar je met geen mogelijkheid doorheen kon, ook niet met je schoenen uit. Op datzelfde moment verschenen er aan de overkant ineens een paar pelgrims die wezen dat er een eind verderop een brug was. Dus sopten wij een kilometer in de regen door hoog, zeer nat gras en dan is een kilometer best lang. Maar zowaar, er was een brug, waar we overheen konden. Alleen waren er aan de overkant geen mooie gele pijlen, omdat we uiteraard van de route waren afgeweken. Het gevolg was dat we hopeloos zijn verdwaald en net zolang hebben rondgelopen tot we op een grote weg kwamen. Om verdere dwaaltochten te voorkomen, hebben we vervolgens die weg maar aangehouden. Minder mooi, maar wel de kortste en dat is wel zo prettig met dit weer, want nu loop je echt niet voor de lol.
Het werd echter wel prettiger. Op een gegeven moment, ongeveer 8 km voor Zafra, moest ik linksaf en opeens rijdt er een gigantische BMW naast me, die een eindje verder stopt en terug komt rijden. De man stapt uit en vraagt waar ik naar toe moet. Ik meld hem: “Eerst naar Pueblo de Sancho Perez en dan nog door naar Zafra”. Hij hoort natuurlijk dat ik geen Spanjaard ben en vraagt of ik Duits versta. Vervolgens begint hij in keurig Duits tegen me te praten. Hij heeft een opleiding gevolgd in Noord-Duitsland en spreekt goed Duits. Hij vertelt dat ze in die tijd uit gingen naar Sappemeer (of all places in the world). “Nou, stap maar in, je kunt meerijden tot Pueblo”, zegt hij en dat doe ik. Lekker even droog zitten. We zitten zo gezellig te praten, dat hij in Pueblo zegt: “Nou, ik vind het leuk om weer eens Duits te kunnen spreken, dat doe ik nooit meer, dus ik breng je wel even naar Zafra”. Ik heb dat aanbod dankbaar aanvaard en zodoende werd deze zielige, arme pelgrim dit keer door een fraaie BMW voor de deur van mijn hotel afgezet!!
In het hotel bleek mijn kamer nog niet klaar te zijn, maar ik kreeg een pilsje en tapas aangeboden aan de bar, dus dat was geen probleem. Toen moest ik nog eten, het was inmiddels al half vier, dus ik dacht: “Er zal wel niet veel meer te krijgen zijn”, maar nee, er was gewoon nog van alles en om vier uur stapten nog mensen binnen om …. te lunchen.
Gisteren had ik een praatje met een advocaat die Engels sprak en die zei dat Spanje echt erg moet veranderen en meer Europees moet gaan denken. “Als Europa aan het werk is, gaan wij slapen”, zei hij en vertelde vervolgens dat hij hoog opgeleide sollicitanten krijgt met alle kennis die nodig is tot het moment waarop hij vraagt of ze Engels spreken. De meesten moeten dan afhaken.
Hij heeft natuurlijk gelijk, maar aan de andere kant, in Portugal spreken ze wel meer talen, maar daar gaat het nog slechter.

Categorieën: 2011: Via de la Plata | Een reactie plaatsen

Had ik het maar niet gedaan

Ik heb gisteravond een luisterrijke avond gehad. In Zafra was een processie. Er stonden een heleboel mensen aan de kant van de weg en ik vroeg hoe laat de processie begon: om half negen. Nou, daar kon ik wel even op wachten. Maar het werd half negen…niets te zien…het werd negen uur….niets te zien…het werd kwart over negen….niets te zien. Ik vroeg aan de jongen die naast me stond en een beetje Engels sprak: “Hoe laat is het in Spanje half negen?” Dikke pret natuurlijk en de jongen dacht dat het misschien wel morgenochtend om half negen zou kunnen zijn. Maar nee, om half tien was de processie dan toch in aantocht. Allemaal figuren in het wit gehuld met een witte puntmuts op en een masker voor, precies de Ku Klux Klan van vroeger. Allemaal devoot een kaarsje dragend, meest jonge meisjes, maar als die dan een vriendje of vriendinnetje zagen gingen hup het masker en de puntmuts af. Door de ene straat werd Maria gedragen en vanuit een andere straat kwam eenzelfde stoet met Jezus en die ontmoetten elkaar precies op het kruispunt waar ik stond. En daarbij was er heel luide, heel erg luide muziek. En iedereen stort zich er met hart en ziel in en staat te genieten. Ik vond het geweldig. Dicht bij mij stonden een paar vrouwen tegen de muur van een huis geleund. Alle huizen zijn hier wit en dat had afgegeven zodat ze allemaal een witte rug hadden. Ik zei dat ze nu allemaal ‘heilige witte maagden’ waren (die bestaat hier namelijk) en toen kon ik niet meer stuk.

Processie-Zafra-web

Het gevolg was wel dat ik om half elf nog moest gaan eten. Thuis zou ik dan al bedwaarts gaan. Maar goed, uiteindelijk ben ik toch in bed beland en heb heerlijk geslapen.

Vanmorgen heb ik om tien uur de bus terug genomen naar Monesterio om de route te vervolgen. Alsof de duvel ermee speelde, begon het weer te regenen en heeft het de hele dag gestortregend!! Kijk, dan wil je een brave pelgrim zijn en dan word je zo beloond. Had ik het maar niet gedaan.

Het was erg jammer dat het zo regende, want op zich was het een prachtige route, echt door de middle of nowhere. Hier liggen de dorpen erg ver uit elkaar en het land is leeg en ruim. Geen dorpen is niet zo erg, maar geen dorpen betekent ook geen café’s en dat is minder leuk, want met dit weer ga je ook niet ergens even op een bankje zitten. Ik kwam op een gegeven moment een Oostenrijks stel tegen, dat onder een boom stond te schuilen. “Ik wil terug”, zei het meisje, “want hij heeft wel regenkleding, maar ik niet. Dan geeft hij het wel aan mij, maar nou wordt hij drijfnat”. Voordat jullie nu gaan roepen wie er dan ook zo stom is om geen regenkleding mee te nemen, even het volgende. Het meisje had op internet gekeken en geconstateerd dat er in Spanje in april maar 2 mm regen valt. Aangezien iedereen haar ernstig had gewaarschuwd zo weinig mogelijk mee te nemen, dacht ze: “Nou, voor die paar buitjes hoef ik geen regenkleding mee te nemen”. Mis dus.
Maar ik had dit ook niet verwacht, want in alle gidsjes heb ik gelezen dat het hier zo heet is, wel 50 graden in de zomer en overal werd gewaarschuwd, dat je een dubbele hoeveelheid water mee moet nemen, omdat er onderweg niets is. Nou, die dubbele hoeveelheid water kwam rechtstreeks uit de hemel vallen, ik heb geen slok gedronken!

De route liep door een aantal beken, die door al het water zijn veranderd in kolkende rivieren. Als ze niet te diep zijn, kun je er met schoenen aan doorheen, maar ik heb vandaag ook een paar keer aan de ene kant mijn schoenen en sokken uit moeten trekken. Dan mijn onontbeerlijke crocs aan, door de beek waden, aan de andere kant afdrogen en de schoenen weer aan. Op de weg zoek je de droogste plekken om te lopen. Dat is in het midden of helemaal aan de zijkanten. Alleen is daar ook een hoop modder, dus iedere keer glibber je weer naar beneden de plas in.
Ik liep dus te ploeteren en te sjouwen en te glijden, toen er eerst twee honden uit het bos kwamen en vervolgens een man, voorzover ik begreep een herder, hij had het steeds over ‘pastore’. Die vroeg waar ik heen moest en toen ik dat zei, zei hij: “Nou, dan moet je nog twee uur!”

Ach ziet, welk een ontberingen komt deze pelgrim tegen op zijn pad!
Maar als troost zit ik nu hier in Fuente de Cantos in een schitterende refugio. Geen stapelbedden, er staan heerlijke banken om lekker te kunnen zitten, morgenochtend is er ontbijt en… voor een € 1 kun je de was in de wasmachine doen en voor nog een euro ook nog in de droger. Wat een weelde!!

Natuurlijk is het leuker als het mooi weer is en droog, maar ik heb het nog steeds en weer fantastisch naar mijn zin!

Categorieën: 2011: Via de la Plata | 1 reactie

Dat zul je nu altijd zien

Vanmorgen bij het opstaan kletterde de regen tegen de ruiten en gutste het water door de straten. Dus dat werd de bus. Ik had zodoende alle tijd om toilet te maken, maar helaas, het fonteintje zat verstopt en dat was zo vies, dat ik mijn tanden niet heb gepoetst en me niet heb geschoren. In de stromende regen naar de bus. Die kwam keurig om half elf aan, Guido en ik stapten in en……….. het werd droog en er scheen zelfs een zonnetje. Dat zul je nu altijd zien. Maar onderweg betrok het alweer en begonnen er weer buien te vallen. We kwamen langs een stuk grond, zo groot als twee voetbalvelden, vol met zonnepanelen. Ja, hier loont het de moeite om zoiets neer te zetten met al die zon. Die zon heeft vandaag verder niet geschenen en er zijn heel wat donkere luchten voorbijgetrokken, maar met de regen viel het eigenlijk nog mee. Achteraf gezien had ik best wel kunnen gaan lopen, maar ja, achteraf…..

De bus deed er niet lang over, na een half uurtje stonden we in Zafra. Zafra is een middelgrote stad met kasteel, kerk, etc. We zijn maar begonnen met een hotel te zoeken en dat viel nog niet mee. Het loopt tegen Pasen, dus het is erg druk. Eigenlijk wilden we in de Parador gaan slapen (zoiets als het Amstelhotel), maar dat leek ons misschien toch iets te prijzig. De pelgrims dienen eenvoudig te blijven. Uiteindelijk hebben we nu een hotel in het centrum van de stad, met bad, tv op de kamer en een goed restaurant erbij voor € 21. Als je nagaat dat het zooitje van gisteren € 20 kostte, is dit een zeer keurige prijs.

Ja, toen was het alweer tijd om een hapje te eten en terwijl ik dat zat te doen, kwamen er allemaal pelgrims langs, dus er zijn er genoeg op deze route. Daarna heb ik een internetcafé opgezocht, maar ik kon helaas geen kaartjes opsturen, want er zat geen aansluiting voor mijn snoertje. Ik kon alleen mailen.

Het is nu kwart over vier en ik zit in een parkje dat geheel leeg is. Er is echt helemaal niemand te zien. Iedereen ligt op bed. Om vijf uur zie je dan voorzichtig weer wat beweging komen en om zes uur gaan de winkels weer open en begint het leven weer. Dat is wel grappig, maar het gevolg is dat ik me dan ’s middags wel een beetje loop te vervelen. Gek is dat, ik wil altijd graag een vrije dag hebben, maar als ik die dan heb, denk ik: “Ik had best kunnen gaan lopen”. Ik heb in dit hotel voor twee nachten geboekt, dus de bedoeling is dat ik hier morgen ook blijf. Ik weet nog niet goed wat mijn plannen zijn verder, terug of doorlopen, dat hangt helemaal van het weer af.
Maar goed, ik doe het ook maar even op zijn Spaans………. morgen zie ik wel verder!!

Categorieën: 2011: Via de la Plata | 1 reactie

Regen!!!

Gisteravond heb ik een pizza gegeten in een cafetaria en vervolgens heb ik in een prima bed zo heerlijk geslapen, dat ik me vanmorgen zelfs een beetje verslapen heb. Ik werd pas om tien voor zeven wakker. Na een ontbijt in een café was ik dan toch om acht uur weer op weg.

Ik stak vandaag de grens over van Andalusië naar Extramaduro. Daar moet je nou niet zo licht over denken en je schouders ophalen: “Nou ja, van de ene provincie naar de andere, wat stelt dat nu voor”, want zo eenvoudig is het nu ook weer niet. De grens wordt gevormd door een rivier en daar staat nog de ruïne van een groot kasteel, dat daar gebouwd is om de grens te bewaken. En er staan natuurlijk ook borden zodat je goed weet waar je bent.

Na deze ‘grens’ heb ik over een oude Romeinse weg gelopen, zo’n 10 km lang. Ik ben en blijf lyrisch over die oude Romeinen, ze hebben gewoon een fantastische weg aangelegd; het loopt ook nu nog heel makkelijk en vlot. Het enige minpunt was, dat uit de donkere wolken die ik al een tijdje had zien hangen, nu water begon te vallen. Nou, water?? Zeg maar gerust hoosbuien. Mijn fraaie jack blijft van binnen gelukkig wel droog, maar de poncho, die ik daar overheen heb en over mijn rugzak, is zo lek als een mandje, dus alles wordt toch heel erg nat. Het water loopt dan langs je broekspijpen en je schoenen en dat is echt geen lekker gevoel. Tot overmaat werd de weg na die fraaie Romeinse weg ook wat minder, ik moest de autoweg oversteken en liep vervolgens over een strook, waarbij ik de autoweg aan mijn ene kant had en aan de andere kant de provinciale weg.
Vlak voor mijn volgende overnachtingsplaats Monesterio had ik volgens mijn gidsje een prachtig uitzicht op het kasteel van Monesterio, maar helaas, ik heb er niets van gezien, want het was mistig en het regende pijpestelen.

In Monesterio vond ik een hotelletje. Ik heb een piepklein kamertje en een heel kleine douche, waar het douchegordijn aan je lichaam blijft plakken en de tegeltjes zo hier en daar wat loslaten, maar dat mag me de pret niet drukken. Vooral niet, toen ik bij binnenkomst Guido, de Zwitser, zag zitten. We hebben dus samen gegeten. Morgen gaat hij weer met de bus. Hij doet het om en om, de ene dag met de bus, de andere dag lopen, want, zo zegt hij: “Dan merken ze straks in Santiago niet, dat ik met de bus ben gegaan, want ik heb toch elke dag van elke plaats een stempel”. Geweldig toch? Opgewekt zegt hij dan ook nog: “Ik ben Evangelisch, dus dan mag het wel!”

De rest van de dag is het verschrikkelijk weer geweest. Het regent gigantisch, het water golft echt door de straten. En het is gewoon koud! Ik ben er al op uit geweest om een trui te kopen, maar ze hebben er alleen maar met korte mouwen, dus daar heb ik niets aan. En alle geplande festiviteiten van de semana santa zijn afgelast vanwege het slechte weer, dus Spanje is droevig gestemd.
Kijk, ik hoopte dat het dit jaar niet zo warm zo zijn als vorig jaar, maar dit hoeft nou ook weer niet. Gery meende dan ook nog te moeten melden dat het bij jullie heerlijk weer is, droog en zonnig en temperaturen boven 20 graden. Dat had ze nou niet moeten zeggen!

Maar ondanks het slechte weer heb ik het weer gigantisch naar mijn zin. Vanavond hebben we met zijn vieren gegeten: Guido, een Duitser uit Frankfurt, een Fransman en ik. We hebben heel veel gelachen en een ontzettend gezellige avond gehad.
Het weerbericht voor de komende dagen voorspelt ook niet veel goeds en de tocht van morgen zou via allerlei beken gaan. Dat vind ik toch een beetje te gek worden. Dan loop je alleen maar te soppen en door de modder te sjouwen en daar voel ik niet veel voor. Dus na overleg heb ik besloten om me morgen bij Guido te voegen en de bus te nemen naar Zafra. Dat is een grotere plaats en daar wil ik dan een of twee dagen blijven. Als het weer dan opknapt, neem ik de bus weer terug en ga alsnog vanaf Monesterio lopen. Anders kijk ik wel wat ik doe. Met dit beestenweer is het lopen haast geen doen en tenslotte doe ik dit voor de lol!!

Categorieën: 2011: Via de la Plata | 3 reacties

Alleen B in plaats van B & B

Het was ook vandaag van Almaden de la Plata naar El Real de la Jara (mooie namen, hè) maar een kort stuk, zodat ik aan het begin van de middag al in El Real arriveerde. Onderweg was er helaas weer geen uitspanning voor de koffie. Dat is wel jammer, want vandaag had ik alle tijd natuurlijk. Aan de ene kant is het prettig als je ergens vroeg bent, dan kun je alles op je gemak doen. Maar in El Real is niet veel te zien, dus dan duurt de middag lang. Zo zie je, een pelgrim heeft altijd wel iets om over te klagen.

Ik was van plan om naar de herberg te gaan, omdat de refugio ver buiten het dorp ligt. Toen ik het dorp inkwam, kwam er vanuit de tegenovergestelde richting de Zwitserse pelgrim. Dus ik vroeg waar hij sliep. “In Carmen”, zei hij, dus daar heb ik toen ook maar onderdak gezocht en gevonden. Het is een soort Bed & Breakfast, maar hier in Spanje, althans in ieder geval in deze streek, krijg je geen ontbijt, alleen een Bed. Nou, dat geeft niet, morgenochtend zoek ik wel een café voor het ontbijt.

Vanmiddag ben ik op zoek geweest naar een internetcafé of iets dergelijks. Er zou iets moeten zijn in het kantoor van de VVV, maar toen ik daar aankwam, was het gesloten en op de deur hing een briefje dat het weer open zou zijn van 17.00-19.00 uur. Het zag er wel erg verlaten uit.
En ja, ook om vijf uur was er geen teken van leven, dus geen internet. Ik ben er zelfs voor naar de politie gegaan, zoveel heb ik er voor over om jullie commentaar te lezen, maar daar deelden ze me mee, dat er weliswaar bij het VVV kantoor een gelegenheid was…. geweest, maar helaas, het VVV-kantoor was al sinds enige tijd gesloten!! Wel grappig dat zo’n briefje er dan blijft hangen!

Ik ben naar het kasteel van het dorp gelopen om dat te bezichtigen. Er waren overal fraaie borden ‘met dank aan Europa’ voor het restaureren van het kasteel. Inderdaad ja, er waren foto’s van een bouwval en wat ik zag was een keurig gerestaureerd kasteel. Alleen was het van binnen volstrekt leeg, dus de bezichtiging was snel voorbij. En ook historisch gezien betekent het niets, dus als echte Hollander vroeg ik me toch af of dit nou geen weggegooid geld is??

Nou, toen had ik alles wel gezien in het dorp. Morgen schijn ik in een iets groter dorp terecht te komen, dus ik ben benieuwd. Ik heb hier wel een Deense ontmoet, die een jaar in Amsterdam heeft gewoond. Ze had op school Duits geleerd en dacht dat dat ook wel bijna Nederlands was. Maar het enige dat ze in het Nederlands goed heeft leren uitspreken, is “Koffie verkeerd”. “Daar kun je in Holland overal mee terecht”, zei ze.

De boodschappen voor morgen zijn binnen: yoghurt, fruit, water. Ik geloof dat ik iets teveel heb ingeslagen, want het weegt nogal. Dus mocht ik vanavond geen eetgelegenheid vinden, dan heb ik noodvoorraad.

Categorieën: 2011: Via de la Plata | 1 reactie

Langs de autoweg, maar niet in een taxi

Vorig jaar heb ik vanwege de zere voeten wel gebruik gemaakt van een taxi als de afstand te groot was, maar vandaag was ik het niet, maar mijn collega’s.
Er zaten er gisteren een stuk of achtentwintig in Castilblanco en volgens mij hebben van die achtentwintig alleen ik en nog iemand de gehele route gelopen en de rest liet zich in ieder geval de eerste 14 km per taxi vervoeren. Die eerste 14 km gingen namelijk langs de autoweg. Niet dat het er nou zo druk is op zondag, maar na een aantal kilometers heb je die witte streep in het midden wel zo’n beetje gezien. En je komt door geen enkel dorp of iets waar leven te bespeuren is, zodat ik het voor de lunch moest doen met een paar yoghurtjes en een paar bananen. Het leek wel afzien.

Als beloning ging de route daarna door een schitterend natuurgebied, echt heel erg mooi. Omdat het voorjaar is, staan alle struiken te bloeien als een gek, prachtig gewoon en het ruikt dan ook erg lekker. Met mijn voeten gaat het tot nu toe prima, ze zijn na afloop wel moe, maar ik heb nergens open plekken of zo zoals vorig jaar. Dat komt natuurlijk ook omdat het veel minder warm is. Het is echt heerlijk weer, zo ’n 30 graden ongeveer. Gelukkig, want er zijn hier niet veel bossen, alleen zie je af en toe olijfbomen of kurkeiken, maar die staan allemaal wijd uit elkaar, zodat je niet veel schaduw hebt.

Olijfboom-web Kurkeik-web

Enfin, een uurtje of zes en 31 km later zit ik nu samen met de Zwitser in een Bed & Breakfast in Almaden de la Plata. Bij aankomst moest ik mijn paspoort afgeven, dat werd in een kluis gestopt met de woorden dat ik die morgenochtend weer terug zou krijgen.
Vervolgens werd medegedeeld dat als er morgenochtend niemand was, ik de sleutel maar ergens neer moest leggen. Ik begon me al zorgen te maken hoe ik dan weer aan mijn paspoort moest zien te komen, maar dat bleek niet nodig.
Ik ben eerst iets gaan eten en na het eten ging ik de kamer betalen en plotseling kreeg ik toen ook mijn paspoort weer terug. Ik snap er niets van, maar ja, ik spreek natuurlijk ook geen Spaans, dus kan ik het niet navragen.

Na het eten douchen, een dutje en kijken of ik wat boodschappen kon doen, maar alles is dicht, dus straks wordt het weer yoghurt en iets vaags dat ik nog in mijn rugzak heb, maar niet weet wat het is. Ik zal wel zien, geen man overboord. Straks maar eens even in conclaaf met de Zwitser aan de bar, dan zullen we dat probleem even oplossen.

Categorieën: 2011: Via de la Plata | 2 reacties

Een makkie

Het was vandaag maar een korte tocht van 18 km. Het enige nadeel was dat er nergens een café of iets was waar je even een kop koffie kunt drinken. Er was zelfs geen kraan onderweg om water te tappen. Maar tegen de tijd dat ik dacht: “Ik ben het even zat, wil ergens zitten”, was ik er al. Het was een prachtige route en het weer is fantastisch. Lekker warm, maar niet te warm.

Vlak voor het dorp Castilblanco de los Arroyos kwam ik langs een mooi hotelletje, dus daar ben ik gestopt. Ik kan in het hotel wel ontbijten, maar er is geen restaurant bij. Maar dat is als volgt georganiseerd, althans zo merkte ik, want ik had geen flauw idee wat er gebeurde. Ik zat namelijk op het terras een pilsje te drinken, toen er een auto stopte. Nou, dat kon mij natuurlijk niet schelen, tot de barman naar buiten kwam en me gebaarde dat ik in moest stappen. Ik mocht nog wel even mijn pilsje rustig opdrinken, de chauffeur wachtte wel.
De chauffeur bleek een student te zijn die een beetje Engels sprak, het bleek dat hij mij naar het restaurant bracht een eindje verderop. Dat restaurant is ook van de eigenaar van het hotel, maar aangezien het hotel niet helemaal in het centrum van het dorp staat, leek het hem meer op te leveren als het restaurant wel middenin het dorp stond, dus zodoende.

Ik heb er heerlijk zitten eten, terwijl ‘mijn’ chauffeur in de hal keurig wachtte tot ik klaar was en hij me weer terug naar het hotel kon brengen. Na het eten wilde ik nog een kop koffie nemen in het restaurant, maar dat kon niet, dat moest ik nou weer in het hotel doen. Is het niet geweldig?? Ik vind dit soort dingen fantastisch!

Bij terugkomst zat er aan de bar in het hotel een Zwitserse pelgrim in zijn hemd met een Santiagopet op, niet zo heel jong meer en daar heb ik heel gezellig een tijd mee zitten ouwehoeren. Gisteren is hij per taxi gereden van Sevilla naar Guillena, want hij had geen zin om de stad uit te lopen. Vandaag heeft hij dus dezelfde afstand als ik gelopen, dus morgen wordt het weer tijd om een taxi te nemen, vindt hij. Ik zei quasi streng dat dat niet kon, want ‘dat een pelgrim moet lijden’, maar hij vindt dat hij in zijn leven genoeg geleden heeft, nou hoeft het niet meer.
Hij slaapt hier in het hotel, want alleen als het echt helemaal niet anders kan, gaat hij in een albergue slapen. “Daar heb ik geen zin in en ik doe geen dingen meer waar ik geen zin in heb”. Heerlijk toch?

“Op onze leeftijd hoef je jezelf niet meer te bewijzen”, sprak hij wijs. Kijk, de eerste filosofische uitspraak heb ik dus al binnen.

Ik geniet enorm en verbaas me erover dat ik, als ik thuis ben, niet eens goed besef hoe leuk het wel is onderweg, nog veel leuker als je thuis denkt. Geer vond deze opmerking iets minder geslaagd, begreep ik.
Nu ga ik op zoek naar een internetcafé, want ik hoor dat de website weer goed is.

Categorieën: 2011: Via de la Plata | 2 reacties

Blog op WordPress.com.