Nationaliteit verloochent zich niet

Je kunt jezelf wijsmaken dat je ‘los’ bent van alles en dat je alles even achter je hebt gelaten, maar je nationaliteit laat zich niet verloochenen. Dat is leuk om te constateren.
Margrit als Zwitserse heeft zich grondig voorbereid op haar taak als gastvrouw in de refugio. Dat wil zeggen: ze weet nu waar de apotheken zijn, waar de goedkope supermarkten te vinden zijn en vanmorgen liep ze met me mee tot aan de eerste gele pijl, zodat ze dat ook wist.
Van Jacques, de Franse gastheer van de refugio, moesten we gisteravond bijna alle restaurants langs voor we ergens naar binnen mochten: de een was te duur, de ander niet goed, de derde had ook weer iets, enz.
Een Hollands stel dat ik vanmiddag ontmoette, had ergens een kamer gehuurd, maar kwam erachter dat die € 50 moest kosten, dus ze hadden snel de rugzakken weer gepakt en slapen nu hier in de albergue. En ik, als Hollander, ga wel in een goed hotel als het kan (naar de aard van mijn moeder), maar vind het diep in mijn hart toch een beetje ‘te’. Het zit gewoon in je genen.

Goed, na deze overdenking weer ‘ter zake’: ik merk dat ik door mijn zusje weer op het rechte pad wordt geholpen met haar opmerking: “Tenslotte hoor je op een pelgrimstocht kerken te bezoeken”. Helemaal waar natuurlijk, en ik heb ze echt niet allemaal overgeslagen, maar ja, druk, druk, druk. En een dag ‘rusten’ wil ik nog even uitstellen. Maar lieve zus, ik heb in Zamora de kerk bezichtigd. Alleen heb ik niet zoveel kunnen filmen, want het mocht eigenlijk niet, dus ik heb het stiekem gedaan. Is dat nou een beetje Katholiek of een beetje Zeeuws: Het mag eigenlijk niet, maar je doet het stiekem toch? Dat bevalt me wel.
Zamora is trouwens een heel erg leuke stad: alle kerken zijn Middeleeuws en veel woonhuizen stammen uit de Romantiek en de jaren twintig: rechte lijnen en zachte kleurtjes. Vooral het contrast is erg leuk.

We hebben even gekeken in de refugio waar Margrit gaat werken. Een mooie refugio met zelfs een kantoor met ‘managementstoel’, zo’n draaistoel. Jacques zei: “Ik heb het nooit tot manager geschopt, maar nu ben ik er één, kijk maar naar mijn stoel”.
Daarna zijn we dus met zijn drieën gaan eten en dat was heel erg gezellig. Zij hebben inmiddels zoveel pelgrims langs zien komen en daarover kunnen ze veel vertellen, want elke pelgrim is weer anders natuurlijk. De avond vloog voorbij en hoe het kwam dat de drie flessen wijn, die we kregen, ineens leeg waren weet ik ook niet.
Maar de wijn was ‘medicinaal’ bedoeld, namelijk als middel tegen slapeloosheid. Wat ik al vreesde, gebeurde: het was groot feest voor mijn deur. En Spanjaarden zijn erg leuke mensen, maar ze maken een ongelooflijke herrie. En als je dan wat wijn hebt gedronken, slaap je er makkelijker doorheen. Tenslotte moet je elke ochtend fit wakker worden.

Dat heb ik dus vanochtend ook gedaan en als ontbijt heb ik churros gegeten. Dat zijn een soort langwerpige oliebollen, ze smaken ook zo. Dat was weer een geheel nieuwe ervaring, oliebollen op je nuchtere maag. Die eten ze hier bij de koffie en dan soppen ze ze ook nog in de koffie. Daar heb ik me maar niet aan gewaagd.

Bij de eerste gele pijl ging Margrit terug en ik ben verder gelopen, weer over hele lange, kaarsrechte wegen, heuveltje op en heuveltje af. Ik hoor en lees van Ton en Suzanne dat ze onderweg steeds koffie drinken, maar daar is hier geen sprake van, want onderweg is er niets. Ook daar wen je aan. Ik had uitgerekend dat ik tussen twaalf en één uur in Montamarra zou arriveren en ik kwam er aan om half één. Keurig dus. Snel mijn wasje doen, douchen en scheren en dan naar het dorp om te eten. Ik heb dit keer heerlijk gegeten: vooraf twee soorten pasta en twee soorten kaas, een vorstelijke biefstuk met goeie patat en een puddinkje met dubbel slagroom toe. Dus Theo kan er weer even tegen.
En dan vanmiddag in het zonnetje een lekker sigaartje in de tuin van de albergue, wie doet je wat! Het was wel een beetje frisjes en af en toe wat wolken, dus ik heb Gery op de buienradar laten kijken, maar het belooft de komende dagen droog te blijven.

O ja, even een berichtje voor Jinze: je moet je proefschrift in het Spaans vertalen, want hier maken ze een zooitje van de bermen. Twee keer maaien? Ze doen het niet eens één keer per tien jaar volgens mij! Er ligt hier dus een heel terrein braak voor je.